CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamer - Rapportage onderzoek impact coronacrisis - Rekenkamer Diemen.pdf

Gemeenteraadsvergadering 27 januari 2022, gemeente DiemenBij agendapunt: Rekenkamer Diemen: Rapportage onderzoek impact coronacrisis10.477 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

De impact van de coronapandemie op het functioneren van de lokale democratie in Diemen

Colofon: Datum: 1 december 2021 Opdrachtgever: Rekenkamercommissie Diemen Drs. A.L. Bakker, voorzitter lauryan@necker.nl Onderzoekers: D.J. Jacobs MSc daan.jacobs@necker.nl L.F. Sachs MSc lena@citisens.nl

2

Inhoudsopgave Colofon:.................................................................................................................................................................. 2 Bestuurlijke Nota ................................................................................................................................................... 4 Onderzoeksverantwoording ................................................................................................................................... 5 Centrale boodschap................................................................................................................................................ 8 Reactie van college van B&W ............................................................................................................................... 12 Nota van Bevindingen .......................................................................................................................................... 13 1.

2.

3.

4.

Maatregelen ................................................................................................................................................ 14 1.1.

Landelijke en regionale aanpak van de coronapandemie ......................................................................... 14

1.2.

Lokale aanpak van de coronapandemie .................................................................................................... 16

1.3.

Rol van de gemeenteraad.......................................................................................................................... 18

Taakuitvoering ............................................................................................................................................ 19 2.1.

Persoonlijke taakuitvoering ....................................................................................................................... 19

2.2.

Effect van maatregelen om het functioneren van de gemeentelijke organisatie te ondersteunen .......... 20

Samenwerking ............................................................................................................................................ 22 3.1.

Samenwerking met interne collega’s ........................................................................................................ 22

3.2.

Samenwerking met externe collega’s ........................................................................................................ 23

3.3.

Effect van maatregelen om het functioneren van de gemeentelijke organisatie te ondersteunen .......... 23

3.4.

Belemmeringen ......................................................................................................................................... 24

Processen .................................................................................................................................................... 25 4.1.

Burgerparticipatie ..................................................................................................................................... 25

4.2.

Communicatie............................................................................................................................................ 26

4.3.

Beleidsvorming .......................................................................................................................................... 27

4.4.

Financiën ................................................................................................................................................... 28

4.5.

Toezicht en handhaving ............................................................................................................................. 29

Bijlage 1.

Vragenlijst ..................................................................................................................................... 31

Bijlage 2.

Bronnen ......................................................................................................................................... 38

3

Bestuurlijke Nota

4

Onderzoeksverantwoording Aanleiding De maatregelen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, brachten allerlei uitdagingen met zich mee. Ook voor gemeenten. Zo konden bijeenkomsten vaak niet of alleen in aangepaste vorm doorgang vinden, moesten er in korte tijd veel ingrijpende besluiten worden genomen en zorgde veranderende wet- en regelgeving voor onverwachte uitvoeringsvraagstukken. Voor gemeenten was het hierdoor een uitdaging om lokale democratische processen (al dan niet op reguliere wijze) plaats te laten vinden. Dit onderzoek brengt de impact van de coronapandemie op verschillende processen in de gemeente, in kaart.

Doelstelling en vraagstelling Het doel van dit onderzoek was om inzicht te geven in de impact van maatregelen rondom de coronapandemie op het functioneren van de gemeente. Daarmee richtte het onderzoek zich in brede zin op de mate waarin de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie belangrijke taken konden vervullen. Denk hierbij aan het sturen en controleren van beleid, het uitvoeren van landelijke of lokale wet- en regelgeving en het voorbereiden van nieuwe besluiten. Een belangrijke doelstelling was ook om lessen te trekken uit de ervaringen die de afgelopen maanden zijn opgedaan. De maatregelen rondom de coronapandemie dwongen gemeenten om te innoveren. Door na te gaan wat goed en minder goed werkte, kunnen behaalde successen worden behouden en legt het onderzoek een basis voor de toekomst. De volgende vraag stond in dit onderzoek centraal:

Wat is de impact van de maatregelen rondom de coronapandemie op het functioneren van de gemeente en welke lessen kunnen hieruit worden getrokken?

Deze hoofdvraag is beantwoord aan de hand van de volgende deelvragen: 1. Welke maatregelen heeft de gemeente genomen om het functioneren van de lokale democratie mogelijk te maken? 2. Wat waren en zijn de belangrijkste effecten van de coronacrisis op raad, college en organisatie? 3. In hoeverre hebben de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie hun taken in de periode tussen maart 2020 en maart 2021 kunnen vervullen? 4. In hoeverre hebben lokale maatregelen hieraan bijgedragen en welke lessen kunnen hieruit worden getrokken?

5

Onderzoek uitvoering In de uitvoering van dit onderzoek zijn verschillende onderzoeksinstrumenten ingezet, zoals een analyse van relevante documenten, een (digitale) vragenlijst en een groepsgesprek met de lokale driehoek. Documentanalyse Bij aanvang van het onderzoek zijn documenten opgevraagd om een algemeen beeld te krijgen van de impact van de coronacrisis in de gemeente Diemen. Deze input is gebruikt bij het opstellen van de digitale vragenlijst en bij het duiden en verdiepen van de resultaten van de vragenlijst. Ook vormden ze een basis voor het eerste hoofdstuk, waarin onder meer de landelijke, regionale en lokale maatregelen zijn beschreven. Digitale vragenlijst De vragenlijst is opgebouwd uit een aantal verschillende delen, waarin deelnemers over verschillende elementen van het functioneren van de lokale democratie werden bevraagd (zie bijlage 1). De meeste vragen zijn daarbij aan alle invullers gesteld; sommige vragen alleen aan een specifieke groep. Elk van de delen was voorzien van een korte inleiding, waarin de achtergrond van de vragen werd uitgelegd en deelnemers indien nodig werden gewezen op de mogelijkheid om de vraag niet in te vullen. De vragenlijst is op 15 juni 2021 per e-mail verspreid onder wethouders, raads- en commissieleden en leidinggevende ambtenaren in Diemen. Op 22 juni 2021 is er een herinnering verstuurd.

De vragenlijst werd in totaal 24 keer ingevuld; door 3 wethouders, 11 gemeenteraadsleden en 10 ambtenaren, 70,6% van alle ondervraagden. Door de kleine groepsgrootte moeten sommige resultaten en vergelijkingen tussen functies met enige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. In dit rapport worden dergelijke resultaten dan ook alleen genoemd als het waarschijnlijk is dat er een bredere betekenis van uitgaat. Bij het beschrijven van de resultaten is rekening gehouden met richtlijnen ten aanzien van de toegankelijkheid voor blinden en slechtzienden. Informatie die in figuren ligt besloten, is om die reden op veel plaatsen ook in de lopende tekst opgenomen. Groepsgesprek met de lokale driehoek Op 6 juli 2021 heeft er een groepsgesprek plaatsgevonden met de burgemeester, secretaris en griffier. Hierin is gesproken over de genomen maatregelen ter voorkoming van de verspreiding van het coronavirus in de gemeente en de besluitvorming hieromtrent. Daarnaast zijn de uitkomsten van de vragenlijst van duiding voorzien en zijn verbetermogelijkheden ten aanzien van het functioneren van de lokale democratie besproken. Van de interviews met de driehoek is een gespreksverslag gemaakt, dat ter accordering aan de gesprekspartners is voorgelegd.

Leeswijzer Dit rapport bestaat uit twee delen; de Bestuurlijke nota en de Nota van bevindingen. De Bestuurlijke nota omvat naast deze onderzoeksverantwoording een korte beschrijving van de belangrijkste conclusies en aanbevelingen en een bestuurlijke reactie op het rapport. De Nota van bevindingen beschrijft in het eerste hoofdstuk de context waarin dit onderzoek heeft plaatsgevonden, inclusief de maatregelen die in de gemeente Diemen zijn genomen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan,

6

maatschappelijke effecten te beheersen en het functioneren van de eigen organisatie mogelijk te maken. In de daaropvolgende hoofdstukken lichten we de resultaten van de vragenlijst toe, die we van duiding voorzien met informatie uit het groepsgesprek en geanalyseerde documenten.

7

Centrale boodschap Inleiding De uitbraak van het coronavirus in Nederland luidde het begin in van een uitzonderlijke periode, ook voor gemeenten. Zo werden zij van het ene op het andere moment verantwoordelijk voor de uitvoering van steeds strengere maatregelen om de verspreiding van het virus tegen te gaan, naast maatregelen om het economische en maatschappelijke leven te ondersteunen. Die maatregelen bemoeilijkten echter ook het functioneren van de eigen organisatie, waardoor het noodzakelijk was om veel processen binnen korte tijd anders in te richten. Bovendien was dit alles omgeven door een grote mate van onzekerheid; zeker in het begin van de coronapandemie was het volstrekt onduidelijk wat de vooruitzichten waren en hoe lang maatregelen van kracht zouden zijn. In een situatie als deze zijn er risico's voor het functioneren van de lokale democratie, maar ontstaan er ook kansen. Gegeven de schaal van deze uitdagingen en de snelheid waarmee ze zich aandienden, is het niet verwonderlijk dat er al snel verschillen zichtbaar werden in de wijze waarop gemeenten ze te lijf gingen. Sommige gemeenten kozen bijvoorbeeld bewust voor een crisisaanpak, vaak in de veronderstelling dat de coronapandemie maar een paar maanden zou duren, terwijl andere gemeenten al overschakelden op een benadering die ook geschikt was voor de lange termijn.

Deze laatste gemeenten kozen er ook vaak voor om goed bij te houden welke financiële en materiële inspanning er met de maatregelen gemoeid was, terwijl andere gemeenten dit na de eerste maanden vaak moesten reconstrueren. Verschillen waren er ook in de wijze waarop gemeente omgingen met de noodzaak tot regionale afstemming; waar sommige gemeenten ervoor kozen om regionale maatregelen zonder aanpassing uit te voeren, gebruikten andere gemeente de beschikbare beslisruimte om lokale accenten aan te brengen. Tot slot zijn er ook verschillen zichtbaar in de manier waarop gemeenteraden bij (lokale) besluitvorming werden betrokken. Zeker in het begin van de coronapandemie stonden gemeenteraden grotendeels buitenspel, waardoor hun vermogen afhankelijk was van de ruimte die colleges (en dan met name de burgemeesters) hiervoor boden. In sommige gemeenten was deze ruimte nagenoeg afwezig, in andere relatief groot. Binnen dit speelveld kan de aanpak van de gemeente Diemen als weinig anders dan succesvol worden beschouwd. De gemeente koos er bijvoorbeeld vanaf het begin voor om zich, behalve op het bestrijden van de crisis, ook te richten op de periode daarna, de gemeente hield nauwkeurig bij welke uitgaven er in het kader van de coronapandemie werden gedaan, paste waar mogelijk lokaal maatwerk toe en ging regelmatig in gesprek met de gemeenteraad.

De hieronder geformuleerde conclusies moeten dan ook in dit licht worden gelezen.

Conclusies De in deze rapportage beschreven resultaten geven aanleiding tot de volgende vier conclusies: 1. Gemeentelijke maatregelen waren sterk gericht op crisisbeheersing, maar keken daar ook voorbij Vanaf het begin van de coronapandemie heeft de gemeente Diemen eigen maatregelen genomen om het functioneren van de lokale democratie tijdens de coronapandemie mogelijk te maken. Daarbij liet de gemeente zich zeker in het begin leiden door landelijke en regionale maatregelen, maar werden deze 8

waar mogelijk aangepast aan de lokale context. Reguliere processen zoveel mogelijk (digitaal) doorgang laten vinden, was hierbij het leidende principe. Opvallend is dat er al vrij vroeg is besloten om niet alleen in te zetten op het bezweren van de crisis, maar ook vooruit te kijken naar de periode daarna. De start van het project Herstelfase in de eerste maanden na de uitbraak van het coronavirus is hier een goed voorbeeld van. Ook de tijdige op- en afschaling van crisisgerelateerde werkgroepen en commissies laat zien dat de gemeentelijke aanpak niet beperkt was tot crisisbeheersing, maar daar ook voorbij keek. 2. Het effect van de coronapandemie op het functioneren van de lokale democratie is beperkt, de positie van de raad verdient aandacht Gekeken naar de mate waarin leden van het college, de ambtelijke organisatie en de gemeenteraad hun taken konden uitvoeren, valt op dat de meeste van hen hier relatief tevreden over zijn. Zo geeft een ruime meerderheid van alle ondervraagden aan dat zij hun werkzaamheden ondanks de coronamaatregelen konden uitvoeren, en vindt een vrijwel even grote meerderheid dat zij voldoende konden samenwerken. De impact van de coronapandemie op het functioneren van deze gremia lijkt daarmee beperkt. Toch suggereert het onderzoek een belangrijk aandachtspunt.

Raadsleden zijn namelijk in vrijwel alle gevallen minder positief over de mate waarin zij hun werkzaamheden konden uitvoeren dan leden van het college en de ambtelijke organisatie. Hoewel dit deels verklaard zou kunnen worden doordat de aanwezige beleids- en beslisruimte in het begin van de coronapandemie beperkt was, wijst het mogelijk op kansen om de raad nog beter in stelling te brengen bij (lokale) besluitvorming. 3. De gemeente heeft grip op het effect van de coronapandemie op gemeentelijke activiteiten; de informatievoorziening hierover voldoet niet aan (alle) verwachtingen Gelet op de duur en omvang van de coronapandemie, is het opvallend dat veel processen in Diemen zonder al te veel vertraging doorgang hebben gevonden. Zo heeft dit onderzoek weinig aanwijzingen gevonden voor (grote) vertragingen in beleidsvorming. Voor zover er zaken zijn die aantoonbaar niet of later hebben plaatsgevonden, zoals vormen van burgerparticipatie en bepaalde reguliere handhavingsactiviteiten, lijkt de gemeente zich hiervan bewust. Daarnaast heeft de gemeente zich in dergelijke gevallen ingespannen om negatieve effecten te beperken en eventuele vertraging in te lopen, bijvoorbeeld door alternatieven te onderzoeken en de handhavingscapaciteit uit te breiden.

Tot slot zijn ook het feit dat de gemeente actief heeft gecommuniceerd met inwoners en het geboden inzicht in de financiële impact van de coronapandemie, tekenend voor de grip die de gemeente op het effect van de coronapandemie heeft. De informatievoorziening hierover aan de raad voldoet echter niet aan alle verwachtingen. Veruit de meeste raadsleden zijn tevreden over verstrekte informatie ten aanzien van onderwerpen als de gemeentelijke financiën en de handhaving van coronamaatregelen. Een klein deel van de raad beschouwt de informatievoorziening als onvoldoende. Dit suggereert dat in ieder geval niet aan alle verwachtingen over die informatievoorziening is voldaan.

9

4. Maatregelen om het functioneren van de gemeentelijke organisatie te ondersteunen hebben hieraan bijgedragen; de samenwerking met externe partners is een aandachtspunt Ondervraagde leden van de gemeenteraad, het college en de ambtelijke organisatie vinden in grote meerderheid dat gemeentelijke maatregelen hen hebben geholpen om hun eigen werkzaamheden uit te voeren. Ook zijn ze van mening dat de maatregelen hen tijdens de coronapandemie hebben geholpen om samen te werken met collega’s binnen en buiten de gemeente. Ook hebben maatregelen als het Handboek Digitale Participatie geholpen om besluitvormingsprocessen ondanks geldende beperkingen, doorgang te laten vinden. Aandachtspunten ten aanzien van de gemeentelijke maatregelen zijn dan ook beperkt in aantal en richten zich hoofdzakelijk op de wijze waarop er tijdens de coronapandemie kon worden samengewerkt met externe partners. Een aantal ondervraagden geeft namelijk aan dat vergaderingen met deze partners soms rommelig verliepen, collega’s niet bereikbaar waren en digitaal contact een onvoldoende alternatief was voor fysieke ontmoetingen.

Aanbevelingen De conclusies geven aanleiding tot vier korte aanbevelingen: 1. Evalueer het samenspel tussen gemeenteraad en college, in het bijzonder met betrekking tot digitaal werken Gezien de relatieve ontevredenheid van sommige raadsleden over de mate waarin zij tijdens de coronapandemie kaders konden stellen voor het gemeentelijke beleid, lijkt het zaak om het samenspel tussen de gemeenteraad en het college in deze periode goed te evalueren. Hoewel er aanwijzingen zijn dat digitaal werken voordelen heeft, zijn er ook aanwijzingen dat raadsleden het lastig vinden om hun kaderstellende en controlerende rol in een digitale omgeving goed te vervullen. Zeker als besloten wordt om (delen van) het digitale werken na de coronapandemie te behouden, is het belangrijk om na te gaan welke knelpunten raadsleden ervaren en hoe deze kunnen worden opgelost. 2. Maak vooraf (of zo snel mogelijk) afspraken over de wijze waarop en frequentie waarmee de gemeenteraad wordt geïnformeerd over het effect van langdurige, uitzonderlijke situaties als de coronapandemie Het voorkomen dat informatievoorziening over het effect van de coronapandemie op gemeentelijke processen niet voldoet aan de verwachtingen van (sommige) raadsleden, vraagt om betere afspraken vooraf.

Door aan het begin van een uitzonderlijke situatie verwachtingen uit te spreken, waar mogelijk af te stemmen en op basis daarvan afspraken te maken over de wijze waarop de gemeenteraad geïnformeerd wordt, wordt ontevredenheid zoveel mogelijk voorkomen. 3. Evalueer de wijze waarop er tijdens de coronapandemie is samengewerkt met externe partners Hoewel problemen in de samenwerking met externe partners beperkt lijken en er een kans is dat een deel hiervan zich oplost naarmate er meer ervaring met digitaal werken wordt opgedaan, kan het geen kwaad om geuite zorgen nader te onderzoeken. Een evaluatie zou zowel de aard van ervaren problemen in kaart kunnen brengen, als mogelijke oplossingen kunnen verkennen. Met name de bereikbaarheid van externe samenwerkingspartners alsmede de aspecten van fysiek contact die digitaal gemist worden, verdienen hierbij bijzondere aandacht. 10

4. Evalueer ervaringen met nieuwe manieren om inwoners te betrekken bij lokale besluitvorming De coronapandemie heeft naast beperkingen ook kansen geboden om te experimenteren. Om maximaal te profiteren van de inzichten die deze experimenten hebben opgeleverd, is het van belang om opgedane ervaringen te evalueren. Dit stelt de gemeente in staat om te bepalen wat er wel of juist niet werkte en welke innovaties de moeite waard zijn om na de coronapandemie te behouden. Gelet op de inspanning die er is geleverd om met name inwoners op alternatieve wijze bij lokale besluitvorming te betrekken en de ogenschijnlijk positieve ervaringen die hiermee zijn opgedaan – met name op het gebied van bereik -, ligt het voor de hand om ook deze ervaringen goed te evalueren en de bewezen effectieve werkwijzen te borgen.

Aanknopingspunten voor aanvullend onderzoek In dit verkennende onderzoek is de impact van de coronapandemie op het functioneren van de lokale democratie in Diemen in kaart gebracht. Zoals uit de conclusies kan worden opgemaakt, is die impact in veel gevallen beperkt; medewerkers konden hun werkzaamheden over het algemeen goed uitvoeren, er kon ondanks de vele beperkingen redelijk worden samengewerkt en veel processen konden zonder onderbreking doorgang vinden. Waar de impact groter is, zoals op vormen van burgerparticipatie en reguliere handhavingsactiviteiten, heeft de gemeente hier voldoende zicht en grip op. Daarmee biedt dit onderzoek weinig directe aanknopingspunten voor aanvullend onderzoek. Dat laat onverlet dat het onderzoek wel een aantal zaken signaleert waarvan het goed is als de raad hier in de toekomst nadere aandacht aan besteedt. Zo lijkt de gemeente weliswaar in algemene zin grip te hebben op de (mogelijke) vertraging die er is opgelopen in het opstellen van nieuw en het uitvoeren van bestaand beleid, maar is niet zeker of en wanneer deze vertraging wordt ingelopen. Dat de gemeente zich bewust lijkt van het feit dat de handhaving van coronamaatregelen ten koste is gegaan van reguliere handhavingsactiviteiten, betekent bovendien nog niet dat achterstanden in deze reguliere activiteiten binnen afzienbare tijd zijn weggewerkt.

Het strekt dan ook tot aanbeveling dat de raad en het college hier de komende tijd alert op blijven.

11

Reactie van college van B&W Als college van B&W danken we de rekenkamer voor het verzette werk en de heldere weergave van de bevindingen. Met corona zijn we in maart 2020 voor een geheel nieuwe opgave komen te staan. We kregen te maken met een situatie waarin verregaande maatregelen werden getroffen om de verspreiding en de gevolgen van het coronavirus zoveel mogelijk te beperken. Dit hebben we allen in onze dagelijkse werkpraktijk ervaren. Dit vroeg om een flexibele opstelling en we zijn als college dan ook blij met de uitkomsten van het rekenkameronderzoek. Hieruit blijkt dat we binnen de gemeentelijke bevoegdheden, gegeven de omstandigheden, adequaat hebben weten te handelen. De rekenkamer stelt “In dit verkennende onderzoek is de impact van de coronapandemie op het functioneren van de lokale democratie in Diemen in kaart gebracht. Zoals uit de conclusies kan worden opgemaakt, is die impact in veel gevallen beperkt; medewerkers konden hun werkzaamheden over het algemeen goed uitvoeren, er kon ondanks de vele beperkingen redelijk worden samengewerkt en veel processen konden zonder onderbreking doorgang vinden. Waar de impact groter is, zoals op vormen van burgerparticipatie en reguliere handhavingsactiviteiten, heeft de gemeente hier voldoende zicht en grip op.

Daarmee biedt dit onderzoek weinig directe aanknopingspunten voor aanvullend onderzoek.” Wij delen als college deze positieve conclusies. Wel constateren wij dat de aandachtspunten en aanbevelingen die daarnaast worden gegeven in het rapport, vooral gebaseerd zijn op de mening van enkele geënquêteerden en niet op de mening van een (grote) meerderheid van de geënquêteerden. Ook is niet altijd helder op welke punten van ontevredenheid precies wordt gedoeld bij de antwoorden. Daarnaast hebben wij soortgelijke signalen niet eerder gekregen in onze reguliere overleggen, bijvoorbeeld bij de bespreking van de coronabrieven, waar alle ruimte was voor een gesprek hierover. Desalniettemin zullen wij in de reguliere overleggen, zoals in het seniorenconvent of met externe partners, expliciet de aanbevelingen en aandachtspunten vanuit uw onderzoeksrapport bespreken, zodat wij op deze concrete punten tot nog betere afspraken en werkwijzen kunnen komen.

12

Nota van Bevindingen

13

1. Maatregelen In dit hoofdstuk beschrijven we welke maatregelen er in de periode tussen maart 2020 en juli 2021 landelijk, regionaal en door de gemeente Diemen zijn genomen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan, het maatschappelijke effect van de coronapandemie te beheersen en het functioneren van de gemeentelijke organisatie te ondersteunen. Ook beschrijven we hoe de besluitvorming met betrekking tot deze maatregelen heeft plaatsgevonden en de rol die de gemeenteraad van Diemen hierin heeft vervuld. Daarmee schetsen we de context voor de resultaten van een vragenlijst onder collegeleden, raadsleden en leden van de ambtelijke organisatie, die in de hierop volgende hoofdstukken worden beschreven.

1.1. Landelijke en regionale aanpak van de coronapandemie In Nederland wordt de eerste besmetting met het coronavirus op 27 februari 2020 vastgesteld. Een dag later is de eerste besmetting in Diemen een feit. Hoewel er vanuit de Veiligheidsregio AmsterdamAmstelland (VrAA) in de aanloop naar deze besmetting al enkele voorbereidende maatregelen waren getroffen, wordt het gros van de regionale en lokale maatregelen pas na de eerste besmetting genomen. Zo wordt er, in lijn met landelijke richtlijnen, op 13 maart 2020 opgeschaald naar GRIP-4; hierdoor krijgt de voorzitter van de veiligheidsregio een aantal bevoegdheden op het terrein van de openbare orde en veiligheid die normaal gesproken bij de gemeenten liggen. De burgemeesters in de regio staan daarmee tot op zekere hoogte buitenspel. Wel is het zo dat de voorzitter van de veiligheidsregio op basis van de Wet Veiligheidsregio’s verplicht is om voor het nemen van een besluit het zogenaamde Regionale Beleidsteam te raadplegen, waarin burgemeesters uit de regio zitting hebben. Alleen in geval van spoed wordt het Beleidsteam achteraf geïnformeerd. Als een burgemeester zich als lid van een dergelijk beleidsteam niet kan vinden in een (voorgenomen) besluit, kan deze tegen het besluit bezwaar aantekenen. Van deze mogelijkheid is in de periode tot december 2020 door geen van de burgemeesters gebruikgemaakt.

Op 16 maart 2020 wordt de eerste noodverordening van kracht. Hierin is onder meer vastgelegd dat scholen, horecagelegenheden en sportclubs gesloten worden. Later die maand wordt de ambtelijke ondersteuning van de VrAA omgebouwd tot een projectorganisatie, die zich richt op verschillende aspecten van de coronapandemie; gezondheidszorg, vitale processen, openbare orde, publieke zorg en communicatie. De projectorganisatie onderhoudt nauwe contacten met contactpersonen uit de gemeentelijke herstelorganisaties en heeft als doel om gaandeweg aansluiting te zoeken bij reguliere gemeentelijke processen. Juli – november 2020: geleidelijke verzwaring en invoering tijdelijke Coronawet Na een eerdere afname van het aantal besmettingen, neemt het aantal coronagevallen in de regio Amsterdam-Amstelland in juli 2020 weer toe. Hierop neemt de VrAA in de periode juli-augustus aanvullende maatregelen, zoals een uitbreiding van de mondkapjesplicht en intensievere handhaving. Ook wordt er in samenwerking met de GGD gewerkt aan betere preventie, onder meer door inwoners te wijzen op het belang van de basisregels om verspreiding tegen te gaan. Deze maatregelen richten zich in eerste instantie vooral op de stad Amsterdam, maar worden later ook breder in de rest van de veiligheidsregio uitgezet.

14

Vanaf september 2020 wordt er gewerkt met een regionale aanpak, waarin regio’s via een landelijke inschalingssystematiek worden gecategoriseerd als ‘waakzaam’, ‘zorgelijk’ en ‘ernstig’. Vanwege de snelle toename van het aantal coronagevallen in de regio, krijgt de VrAA al snel de kwalificatie ‘zorgelijk’ en later zelfs ‘ernstig’ en ‘zeer ernstig’. In daaropvolgende periode worden de geldende maatregelen steeds verder verzwaard, tot begin november 2020 wordt besloten tot een tijdelijke verzwaring van de gedeeltelijke lockdown. Deze tijdelijke verzwaring eindigt op 18 november 2020, nadat het aantal besmettingen eerst afneemt en daarna stabiliseert. Bestuurlijk verandert de aanpak van de coronapandemie, als in november de Tijdelijke Wet Maatregelen COVID-19 wordt ingevoerd. Deze wet maakt een einde aan het systeem van noodverordeningen en introduceert in plaats hiervan een systeem op basis van ministeriële regelingen, dat onder meer tot doel heeft om de positie van het lokale bestuur te versterken. Bevoegdheden die met de opschaling naar GRIP-4 bij de voorzitter van de veiligheidsregio waren belegd, liggen onder de wet buiten crisissituaties weer bij de burgemeesters. Die krijgen bovendien de bevoegdheid om indien nodig strengere maatregelen voor te schrijven dan landelijk het geval is, waardoor er meer ruimte ontstaat voor lokaal maatwerk.

Het Regionale Beleidsteam wordt gehandhaafd in de vorm van een Bestuurlijk Afstemmingsoverleg (BAO), maar alleen om de inzet van deze nieuwe bevoegdheden af te stemmen. December 2020 – januari 2021: lockdown en avondklok Een gevreesde toename van het aantal besmettingen tijdens de feestdagen leidt in december opnieuw tot een verzwaring van de maatregelen. Nederland komt op 15 december 2020 in een volledige lockdown; veel winkels en publieke gelegenheden worden gesloten en er vindt een verdere aanscherping plaats van regels met betrekking tot de maximaal toegestane grootte van groepen. De lockdown zou in eerste instantie tot 19 januari 2021 duren, maar wordt verschillende keren verlengd. Vanaf 23 januari 2021 wordt er bovendien een avondklok ingevoerd, waardoor het verboden is om tussen 21:00 en 04:30 zonder ontheffing op straat te zijn. Ook deze maatregel wordt herhaaldelijk verlengd. Vanuit de VrAA wordt de communicatie met inwoners in deze periode sterk geïntensiveerd. Naast verschillende analoge media, zoals flyers, worden er ook diverse digitale media ingeschakeld. De boodschappen die via deze media worden verspreid, zijn deels informerend en deels overtuigend, maar vooral gericht op het vergroten van draagvlak voor de maatregelen, het geven van aandacht en herkenning en het bieden van hulp en perspectief.

Veel van deze communicatie is gericht op alle inwoners, maar er worden ook pogingen ondernomen om specifieke doelgroepen te bereiken. Februari – juni 2021: geleidelijke afschaling Vanaf februari 2021 wordt de landelijke en regionale aanpak van de coronapandemie gekenmerkt door een geleidelijke afschaling van genomen maatregelen. Zo mogen basisscholen en kinderopvanglocaties vanaf 8 februari 2021 weer deels open, op 1 maart 2021 gevolgd door de middelbare scholen en het MBO. Op 31 maart 2021 wordt de avondklok aangepast, waardoor het tot 22:00 toegestaan is om zonder ontheffing op straat te zijn. Een verdere versoepeling van de maatregelen vindt plaats op 28 april 2021, als ook de avondklok vervalt. Op 19 mei 2021 worden de maatregelen opnieuw versoepeld, onder meer doordat het aantal besmettingen vanwege het vaccinatieprogramma afneemt. Voor Diemen geldt overigens dat het aantal besmettingen in deze periode relatief hoog blijft. Per 15 juni 2021 vindt de volgende versoepeling plaats, gevolgd door een afschaffing van veruit de meeste maatregelen op 26 juni 2021.

15

De regel om anderhalve meter afstand te houden geldt vanaf dat moment nog wel, maar er wordt een coronapas ingevoerd voor situaties waar dit niet mogelijk is.

1.2. Lokale aanpak van de coronapandemie Tot de invoering van de Tijdelijke Wet Maatregelen COVID-19 geven gemeenten vooral uitvoering aan regionale noodverordeningen en wijkt de lokale aanpak van de coronapandemie dan ook nauwelijks af van de landelijke en regionale aanpak. Dit was volgens gesprekspartners echter ook een bewuste keuze. Ook na de invoering van de Tijdelijke Wet vertoont de aanpak in Diemen veel overeenkomsten met die van andere gemeenten in de regio, onder meer omdat de inzet van burgemeestersbevoegdheden regionaal wordt afgestemd. Toch zijn er lokale accenten. Zo zet de gemeente Diemen bij het uitzetten van maatregelen actief het eigen netwerk in en worden er verschillende werkgroepen opgezet om aspecten van de lokale aanpak nader uit te werken, te monitoren en te ondersteunen. In het gevoerde gesprek gaven de burgemeester, griffier en gemeentesecretaris aan dat de gemeentelijke aanpak in eerste instantie sterk werd gekenmerkt door improvisatie, mede omdat onbekend was hoelang de coronapandemie zou duren. Het uitgangspunt was om reguliere processen zoveel mogelijk op digitale wijze door te laten gaan. Ook is er volgens de gesprekspartners al vrij snel een keuze gemaakt om de lokale aanpak niet alleen te richten op de crisis, maar ook op de periode daarna.

Lokale maatregelen Tijdens de coronapandemie heeft de gemeente Diemen verschillende maatregelen genomen die afwijken van of verder gaan dan landelijke of regionale maatregelen. Tegengaan verspreiding coronavirus Een eerste groep maatregelen had als doel om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. De gemeente heeft bijvoorbeeld op verschillende momenten coronahosts en coronawijzers ingezet om inwoners aan te sporen zich aan de maatregelen te houden en zo de medewerkers van het team Handhaving en Openbare Orde en Veiligheid (OOV) te ontlasten. De rol van deze coronahosts en coronawijzers was om inwoners op een laagdrempelige manier te wijzen op maatregelen als de mondkapjesplicht. Dit deden zij over het algemeen op drukbezochte plekken, zoals winkelcentra. Daarnaast heeft de gemeente tijdens de gehele pandemie inwoners actief geïnformeerd, gemotiveerd en gesteund, onder meer met een webinar, videoboodschappen en verschillende campagnes. Algemene boodschappen werden daarbij afgewisseld met boodschappen voor specifieke doelgroepen, zoals jongeren, ouderen en anderstaligen. Beheersen maatschappelijke effecten Een tweede groep maatregelen richtte zich op het beheersen van maatschappelijke effecten.

Zo is er tijdens de coronapandemie intensief contact geweest met veel verschillende samenwerkingspartners van de gemeente, waaronder woningcorporaties, ondernemers, scholen, sportverenigingen, horeca en de detailhandel. Ook richtte de gemeente al vroeg het Koers Op Initiatief-team (KOI-team) op om maatschappelijke initiatieven te volgen en aan te jagen. Sommige initiatieven, zoals "Geef een Diemens diner Cadeau", werden bovendien actief door de gemeente ondersteund. Dergelijke ondersteuning bestond soms uit mankacht of de inzet van gemeentelijk materieel, soms uit directe financiële steun. In 2021 konden sportverenigingen bijvoorbeeld een gemotiveerd verzoek tot financiële steun indienen en

16

de gemeente heeft op verschillende momenten afgezien van leges, huur en andere baten. Zelf is de gemeente ook initiatiefnemer geweest, bijvoorbeeld met een Wensmaaltijdenactie. Ondersteunen functioneren gemeentelijke organisatie De derde en laatste groep maatregelen richtte zich specifiek op het functioneren van de eigen organisatie. Zo werd er in maart 2020 besloten om thuiswerken, behoudens uitzonderingen voor afdelingen als het Klant Contact Centrum (KCC), Burgerzaken en OO&V, verplicht te stellen en medewerkers via de afdeling Informatisering en Automatisering (I&A) de hiervoor benodigde hard- en software te doen toekomen. Voor medewerkers die nog wel op locatie konden of moesten werken, werden er beschermingsmaatregelen getroffen, waaronder het plaatsen van plexiglas schermen en het beschikbaar stellen van handgel, mondkapjes en PCR-testen. Daarnaast werd besloten om alle vergaderingen, inclusief de gemeenteraads- en collegevergaderingen, digitaal te laten plaatsvinden. Toen de richtlijnen met betrekking tot thuiswerken in september 2020 werden versoepeld, zijn tot slot alle gemeentelijke gebouwen door het team Gebouwen en Facilitaire Zaken van de gemeente coronaproof gemaakt. Naast maatregelen ten aanzien van de fysieke werkomgeving, heeft de gemeente ook maatregelen genomen om de mentale gezondheid van medewerkers te bewaken.

Op verschillende momenten zijn er bijvoorbeeld attenties naar medewerkers gestuurd, om hen te bedanken voor de geleverde inzet en om ze een hart onder de riem te steken. Ook is er expliciet begrip opgebracht voor eventuele vertragingen die als gevolg van het thuiswerken, ziekte, of andere aan de coronapandemie gerelateerde omstandigheden zouden ontstaan. Bij een (te) hoge werkdruk zijn bestaande formaties bovendien uitgebreid met medewerkers van binnen of buiten de eigen organisatie. Bevorderen inspraak en participatie Vanaf het begin heeft de gemeente actief gezocht naar manieren om inwoners en anderen te betrekken bij besluitvormingsprocessen. Tweewekelijkse (en later maandelijkse) bijpraatsessies tussen de gemeenteraad en het college waren bijvoorbeeld vanaf mei 2020 openbaar, waardoor geïnteresseerden deze digitaal konden bijwonen. Daarnaast heeft de gemeente ook hard gewerkt aan het laten doorgaan van inspraak- en participatietrajecten, waarvoor zij onder meer een Handboek Digitale Participatie heeft laten opstellen. Concreet heeft er tijdens de coronapandemie ten minste één digitaal participatietraject plaatsgevonden, voor de herinrichting van groen- en speelplekken in Plantage De Sniep Noord, en is er een aantal online enquêtes uitgezet.

Inrichting crisisorganisatie en besluitvorming over coronamaatregelen De besluitvorming over deze lokale maatregelen wordt tot de invoering van de Tijdelijke Wet Maatregelen COVID-19 voorbereid door een ambtelijk crisisteam, dat in het begin dagelijks bijeenkomt. Later werd dit twee keer per week, daarna één keer per week. In het crisisteam hebben onder meer het hoofd dienstverlening, een beleidsmedewerker OO&V, een strategisch communicatieadviseur en de plaatsvervangend gemeentesecretaris zitting. De uitkomsten worden besproken met de burgemeester. Na de invoering van de Tijdelijke Wet vindt besluitvorming zoveel mogelijke via reguliere kanalen plaats, al komt ook het crisisteam in deze periode nog bij elkaar. Naast het crisisteam, dat zich hoofdzakelijk richt op de uitvoering van landelijke en regionale maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan en het beheersen van

17

maatschappelijke effecten, wordt er in maart 2020 ook gestart met het project Herstelfase; een tijdelijk project, dat als doel heeft om integrale plannen op te stellen die het herstel na de coronapandemie bevorderen. Die plannen zouden zich zowel moeten richten op het herstel van de gemeentelijke organisatie, als op het maatschappelijke leven in brede zin. Het project heeft een regionale evenknie binnen de VrAA, waarin voorgenomen plannen worden afgestemd.

1.3. Rol van de gemeenteraad Rol en informatievoorziening gemeenteraad Tot de invoering van de Tijdelijke Wet Maatregelen COVID-19 is de rol van de gemeenteraad in het vaststellen van (lokale) maatregelen beperkt; aangezien de gemeente hoofdzakelijk uitvoering geeft aan ministeriële regelingen die in regionale noodverordeningen worden vastgelegd, is er weinig ruimte voor actieve sturing door de gemeenteraad. Na invoering van de Tijdelijke Wet is deze ruimte er wel, met uitzondering van bevoegdheden die onder de wet uitsluitend de burgemeester toebehoren. Gesprekspartners geven aan dat er tijdens de coronapandemie vanuit het college veel aandacht is geweest voor de relatie met de raad, waardoor zij sterk het gevoel hebben dat er draagvlak was voor de genomen maatregelen. De gevoelens van de raad zijn regelmatig gepeild en gesprekspartners hebben geen signalen ontvangen dat de raad ontevreden was. Zijn controlerende rol vervult de raad onder meer op basis van raadsbrieven en tweewekelijkse bijpraatmomenten met het college, waarin raads- en collegeleden van gedachten kunnen wisselen over relevante ontwikkelingen. De raadsbrieven ontvangt de raad in de periode maart-april 2020 wekelijks, in de periode mei-juni 2020 tweewekelijks en daarna maandelijks, ter voorbereiding op informatieve raadsvergaderingen.

Naast de raadsbrieven van het college, ontvangt de raad op gezette tijden ook informatie vanuit de veiligheidsregio. Tot slot ontvangt de raad aanvullende informatie van het college als ontwikkelingen daar aanleiding toe geven, in aanvulling op incidentele brieven van instanties als de GGD, het RIVM, of het Rijk. Daadwerkelijke controle vindt gedurende de gehele coronapandemie plaats; in de raadsbrieven wordt een aantal keer verwezen naar (schriftelijke) vragen die door verschillende fracties worden gesteld. Raadsvergaderingen Vanaf 14 april 2020 vinden alle raadsvergaderingen, met uitzondering van een korte periode na het zomerreces van 2020, tot juli 2021 digitaal plaats. Dit geldt ook voor de informatieve raadsvergaderingen, die in ieder geval vanaf september 2020 maandelijks plaatsvinden. De raad werkt met Microsoft Teams en krijgt op een gegeven moment een eigen YouTube-kanaal om de raadsvergaderingen openbaar te kunnen laten plaatsvinden. Gesprekspartners geven aan dat de vergaderingen over het algemeen goed verliepen; van technische problemen zou nauwelijks sprake zijn geweest, zeker nadat raadsleden gaandeweg handiger werden in het gebruik van de digitale vergaderfaciliteiten. Juist het digitale medium droeg eraan bij dat de vergaderingen gestructureerd verliepen.

Hoewel er een voorkeur is – onder de gesprekspartners, maar ook onder de meeste raadsleden – voor een fysieke raadsvergadering, leent het digitaal vergaderen zich goed voor het meer interne raadswerk waar geen of weinig politiek bij komt kijken. Het is een efficiënte en ordelijke manier van werken, zo wordt aangegeven. Met betrekking tot openbare raadsvergaderingen vergadert men echter liever fysiek. Het informele en fysieke contact werd gemist. Er was veel minder gelegenheid om zaken tijdens de vergadering naar elkaar uit te spreken, of na te praten na afloop.

18

Wanneer een vergadering fysiek plaatsvindt, wordt na afloop vaak wat tijd besteed aan het evalueren van de vergadering. Dat vond nu nagenoeg niet plaats.

2. Taakuitvoering In dit hoofdstuk beschrijven we het eerste deel van de resultaten van een vragenlijst onder collegeleden, raadsleden en leden van de ambtelijke organisatie. In dit deel van de vragenlijst werden zij bevraagd over de mate waarin zij hun persoonlijke taken en verantwoordelijkheden konden vervullen, het effect dat maatregelen om het functioneren van de gemeentelijke organisatie te bevorderen hierop hebben gehad en de zaken die volgens hen goed gingen of juist beter konden. Daarbij ging het uitsluitend over taken en verantwoordelijkheden die zij zonder (directe) medewerking van anderen vervulden. Over taken en verantwoordelijkheden die samenwerking vereisten, werden zij in een ander deel van de vragenlijst bevraagd.

2.1. Persoonlijke taakuitvoering Invullers zijn in meerderheid van mening dat zij hun werk ondanks de coronamaatregelen konden doen; een ruime meerderheid van de ondervraagde raads- en collegeleden is het eens met de stelling “ondanks de geldende maatregelen kon ik mijn eigen werkzaamheden als [functie] goed uitvoeren”. Wethouders zijn hier overigens wel beduidend positiever over dan raadsleden. Zo zijn alle wethouders het eens met de stelling, tegenover een kleine meerderheid van de raadsleden.

Gesprekspartners verklaren dit gegeven aan de hand van het feit dat een deel van de raad het liefst weer zo snel mogelijk fysiek wilde vergaderen. Omdat de raad een voorbeeldfunctie heeft, is echter gekozen om raadsvergaderingen digitaal plaats te laten vinden. Aanvullend geven gesprekspartners aan dat de digitale vergaderstructuur net vóór de uitbraak van het coronavirus gereed was. Dit was toeval, maar zorgde er volgens hen wel voor dat de omschakeling naar digitaal vergaderen over het algemeen soepel verliep.

19

De mate waarin invullers hun taken konden vervullen, vertoont een vergelijkbaar patroon. Alle ondervraagde wethouders geven aan dat zij ondanks de geldende maatregelen voldoende konden bijdragen aan het besturen van de gemeente en negen van de elf ondervraagde raadsleden aangeven dat zij het beleid voldoende konden controleren. Over het uitvoeren van hun controlerende rol zijn de raadsleden weer positiever dan over de mate waarin zij kaders kunnen stellen; met die stelling waren slechts zeven van de elf ondervraagde raadsleden het eens.

Gesprekspartners benadrukken dat de raad uitvoerig is geïnformeerd, zowel via de meer algemene raadsbrieven als via meer specifieke (financiële) rapportages. De raad zou goed zijn meegenomen in het besluitvormingsproces, wat volgens de gesprekspartners ook blijkt uit het volgens hen geringe aantal raadsvragen; dit aantal zou in omringende gemeenten veel hoger zijn geweest.

2.2. Effect van maatregelen om het functioneren van de gemeentelijke organisatie te ondersteunen Een ruime meerderheid van alle invullers is van mening dat de gemeentelijke maatregelen een bijdrage hebben geleverd aan de mate waarin zij hun werkzaamheden konden uitvoeren; een kleine tachtig procent van de ondervraagde ambtenaren, raadsleden en collegeleden is het eens met de stelling “de gemeente Diemen heeft maatregelen genomen waardoor ik mijn eigen werkzaamheden als [functie] zo goed mogelijk kon blijven uitvoeren”.

20

Bij een vervolgvraag geven invullers aan dat toegang tot digitale documenten, de informatievoorziening over genomen maatregelen en software om thuis te kunnen werken het meest hebben geholpen, gevolgd door mogelijkheden om incidenteel op het gemeentehuis te werken, apparatuur om thuis te kunnen werken en mogelijkheden om een goede thuiswerkplek in te richten. Tot slot noemden enkele invullers in deze context de digitale infrastructuur, het organisatiemodel, de thuiswerkvergoeding en de toegang tot fysieke documenten.

21

3. Samenwerking In dit hoofdstuk beschrijven we de resultaten van het tweede deel van de vragenlijst, dat specifiek betrekking had op de wijze waarop en de mate waarin collegeleden, raadsleden en leden van de ambtelijke organisatie konden samenwerken met anderen. Daarbij werd onderscheid gemaakt tussen samenwerking binnen en buiten de gemeentelijke organisatie. Naast de samenwerking zelf, werd ook het effect hierop van maatregelen om het functioneren van de gemeentelijke organisatie te ondersteunen, in dit deel aangesneden. Daarnaast is er in dit deel ook gevraagd naar de zaken die goed gingen, of juist beter konden.

3.1. Samenwerking met interne collega’s Een meerderheid van alle ondervraagde ambtenaren, raadsleden en collegeleden is het eens met de stelling “ondanks de geldende maatregelen kon ik goed samenwerken met directe collega’s binnen de gemeente”; een kleine tachtig procent van de invullers geeft aan het hier enigszins eens, eens of helemaal eens mee te zijn. Ondervraagde collegeleden en ambtenaren zijn hier positiever over dan raadsleden. Van de eerste twee groepen is vrijwel iedereen het eens met de stelling, van de raadsleden iets meer dan zestig procent.

Gesprekspartners geven hierover aan dat het fysieke contact in algemene zin, maar in het bijzonder door raadsleden, erg wordt gemist. Zeker bij raadsvergaderingen werden de wandelgangen gebruikt om gebeurtenissen op informele wijze te evalueren. Het digitale alternatief kan dit maar deels vervangen. De partners sluiten niet uit dat raadsleden hierdoor vaker of langer met zaken zijn blijven rondlopen dan anders het geval was geweest. De mogelijkheid om elkaar informeel te treffen werd volgens de gesprekspartners ook door collegeleden gemist. Zij zouden dit echter hebben gezien als een gegeven, waar iedereen zich naar diende te schikken.

22

3.2. Samenwerking met externe collega’s Het beeld voor de samenwerking met externe partijen, zoals uitvoeringsorganisaties, belangengroepen en andere overheden, is vergelijkbaar. Ook in dit geval is een kleine tachtig procent van alle invullers het eens met de stelling “ondanks de geldende maatregelen kon ik goed samenwerken met externe partijen”. Raadsleden zijn hierover negatiever dan wethouders en ambtenaren, al is het verschil kleiner dan bij de samenwerking met directe collega’s. Gesprekspartners erkennen dat digitale alternatieven er niet altijd in slagen om fysieke bijeenkomsten te vervangen, maar benadrukken dat er vanaf het begin is geprobeerd om dit zoveel mogelijk te faciliteren.

3.3. Effect van maatregelen om het functioneren van de gemeentelijke organisatie te ondersteunen Invullers zijn ook in meerderheid van mening dat gemeentelijke maatregelen hebben bijgedragen in de mate waarin zij met anderen konden samenwerken; een kleine tachtig procent is het eens met de stelling “de gemeente Diemen heeft maatregelen genomen waardoor ik zo goed mogelijk kon blijven samenwerken met anderen wanneer dit nodig was”. Wethouders zijn hierover veruit het positiefst; alle ondervraagde wethouders zijn het (zeer) eens met de stelling. Van de ondervraagde raadsleden is slechts één het oneens met de stelling.

23

Met name software om vanuit huis samen te kunnen werken, toegang tot digitale documenten en apparatuur om vanuit huis samen te kunnen werken, worden in dit kader genoemd, net als mogelijkheden om afspraken (veilig) fysiek te plannen, mogelijkheden om een goede thuiswerkplek in te richten en de toegang tot fysieke documenten. Tot slot geven enkele invullers aan dat ook de werkplanning, het onderlinge contact en de inzet van een niet nader gespecificeerde regionale denktank hebben geholpen.

3.4. Belemmeringen Net als bij de persoonlijke taakuitvoering voelen maar weinig collega’s zich belemmerd in de samenwerking met hun collega’s, zowel binnen als buiten de gemeentelijke organisatie. De invullers voor wie dit wel geldt, geven aan dat dit vooral komt doordat directe collega’s lastiger bereikbaar waren, afspraken niet door konden gaan en er geen mogelijkheid was tot fysiek contact. Voor de samenwerking met externe partners wordt in dit kader vooral genoemd dat afspraken langer duurden of rommeliger verliepen.

24

4. Processen In dit hoofdstuk beschrijven we de resultaten van het derde en laatste deel van de vragenlijst. In dit deel werden collegeleden, raadsleden en leden van de ambtelijke organisatie bevraagd over hun ervaringen met betrekking tot een aantal gemeentelijke processen, zoals de wijze waarop inwoners bij besluitvorming zijn betrokken, de wijze waarop de gemeente met inwoners heeft gecommuniceerd en de mate waarin beleidsprocessen zijn vertraagd. Ook is er in dit deel gevraagd naar het effect van de coronapandemie op de gemeentelijke financiën en handhavings- en toezichtactiviteiten, inclusief de wijze waarop de gemeenteraad hierover is geïnformeerd.

4.1. Burgerparticipatie Invullers zijn over het algemeen tevreden over de wijze waarop het contact tussen inwoners en de gemeente tijdens de coronapandemie is verlopen. Met de stelling “ondanks de geldende maatregelen hadden inwoners voldoende mogelijkheden om in te spreken bij raads- en commissievergaderingen” zijn bijvoorbeeld tien van de veertien ondervraagde wethouders en gemeenteraadsleden het eens, al zijn raadsleden hier beduidend negatiever over dan collegeleden.

Over de mate waarin inwoners betrokken werden bij het vormgeven en uitvoeren van beleid, zijn invullers iets minder positief; iets meer dan zestig procent van de ondervraagde raadsleden, wethouders en ambtenaren is het eens met de stelling “ondanks de geldende maatregelen werden inwoners voldoende betrokken bij het vormgeven en uitvoeren van beleid”. Ook hier valt op dat raadsleden minder positief zijn dan ambtenaren en wethouders. Vier van de elf ondervraagde raadsleden zijn het oneens met de stelling, tegenover geen van de andere invullers. Raadsleden zijn hierover overigens beduidend negatiever dan ambtenaren. Enkele invullers hebben het antwoord “weet ik niet / geen mening” gekozen.

25

Gesprekspartners geven aan dat er in de raad eerder zorgen zijn geuit over het feit dat veel fysieke vormen van participatie geen doorgang konden vinden. Zij vermoeden dan ook dat dit de reden is waarom sommige ondervraagde raadsleden vinden dat inwoners onvoldoende betrokken zijn bij het vormgeven en uitvoeren van beleid. Zelf beschouwen de gesprekspartners digitale participatie als een groot goed; het heeft een groter bereik dan fysieke participatievormen en er zou tijdens de coronapandemie goed gebruik van zijn gemaakt.

4.2. Communicatie Over de wijze waarop de gemeente tijdens de coronapandemie met inwoners heeft gecommuniceerd, zijn invullers ook in meerderheid tevreden. Zo is ruim tachtig procent van de invullers van mening dat de gemeente duidelijk en een kleine tachtig procent dat de gemeente voldoende met inwoners heeft gecommuniceerd. Raadsleden zijn hierover iets negatiever, al is geen van de ondervraagde raadsleden het oneens met de stelling “de gemeente heeft voldoende met inwoners gecommuniceerd over de geldende maatregelen”. Enkele invullers hebben ook hier het antwoord “weet ik niet / geen mening” gekozen.

26

Gesprekspartners geven desgevraagd aan dat ze erg trots zijn op de wijze waarop de gemeente tijdens de coronapandemie met inwoners en anderen heeft gecommuniceerd. Het bereik zou veel groter zijn geweest dan voorheen. Een onderzoek van de veiligheidsregio, waaruit bleek dat Diemen bovengemiddeld effectief communiceerde, bevestigt dit volgens de partners.

4.3. Beleidsvorming Iets meer dan zestig procent van de ondervraagde ambtenaren, raadsleden en collegeleden is het eens met de stelling “niet-coronagerelateerde beleidsprocessen hebben vertraging opgelopen”. Voor wethouders geldt dit vaker dan voor ambtenaren en raadsleden. Hoewel van deze twee laatste groepen een meerderheid het eens is met de stelling, zijn er enkele invullers die het er juist (enigszins) mee oneens zijn.

Een toelichting op deze antwoorden door de gesprekspartners suggereert dat de vertraging vooral is opgetreden bij actualisaties van beleidsstukken, waaronder het vergunningenbeleid en het toezicht- en 27

handhavingsbeleid en OOV-projecten, zoals veiligheidsdagen, voorlichtingsdagen- en activiteiten, oefeningen crisisbeheersing en het actualiseren van draaiboeken. Ook de implementatie van de Omgevingswet en het opstellen van P&C-documenten zouden vertraging hebben opgelopen. Dit strookt deels met de verdeling van invullers over de verschillende beleidsterreinen; invullers die werkzaam zijn op volksgezondheid, milieu, veiligheid, wonen en het sociaal domein geven relatief vaker aan dat ze het eens zijn met de stelling dan invullers die op andere beleidsterreinen werkzaam zijn. Als (mogelijke) oorzaak van vertragingen wordt onder meer genoemd dat de coronapandemie veel van de ambtelijke organisatie heeft gevraagd, dat informatiemomenten en vormen van burgerparticipatie geen doorgang konden vinden, dat interne controles maar beperkt konden worden uitgevoerd en dat het contact met externe samenwerkingspartners lastig was. Daarbij gaat het vermoedelijk om een uitzondering; zoals eerder is aangegeven, zijn de meeste invullers hier juist erg tevreden over. Enkele invullers merken op dat de vertraging in beleidsvorming al snel weer was ingelopen, bijvoorbeeld door zaken op alternatieve wijze te organiseren. De gesprekspartners zien de vertraging vooral op uitvoeringsniveau en ten aanzien van beleidsvorming met een landelijke afhankelijkheid. Als voorbeeld wordt de Omgevingswet genoemd.

4.4. Financiën Ruim zestig procent van de invullers is het eens met de stelling “de gemeente Diemen heeft grip op de extra uitgaven die in het kader van de coronapandemie zijn gedaan”.

Op een tweede stelling, over de wijze waarop de gemeenteraad over de financiële impact van de coronapandemie is geïnformeerd, zijn ondervraagde gemeenteraadsleden en wethouders verdeeld; hoewel een meerderheid van de invullers het eens is met de stelling, zijn met name enkele raadsleden het (zeer) oneens.

28

Gesprekspartners geven desgevraagd aan deze resultaten niet te herkennen. Er zou geen vertraging zijn opgelopen in het opstellen van P&C-documenten, waardoor raadsleden via reguliere kanalen op de hoogte zouden zijn gesteld van extra uitgaven. Dit laatste wordt door geanalyseerde documenten gestaafd. Een mogelijke verklaring die door de gesprekspartners wordt aangedragen, is dat een tweede financiële rapportage over de coronapandemie pas na sluiting van de vragenlijst is opgeleverd. De gesprekspartners hebben geen signalen ontvangen dat raadsleden ontevreden zouden zijn over de informatievoorziening met betrekking tot het effect van de coronapandemie op de gemeentelijke financiën.

4.5. Toezicht en handhaving Met de stelling dat het handhaven van de coronamaatregelen ten koste is gegaan van reguliere handhavingsactiviteiten, zijn beduidend meer invullers het eens dan oneens. Wel geeft een derde aan hier geen mening over te hebben, of het niet te weten. Ambtenaren zijn het vaker (helemaal) eens met de stelling dan raadsleden of wethouders.

29

Over de mate waarin de gemeenteraad hierover voldoende geïnformeerd is, zijn ondervraagde wethouders en gemeenteraadsleden in meerderheid tevreden; slechts één raadslid is het (zeer) oneens met de stelling “de gemeenteraad is voldoende geïnformeerd over de gemeentelijke handhaving van de coronamaatregelen”.

Gesprekspartners geven aan deze resultaten deels te herkennen. Zo klopt het volgens hen dat de handhaving van coronamaatregelen ten koste is gegaan van reguliere handhavingsactiviteiten, maar benadrukken ze ook dat er behoorlijk is opgeschaald. Bovendien is er in iedere raadsbrief over de coronapandemie expliciet aandacht besteed aan het thema handhaving en is dit onderwerp ook in brieven van de veiligheidsregio aangesneden. De gesprekspartners stellen ook dat het college en de raad regelmatig met elkaar in gesprek zijn geweest over de handhaving. Wel was het volgens hen zo dat de meningen onderling konden verschillen over hoe streng er moest worden opgetreden.

30

Bijlage 1. Vragenlijst Vraag 1 Vraagtype: enkele keuze | Randomiseren: nee | Vraag filter: Wat is uw functie? a. b. c.

wethouder gemeenteraadslid ambtenaar

Vraag 2 Vraagtype: meerkeuze | Randomiseren: nee | Vraag filter: Met welk(e) beleidsterrein(en) houdt u zich het meest bezig? U kunt meerdere antwoorden kiezen. a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.

Bestuur en ondersteuning Economie Onderwijs Sociaal domein Sport, cultuur en recreatie Veiligheid Verkeer en vervoer Volksgezondheid en milieu Wonen en bouwen Anders, namelijk: [open invulveld] Ik richt mij niet op specifieke beleidsterreinen

Tekstblok In het volgende deel van de vragenlijst stellen we u graag een aantal vragen over de wijze waarop uw de afgelopen tijd uw werkzaamheden kon uitvoeren. Daarbij maken we onderscheid tussen uw ‘eigen werkzaamheden’ en ‘werkzaamheden in samenwerking met anderen’. Hoewel we weten dat een groot deel van uw werkzaamheden in samenwerking is (bijvoorbeeld overleggen), vragen we u bij de komende vragen te denken aan uw ‘eigen werkzaamheden’. Dit zijn werkzaamheden die u onafhankelijk van anderen kunt uitvoeren. Daarnaast spreken we in de hierop volgende vragen op enkele momenten over geldende maatregelen. Hiermee worden de maatregelen bedoeld die de gemeente zelf heeft ingesteld of heeft overgenomen in het kader van het landelijk beleid in het kader van COVID-19 in de periode vanaf maart 2020. Denk bijvoorbeeld aan zoveel mogelijk thuiswerken, beperkte mogelijkheden om fysiek te vergaderen en de avondklok. Vraag 3 Vraagtype: slidervraag (7puntsschaal) | Randomiseren: nee | Vraag filter: alleen aan wethouders en gemeenteraadsleden gesteld Wat vindt u van de onderstaande stelling? “Ondanks de geldende maatregelen kon ik mijn eigen werkzaamheden als [[antwoord vraag 1]] goed uitvoeren” Kies op de schuifbalk de plek die het best bij uw mening past. Helemaal oneens < - - - - - > •

Helemaal eens

Weet ik niet / geen mening

Vraag 4 Vraagtype: meerkeuze | Randomiseren: ja | Vraag filter: tonen als vraag 3 is oneens, alleen aan wethouders en gemeenteraadsleden gesteld Hoe voelde u zich met name belemmerd in uw eigen werkzaamheden als [[antwoord vraag 1]]?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=6003db24-1156-4c0f-afb6-b3343f23403c