CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Diemen Hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028

Gemeenteraadsvergadering 18 september 2025, gemeente DiemenBij agendapunt: Hoofdlijnenbesluit aanvullende jeugdhulp 2028-20384.907 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Onderwerp: Datum:

Hoofdlijnenbesluit inkoop aanvullende jeugdhulp 2028-2038 1 juli 2025

Portefeuillehouder:

M. van den Berg

Team:

Beleid Samenleving

Steller:

Isabelle Teeken

Gevraagde beslissing: 1. Vaststellen van de jeugdvisie zoals opgenomen in het Hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038; 2. Vaststellen van de uit die jeugdvisie voortvloeiende richtinggevende uitspraken in het Hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038. Met als uitgangspunt lokale zeggenschap om deze in de uitwerking passend te maken aan de specifieke situatie van elke gemeente.

Relevante achtergrondinformatie Huidige contracten jeugdhulp In 2020 hebben twee aanbestedingen voor jeugdhulp plaatsgevonden: 1) de aanbesteding hoog specialistische jeugdhulp (HSJH), en 2) de aanbesteding enkelvoudig specialistische jeugdhulp (ESJH). Voor de HSJH is gekozen voor een taakgerichte uitvoeringsvariant. Het aantal jeugdhulpaanbieders is teruggebracht van ruim dertig naar tien. Deze tien kernpartners hebben de opdracht om gezamenlijk zorg te dragen voor een dekkend zorglandschap in hoog specialistische jeugdhulp. In de taakgerichte financiering ontvangen de kernpartners ieder jaarlijks een vast lumpsumbedrag, zonder afzonderlijke afspraken over producten en prijzen per traject. Amsterdam heeft de ESJH hier in 2024 op aan laten sluiten. Voor de DUO-gemeenten kwam dit besluit te vroeg en deze stap voor de ESJH is toen niet gezet; de uitvoeringsvariant van de ESJH binnen DUO is resultaatgericht. Voorbereiding nieuwe aanbesteding Op 10 juni 2025 heeft het college ingestemd met het rechtmatig verlengen van de overeenkomsten HSJH en ESJH tot en met 31 december 2027. Dit betekent dat per 1 januari 2028 nieuwe contracten moeten zijn afgesloten. De gemeente Diemen is in samenwerking met Amsterdam, Ouder-Amstel en Uithoorn gestart met de voorbereiding op een nieuwe aanbestedingsprocedure, onder de naam Aanvullende Jeugdhulp (AJH).

De verwachting is dat de gemeenten Aalsmeer en Amstelveen op korte termijn aansluiten bij het voorbereidend traject. Het Hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028 beschrijft de kaders voor de inkoop aanvullende jeugdhulp 2028-2038. Hiermee wordt voor betrokkenen duidelijk wat met de aanbesteding beoogd wordt. Concrete aanleiding Per 1 januari 2028 moeten nieuwe contracten voor jeugdhulp afgesloten zijn. Het Hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038 beschrijft de kaders voor de inkoop aanvullende jeugdhulp 20282038. Hiermee wordt voor betrokkenen duidelijk wat met de aanbesteding beoogd wordt.

Inhoud en onderbouwing Beslispunt 1 Vaststellen van de jeugdvisie zoals opgenomen in het Hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038. Argumenten en keuzemogelijkheden beslispunt 1 Visie op sociaal domein en zorg aan (jeugdige) inwoners De verschillende visies op het sociaal domein van de samenwerkende gemeenten, dienen als inhoudelijke leidraad voor de uitvoering van de aanvullende jeugdhulp (o.a. ‘Samen Diemen’ van gemeente Diemen en de Jeugdvisie van gemeente Amsterdam). Het doel van de inkoop aanvullende jeugdhulp is om partijen te contracteren die de aanvullende jeugdhulp uitvoeren op een manier die past bij de gemeentelijke visies. Jeugdvisie De in 2024 door de raad van Amsterdam vastgestelde Jeugdvisie is als voornaamste leidraad gebruikt bij het opstellen van het hoofdlijnenbesluit. Deze Jeugdvisie is het meest actuele en meest concreet gerichte beleid op jeugdigen dat we in de jeugdregio voor handen hebben. De opdrachten uit de Hervormingsagenda zijn hier bijvoorbeeld onderdeel van en zo ook de positie van jeugdhulp in de hele scope van voorzieningen (voorliggend, basis en aanvullend) voor jeugdigen. De Jeugdvisie leende zich er daarom het meest voor om het hoofdlijnenbesluit vorm te geven. De visie en beleid van de DUO gemeenten is meer op hoofdlijnen sociaal domein breed; de jeugdvisie is hier niet contra aan en geeft meer handvatten.

Inhoudelijk stelt de jeugdvisie in dit hoofdlijnenbesluit: We gaan uit van de beweging waarin we niet de jeugdhulp het belangrijkste laten zijn in de wereld van jeugdigen en gezinnen maar het dagelijks leven op school, op de kinderopvang, in de buurt en in het gezin. Kern is om het belang van kinderen (en ouders) eerst te stellen. Jeugdhulp wordt ‘aanvullend’ ingezet omdat deze - indien nodig - toegevoegd wordt aan de leefwereld van kinderen en ter ondersteuning van het netwerk rondom het kind en gezin. De uitvoering van deze visie vraagt om een andere manier van kijken en handelen van professionals en betrokkenheid en actieve inzet van alle spelers, samen met jeugdigen en het gezin. Gemeenten sturen actief op samenwerking en gezamenlijke inzet van alle partijen rondom het gezin. Andere kaders Het Hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038 bevat de kaders voor de aanbesteding van aanvullende jeugdhulp voor de periode 1 januari 2028 tot 1 januari 2038. Deze kaders zijn – naast het beleid sociaal domein ‘Samen Diemen’ en de Jeugdvisie Amsterdam – gebaseerd op de landelijke Hervormingsagenda Jeugd en de daaruit volgende Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg en de ontwikkeling van de rijksmiddelen.

Dit wordt hier nader uitgewerkt: Hervormingsagenda Vanwege de landelijke toenemende instroom in de jeugdhulp en de daarmee gepaard gaande stijgende kosten, is in juni 2023 de Hervormingsagenda Jeugd vastgesteld door de VNG. Deze agenda bevat een aantal beleidsmaatregelen voor de periode 2023–2028, met als doel om het stelsel kwalitatief te verbeteren en financieel houdbaar maken: betere en tijdige zorg en ondersteuning voor jeugdigen en hun gezin, op de juiste plek en alleen wanneer dit nodig is. In 2023 zijn we in Diemen, in samenwerking met Ouder-Amstel en Uithoorn, begonnen met de uit de Hervormingsagenda voortgekomen opdracht om te komen tot stevige lokale teams. Deze ontwikkeling is momenteel in volle gang. De lokale teams vormen het fundament van het jeugdhulpstelsel. Zij zetten in op preventie en bieden zelf basisjeugdhulp om zo jeugdhulp laagdrempelig en dichtbij huis te bieden. Basisjeugdhulp betreft de meer eenvoudige en enkelvoudige vormen van jeugdhulp. De gezamenlijke jeugdhulpaanbieders sluiten aan waar nodig, wat de term ‘aanvullende jeugdhulp’ verklaart: de hulp geboden door de jeugdhulpaanbieders is aanvullend op de ondersteuning vanuit de lokale teams. De stevige lokale teams zijn op hun beurt aanvullend op de ondersteuning vanuit de sociale basis (zoals jeugd- en jongerenwerk, opgroei- en opvoedondersteuning) en het sociale netwerk.

Dit betekent dat het huidige onderscheid tussen de hoog- en de enkelvoudig specialistische jeugdhulp vervalt. Een deel van het huidige ESJH-aanbod wordt onderdeel van het aanbod van de lokale teams; het overige deel wordt samen met de HSJH wordt opgenomen in de opdracht Aanvullende Jeugdhulp

(AJH). Dit draagt bij aan een meer geïntegreerd en minder verkokerd jeugdhulpstelsel. Hulp is ofwel aanvullend, ofwel basis vanuit het lokaal team. Andere uit de Hervormingsagenda voortkomende taken zijn geland in het project kostenbeheersing Jeugdhulp en de ombuigsporten (o.a. Verstevigen samenwerking jeugdhulp en onderwijs, van individueel naar collectief, normaliseren). Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen Het wetsvoorstel verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht tot inkoop op het niveau van de jeugdregio (Amsterdam-Amstelland) van de in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) vastgelegde zorgvormen. De wetgever beoogt met deze wet dat specialistische vormen van jeugdhulp op grote schaal worden ingekocht, waarmee de beschikbaarheid ervan wordt verbeterd en de administratieve lasten voor uitvoerende partijen afnemen. Gemeenten binnen een jeugdregio moeten gezamenlijk de samenwerking en sturing op de specialistische (aanvullende) jeugdhulp organiseren. De inkoop en de administratieve processen moeten via gelijke uitvoeringsvariant(en) plaatsvinden, met dezelfde verantwoordingseisen voor aanbieders. Ook verplicht de Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen tot de oprichting van een Gemeenschappelijke Regeling (GR) jeugdregio. De AMvB bevat alle vormen van specialistische jeugdzorg inclusief de jeugdbescherming- en jeugdreclassering.

Laatstgenoemd dossier kopen we al regionaal in en valt buiten de opdracht Aanvullende Jeugdhulp. Ditzelfde geldt voor zorgvormen die landelijk ingekocht worden (landelijk transitie arrangement (LTA)). Proces in de regio Amsterdam-Amstelland De jeugdregio Amsterdam-Amstelland wordt gevormd door de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn. Op dit moment hebben de 6 gemeenten in de jeugdregio Amsterdam-Amstelland de aanvullende jeugdhulp niet gezamenlijk gecontracteerd. In de gemeenten Amsterdam-DUO zijn de voorbereidingen voor de inkoop aanvullende jeugdhulp al eerder gezamenlijk gestart. Naar aanleiding van het wetsvoorstel zijn gesprekken gestart met Amstelveen en Aalsmeer over de wijze waarop de inkoop van de aanvullende jeugdhulp namens de 6 gemeenten zou kunnen worden vorm gegeven. De gemeenten van de regio Amsterdam-Amstelland beogen de aanvullende jeugdhulp 2028-2038 gezamenlijk in te kopen, mits met 6 gemeenten overeenstemming bereikt wordt over een aantal belangrijke uitgangspunten, zoals sturing en bekostiging. De richtinggevende uitspraken zoals beschreven in dit hoofdlijnenbesluit vormen de basis voor deze inkoop.

De financiële kaders die door het Rijk zijn gepresenteerd in de Voorjaarsnota 2025 Rijk en VNG hebben een akkoord gesloten1 over het financiële kader voor jeugdzorg voor de komende jaren: afgesproken is dat, hoewel in 2024 en 2025 de voorgenomen besparingen op jeugdzorg met in totaal 385 miljoen euro zijn verzacht, er vanaf 2026 een enorme bezuiniging in één keer wordt doorgevoerd. De financiële paragraaf in het hoofdlijnenbesluit is dan ook ter kennisname; besluitvorming vindt plaats in jaarlijkse begrotingsraad. Beslispunt 2. Vaststellen van de uit die jeugdvisie voortvloeiende richtinggevende uitspraken in het Hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038. Met als uitgangspunt lokale zeggenschap om deze in de uitwerking passend te maken aan de specifieke situatie van elke gemeente. Argumenten en keuzemogelijkheden beslispunt 2 Het hoofdlijnenbesluit bouwt voort op de koers die sinds 2020 is ingezet met de specialistische jeugdhulp en de opgedane ervaringen in de uitvoeringspraktijk binnen de context van de Hervormingsagenda Jeugd en de gemeentelijke visies. Dit alles krijgt vorm in tien richtinggevende uitspraken in het hoofdlijnenbesluit. De tien richtinggevende uitspraken: 1. De aanvullende jeugdhulp is een taakgerichte opdracht en wordt in partnerschap uitgevoerd.

Deze richtinggevende uitspraak is een voortzetting van de in 2020 gemaakte keuze en wordt hiermee van toepassing op alle aanvullende jeugdhulp. Gemeenten kiezen voor de taakgerichte 1 Kamerbrief over principeakkoord financiën Rijk en VNG Hervormingsagenda jeugd | Kamerstuk |

Rijksoverheid.nl

uitvoeringsvariant, een vast bedrag (lumpsum) per jaar voor een omschreven taak. Dit biedt kansen op flexibel inzetten van jeugdhulp en vermindering van administratieve lasten. Essentieel is het aangaan van partnerschap tussen gemeenten en jeugdhulpaanbieders in de vorm van een langetermijn samenwerking gebaseerd op dialoog en consensus over de te bereiken doelen van en inzet van jeugdhulp. 2. De aanvullende jeugdhulp wordt gecontracteerd vanuit één opdracht. De jeugdhulpaanbieders bieden in gezamenlijkheid alle aanvullende jeugdhulp voor het hele verzorgingsgebied. Zij worden ieder apart gecontracteerd. Voor het uitvoeren van de eisen die door het collectief moeten worden uitgevoerd maken zij samenwerkingsafspraken met elkaar. Deze richtinggevende uitspraak is een doorontwikkeling ten opzichte van de eerder ingezette richting: meer samenhang, meer sturing op gezamenlijke verantwoordelijkheid van de totale opdracht en de fundamentele verandering die volgt uit de visie, maar met oog voor wat haalbaar en uitvoerbaar is op dit moment. 3. Aanvullende jeugdhulp sluit aan op de basisjeugdhulp en preventie. Dit vraagt om stevige lokale teams die basisjeugdhulp kunnen bieden. Voor de DUO-gemeenten is de ontwikkeling van stevige lokale teams nieuw, voor Amsterdam is dit een doorontwikkeling van de ingezette beweging.

Doordat de DUO-gemeenten momenteel werken aan de ontwikkeling van stevige lokale teams, kan voor Amsterdam-DUO een identieke opdracht aanvullende jeugdhulp worden geformuleerd. 4. Jeugdhulpaanbieders werken gebiedsgericht. Deze richtinggevende uitspraak is een voortzetting en verdere intensivering van het huidige beleid. De DUO-gemeenten zijn onlangs gestart met het gebiedsgericht samenwerken, een werkwijze die de komende tijd verder wordt vormgegeven. De aanpak in een gebied wordt bepaald door kenmerken en uitdagingen van een gebied. Deze gaat uit van een diepgaand begrip van de lokale context en gemeenschappen waarin jeugdigen opgroeien. De leefwereld van jeugdigen bestaat uit hun gezin, familie en vrienden, de buurt, het onderwijs, kinderopvang, buurtorganisaties en de cultuur en maatschappij waarin zij leven. 5. De toegang tot aanvullende jeugdhulp wordt gebiedsgericht georganiseerd. Deze richtinggevende uitspraak is een voortzetting van het huidige beleid en het is een ontwikkelopgave in de uitvoering. Per gebied wordt samengewerkt in de toegang. In Amsterdam-DUO heet dit een ‘gebiedsknooppunt’. Dit is een netwerkorganisatie die per gebied integrale ondersteuning organiseert met en voor ouders, kinderen, jongeren, gezinnen door gezamenlijk mee te denken en bij te dragen.

Deelnemende partijen zijn de aanvullende jeugdhulp, de lokale teams, de sociale basis, onderwijs, Gecertificeerde Instellingen (GI), huisartsen en andere betrokkenen. Het doel van het gebiedsknooppunt is om bredere ondersteuning te kunnen bieden dan alleen jeugdhulp (bijvoorbeeld omdat er randvoorwaarden voor effectieve inzet van jeugdhulp moet zijn zoals zorg voor veiligheid in het gezin). Een andere reden is om de verwijzing naar de meest passende (jeugdhulp)partner efficiënter te laten verlopen en om contra-indicaties en stagnatie te voorkomen. De eindverantwoordelijkheid voor het opstellen van het plan en beschikking ligt bij de lokale teams. 6. De aanvullende jeugdhulp heeft de opdracht om eraan bij te dragen dat kinderen gezinsgericht binnen hun eigen omgeving steun, ruimte en deskundigheid krijgen zodat zij veilig opgroeien en onderwijs krijgen. Deze richtinggevende uitspraak is een doorontwikkeling ten opzichte van de huidige situatie. Hiermee wordt de gevraagde inzet van de aanbieders aanvullende jeugdhulp in de ontwikkelopgaven verankerd. Zowel voor ontwikkelingen die in gang zijn gezet als nieuwe opgaven in de toekomst. De aanvullende jeugdhulp moet bijdragen aan het versterken van de jeugdige binnen het systeem waarin hij of zij opgroeit; de aanvullende jeugdhulp voegt expertise toe.

Daarnaast wordt de beweging gemaakt van vooral individuele ondersteuning naar meer collectieve vormen van ondersteuning en van kindgericht naar gezinsgericht. De dagelijkse omgeving van de jeugdige is nadrukkelijker in beeld om de jeugdige te helpen veilig en gezond op te groeien. 7. Er wordt niet vanzelfsprekend aanvullende jeugdhulp ingezet als andere oplossingen voor het gezin beter/duurzamer zijn. Deze richtinggevende uitspraak is nieuw en is een fundamentele verandering die volgt uit de opgedane ervaring met 10 jaar Jeugdwet en de uitdaging van een integrale aanpak in het sociaal domein.

Problemen met inkomen, armoede, onveiligheid wonen en andere problemen kunnen ertoe leiden dat ouders hun rol als opvoeder niet altijd waar kunnen maken. Alleen jeugdhulp inzetten omdat bij kinderen signalen worden opgevangen, is dan niet effectief genoeg. Het vraagt om meer aandacht en inzet van andere onderdelen van het sociaal domein gericht op het hele gezin, zoals sociale basis, onderwijs, volwassenondersteuning, bestaanszekerheid en veiligheid. Aan de aanbieders aanvullende jeugdhulp wordt gevraagd hun expertise in te zetten om minder inzetten van jeugdhulp mogelijk te maken. De gemeenten hebben de verantwoordelijkheid betere en duurzame oplossingen voor het gezin te realiseren. 8. Gemeenten sturen taakgericht op de aanvullende jeugdhulp. Deze richtinggevende uitspraak is een voortzetting van de in 2020 gemaakte keuze en wordt hiermee van toepassing op alle aanvullende jeugdhulp. Taakgerichte sturing houdt in dat sturing zich richt op het bereiken van de inhoudelijke (ontwikkel)doelen en wie en wat daarvoor nodig is. De gemeenten hebben diverse rollen: zij sturen als opdrachtgever, als partner van de uitvoerende partijen en als regisseur van het jeugdstelsel. De inrichting van de monitoring en verantwoording is hiervan afgeleid. De structuur die hiervoor de afgelopen jaren is ingericht, wordt verder ontwikkeld. 9.

Gemeenten bieden jeugdhulpaanbieders een meerjarig financieel perspectief binnen de budgettaire kaders en kopen gezamenlijk de aanvullende jeugdhulp in. Deze richtinggevende uitspraak is een doorontwikkeling ten opzichte van de eerder ingezette richting. Het meerjarig financieel perspectief wordt concreter gemaakt, zodat dit bij de start van het contract voor gemeenten en jeugdhulpaanbieders helder is. De totale contractperiode beslaat de periode 20282038. De initiële looptijd van het contract is zes jaar, met twee verlengingsopties van elk twee jaar. Gemeenten bieden zoveel als mogelijk een meerjarig perspectief. 10. Gemeenten maken onderling afspraken over hun aandeel in het totale budget van de opdrachten aanvullende jeugdhulp. Uitgangspunt is dat elke gemeente betaalt voor de eigen inwoners. Deze richtinggevende uitspraak is een fundamentele verandering en volgt uit de ontwikkeling dat er gezamenlijke afspraken worden gemaakt over één lumpsum per jeugdhulpaanbieder. In plaats van aparte financiering per gemeente ontvangen jeugdhulpaanbieders één gezamenlijk lumpsumbedrag. Dit voorkomt administratie, vergroot de uitvoeringsvrijheid en ondersteunt het taakgericht werken. Gemeenten maken onderling afspraken over verdeling van de kosten en verrekening waar nodig en dragen gezamenlijk zorg voor monitoring van de kosten, bereik en kwaliteit.

Uitgangspunt is dat elke gemeente betaalt voor de uitgaven voor de aanvullende jeugdhulp van haar eigen jeugdigen (en ouders). Kanttekeningen en/of risico’s Er is een risicoanalyse gemaakt op de richtinggevende uitspraken voor de inkoop aanvullende jeugdhulp 2028-2038. De belangrijksten zijn: Risico 1: Gewenste doorontwikkeling jeugdhulp verloopt minder vlot dan wenselijk is. Oorzaken

De uitvoering van de Hervormingsagenda en visies sociaal domein/jeugd, vraagt om een andere houding t.a.v. de jeugdhulp, zowel door jeugdhulpaanbieders als andere partijen. Verder vergt het een collectieve aanpak waarbij partijen gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Dit vraagt om intensieve samenwerking van AJHpartijen en anderen. Omdat het moeilijk is om te gunnen op partijen die in staat zijn tot een goede samenwerking, en omdat er rekening gehouden moet worden met (mogelijk grote) verschuivingen in het aanbiedersveld, dreigen hier de volgende knelpunten: - Samenwerking - tussen partijen onderling en met het bredere veld - moet (deels) opnieuw worden vormgegeven. Dit kost tijd. - Nieuwe partijen starten met een achterstand: zij kennen het landschap

Gevolgen

Beheersmaatregelen

minder goed, moeten zich de gemeentelijke visies nog eigen maken en worden minder betrokken door huidige partijen en/of andere spelers in het sociaal domein. - Gecontracteerde partijen blijven vanuit individuele belangen handelen in plaats van als AJH-collectief. Vertraging in de gewenste ontwikkelingen in de jeugdhulp is op zichzelf een negatief gevolg. Een van de belangerijkere beheersmaatregelen (stevige sturing vanuit gemeentelijke organisaties, zoals hieronder omschreven) zal veel vergen van de gemeentelijke organisatie(s). Hier moeten middelen en capaciteit voor vrijgemaakt worden Voorafgaand aan de contractering kunnen gemeenten een aantal dingen doen: - Gemeenten stellen aan de voorzijde eisen aan de samenwerking en t.a.v. de uitvoering van de jeugdvisie. - Gedurende het aanbestedingstraject worden dialoogsessies georganiseerd waarin commitment wordt geborgd vanuit inschrijvende partijen. - Gedurende de pré-contractuele fase wordt intensief gewerkt aan samenwerking tussen beoogde partners, gericht op het maken van de gewenste beweging vanuit jeugdvisie. - Het sturingsmodel wordt verstevigd aan de hand van de te sluiten overeenkomsten. Tevens zal de eigen organisatie op sterkte gebracht moeten worden om effectieve sturing te bieden.

Risico 2: Gemeenten slagen er onvoldoende in de benodigde sturing te bieden Oorzaken

Gevolgen Beheersmaatregelen

Sturing op de integrale opdracht wordt bemoeilijkt doordat het op twee niveaus plaatsvindt, zowel in gesprekken met individuele aanbieders als in gesprekken met het collectief. Om de doelstellingen te realiseren is veel en hoogwaardige sturingscapaciteit nodig. Op dit moment is deze capaciteit er onvoldoende. Beperkte samenwerking tussen gecontracteerde partijen, met als gevolg dat de doelen van de inkoop niet of niet optimaal gerealiseerd worden. - Een forse (structurele) investering in sturingscapaciteit en -kwaliteit van de eigen organisatie - Vanuit contractuele afspraken het sturingsmodel verstevigen.

Risico 3: Dalende rijksmiddelen voor de jeugdvoorzieningen Oorzaken Gevolgen

Beheersmaatregelen

Dalende rijksmiddelen voor de jeugdvoorzieningen. Er blijft een grote vraag om jeugdhulp die niet opgevangen kan worden binnen het aanvullende jeugdhulpaanbod. Er ontstaat druk om toch de lumpsum bij te stellen en/of de andere uitgaven in de gemeentebegroting komen onder druk te staan. - Stevig sturen op realisatie jeugdvisie. - Borgen van flexibiliteit t.a.v. lumpsum.

Risico 4: personeelstekorten in de jeugdhulp Oorzaken Gevolgen Beheersmaatregelen

Door een toenemende krapte op de arbeidsmarkt ontstaan er personeelstekorten in de jeugdhulp. Er is onvoldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar voor uitvoering van de opdracht. - Uitdragen dat de huidige ervaring is dat taakgericht werken leidt tot meer werkplezier als argument om personeel aan te trekken en te binden. - Continueren van inzet op het aantrekkelijk maken van werken in jeugdhulp, aanbieders aanmoedigingen goed personeelsbeleid te voeren (bijvoorbeeld als gemeente parkeerplekken en huisvesting beschikbaar stellen).

Risico 5: Onvoldoende jeugdhulpcapaciteit bij jeugdigen in de buurt Oorzaken Gevolgen Beheersmaatregelen

Door de geografische ligging van Amsterdam ten opzichte van Diemen, Uithoorn en OuderAmstel worden cliënten niet dichtbij geholpen. Jeugdigen ontvangen geen (tijdige) hulp of moeten er ver voor reizen. - Afspraken maken over de zichtbaarheid/aanwezigheid van jeugdhulpaanbieders in de DUOgemeenten als onderdeel van het gebiedsgericht werken. - In het contractmanagement monitoren dat dit zo wordt uitgevoerd.

Verbinding met andere onderdelen Maatschappelijk effect Met het vaststellen van het hoofdlijnenbesluit aanvullende jeugdhulp 2028-2038 kan een opdracht geformuleerd worden die leidt tot contracten met partijen werkend vanuit de uitganspunten van het hoofdlijnenbesluit: dit gaat uit van de beweging waarin we niet de jeugdhulp het belangrijkste laten zijn in de wereld van jeugdigen en gezinnen maar het dagelijks leven op school, de kinderopvang, de buurt en het gezin. Kern is om het belang van kinderen (en ouders) eerst te stellen. Jeugdhulp wordt ‘aanvullend’ ingezet omdat deze - indien nodig - toegevoegd wordt aan de leefwereld van kinderen en ter ondersteuning van het netwerk rondom het kind en gezin.

Financieel De financiële kaders voor de aanvullende jeugdhulp vanaf 2028 worden sterk beïnvloed door een verwachte daling van de rijksbijdragen en de noodzaak tot besparingen. Gemeenten bieden jeugdhulpaanbieders daarom zoveel mogelijk een meerjarig financieel perspectief, maar blijven afhankelijk van hun eigen begrotingen en de middelen vanuit het Rijk. De kern van het financiële beleid is het werken met een lumpsum met vaste jaartotalen voor een omschreven taak. Afspraken over de lumpsums worden voor de eerste zes jaar vastgelegd (de initiële contractperiode), waarna een evaluatiemoment plaatsvindt en nieuwe afspraken over de lumpsum in de verlengingsperiode worden gemaakt. Daarnaast kunnen lumpsums tussentijds worden aangepast zoals omschreven in het hoofdlijnenbesluit. Lumpsum huidige meerjarenbegroting De lumpsumfinanciering vormt de basis voor de gehele opdracht aanvullende jeugdhulp. De bedragen worden bepaald op basis van de gemeentelijke begrotingen (met name die van 2026) en houden rekening met toekomstige kortingen en indexaties. Vanaf 2028 geldt één opdracht voor aanvullende jeugdhulp, waarbij eerdere onderverdelingen zoals ESJH en HSJH verdwijnen. De huidige begroting laat de volgende ontwikkeling zien voor Amsterdam en DUO.

Amsterda m

Onderdeel

2025

2026

2027

HSJH (exclusief aanpak wachtenden)

€ 212.497

€ 210.410

€ 204.188

ESJH

€ 17.909

€ 15.801

€ 15.786

Aanvullende contracten

€ 7.615

€ 7.608

€ 7.080

Individuele betaalovereenkomsten

€ 35.546

€ 34.517

€ 30.467

Besparingsopgave € 273.567

€ 268.336

€ 257.521

HSJH

€ 4.485

€ 4.500

€ 4.500

ESJH

€ 2.477

€ 2.477

€ 2.477

€ 755

€ 755

€ 755

-€ 992

-€ 1.051

€ 7.717

€ 6.740

€ 6.681

HSJH

€ 6.019

€ 5.729

€ 5.733

ESJH

€ 2.070

€ 1.966

€ 1.967

€ 105

€ 105

€ 105

€ 1.204

€ 1.140

€ 1.142

€ 9.398

€ 8.940

€ 8.947

HSJH

€ 1.888

€ 1.888

€ 1.888

ESJH

€ 919

€ 712

€ 712

Aanvullende contracten

€ 85

€ 85

€ 85

Individuele betaalovereenkomsten

€ 353

€ 255

€ 255

subtotaal

€ 3.245

€ 2.939

Totaal

€ 293.926

€ 286.956

Individuele betaalovereenkomsten Taakstelling subtotaal

Uithoorn

Aanvullende contracten Individuele betaalovereenkomsten subtotaal

OuderAmstel

2029

- € 5,0 subtotaal

Diemen

2028

€ 246,6

€ 239,4

€ 5,5

€ 5,5

€ 8,0

€ 8,0

€ 2.940

€ 2,6

€ 2,6

€ 276.089

€ 262,6

€ 255,4

Toelichting: - Bovenstaande bedragen zijn gebaseerd op de begroting 2025 en slechts indicatief voor de lumpsum. - De bedragen zijn gebaseerd op het prijspeil 2025. De eventuele indexering 2026 en verder is hierin niet meegenomen. - De extra bedragen vanuit de VJN van het rijk voor jeugdhulp zijn niet meegenomen, aangezien de exacte doorrekening van de besluitvorming bij de VJN van het Rijk nog niet beschikbaar is en hierover in de gemeenten nog geen besluitvorming heeft plaatsgevonden. - De huidige ingeboekte taakstelling op de uitgaven vanuit de hervormingsagenda (voor zover de gemeente die heeft) is in bovenstaande tabel verwerkt.

-

Voor de drie DUO gemeenten geldt vanaf 2028 dat zij het ESJH-budget 50/50 verdelen naar de AJH en stevige lokale teams van waaruit de basis jeugdhulp zal worden geleverd. Hier vindt nog een nadere analyse op plaats; resultaten krijgen een plek in de inkoopstrategie.

Meerjarige financiële afspraken Het vertrekpunt is dat de inleg van de afzonderlijke gemeenten vertaald wordt naar een taak en lumpsum die past bij de zorgvraag van elke gemeente. Hierin is de afspraak gemaakt om de gemeentelijke begrotingen als basis te nemen voor de lumpsum, waardoor bij de gemeenten de verantwoordelijkheid ligt om een taak te formuleren die hierbij aansluit. Hierdoor wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt dat elke gemeente zo veel als mogelijk betaalt voor de uitgaven aanvullende jeugdhulp van haar eigen jeugdigen (en ouders). Er worden afspraken gemaakt voor de periode 2028-2034. Gemeenten bieden duidelijkheid over het financiële kader, zodat aanbieders gericht kunnen investeren in innovatieve vormen van jeugdhulp. Daarbij hoort ook een systematiek voor indexatie (volgens de OVA-systematiek) en het bijstellen van lumpsums bij onvoorziene omstandigheden, zoals bevolkingsgroei, inflatie of beleidswijzigingen, maar kan er tegelijkertijd ook sprake zijn van eventuele verlaging, wanneer deze meer dan 5% bedraagt. Gemeenten dragen in deze gevallen naar rato bij aan de meerkosten, dan wel profiteren gelijkelijk bij minder kosten. Uitzondering hierop is wanneer de kosten in de ene gemeente substantieel hoger of lager uitvallen dan in de andere gemeenten.

In dat geval wordt nader onderzocht wat hiervan de achtergrond is en komen de gemeenten in gezamenlijkheid tot een passende oplossing. Hierbij blijft het uitgangspunt dat ieder de kosten draagt voor de eigen jeugdigen en de jeugdhulpaanbieder in principe niet gevraagd wordt verschillende toegangseisen te hanteren naar gelang van de woonplaats van de jeugdige. Het solidariteitsprincipe geldt bij de jaarafsluiting. De lumpsum per jeugdhulpaanbieder wordt niet met terugwerkende kracht aangepast. Wanneer uit de financiële rapportages blijkt dat de jeugdhulpaanbieder een tekort heeft, wordt dat door deze jeugdhulpaanbieder gedragen. Dit geldt ook in het geval het tekort veroorzaakt wordt door één of enkele gemeenten. Gemeenten gaan dan wel met elkaar in gesprek over een eerlijker verdeling van hun bijdrage in de lumpsum, welke in beginsel pas wordt betrokken bij de inleg in de volgende periode. Financiële bedrijfsvoering Van aanbieders wordt verwacht dat zij verantwoord omgaan met de toegekende lumpsum. Jaarlijks geven zij aan hoe deze middelen worden ingezet, inclusief inzet per gebied en personele capaciteit. Er gelden verscherpte eisen vanuit de Wet verbetering beschikbaarheid zorg voor jeugdigen. Transparantie en onderlinge verantwoording zijn essentieel. Ook voor de gezamenlijke gemeentes wordt een monitor georganiseerd.

Hierin worden onder andere cliëntstromen, financiële rapportages én financiële afhandeling in meegenomen. De gemeenten richten hiervoor een gezamenlijk ‘team’ en monitoring in. De gemeentelijke samenwerking wordt ondergebracht binnen een gemeenschappelijke regeling. Één lumpsum per aanbieder In plaats van aparte financiering per gemeente ontvangen jeugdhulpaanbieders één gezamenlijk lumpsumbedrag. Dit voorkomt bureaucratische lasten, vergroot de uitvoeringsvrijheid en ondersteunt het taakgericht werken. Gemeenten maken onderling afspraken over verdeling van de kosten, herzien die indien nodig jaarlijks, en dragen gezamenlijk zorg voor monitoring van bereik, kwaliteit en kosten. Juridisch Wettelijke grondslag: - Jeugdwet - (Concept-)Wet verbetering beschikbaarheid Jeugdzorg - Artikel 160, eerste lid onder a van de Gemeentewet: het college is bevoegd om het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren. - Artikel 160 eerste lid onder b van de Gemeentewet: het college is bevoegd beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester hiermee is belast. - Artikel 169 lid 2 Gemeentewet: het college en elk van zijn leden afzonderlijk geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

Duurzaamheid n.v.t. Communicatie - Uw besluit wordt gepubliceerd via de geijkte communicatiekanalen; - De samenwerkende gemeenten in de voorbereiding van de aanbesteding, worden geïnformeerd over uw besluit. Participatie - De adviesraad sociaal domein en de jongerenraad hebben geadviseerd op het eerste concept van het hoofdlijnenbesluit aan het begin van dit jaar. De input heeft waardevolle inzichten opgeleverd, niet alleen over het hoofdlijnenbesluit zelf, maar ook op thema’s als inspraak van jeugdigen gedurende een contractperiode, sturing op contracten, doorontwikkeling van het stelsel en aandacht voor werkprocessen in de uitvoering. - In de jeugdregio hebben meerdere adviesraden een advies uitgebracht. Zo hebben de adviesraden van Ouder-Amstel en Uithoorn geadviseerd op het eerste concept van het hoofdlijnenbesluit en het jeugdplatform van Amsterdam. - Verschillende belanghebbende partijen hebben een rol gespeeld bij de totstandkoming van het Hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp, zoals het Sociaal Team, jeugdconsulenten, huisartsen en onderwijs. - De gemeente Amsterdam heeft eind 2024 een ‘dwarskijksessie’ georganiseerd, waar externe experts kritische reflectie gaven op het eerste concept Hoofdlijnenbesluit Jeugdhulp.

Het doel van tegenspraak is advies te ontvangen op verbeterpunten en zwakke plekken bloot te leggen, zodat de juiste acties (beheersmaatregelen) kunnen worden genomen. De input heeft eraan bijgedragen dat de vervolgversie concreter is geworden en een aantal uitgangspunten zijn gewijzigd. Zo wordt er niet al bij contractering gezocht wordt naar een samenwerkingsverband, maar meer als stip op de horizon en daarmee wordt er juist nog ingezet op losse contracten en doorontwikkeling van de sturing op die contracten. Er is langer nagedacht over de betekenis van bijvoorbeeld partnerschap, het belang van sturing en regie vanuit de gemeenten en het gehalte aan wensdenken is gemitigeerd naar meer concrete noties over de verwachtingen (en dus de opdrachten) voor andere onderdelen van het sociaal domein. De opdracht voor de aanvullende jeugdhulp is meer gekaderd naar de rol die het moet hebben om effectief en efficiënt in te worden gezet. En niet als “last resort” voor allerlei gezinsproblemen. Uitvoering en vervolg De kaders uit dit hoofdlijnenbesluit worden nader uitgewerkt in een inkoopstrategie die door de colleges wordt vastgesteld. Daarna start de dialooggerichte aanbestedingsprocedure gericht op het sluiten van nieuwe contracten met jeugdhulpaanbieders per 1-1-2028.

Met deze partijen zullen we als gemeenten uitvoering geven aan de (rijks)opdrachten jeugd en lokaal beleid sociaal domein. Het aanbestedingsproces bestaat uit de volgende mijlpalen met planning: - Hoofdlijnenbesluit : college B&W juli 2025 / gemeenteraad september 2025 - Inkoopstrategie : college B&W december 2025 - Aanbestedingsdocumenten : publicatie maart 2026 - Aanbestedingsprocedure : gunningsbesluit zomer 2027 - Implementatie : start nieuw contract 1 januari 2028

Bijlagen -

Bijlage 1: Hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038

Burgemeester en wethouders van Diemen, de secretaris, G.T. Wildeman

de burgemeester, E. Boog

Raadsbesluit

Onderwerp:

Hoofdlijnenbesluit inkoop aanvullende jeugdhulp 2028-20238

De gemeenteraad van Diemen in vergadering bijeen, Gelet op de voordracht van het college d.d. 1 juli 2025

Besluit 1. De jeugdvisie zoals opgenomen in het Hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038 vast te stellen; 2. De uit die jeugdvisie voortvloeiende richtinggevende uitspraken in het Hoofdlijnenbesluit Aanvullende Jeugdhulp 2028-2038 vast te stellen. Met als uitgangspunt lokale zeggenschap om deze in de uitwerking passend te maken aan de specifieke situatie van elke gemeente.

Aldus besloten tijdens de gemeenteraadsvergadering van 18 september 2025, De voorzitter,

De griffier,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=6ce14069-3500-4a44-8b9e-d5c2a249417e