CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022_Toelichting.pdf

Gemeenteraadsvergadering 20 april 2023, gemeente DiemenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplannen Plantage de Sniep 2022 en Bedrijventerrein 202230.405 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Er wordt dus uitgegaan van de vergunde geluidruimte van alle inrichtingen. Voor de niet op het gezoneerd industrieterrein gelegen inrichting nevenvestiging van de Koninklijke SAAN is alleen aan de vergunning getoetst op grond van de Wet milieubeheer. De geprojecteerde bebouwing op de nieuwbouwlocatie Plantage de Sniep levert geen belemmeringen op voor de vergunde bedrijfsvoering van de bedrijven op de Bedrijventerreinen Diemen en voor de vergunde bedrijfsvoering van de nevenvestiging van de Koninklijke SAAN. De geluidbelastingen die de inrichtingen veroorzaken op de bebouwing passen binnen de vergunde geluidruimte. Dit geldt zowel voor het equivalente geluidniveau als voor de piekgeluidniveaus die onderzocht zijn. Wel zijn voor de vestiging van de Koninklijke SAAN op de Bedrijventerreinen Diemen en voor de nevenvestiging van de Koninklijke

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

41

SAAN maatwerkvoorschriften voor geluid opgelegd om de geprojecteerde bebouwing mogelijk te maken. De aanpassingen zijn uitgevoerd in overleg met de betreffende inrichtingen. Woningbouwlocatie Plantage de Sniep Na afstemming van het stedenbouwkundig plan op de milieusituatie en het treffen van de genoemde maatregelen is de geluidbelasting op nieuwbouw hoger dan de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting. Dit geldt zowel voor wegverkeers-, railverkeers- als industielawaai (dBvision, kenmerk GEM032-01-58wg met datum 3 januari 2011). De overschrijdingen komen vooral voor op de geprojecteerde eerstelijns bebouwing nabij de verschillende geluidbronnen. Bij de bebouwing achter de eerstelijns bebouwing is doorgaans sprake van geluidbelastingen die lager of gelijk zijn dan de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting. Voor alle woningen met een overschrijding van de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting op de gevel zijn hogere waarden vastgesteld door burgemeesters en wethouders. Dit vindt plaats middels de procedure die gekoppeld is aan het Bestemmingsplan Plantage de Sniep. Daar waar de optredende geluidniveaus zorgen voor overschrijding van de maximaal te ontheffen waarde wordt ervoor gekozen om de betreffende gevels uit te voeren zonder te openen delen (d.w.z. dove gevel). Bij een dove gevel hoeft er niet getoetst te worden aan de normen uit de Wet geluidhinder.

Conclusie De realisatie van de nieuwbouwwijk Plantage de Sniep zorgt voor wat betreft geluid niet voor belemmeringen van de bedrijfsvoering van de bestaande inrichtingen op de Bedrijventerreinen Diemen en daarbuiten. Dit geldt zowel voor het equivalente geluidniveau als voor de piekgeluidniveaus die onderzocht zijn. In dit kader zijn, voor de Koninklijke SAAN op het gezoneerde industrieterrein dat tot de Bedrijventerreinen Diemen behoort en de nevenvestiging van de Koninklijke SAAN dat niet tot een gezoneerde industrieterrein behoort, in overleg met de betreffende inrichtingen maatwerkvoorschriften voor geluid opgesteld. Voor de overige inrichtingen, inclusief de betonmortelcentrale, zijn er geen extra maatwerkvoorschriften voor geluid opgesteld. Geluidhinder als gevolg van het wegvekeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai, staat de realisatie van de nieuwbouw binnen het plangebied die dit bestemmingsplan mogelijk maakt niet in de weg. Naast het treffen van de geluidreducerende maatregelen zijn er voor woningen en overige geluidgevoelige bestemmingen met een overschrijding van de ten hoogst toelaatbare geluidbelasting hogere waarden aangevraagd. Uit overleg met ProRail is gebleken dat het bestemmingsplan voldoende rekening houdt met betrekking tot geluidsaspecten in relatie tot d spoorweg.

Tevens leidt het bestemmingsplan niet tot fysieke belemmeringen in het kader van een eventuele spoorweguitbreiding. 5.1.5 Milieuzonering Algemeen In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met de belangen van de gevestigde bedrijven en met een goed woon- en leefklimaat van de leefomgeving. Uitgangspunt is dat milieubelastende en hindergevoelige functies ruimtelijk van elkaar worden gescheiden. De milieuzonering is gebaseerd op de Staat van Bedrijfsactiviteiten uit de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering. In deze SvB wordt met behulp van een indeling in categorieën aangegeven of de milieubelasting van een bedrijf of een bedrijfsactiviteit ten opzichte van een hindergevoelige functie toelaatbaar kan zijn. Aan deze categorieën worden bepaalde omgevingstypen en/of richtafstanden gekoppeld, die gerelateerd zijn aan een rustige woonwijk als omgeving. Het betreft hier echter een indicatieve, algemene regeling. De daadwerkelijke milieubelasting van concrete activiteiten kan afwijken door specifieke bedrijfsprocessen, hinderbeperkende maatregelen, de concrete inrichting van het bedrijf en de geldende milieuvergunning. Steeds dient te worden bezien of er specifieke omstandigheden zijn, die nopen tot een nadere overweging. Daarbij kan gedetailleerd onderzoek zinvol of noodzakelijk zijn.

Plangebied Voor dit bestemmingsplan is een onderzoek uitgevoerd naar de milieuzonering op en vanuit de bedrijventerreinen. Op basis van de toekomstige woningen is een milieuzonering bepaald voor de bedrijventerreinen. Aan de hand van de voorgenomen zonering zullen nieuwe bedrijfsinitiatieven getoetst worden. De bedrijven mogen dan namelijk niet meer hinder gaan veroorzaken zodat er voor de woningen geen goed leef en milieuklimaat gegarandeerd kan worden. De bedrijven / bedrijfstypen die voor dit bestemmingsplan toegelaten worden zijn opgenomen in de staat van bedrijfsactiviteiten in de bijlage van de planregels.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

42

Volgens bovenstaande systematiek is tevens de mogelijkheid tot realisatie van de voorgenomen woningbouw op Plantage de Sniep, nabij de bestaande bedrijven getoetst. Een aandachtspunt betreft de betonmortelcentrale. Voor deze betonmortelcentrale heeft een gedetailleerde beoordeling en nadere afweging plaatsgevonden. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat het geluid voor de betonmortelcentrale geen knelpunt vormt voor de geplande nieuwbouw. Daarbij is rekening gehouden met de vergunde geluidruimte aan de betonmortelcentrale en de reservering van de geluidruimte voor eventuele uitbreidingen van bedrijfsactiviteiten. De overige bedrijven die reeds op de bedrijventerreinen zijn gevestigd, veroorzaken ook geen ontoelaatbare milieubelasting ter plaatse van de voorgenomen woningbouw en vormen derhalve geen belemmering voor de realisatie hiervan. Bij deze bedrijven worden ook geen ontwikkelingen voorzien die alsnog tot dergelijke knelpunten kunnen leiden. Realisatie van de woningbouw zal dan ook niet leiden tot beperkingen in de ontwikkelingsmogelijkheden voor deze bedrijven.

Afbeelding 5.1: Milieuzonering

Staat van bedrijfsactiviteiten behorende bij dit plan De staat van bedrijfsactiviteiten die in de bijlage van de planregels is toegevoegd is, op enkele maataanpassingen na, gelijk aan de lijst zoals die is opgenomen in het onderzoek van Oranjewoud (zie nr. 24 Bijlage 1). De lijst is aangepast zodat deze meer overeenkomt met de wensen van de gemeente voor het bedrijventerrein. Verder is er een kolom toegevoegd. Er zijn nu twee kolommen met SBI-codes. De eerste code is de code zoals deze in het onderzoek van Oranjewoud is opgenomen. Deze lijst is door de VNG (en kadaster) in 1993 opgesteld. De nieuwe kolom laat de SBI-codes van 2008 zien. Het kan zijn dat de omschrijving en de richtafstanden (opgenomen in de brochure bedrijven en milieuzonering, VNG 1993 en nieuwe uitgave in 2008) tussen 1993 en 2008 afwijken. De geldende afstanden zijn voor dit bestemmingsplan de afstanden zoals deze in het onderzoek van Oranjewoud zijn opgenomen. De kolom met SBI-codes van 2008 zijn enkel ter informatie opgenomen en corresponderen met het soort bedrijf en niet direct met de richtafstanden die hier bij horen. Conclusie De bedrijven die reeds op de bedrijventerreinen zijn gevestigd, veroorzaken geen ontoelaatbare milieubelasting ter plaatse van de voorgenomen woningbouw en vormen derhalve geen belemmering voor de realisatie hiervan.

Bij deze bedrijven worden ook geen ontwikkelingen voorzien die alsnog tot dergelijke knelpunten kunnen leiden. Realisatie van de woningbouw zal dan ook niet leiden tot beperkingen in de ontwikkelingsmogelijkheden voor deze bedrijven. Kortom, er zijn geen knelpunten ten

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

43

aanzien van milieuzonering.

5.2

Water

5.2.1 Europees en landelijk beleid Het streven naar een veilig, gezond en duurzaam waterbeheer staat landelijk in de belangstelling. De thema's 'water in de stad' en 'water als ordenend principe' zijn als speerpunten aangegeven in het landelijk beleid, dat is beschreven in de Vierde Nota Waterhuishouding (ministerie van V&W), de Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw (WB21), de Handreiking Watertoets (ministerie van VROM) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW). Op Europees niveau wordt gewerkt aan de Kaderrichtlijn Water (KRW). De KRW streeft naar duurzame en robuuste watersystemen. Basisprincipes van het nationaal (WB21) en Europees (KRW) beleid zijn: meer ruimte voor water, voorkomen van afwenteling van de waterproblematiek in ruimte of tijd en 'stand still' situatie (géén verdere achteruitgang in de waterkwaliteit). Dit is samengevat in de drietrapsstrategieën voor: waterkwantiteit (vasthouden, bergen, afvoeren); waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren). 5.2.2 Beleid hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht In het Waterbeheerplan 2006-2009 is het beleid van AGV verwoord. Naast dit plan is er door AGV in 2008 een waterbeheersplan KRW uitgebracht specifiek gericht op de Kaderrichtlijn Water.

Daarnaast zijn de uitgangspunten over hoe om te gaan met water in ruimtelijke plannen beschreven in de keur van het hoogheemraadschap “Integrale Keur van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht”. De Keur is een instrument waarmee het hoogheemraadschap (een deel van) de doelen uit dit Waterbeheerplan kan realiseren. De afgelopen jaren heeft het hoogheemraadschap het beleid voor vergunningen en voor een aantal thema's vastgelegd in beleidsnotities, waaronder de beleidsnota's “Inrichting, Gebruik en Onderhoud van wateren en oevers” en “Richtlijnen lozen regen-, grond- en leidingwater”. De notities en Keur maken onderdeel uit van de map “Watertoets vergunningverlening”. Verder is in 2010 het Waterplan Diemen vastgesteld. Met dit waterplan geven gemeente Diemen en AGV invulling aan het Nationaal Bestuursakkoord Water. Het Waterplan Diemen bestaat uit een beschrijving van de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen, een watervisie, een inventarisatie van de knelpunten en kansen, en een uitvoeringsprogramma van maatregelen om de knelpunten op te lossen en de kansen te benutten. Waternet gaf in haar vooroverlegreactie aan dat de informatie in het bestemmingsplan (de waterbalans en beleid over kunstwerken) verouderd kan zijn en het beleid continu kan veranderen.

Zo is het Waterbeheersplan KRW uit 2008 inmiddels vervangen door het Waterbeheerprogramma Amstel, Gooi en Vecht 2022-2027. Voor een actuele weergave van het beleid van het waterschap wordt daarom verwezen naar de Keur, en de daarbij behorende Leidraad van het Waterschap. 5.2.3 Watersysteem huidige situatie (algemene kenmerken watersysteem) Het watersysteem is globaal op te delen in drie delen, het Boezemwater/land (de Sniep en het Westelijk deel van Stammerdijk), de Venser Polder (Verrijn Stuart) en de gemeenschapspolder Noordwest (oostelijk deel van Stammerdijk). Boezem Een deel van het plangebied bevindt zich binnen het peilgebied van de Amstellandboezem Het gaat hierbij dan met name om de nieuwe woningbouwlocatie Plantage de Sniep en het oostelijk deel van bedrijventerrein Stammerdijk. Het peil van de boezem ligt op NAP -0,40m. Zowel de Weespertrekvaart als de Diem worden in het Waterplan Diemen aangeduid als zijnde boezemwater met nautisch beheer. Tevens is het Deel van de Diem wat binnen het plangebied valt aangeduid als zijnde “geen viswater” De Venserpolder De Venserpolder watert af op de Groot Duivendrechtse polder met een waterpeil van NAP -2,50 m. Op het ogenblik loopt er een experiment om het peil van het bedrijventerrein Verrijn Stuart (NAP -2,25m) te verlagen tot het niveau van de gehele Venserpolder (NAP -2,50m). Deze maatregel is ook vermeld in het

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

44

gemeentelijk Waterplan. Gemeenschapspolder West Het Oostelijke deel van bedrijventerrein Stammerdijk bevindt zich in de Gemeenschapspolder Noordwest. Het peil in de polder is NAP -2,50 m. De polder watert af op het peilgebied van de Gemeenschapspolder Midden-Zuid waarna het uitgemalen wordt naar de Amstellandboezem. In het plangebied vallen twee waterlichamen die vallen onder de definitie van KRW waterlichamen. De Weespertrekvaart ten westen van de Diem en de Diem plus de Weespertrekvaart ten oosten hiervan. Voor deze wateren gelden de volgende doelstellingen: Weespertrekvaart ten westen van de Diem, 50-75% van de GEP (goed ecologisch potentieel) in 2015 en 2027 De Diem plus de Weespertrekvaart ten Oosten van de Diem, 75-100% van de GEP in 2015 en 2027. In het Waterbeheersplan KRW van AGV (2008) zijn deze doelstellingen verder uitgewerkt. Gezien het conserverende karakter van dit bestemmingsplan zijn er geen specifieke KRW maatregelen opgenomen. De polders in het plangebied hebben geen specifieke waterfunctie (zie tekening 5 van de bijlage van het Waterplan Diemen) waardoor deze vallen onder de functie 'stedelijk water'. Stedelijk water gebieden zijn gebieden met veel woon- en werkbebouwing, inclusief infrastructuur en kleine groengebieden. Kenmerkend voor het stedelijk gebied is intensief gebruik en veel verharding.

Het peilbeheer in het stedelijk gebied is afgestemd op beschermen van de fundering van bebouwing, en op voorkomen van grondwateroverlast (voor zover beïnvloedbaar met peilbeheer). In het plangebied loopt een aantal regionale waterkeringen. Deze keringen hebben in het bestemmingsplan een beschermde status. Deze waterstaatswerken voorkomen inundatie bij hoge waterstanden in de boezem. Bij werkzaamheden binnen het invloedsgebied van deze waterkering is ontheffing van de Keur noodzakelijk. Leidend in de beoordeling zal zijn, of de waterkering door de voorgenomen plannen zijn stabiliteit behoudt. 5.2.4 Effect op de ruimtelijke ontwikkelingen Waterkwantiteit Voor het tijdelijk bergen van de overtollige neerslag is per peilvak (watersysteem) een bepaalde oppervlakte aan oppervlaktewater nodig. Het totale verharde oppervlak binnen een peilvak is van belang voor de benodigde waterberging. Bij een toename van het verhard oppervlak, neemt het bergend vermogen af. Zonder compenserende maatregelen zal de waterhuishoudkundige situatie hierdoor verslechteren. Bij een toename van verhard oppervlak dient 10% van de toename gecompenseerd te worden als oppervlaktewater. Aangezien het hier een conserverend bestemmingsplan betreft zijn is er geen toename of afname van verhard oppervlak, met uitzondering van het voormalig bedrijventerrein de Sniep.

Tabel 1 geeft een overzicht van de hoeveelheden water en verhard oppervlak in de oude en nieuwe situatie. Ook is aangegeven of er een waterbergingstekort of overschot is.

Amstellandboezem water verharding wateroverschot/tekort

Nieuwe situatie (m2)

Oude situatie (m2)

Verschil (m2)

Compensatie (m2)

10297 73604

8540 68390

1757 5214

1757 -521 1236

Tabel 3: bergingsberekening De Sniep

Uit de bergingsberekening blijkt dat er in de Boezem een overschot is van 1236 m2. Dit overschot kan bij het AGV geregistreerd worden en later gebruikt worden bij ontwikkelingen elders (water berging rekening courant).. Naast het creëren van waterberging biedt het afkoppelen van hemelwater ook goede mogelijkheden om de drietrapsstrategie uit de WB21 (vasthouden, bergen, afvoeren) in het plangebied toe te passen: Vasthouden: hierbij kan worden gedacht om hemelwater van gevels en daken, waar mogelijk, zoveel mogelijk te benutten (toiletspoeling, (dak)tuinen, e.d.). Bergen: Hemelwater dient tijdelijk op straat, in het rioolsysteem en in oppervlaktewater geborgen te worden.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

45

Afvoeren: Hemelwater kan bovengronds of ondergronds worden afgevoerd. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van infiltratie in de bermen of direct in de bodem via waterdoorlatend bestratingsmateriaal. Hierbij ligt de nadruk op het vertraagd afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater/grondwater. Waterkwaliteit Het beleid van AGV is gericht op duurzame principes. Wat betreft het riolerings- en afwateringsstelsel betekent dit het minimaliseren van de afvoer van schoon hemelwater naar de AWZI (afvalwaterzuiveringsinstallatie). Uitgangspunt hierin is dat schoon- en vuilwaterstromen worden gescheiden. Relatief schoon hemelwater van gevels en daken wordt waar mogelijk benut en mag rechtstreeks via het hemelwaterriool (HWA) naar het oppervlaktewater/grondwater worden afgevoerd. Hierbij dient in de nieuwe bebouwing onder andere kritisch gekeken te worden naar de toepassing van uitloogbare materialen. Het afvoeren van hemelwater van bestrating naar het oppervlaktewater dient bij voorkeur te geschieden via bodem- of bermpassage. Voor infrastructuur wordt verwezen naar de betreffende beslisbomen, opgenomen in de beleidsnotitie “Richtlijnen voor het lozen van regen-, gronden leidingwater”, opgesteld door AGV/Waternet. De bestaande bedrijventerreinen zijn gerioleerd door middel van een zogenaamd VGS-stelsel (verbeterd gescheiden stelsel).

Hierbij wordt de eerste 4 mm regenval opgevangen in een hemelwaterstelsel welke onder vrij verval het hemelwater afvoert naar een gemaal welke het water getransporteerd naar de AWZI. Alle neerslag groter dan 4 mm (plus 0,3 mm/h pompovercapaciteit) stort over naar het oppervlaktewater. Het huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater van de bedrijventerreinen worden via een afzonderlijk DWA-stelsel (droogweerafvoer) afgevoerd naar het gemaal. In het nieuw te ontwikkelen woningbouwlocatie Plantage de Sniep zal een gescheiden rioolstelsel worden aangelegd. Het huishoudelijk- en bedrijfsafvalwater zullen via het DWA-stelsel worden afgevoerd naar de rioolzuiveringsinstallatie. Het hemelwater, afstromend van daken en overige terreinverhardingen, zal via het HWA-stelsel worden geloosd op het oppervlaktewater. In het plan zullen de mogelijkheden worden onderzocht om afstroming van potentieel vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater te voorkomen. Voor het afstromende wegwater van de hoofdinfrastructuur (Muiderstraatweg en de 'tramlus') zal een zuiveringsvoorziening voor het lozingspunt worden geplaatst. Beheer en onderhoud De oevers grenzend aan particuliere percelen moeten worden onderhouden door de aanliggende perceeleigenaar. De openbare oevers zullen in onderhoud en beheer zijn van gemeente Diemen.

Over de wijze van beheer en onderhoud van natuurvriendelijke oevers in het gebied, zal afstemming plaatsvinden met AGV. Volgens het beleid van AGV dienen de permanent watervoerende watergangen in het stedelijk gebied te voldoen aan een minimale waterdiepte van 1,00 meter bij streefpeil en een minimale waterlijn van 5 meter. Het talud mag niet steiler zijn dan 1:1,5. De watergangen en oevers zullen goed bereikbaar zijn voor rijdend onderhoud. Als het onderhoud vanaf het water zal worden uitgevoerd dan moet het betreffende water een breedte op het wateroppervlak hebben van minimaal 5 meter. Voor varend onderhoud zal een 'boot-te-water-plaats' worden aangelegd. Indien tijdens periodieke bagger- en maaiwerkzaamheden ter plekke geen ruimte is om de baggerspecie of maaisel op de kant te zetten, zal dit, voor tijdelijke opslag, worden afgevoerd naar de locatie ten oosten van de Provinciale weg aan de zuidkant van de Muiderstraatweg. In het plangebied van Plantage de Sniep zal een deel van de oevers van de watergangen/waterpartijen natuurvriendelijk worden ingericht. Waar natuurvriendelijke oevers worden ingericht, evenals waar en welk type oeverbescherming elders wordt aangelegd, zal nader worden bepaald. Met het hoogheemraadschap zullen afspraken worden gemaakt over de uitgangspunten als bijvoorbeeld het materiaal gebruik, de opbouw en de wijze van constructie.

Kunstwerken Bij aanpassingen aan het watersysteem wordt gestreefd naar aaneengesloten waterelementen met een minimum aantal duikers. De voorkeur voor het kruisen van infrastructuur en de watergang gaat uit naar bruggen. Duikers krijgen een minimale doorsnede van 600 mm. Als een duiker deel uitmaakt van een primaire watergang, krijgen ze een minimale doorsnede van 800 mm. Om verstoppingen of opstuwingen te voorkomen, worden lange duikers zoveel mogelijk vermeden. Duikers langer dan 35 meter krijgen een inspectieput. Drooglegging

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

46

Een duurzame waterhuishouding is gericht op het voorkomen van wateroverlast. Er wordt in het plan rekening gehouden met de grondwaternorm voor de nieuw te realiseren bouwlocatie. Deze grondwaternorm luidt: “Daar waar zonder kruipruimte gebouwd wordt mag de grondwaterstand niet vaker dan gemiddeld eens per twee jaar, niet langer dan 5 dagen achtereen minder dan 0,50 meter onder het maaiveld staan”. Waar met kruipruimtes wordt gebouwd geldt een norm van 0,90 meter. De gemiddelde drooglegging in het gebied is circa 1,10 meter. Indien nodig, zullen drains worden aangelegd om grondwateroverlast te voorkomen/beperken. Eventuele kelders en parkeergarages worden waterdicht uitgevoerd. Belemmering van de vrije afstroming van grondwater naar het oppervlaktewater, door ondergrondse werken, zal zoveel mogelijk worden voorkomen. Wateropgave Op grond van het Nationaal Bestuursakkoord Water heeft AGV de verplichting om de regionale watersystemen te toetsen aan de werknormen voor wateroverlast. Voor Diemen is de wateropgave berekend in het kader van Waterplan Diemen. Er zijn hieruit geen maatregelen voortgevloeid die opgenomen dienen te worden in het bestemmingsplan.

5.2.5 Doorwerking naar bestemmingsplan Beschermend regime Inbedding van bestaande elementen die belangrijk zijn voor een goede waterhuishouding: het bestemmen van belangrijke waterlopen; planologische bescherming van waterkeringen door middel van dubbelbestemmingen waarbij de bestemming waterkering primair is; uitsluiting of beperking bebouwingsmogelijkheden van grote onbebouwde oppervlakten (zoals oevers en parken). Bevorderend regime Het bieden van ruimte voor toekomstige ontwikkelingen ter verbetering van de waterhuishouding: het vastleggen (door middel van bestemmingen of anderszins) van voldoende (nieuw) waterbergend vermogen; het opnemen van "waterhuishoudkundige voorzieningen" in meerdere doeleindenomschrijvingen, niet alleen ten behoeve van (bijvoorbeeld) extra waterberging maar ook flexibele oeverinrichtingen, aanleg van drainages etc.; flexibele locatie- en inrichtingsvoorschriften ten behoeve van aanleg of verandering van waterhuishoudkundige voorzieningen.

5.2.6 Overleg waterbeheerder Het beheer van de waterkwaliteit en -kwantiteit van zowel het polderwater als het boezemwater is in handen van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). In het kader van de watertoets heeft een vooroverleg plaatsgevonden met AGV (contactpersoon: de heer P.J. Radsma). Onderwerp waren de ontwikkelingen in het gebied, met name de Sniep maar ook de waterproblematiek rond Verrijn Stuartweg en Stammerdijk.

5.3

Ecologie

Vanuit de wet- en regelgeving ten aanzien van de natuurbescherming worden eisen gesteld aan ingrepen in het landschap. Eventuele effecten op beschermde dier- of plantensoorten en beschermde gebieden dienen onderzocht te worden. Het wettelijke kader maakt onderscheid tussen enerzijds de gebiedsbeschermende wet- en regelgeving en anderzijds de soortbeschermende wet- en regelgeving. Indien een negatief effect optreedt op beschermde soorten of gebieden dient voor de uiteindelijke ingreep (de bouwfase) toestemming (in de vorm van een ontheffing of vergunning) te worden aangevraagd bij bevoegd gezag (dikwijls het Ministerie van LNV of de provincie). In het kader van een bestemmingsplan of een wijziging van een bestemmingsplan kan geen ontheffing of vergunning worden verleend. In deze fase van de planvorming moet echter wel al rekening worden gehouden met eventuele effecten in de uitvoeringsfase. Met andere woorden, bij het opstellen van het bestemmingsplan moet goed naar de uitvoerbaarheid worden gekeken en moet blijken dat het plan te zijner tijd uitvoerbaar is, indien nodig na verlening van noodzakelijke ontheffing en/ of vergunning.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

47

De soortenbescherming is geregeld in de flora- en faunawet. Op grond van de flora- en faunawet is het verboden bouwactiviteiten te verrichten die leiden tot aantasting van deze soorten en van hun voortplantings-, vaste rust- of verblijfplaats. Bedrijventerreinen Het bestemmingsplan voor het deelgebied met de bedrijventerreinen gaat uit van conservering van de bestaande situatie. De bestaande groene gebieden en oevers zijn als zodanig bestemd in het plan. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe bebouwing mogelijk op huidige onbebouwde en groene gebieden. De uitbreiding van bebouwingsmogelijkheden omvat alleen een hogere bouwhoogte, hetgeen geen druk legt op de bestaande groene c.q. onbebouwde gebieden. Er wordt derhalve geen significante invloed op de soortenbescherming verwacht. Daarom is voor deze gebieden geen nader onderzoek verricht naar de waarden van flora en fauna. Plantage de Sniep Wel zijn verschillende onderzoeken gedaan naar het voorkomen van beschermde soorten en beschermde natuurgebieden in het deelgebied van Plantage de Sniep. Daarbij is voor een aantal ontwikkelingen in het plangebied ontheffingen verleend op grond van de Flora- en faunawet. In 2002 en 2003 zijn verschillende onderzoeken verricht naar beschermde soorten.

Naar aanleiding van de conclusies uit de eerste twee Flora- en faunaonderzoeken heeft een vervolgonderzoek plaatsgehad naar de daadwerkelijke aanwezigheid van de rugstreeppad en de zandhagedis. De uitkomst van dit vervolgonderzoek is geweest dat het voorkomen van de zandhagedis niet is vastgesteld. In het plangebied is een klein aantal rugstreeppadden aangetroffen. Hiervoor is een ontheffing ex art. 75 Ffw verleend en is een compensatieplan opgesteld. Vervolgens is in 2005 een volgend Flora en faunaonderzoek uitgevoerd voor de derde fase van het plangebied van Plantage de Sniep (gebied ten zuiden van Muiderstraatweg. In dit onderzoek werden de volgende conclusies getrokken: Op basis van de uitgevoerde inventarisatie moet voor twee diersoorten, te weten de ringslang en de kleine modderkruiper, een ontheffing (van art. 9-12 Ffw) worden aangevraagd voor het vernietigen en verstoren van diersoorten en hun leefomgeving. Een ontheffing (van art. 13 Ffw) dient te worden aangevraagd voor het vangen en uitzetten van soorten om deze veilig te stellen voor aanvang van de werkzaamheden. Door het nemen van compenserende en mitigerende maatregelen ten aanzien van de nieuwe terreininrichting, kunnen bepaalde soorten, die nu in het gebied voorkomen, na de realisatie van het plan weer terugkomen. Enkele belangrijke accenten hierbij zijn: 1.

de inrichting van waterpartijen, overhoeken en groenstructuren af te stemmen op de aanwezige soorten en op de omgeving; 2. bij het terugplaatsen van beplanting ervoor zorgen dat de groenstructuur stevig, lijnvormig en verbindend blijft; 3. het toepassen van inheemse soorten beplantingen. Met het oog op de uitvoering van werkzaamheden worden in de rapportage tevens diverse maatregelen aanbevolen, waarmee de beschadiging of verstoring van beschermde soorten kan worden beperkt dan wel voorkomen, zoals: 1. het beperken of achterwege laten van werken tijdens bepaalde (voortplantings- of broed) seizoenen of dagdelen (bijvoorbeeld 's nachts); 2. het creëren van tijdelijke schuilplaatsen voor de periode dat oude beplanting gerooid is, maar nieuwe aanplant nog geen beschutting kan bieden; 3. het controleren van te rooien beplantingen op in gebruik zijnde nesten; 4. het voorkomen dat soorten zich opnieuw in het gebied gaan vestigen (bijvoorbeeld door regelmatig te maaien); 5. het voorafgaand of tijdens de uitvoering van werken vangen van nog aanwezige (vis)soorten en deze in een andere geschikte biotoop weer uitzetten; 6. het bieden van ontsnappingsmogelijkheden voor achtergebleven dieren. Het plangebied kan uit het oogpunt van natuurbescherming het beste bouwrijp gemaakt worden in de periode tot en met februari.

Indien dit niet haalbaar is kan vanaf augustus weer met de werkzaamheden worden gestart. Houtachtige beplanting dient bij voorkeur in de periode half februari tot half maart te worden verwijderd. Hierdoor worden zowel overwinterende amfibieën als broedende vogels ontzien. Tenslotte heeft in 2006 een laatste Flora- en faunaonderzoek plaatsgehad. In dat onderzoek werden de

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

48

volgende conclusies getrokken: Op basis van de uitgevoerde inventarisatie moet voor de kleine modderkruiper een ontheffing (van art. 9, 10 en 11 Ffw) worden aangevraagd voor het vernietigen en verstoren van de soorten en zijn leefomgeving. Daarnaast dient een ontheffing (van art. 13 Ffw) te worden aangevraagd voor het vangen en uitzetten van de modderkruiper en beschermde amfibieën om deze veilig te stellen voor aanvang van de werkzaamheden. Voor het verstoren van soorten die het gebied alleen als foerageergebied gebruiken hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. De omgeving biedt voldoende alternatieven om hierin te voorzien. Evenmin hoeven beschermde soorten binnen het plangebied, die door de ingrepen niet worden verstoord, of waarvan geen (tijdelijk) leefgebied verdwijnt, in een ontheffingsaanvraag te worden betrokken. Tot slot is ook voor beschermde vogels geen ontheffing vereist, mits wordt voldaan aan de in de Flora- en faunawet gestelde voorwaarden inzake de bescherming van broedgevallen. Op grond van de resultaten uit de Flora- en faunaonderzoeken heeft de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit in het kader van de ontwikkelingen in het plangebied de volgende ontheffingen van de Flora en fauna wet verleend: ontheffing Ffw van 25 februari 2002, nr. FEF 27b/2001/083;11 ontheffing Ffw van 21 november 2003, nr. FF/75C/2003/014.

De ontheffing geldt voor het tijdvak van 1-11-2003 t/m 31-10-2008; ontheffing Ffw van 23 november 2006, nr. FF75c.06.toek.0238.mg. De ontheffing geldt voor het tijdvak 23-11-2006 t/m 1 september 2011. Doordat er tijd heeft gezeten tussen de ecologische onderzoeken en de opstelling van het bestemmingsplan is in 2009 door een ecoloog een veldbezoek verricht in het hele plangebied. Ook heeft in 2010 een aanvullend ecologisch veldonderzoek plaatsgevonden (zie nummer 23, Bijlage 1). In dit onderzoek zijn de volgende conclusies getrokken: De Poel is de meest waardevolle plek ken dient zo lang mogelijk ongemoeid gelaten te worden; Er zitten geen rugstreeppadden en oeverzwaluwen in het gebied; De kleine plevier is aangetroffen in het gebied en broedt zeer waarschijnlijk bij de poel aan de kant van de Weespertrekvaart. Werkzaamheden bij de poel aan die kant moeten tot en met augustus worden vermeden. Verder zijn de hiervoor genoemde ontheffingen ook nader beschouwd (zie nummer 22, Bijlage 1). Daarbij is gebleken dat bij de eerste ontheffing geen einddatum staat vermeld maar dat, als deze niet verlengd is, deze is verlopen op januari 2008. Ontheffingen worden namelijk verleend voor een periode van maximaal 5 jaar. Ook voor de tweede ontheffing geldt dat deze voor maximaal vijf jaar geldig is. De ontheffing gold voor het tijdvlak van 1-11-2003 t/m 31-10-2008.

Het is vermeldenswaardig dat er geen ontheffing meer is voor de rietorchis (tabel 2-soort) en de rugstreeppad (tabel 3-soort). Alleen de derde ontheffing is qua tijdvlak nog geldig is voor het vangen en verplaatsen van de kleine modderkruiper en voor het vergraven en dempen van een aantal watergangen. De rugstreeppad is niet genoemd in deze ontheffing. Dit komt omdat ecologisch onderzoek in 2006 heeft uitgewezen dat het plangebied niet geschikt is geacht als leefgebied voor de soort. Deze redenering klopt deels, aangezien het terrein bouwrijp is gemaakt door deze met zand op te hogen. De kans op de aanwezigheid van tijdelijke natte laagten en voortplantingsplaatsen is daarmee gering. In voornoemd onderzoeksrapport is niets gezegd over de aanwezigheid van zandhopen. Zandhopen kunnen een onderdeel uitmaken van een winteronderkomen van de soort. De overwinteringlocaties zijn vaak zandige plekken in de nabijheid van water. De vorming van regenplasjes op het opgespoten zand is klein, maar niet ondenkbaar. Bij de tijdelijke vorming van regenplassen op opgespoten zand in het voorjaar kunnen rugstreeppadden ook massaal aanwezig zijn (Bron: soortendatabase van het Ministerie van LNV). Het voorkomen van de soort kan op basis van bovenstaande gegevens en de door de ecoloog uitgevoerde inventarisatie in 2009 niet definitief worden uitgesloten.

In het voorjaar van 2010 is een laatste veldbezoek aan het gebied gebracht. Hieruit zijn de volgende bevindingen naar voren gekomen. Oeverzwaluw: Er zijn van de oeverzwaluw geen nestholten of exemplaren gevonden. In het gebied tussen de Muiderstraatweg en de Weespertrekvaart zijn zandhopen met steile wanden, waarin in principe oeverzwaluwen zouden kunnen gaan zitten, maar tijdens het veldbezoek van 2 juni 2010 niet zijn aangetroffen. De randen van dit gebied zijn ook geschikt voor de oeverzwaluw. Het broedseizoen duurt

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

49

nog tot ongeveer september, dus het kan dat ze alsnog in de steile hellingen gaan nestelen. Op de nabij gelegen IJburg zijn "nestkolonies" aanwezig. Rugstreeppad Het gebied de poel lijkt in eerste instantie zeer geschikt voor de rugstreeppad. Echter door de geïsoleerde ligging door de Weespertrekvaart, damwanden en een drukke weg is het niet waarschijnlijk dat hier rugstreeppadden aanwezig zijn. Om dit te bevestigen zijn er nog twee extra bezoeken aan het gebied gebracht. Beide keren zijn geen larven, eieren, of juvenielen van de rugstreeppad gevonden. Een nieuwe ontheffingsaanvraag is niet noodzakelijk aangezien uit twee inventarisatieronden blijkt dat de soort (rugstreeppad) hier niet aanwezig is. Kleine Plevier Nabij de poel is een kleine plevier gezien. Uit het gedrag van de kleine plevier bleek dat sprake is van een nest nabij de poel. De soort broedt in open zandige plekken nabij zoet water. Conclusie De ecologische onderzoeken hebben aangetoond dat er geen belemmeringen zijn ten aanzien van ecologie. Het wordt echter wel aanbevolen om de poel zo lang mogelijk ongemoeid te laten, aangezien hier de meeste waarden te verwachten zijn. Uit het laatste veldbezoek komt naar voren dat er in het plangebied geen oeverzwaluwen aanwezig zijn. Daarnaast is de kans dat de rugstreeppad in het plangebied aanwezig is, zeer klein.

Tot slot dienen de werkzaamheden bij de poel tot en met augustus vermeden worden in verband met het broedseizoen van de kleine plevier.

5.4

Luchthavenindelingsbesluit

Op 1 november 2002 zijn de nieuwe milieu- en veiligheidsregels voor het vijfbanenstelsel van de luchthaven Schiphol vastgesteld. De regels zijn opgenomen in het Luchthavenindelingsbesluit (LIB). In het Luchthavenindelingsbesluit is het luchthavengebied vastgesteld en is het zogenaamde beperkingengebied opgenomen. Binnen het beperkingengebied kan onderscheid worden gemaakt in verschillende regimes. Zo zijn er regimes voor de toelaatbaarheid van gebouwen in verband met de externe veiligheid of geluid-belasting, zo zijn er gronden, de sloopzones, waar voor bepaalde gebouwen geldt, dat ze moeten worden gesloopt en gronden waar nieuwe gebouwen niet zijn toegestaan. Verder zijn er regels met hoogtebeperkingen en regels met beperkingen voor vogelaantrekkende bestemmingen. De regels met betrekking tot de hoogtebeperking en de vogelaantrekkende werking zijn voor dit plangebied van belang. De bouwhoogtes die maximaal toegestaan zijn in dit plan en de bijbehorende functies zijn niet in strijd met het LIB.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

50

Hoofdstuk 6

Juridische aspecten

Na invoering van de Omgevingswet gaat dit bestemmingsplan onderdeel vormen van het tijdelijk Omgevingsplan van rechtswege. Vervolgens is een aantal jaren nodig om het Omgevingsplan verder vorm te geven. Bij het omzetten van het bestemmingsplan naar een Omgevingsplan wordt een nieuwe systematiek gebruikt waarbij milieunormen direct geïntegreerd worden. Zo zal niet langer sprake zijn van een gezoneerd bedrijventerrein met een geluidcontour of van een staat van bedrijfsactiviteiten. Om die reden is het niet voor de hand liggend nu nog belangrijke wijzigingen door te voeren in de huidige systematiek. Gemeente Diemen wil voor haar hele grondgebied alle bestemmingsplannen en de herzieningen, wijzigingen, uitwerkingen en (buitenplanse) afwijkingen daarvan overzichtelijk bijeen brengen in acht bestemmingsplannen die na inwerkingtreding van de Omgevingswet samen het tijdelijk Omgevingsplan gaan vormen. Omdat ten aanzien van voorliggend bestemmingsplan ervoor gekozen is om geen belangrijke wijzigingen door te voeren en om het moederplan niet integraal te herzien, is het belangrijk dat herzieningen, omgevingsvergunningen en het herstel voor omissies e.d. die wel worden doorgevoerd duidelijk identificeerbaar zijn ten opzichte van dat moederplan.

In dat kader is hierna is bij elk artikel van dit Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022 aangegeven of en zo ja, hoe dit is gewijzigd, als gevolg van een herziening of een omgevingsvergunning of vanwege een omissie, een kennelijke verschrijving e.d. in het moederplan. Ook in de verbeelding van het moederplan zijn wijzigingen doorgevoerd. Omdat de verbeelding wel in zijn geheel en integraal opnieuw moet worden gepubliceerd, zijn deze wijzigingen niet meteen herkenbaar (op ruimtelijkeplannen.nl). In plaats daarvan worden de wijzigingen hier benoemd: De plangrens is aangepast: het gebied dat deel is gaan uitmaken van bestemmingsplannen Plantage De Sniep is niet in het plangebied opgenomen. De bestemmingen uit bestemmingsplan Tankstation Provincialeweg Diemen zijn overgenomen in dit bestemmingsplan. De toelichting bij dat plan en de bijbehorende bijlagen zijn als Bijlage 2 en Bijlage 3 bij deze toelichting opgenomen. De dubbelbestemming Leiding - Leidingstrook die hier betrekking had op een warmtetransportleiding is vervallen. De aanduidingen 'veiligheidszone vervoer gevaarlijke stoffen' en 'geluidszone-industrie' zijn ook voor dit deel opgenomen, voor zover ze in bestemmingsplan Tankstation Provincialeweg Diemen waren weggevallen. In het moederplan is de kringloopwinkel op Weesperstraat 118 aangeduid voor 'specifiek vorm van detailhandel - kringloopwinkel'.

Deze kringloopwinkel is inmiddels verhuisd naar Weesperstraat 140. In dit bestemmingsplan is deze functieaanduiding daarom verplaatst van Weesperstraat 118 naar Weesperstraat 140. Het (voorbereidings)besluit d.d. 28 mei 2019 hierover is als Bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. Op Treubweg 11 is de functieaanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - datacenter' opgenomen, voor het toestaan van een datacenter. De omgevingsvergunning d.d. 5 maart 2020 is als Bijlage 5 bij deze toelichting opgenomen. Op Sniep 26 is de functieaanduiding 'specifiek vorm van bedrijf - binnenspeeltuin' opgenomen voor het toestaan van een binnenspeeltuin met ondergeschikte horeca. De omgevingsvergunning d.d. 17 mei 2017 is als Bijlage 6 bij deze toelichting opgenomen. Op de Treubweg 11 is de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - installaties' opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding is een bouwhoogte van 17,5 meter toegestaan ten behoeve van technische installaties. De omgevingsvergunning d.d. 19 september 2022 is als Bijlage 8 bij deze toelichting opgenomen. Op de Treubweg 11 is de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - inkoopstation tbv datacenter' opgenomen. Ter plaatse van deze aanduiding is een inkoopstation toegestaan met een maximale oppervlakte van 38,36 m2 en een maximale bouwhoogte van 3,95 m.

De dubbelbestemming Leiding - Hoogspanning met betrekking tot de ondergrondse 150 kV hoogspanningsleidingen in het plangebied is uitgebreid: in het moederplan was niet de volledige leiding bestemd. De dubbelbestemming Leiding - Leidingstrook is vervangen door de dubbelbestemming Leiding Water. De dubbelbestemming Waarde-Archeologie is vervallen en de (nieuwe) dubbelbestemmingen Waarde-Archeologie 1, Waarde-Archeologie 2 en Waarde-Archeologie 3 zijn toegevoegd.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

51

De gebiedsaanduidingen 'Veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation - 1' en 'Veiligheidszone gasdrukmeet- en regelstation - 2' zijn toegevoegd.

6.1

Algemeen

Het bestemmingsplan is een ruimtelijk besluit, waarin de regels voor het gebruik en het bebouwen van gronden worden vastgelegd. In een bestemmingsplan wordt door middel van bestemmingen en aanvullende aanduidingen aangegeven op welke gronden welke functies toegestaan zijn en hoe deze gronden bebouwd mogen worden. Het bestemmingsplan is opgebouwd uit drie onderdelen: plantoelichting, planregels en kaart. De toelichting verwoordt welke beleidskeuzes hebben geleid tot het vastleggen van de bestemmingen met bijbehorende regels. In de regels staan per bestemming de specifieke regels met betrekking tot bouwen en gebruik van de gronden. De kaart geeft weer aan welke gronden welke bestemming is toegekend. Met de inwerkingtreding van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft de standaardisering en digitalisering van bestemmingsplannen zijn intreding gedaan. Hiermee wordt beoogd de raadpleegbaarheid en uitwisselbaarheid van ruimtelijke plannen te vergroten. Met de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2008 welke per 1 januari 2010 in werking is getreden, zijn de bepalingen voor de standaardisering en digitalisering vastgelegd. Een bestemmingsplan opgesteld volgens deze bepalingen is een digitaal bestand in GML-formaat, waarin geometrisch bepaalde planobjecten zijn vastgelegd.

Technisch gezien is een bestemmingsplan zodoende een verzameling objecten (zoals bestemmingsvlakken), waaraan informatie (zoals ligging en naam) is gekoppeld. Het bestemmingsplan kan geraadpleegd worden door middel van computersoftware, bijvoorbeeld via de internetpagina www.ruimtelijkeplannen.nl. Met de software kunnen verschillende kaarten van het bestemmingsplan opgeroepen worden. Er zijn zodoende meerdere verbeeldingen van één plan mogelijk. Door interactie met het kaartbeeld worden de regels van de betreffende bestemmingen weergegeven. Ook kan de toelichting worden opgeroepen. De toelichting is juridisch gezien echter niet bindend. Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de koppeling tussen de regels en de kaart. In de volgende paragraaf staat uitgelegd welke systematiek voor dit bestemmingsplan gehanteerd is en hoe de eigenschappen van het plangebied en de inhoud van de inrichtingsplannen zich hebben vertaald in de toegekende bestemmingen. De paragraaf daarna geeft een korte toelichting per artikel van de planregels. In de laatste paragraaf wordt ingegaan op de handhaving van het bestemmingsplan.

6.2

Indeling planregels

6.2.1 Hoofdstuk1 Inleidende regels Het bestemmingsplan is opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2008 (SVBP2008). Hierin zijn regels opgenomen over onder andere de indeling van de planregels en de naamgeving van bestemmingen. De planregels kennen standaard vier hoofdstukken. Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de planregels. Dit artikel voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Evenals de begripsbepalingen voorkomen de bepalingen inzake de wijze van meten interpretatieverschillen bij de toepassing van de planregels. In Artikel 1 Begrippen is het volgende gewijzigd: in de begripsomschrijving van 1.34 staat van bedrijfsactiviteiten: wijzigt 'bedrijfstypen' in 'bedrijfsactiviteiten'. 6.2.2

Hoofdstuk2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstof Deze bestemming is toegekend aan het tankstation dat in het plangebied ligt. Binnen deze bestemming is het toegestaan LPG te verkopen. Verder mag overige detailhandel worden uitgevoerd, met een maximum verkoopvloeroppervlak van 75 m2. In verband met de verkeersveiligheid, brandveiligheid en

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

52

gebruiksmogelijkheden kunnen burgemeester en wethouders nadere eisen stellen aan onder andere laad- en losvoorzieningen. Omdat bestemmingsplan Tankstation Provincialeweg Diemen deel uitmaakt van dit Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022 ziet de bestemming Bedrijf-Verkooppunt motorbrandstof nu op twee tankstations, één met de verkoop van LPG en één met de verkoop van CNG en GTL. Dit leidt tot de volgende wijzigingen in dit artikel: in plaats van 'Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstof met LPG' heet de bestemming nu 'Bedrijf Verkooppunt motorbrandstof' in de bestemmingsomschrijving vervalt onder a 'inclusief LPG;' aan de bestemmingsomschrijving zijn toegevoegd: b. ter plaatse van de aanduiding 'LPG' tevens voor de verkoop van LPG; (voor het tankstation aan de Muiderstraatweg) c. ter plaatse van de aanduiding 'CNG/GTL' tevens voor de verkoop van CNG en GTL; (voor het tankstation aan de Provincialeweg) in de bouwregels is onderscheiden tussen het tankstation (luifels tot meter hoog en met een zijn nu ook reclamezuilen tot 8 m toegestaan en overkappingen en luifels tot 5 m, tot een maximale oppervlakte van 600 m²; aan het oogmerk waarop burgemeester en wethouders nadere eisen mogen toepassen is toegevoegd: f. een goede waterhuishouding of de waterveiligheid. als lid 3.4 zijn specifieke gebruiksregels toegevoegd: a.

De bufferopslag en de afleverzuil ten behoeve van de levering van CNG mogen niet worden gesitueerd binnen een afstand van 20 meter tot (een bestemming voor) een kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object (gelegen buiten het plangebied van dit plan), tenzij wordt aangetoond dat situering van de genoemde voorzieningen op een kortere afstand uit het oogpunt van externe veiligheid aanvaardbaar is. b. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding - veiligheidszone is geen brandstofopslag en/of zijn geen brandstofleidingen toegestaan. Artikel 4 Bedrijventerrein De bestemming Bedrijventerrein is toegekend aan de bedrijventerreinen Verrijn Stuart, Stammerdijk en de Sniep. Op de gronden met de bestemming Bedrijventerrein zijn bedrijfsmatige activiteiten toegestaan. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen bedrijfsmatige activiteiten die zijn toegestaan tot en met categorie 2 en tot en met categorie 3.1. Via een functieaanduiding is dit geregeld. Detailhandel mag op het bedrijventerrein plaatsvinden, evenals perifere detailhandel waar dat is aangeduid. Daarnaast zijn enkele specifieke bedrijven aangeduid. Het gaat om een veilinghuis, kringloopwinkel en een betonmortelcentrale. Ook zijn verschillende ontheffingen van de bouw- en gebruiksregels opgenomen. Nadere eisen kunnen worden gesteld op grond van verschillende redenen, waaronder de situering van parkeervoorzieningen.

Tevens is geregeld welke parkeernormen in acht moeten worden genomen en geldt ter plaatse van de aanduiding 'water' een aanlegvergunningstelsel ter bescherming van de Waterberging. In dit Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022 is dit artikel als volgt gewijzigd: in de bestemmingsomschrijving zijn onder a en b in plaats van bedrijfsactiviteiten in de categorieën 1 t/m 2 respectievelijk 1 t/m 3.1 nu bedrijfsactiviteiten in de categorieën 0 t/m 2 respectievelijk 0 t/m 3.1 toegestaan. Bij vaststelling van het moederplan is deze categorie onbedoeld niet rechtstreeks toegelaten. in de bestemmingsomschrijving is onder i toegevoegd: 'ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - datacenter' tevens voor een datacenter', voor het toestaan van een datacenter op Treubweg 11. Binnen deze aanduiding is maximaal 3.585 m2 toegestaan voor datacenter. De volgende leden zijn doorgenummerd. in de bestemmingsomschrijving is onder j toegevoegd: 'ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - binnenspeeltuin' tevens voor een binnenspeeltuin met ondergeschikte horeca', voor het toestaan van een binnenspeeltuin op Sniep 26. De volgende leden zijn doorgenummerd. de functieaanduiding 'specifieke vorm van detailhandel - kringloopwinkel' is verplaatst van Weesperstraat 118 naar Weesperstraat 140. Dit leidt alleen tot een wijziging in de verbeelding maar

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

53

niet in deze regels. in de specifieke gebruiksregels onder 4.5.1 vervalt de verwijzing naar artikel 7.10 Wet ruimtelijke ordening. Deze wettelijke bepaling is vervallen per 1 oktober 2010. in de specifieke gebruiksregels onder 4.5.2 is bij de bepaling van het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein 'bedrijfsvloeroppervlak' gewijzigd in 'brutovloeroppervlak', Bij het uitschrijven van 'bvo' is in het moederplan abusievelijk gekozen voor 'bedrijfsvloeroppervlak', terwijl 'brutovloeroppervlak' was bedoeld. Het hanteren van 'brutovloeroppervlak' sluit beter aan op de methodiek van de landelijke CROW-richtlijn die ook in de andere bestemmingsplannen wordt gehanteerd. In de regels voor afwijken van de specifieke gebruiksregels is onder 4.6 onder a onder 2 'bedrijfsgerelateerd' toegevoegd en is de afwijkingsmogelijkheid voor de vestiging van een kinderdagverblijf (onder 3) vervallen. De definitie van artikel 1.7 'bedrijfswoning' is verwerkt in artikel 4 onder q. In de bouwregels is artikel 4.2.2 lid a onder 5 toegevoegd: ter plaatse van de aanduiding 'installaties' is een bouwhoogte van 17.5 meter ten behoeve van technische installaties toegestaan.

In de specifieke gebruiksregels is bij artikel 4.5.2 lid b toegevoegd: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - datacenter' dienen op het onbebouwde deel van een bouwperceel minimaal 26 parkeerplaatsen te worden aangelegd en in stand te worden gehouden. In de bouwregels is bij artikel 4.2.1 lig g toegevoegd: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - inkoopstation tbv datacenter' is een inkoopstation toegestaan met een maximale oppervlakte van 38,36 m2 en een maximale bouwhoogte van 3,95 m. In samenhang met dit artikel is in de Staat van bedrijfsactiviteiten als bijlage bij de regels de categorie Datacentra (SBI 2008: 58, 63 nummer B) geschrapt. Artikel 5 Groen De bestemming groen is toegekend aan de groene delen in het plangebied. Er is een viertal specifieke functieaanduidingen opgenomen ten behoeve van sportvoorzieningen, een voetgangersbrug, een fly-over ten behoeve van het railverkeer en een reclamemast. Daar waar dat met een specifieke functieaanduiding is aangeduid zijn voornoemde functies tevens toegestaan. In dit Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022 is dit artikel ongewijzigd. Artikel 6 Verkeer Binnen de bestemming zijn naast wegen ook trambanen en verblijfsgebieden mogelijk. Ook is het mogelijk om een fly-over voor railverkeer te realiseren.

Bij een fly-over worden de rails als het ware op palen geplaatst, zodat het wegverkeer hier onderdoor kan. In dit Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022 is in de bouwregels onder 6.2.1 de maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde gewijzigd in 3 m in plaats van 8 m. Palen en overige masten mogen wel tot 8 m hoog zijn. Het betreft een kennelijke verschrijving in het moederplan. Artikel 7 Verkeer - Railverkeer De bestemming Verkeer - Railverkeer is gegeven aan het spoor dat door het plangebied loopt. Op deze gronden zijn ondergeschikte parkeervoorzieningen toegestaan. Gebouwen zijn in deze bestemming niet toegestaan. In dit Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022 is deze bestemming vervallen. Het gebied met deze bestemming maakt geen deel uit van het plangebied maar is onderdeel van bestemmingsplan 'Plantage De Sniep'. Artikel 8 Water Al het water dat in het plangebied voorkomt heeft de bestemming water gekregen. Bruggen en duikers zijn ook toegestaan. Gebouwen zijn in deze bestemming niet toegestaan en een kunstwerk is toegestaan waar dat via een specifieke functieaanduiding is aangeduid. In dit Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022 is in de bestemmingsomschrijving 'bij daarbij horende' gewijzigd in 'met daarbij horende'.

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

54

Artikel 9 Gemengd 1 - Uit te werken De gronden waar de nieuwbouwwijk Plantage de Sniep zal worden gerealiseerd hebben een uit te werken bestemming gekregen. De bestemming Gemengd 1 - Uit te werken is gegeven aan de gronden ten oosten van spoorlijn. Detaillering van de betreffende gronden zal plaatsvinden via een later door het college van burgemeester en wethouders op te stellen uitwerkingsplan. In de uitwerkingsregels is geregeld welke regels bij de nadere uitwerking in acht moeten worden genomen. Het gaat daar om algemene regels waarin onder andere is geregeld hoeveel woningen maximaal mogen worden gebouwd. Verder is opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' geluidgevoelige bestemmingen enkel zijn toegestaan mits is voldaan aan een aantal voorwaarden. Ook dienen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' gevels gericht op de Muiderstraatweg aaneengesloten gebouwd te worden en te zijn voorzien van een dove gevel. Verder dienen de parkeernormen in acht genomen te worden. Naast algemene regels zijn ook regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde opgenomen en een bijgebouwenregeling. Er geldt voor de gronden met deze uit te werken bestemming een voorlopig bouwverbod tot het moment van inwerkingtreding van een uitwerkingsplan.

Burgemeester en wethouders kunnen hiervan ontheffing verlenen indien de op te richten bebouwing naar zijn bestemming en gebruik, alsmede naar zijn afmetingen en plaats binnen het plangebied, op verantwoorde wijze kan worden ingepast in een reeds vastgesteld uitwerkingsplan of een daarvoor gemaakt ontwerp. In dit Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022 is deze uit te werken bestemming vervallen. Het gebied met deze bestemming maakt geen deel uit van het plangebied maar is onderdeel van bestemmingsplan 'Plantage De Sniep'. Artikel 10 Gemengd 2 - Uit te werken De gronden waar de nieuwbouwwijk Plantage de Sniep zal worden gerealiseerd hebben een uit te werken bestemming gekregen. De bestemming Gemengd 3 - Uit te werken is gegeven aan de gronden ten westen van spoorlijn. Detaillering van de betreffende gronden zal plaatsvinden via een later door het college van burgemeester en wethouders op te stellen uitwerkingsplan. In de uitwerkingsregels is geregeld welke regels bij de nadere uitwerking in acht moeten worden genomen. Het gaat daar om algemene regels waarin onder andere is geregeld hoeveel woningen maximaal mogen worden gebouwd. Verder is opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie' geluidgevoelige bestemmingen enkel zijn toegestaan mits is voldaan aan een aantal voorwaarden.

Ook dienen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' gevels gericht op de Muiderstraatweg aaneengesloten gebouwd te worden en te zijn voorzien van een dove gevel. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' geldt dat de gevels aaneengesloten dienen te worden gebouwd, waarbij een drietal openingen zijn toegestaan van ieder 13 meter breed. Verder dienen de parkeernormen in acht genomen te worden. Naast algemene regels zijn ook regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde opgenomen en een bijgebouwenregeling. Er geldt voor de gronden met deze uit te werken bestemming een voorlopig bouwverbod tot het moment van inwerkingtreding van een uitwerkingsplan. Burgemeester en wethouders kunnen hiervan ontheffing verlenen indien de op te richten bebouwing naar zijn bestemming en gebruik, alsmede naar zijn afmetingen en plaats binnen het plangebied, op verantwoorde wijze kan worden ingepast in een reeds vastgesteld uitwerkingsplan of een daarvoor gemaakt ontwerp. In dit Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022 is deze uit te werken bestemming vervallen. Het gebied met deze bestemming maakt geen deel uit van het plangebied maar is onderdeel van bestemmingsplan 'Plantage De Sniep'. Artikel 11 Woongebied - Uit te werken De gronden waar de nieuwbouwwijk Plantage de Sniep zal worden gerealiseerd hebben een uit te werken bestemming gekregen.

De bestemming Woongebied 2 - Uit te werken is ook gegeven aan de gronden ten oosten van de spoorlijn. In vergelijking tot de gronden met de bestemming Gemengd 1 - Uit te werken betreft het hier een groter gebied. Detaillering van de betreffende gronden zal plaatsvinden via een later door het college van burgemeester en wethouders op te stellen uitwerkingsplan. In de uitwerkingsregels is geregeld welke regels bij de nadere uitwerking in acht moeten worden genomen. Het gaat daar om algemene regels waarin onder andere is geregeld hoeveel woningen maximaal mogen worden gebouwd. Verder is opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie'

Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022

55

geluidgevoelige bestemmingen enkel zijn toegestaan mits is voldaan aan een aantal voorwaarden. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' geldt dat de gevels aaneengesloten dienen te worden gebouwd, waarbij een zestal openingen zijn toegestaan van ieder 13 meter breed. Verder dienen de parkeernormen in acht genomen te worden. Naast algemene regels zijn ook regels voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde opgenomen en een bijgebouwenregeling. Er geldt voor de gronden met deze uit te werken bestemming een voorlopig bouwverbod tot het moment van inwerkingtreding van een uitwerkingsplan. Burgemeester en wethouders kunnen hiervan ontheffing verlenen indien de op te richten bebouwing naar zijn bestemming en gebruik, alsmede naar zijn afmetingen en plaats binnen het plangebied, op verantwoorde wijze kan worden ingepast in een reeds vastgesteld uitwerkingsplan of een daarvoor gemaakt ontwerp. In dit Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022 is deze uit te werken bestemming vervallen. Het gebied met deze bestemming maakt geen deel uit van het plangebied maar is onderdeel van bestemmingsplan 'Plantage De Sniep'. Artikel 12 Leiding - Hoogspanning De dubbelbestemming Leiding - Hoogspanning is opgenomen voor de ondergrondse hoogspanningskabel die door het plangebied loopt.

In deze bestemming is een aanlegvergunningstelsel opgenomen om te waarborgen dat de veiligheid en het functioneren van de leiding niet wordt geschaad. Wanneer de dubbelbestemming Leiding - Hoogspanning samenvalt met de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering, gaan de bepalingen van de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering voor. In dit Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022 is (met betrekking tot de voorrangsregeling voor dubbelbestemmingen) het bepaalde in lid 12.1 onder b vervangen door "Het bepaalde in artikel 23.2 is van overeenkomstige toepassing.". De regels zijn daarnaast aangepast op basis van de vooroverlegreactie van Tennet op het voorontwerp. Artikel 13 Leiding - Leidingstrook Binnen de bestemming Leiding - Leidingstrook zijn verschillende kabels en leidingen mogelijk. Ook hier is een aanlegvergunningstelsel om te waarborgen dat de veiligheid en het functioneren van de leidingen niet wordt geschaad. Doordat de dubbelbestemming niet samenvalt met andere dubbelbestemmingen is hier geen rangorderegeling opgenomen. In dit Geconsolideerd Bestemmingsplan Bedrijventerrein 2022 is deze dubbelbestemming vervangen door de dubbelbestemming Artikel 13 Leiding - Water, overeenkomstig deze dubbelbestemming in de andere 7 bestemmingsplannen van de 'veeg'-bestemmingsplannenactie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=d615eecc-b068-4272-adfa-322a7b829f6c