CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel onderhoud openbare buitenruimte

Informatieve raadsvergadering 15 mei 2025, gemeente DiemenBij agendapunt: Onderhoud openbare buitenruimte4.313 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoordracht

Onderwerp:

Onderhoud openbare buitenruimte

Datum:

15 april 2025

Portefeuillehouder:

Matthijs van den Berg

Team:

Infra

Steller:

Hugo Noordman

Gevraagde beslissing: 1. Niet elk groot onderhoud koppelen aan een herinrichting; 2. De ambitieniveaus voor onderhoud vaststellen; 3. De nog lopende projecten groot onderhoud betalen vanuit de voorzieningen, nieuwe projecten activeren en de randvoorwaarden hiervoor (start afschrijving en afschrijvingstermijn) vast te leggen bij de actualisatie van de Nota Activa en rentebeleid. Relevante achtergrondinformatie Voorgeschiedenis Diemen is grotendeels gebouwd op een slappe bodem. Daardoor zakt de bodem onder het gewicht van het dorp. Dit vraagt om intensief groot onderhoud aan de openbare buitenruimte. In buurten waar de bodem sneller daalt, is eerder groot onderhoud nodig dan in buurten waar de bodem langzamer daalt. Bij groot onderhoud hogen we de openbare ruimte op en richten we die opnieuw in. Een groot deel van de materialen vervangen we daarbij. Denk daarbij aan de wegverharding, riolering, afvalcontainers, groen, speelplaatsen, oevers, civiele kunstwerken (bruggen, tunnels etc.), straatmeubilair en openbare verlichting. Momenteel betalen we de werkzaamheden voor het grootste deel vanuit voorzieningen. Dat zijn een soort spaarpotten die we gevuld houden door ieder jaar bedragen toe te voegen aan deze spaarpotten: de dotaties. Die jaarlijkse dotaties komen terug op de begroting. Een klein deel van het groot onderhoud betalen we met subsidies en investeringen.

We vernieuwen de planning voor het groot onderhoud om de twee jaar. We inspecteren daarvoor de technische staat van de openbare buitenruimte in de verschillende buurten en bepalen of het geplande groot onderhoud eerder moet plaatsvinden, of juist langer kan wachten. Ook kijken we of er genoeg geld in de voorzieningen zit om het werk voor de komende jaren te kunnen uitvoeren. Naast groot onderhoud voeren we ook klein onderhoud uit. Dat zijn kleinere werkzaamheden die we regelmatig uitvoeren om de openbare ruimte functioneel te houden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan straatvegen, bomen snoeien, grasmaaien, zwerfvuil opruimen en kleine wegschades repareren. De kosten voor dit klein onderhoud betalen we niet vanuit voorzieningen, maar direct vanuit de begroting. In 2024 hebben we de planning en de kostenraming van het groot onderhoud herzien. Op advies van de accountant en de provincie hebben we hierbij niet alleen de buurten die binnenkort aan de beurt zijn meegenomen, maar de hele openbare buitenruimte van Diemen. Daarmee kijken we zo’n 40 jaar vooruit. Tegelijkertijd hebben we ons klein onderhoud geëvalueerd. We hebben in beeld gebracht welk klein onderhoud we uitvoeren, hoeveel geld hiervoor nodig is en hoeveel geld er beschikbaar is in de begroting. Bijlage 1 geeft een overzicht van het areaal dat we onderhouden.

Op 4 februari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders kennisgenomen van de resultaten. Op 6 februari 2025 hebben we de gemeenteraad hierover bijgepraat.

Pagina 1 van 9

Concrete aanleiding De belangrijkste financiële conclusies uit de evaluatie zijn: 1. Met het huidige beleid schatten we de kosten voor groot onderhoud in op gemiddeld ongeveer € 8,75 miljoen per jaar. We storten momenteel ongeveer € 2,9 miljoen per jaar in de voorzieningen. Daar bovenop ontvangen we voor onze projecten regelmatig subsidies van bijvoorbeeld het rijk, de provincie of de Vervoerregio Amsterdam (VRA). Een voorbeeld is de subsidie van de VRA voor de aanleg van asfaltfietspaden en snelheidsremmende maatregelen langs de verkeersstructuur in Diemen Zuid. Maar deze subsidies gaan bij de meeste projecten niet over miljoenen. We verwachten dus niet dat subsidies het verschil tussen kosten en dotaties helemaal overbruggen. Hoewel er voor de lopende werkzaamheden nog genoeg geld in de voorzieningen staat, stevenen we voor toekomstige werkzaamheden dus af op een tekort. 2. Met het huidige beleid zijn de kosten voor klein onderhoud geraamd op ongeveer € 5,2 miljoen per jaar, met 2024 als peiljaar. In de begroting van 2024 was hiervoor ongeveer € 4,7 miljoen beschikbaar. De betaalbaarheid en kwaliteit van het klein onderhoud staat dus onder druk. In de begroting voor 2025 is het budget al verhoogd naar ongeveer € 5 miljoen per jaar. Maar bovenstaande conclusies vragen meer maatregelen. Er zijn twee knoppen waar we aan kunnen draaien: kwaliteit en geld.

De afgelopen periode hebben de ambtelijke organisatie, het college, de gemeenteraad en inwoners samengewerkt aan vernieuwd, integraal beleid voor het onderhoud van de openbare buitenruimte. We brengen kwaliteit en geld daarbij in balans. Het resultaat hiervan brengen we samen in het programma onderhoud openbare buitenruimte. Dit programma is de opvolger van het kwaliteitsplan én het programma groot onderhoud. Het programma krijgt een aanpassing van de strategie bij groot onderhoud en een aanpassing van de ambitieniveaus. Het is aan de gemeenteraad om de belangrijkste kaders voor dit programma vast te stellen. Het college kan daarna het programma vaststellen. Zoals besproken in de bijpraatsessie van 6 februari 2025, heeft het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) ons tot het inzicht gebracht dat het inhoudelijk beter te onderbouwen is om groot onderhoud als investering te activeren op de balans. Dit betekent dat we niet meer vooraf sparen voor groot onderhoud, maar de investering afschrijven over de periode waarin we er gebruik van maken. Daarom kunnen we stoppen met de jaarlijkse dotaties aan de voorzieningen. In plaats daarvan nemen we jaarlijks budgetten voor groot onderhoud op in het investeringsplan. De gemeenteraad kan dan jaarlijks besluiten over de plannen voor het groot onderhoud en de budgetten.

Dit betekent ook dat we op termijn de voorzieningen kunnen opheffen. Het is aan de gemeenteraad om te besluiten wanneer we dat doen en hoe we het geld besteden dat nu nog in de voorzieningen staat. Inhoud en onderbouwing Beslispunt 1: Niet elk groot onderhoud koppelen aan een herinrichting De aanleiding voor groot onderhoud is vrijwel altijd het zakken van de bodem. Maar niet overal in Diemen zakt de bodem even snel. Dat betekent ook dat we niet overal even vaak groot onderhoud uitvoeren. In Diemen Noord moeten we bijvoorbeeld elke 15 jaar ophogen. In Diemen Centrum doen we dat gemiddeld om de 22 jaar, en in Diemen Zuid hoeft dat maar om de 30 jaar. Op dit moment houden we bij elke buurt die aan de beurt is voor groot onderhoud de volledige inrichting van de openbare ruimte tegen het licht. We noemen dit een herinrichting of opknapbeurt. Beleidsmedewerkers van de gemeente, bewoners en ontwerpers kijken daarbij samen hoe we de buurt beter kunnen inrichten. Dat verhoogt de kwaliteit van de inrichting. Maar het is natuurlijk ook duurder dan wanneer we de buurt alleen zouden ophogen en de inrichting hetzelfde blijft. Met het huidige beleid, waarbij we elk groot onderhoud koppelen aan een herinrichting, krijgen de buurten in Diemen Noord dus bijvoorbeeld twee keer zo snel een volledig nieuwe inrichting dan de buurten in Diemen Zuid (15 om 30 jaar).

In de toekomst willen we het groot onderhoud in buurten die relatief vaak aan de beurt zijn niet elke keer koppelen aan een herinrichting. De ene keer zullen we ons beperken tot het ophogen van de openbare ruimte, met zoveel mogelijk hergebruik van materialen. De keer erop richten we de openbare ruimte dan wel weer opnieuw in, met gebruik van nieuwe materialen. We doen dat dus om en om. In bijlage 2 staat een tabel met alle projecten groot

Pagina 2 van 9

onderhoud en de actuele planning. Daarin hebben we aangegeven of we bij het volgende groot onderhoud gaan herinrichten of alleen gaan ophogen en herstraten. Argumenten en keuzemogelijkheden beslispunt 1 Het ophogen van de openbare ruimte met hergebruik van materialen, is ongeveer 30% goedkoper dan het volledig opnieuw inrichten met nieuwe materialen. Door in een aantal buurten alleen op te hogen, en pas bij het volgende groot onderhoud weer opnieuw in te richten, besparen we geld. De gemiddelde jaarlijkse kosten voor groot onderhoud komen dan niet op ongeveer € 8,75 miljoen per jaar, maar op ongeveer € 7,25 miljoen per jaar. Het niet telkens herinrichten van buurten heeft ook andere voordelen. Het is bijvoorbeeld duurzamer om meer materialen te hergebruiken. Het is ook eerlijker voor bewoners van buurten waar we minder vaak groot onderhoud plegen. Zij moeten nu soms twee keer zo lang op een herinrichting wachten dan bewoners van sommige andere buurten. Er zijn daardoor binnen Diemen grote verschillen in de kwaliteit van de inrichting. Het is ook mogelijk om elk groot onderhoud te blijven koppelen aan een herinrichting. Dat kost dus wel gemiddeld ongeveer € 1,5 miljoen per jaar meer (€ 8,75 mln.) dan het voorgestelde besluit. Het is ook mogelijk om de openbare ruimte nooit opnieuw in te richten. Elk groot onderhoud gaat dan alleen maar over ophogen.

Dat kost gemiddeld ongeveer € 1,1 miljoen per jaar minder (€ 6,1 mln.) dan het voorgestelde besluit. Maar dat betekent ook dat we geen ambities kunnen waarmaken in de openbare ruimte en geen wensen van bewoners kunnen verwerken. We weten natuurlijk niet precies hoeveel subsidies we in de toekomst gaan binnenhalen voor het groot onderhoud. Maar we kunnen er hoe dan ook vanuit gaan dat het groot onderhoud, in alle hierboven omschreven scenario’s, zwaarder op de begroting gaat drukken dan het nu doet. De voorgestelde beslissing zien wij als de beste middenweg tussen het drukken van de kosten en het op peil houden van de kwaliteit van de openbare buitenruimte. Kanttekeningen en/of risico’s beslispunt 1 Minder vaak herinrichten betekent ook dat we minder ambities kunnen waarmaken. Het duurt in sommige buurten langer voordat we nieuwe inzichten kunnen verwerken in de openbare ruimte. Het betekent ook dat er minder participatiemomenten zijn, omdat we bij een deel van het onderhoud geen nieuw ontwerp maken. Ook leidt hergebruik van materialen soms tot afname van de aantrekkelijkheid. Tijdens het groot onderhoud in Buytenstee in 2014 hadden we ons bijvoorbeeld voorgenomen om zoveel mogelijk materiaal opnieuw te gebruiken. Dit leidde ertoe dat we stoepen deels met nieuw materiaal (ter vervanging van gebroken tegels) en deels met oud materiaal aanlegden. Daar was niet iedereen blij mee.

Uiteindelijk heeft de gemeenteraad toen besloten om toch overal nieuw materiaal toe te passen. Beslispunt 2: De ambitieniveaus voor onderhoud vaststellen We kunnen de openbare buitenruimte onderhouden op verschillende kwaliteitsniveaus. We onderscheiden in Diemen niveau A (hoogwaardig), B (goed) en C (voldoende). We hanteren verschillende kwaliteitsniveaus voor verschillende plekken. We onderscheiden daarbij vier gebiedstypen: centrumgebied, woonbuurt, bedrijventerrein en buitengebied. Daarnaast hebben we klein en groot onderhoud uitgesplitst in verschillende categorieën. Bij klein onderhoud onderscheiden we schoon en heel. Bij groot onderhoud onderscheiden we aantrekkelijk, uitnodigend, bereikbaar, gezond en veilig, biodivers en duurzaam. In bijlage 3 lichten we de kwaliteitsniveaus, gebiedstypen en categorieën toe. In onderstaande tabel staat voor elk van de categorieën welk kwaliteitsniveau we op welke plek willen gaan nastreven. Kwalitatief blijven het klein en groot onderhoud hiermee ongeveer op hetzelfde niveau als voorheen. Ambitieniveaus klein en groot onderhoud naar gebiedstype Centrumgebied Woonbuurt Bedrijventerrein Groot onderhoud Aantrekkelijk A B C Uitnodigend A B C

Pagina 3 van 9

Buitengebied B B

Bereikbaar Gezond en veilig Biodivers Duurzaam

A A B B

Schoon Heel

A A

B B A B Klein onderhoud B B

A B B B

C B A B

B B

B B

Hoe hoger het kwaliteitsniveau, hoe duurder het is om de openbare ruimte te onderhouden. Voor de categorieën die onder groot onderhoud vallen, is het heel moeilijk om de kosten per niveau en per gebiedstype te berekenen. Groot onderhoud is bij ieder project namelijk maatwerk en de indeling in categorieën en gebiedstypen doet daar onvoldoende recht aan. De ambitieniveaus voor het groot onderhoud moet je dus vooral zien als kaders. Bij de start van een nieuw project gaan we uitwerken wat die kaders voor dat specifieke gebied vragen en hoeveel geld daar precies mee is gemoeid. Het moment waarop we de investering daarvoor aanvragen is ook het moment waarop de gemeenteraad in de gelegenheid is om bij te sturen op kwaliteit en geld. Onder de streep verwachten we wel dat we bovenstaande ambities kunnen realiseren tegen dezelfde kosten als het vorige beleid. De gemiddelde jaarlijkse kosten voor groot onderhoud blijven hiermee dus ongeveer € 8,75 miljoen als we elk groot onderhoud blijven koppelen aan een herinrichting. Ze dalen naar ongeveer € 7,25 miljoen als de gemeenteraad het voorstel bij beslispunt 1 aanneemt. Voor de categorieën die onder klein onderhoud vallen is het wél goed mogelijk om de kosten per niveau en per gebiedstype te berekenen. Bovendien is dít het moment voor de gemeenteraad om te sturen op kwaliteit en geld voor klein onderhoud.

Hiervoor vragen we namelijk geen losse investeringen aan bij de gemeenteraad, want klein onderhoud betalen we vanuit de exploitatie. Bovenstaande ambities kosten ongeveer € 5,2 miljoen per jaar. Dat is ongeveer gelijk aan de kosten van het huidige beleid. Argumenten en keuzemogelijkheden beslispunt 2 Op plekken waar veel inwoners gebruikmaken van de openbare buitenruimte is een hoog kwaliteitsniveau beter te verantwoorden dan op plekken die geen verblijfsruimte zijn. Daarom streven we bij centrumgebied vaker naar niveau A. De ambitieniveaus zijn gebaseerd op brede input van de ambtelijke organisatie, de gemeenteraad en bewoners. Ze hebben dus breed draagvlak binnen de gemeente. Ze zijn bovendien een doorvertaling van de kaders in de omgevingsvisie. Het is mogelijk om andere ambitieniveaus te kiezen. Maar het kosteneffect van het verhogen of verlagen van het ambitieniveau voor groot onderhoud is dus niet exact te berekenen. Bovendien is de invloed van het ambitieniveau op de gemiddelde jaarlijkse kosten voor groot onderhoud tamelijk klein. Het overgrote deel van de kosten voor groot onderhoud zijn namelijk niet beïnvloedbaar. Het gaat hier om de kosten voor het ophogen van de openbare ruimte en het vervangen van materialen. Andere ambitieniveaus voor klein onderhoud hebben wel een duidelijk te berekenen kosteneffect. In onderstaande tabel is dat te zien.

De invloed van het ambitieniveau op de jaarlijkse kosten voor klein onderhoud is tamelijk groot. Als we heel Diemen op niveau A zouden beheren, stijgen de jaarlijkse kosten naar ongeveer € 6,4 miljoen. Als we heel Diemen op niveau C zouden onderhouden, dalen de jaarlijkse kosten naar € 3,9 miljoen. Jaarlijkse kosten klein onderhoud, per gebiedstype en ambitieniveau. Bedragen x € 1.000 * Centrumgebied A B C Schoon Heel

Woongebied A B

C

Bedrijventerrein A B C

Buitengebied A B

C

221

133

82

1.394

887

577

11

9

7

9

7

5

409

343

277

3.721

3.121

2.512

185

159

133

243

199

156

* de kosten van de voorgestelde ambitieniveaus tellen volgens deze tabel op tot ongeveer € 5 miljoen. Daar komt nog een nietbeïnvloedbaar deel van de kosten voor straatreiniging bij van ongeveer € 0,2 miljoen, waardoor het totaal uitkomt op € 5,2 miljoen. Kosten voor klein onderhoud aan de begraafplaatsen zijn niet meegenomen. Hiervoor is een apart budget.

Pagina 4 van 9

Kanttekeningen en/of risico’s beslispunt 2 N.v.t. Beslispunt 3: De nog lopende projecten groot onderhoud betalen vanuit de voorzieningen, nieuwe projecten activeren en de randvoorwaarden hiervoor (start afschrijving en afschrijvingstermijn) vast te leggen bij de actualisatie van de Nota Activa en rentebeleid In de toekomst gaan we investeringen voor groot onderhoud activeren op de balans. We gaan dus stoppen met de jaarlijkse dotaties aan de voorzieningen en voortaan ieder jaar een investering aanvragen voor het groot onderhoud dat we in het jaar erop willen uitvoeren. De voorzieningen kunnen we dan opheffen. We stellen voor om de zeven lopende projecten voor groot onderhoud nog te betalen vanuit de voorzieningen. In onderstaande tabel hebben we voor de zevende lopende projecten aangegeven wanneer we verwachten dat ze klaar zijn, wat de geraamde kosten zijn, wat er al is uitgegeven en hoeveel er dus nog nodig is. Financiële tussenstand lopende projecten groot onderhoud. Peildatum 31 december 2024. Bedragen x € 1.000 Dekking uit Al Klaar in Nog nodig voorziening uitgegeven Van Gemertplantsoen / Oud 2025 1.645 395 1.250 Diemerlaan Noord Verkeersstructuur Diemen Zuid

2025

575

174

401

Scheepskwartier en Vlindertuin

2027

11.890

2.468

9.422

Oranjeplantsoen

2026

495

418

77

Wandellandschap Oosterringdijk / T. Asserlaan en M.L. Kinglaan

2027

6.325

17

6.308

Johan van Soesdijkstraat

2025

560

16

544

Oud Diemen

2025

380

18

362

21.870

3.506

18.364

Totaal

Zoals bovenstaand overzicht aangeeft is er voor de afronding van de werkzaamheden nog ruim € 18 miljoen nodig. We verwachten dat het huidige saldo van de voorzieningen groot onderhoud, de dotaties van 2025 en 2026 en de te verwachten subsidies volstaan om de resterende kosten te dekken. Dat betekent dat we per 2027 kunnen stoppen met de dotaties aan de voorzieningen. Nadat deze zeven projecten klaar zijn heffen we de voorzieningen in 2027 op. Als er dan nog geld overblijft in de voorzieningen, vloeit dit naar de algemene reserves. Voor nieuwe projecten vragen we jaarlijks bij de gemeenteraad een investering aan. Deze investering activeren we op de balans. We beginnen bij herinrichtingen vier jaar na de toekenning van de investering met afschrijven. Bij projecten waarbij we ons beperken tot het ophogen en herstraten van de openbare ruimte beginnen we twee jaar na de toekenning van de investering met afschrijven. We schrijven alle investeringen voor Diemen Noord af in 15 jaar, in Diemen Centrum in 22 jaar en in Diemen Zuid in 30 jaar. We zullen deze nieuwe uitgangspunten verwerken bij het vernieuwen van de Nota Activa- en rentebeleid. Argumenten en keuzemogelijkheden beslispunt 3 Het betalen van de lopende projecten vanuit de voorzieningen heeft als voordeel dat de jaarlijkse lasten voorlopig gelijk blijven. Ieder jaar doteren we eenzelfde bedrag aan de voorzieningen.

Vanaf 2027 hebben we een aantal jaren een financieel voordeel. De dotaties vervallen namelijk per 2027 en de eerste afschrijvingen starten daarna pas. De eerste jaren hebben we bovendien nog maar weinig investeringen geactiveerd. We schrijven daarom na 2027 een aantal jaren minder af dan we bij het voorzieningenmodel kwijt waren aan dotaties. Naarmate we meer investeringen gaan activeren, nemen de afschrijvingslasten toe. Na een

Pagina 5 van 9

aantal jaar bereiken we een kantelpunt en verwachten we meer af te schrijven dan we nu kwijt zijn aan dotaties. Uiteindelijk stabiliseren de afschrijvingslasten. Het is mogelijk om de investeringen voor de lopende projecten direct te activeren. Dat geeft op korte termijn meer financiële ruimte. Er blijft dan namelijk geld over in de voorzieningen dat we anders kunnen besteden. En we kunnen per direct stoppen met de dotaties. Groot nadeel van het activeren van de investeringen voor de lopende projecten, is dat je niet halverwege de investering kan wisselen van methode. Je moet dan met terugwerkende kracht aanpassingen doen in de balans van voorgaande jaren. Dat is boekhoudkundig niet wenselijk en bovendien onnodig, gezien het voorgestelde alternatief. Start afschrijving Volgens het huidige beleid moeten we een jaar na het verlenen van een investering beginnen met het afschrijven van de investering. We kiezen er dus voor om bij investeringen voor groot onderhoud af te wijken van dit beleid. Dat komt omdat projecten voor groot onderhoud niet binnen een jaar klaar zijn. Daarom beginnen we investeringen voor projecten waarbij we gaan ophogen en herstraten na twee jaar af te schrijven. Bij herinrichtingen, die langer duren, beginnen we pas na vier jaar met afschrijven. Later dit jaar staat de actualisatie van de Nota rente en afschrijving gepland.

Bij de actualisatie nemen we deze aanpassing mee. Afschrijvingstermijnen De afschrijvingstermijnen van 15 jaar in Diemen Noord, 22 jaar in Diemen Centrum en 30 jaar in Diemen Zuid zijn gekozen om het boekhoudkundig simpel te houden. In werkelijkheid zal het volgende groot onderhoud vaak net iets eerder of later plaatsvinden dan het einde van de afschrijvingstermijn. Dit is afhankelijk van de resultaten van de inspecties. Dat betekent dat je soms boekjaren zult hebben waarin de vorige investering voor een project al is afgeschreven, maar de nieuwe investering voor dat project nog niet is geactiveerd. In andere boekjaren is de vorige investering juist nog niet afgeschreven, als we de nieuwe investering doen. We moeten de resterende boekwaarde dan in een keer afschrijven. Over heel Diemen genomen effent dit elkaar uit. Kanttekeningen en/of risico’s beslispunt 3 In de huidige berekeningen houden we de rentekosten buiten beschouwing. Jaarlijks hebben we binnen onze exploitatiebegroting een financieringsruimte van ongeveer € 17,5 miljoen. Uit deze financieringsruimte betalen we het groot onderhoud. We verwachten dat deze ruimte nog steeds toereikend is wanneer we investeringen voor groot onderhoud gaan activeren. Verhogen van het kwaliteitsniveau of andere nieuwe ambities hebben invloed op onze financieringspositie. We blijven monitoren of onze financieringspositie toereikend is.

Wanneer nodig verhogen we de begrote rentelasten bij het opstellen van de begroting. Verbinding met andere onderdelen Maatschappelijk effect Met dit besluit blijven we de openbare buitenruimte in Diemen op hetzelfde ambitieniveau onderhouden. Zo houden we Diemen droog, veilig en mooi. Wel is het zo dat buurten die sneller zakken langer moeten wachten op een herinrichting dan nu, omdat we daar niet elk groot onderhoud meer gaan aangrijpen voor een herinrichting. Dat zorgt ervoor dat we op die plekken minder snel nieuwe ambities kunnen waarmaken. Dit zorgt wel voor minder verschillen binnen Diemen. Nu richten we sommige buurten veel sneller opnieuw in dan anderen. In de nieuwe situatie trekken we de levensduur van de inrichting van de openbare ruimte over heel Diemen meer gelijk. Financieel De resultaten van de besluitvorming verwerken we in de Kadernota 2026. Groot onderhoud Het grootste deel van de kosten voor groot onderhoud gaan we dekken met investeringen. Vanaf 2027 gaan we ieder jaar steeds iets meer afschrijven, tot voor alle projecten investeringen zijn geactiveerd en de jaarlijkse lasten stabiliseren. Hoeveel we dan gemiddeld per jaar afschrijven is niet precies te voorspellen. Dat komt omdat we een deel van de kosten voor groot onderhoud dekken met subsidies en andere middelen. Daarvan is de hoogte nog niet bekend.

De daadwerkelijke kosten voor groot onderhoud (bij het voorstel uit beslispunt 1 geraamd op gemiddeld € 7,25 miljoen per jaar) zijn

Pagina 6 van 9

bovendien nog afhankelijk van de uiteindelijke planning van de projecten en de hoogte van het budget dat de gemeenteraad jaarlijks toekent bij het investeringsplan. Daar kan de gemeenteraad dus jaarlijks op sturen. Klein onderhoud Met de voorgestelde ambitieniveaus, blijven de kosten voor klein onderhoud ongeveer gelijk. Dat betekent dat we in de huidige begroting een tekort van ongeveer € 0,2 miljoen verwachten voor klein onderhoud. We verwachten dat we hiervoor binnen de huidige begroting extra geld kunnen vinden. Dat komt omdat we bij de herberekening van de kosten voor het groot onderhoud de kosten van interne projectleiders hebben meegenomen. Dat betekent dat we de salarislasten van interne projectleiders kunnen betalen vanuit de voorzieningen, en later vanuit de investeringen. Dat deden we voorheen alleen voor de inhuurkosten van de externe projectleiders. Met deze wijziging komt er in de exploitatie ruimte vrij. Die ruimte kunnen we besteden aan het klein onderhoud. In de Kadernota 2026 informeren we over de keuzes die gemaakt zijn om de hogere kosten voor klein onderhoud op te vangen. Juridisch N.v.t. Duurzaamheid Duurzaamheid komt als een van de speerpunten uit de omgevingsvisie duidelijk terug in de ambitieniveaus voor onderhoud. Ook krijgt het een steeds prominentere plek bij de uitvoering van groot en klein onderhoud.

Communicatie Na het collegebesluit is een persbericht uitgestuurd naar lokale media. Daarin hebben we voor het publiek duidelijk uitgelegd welke gevolgen het voorstel heeft voor de openbare buitenruimte en de financieringspositie van de gemeente Diemen. Participatie Bij het evalueren van het onderhoud hebben we de mening van onze inwoners gebruikt. We analyseerden hun beleving van de openbare buitenruimte en vroegen naar de waarde die zij hechten aan de verschillende vormen van klein onderhoud. De resultaten hebben we meegenomen in het voorstel voor de ambitieniveaus. Ook gebruiken we de resultaten om de manier waarop we klein onderhoud organiseren te verbeteren. In bijlage 4 is meer te lezen over de participatievorm en de opbrengst. We hebben bij de participatie bewust vooral gefocust op klein onderhoud. Bij buurten die aan de beurt zijn voor groot onderhoud zit namelijk al een uitgebreid participatieproces in het ontwerptraject. We gaan dan gericht de buurt in om mensen te vragen naar specifieke wensen voor hun buurt, en om ontwerpen te toetsen. De betrokkenheid van bewoners en de toepasbaarheid van de suggesties is op zo’n moment veel groter dan wanneer we dat nu voor heel Diemen vragen. Bovendien kunnen we zo maatwerk leveren per buurt. Uitvoering en vervolg Na het raadsbesluit brengen we de vastgestelde kaders samen in het programma onderhoud openbare buitenruimte.

Het college stelt dit programma vast. We gaan het programma elke twee jaar vernieuwen. De voorgestelde ambitieniveaus voor klein onderhoud gaan we in de komende periode uitwerken in nieuwe beheerplannen voor onze beheerobjecten. De teamleider Infra stelt de beheerplannen vast. De voorgestelde ambitieniveaus voor groot onderhoud vormen de basis voor de projecten die vanaf 2025 starten. We maken deze ambities concreet en locatiespecifiek in een uitgangspuntennotitie per project. De uitgangspunten gebruiken we om een nauwkeurige kostenraming te maken voor het project, en dat zal de basis zijn voor de aanvraag van de investering. De gemeenteraad kan bij het beoordelen van die aanvraag eventueel de uitgangspunten voor het betreffende project bijstellen. De komende periode werken we ook aan een nieuw handboek voor de openbare buitenruimte. Daarin staat per beheerobject welke materialen we in welk gebiedstype toepassen. De teamleider Infra stelt het handboek vast.

Pagina 7 van 9

Bijlagen - Bijlage 1 – Overzicht arealen openbare buitenruimte - Bijlage 2 – Overzicht projecten groot onderhoud openbare buitenruimte - Bijlage 3 – Ambitieniveaus onderhoud openbare buitenruimte - Bijlage 4 – Opbrengst participatie over onderhoud openbare buitenruimte Burgemeester en wethouders van Diemen, de secretaris, G.T. Wildeman

de burgemeester, E. Boog

Pagina 8 van 9

Raadsbesluit

Onderwerp:

Onderhoud openbare buitenruimte

De gemeenteraad van Diemen in vergadering bijeen, Gelet op de voordracht van het college d.d. 15 april 2025

Besluit 1. 2. 3.

Niet elk groot onderhoud te koppelen aan een herinrichting; De ambitieniveaus voor onderhoud vast te stellen; De nog lopende projecten groot onderhoud te betalen vanuit de voorzieningen, nieuwe projecten te activeren en de randvoorwaarden hiervoor (start afschrijving en afschrijvingstermijn) vast te leggen bij de actualisatie van de Nota Activa en rentebeleid.

Aldus besloten tijdens de gemeenteraadsvergadering van 27 mei 2025, De voorzitter,

De griffier,

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=b36a55aa-48d1-456f-949f-5e22b87cb67b