Regels_BP_Kruidenhof 26 te Diemen_05-10-2021.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Kruidenhof 26 e.o. Vaststelling NL.IMRO.0384.BPkruidenhof-OW01 Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling 5 oktober 2021
INHOUD REGELS
1
Inleidende regels
3
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
3 6
2
Bestemmingsregels
8
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5
Centrum Verkeer Waarde - Archeologie 2
8 10 11
3
Algemene regels
13
Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Anti-dubbeltelregel Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
13 13 13 14
4
Overgangs- en slotregels
15
Artikel 10 Artikel 11
Overgangsrecht Slotregel
15 15
Bijlage Bijlage 1: Staat van Horeca-activiteiten
De verbeelding Verbeelding met legenda
1 Artikel 1
Inleidende regels Begrippen In deze regels wordt verstaan onder:
1.1
plan het bestemmingsplan ‘Kruidenhof 26 e.o.’ met identificatienummer NL.IMRO.0384.BPkruidenhof-OW01 van de gemeente Diemen;
1.2
bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlage;
1.3
aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;
1.4
aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;
1.5
aan huis gebonden beroep of bedrijf beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteit die door de bewoner(s) wordt uitgeoefend en die door zijn aard, omvang en intensiteit ondergeschikt is aan en passend is bij de woonfunctie;
1.6
antenne-installaties een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie;
1.7
bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;
1.8
bedrijfsvloeroppervlakte (bvo) de totale vloeroppervlakte van een ruimte die wordt gebruikt voor een (dienstverlenend) bedrijf of een instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke;
1.9
bestaand a bestaande bouwwerken: bestaand ten tijde van de terinzagelegging van het bestemmingsplan als ontwerp, dan wel mogen worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning; b bestaand gebruik: bestaand ten tijde van het in werking treden van het bestemmingsplan;
1.10
bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak;
3
1.11
bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;
1.12
bouwen het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk;
1.13
bouwgrens de grens van een bouwvlak;
1.14
bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder en kap;
1.15
bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolgde de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten;
1.16
bouwperceelgrens de grens van een bouwperceel;
1.17
bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;
1.18
bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct hetzij indirect steun vindt in of op de grond;
1.19
dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw;
1.20
dakopbouw / gevelopbouw een toevoeging aan de bouwmassa door wijziging van het dak, al dan niet gepaard gaand met het verhogen van de nok- of goothoogte, waardoor het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert.
1.21
detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit;
1.22
dienstverlening het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden. Onder dienstverlening wordt ook begrepen schoenmakers, kappers, fietsenmakers en vergelijkbare bedrijven;
4
1.23
eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond;
1.24
escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend (escortservices, bemiddelingsbureaus, overige);
1.25
gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;
1.26
hoofdgebouw een gebouw dat op een bouwperceel door zijn aard, functie, constructie of afmetingen als belangrijkste gebouw valt aan te merken;
1.27
horeca het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of het bedrijfsmatig verstrekken van logies, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie;
1.28
kantoor voorzieningen gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, al dan niet met baliefunctie;
1.29
kap of kapverdieping een ruimte in een gebouw, die door overwegend schuine dakvlakken wordt begrensd;
1.30
kelder een ondergronds (gedeelte van een) gebouw;
1.31
peil 1 voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; 2 voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; 3 indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); 4 in alle andere gevallen de hoogte van het afgewerkte bouwterrein;
1.32
prostitutie het zich ten behoeve van een ander tegen vergoeding beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten;
5
1.33
raamprostitutie het etaleren van prostituees achter vensters, met de kennelijke intentie passanten te werven voor prostitutie;
1.34
seksinrichting de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, sekssauna, al dan niet in combinatie met elkaar;
1.35
straatmeubilair bouwwerken van beperkte omvang en met een openbare functie, zoals lantaarnpalen, abri's, telefooncellen, zitbanken, rijwielstandaards, speelwerktuigen, gedenktekens, informatiezuilen (inclusief de aan deze bouwwerken bevestigde reclameobjecten);
1.36
woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
Artikel 2
Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:
2.1
bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil verticaal tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, trappenhuizen, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen, met dien verstande dat de bouwhoogte van een signing als volgt wordt gemeten: vanaf het dak verticaal tot aan het hoogste punt van de signing;
2.2
goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeiboord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;
2.3
inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
2.4
ondergeschikte bouwdelen bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevelen kroonlijsten, luifels, erkers, balkons, trappenhuizen en overstekende daken buiten beschouwing gelaten mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 meter;
6
2.5
oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
2.6
verticale diepte van een gebouw de diepte van een gebouw, gemeten vanaf het peil tot aan het diepste punt van het gebouw.
7
2 Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels Centrum Bestemmingsomschrijving De voor 'Centrum' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a woningen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding ‘wonen’ op de begane grond uitsluitend woningen zijn toegestaan; b detailhandel, uitsluitend op de begane grond; c dienstverlening, uitsluitend op de begane grond; d horeca binnen categorie 1 of 2 van de Staat van Horeca-activiteiten, zoals opgenomen in Bijlage 1, uitsluitend op de begane grond waarbij het maximaal bruto2 vloeroppervlak niet meer dan 375 m mag bedragen; e een laad- en losplaats, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘laad- en losplaats’; f ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang', tevens voor een onderdoorgang; met daaraan ondergeschikt: g aan huis gebonden beroep of bedrijf; met daarbij behorende wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en voorzieningen voor de waterhuishouding, tuinen en erven.
3.2 3.2.1
Bouwregels Algemeen a het gezamenlijk oppervlak van kelders mag ten hoogste 100% van het bestemmingsvlak bedragen; b kelders zijn toegestaan onder het gehele bestemmingsvlak tot een verticale diepte van diepte van 5 meter.
3.2.2
Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b de bouwhoogte mag maximaal bedragen wat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven.
3.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan tot een bouwhoogte van: 1 maximaal 8 meter voor palen en masten; 2 maximaal 2 meter voor terreinafscheidingen; 3 maximaal 3 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. b uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - signing’ is een signing toegestaan met een maximum bouwhoogte van 4 meter; c uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - luifel’ is een luifel toegestaan met een maximum bouwhoogte van 4,5 meter.
8
3.3
Specifieke gebruiksregels a Voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf gelden de volgende regels: 1 de voor de beroeps- of bedrijfsuitoefening te gebruiken vloeroppervlakte bedraagt ten hoogst 30% van de oppervlakte van het hoofdgebouw tot ten hoog2 ste 50 m ; 2 de activiteiten mogen geen afbreuk doen aan het karakter van de woning en de woonomgeving; 3 horeca is niet toegestaan, uitgezonderd een bed & breakfast tot maximaal 4 bedden; 4 detailhandel is niet toegestaan, uitgezonderd detailhandel in schriftelijke opdracht, zonder levering ter plaatse en ondergeschikte, niet zelfstandige detailhandel; 5 er mag geen onevenredige milieu- of verkeershinder ontstaan; 6 het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning waarbij ten hoogste 1 fte in dienstverband extra is toegestaan. b ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - ondergeschikte voorzieningen' zijn op de tweede bouwlaag uitsluitend ondergeschikte voorzieningen ten behoeve van detailhandel toegestaan, zoals een kantine, magazijnruimte en/of kantoor.
9
Artikel 4 4.1
Verkeer Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a wegen; b voet- en fietspaden; c verblijfsgebieden; met daarbij behorende: d langzaam - verkeersvoorzieningen; e parkeervoorzieningen; f speelvoorzieningen; g straatmeubilair; h nutsvoorzieningen; i groenvoorzieningen, bermen en taluds; j water en waterhuishoudkundige voorzieningen; k bruggen en viaducten; l voorzieningen ter bevordering van de milieukwaliteit zoals geluid- en luchtkwaliteitschermen.
4.2 4.2.1
Bouwregels Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a gebouwen zoals fietsenstallingen, wachtershuisjes, gemaalgebouwtjes en trafohuisjes zijn toegestaan tot een bouwhoogte van 3 meter; 2 b de oppervlakte per gebouw mag niet meer dan 20 m bedragen, behoudens bestaande gebouwen.
4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan tot een bouwhoogte van 8 meter.
10
Artikel 5
Waarde - Archeologie 2
5.1
Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende besluitvlak(ken), primair bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden.
5.2 5.2.1
Bouwregels Algemeen Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een inventariserend veldonderzoek heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, tenzij: 2 a de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden tot ten hoogste 500 m en het bouwwerk niet dieper dan 0,5 meter onder peil wordt geplaatst; b uit aanvullend bureau-onderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is en er geen nader archeologisch onderzoek nodig is.
5.2.2
Omgevingsvergunning voor bouwen Indien uit een inventariserend veldonderzoek blijkt dat archeologische waarden vanwege voorgenomen bouwactiviteiten zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: a de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b de verplichting tot het doen van opgravingen; c de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
5.3 5.3.1
Nadere eisen Eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen, met betrekking tot de situering van bouwwerken, indien een inventariserend veldonderzoek daartoe aanleiding geeft.
5.3.2
Toepassen De bevoegdheid onder lid 5.3.1 wordt toegepast met het oog op de bescherming van archeologische waarden en deze in situ te behouden.
5.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte van meer 2 dan 500 m , en op een diepte van 0,5 meter of meer: a het uitvoeren van graafwerkzaamheden en grondbewerkingen, waartoe worden gerekend egaliseren, roeren, omwoelen van gronden, aanleggen en verbreden van water, het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van
5.4.1
11
objecten in de bodem en het verlagen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; b het aanbrengen van drainage; c het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen. 5.4.2
Uitzonderingen Het in lid 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden welke: a het normale onderhoud en beheer betreffen; b reeds in uitvoering zijn op het tijdstip waarop het plan rechtskracht verkrijgt; c mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende vergunning.
5.4.3
Voorwaarden De in lid 5.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts en alleen verleend indien: a de archeologische belangen of de mogelijkheden van archeologisch onderzoek niet onevenredig worden aangetast.
12
3
Algemene regels
Artikel 6
Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Artikel 7 7.1 7.1.1
Artikel 8
Algemene gebruiksregels Strijdig gebruik Algemeen Als een verboden gebruik wordt in ieder geval beschouwd een gebruik van gronden, bouwwerken en/of water: a als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b voor het (doen) uitoefenen van straatprostitutie; c voor het (doen) exploiteren van een seksinrichting, een escortbedrijf of (het laten uitoefenen van) raamprostitutie; d voor ligplaatsen voor woonschepen; e voor speelautomatenhallen.
Algemene afwijkingsregels Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en er op grond van de regels in Hoofdstuk 2 niet eerder kon worden afgeweken, bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het bestemmingsplan, voor: a overschrijding van bouw- en/of bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 5 meter bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot; b het oprichten van bouwwerken voor infrastructurele en openbare voorzieningen met dien verstande dat de bouwhoogte ten hoogste 6 meter en de oppervlakte van 2 een gebouw ten hoogste 20 m bedraagt; c het overschrijden van de bouw- en goothoogten van gebouwen met ten hoogste 10%; d het overschrijden van de bouwhoogten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde met ten hoogste 20%; e het overschrijden van de verticale bouwdiepten voor ondergrondse bouwwerken met ten hoogste 5 meter;
13
f
het overschrijden van bouw- en/of bestemmingsgrenzen voor balkons, galerijen, luifels, entreepartijen, buitentrappen en soortgelijke onderdelen, van gebouwen met niet meer dan 3 meter; g het oprichten van voorzieningen ter bevordering van de milieukwaliteit, zoals geluidsschermen en luchtkwaliteitschermen; h het overschrijden van bouw- en/of bestemmingsgrenzen met maximaal 1,5 meter ten behoeve van een overbouwing, mits op een hoogte boven de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw.
Artikel 9
Overige regels
9.1
Verwijzing naar andere regelgeving Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar een wet, een algemene maatregel van bestuur, een verordening, een richtlijn of een andere (wettelijke) regeling, dan geldt deze wet, algemene maatregel van bestuur, verordening, richtlijn of andere (wettelijke) regeling zoals die luidt dan wel van kracht is op het moment van de vaststelling van dit plan.
9.2 9.2.1
Parkeren Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of voor de verandering van de functie van een bouwperceel wordt slechts verleend, indien is aangetoond dat wordt of zal worden voldaan aan de maximum parkeernormen, zoals opgenomen in de CROWpublicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen', zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag omgevingsvergunning en dat indien deze publicatie gedurende de planperiode wordt gewijzigd, rekening wordt gehouden met de wijziging.
9.2.2
Afwijken van de parkeernormen Er mag middels een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in lid 9.2.1 mits er kan worden aangetoond dat een lagere parkeernorm voor voldoende parkeergelegenheid zorgt en/of de benodigde parkeerruimte op andere wijze wordt voorzien.
14
4 Artikel 10
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
10.1
Overgangsrecht bouwwerken a Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1 gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2 na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 10.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c Lid 10.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
10.2
Overgangsrecht gebruik a Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 10.2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met het bestemmingsplan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c Indien het gebruik, bedoeld in lid 10.2 sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d Lid 10.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 11
Slotregel Deze regels kunnen worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan ‘Kruidenhof 26 e.o.’.
15