Indexering OZB gecorrigeerd voor de inflatie
Tekst van het document
Indexering OZB gecorrigeerd voor de inflatie Tijdens de informatieve raadsvergadering van 7 november is door de fractie van D66 gevraagd of de ontwikkeling van de lastendruk ook gecorrigeerd kan worden voor de inflatie. In deze memo volgt een uitwerking van deze vraag. Indexering begroting In de kadernota stellen we als uitgangspunt de prijsindexering van de belastingopbrengsten vast. Deze baseren we op het indexcijfer dat het Centraal Planbureau (CPB) jaarlijks afgeeft, namelijk ‘de prijs materiële overheidsconsumptie’ (imoc). In maart van het lopende jaar geeft het CPB de verwachte indexering over het volgende jaar af. Achteraf wordt de werkelijke indexering bepaald. Het blijkt dat de werkelijke indexering de laatste jaren (fors) hoger is dan de verwachte indexering die in de kadernota en later ook in de begroting wordt gebruikt. Dit heeft ertoe geleid dat het College in deze begroting kiest voor een hoger indexeringspercentage van 5% in plaats van de 2,2% in de kadernota. Jaar
Indexering begroting
Werkelijke Indexering
2021 2022 2023 2024 2025
1,7% 1,5% 3,0% 3,9% 5,0%*
3,8% 7,5% 5,8% 4,5%
* indexering van 2,2% inclusief extra verhoging van 2,8%
Corrigeren voor de inflatie Gevraagd is de OZB-indexering te corrigeren voor de inflatie. Voor deze correctie is gebruik gemaakt van de Consumentenprijsindex (CPI) van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Met name in 2022 was er sprake van een bijzonder hoge inflatie van 10,0%, terwijl de indexering van de lokale lasten in de begroting fors lager lag op 1,5%.
* **
Jaartal
Indexering begroting
Inflatie
Indexcijfer (met indexjaar 2020 is 100)
2021 2022 2023 2024 2025
1,7% 1,5% 3,0% 3,9% 5,0%*
2,7% 10,0% 3,9% 3,1% 2,2%**
99,0 91,4 90,6 91,3 93,8
indexering van 2,2% inclusief extra verhoging van 2,8% inflatie van 2025 is uiteraard niet bekend, maar in de grafiek is uitgegaan van het indexeringspercentage in de kadernota
Deze ontwikkeling is ook uit te zetten in een lijngrafiek.
Uit de grafiek is op te maken dat de reële lasten met name in 2022 stevig zijn gedaald. In 2025 is het voorstel om een kleine inhaalslag te maken. De reële lasten zullen in 2025 toenemen in geval van een inflatie van 2,2% en bij een keuze voor een hogere indexering van 5%. In de grafiek is te zien dat de reële OZB-lasten ondanks de geprognotiseerde stijging nog aanzienlijk onder het niveau van 2020 liggen.