Raadsvoorstel Eerste wijziging Bomenverordening Diemen 2010 - eerste versie
Tekst van het document
Raadsvoordracht
Onderwerp:
Eerste wijziging van de Bomenverordening Diemen 2010
Datum:
14 november 2023
Portefeuillehouder:
Matthijs Sikkes-van den Berg
Team:
Openbare Orde en Veiligheid en Vergunningen
Steller:
Wijnand Flier
Gevraagde beslissing:
1. Vaststellen van de eerste wijziging van de Bomenverordening Diemen 2010.
Relevante achtergrondinformatie Voorgeschiedenis De Bomenverordening Diemen 2010 is op 1 oktober 2010 in werking getreden. Dit was gelijktijdig met de komst van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Deze verordening zorgt al vele jaren voor een helder kader wanneer en onder welke voorwaarden een boom mag worden geveld. Per 1 januari 2024 treedt de Omgevingswet in werking. De Wabo komt dan van rechtswege te vervallen. Om de Bomenverordening geschikt te houden onder de Omgevingswet moeten we enkele technische wijzigingen doorvoeren. Hieronder worden de wijzigingen beschreven aan de hand van een tabel met de bestaande tekst en de nieuwe tekst. Een verdere toelichting staat helemaal onderaan. Concrete aanleiding Met de komst van de Omgevingswet is het van belang dat de Bomenverordening hiermee in lijn wordt gebracht.
Inhoud en onderbouwing Beslispunt 1 Toelichting vooraf Het overgangsrecht van de Omgevingswet met betrekking tot de regels zoals die gesteld zijn in de gemeentelijke Bomenverordening is vrij ingewikkeld. Hieronder een korte samenvatting van wat er gebeurt en wat er op langere termijn nog door ons moet gebeuren. Het overgrote deel van de regels uit de Bomenverordening moet op termijn opgenomen worden in het gemeentelijke omgevingsplan. Daar hebben we de tijd voor tot 1 januari 2032. Voor het bepalen waar de regels in het omgevingsplan gelden moet niet meer een bebouwde komgrens vastgesteld worden maar een bebouwingscontour houtkap (conform het Besluit kwaliteit leefomgeving). De regels over de noodkap (burgemeestersbevoegdheid) kunnen niet in het omgevingsplan opgenomen worden en blijven dus achter in een lokale verordening (bijvoorbeeld de Bomenverordening of in de APV). Het overgangsrecht behorende bij de Omgevingswet zorgt ervoor dat de Bomenverordening na inwerkingtreding van de Omgevingswet blijft gelden. De bebouwde kom-grens zoals die is vastgesteld komt te gelden als eerste bebouwingscontour houtkap. Het overgangsrecht van de Omgevingswet regelt verder dat vergunningen op grond van de Bomenverordening gelden als binnenplanse omgevingsvergunningen omgevingsplanactiviteiten.
In artikel 22.299 van de bruidsschat staan de aanvraagvereisten voor dit type vergunning opgenomen. Met de nu voorgestelde wijzigingen van de Bomenverordening Diemen 2010 zorgen we ervoor dat we na 1 januari 2024 onverkort door kunnen werken met deze verordening.
Artikel I van dit beslispunt is de daadwerkelijk benodigde veranderingen in de tekst. Er wordt hiervoor gebruik gemaakt van een was-wordt tabel. Veranderingen in de tekst worden dikgedrukt aangegeven in de kolom voor de nieuwe tekst. Artikel II stelt een verandering in de volgorde van bijhorende toelichting en bijlages voor. Deze verandering van de volgorde is nodig omdat dit op dit moment niet goed wordt vermeld op overheid.nl Artikel III gaat over de inwerkingtreding van deze voorgestelde verandering.
Artikel I van beslispunt 1 Artikel 1 Bomenverordening Diemen 2010 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Artikel 1. Definities
In deze verordening wordt verstaan onder:
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. boom: een houtachtig, levend of afgestorven, overblijvend gewas met een dwars-doorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1.30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam;
a. boom: een houtachtig, levend of afgestorven, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op 1.30 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam;
b. houtopstand: één of meer bomen, boomvormer, hakhout, (lint)begroeiing, struweel, klimplant, bosplantsoen, sierplantsoen, houtwal of heg;
b. houtopstand: één of meer bomen, boomvormer, hakhout, (lint)begroeiing, struweel, klimplant, bosplantsoen, sierplantsoen, houtwal of heg;
c. vellen: het rooien, het dunnen, het kappen, het verplanten, het snoeien, het kandelaberen daaronder begrepen, van meer dan 30% van de kroon of het wortelgestel van een boom alsmede het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van die houtopstand ten gevolge kunnen hebben;
c. vellen: het rooien, het dunnen, het kappen, het verplanten, het snoeien, het kandelaberen daaronder begrepen, van meer dan 30% van de kroon of het wortelgestel van een boom alsmede het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van die houtopstand ten gevolge kunnen hebben;
d. bevoegd gezag: als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
d. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet;
e. Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; f. Mor: (Ministeriële) Regeling omgevingsrecht. Toelichting: Aanhef artikel gelijkgetrokken met de APV. Sub d aangepast en sub e en f vervallen. Artikel 2 Bomenverordening Diemen 2010 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2. Velverbod 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen.
Nieuwe tekst Artikel 2. Velverbod 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag een houtopstand te vellen.
2. In afwijking van het eerste lid is geen vergunning vereist voor het vellen van:
2. In afwijking van het eerste lid is geen vergunning vereist voor het vellen van:
a. de voor de in artikel 15, tweede en derde lid, van de Boswet bedoelde houtopstanden noch voor een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektewet of krachtens een aanschrijving van het college.
a. een houtopstand waar het Besluit activiteiten leefomgeving dit bepaalt noch voor een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantgezondheidswet of krachtens een aanschrijving van het college.
b. een houtopstand in een achtertuin van een woning waarvan deze tuin niet groter is dan 100 m2.
b. een houtopstand in een achtertuin van een woning waarvan deze tuin niet groter is dan 100 m2.
3. In afwijking van het eerste lid is eveneens geen vergunning vereist voor het vellen van:
3. In afwijking van het eerste lid is eveneens geen vergunning vereist voor het vellen van:
a. een boom met een omtrek van minder dan 63 cm gemeten vanaf 1.30 meter boven het maaiveld met dien verstande dat wanneer de eigenaar of zakelijk gerechtigde van de boom een publiekrechtelijk lichaam is, een omtrek van minder dan 32 cm geldt;
a. een boom met een omtrek van minder dan 63 cm gemeten vanaf 1.30 meter boven het maaiveld met dien verstande dat wanneer de eigenaar of zakelijk gerechtigde van de boom een publiekrechtelijk lichaam is, een omtrek van minder dan 32 cm geldt;
b. een houtwal met een lengte van minder dan 25 meter of met een aaneengesloten oppervlakte van minder dan 100 m2;
b. een houtwal met een lengte van minder dan 25 meter of met een aaneengesloten oppervlakte van minder dan 100 m2;
c. struweel waarbij sprake is van een aangesloten oppervlakte van minder dan 100 m2;
c. struweel waarbij sprake is van een aangesloten oppervlakte van minder dan 100 m2;
d. een heg met een lengte van minder dan 25 meter;
d. een heg met een lengte van minder dan 25 meter;
e. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
e. het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
f. het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
f. het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
g. een houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld met een maximum van 30% van de houtopstand;
g. een houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld met een maximum van 30% van de houtopstand;
h. klimplant minder dan 5.00 meter hoog;
h. klimplant minder dan 5.00 meter hoog;
i. (lint)begroeiing waarbij sprake is van een aaneengesloten oppervlakte van minder dan 100 m2;
i. (lint)begroeiing waarbij sprake is van een aaneengesloten oppervlakte van minder dan 100 m2;
j. bosplantsoen waarbij sprake is van een aaneengesloten oppervlakte van minder dan 100 m2;
j. bosplantsoen waarbij sprake is van een aaneengesloten oppervlakte van minder dan 100 m2;
k. sierplantsoen bestaande uit hoofdzakelijk niet inheemse heesters en struiken.
k. sierplantsoen bestaande uit hoofdzakelijk niet inheemse heesters en struiken.
4. Ingeval een boom meer stammen heeft, geldt voor de toepassing van onderdeel ‘a’ van het derde lid de dikste stam.
4. Ingeval een boom meer stammen heeft, geldt voor de toepassing van onderdeel ‘a’ van het derde lid de dikste stam.
5. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden buiten de bebouwde komgrens, zoals die in het kader van de Boswet is bepaald, tenzij het houtopstanden in tuinen of erven betreft. 6. De burgemeester kan een noodvelvergunning verlenen voor het direct vellen van een houtopstand, indien sprake is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang.
5. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden buiten de bebouwde komgrens (bebouwingscontour houtkap), zoals die in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving is bepaald, tenzij het houtopstanden in tuinen of erven betreft. 6. De burgemeester kan een noodvelvergunning verlenen voor het direct vellen van een houtopstand, indien sprake is van acuut gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang.
Toelichting: Lid 2 sub a aangepast. Lid 5 is bewust niet aangepast. De door de gemeenteraad noch onder Boswet aangewezen bebouwde kom heeft via het overgangsrecht behorende bij de Omgevingswet de status als eerste bebouwingscontour houtkap (zie ook artikel IV, lid 4 van het Aanvullingsbesluit natuur) Artikel 4 Bomenverordening Diemen 2010 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4. Weigeringsgronden Een vergunning wordt onder verwijzing naar de “Beleidsnotitie Bomenverordening Diemen 2010”, geweigerd indien het belang van degene die de kapvergunning vraagt niet opweegt tegen het belang van: a. natuur- en milieuwaarden; b. landschappelijke waarden; c. cultuurhistorische waarden; d. waarden van stads- en dorpsschoon; e. waarden voor recreatie en leefbaarheid; f. leeftijd; g. toekomstverwachting; h. ruimtelijke structuur.
Nieuwe tekst Artikel 4. Weigeringsgronden Een vergunning wordt onder verwijzing naar de “Beleidsnotitie Bomenverordening Diemen 2010”, geweigerd indien het belang van degene die de velvergunning vraagt niet opweegt tegen het belang van: a. natuur- en milieuwaarden; b. landschappelijke waarden; c. cultuurhistorische waarden; d. waarden van stads- en dorpsschoon; e. waarden voor recreatie en leefbaarheid; f. leeftijd; g. toekomstverwachting; h. ruimtelijke structuur.
Toelichting: Aanhef van het artikel gewijzigd. Het gaat om de activiteit vellen. Het kappen van een boom is een onderdeel daarvan zie artikel 1 sub c.
Bijlage 1 van de Bomenverordening Diemen 2010 wordt als volgt gewijzigd (let op: overheid.nl denkt dat er 3 bijlages zijn terwijl het er maar 2 zijn): Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Bijlage Onderwerp: Beleidsnotitie met betrekking tot advisering omtrent aanvragen op grond van de Bomenverordening Diemen 2010 (Beleidsnotitie Bomenverordening Diemen 2010).
Bijlage Onderwerp: Beleidsnotitie met betrekking tot advisering omtrent aanvragen op grond van de Bomenverordening Diemen 2010 (Beleidsnotitie Bomenverordening Diemen 2010).
Vellen: het rooien, het dunnen, het kappen, het verplanten, het snoeien, het kandelaberen daaronder begrepen, van meer dan 30% van de kroon of het wortelgestel van een boom alsmede het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van die houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Vellen: het rooien, het dunnen, het kappen, het verplanten, het snoeien, het kandelaberen daaronder begrepen, van meer dan 30% van de kroon of het wortelgestel van een boom alsmede het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ernstige ontsiering van die houtopstand ten gevolge kunnen hebben.
Inleiding/samenvatting
Inleiding/samenvatting
Voor het tot stand komen van een goede onderbouwing om op een aanvraag om een velvergunning op grond van de Bomenverordening Diemen 2010 te kunnen beslissen, is een goed, helder en duidelijk advies vereist. Dit advies dient aan te geven of en zo ja, in welke mate, zich weigeringsgronden, zoals genoemd in artikel 4 van de Bomenverordening Diemen 2010, voordoen en of andere belangen bij de afweging een rol spelen. De objectiveerbare uitwerking van de weigeringsgronden worden in dit beleidsstuk omgezet in criteria waaraan een wegingsfactor is gekoppeld. Deze wegingsfactoren zijn gebaseerd op de wegingsfactoren, die de Bomenstichting hanteert en zijn aangepast aan de lokale omstandigheden, die zich in de gemeente Diemen voordoen.
Voor het tot stand komen van een goede onderbouwing om op een aanvraag om een velvergunning op grond van de Bomenverordening Diemen 2010 te kunnen beslissen, is een goed, helder en duidelijk advies vereist. Dit advies dient aan te geven of en zo ja, in welke mate, zich weigeringsgronden, zoals genoemd in artikel 4 van de Bomenverordening Diemen 2010, voordoen en of andere belangen bij de afweging een rol spelen. De objectiveerbare uitwerking van de weigeringsgronden worden in dit beleidsstuk omgezet in criteria waaraan een wegingsfactor is gekoppeld. Deze wegingsfactoren zijn gebaseerd op de wegingsfactoren, die de Bomenstichting hanteert en zijn aangepast aan de lokale omstandigheden, die zich in de gemeente Diemen voordoen.
Deze notitie gaat, gelet hierop, dan ook nader in op de criteria en de wegingsfactoren die bepalen of een omgevingsvergunning voor het vellen of doen vellen van een houtopstand wel of niet verleend kan worden. Ook wordt nader ingegaan op de herplant- en instandhoudingsplicht.
Deze notitie gaat, gelet hierop, dan ook nader in op de criteria en de wegingsfactoren die bepalen of een omgevingsvergunning voor het vellen of doen vellen van een houtopstand wel of niet verleend kan worden. Ook wordt nader ingegaan op de herplant- en instandhoudingsplicht.
Puntentoekenning
Puntentoekenning
Per criterium wordt een wegingsfactor gegeven. Indien aan het criterium wordt voldaan, worden de punten die achter het criterium staan vermeld, gegeven. Alle punten worden uiteindelijk bij elkaar opgeteld.
Per criterium wordt een wegingsfactor gegeven. Indien aan het criterium wordt voldaan, worden de punten die achter het criterium staan vermeld, gegeven. Alle punten worden uiteindelijk bij elkaar opgeteld.
Bij een totaalscore van minder dan 50 punten is het advies positief voor het verlenen van een vergunning. Voor publiekrechtelijke bomen kan een nader advies gegeven worden om een
Bij een totaalscore van minder dan 50 punten is het advies positief voor het verlenen van een vergunning. Voor publiekrechtelijke bomen kan een nader advies gegeven worden om een
vergunning, ondanks een totaalscore onder de 50 punten, alsnog te weigeren.
vergunning, ondanks een totaalscore onder de 50 punten, alsnog te weigeren.
Bij een totaalscore van 50 punten of meer, volgt een advies tot weigering van de aanvraag. Bij het toekennen van meer dan 50 punten is het niet onmogelijk een vergunning af te geven. Er kunnen zich redenen voordoen om alsnog een vergunning te verlenen. Deze redenen worden in deze beleidsnotitie nader omschreven en dienen deel uit te maken van een nadere belangenafweging.
Bij een totaalscore van 50 punten of meer, volgt een advies tot weigering van de aanvraag. Bij het toekennen van meer dan 50 punten is het niet onmogelijk een vergunning af te geven. Er kunnen zich redenen voordoen om alsnog een vergunning te verlenen. Deze redenen worden in deze beleidsnotitie nader omschreven en dienen deel uit te maken van een nadere belangenafweging.
Daar waar strijd is met het bepaalde genoemd in de Flora- en faunawet, wordt altijd een score van 50 punten toegekend. Dit doet zich voor als het voortbestaan van een diersoort in gevaar komt. Te allen tijde moet de zorgplicht uit de Flora- en faunawet in acht genomen worden. Een score van 50 wordt ook gegeven als de hoofdbomen- en groenstructuur van de gemeente Diemen door het vellen van de gevraagde houtopstand wordt aangetast.
Daar waar strijd is met het bepaalde genoemd in de Flora- en faunawetgeving bij of krachtens de Omgevingswet, wordt altijd een score van 50 punten toegekend. Dit doet zich voor als het voortbestaan van een diersoort in gevaar komt. Te allen tijde moet de algemene zorgplicht uit de Omgevingswet in acht genomen worden, alsmede eventuele specifieke zorgplichten. Een score van 50 wordt ook gegeven als de hoofdbomen- en groenstructuur van de gemeente Diemen door het vellen van de gevraagde houtopstand wordt aangetast.
Weigeringsgronden Bomenverordening 2010 omgezet in criteria:
Weigeringsgronden Bomenverordening 2010 omgezet in criteria:
4.a Bomenverordening: Natuur- en milieuwaarden
4.a Bomenverordening: Natuur- en milieuwaarden
-Vaste nest- en rustplaatsen voor fauna zijn bijvoorbeeld roestplaatsen voor uilen en bomen met vleermuisverblijfplaatsen (oude spechtgaten).
-Vaste nest- en rustplaatsen voor fauna zijn bijvoorbeeld roestplaatsen voor uilen en bomen met vleermuisverblijfplaatsen (oude spechtgaten).
Ook kan gedacht worden aan bomen overwoekerd met klimop of indien het voortbestaan van een diersoort gevaar loopt.
Ook kan gedacht worden aan bomen overwoekerd met klimop of indien het voortbestaan van een diersoort gevaar loopt.
•
Incidentele nest- en rustplaatsen voor fauna is vrijwel altijd van toepassing op bomen of overige houtopstanden. Het komt zelden voor dat houtopstand geen waarde voor fauna heeft. Dode bomen kunnen op het eerste gezicht van weinig betekenis zijn met betrekking tot de fauna, maar vooral grotere dode bomen kunnen nest- en verblijfgelegenheden zijn voor vogels en zoogdieren.
•
Incidentele nest- en rustplaatsen voor fauna is vrijwel altijd van toepassing op bomen of overige houtopstanden. Het komt zelden voor dat houtopstand geen waarde voor fauna heeft. Dode bomen kunnen op het eerste gezicht van weinig betekenis zijn met betrekking tot de fauna, maar vooral grotere dode bomen kunnen nest- en verblijfgelegenheden zijn voor vogels en zoogdieren.
•
De ecologische hoofdstructuur is vastgelegd in de provinciaal ecologische hoofdstructuur.
•
De ecologische hoofdstructuur is vastgelegd in de provinciaal ecologische hoofdstructuur.
•
Ecologisch waardevol gebied is of wordt vastgelegd in het groenbeleidsplan en groenstructuurplan van de gemeente Diemen.
•
Ecologisch waardevol gebied is of wordt vastgelegd in het groenbeleidsplan en groenstructuurplan van de gemeente Diemen.
4.b Bomenverordening: Landschappelijke waarden
4.b Bomenverordening: Landschappelijke waarden
-De landschappelijke waarden worden getoetst aan het vigerende bestemmingsplan, het groenbeleidsplan en het groenstructuurplan.
-De landschappelijke waarden worden getoetst aan het vigerende bestemmingsplan, het groenbeleidsplan en het groenstructuurplan.
4.c Bomenverordening: Cultuurhistorische waarden
4.c Bomenverordening: Cultuurhistorische waarden
•
In Diemen zijn onder andere herdenkingsbomen geplant. Deze bomen en ook monumentale bomen worden vastgelegd in een lijst behorende bij een groenbeleidsplan. Van toepassing op de aanvraag is de op het moment van het indienen van de aanvraag vigerende en vastgestelde lijst.
•
In Diemen zijn onder andere herdenkingsbomen geplant. Deze bomen en ook monumentale bomen worden vastgelegd in een lijst behorende bij een groenbeleidsplan. Van toepassing op de aanvraag is de op het moment van het indienen van de aanvraag vigerende en vastgestelde lijst.
•
In het groenbeleidsplan en groenstructuurplan zijn de cultuurhistorische waarden van houtopstanden vastgelegd. Echter deze lijst is niet uitputtend. Derhalve kunnen zich situaties voordoen, waarbij sprake is van houtopstand van cultuurhistorische waarden. Bomen of overige houtopstanden die bij monumenten staan, kunnen bijvoorbeeld cultuurhistorisch van belang zijn. Als voorbeeld hierbij kan genoemd worden de erfbeplanting bij boerderij De Landhoeve bij het fort Diemerdam. Cultuurhistorisch is bijvoorbeeld ook de bomenrij van populieren langs de Oud Diemerlaan in Diemen Noord. Deze laan is namelijk sinds mensenheugenis beplant met populieren.
•
In het groenbeleidsplan en groenstructuurplan zijn de cultuurhistorische waarden van houtopstanden vastgelegd. Echter deze lijst is niet uitputtend. Derhalve kunnen zich situaties voordoen, waarbij sprake is van houtopstand van cultuurhistorische waarden. Bomen of overige houtopstanden die bij monumenten staan, kunnen bijvoorbeeld cultuurhistorisch van belang zijn. Als voorbeeld hierbij kan genoemd worden de erfbeplanting bij boerderij De Landhoeve bij het fort Diemerdam. Cultuurhistorisch is bijvoorbeeld ook de bomenrij van populieren langs de Oud Diemerlaan in Diemen Noord. Deze laan is namelijk sinds mensenheugenis beplant met populieren.
4.d Bomenverordening: Waarden van stadsen dorpsschoon
4.d Bomenverordening: Waarden van stadsen dorpsschoon
•
Volledig zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Hiermee wordt bedoeld, dat de boom of overige houtopstanden deel uitmaken van de beleving van de openbare ruimte.
•
Volledig zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Hiermee wordt bedoeld, dat de boom of overige houtopstanden deel uitmaken van de beleving van de openbare ruimte.
•
Beperkt zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Hiermee wordt bedoeld, dat de boom of overige houtopstanden zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, maar minder deel uitmaken van de openbare ruimte, waardoor deze minder belevingswaarde voor de directe omgeving hebben.
•
Beperkt zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Hiermee wordt bedoeld, dat de boom of overige houtopstanden zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, maar minder deel uitmaken van de openbare ruimte, waardoor deze minder belevingswaarde voor de directe omgeving hebben.
•
Niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Deze bomen en/of houtopstanden zijn niet of nauwelijks
•
Niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Deze bomen en/of houtopstanden zijn niet of nauwelijks
van belang voor de openbare ruimte en hebben geen belevingswaarde voor de directe omgeving. 4.e Bomenverordening: Waarden voor recreatie en leefbaarheid
van belang voor de openbare ruimte en hebben geen belevingswaarde voor de directe omgeving. 4.e Bomenverordening: Waarden voor recreatie en leefbaarheid
•
Geluidwerende en afschermende waarde. Hiermee kan een waardering gegeven worden voor het afschermen van bijvoorbeeld wegen, spoorlijnen e.d.
•
Geluidwerende en afschermende waarde. Hiermee kan een waardering gegeven worden voor het afschermen van bijvoorbeeld wegen, spoorlijnen e.d.
•
Bij het deel uitmaken van een recreatiegebied of -park wordt de houtopstand gewaardeerd om dit gebied of park te beschermen.
•
Bij het deel uitmaken van een recreatiegebied of -park wordt de houtopstand gewaardeerd om dit gebied of park te beschermen.
4. f Bomenverordening: Leeftijd
4. f Bomenverordening: Leeftijd
Het criterium leeftijd is een grove inschatting. In veel gevallen is de leeftijd van de houtopstand te herleiden aan de hand van tekeningen, aanleggegevens van de woonwijk of vakkennis van de adviseur. De adviseur is door opleiding en ervaring in staat een leeftijdsinschatting van de houtopstand te maken.
Het criterium leeftijd is een grove inschatting. In veel gevallen is de leeftijd van de houtopstand te herleiden aan de hand van tekeningen, aanleggegevens van de woonwijk of vakkennis van de adviseur. De adviseur is door opleiding en ervaring in staat een leeftijdsinschatting van de houtopstand te maken.
4.g Bomenverordening: Toekomstverwachting
4.g Bomenverordening: Toekomstverwachting
•
De toekomstverwachting is altijd een grove inschatting om discussie over de juistheid zoveel mogelijk te vermijden. Een Bomeneffectanalyse opgesteld door een extern bureau (verder: BEA) kan meer gedetailleerd inzicht geven over de toekomstverwachting van de houtopstand, maar een BEA is in de meeste gevallen niet noodzakelijk om tot een juiste toekomstverwachting te komen.
•
De toekomstverwachting is altijd een grove inschatting om discussie over de juistheid zoveel mogelijk te vermijden. Een Bomeneffectanalyse opgesteld door een extern bureau (verder: BEA) kan meer gedetailleerd inzicht geven over de toekomstverwachting van de houtopstand, maar een BEA is in de meeste gevallen niet noodzakelijk om tot een juiste toekomstverwachting te komen.
•
Een BEA wordt in ieder geval in de volgende gevallen vereist:
•
Een BEA wordt in ieder geval in de volgende gevallen vereist:
o Herinrichtingen van woonwijken en straten waar de inspraakverordening van toepassing is.
o Herinrichtingen van woonwijken en straten waar de inspraakverordening van toepassing is.
o Het vellen van houtopstanden die deel uitmaken van de hoofdbomen- en groenstructuur.
o Het vellen van houtopstanden die deel uitmaken van de hoofdbomen- en groenstructuur.
Bij vervanging van dode of beschadigde bomen is een BEA niet vereist.
Bij vervanging van dode of beschadigde bomen is een BEA niet vereist.
4. h Bomenverordening: Ruimtelijke structuur
4. h Bomenverordening: Ruimtelijke structuur
•
Voor een antwoord op de vraag of een houtopstand deel uitmaakt van de ruimtelijke structuur is bepalend of de bedoelde houtopstand onderdeel uitmaakt van een hoofd boom- of
•
Voor een antwoord op de vraag of een houtopstand deel uitmaakt van de ruimtelijke structuur is bepalend of de bedoelde houtopstand onderdeel uitmaakt van een hoofd boom- of
groenstructuur zoals beschreven in het groenbeleidsplan en groenstructuurplan van de gemeente Diemen. •
De houtopstand die in beheer en onderhoud is van een publiekrechtelijke organisatie en niet nader is beschreven in het groenbeleidsplan en groenstructuurplan van de gemeente Diemen, maakt deel uit van de ruimtelijke structuur.
Redenen om in afwijking van de totaalscore toch een vergunning te verlenen of te weigeren zijn:
groenstructuur zoals beschreven in het groenbeleidsplan en groenstructuurplan van de gemeente Diemen. •
De houtopstand die in beheer en onderhoud is van een publiekrechtelijke organisatie en niet nader is beschreven in het groenbeleidsplan en groenstructuurplan van de gemeente Diemen, maakt deel uit van de ruimtelijke structuur.
Redenen om in afwijking van de totaalscore toch een vergunning te verlenen of te weigeren zijn:
•
Dode bomen: een dode boom die in de hoofdbomenstructuur van de gemeente Diemen staat, scoort 50 of meer punten, maar dient wel vervangen te worden. Derhalve zal er een vergunning verleend moeten worden met als voorwaarde een herplantplicht. Een dode boom in een park kan voor de fauna zeer belangrijk zijn en derhalve 50 punten of meer scoren. Deze boom kan blijven staan, zolang de veiligheid niet in het geding is. Met veiligheid wordt bedoeld dan er geen direct gevaar is voor schade of letsel aan personen of goederen.
•
Dode bomen: een dode boom die in de hoofdbomenstructuur van de gemeente Diemen staat, scoort 50 of meer punten, maar dient wel vervangen te worden. Derhalve zal er een vergunning verleend moeten worden met als voorwaarde een herplantplicht. Een dode boom in een park kan voor de fauna zeer belangrijk zijn en derhalve 50 punten of meer scoren. Deze boom kan blijven staan, zolang de veiligheid niet in het geding is. Met veiligheid wordt bedoeld dan er geen direct gevaar is voor schade of letsel aan personen of goederen.
•
Gevaarzetting van houtopstand: indien houtopstand voor zijn omgeving gevaarlijk is en de veiligheid van personen en objecten in gevaar kan brengen, kan ondanks een eventuele hoge puntenscore, toch een vergunning worden verleend. Voorbeelden hiervan zijn: stamrot, zware takbreuk, slecht wortelgestel, overmatige wortelopdruk van bestratingen, e.d.
•
Gevaarzetting van houtopstand: indien houtopstand voor zijn omgeving gevaarlijk is en de veiligheid van personen en objecten in gevaar kan brengen, kan ondanks een eventuele hoge puntenscore, toch een vergunning worden verleend. Voorbeelden hiervan zijn: stamrot, zware takbreuk, slecht wortelgestel, overmatige wortelopdruk van bestratingen, e.d.
•
Maatschappelijk zwaarwegende redenen: dit zijn bijvoorbeeld bouwplannen, reconstructies, aanleg van kabels en leidingen en dijkverzwaringen. Als voorwaarde kan dan opgenomen worden dat de vereiste vergunningen om met dergelijke werkzaamheden te mogen starten, verleend zijn, voordat met het vellen van de houtopstand begonnen mag worden.
•
Maatschappelijk zwaarwegende redenen: dit zijn bijvoorbeeld bouwplannen, reconstructies, aanleg van kabels en leidingen en dijkverzwaringen. Als voorwaarde kan dan opgenomen worden dat de vereiste vergunningen om met dergelijke werkzaamheden te mogen starten, verleend zijn, voordat met het vellen van de houtopstand begonnen mag worden.
•
Ernstige verstoring van woon-en leefgenot: hierbij moet gedacht worden aan ernstige schaduw- en lichtbelemmering, waarbij voor het grootste deel van de dag niet van de tuin genoten kan worden, of overdag de verlichting in huis aangelaten moet worden.
•
Ernstige verstoring van woon-en leefgenot: hierbij moet gedacht worden aan ernstige schaduw- en lichtbelemmering, waarbij voor het grootste deel van de dag niet van de tuin genoten kan worden, of overdag de verlichting in huis aangelaten moet worden.
Uitzichtbelemmering is over het algemeen geen reden voor het vellen van houtopstand. Het vallen van bladeren, roetdauw, bomenpollen, vruchtafval en dergelijke zijn geen redenen om een velvergunning te verlenen. •
Openbare orde en veiligheidsaspecten: openbare ordeen veiligheidsaspecten komen in het geding in situaties, waarbij de houtopstand met spoed geveld moet worden in verband met acuut gevaar voor de omgeving. Artikel 2, zesde lid, van de Bomenverordening gemeente Diemen 2010 bepaalt, dat de houtopstand na toestemming van de burgemeester direct geveld kan worden. Het politiekeurmerk “Veilig wonen” geeft ook richtlijnen met betrekking tot beplantingen in woonwijken. Indien op basis van het politiekeurmerk duidelijk is dat de veiligheid van de woonwijk in het geding is, kan tevens, ondanks de hoge puntenwaardering die aan de houtopstand is toegekend, een vergunning worden verleend.
Uitzichtbelemmering is over het algemeen geen reden voor het vellen van houtopstand. Het vallen van bladeren, roetdauw, bomenpollen, vruchtafval en dergelijke zijn geen redenen om een velvergunning te verlenen. •
Openbare orde en veiligheidsaspecten: openbare ordeen veiligheidsaspecten komen in het geding in situaties, waarbij de houtopstand met spoed geveld moet worden in verband met acuut gevaar voor de omgeving. Artikel 2, zesde lid, van de Bomenverordening gemeente Diemen 2010 bepaalt, dat de houtopstand na toestemming van de burgemeester direct geveld kan worden. Het politiekeurmerk “Veilig wonen” geeft ook richtlijnen met betrekking tot beplantingen in woonwijken. Indien op basis van het politiekeurmerk duidelijk is dat de veiligheid van de woonwijk in het geding is, kan tevens, ondanks de hoge puntenwaardering die aan de houtopstand is toegekend, een vergunning worden verleend.
Herplantplicht en instandhoudingsplicht
Herplantplicht en instandhoudingsplicht
Een herplantplicht wordt opgelegd, indien een houtopstand geveld wordt die:
Een herplantplicht wordt opgelegd, indien een houtopstand geveld wordt die:
•
zonder de benodigde vergunningen geveld is; en/of
•
zonder de benodigde vergunningen geveld is; en/of
•
deel uitmaakt van de hoofdbomen- of groenstructuur, zoals beschreven in het groenbeleidsplan en groenstructuurplan van de gemeente Diemen.
•
deel uitmaakt van de hoofdbomen- of groenstructuur, zoals beschreven in het groenbeleidsplan en groenstructuurplan van de gemeente Diemen.
•
de houtopstand 50 of meer punten scoort.
•
de houtopstand 50 of meer punten scoort.
Voorschriften herplantplicht:
Voorschriften herplantplicht:
Indien een herplantplicht wordt opgelegd, wordt aangegeven welke boom, bomen of andersoortige houtopstand herplant dient te worden. Hierbij wordt tevens een uiterste termijn voor herplanting opgenomen, evenals de locatie van de nieuwe houtopstand.
Indien een herplantplicht wordt opgelegd, wordt aangegeven welke boom, bomen of andersoortige houtopstand herplant dient te worden. Hierbij wordt tevens een uiterste termijn voor herplanting opgenomen, evenals de locatie van de nieuwe houtopstand.
Uitzondering voor het niet opleggen van een herplantplicht:
Uitzondering voor het niet opleggen van een herplantplicht:
•
indien blijkt dat het feitelijk onmogelijk is om houtopstand te herplanten, zoals bijvoorbeeld bij nieuw op te richten bouwwerken;
•
indien blijkt dat het feitelijk onmogelijk is om houtopstand te herplanten, zoals bijvoorbeeld bij nieuw op te richten bouwwerken;
•
indien blijkt dat de locatie niet geschikt is dan wel te klein is om houtopstand te kunnen herplanten.
•
indien blijkt dat de locatie niet geschikt is dan wel te klein is om houtopstand te kunnen herplanten.
De te herplanten houtopstand, dient zoveel mogelijk gelijkwaardig te zijn aan de te vellen houtopstand. Er dient echter rekening gehouden te worden met het feit dat het veelal niet mogelijk is de gevelde houtopstand te vervangen door gelijkwaardige beplantingen. Indien van een dergelijke situatie sprake is, kunnen nadere voorwaarden gesteld worden aan de groeiplaats en de verzorging van de te herplanten houtopstand. Het doel hiervan is de houtopstand een goede groeiontwikkeling in de toekomst te geven.
De te herplanten houtopstand, dient zoveel mogelijk gelijkwaardig te zijn aan de te vellen houtopstand. Er dient echter rekening gehouden te worden met het feit dat het veelal niet mogelijk is de gevelde houtopstand te vervangen door gelijkwaardige beplantingen. Indien van een dergelijke situatie sprake is, kunnen nadere voorwaarden gesteld worden aan de groeiplaats en de verzorging van de te herplanten houtopstand. Het doel hiervan is de houtopstand een goede groeiontwikkeling in de toekomst te geven.
Een herplant kan door de aanvrager van een vergunning op het aanvraagformulier aangegeven worden. Bij het beoordelen van de aanvraag wordt door de adviseur getoetst of de voorgestelde herplanting voldoet aan de eis van gelijkwaardigheid van de te vellen houtopstand. Indien de herplant onvoldoende gelijkwaardig is, wordt door de vergunningverlener gemotiveerd aangegeven op welke punten het herplantingsplan aangepast moet worden om te voldoen aan de eis van gelijkwaardigheid.
Een herplant kan door de aanvrager van een vergunning op het aanvraagformulier aangegeven worden. Bij het beoordelen van de aanvraag wordt door de adviseur getoetst of de voorgestelde herplanting voldoet aan de eis van gelijkwaardigheid van de te vellen houtopstand. Indien de herplant onvoldoende gelijkwaardig is, wordt door de vergunningverlener gemotiveerd aangegeven op welke punten het herplantingsplan aangepast moet worden om te voldoen aan de eis van gelijkwaardigheid.
Indien de aanvrager op het aanvraagformulier niet heeft aangegeven, dat hij geen houtopstand zal herplanten en de adviseur heeft aangegeven dat een herplantplicht in de vergunning moet worden opgenomen, wordt de aanvrager verzocht zijn aanvraag nader aan te vullen met een herplantingsplan of een motivering waarom herplant niet mogelijk is.
Indien de aanvrager op het aanvraagformulier niet heeft aangegeven, dat hij geen houtopstand zal herplanten en de adviseur heeft aangegeven dat een herplantplicht in de vergunning moet worden opgenomen, wordt de aanvrager verzocht zijn aanvraag nader aan te vullen met een herplantingsplan of een motivering waarom herplant niet mogelijk is.
Indien op basis van de geldende beleidsregels geen vergunning voor het vellen van houtopstand verleend kan worden, wordt aan de eigenaar van deze houtopstand een instandhoudingsplicht opgelegd. (Deze wordt slechts opgelegd, indien het een waardevolle houtopstand betreft die door de eigenaar zodanig verwaarloosd is, waardoor de houtopstand verloren kan gaan).
Indien op basis van de geldende beleidsregels geen vergunning voor het vellen van houtopstand verleend kan worden, wordt aan de eigenaar van deze houtopstand een instandhoudingsplicht opgelegd. (Deze wordt slechts opgelegd, indien het een waardevolle houtopstand betreft die door de eigenaar zodanig verwaarloosd is, waardoor de houtopstand verloren kan gaan).
Mandatering
Mandatering
In het belang van een doelmatige, efficiënte en rechtmatige uitvoering en handhaving van de Bomenverordening Diemen 2010 wordt de uitvoering en handhaving gedeeltelijk gemandateerd. Verwezen wordt naar het algemene mandaatbesluit.
In het belang van een doelmatige, efficiënte en rechtmatige uitvoering en handhaving van de Bomenverordening Diemen 2010 wordt de uitvoering en handhaving gedeeltelijk gemandateerd. Verwezen wordt naar het algemene mandaatbesluit.
Leges
Leges
Op grond van de Legesverordening zijn voor het indienen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het vellen of
Op grond van de Legesverordening zijn voor het indienen van een aanvraag tot het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor het vellen of
doen vellen van een houtopstand, legeskosten verbonden.
doen vellen van een houtopstand, legeskosten verbonden.
Citeertitel
Citeertitel
Deze Beleidsnotitie wordt aangehaald als “Beleidsnotitie Bomenverordening Diemen 2010”.
Deze Beleidsnotitie wordt aangehaald als “Beleidsnotitie Bomenverordening Diemen 2010”.
Bijlage 2 van de Bomenverordening Diemen 2010 wordt als volgt gewijzigd (let op: overheid.nl denkt dat er 3 bijlages zijn terwijl het er maar 2 zijn): Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Tweede lid onder a
Artikelsgewijze toelichting
De bevoegdheid tot het instellen van een verbod tot vellen bij gemeentelijke verordening strekt zich uit tot de gemeentegrenzen en wordt door artikel 15 van de Boswet beperkt. Deze beperking heeft betrekking op de in artikel 15, tweede lid, van de Boswet genoemde houtopstand:
Artikel 2 Tweede lid onder a
•
a. populieren of wilgen als wegbeplantingen of éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;
•
b. fruitbomen en windschermen om boomgaarden;
•
c. fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan twaalf jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
•
d. kweekgoed;
•
e. houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een bebouwde kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die: o
ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;
o
ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen.
De bevoegdheid tot het instellen van een verbod tot vellen bij gemeentelijke verordening strekt zich uit tot de gemeentegrenzen en wordt door het Besluit activiteiten leefomgeving beperkt.
Op grond van het gestelde in artikel 1, vijfde lid, van de Boswet, dient de gemeente een bebouwde komgrens vast te stellen ten behoeve van de uitvoering van de Boswet. Voor houtopstanden die zich buiten de bebouwde komgrens bevinden en onder de werkingssfeer van de Boswet vallen, geldt een vergunningplicht op grond van de Bomenverordening en is tevens een melding bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij vereist. Indien houtopstanden buiten de bebouwde komgrens niet onder de werking van de Boswet vallen, is in principe slechts een vergunning van de gemeente vereist. Daar dit moeilijk te handhaven is, is een vrijstelling van de vergunningplicht opgenomen en geldt de vergunningplicht slechts voor houtopstanden in tuinen en erven die gelegen zijn buiten voornoemde vastgestelde bebouwde komgrens.
Op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving moet de gemeente een bebouwingscontour houtkap vaststellen. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, geldt als eerste bebouwingscontour houtkap de nog onder de Boswet vastgestelde bebouwde komgrens. Op bomen buiten de bebouwde kom is de Bomenverordening in beginsel niet van toepassing. De uitzondering zijn bomen in tuinen en erven.
Opgemerkt wordt nog wel dat de verplichting om te melden op grond van de Boswet geen onderdeel uitmaakt van de omgevingsvergunning op grond van de Wabo. Dit betekent dat indien een melding gedaan moet worden op grond van de Boswet, dit separaat van het aanvragen van een omgevingsvergunning moet worden gedaan. Noodkap Direct vellen als gevolg van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid is een bevoegdheid van de Burgemeester op grond van de artikelen 173 en 175 van de Gemeentewet. Tweede lid onder b Om onnodige overheidsbemoeienis te reduceren (deregulering), hoeft men geen kapvergunning meer aan te vragen voor houtopstanden in achtertuinen van woningen waarvan die tuin kleiner is dan 100m2. In de vorige verordening was een meldingsplicht opgenomen. Deze gaf in de praktijk nog de nodige administratieve lasten. Voor de gemeente betekent het laten vervallen van de meldingsplicht een aanzienlijke administratieve lastenverlichting. Derde lid Voor houtopstand in eigendom van particulieren is gekozen voor de maat van minimaal 20 cm doorsnede, hetgeen een omtrek van 63 cm of meer van de boom inhoudt. De reden van deze keuze is gelegen in het feit dat deze afmeting een grenswaarde is, waarbij een boom van jongvolwassen overgaat naar volle wasdom. Daarmee neemt het belang van natuur- en milieuwaarden, landschappelijke waarden,
Noodkap Direct vellen als gevolg van grote gevaarzetting of vergelijkbaar spoedeisend belang van openbare orde of veiligheid is een bevoegdheid van de Burgemeester op grond van de artikelen 173 en 175 van de Gemeentewet. Tweede lid onder b Om onnodige overheidsbemoeienis te reduceren (deregulering), hoeft men geen kapvergunning meer aan te vragen voor houtopstanden in achtertuinen van woningen waarvan die tuin kleiner is dan 100m2. In de vorige verordening was een meldingsplicht opgenomen. Deze gaf in de praktijk nog de nodige administratieve lasten. Voor de gemeente betekent het laten vervallen van de meldingsplicht een aanzienlijke administratieve lastenverlichting. Derde lid Voor houtopstand in eigendom van particulieren is gekozen voor de maat van minimaal 20 cm doorsnede, hetgeen een omtrek van 63 cm of meer van de boom inhoudt. De reden van deze keuze is gelegen in het feit dat deze afmeting een grenswaarde is, waarbij een boom van jongvolwassen overgaat naar volle wasdom. Daarmee neemt het belang van natuur- en milieuwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden, waarden van stads-
cultuurhistorische waarden, waarden van stadsen dorpsschoon, de waarden voor recreatie en leefbaarheid, leeftijd, toekomstverwachting en ruimtelijke structuur toe. Deze belangen zijn tevens afwijzingsgronden voor een velvergunningsaanvraag. Een boom met een dergelijke afmeting is een rust- en roestplaats voor vogels (natuur- en milieuwaarden). Nog een reden om voor deze grenswaarde te kiezen is het milieueffect. Grote bomen filteren fijnstof uit de lucht. Het vellen van dergelijke bomen kan derhalve een milieuconsequentie hebben. Voor houtopstand toebehorend aan publiekrechtelijke rechtspersonen blijft de gangbare maat van 10 cm doorsnede, hetgeen een omtrek van 32 cm of meer inhoudt, gehandhaafd. De reden hiervan is om de inspraakmogelijkheden voor burgers in de samenleving te versterken. Beeldbepalende heesters of klimplanten, alsook pasgeplante herdenkings- of toekomstbomen, die niet de minimale doorsnede hebben, kunnen óf deel uitmaken van de hoofdgroenstructuur of hoofdboomstructuur óf opgenomen zijn in een lijst met monumentale bomen en als zodanig worden beschermd.
en dorpsschoon, de waarden voor recreatie en leefbaarheid, leeftijd, toekomstverwachting en ruimtelijke structuur toe. Deze belangen zijn tevens afwijzingsgronden voor een velvergunningsaanvraag. Een boom met een dergelijke afmeting is een rust- en roestplaats voor vogels (natuur- en milieuwaarden). Nog een reden om voor deze grenswaarde te kiezen is het milieueffect. Grote bomen filteren fijnstof uit de lucht. Het vellen van dergelijke bomen kan derhalve een milieuconsequentie hebben. Voor houtopstand toebehorend aan publiekrechtelijke rechtspersonen blijft de gangbare maat van 10 cm doorsnede, hetgeen een omtrek van 32 cm of meer inhoudt, gehandhaafd. De reden hiervan is om de inspraakmogelijkheden voor burgers in de samenleving te versterken. Beeldbepalende heesters of klimplanten, alsook pas geplante herdenkings- of toekomstbomen, die niet de minimale doorsnede hebben, kunnen óf deel uitmaken van de hoofdgroenstructuur of hoofdboomstructuur óf opgenomen zijn in een lijst met monumentale bomen en als zodanig worden beschermd. Artikel 3. Aanvraag vergunning
Artikel 3. Aanvraag vergunning (Vervallen) (Vervallen) Dit artikel kende de indieningsvereisten voor het doen van een aanvraag. De Wabo geeft nu echter vereisten waaraan een aanvraag moet voldoen. Naast de vereisten die de Wabo stelt aan het doen van een aanvraag om een omgevingsvergunning (artikelen 2.7 t/m 2.9 van de Wabo), geeft de Mor in artikel 7.5 de vereisten weer waaraan een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het vellen of doen vellen van een houtopstand moet voldoen. Het gaat hierbij om de volgende indieningsvereisten: •
in of bij de aanvraag identificeert de aanvrager op de aanduiding van de locatie van de aangevraagde activiteit of activiteiten iedere houtopstand waarop de aanvraag betrekking heeft met een nummer;
•
de aanvrager vermeldt per genummerde houtopstand: o
a. de soort houtopstand;
o
b. de locatie van de houtopstand op het voor-, zijdan wel achtererf;
Dit artikel kende de indieningsvereisten voor het doen van een aanvraag. De Omgevingswet bepaalt nu dat een aanvraag om het vellen van een houtopstand gezien wordt als een binnenplanse aanvraag om een omgevingsplanactiviteit. In artikel 22.299 staan de indieningsvereisten. Artikel 3 was overigens ook al voor de eerste wijziging van de Bomenverordening Diemen 2010 een vervallen artikel omdat de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht dit onderwerp regelde.
o
c. de diameter in centimeters, gemeten op 1.30 meter vanaf het maaiveld;
o
d. de mogelijkheid tot herbeplanten, alsmede het eventuele voornemen om op een daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten van een daarbij te vermelden aantal soorten over te gaan.
Gelet op de door de Wabo en de Mor gestelde vereisten aan de aanvraag is het niet meer nodig om in deze verordening specifieke indieningsvereisten op te nemen. Dit artikel kan dus komen te vervallen. Artikel 4. Weigeringsgronden De hier genoemde weigeringsgronden zijn in feite maatschappelijke waarden die aan bomen worden toegekend. Deze weigeringsgronden zijn nader uitgewerkt in de “Beleidsnotitie Bomenverordening Diemen 2010”. Eén weigeringsgrond kan voldoende zijn om de vergunning te weigeren. Hieronder worden de weigeringsgronden nogmaals toegelicht. Sub a: Natuur- en milieuwaarden -Vaste nest- en rustplaatsen voor fauna zijn bijvoorbeeld roestplaatsen voor uilen en bomen met vleermuisverblijfplaatsen (oude spechtgaten). Ook kan gedacht worden aan bomen overwoekerd met klimop of indien het voortbestaan van een diersoort gevaar loopt. •
•
•
Artikel 4. Weigeringsgronden De hier genoemde weigeringsgronden zijn in feite maatschappelijke waarden die aan bomen worden toegekend. Deze weigeringsgronden zijn nader uitgewerkt in de “Beleidsnotitie Bomenverordening Diemen 2010”. Eén weigeringsgrond kan voldoende zijn om de vergunning te weigeren. Hieronder worden de weigeringsgronden nogmaals toegelicht. Sub a: Natuur- en milieuwaarden -Vaste nest- en rustplaatsen voor fauna zijn bijvoorbeeld roestplaatsen voor uilen en bomen met vleermuisverblijfplaatsen (oude spechtgaten). Ook kan gedacht worden aan bomen overwoekerd met klimop of indien het voortbestaan van een diersoort gevaar loopt. •
Incidentele nest- en rustplaatsen voor fauna is vrijwel altijd van toepassing op bomen of overige houtopstanden. Het komt zelden voor dat houtopstand geen waarde voor fauna heeft. Dode bomen kunnen op het eerste gezicht van weinig betekenis zijn met betrekking tot de fauna, maar vooral grotere dode bomen kunnen nest- en verblijfgelegenheden zijn voor vogels en zoogdieren.
Incidentele nest- en rustplaatsen voor fauna is vrijwel altijd van toepassing op bomen of overige houtopstanden. Het komt zelden voor dat houtopstand geen waarde voor fauna heeft. Dode bomen kunnen op het eerste gezicht van weinig betekenis zijn met betrekking tot de fauna, maar vooral grotere dode bomen kunnen nest- en verblijfgelegenheden zijn voor vogels en zoogdieren.
•
De ecologische hoofdstructuur is vastgelegd in de provinciaal ecologische hoofdstructuur.
De ecologische hoofdstructuur is vastgelegd in de provinciaal ecologische hoofdstructuur.
•
Ecologisch waardevol gebied is of wordt vastgelegd in het groenbeleidsplan en groenstructuurplan van de gemeente Diemen.
Ecologisch waardevol gebied is of wordt vastgelegd in het groenbeleidsplan en groenstructuurplan van de gemeente Diemen.
Sub b: Landschappelijke waarden
Sub b: Landschappelijke waarden
-De landschappelijke waarden worden getoetst aan het vigerende bestemmingsplan, het groenbeleidsplan en het groenstructuurplan.
-De landschappelijke waarden worden getoetst aan het vigerende bestemmingsplan, het groenbeleidsplan en het groenstructuurplan.
Sub c: Cultuurhistorische waarden
Sub c: Cultuurhistorische waarden
-De cultuurhistorische waarden van houtopstanden zijn beleidsmatig vastgelegd. De in het beleid opgenomen lijst is echter niet uitputtend. Derhalve kunnen zich situaties voordoen, waarbij sprake is van houtopstand van cultuurhistorische waarden. Bomen of overige houtopstanden die bij monumenten staan, kunnen bijvoorbeeld cultuurhistorisch van belang zijn. Als voorbeeld hierbij kan genoemd worden de erfbeplanting bij boerderij De Landhoeve bij het fort Diemerdam. Cultuurhistorisch is bijvoorbeeld ook de bomenrij van populieren langs de Oud Diemerlaan in Diemen Noord. Deze laan is namelijk sinds mensenheugenis beplant met populieren.
-De cultuurhistorische waarden van houtopstanden zijn beleidsmatig vastgelegd. De in het beleid opgenomen lijst is echter niet uitputtend. Derhalve kunnen zich situaties voordoen, waarbij sprake is van houtopstand van cultuurhistorische waarden. Bomen of overige houtopstanden die bij monumenten staan, kunnen bijvoorbeeld cultuurhistorisch van belang zijn. Als voorbeeld hierbij kan genoemd worden de erfbeplanting bij boerderij De Landhoeve bij het fort Diemerdam. Cultuurhistorisch is bijvoorbeeld ook de bomenrij van populieren langs de Oud Diemerlaan in Diemen Noord. Deze laan is namelijk sinds mensenheugenis beplant met populieren.
Sub d: Waarden van stads- en dorpsschoon
Sub d: Waarden van stads- en dorpsschoon
•
Volledig zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Hiermee wordt bedoeld, dat de boom of overige houtopstanden deel uitmaken van de beleving van de openbare ruimte.
•
Volledig zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Hiermee wordt bedoeld, dat de boom of overige houtopstanden deel uitmaken van de beleving van de openbare ruimte.
•
Beperkt zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Hiermee wordt bedoeld, dat de boom of overige houtopstanden zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, maar minder deel uitmaken van de openbare ruimte, waardoor deze minder belevingswaarde voor de directe omgeving hebben.
•
Beperkt zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Hiermee wordt bedoeld, dat de boom of overige houtopstanden zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, maar minder deel uitmaken van de openbare ruimte, waardoor deze minder belevingswaarde voor de directe omgeving hebben.
•
Niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Deze bomen en/of houtopstanden zijn niet of nauwelijks van belang voor de openbare ruimte en hebben geen belevingswaarde voor de directe omgeving.
•
Niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Deze bomen en/of houtopstanden zijn niet of nauwelijks van belang voor de openbare ruimte en hebben geen belevingswaarde voor de directe omgeving.
Sub e: Waarden voor recreatie en leefbaarheid
Sub e: Waarden voor recreatie en leefbaarheid
•
Geluidwerende en afschermende waarde. Hiermee kan een waardering gegeven worden voor het afschermen van bijvoorbeeld wegen, spoorlijnen e.d.
•
Geluidwerende en afschermende waarde. Hiermee kan een waardering gegeven worden voor het afschermen van bijvoorbeeld wegen, spoorlijnen e.d.
•
Bij het deel uitmaken van een recreatiegebied of -park wordt de houtopstand gewaardeerd om dit gebied of park te beschermen.
•
Bij het deel uitmaken van een recreatiegebied of -park wordt de houtopstand gewaardeerd om dit gebied of park te beschermen.
Sub f: Leeftijd
Sub f: Leeftijd
-Het criterium leeftijd is een grove inschatting. In veel gevallen is de leeftijd van de houtopstand
-Het criterium leeftijd is een grove inschatting. In veel gevallen is de leeftijd van de houtopstand
te herleiden aan de hand van tekeningen, aanleggegevens van de woonwijk of vakkennis van de adviseur. De adviseur is door opleiding en ervaring in staat een leeftijdsinschatting van de houtopstand te maken.
te herleiden aan de hand van tekeningen, aanleggegevens van de woonwijk of vakkennis van de adviseur. De adviseur is door opleiding en ervaring in staat een leeftijdsinschatting van de houtopstand te maken.
Sub g: Toekomstverwachting
Sub g: Toekomstverwachting
•
De toekomstverwachting is altijd een grove inschatting om discussie over de juistheid zoveel mogelijk te vermijden. Een Bomeneffectanalyse opgesteld door een extern bureau (verder: BEA) kan meer gedetailleerd inzicht geven over de toekomstverwachting van de houtopstand, maar een BEA is in de meeste gevallen niet noodzakelijk om tot een juiste toekomstverwachting te komen.
•
De toekomstverwachting is altijd een grove inschatting om discussie over de juistheid zoveel mogelijk te vermijden. Een Bomeneffectanalyse opgesteld door een extern bureau (verder: BEA) kan meer gedetailleerd inzicht geven over de toekomstverwachting van de houtopstand, maar een BEA is in de meeste gevallen niet noodzakelijk om tot een juiste toekomstverwachting te komen.
•
Een BEA wordt in ieder geval in de volgende gevallen vereist:
•
Een BEA wordt in ieder geval in de volgende gevallen vereist:
o Herinrichtingen van woonwijken en straten waar de inspraakverordening van toepassing is.
o Herinrichtingen van woonwijken en straten waar de inspraakverordening van toepassing is.
o Het vellen van houtopstanden die deel uitmaken van de hoofdbomen- en groenstructuur.
o Het vellen van houtopstanden die deel uitmaken van de hoofdbomen- en groenstructuur.
Bij vervanging van dode of beschadigde bomen is een BEA niet vereist.
Bij vervanging van dode of beschadigde bomen is een BEA niet vereist.
Sub h: Ruimtelijke structuur
Sub h: Ruimtelijke structuur
•
Voor een antwoord op de vraag of een houtopstand deel uitmaakt van de ruimtelijke structuur is bepalend of de bedoelde houtopstand onderdeel uitmaakt van een hoofd boom- of groenstructuur zoals beschreven in het groenbeleidsplan en groenstructuurplan van de gemeente Diemen.
•
Voor een antwoord op de vraag of een houtopstand deel uitmaakt van de ruimtelijke structuur is bepalend of de bedoelde houtopstand onderdeel uitmaakt van een hoofd boom- of groenstructuur zoals beschreven in het groenbeleidsplan en groenstructuurplan van de gemeente Diemen.
•
De houtopstand die in beheer en onderhoud is van een publiekrechtelijke organisatie en niet nader is beschreven in het groenbeleidsplan en groenstructuurplan van de gemeente Diemen, maakt deel uit van de ruimtelijke structuur.
•
De houtopstand die in beheer en onderhoud is van een publiekrechtelijke organisatie en niet nader is beschreven in het groenbeleidsplan en groenstructuurplan van de gemeente Diemen, maakt deel uit van de ruimtelijke structuur.
Artikel 5. Procedure
Artikel 5. Procedure
(Vervallen)
(Vervallen)
Het oude artikel 5 vervalt in verband met de artikelen 3.1 t/m 3.23 Wabo. De Wabo geeft verplichtend aan of en zo ja, welke voorbereidingsprocedure moet worden gevoerd.
De Omgevingswet en voorheen de Wabo geven tegenwoordig verplichtend aan welke procedure gevolgd moet worden.
Artikel 6. Vervaltermijn vergunning
Artikel 6. Vervaltermijn vergunning
In artikel 2.23, eerste lid, van de Wabo is bepaald dat in een omgevingsvergunning kan worden bepaald dat zij geheel of gedeeltelijk geldt voor een daarin aangegeven termijn. Door in de verordening een termijn van rechtswege op te nemen, is voor de aanvrager duidelijk dat een omgevingsvergunning voor de activiteit vellen of doen vellen van een houtopstand altijd is voorzien van een “geldigheidstermijn”.
In artikel 5.36, eerste lid, van de Omgevingswet is bepaald dat in een omgevingsvergunning kan worden bepaald dat zij geheel of gedeeltelijk geldt voor een daarbij gestelde termijn.
Artikel 7. Vergunningsvoorschriften
Artikel 7. Vergunningsvoorschriften
Herplantplicht. De voorschriften moeten concreet en precies worden uitgewerkt, bijvoorbeeld naar locatie, boomsoort of grootte en daarnaast dient in het voorschrift een termijn voor herplanting te worden opgenomen. Uit de rechtspraak naar aanleiding van de herplantplicht blijkt dat beleidsmatige uitwerking van aard en omvang van de herplantplicht noodzakelijk is. Deze uitwerking is opgenomen in de “Beleidsnotitie Bomenverordening Diemen 2010”.
Herplantplicht. De voorschriften moeten concreet en precies worden uitgewerkt, bijvoorbeeld naar locatie, boomsoort of grootte en daarnaast dient in het voorschrift een termijn voor herplanting te worden opgenomen. Uit de rechtspraak naar aanleiding van de herplantplicht blijkt dat beleidsmatige uitwerking van aard en omvang van de herplantplicht noodzakelijk is. Deze uitwerking is opgenomen in de “Beleidsnotitie Bomenverordening Diemen 2010”.
Artikel 2.22, vierde lid, van de Wabo bepaalt dat in, onder andere de bomenverordening, regels gesteld kunnen worden met betrekking tot het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning. Door het opnemen van artikel 7 is bepaald welke voorschriften aan een omgevingsvergunning voor de activiteit vellen of doen vellen van een houtopstand, kunnen worden verbonden.
Artikel 5.36, derde lid, van de Omgevingswet bepaalt dat regels gesteld kunnen worden met betrekking tot het verbinden van voorschriften aan de omgevingsvergunning. Door het opnemen van artikel 7 is bepaald welke voorschriften aan een omgevingsvergunning voor de activiteit vellen of doen vellen van een houtopstand, kunnen worden verbonden.
Door in de verordening een termijn van rechtswege op te nemen, is voor de aanvrager duidelijk dat een omgevingsvergunning voor de activiteit vellen of doen vellen van een houtopstand altijd is voorzien van een “geldigheidstermijn”.
Naast de hierboven genoemde voorschriften wordt nog gewezen op artikel 6.1, tweede lid onder a, van de Wabo. Als gevolg van dit artikel zal in een omgevingsvergunning voor de activiteit vellen of doen vellen van een houtopstand, worden opgenomen dat voor die activiteit de omgevingsvergunning pas in werking treedt de dag nadat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift dan wel een beroepschrift is verstreken. Artikel 8. Herplant /instandhoudingsplicht, voorschriften Herplantvoorschriften moeten concreet en eenduidig zijn en mogen zeer gedetailleerd soort, locatie en plantwijze voorschrijven, mits dit in het gangbare beleid past. De wijze waarop de zelfstandige herplant en instandhoudingsplicht wordt uitgevoerd, vraagt dus om beleidsmatige uitwerking. Deze uitwerking kan deel uitmaken van een breder opgezet handhavingsbeleid. Factoren die daarbij een rol spelen, zijn de ernst van de
Artikel 8. Herplant /instandhoudingsplicht, voorschriften Herplantvoorschriften moeten concreet en eenduidig zijn en mogen zeer gedetailleerd soort, locatie en plantwijze voorschrijven, mits dit in het gangbare beleid past. De wijze waarop de zelfstandige herplant en instandhoudingsplicht wordt uitgevoerd, vraagt dus om beleidsmatige uitwerking. Deze uitwerking kan deel uitmaken van een breder opgezet handhavingsbeleid. Factoren die