Quick Scan rapport Stammerdijk 38 te Diemen D1.pdf
Tekst van het document
Quick scan ecologie Stammerdijk 38 te Diemen
30 januari 2020
Pagina 1
Samenvatting Voor locatie Stammerdijk 38 te Diemen worden plannen voorbereid voor verandering van de locatie. De verandering betreft het legaliseren van het paardenpension en aanpassen van de rijbak op de locatie. Onderzocht is of er effecten op beschermde natuurwaarden kunnen ontstaan.
Inhoud
Inleiding
2 – Inleiding 3 – Beschrijving gebied 4 – Waarnemingen 8 – Analyse 9 – Advies & Bronnen
Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 10 oktober 2019 is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuizen, huismussen, gierzwaluwen, rugstreeppad, heikikker, ringslang, kleine marter en steenuil mogelijk is binnen de planlocatie. De geplande omvorming maakt dat er geen vervolgstappen noodzakelijk zijn m.b.t. eventueel aanwezige van deze soorten op de planlocatie. Dit is alleen noodzakelijk als er veranderingen plaats vinden op locatie waardoor mogelijke verblijfplaatsen niet behouden kunnen blijven. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet nodig.
Voor locatie Stammerdijk 38 te Diemen worden plannen voorbereid voor verandering van de locatie. De verandering betreft het legaliseren van het paardenpension en aanpassen van de rijbak op de locatie. Onderdeel van de procedure is een onderzoek naar de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten en het maken van een analyse van de mogelijke effecten op die soorten, als gevolg van de werkzaamheden. Hiervoor is door bureau Els & Linde een oriënterend onderzoek uitgevoerd. Het voorliggende rapport geeft een beschrijving van het oriënterend onderzoek naar de effecten op natuurwaarden. Om een goed oordeel te geven over de potentieel aanwezige beschermde planten en dieren, is op 10 oktober 2019 door een ecoloog van bureau Els & Linde, een bezoek gebracht aan de planlocatie. Ter plekke is beoordeeld of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, die schade kunnen ondervinden van de geplande ontwikkelingen. Daarbij is gezocht naar sporen van dieren en is op basis van de begroeiing en de opbouw van het landschap, geschat of er beschermde soorten aanwezig kunnen zijn. De effecten worden beoordeeld als gevolg van de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Verder wordt geanalyseerd of de werkzaamheden die noodzakelijk zijn om de veranderingen te bereiken, een effect veroorzaken.
Ligging van het perceel
Colofon Opdrachtgever Projectnummer Datum Auteur Gecontroleerd Status
Van den Berg 19.233 30 januari 2020 Michel Nieuwhof P.J.H. van der linden definitief
Els & Linde B.V. Spechtstraat 59 1223 NX Hilversum mob 06 - 27564247 e-mail vanderlinden@elsenlinde.nl
Pagina 2
H02
Planomgeving: locatie, omgeving en beschermde natuurgebieden De planlocatie betreft een erf aan de Stammerdijk 38 in Diemen binnen de gemeente Diemen. De planlocatie ligt buiten de bebouwde kom van de Gemeente Diemen. De locatie is in de directe omgeving omsloten door de Gaasperdammerweg A9 aan de noord-noordwestzijde, De Stammerdijk daar aan gelegen de rivier de Gaasp aan de west-zuidwestzijde, een boerenerf en agrarische graslanden aan de zuid-zuidoostzijde en nat grasland en moerasbos van Staatsbosbeheer aan de oost-noordoostzijde. De Natura 2000-gebieden liggen op vrij grote afstand. Op 3 kilometer van de onderzoekslocatie ligt het Natura 2000-gebied het Markermeer & IJmeer. Gebieden die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland (NNN) liggen binnen het perceel van de onderzoekslocatie. Natura 2000 Via de Natura 2000 zijn gebieden beschermd van internationaal belang. Voor deze gebieden zijn doelstellingen geformuleerd voor het behoud van habitats en planten en dieren. Deze Natura 2000 gebieden zijn ook beschermd tegen invloeden van buiten, zoals stikstofdepositie en grondwaterstromen. Voor functie waardoor de depositie van stikstofverbindingen toeneemt is een berekening noodzakelijk van de effecten.
Ligging van de Natura 2000-gebieden.
Natuurnetwerk Nederland Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk van Nederland. Het Natuurnetwerk Nederland wordt via de ruimtelijke verordening beschermd. Weidevogelleefgebied De belangrijke gebieden voor weidevogels zijn in Noord-Holland beschermd. Binnen de gebieden gelden strikte regels, de weidevogels mogen niet verstoord worden. Het weidevogelleefgebied kent geen externe werking. De planlocatie ligt buiten de weidevogelleefgebieden.
Ligging van de Natuurnetwerk Nederland.
Pagina 3
H03
Waarnemingen: veldgegevens en gegevens uit de literatuur Werkwijze Het onderzoek is uitgevoerd als een quick scan ecologie. Voor zo’n onderzoek wordt door een ecoloog beoordeeld of er een kans is op aanwezigheid van beschermde soorten. Daarbij wordt gelet op de structuur van de omgeving, aanwezige habitats en landschapselementen. Tevens wordt gezocht naar sporen van beschermde soorten. Een quick scan is tevens bedoeld als afbakening van een eventueel afdoend onderzoek. De quick scan bestaat uit de volgende activiteiten: • Een literatuur/bronnenonderzoek met betrekking tot de potentieel aanwezige beschermde soorten binnen de planlocatie. • Een veldbezoek waarbij de locaties worden beoordeeld op habitatgeschiktheid voor beschermde soorten. Hierbij worden bijvoorbeeld de te kappen bomen beoordeeld op geschiktheid voor vleermuizen en jaarrond beschermde nesten. • Voor de aangetroffen strikt beschermde soorten wordt, door een beschrijving van de ecologische functionaliteit van het gebied (foerageergebied, migratieroute, voortplantingsgebied of winterverblijf, enz.), aangegeven hoe het gebied door iedere soort wordt gebruikt. • Een schatting van de impact van de werkzaamheden op de (potentieel) aanwezige beschermde soorten. • Een effectbeoordeling gericht op (eventueel) nabij gelegen beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk en Weidevogelleefgebied).
Om een goed oordeel te kunnen geven is op 10 oktober 2019 door een ecoloog een bezoek gebracht aan de planlocatie. Tijdens het veldbezoek is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie. Daarvoor is gezocht naar sporen en andere aanwijzingen van planten en dieren. Op basis van de aanwezige herkenbare begroeiing en habitats, is beoordeeld of er leefgebieden aanwezig zijn voor beschermde soorten. Aanvullend is een bureaustudie uitgevoerd naar de potentieel voorkomende planten en dieren in de directe omgeving van de planlocatie. Hierbij is een bronnenonderzoek uitgevoerd, waarbij de verschillende relevante en actuele informatiebronnen zijn geraadpleegd. Bij de analyse van de effecten is gelet op de effecten veroorzaakt door de veranderde omgeving en het veranderde gebruik. Daarnaast zijn de effecten bepaald die veroorzaakt worden door de ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij is naast de planlocatie sec. gelet op de directe omgeving en de effecten op soorten in de omgeving. In de voorliggende notitie worden de resultaten van de quick scan ecologie besproken. Waarnemingen In onderstaande paragrafen worden de soortengroepen beschreven die binnen de planlocaties en de directe omgeving zijn aangetroffen of te verwachten.
Tijdens het veldbezoek van 10 oktober 2019 is onderzocht of er in potentie beschermde planten en dieren aanwezig zijn binnen de planlocatie.
Pagina 4
Bronnenonderzoek Voor het onderzoek naar potentieel aanwezige beschermde soorten zijn de beschikbare regionale en landelijke verspreidingsatlassen en enkele digitale bronnen geraadpleegd. Er is een enkele waarnemingen van een vleermuis bekend in het Diemerbos ten noorden ver van de planlocatie. De waarnemingen van huismussen worden recent gedaan langs de Stammerdijk zowel zuidelijk als noordelijk in de directe omgeving van de planlocatie. Dichtstbijzijnde waarnemingen van gierzwaluwen worden eveneens gedaan langs de Stammerdijk zowel zuidelijk als noordelijk in de directe omgeving van de planlocatie. Ten noorden van de planlocatie worden veel waarnemingen gemeld van de ringslang. Er is een enkele waarneming bekend van de kerkuil in de Bloemendalerpolder te oosten van de planlocatie. Recente waarnemingen van De rugstreeppad, heikikker, steenuil en marters zijn niet bekend in de omgeving van de planlocatie. Vegetatie en planten Het perceel bestaat uit een erf met woonboerderij, stallen en schuren. Rond het erf op het perceel is nat agrarisch grasland aanwezig. Langs de watergangen rond de graslanden is oevervegetatie aan te treffen zoals Riet en Gele lis. Op de graslanden en rond het erf zijn soorten zoals Akkerdistel, Ridder zuring, Scherpe boterbloem, Canadese fijnstraal, Rode klaver, Gewone berenklauw, Grote Brandnetel en Hondsdraf aan te treffen.
Op het perceel zijn een aantal bomen aan te treffen zoals Ruwe Berk, Ratelpopulier, Wilde kastanje, Zomereik en Schietwilg. Tijdens het oriënterend onderzoek zijn binnen de planlocatie geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Beschermde plantensoorten zijn binnen de planlocatie ook niet te verwachten. Zoogdieren Juridisch zwaarder beschermde soorten Vleermuizen zijn de belangrijkste groep strikt beschermde dieren die verwacht kunnen worden. Vleermuizen kunnen schade ondervinden van de ruimtelijke ontwikkelingen en kunnen hierdoor een belemmering zijn. De planlocatie en de directe omgeving is daarom nauwkeurig onderzocht op de aanwezigheid van potentieel geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen, evenals essentiële vliegroutes en foerageergebieden. Verblijfplaatsen Vleermuizen zijn in twee groepen te verdelen; enerzijds de soorten die in gebouwen een verblijfplaats hebben en anderzijds de soorten die in bomen een verblijfplaats hebben. De kraamkolonie van de laatvlieger (Eptesicus serotinus) en de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus) komen – voor zover bekend - alleen in gebouwen voor. Ze wonen in de spouwmuur, achter betimmering, onder daklijsten en dakpannen. De vaste verblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii) en de watervleermuis (Myotis daubentonii) kunnen zowel in spleten en gaten in bomen, als in gebouwen voorkomen.
Ze kiezen in de regel gebieden met een groot aanbod aan geschikte holten op een klein oppervlak. Op de planlocatie is een woonboerderij met stal aanwezig. De daken van de stal en de woonboerderij beschikken over pannendaken. De daken en dakranden beschikken op
Pagina 5
verschillende plekken over kieren waardoor vleermuizen zich kunnen ophouden onder de daken van de woonboerderij en de spouw van de woonboerderij. De overige bebouwing op het erf is ongeschikt voor vleermuizen gezien de bouw en hoge maten van tocht in deze bebouwing. Tijdens het onderzoek zijn er in de bomen op en rond de planlocatie geen geschikte holtes aangetroffen voor vleermuizen om zich op te houden. Aanwezigheid van vleermuizen in deze bomen is daarom niet verwacht. Potentiële vliegroutes en foerageergebieden De planlocatie is gelegen in het buitengebied van de Gemeente Diemen. De kans op een essentieel jachtgebied in de directe omgeving van de planlocatie is aanwezig gezien de omgeving. Potentiële vliegroutes zijn gezien de omgeving ook aanwezig. Vervolgstappen voor vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn niet noodzakelijk gezien de geplande verandering van de planlocatie. Laag beschermde zoogdieren Binnen de planlocatie is een kans op algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren, zoals egel, spitsmuizen en muizen. De kans op aanwezigheid van kleine marters is aanwezig. Er is op de planlocatie geschikt habitat voor deze dieren. Kleine marters kunnen zich op houden onder en tussen de op het erf aanwezige steen en houtstapels. Ook gezien de omgeving van de planlocatie zijn kleine marters mogelijk aan te treffen binnen de planlocatie.
Vogels Jaarrond beschermd nest Tijdens het ecologisch onderzoek is gezocht naar aanwijzingen voor het voorkomen van vogels met een vaste verblijfplaats binnen het plangebied. Gekeken is naar potentieel geschikte nestplekken voor vogels met een jaarrond beschermd nest. De planlocatie beschikt over geschikt habitat voor huismussen. De bebouwing zoals de woonboerderij en de stallen op het erf bieden mogelijkheid voor huismussen om zich te vestigen in deze bebouwing zoals onder de daken met pannen. Huismussen zijn tijdens het onderzoek ook aangetroffen rond de daken en goten van de woonboerderij en de stallen. Op de planlocatie en rond de bebouwing op de planlocatie zijn geen sporen van gierzwaluwen waargenomen. De woonboerderij beschikt over mogelijkheid voor gierzwaluwen om zich op te houden op de planlocatie. De pannendaken en houten dakranden beschikken over kieren. Dit bied gierzwaluwen de mogelijkheid om zich op te houden onder de daken. Gierzwaluwen zijn daarom niet uitgesloten om aan te treffen op deze locatie. De omgeving en de planlocatie beschikt over geschikt habitat voor de kerkuil. Echter de enige plek waar de kerkuil zich zou kunnen ophouden binnen de planlocatie is in de stal aan de woonboerderij. Deze is niet vrij toegankelijk voor de kerkuil omdat de deuren en luiken niet altijd open staan. Er zijn geen andere invlieg mogelijkheden voor de kerkuil aan deze stal.
Hierdoor is het niet mogelijk voor de kerkuil om te nestelen binnen de planlocatie. Tijdens onderzoek zijn er ook geen sporen of verblijfplaatsen van de kerkuil aangetroffen. De omgeving en planlocatie beschikt over geschikt habitat voor de steenuil. Er is mogelijkheid voor de steenuil om zich op te houden in bebouwing op het erf zoals de stallen en schuren. Tijdens onderzoek zijn er geen sporen aan-
Pagina 6
getroffen die duiden op aanwezigheid van de steenuil binnen de planlocatie. Algemene broedvogels Gezien de omgeving is de kans op algemeen voorkomende broedvogels aanwezig. Op de planlocatie is er mogelijkheid voor algemeen voorkomende broedvogels om te nestelen in de begroeiing, bomen en bebouwing op en in de direct rond de planlocatie. Herpetofauna en vissen Er is geschikt oppervlaktewater aanwezig voor watergebonden organismen op en in de directe omgeving van planlocatie. Watergebonden organismen kunnen binnen de planlocatie worden verwacht. De planlocatie beschikt over verschillende schuilmogelijkheden voor de rugstreeppad zoals houtstapels, steenstapels en losliggende materialen op en rond het erf. De heikikker is mogelijk aan te treffen aan de randen van de watergangen binnen de planlocatie. De ringslang is mogelijk aan te treffen onder of tussen houtstapels, steenstapels en losliggende materialen op en rond het erf. Ook de mesthoop is mogelijkheid voor de ringslang om zich op te houden binnen de planlocatie. Overige soorten Er zijn, gezien de voorkomende biotopen, geen beschermde bijzondere insecten of overige soorten te verwachten binnen het perceel. Deze soorten stellen hoge eisen aan hun leefgebied; de planlocaties voldoet hier niet aan. De aanwezigheid van beschermde overige soorten worden daarom uitgesloten binnen de planlocaties.
Pagina 7
H05
Analyse: beoordeling van de effecten op de natuurwaarden Bij de analyse wordt gelet op de effecten als gevolg van het veranderde gebruik en de veranderde inrichting. Daarnaast wordt gelet op de effecten als gevolg van de werkzaamheden om de veranderingen te bereiken. Voor zover planlocaties binnen het Natuurnetwerk Nederland, Natura 2000 of andere beschermde natuurgebieden liggen, worden de effecten op deze beschermde natuurgebieden getoetst. Voor de Natura 2000 gebieden is de externe werking eveneens van belang; de belangrijkste externe effecten worden veroorzaakt door toename van depositie, geluid en licht. Daarnaast kunnen veranderde grondwaterstromen een effect veroorzaken. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming kent een afdeling voor soortbescherming en een afdeling voor gebiedsbescherming. Binnen de gebiedsbescherming zijn de Natura 2000-gebieden beschermd. De bescherming geldt ook voor externe factoren; zoals grondwaterstromen en stikstofdepositie. De soortbescherming binnen de Wet natuurbescherming richt zich op de internationale afspraken, en geeft een uitbreiding van de beschermde soorten door aan de rode lijst (bedreigd en ernstig bedreigd) een beschermd status te koppelen. Binnen de bebouwde kom is de belangrijkste wijziging in de beschermde soorten het vervallen van de bescherming op muurplanten en orchideeën.
Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 10 oktober 2019 is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuizen, huismussen, gierzwaluwen, rugstreeppad, heikikker, ringslang, marters en steenuil mogelijk zijn binnen de planlocatie. De geplande omvorming maakt echter dat er geen vervolgstappen noodzakelijk zijn m.b.t. eventueel aanwezige verblijfplaatsen van deze soorten. Dit is alleen noodzakelijk als er veranderingen plaats vinden op locatie waardoor mogelijke verblijfplaatsen niet behouden kunnen blijven. Zorgbeginsel Binnen de gebieden is kans op algemeen voorkomende soorten waarmee rekening moet worden gehouden. Aangetroffen dieren die niet uit zich zelf de werkgebieden kunnen verlaten, dienen – onder begeleiding van een ecoloog - in veiligheid te worden gebracht en buiten de werkgebieden te worden uitgezet. Schuilplekken zoals bladhopen, hout- en steenstapels e.d. dienen eerst te worden gecontroleerd op schuilende dieren. In zijn algemeenheid dienen geschikte schuil- en overwinteringsplekken voor dieren buiten de werkterreinen intact te worden gelaten.
Eventueel noodzakelijk kap moet buiten de kwetsbare periode (winter) worden uitgevoerd en voorafgaand aan de kap (of het anderszins vrijstellen van een werkplek) is het verstandig een ecoloog te laten beoordelen of effecten zijn te verwachten en eventueel maatregelen te (laten) nemen om die effecten te verminderen.
Pagina 8
Natura 2000 Het beschermde Natura 2000-gebied ligt op een afstand van ongeveer 3 kilometer van de planlocatie. De verandering betreft het legaliseren van het paardenpension en aanpassen van de rijbak op de locatie. Aantastingen van kwalificerende habitats of soorten in het Natura 2000-gebied door de werkzaamheden, kunnen worden uitgesloten. Stikstof Voor het houden van de paarden is door derden berekent wat de depositie is op de Natura 2000-gebieden.
Natuurnetwerk Nederland De gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland liggen op korte afstand van de planlocatie. Gelet op de afstand, aard en de omvang van het voornemen, wordt geen effect verwacht.
Pagina 9
H06
Conclusie, advies en gebruikte bronnen Voor locatie Stammerdijk 38 te Diemen worden plannen voorbereid voor verandering van de locatie. De verandering betreft het legaliseren van het paardenpension en aanpassen van de rijbak op de locatie. Voorliggend rapport betreft een onderzoek naar effecten op natuurwaarden. Door een ecoloog van bureau Els & Linde B.V. is op 10 oktober 2019 beoordeeld of er beschermde planten- en diersoorten aanwezig zijn binnen de planlocatie en of deze soorten schade ondervinden van de gewenste ontwikkelingen.
Beschermde soorten Uit de resultaten van de quick scan ecologie van 10 oktober 2019 is gebleken dat de aanwezigheid van vleermuizen, huismussen, gierzwaluwen, rugstreeppad, heikikker, ringslang, kleine marter en steenuil mogelijk is binnen de planlocatie. De geplande omvorming maakt dat er geen vervolgstappen noodzakelijk zijn m.b.t. eventueel aanwezige van deze soorten op de planlocatie. Dit is alleen noodzakelijk als er veranderingen plaats vinden op locatie waardoor mogelijke verblijfplaatsen niet behouden kunnen blijven. Een ontheffing van de Wet natuurbescherming is niet nodig.
– – – – –
– – –
–
–
Anonymus (2017). Kennisdocument huismus, BIJ12 Anonymus (2017). Kennisdocument gierzwaluw, BIJ12 Anonymus (2017). Kennisdocument gewone dwergvleermuis, BIJ12 Dietz, Chr., O. von Helversen & D. Nill (2012) Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. Trition Natuur Hoogeboom, D.M., F. Visbeen, J. Wondergem, W. Ruitenbeek (2014) Atlas van de Noord-Hollandse zoogdieren. NOZOS, Landschap Noord-Holland. Kaag, K. (2012) Vlinders van Duin tot Dijk. De dagvlinders van NoordHolland 2000-2009. Vlinderstichting, Landschap Noord-Holland. Kapteyn, K. (1995) Vleermuizen in het landschap. Schuyt & co, Haarlem. Riet, B. van, H. van der Goes, Th. Baas, C. van den Tempel, W. Menkveld & F. Visbeen (2014) Atlas van de Noord-Hollandse flora. Landschap Noord-Holland. Scharringa, C.J.G., W. Ruiterbeek & P.J. Zomerdijk (2010) Atlas van de Noord-Hollandse broedvogels 2005-2009. SVN, Landschap Noord-Holland. Simon, M., S. Hüttenbügel & J. Smit-Viergutz (2004) Ökologie und Schutz von Fledermäusen in Dörfern und Städten. Bundesamt für Naturschutz, Bonn.
provincienoordholland.nl waarneming.nl
Pagina 10