Raadsvoorstel APV zevende wijziging
Tekst van het document
Raadsvoordracht
Onderwerp:
Zevende wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Diemen 2015
Datum:
18-03-2025
Portefeuillehouder:
E. Boog
Team:
Openbare Orde en Veiligheid en Vergunningen
Steller:
W. Flier
Gevraagde beslissing: 1. Instemmen met de vaststelling van de aanpassing van de Algemene Plaatselijke Verordening Diemen 2015 conform bijgaand concept-besluit.
Relevante achtergrondinformatie Voorgeschiedenis De laatste aanpassing van de Algemene Plaatselijke Verordening Diemen 2015 (verder: APV) was een jaar geleden. Dit was puur een juridisch technische wijziging om de APV klaar te maken voor de Omgevingswet. Elk halfjaar doet de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) enkele aanpassingen aan haar model APV. Deze wijzigingen worden met haar leden gedeeld. Deze wijzigingen worden beoordeeld door de gemeente en de aanpassingen die wenselijk zijn, worden doorgevoerd in de gemeentelijke verordening. In dit voorstel zijn de in het najaar 2023 en de zomer 2024 voorgestelde wijzigingen van de VNG meegenomen. Daarnaast worden er aanpassingen gemaakt die wenselijk zijn vanuit de uitvoeringspraktijk en worden er enkele fouten hersteld. Concrete aanleiding Er wordt naar gestreefd om de APV jaarlijks in lijn te brengen met de landelijke ontwikkelingen en gemeentelijke wensen.
Inhoud en onderbouwing Beslispunt 1 Hieronder worden de wijzigingen beschreven aan de hand van een tabel met de bestaande tekst en de nieuwe tekst. Na de tabel volgt altijd een toelichting die de specifieke wijziging toelicht. Als de wijziging geen inhoudelijke wijziging behelst, wordt dit vermeld. Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
b. bebouwde kom: de bebouwde kom weergegeven op de kaart in bijlage 8 bij deze verordening;
b. bebouwde kom: de bebouwde kom weergegeven op de kaart in bijlage 8 van het Integraal aanwijzingsbesluit APV Diemen 2015 behorende bij deze verordening;
(…) (…) j. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
j. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet;
Toelichting: Het betreft hier een tekstuele wijziging, zonder inhoudelijke gevolgen. Artikel 2:25 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
4. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op eendaagse evenementen, indien een evenement voldoet aan alle onderstaande voorwaarden:
4. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op eendaagse evenementen, indien een evenement voldoet aan alle onderstaande voorwaarden:
(…)
(…) i.
slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object;
i.
slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object. Voor springkussens geldt een oppervlakte van 20 m2;
Toelichting: Buurt- en straatfeesten is iets wat we willen aanmoedigen als gemeente. Het bevordert de saamhorigheid en de algehele sfeer in de stad. Lid 4 sub i van artikel 2:25 maakte het echter lastig voor de organisatoren van buurt- en straatfeesten om deze te organiseren. Het kwam veel voor dat organisatoren van dergelijke feesten een springkussen wilden huren, maar er achter kwamen dat het springkussen te groot was om nog onder een klein evenement te vallen. Hierdoor zagen organisatoren af van het organiseren omdat zij erachter kwamen dat zij een vergunning nodig hadden voor hun plannen. Het doel van lid 4 is juist om het voor organisatoren van kleinschalige evenementen makkelijker te maken. Springkussens zijn anders dan andere objecten omdat deze veel voorkomen bij buurt- en straatfeesten en geen obstakel zijn voor hulpdiensten. Artikel 2:30A wordt toegevoegd: Nieuwe tekst Artikel 2:30A Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet. 3.
De burgemeester zorgt voor een fysieke en zichtbare afsluiting van de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf. 4. Eenieder is verplicht toe te laten dat de fysieke en zichtbare afsluiting wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester. 6. De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. Toelichting:
Dit artikel biedt de burgemeester de mogelijkheid voor het publiek openstaande gebouwen of daarbij behorende erven te sluiten als daarin of vandaaruit bijvoorbeeld strafbare feiten plaatsvinden waardoor de openbare orde of het woon- of leefklimaat nadelig wordt beïnvloed, of als ondernemers van (dienstverlenende) bedrijven zoals garages, autoverhuurbedrijven, uitzendbureaus of winkels, overlast (blijven) veroorzaken of ter plaatse strafbare feiten plegen, deze faciliteren, gedogen of op andere wijze toestaan. Dit artikel is een uitbreiding op de bevoegdheden van de burgemeester op grond van artikel 2:30 van de APV en artikel 13b van de Opiumwet. Dit artikel verschilt ten opzichte van artikel 2:30 omdat dit artikel ook ziet op het voorkomen of beperken van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat. Dit artikel geeft de burgemeester daardoor nog iets eerder de mogelijkheid om een voor publiek openstaand gebouw te sluiten. De gemeente Diemen is een zeer actieve gemeente in de aanpak van fraude, misstanden en criminaliteit in de wijken en op de bedrijventerreinen. Dit voorgestelde artikel vormt een verdere versterking van het bestuurlijke instrumentarium om de genoemde vormen van criminaliteit aan te pakken. Het artikel komt uit de najaar 2023 APV update van de VNG en is onderdeel van de modelverordening.
Diemen sluit hiermee aan bij de landelijke ontwikkelingen voor gemeentes. Artikel 2:34 lid 2 en 3 worden als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
2.De burgemeester kan gebouwen en bedrijfsmatige activiteiten aanwijzen waarop het verbod uit het derde lid van toepassing is. Een gebouw wordt uitsluitend aangewezen als in of rondom dat gebouw de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid onder druk staat. Een aanwijzing van een gebouw kan zich tot een of meer bedrijfsmatige activiteiten beperken. Een bedrijfsmatige activiteit wordt uitsluitend aangewezen als de leefbaarheid of de openbare orde en veiligheid door de bedrijfsmatige activiteit onder druk staat.
2.De burgemeester kan een gebied of gebouw aanwijzen waarin het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester bepaalde categorieën bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen die naar zijn oordeel de openbare orde of veiligheid verstoren, ondermijning veroorzaken of de spanning waaraan de leefbaarheid ter plaatse reeds bloot staat op ontoelaatbare wijze nadelig beïnvloeden.
3.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen: a. In een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebouw voor door de burgemeester genoemde bedrijfsmatige activiteiten, of
3.Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebied of gebouw voor door de burgemeester genoemde bedrijfsmatige activiteiten.
b. Indien de uitoefening van het bedrijf een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen bedrijfsmatige activiteit betreft. Toelichting: Afgelopen december hebben we in Diemen met succes een vergunningsplicht in het leven geroepen voor de autoverhuurbranche. Dit gebeurde op basis van het huidige artikel 2:34. Dit is een relatief nieuwe tool in de gereedschapskist van de burgemeester om de openbare orde en veiligheid te waarborgen. Criminelen kennen de wet echter ook en vinden steeds nieuwe manieren om de wet te omzeilen. In de strijd tegen criminaliteit is het daarom van groot belang om de tools in je gereedschapskist altijd scherp te houden en aan te vullen voordat je ze nodig hebt. Ondanks dat we tevreden waren over de invoering van de vergunningsplicht voor de autoverhuurbranche, wordt er nu toch een aanpassing van dit artikel voorgesteld. De ervaringen van afgelopen jaar en de deelname aan kenniskringen waar we als gemeente sindsdien deel van uitmaken, hebben ervoor gezorgd dat we tot nieuwe inzichten zijn gekomen. Landelijk gaan er
meerdere varianten van dit artikel rond. Er zijn twee aspecten die we landelijk terugzien waar onze APV op dit moment niet in voorziet. We zouden het artikel graag op die twee punten aanpassen. Het eerste aspect is de mogelijkheid om een kleiner gebied zoals bijvoorbeeld een straat aan te kunnen wijzen. Op dit moment kunnen we alleen een gebouw of een bedrijfsmatige activiteit voor het hele grondgebied van Diemen aanwijzen. In Den Haag wordt voornamelijk gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een kleiner gebied aan te wijzen. Straten waar in de nacht veel onrust is en inbraken plaatsvinden, worden aangewezen om zo met succes de orde weer te herstellen. Deze optie zouden we graag toevoegen aan ons artikel om zo gerichter te werk te kunnen gaan. Het tweede aspect is de mogelijkheid om ook een aanwijzing te kunnen doen op basis van ondermijning. Op dit moment kan er alleen aangewezen worden op basis van openbare orde en veiligheid of de leefbaarheid. In Amsterdam hebben ze echter ook de mogelijkheid om een aanwijzing te doen op basis van ondermijning. Amsterdam maakt hier ook met enige regelmaat gebruik van. Het is onwenselijk als bedrijven die uit Amsterdam worden geweerd zich in Diemen vestigen en wij niet de mogelijkheid hebben om deze te weren.
In dezelfde veiligheidsregio is het wenselijk om dezelfde tools in de gereedschapskist te hebben om zo het waterbedeffect zo veel mogelijk tegen te kunnen gaan. Artikel 2:34 lid 4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
g. Indien een of meer beheerders van het bedrijf binnen 3 jaar vóór de indiening van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken.
f. Indien een of meer beheerders van het bedrijf binnen 3 jaar vóór de indiening van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken.
Toelichting: Sub f werd overgeslagen in de nummering. Het betreft hier een tekstuele wijziging, zonder inhoudelijke gevolgen. Artikel 2:34 lid 12 wordt toegevoegd: Nieuwe tekst 12. De burgemeester kan op grond van de belangen genoemd in het tweede lid gebouwen aanwijzen waar het verbod van het derde lid van toepassing is als in de afgelopen vijf jaar vergunningen op basis van dit artikel aan een betrokkene bij de exploitatie van die gebouwen zijn geweigerd of buiten behandeling zijn gesteld. Toelichting: Naast de uitbreiding van dit artikel om kleinere gebieden aan te kunnen wijzen en om aan te kunnen wijzen op basis van ondermijning, willen we ook de mogelijkheid hebben om een gebouw aan te wijzen waarin een ondernemer zit die eerder een vergunningsaanvraag geweigerd heeft zien worden nadat deze is aangewezen op basis van het tweede lid. We willen voorkomen dat een malafide ondernemer zijn aanvraag geweigerd ziet worden voor het ene bedrijf, maar wel gewoon een andere bedrijfsmatige activiteit kan uitvoeren een paar straten vederop. Het staat niet vast dat wanneer de ene onderneming van een ondernemer als malafide wordt bestempeld de andere ook meteen malafide is, maar de kans is natuurlijk wel een stuk hoger. Deze toevoeging maakt het mogelijk om andere bedrijven van een “betrapte” ondernemer ook onder de loep te nemen.
Zodra de redenen die tot aanwijzing hebben geleid niet langer spelen kan de burgemeester het aanwijzingsbesluit weer intrekken. Daarmee komt de vergunningplicht en de verleende vergunningen te vervallen.
Artikel 2:48B komt te vervallen Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:48B Verboden lachgasgebruik 1.Het is verboden op een openbare plaats distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben, indien dit gepaard gaat met overlast of andere gedragingen die de openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig beïnvloeden of anderszins hinder veroorzaken.
Artikel 2:48B (Vervallen)
2.Het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het college ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. 3.Het college kan in het aanwijzingsbesluit het in het tweede lid bedoelde verbod beperken tot bepaalde tijden. Toelichting: Sinds 1 januari 2023 is lachgas een softdrug en valt het onder de Opiumwet. Gebruik van lachgas valt voortaan onder artikel 2:48A Openlijk drugsgebruik. Artikel 2:51A wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:51A Vastmaken van fietsen en dergelijke Het is verboden fietsen, bromfietsen, aanhangwagens, kruiwagens of andersoortige voertuigen, op of aan de weg vast te maken aan bomen, boombeschermers, straatkolken en rioolputten of aan lantaarnpalen, draden, zuilen of andere inrichtingen of installaties, bestemd voor de openbare dienst.
Artikel 2:51A Gebruik van (verkeers)objecten Het is verboden om objecten in de openbare ruimte of het openbaar water voor een ander doel te gebruiken dan waarvoor deze zijn bestemd.
Toelichting: Vaartuigen die op onwenselijke plekken werden aangemeerd en vastgemaakt leiden tot overlast binnen de gemeente. Echter ontbrak er in de APV een artikel om dit aan te pakken. Er is wel een dergelijk artikel voor bijvoorbeeld fietsen. Er is gekozen om dit huidige artikel ruimer op te stellen zodat nu ook vaartuigen hieronder vallen. Het is bewust niet uitputtend gedefinieerd. Zo wordt voorkomen dat nog onbedachte situaties er niet onder vallen. Dit artikel moet in samenhang met artikel 5:31A Vaartuigwrakken gelezen worden.
Artikel 2:71 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 2:71 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk van categorie F1, F2 of F3 dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Artikel 2:71 Definitie 1. In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik.
Toelichting: Het vermelden van de vuurwerkcategorieën voegt niks toe. Zo valt bijvoorbeeld categorie F3 volgens de ministeriële Regeling aanwijzing consumenten- en theatervuurwerk sinds 2020 al niet meer onder vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld aan particulieren. Het verdient daarom aanbeveling de definitie neutraler te formuleren. Het betreft hier een tekstuele wijziging, zonder inhoudelijke gevolgen. Artikel 3:7 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Awb maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid tevens bekend op de wijze genoemd in artikel 3:42, tweede lid, van de Awb.
2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Awb maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid tevens bekend op de wijze genoemd in artikel 3:42 van de Awb.
Toelichting: Het tweede lid van 3:42 Awb bestaat niet meer. 3:42 is wel nog altijd de plek waar de wijze van bekendmaking wordt beschreven. Het volstaat daarom om hier naar het volledige artikel te verwijzen. Het betreft hier een tekstuele wijziging, zonder inhoudelijke gevolgen. Artikel 4:2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 4.113, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.
Toelichting: Het activiteitenbesluit milieubeheer is vervallen sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het overgangsrecht van de Omgevingswet regelt echter dat artikelen uit gemeentelijke verordeningen die berusten op artikelen uit het activiteitenbesluit milieubeheer pas vervallen aan het einde van de termijn die er staat voor het implementeren van de Omgevingswet, te weten 2032. Gelet hierop verwijzen we op enkele plekken in de APV daarom nog altijd naar dit besluit en heeft het in die zin nog steeds zijn werking. Dit artikel berust op artikel 4.113 van activiteitenbesluit milieubeheer. Voor dat artikel geldt echter dat dat artikel al eerder is vervallen en derhalve verwijderd. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht staan sinds die tijd in 3.148, eerste lid,
van het activiteitenbesluit milieubeheer. Het betreft hier een tekstuele wijziging, zonder inhoudelijke gevolgen. Artikel 4:6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.
Toelichting: Een inrichting wordt niet meer gedefinieerd in de Wet milieubeheer. Dit was al hersteld in artikel 4:1 Definities van de APV, maar dit was nog niet doorgevoerd in artikel 4:6. Het betreft hier een tekstuele wijziging, zonder inhoudelijke gevolgen. Artikel 5:31A wordt toegevoegd: Nieuwe tekst Artikel 5.31A Vaartuigwrakken 1. Het is verboden een vaartuig dat technisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert in het openbaar water of daar vlak naast te plaatsen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving. Toelichting: Er bestaat al een artikel voor voertuigwrakken, maar er bestond nog geen artikel voor vaartuigen. Dit terwijl dezelfde problematiek zich ook voordoet bij vaartuigen. Door dit artikel toe te voegen kan er gehandhaafd worden op vaartuigwrakken. Dit artikel moet in samenhang met artikel 2:51A Gebruik van (verkeers)objecten gelezen worden.
Argumenten en keuzemogelijkheden beslispunt 1 Hiervoor uitgewerkt Kanttekeningen en/of risico’s beslispunt 1 Hiervoor uitgewerkt
Verbinding met andere onderdelen Maatschappelijk effect De wijziging die voorligt bestaat uit: • juridisch technische wijzigingen die geen inhoudelijke wijziging inhouden, • juridisch technische wijzigingen die eerdere fouten herstellen, • het herstel van enkele verschrijvingen, • toevoegingen die voortkomen uit de uitvoeringspraktijk, en • uitbreidingen van burgemeester bevoegdheden om ons beter te kunnen weren tegen negatieve ontwikkelingen in de samenleving. Van de eerste drie punten zullen de inwoners van Diemen niets merken. De artikelen die toegevoegd worden vanwege de zaken waar we tegenaan lopen in de uitvoeringspraktijk, zullen voor de inwoners een positief effect hebben, dit omdat we mogelijk ervaren overlast nu effectief kunnen aanpakken. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan het op onwenselijke plekken aanmeren en vastmaken van vaartuigen. Uiteraard hoop je dat de burgmeester nooit gebruik hoeft te maken van zijn openbare orde en veiligheidsbevoegdheden, maar zodra dit wel nodig is, moet dit goed geregeld zijn. De wijzigingen bedoelt in het laatste punt zorgen ervoor dat we het op dat vlak goed geregeld hebben in Diemen. Deze verandering zorgen voor een veiliger Diemen voor alle inwoners. Financieel Niet van toepassing. Juridisch Tegen algemeen verbindende voorschriften staat geen bezwaar of beroep open. Duurzaamheid Niet van toepassing.
Communicatie Het besluit wordt op de wettelijke wijze gepubliceerd en bekendgemaakt. Participatie Niet van toepassing. Uitvoering en vervolg Er is geen sprake van een vervolgactie.
Bijlagen Niet van toepassing. Burgemeester en wethouders van Diemen, de secretaris, G.T. Wildeman
de burgemeester, E. Boog
Raadsbesluit
Onderwerp:
Zevende wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Diemen 2015
De gemeenteraad van Diemen in vergadering bijeen, Gelet op de voordracht van het college 18-03-2025, om de Zevende wijziging Algemene Plaatselijke Verordening Diemen 2015 vast te stellen; Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet Besluit Tot vaststelling van de zevende wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening Diemen 2015
Artikel I De Algemene Plaatselijke Verordening 2015 wordt als volgt gewijzigd: A Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd vastgesteld: Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: a. Awb: Algemene wet bestuursrecht; b. bebouwde kom: de bebouwde kom weergegeven op de kaart in bijlage 8 van het integrale aanwijzingsbesluit APV behorende bij deze verordening; c. beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; d. bestuursorgaan: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1:1 van de Algemene wet bestuursrecht; e. betoging: een aantal personen die openlijk en in groepsverband optreden, al dan niet in beweging, en erop uit zijn een mening uit te dragen; f. bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld in de Omgevingswet; g. bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; h. bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; i. college: het college van burgemeester en wethouders; j. gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; k. handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; l.
motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; m. openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; n. openbare plaats: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties;
o. parkeren: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; p. rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; q. samenscholing: het groepsgewijs bij elkaar komen van mensen die een dreigende houding aannemen, kwade bedoelingen hebben of bedreigend overkomen. r. voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; s. weg: 1. de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; 2. de - al dan niet met enige beperking - voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen; 3. de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen, die uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn; 4.
andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten. t. woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd; B Artikel 2:25 wordt als volgt gewijzigd vastgesteld: Artikel 2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder vergunning of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. a. De organisator c.q. vergunning aanvrager van door de burgemeester aan te wijzen categorieën vergunningplichtige vechtsportwedstrijden of -gala’s, is niet van slecht levensgedrag. b. De burgemeester weigert de vergunning als de organisator c.q. vergunning aanvrager van een evenement als bedoeld in het tweede lid, onder a, van slecht levensgedrag is, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 en het genoemde in het derde lid. 3. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd indien: a. de inhoud of uitstraling van het evenement niet past binnen de kwaliteit, zoals het gebruik en uiterlijk aanzien, van de (woon)omgeving; b. tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een bestuurlijke sanctie is genomen. 4.
Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op eendaagse evenementen, indien een evenement voldoet aan alle onderstaande voorwaarden: a. het een kleinschalig evenement in de openlucht betreft met uitzondering van de door het college aangewezen wegen, straten en pleinen; b. het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan 50 personen; c. in de bebouwde kom het evenement tussen 09.00 en 23.30 plaatsvindt; d. in het buitengebied het evenement tussen 09.00 uur en zonsondergang plaatsvindt; e. in de bebouwde kom niet langer dan tot 23.30 uur (live-)muziek ten gehore wordt gebracht; f. in het buitengebied niet langer dan tot zonsondergang (live-)muziek ten gehore wordt gebracht; g. op zondagen het produceren van geluid dat op een afstand van meer dan 200 meter vanaf de bron hoorbaar is alleen vanaf 13.00 uur plaatsvindt; h. de hulpdiensten te allen tijde doorgang wordt verleend, ook in het geval dat het evenement plaats vindt op de openbare weg; i. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object. Voor springkussens geldt een oppervlakte van 20 m2; j. er een organisator is; k. de organisator tenminste 7 werkdagen voorafgaand aan het evenement daarvan een melding heeft gedaan aan de burgemeester; l. de wegafzetting, indien van toepassing, te allen tijde duidelijk zichtbaar is.
5. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op een wedstrijd op of aan de weg in situaties waarin wordt voorzien door artikel 10 juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994. 6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Awb (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. 7. Het college stelt een maximum aan het aantal evenementen dat in een bepaalde periode op een bepaalde locatie mag plaatsvinden en kan locaties aanwijzen waar bepaalde evenementen niet mogen plaatsvinden. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden afwijken van deze normen. 8. De burgemeester kan besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld in het vierde lid te verbieden, indien daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar komt. C Artikel 2:30A wordt als volgt toegevoegd: Artikel 2:30A Sluiting voor publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde of ter voorkoming of beperking van overlast of nadelige beïnvloeding van het woon- of leefklimaat besluiten tot de gehele of gedeeltelijke sluiting van een voor het publiek openstaand gebouw of een bij dat gebouw behorend erf. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin artikel 2:30, eerste lid, of artikel 13b van de Opiumwet voorziet. 3.
De burgemeester brengt een afschrift van zijn besluit aan op of nabij de toegang van het voor het publiek openstaande gebouw of het bij dat gebouw behorende erf. 4. Eenieder is verplicht toe te laten dat het afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft, zolang de sluiting van kracht is. 5. Het is verboden een gesloten gebouw of erf te bezoeken, als bezoeker daarin of daarop te verblijven of een bezoeker daarin of daarop te laten verblijven zonder toestemming van de burgemeester. 6. De burgemeester kan een sluiting opheffen als later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven en voldoende garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of gedragingen die tot sluiting hebben geleid, zal plaatsvinden. D Artikel 2:34 wordt als volgt gewijzigd vastgesteld: Artikel 2:34 Tegengaan onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat 1. In dit artikel wordt verstaan onder: a. Exploitant: natuurlijke persoon of personen of de bestuurder(s) van een rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en risico de bedrijfsmatige activiteiten worden uitgeoefend; b. Beheerder: de exploitant alsmede andere natuurlijke personen die de algemene of onmiddellijke leiding hebben over de bedrijfsmatige activiteiten; c.
Bedrijf: de bedrijfsmatige activiteit die plaatsvindt in een voor publiek toegankelijk gebouw, of een daarbij behorend perceel, niet zijnde een woning die als zodanig in gebruik is. 2. De burgemeester kan een gebied of gebouw aanwijzen waarin het is verboden om zonder vergunning van de burgemeester bepaalde categorieën bedrijfsmatige activiteiten uit te oefenen die naar zijn oordeel de openbare orde of veiligheid verstoren, ondermijning veroorzaken of de spanning waaraan de leefbaarheid ter plaatse reeds bloot staat op ontoelaatbare wijze nadelig beïnvloeden. 3. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een bedrijf uit te oefenen in een door de burgemeester op grond van het tweede lid aangewezen gebied of gebouw voor door de burgemeester genoemde bedrijfsmatige activiteiten. 4. De burgemeester kan een vergunning als bedoeld in het derde lid weigeren: a. In het belang van het voorkomen of beperken van overlast of strafbare feiten; b. Indien de exploitant of beheerder in enig opzicht van slecht levensgedrag is; c. Indien redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met de aanvraag in overeenstemming zal zijn;
d. Indien er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde; e. Indien de vestiging of de exploitatie in strijd is met het geldend planologisch regime; f. Indien een of meer beheerders van het bedrijf binnen 3 jaar vóór de indiening van de vergunningaanvraag een bedrijf heeft geëxploiteerd of daar leiding aan heeft gegeven, dat wegens het aantasten van de openbare orde, de aantasting van het woon- en leefklimaat daaronder begrepen, gesloten is geweest dan wel waarvoor de vergunning om die reden is ingetrokken. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 APV kan de burgemeester een vergunning als bedoeld in het derde lid intrekken of wijzigen indien: a. Door het bedrijf de openbare orde wordt aangetast of dreigt te worden aangetast, of; b. Door het bedrijf de leefbaarheid in het gebied door de wijze van de exploitatie nadelig wordt beïnvloed of dreigt te worden beïnvloed, of; c. De voorwaarden uit de vergunning niet worden nageleefd, of; d. De exploitant of beheerder onder curatele staat of in enig opzicht van slecht levensgedrag is, of; e.
De exploitant of beheerder betrokken is of ernstige nalatigheid kan worden verweten bij activiteiten of strafbare feiten in of vanuit het bedrijf dan wel toestaat of gedoogt dat strafbare feiten of activiteiten worden gepleegd waarmee de openbare orde nadelig wordt beïnvloed, of; f. Er strafbare feiten in het bedrijf hebben plaatsgevonden of plaatsvinden, of; g. Er aanwijzingen zijn dat in het bedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of Vreemdelingenwet 2000 bepaalde, of; h. De bedrijfsmatige activiteiten door de exploitant zijn beëindigd, of; i. Redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke exploitatie niet met het in de vergunning vermelde in overeenstemming is. 6. De burgemeester kan de sluiting van het bedrijf bevelen indien een bedrijf in strijd met het verbod uit het derde lid van deze bepaling wordt geëxploiteerd. 7. Het is eenieder verboden een overeenkomstig het zesde lid van deze bepaling gesloten bedrijf te betreden of daarin te verblijven. 8. De sluiting kan door de burgemeester worden opgeheven indien later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe aanleiding geven. 9. Indien er een verandering van omstandigheden optreedt, waardoor er een wijziging van de vergunning dient te komen, moet de exploitant onverwijld een wijzigingsaanvraag indienen.
Indien deze aanvraag niet binnen een maand is ingediend na de verandering van omstandigheden, kan de burgemeester de verleende vergunning intrekken. Een vergunning vervalt, wanneer de verlening van een vergunning, strekkende tot vervanging van eerstbedoelde vergunning, van kracht is geworden. 10. Het is verboden een bedrijf voor bezoekers geopend te hebben zonder dat een op de vergunning vermelde beheerder in het bedrijf aanwezig is. 11. In afwijking van het derde lid geldt dit verbod voor de exploitant die op het moment van inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit reeds onder het aanwijzingsbesluit vallende bedrijfsmatige activiteiten verricht, voor die bestaande activiteiten op bestaande locaties eerst drie maanden na inwerkingtreding van het aanwijzingsbesluit of met ingang van inwerkingtreding van het besluit tot weigering of intrekking van een door hem aangevraagde vergunning, voor zover dat eerder is. 12. De burgemeester kan op grond van de belangen genoemd in het tweede lid gebouwen aanwijzen waar het verbod van het derde lid van toepassing is als in de afgelopen vijf jaar vergunningen op basis van dat artikel aan een betrokkene bij de exploitatie van die gebouwen zijn geweigerd of buiten behandeling zijn gesteld. E Artikel 2:48B komt als volgt te vervallen: Artikel 2:48B Lachgasverbod (Vervallen)
F Artikel 2:50B komt als volgt te vervallen: Artikel 2:50B Verblijfsontzegging (vervallen) G Artikel 2:51A wordt als volgt gewijzigd vastgesteld: Artikel 2:51A Gebruik van (verkeers)objecten Het is verboden om objecten in de openbare ruimte of het openbaar water voor een ander doel te gebruiken dan waarvoor deze zijn bestemd. H Artikel 2:71 wordt als volgt gewijzigd vastgesteld: Artikel 2:71 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder consumentenvuurwerk verstaan vuurwerk dat op grond van artikel 2.1.1 van het Vuurwerkbesluit is aangewezen als vuurwerk dat ter beschikking mag worden gesteld voor particulier gebruik. 2. In deze afdeling wordt verstaan onder exploitant: natuurlijke persoon of rechtspersoon, voor wiens rekening en risico het vuurwerkverkooppunt wordt gedreven, en de bestuurders van de rechtspersoon of hun gevolmachtigden 3. In deze afdeling wordt verstaan onder beheerder: natuurlijke persoon die de onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in het vuurwerkverkooppunt 4. In deze afdeling wordt verstaan onder carbidschieten: het in een (melk)bus / container / opslagvat op explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen I Artikel 3:7 wordt als volgt gewijzigd vastgesteld: Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting 1.
Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid of in geval van strijdigheid met de bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan: a. tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede lid, geldende sluitingstijden vaststellen; b. van een afzonderlijk besloten prostitutiebedrijf of een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen. 2. Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Awb maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit bedoeld in het eerste lid tevens bekend op de wijze genoemd in artikel 3:42 van de Awb. J Artikel 4:2 wordt als volgt gewijzigd vastgesteld: Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 3.
In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of meer aan te wijzen gebieden van de gemeente.
4. Het college maakt de aanwijzing tenminste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. 5. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting tijdens de collectieve festiviteit, bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. Het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door de inrichting tijdens de collectieve activiteit, bedraagt niet meer dan 80 dB(A), gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 8. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde en zevende lid is inclusief onversterkte muziek en stemgeluid en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege de correctie voor duidelijk herkenbaar muziekgeluid. Metingen worden uitgevoerd volgens de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai; daarbij wordt het volgende buiten beschouwing gelaten: a. een bedrijfsduurcorrectie voor muziekgeluid (Cb); b. een meteocorrectie (Cm); c. de gebruikelijke meteoraamcondities. 9.
Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening te worden beëindigd op de hierna genoemde tijdstippen: • Zondag tot met donderdag tot uiterlijk 23.30 uur • Vrijdag en zaterdag tot uiterlijk 00.30 uur • Feestdagen waarbij de volgende dag gewone werkdag is tot uiterlijk 23.30 uur • Zondag en/of feestdagen waarbij de volgende dag geen werkdag is tot uiterlijk 00.30 uur. K Artikel 4:6 wordt als volgt gewijzigd vastgesteld: Artikel 4:6 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een inrichting op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale omgevingsverordening. 4. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.1.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. L Artikel 5.31A wordt als volgt toegevoegd: Artikel 5.31A Vaartuigwrakken 1.
Het is verboden een vaartuig dat technisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert in het openbaar water of daar vlak naast te plaatsen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.
Artikel II Dit besluit treedt in werking op de dag n bekendmaking van dit besluit. De voorzitter,
De griffier,