OD Technische vragen over de wijziging wet gemeenschappelijke regeling EB.docx
Tekst van het document
Datum: 8 juni 2022, Bestemd voor: Portefeuillehouder E. Boog, Betreft: Technische vragen over de wijziging wet gemeenschappelijke regeling naar aanleiding van de agendapunten 4 tot en met 8. Geachte heer Boog, Op 14 december 2021 kondigde het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties aan een wijziging op de Wet Gemeenschappelijke Regeling met ingang van 1 juli 2022. Voordat wij antwoord geven op uw vragen willen wij u een algemeen beeld schetsen van de genoemde wetswijziging. Inleiding De wetswijziging strekt ertoe de democratische legitimatie van gemeenschappelijke regelingen te versterken. Gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen krijgen meer mogelijkheden hun kaderstellende en controlerende rol binnen de samenwerkingsverbanden waaraan zij deelnemen, te verstevigen. Met de wetswijziging wordt een aantal aanpassingen en aanvullingen geïntroduceerd op de al bestaande wettelijke bevoegdheden en instrumenten. Een aantal van deze wijzigingen treedt op 1 juli 2022 direct in werking, een ander deel moet binnen twee jaar geïmplementeerd zijn in alle gemeenschappelijke regelingen. Inhoud wetswijziging De wijziging van de Wgr is onder te verdelen in drie categorieën: 1. De versterking van de positie van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen bij besluitvorming in gemeenschappelijke regelingen. 2.
De introductie van aanvullende controle-instrumenten voor gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen. 3. Het verbeteren van de positie van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen met betrekking tot het functioneren van de regeling. Ad 1. Bij versterking bij besluitvorming gaat het om: 1. Zienswijze bij treffen gemeenschappelijke regeling: Het recht van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen om bij een ontwerpregeling (m.b.t. het treffen, wijzigen en toe- en uittreden) een zienswijze naar voren te brengen; 2. Zienswijze voor besluiten: De verplichting om in de gemeenschappelijke regeling vast te leggen welke besluiten van het bestuur van een gemeenschappelijke regeling vatbaar zijn voor een zienswijze van gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen
van waterschappen. Ook kan in de gemeenschappelijke regeling worden afgesproken dat geen besluiten vatbaar zijn voor een zienswijze, maar dat is dan een keuze waar de gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee in dienen te stemmen. In de Memorie van Toelichting worden voorbeelden genoemd van besluiten waarvoor een zienswijzemogelijkheid kan worden vastgelegd, besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes; 3. Adviescommissie: Het recht voor gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen om bij een gemeenschappelijke regeling zijnde een openbaar lichaam een gemeenschappelijke commissie in te laten stellen, bestaande uit raadsleden, provinciale statenleden of leden van het algemeen bestuur van waterschappen van de deelnemers. Deze adviescommissie adviseert de vertegenwoordigende lichamen en helpt met het voorbereiden van zienswijzen. Commissieleden maken aanspraak op een extra vergoeding; 4. Burgerparticipatie: De verplichting om in de gemeenschappelijke regeling vast te leggen of, en zo ja op welke wijze, burgers de mogelijkheid krijgen tot inspraak over bepaalde onderwerpen die bij de gemeenschappelijke regeling zijn belegd; 5.
Actieve informatieplicht: Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling is verplicht actief te informeren. In de gemeenschappelijke regeling moeten afspraken worden vastgelegd over de wijze waarop informatie wordt aangeleverd. Ad 2. Bij de introductie van aanvullende controle-instrumenten gaat het om: 1. Recht van onderzoek: Gezamenlijke gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen krijgen het recht van onderzoek, betreffende de bestuursvoering van een gemeenschappelijke regeling (niet zijnde een gemeenschappelijke regeling die door hen getroffen of mede getroffen is); 2. Onderzoeksmogelijkheid lokale rekenkamers: Lokale rekenkamers, tevens gezamenlijke rekenkamers, hebben de mogelijkheid om onderzoek te doen naar het gevoerde bestuur van een gemeenschappelijke regeling (dit betreft een verduidelijking van bestaande wettelijke bevoegdheden). Ad 3. Bij verbetering van de positie van vertegenwoordigende lichamen gaat het om: 1. Afspraken over evaluatie: De verplichting om in de gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over evaluatie van de gemeenschappelijke regeling.
Ook kan in de gemeenschappelijke regeling worden gekozen voor de afspraak om de regeling niet te evalueren, maar dat is dan een keuze waar de gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen bij het voorleggen van de wijzigingsregeling mee in dienen te stemmen; 2. Afspraken over uittreding: In alle gemeenschappelijke regelingen moeten afspraken worden vastgelegd over de gevolgen van uittreding voor het vermogen van de rechtspersoon, waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Er kan niet langer worden volstaan met de afspraak dat het (algemeen) bestuur de uittredingsvoorwaarden vaststelt; 3. Verruiming termijnen begroting en jaarrekening: Gemeenteraden, provinciale staten en algemene besturen van waterschappen krijgen ruimere termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en aanpassing van de begroting. Ook krijgen zij langer de tijd om een zienswijze op de concept-begroting van een gemeenschappelijke regeling te geven en ontvangen zij de kadernota later.
Vraag: 1. Wat is de stand/acties voor wijziging gemeenschappelijke regeling globaal? De cursief gedrukte wijzigingen zoals genoemd in de inleiding treden per 1 juli 2022 direct in werking. De overige wijzigingen – die ruimte geven voor een eigen invulling (keuzevrijheid) binnen elke gemeenschappelijke regeling – moeten uiterlijk 1 juli 2024 geïmplementeerd te zijn. De gewijzigde Wgr dwingt tot wijziging van alle gemeenschappelijke regelingen. De verbonden partijen waar een gemeenschappelijke regeling aan de orde is zijn bezig om de noodzakelijke wijzgingen door te voeren. Dit vergt echter veel tijd. In de Nota van Toelichting staat, tot slot, nog het volgende: “Omdat de Wijzigingswet op 1 juli 2022 in werking treedt, dienen de nieuwe termijnen al bij de begrotingscyclus voor 2023 te worden gehanteerd. In de praktijk zullen echter veel gemeenschappelijke regelingen al vóór 1 juli hun ontwerpbegroting aan de vertegenwoordigende organen toezenden voor een zienswijze. Het is van belang dat de gemeenschappelijke regelingen hierbij reactietermijnen stellen conform de nieuwe termijnen die op 1 juli 2022 ingaan. Dit betekent concreet dat de gemeenschappelijke regeling een reactietermijn dient op te nemen die eindigt na het zomerreces. Uitzondering hierop vormen die procedures waarvoor de zienswijzetermijn eindigt voor 1 juli.
In deze gevallen mag rekening worden gehouden met de verruiming, maar is dit niet verplicht.” Bij de gemeenschappelijke regelingen die deze maand voorliggen in de gemeenteraad eindigt de zienswijzetermijn voor 1 juli. Er hoeft geen rekening gehouden te worden met verruiming van die termijn en dat is ook niet aan de orde. Als één van de deelnemende gemeenteraden deze besluiten nemen over de voorliggende gemeenschappelijke regeling na 1 juli 2022: 2. Is de besluitvorming over de voorliggende stukken regionaal afgestemd Ja, deelnemers in de desbetreffende regeling hebben het eigen besluitvormingsproces zodanig ingericht dat de beoogde besluitvorming tijdig plaatsvindt. 3. Wat zijn de (juridische) consequenties voor de voorliggende besluiten als een gemeente na 1 juli een besluit neemt? Besluitvorming binnen het bestuur van de regeling vindt plaats op basis van een meerheidsbesluit. Mocht een deelnemer m.b.t. een zienswijze later besluiten dan beoogd, dan is het denkbaar dat de besluitvorming binnen de regeling niet kan worden opgehouden en zonder het oordeel van de deelnemer alsnog een meerdeheidsbesluit kan worden genomen. Alle deelnemers zijn vervolgens gehouden zich hieraan te conformeren. Het is ook denkbaar dat de vertraagde besluitvorming in een raad nog net kan plaatsvinden voor besluitvorming door het bestuur van de regeling.
4. Wat zijn de (juridische) consequenties als één van de gemeente een zienswijzen indient? De zienswijzeprocedure heeft tot doel het bestuur van de desbetreffende regeling in staat te stellen te komen tot een heroverweging (kan ook zijn aanpassing) van het concept-besluit. Maar dat is geen verplichting. Die eventuele heroverweging is voorbehouden aan het bestuur van de regeling. Voor de uitkomst van de besluitvorming wordt verwezen naar het antwoord onder 3. Alvast hartelijk dank voor uw reactie,
Fractie Ons Diemen.