Brief en reactie wmo-raad.docx
Tekst van het document
Aan Wmo-raad
Ons kenmerk Uw kenmerk Uw brief van Bijlagen Beh.ambtenaar Telefoonnummer E-mailadres
: : : : : : :
2021-052577 31 augustus 2021 S. Felix 020 31 44 888 Suzanne.felix@diemen.nl
Onderwerp
Datum
Advies Verordening en Nadere regels Jeugd Diemen 2022
13 oktober 2021
Geachte mevrouw De Berg en overige leden van de Wmo-raad, In verband met een stelselwijziging vanaf januari 2022 en jurisprudentie wijzigt de gemeente Diemen de Verordening en Nadere regels Jeugdhulp per januari 2022. Na het vaststellen van de conceptversies van de Verordening en Nadere regels Jeugdhulp door het college van B&W is de formele inspraakprocedure van 14 juli t/m 25 augustus gestart. Voorafgaand aan de inspraakperiode is de Wmo- en Jongerenraad op 22 juni geconsulteerd en hebben zij een toelichting op de Verordening en Nadere regels Jeugdhulp ontvangen. Op 31 augustus 2021 hebben wij het advies van de Wmo-raad in goede orde ontvangen. Wij danken de Wmo-raad voor de goede samenwerking, de tijd en moeite en het uitbrengen van het waardevolle advies. In de bijlage treft u een overzicht met onze reactie op uw adviespunten aan. Wij hopen dat we u voldoende antwoord hebben gegeven op de aangedragen suggesties en voorstellen. Voor vragen en/of opmerkingen kun u contact opnemen met beleidsmedewerker Suzanne Felix.
Met vriendelijke groet,
J. D. W. Klaasse Wethouder
D.J. den Hartoglaan 1 * 1111 ZB Diemen * Postbus 191 * 1110 AD Diemen * Telefoon 020 – 3144888 * Telefax 020 – 3144 635 * NL18BNGH0285001841 * www.diemen.nl
Reactie op adviezen van de Wmo-raad Diemen 1. Dyslexiezorg (art.3.2 en art. 3.7 van de Verordening, art. 2.3 van de Nadere regels en art. 3.2 van de Algemene toelichting Verordening). Dyslexie wordt in de praktijk – is de ervaring vanuit de Wmo-raad en haar achterban – meestal wel, maar helaas niet altijd vroegtijdig op de basisschool herkend. Op het lager onderwijs wordt bovendien niet bij iedere leerling voldoende resultaat bereikt met de dyslexiehulp. Dat kan zijn door de mate van dyslexie, maar ook door een late herkenning. Dat kan tot gevolg hebben, dat deze leerlingen niet alleen een leerachterstand oplopen, maar ook aan het einde van de basisschool een schooladvies krijgen voor vervolgonderwijs, dat eigenlijk niet bij hun past met alle gevolgen van dien. Deze leerlingen hebben de dyslexiezorg ook hard nodig in (in ieder geval de eerste jaren) van het vervolgonderwijs. Ouders met een minimum inkomen blijken deze lessen niet te kunnen betalen. De kosten zijn te hoog. En dus krijgt hun kind geen dyslexiezorg met alle gevolgen voor zijn/haar toekomst. Wij vragen als Wmo-raad dan ook aandacht bij de gemeente voor deze problematiek van kinderen met ouders met een minimum inkomen. •
De gemeente Diemen begrijpt de zorg van de WMO-raad dat ook leerlingen op het vervolgonderwijs de dyslexiezorg hard nodig hebben. De Centrale Raad van beroep1 heeft echter in een uitspraak van 24 oktober 20182 geoordeeld dat gemeenten bij de uitvoering van de Jeugdwet alleen verantwoordelijk zijn voor dyslexiezorg van kinderen met Ernstige Enkelvoudige Dyslexie (EED) tussen de 7 en 12 jaar die basisonderwijs volgden. De gemeente Diemen heeft de reikwijdte van deze jeugdhulpplicht in artikel 2.3 Nadere Regels al opgerekt door de hulp voor dyslexiezorg op de basisschool niet te begrenzen tot het kind 13 jaar is. Hierdoor kunnen kinderen op de basisschool die ouder zijn dan 12 jaar ook nog in aanmerking komen voor dyslexiezorg. De gemeente Diemen past n.a.v. het advies van de WMO-raad artikel 2.3. van de nadere regels als volgt aan: Een jeugdige komt in aanmerking voor diagnostiek en/of behandeling van enkelvoudige ernstige dyslexie, indien: a. de jeugdige zeven jaar of ouder is en op het primair onderwijs (basisonderwijs) zit of de jeugdige tot 13 jaar waarbij de behandeling op de basisschool al is gestart, en; b. de basisschool de stappen doorlopen heeft zoals beschreven in de landelijke protocollen Leesproblemen en Dyslexie en daarbij is voldaan aan de landelijke criteria voor vergoede dyslexiezorg aan leerlingen met ernstige enkelvoudige dyslexie.
Door deze aanpassing kan een jeugdige tot 13 jaar de behandeling voor dyslexie afmaken op het vervolgonderwijs, indien de behandeling op de basisschool is gestart. Ook wil de gemeente Diemen in dit kader nog wijzen op de hardheidsclausule van artikel 8.2., waarop in uitzonderlijke gevallen een beroep kan worden gedaan om af te wijken van de verordening. Voor kinderen op de Middelbare school die dyslexiebehandeling nodig hebben kunnen ouders met een minimum inkomen kunnen zich wenden tot sociale zaken voor een aanvraag bijzondere bijstand, die individueel beoordeeld wordt, maatwerk
1 De CRvB is 1 van de 4 hoogste bestuursrechters. De CRvB oordeelt in hoger beroep over geschillen op het terrein van.
sociale uitkeringen ( bijvoorbeeld werkloosheidsuitkeringen of aow), sociale voorzieningen en ambtenarenzaken. 2 ECLI:NL:CRVB:2018:3454, Centrale Raad van Beroep, 17/1040 JW (rechtspraak.nl)
2
dus. Voor een aanvraag zijn nodig: 1) Inkomensgegevens ouders, behalve als ze een uitkering van de gemeente hebben. De inkomensgrens is 140% van bijstandsniveau. 2) Noodzakelijkheid kan worden aangetoond, een bewijs dat dyslexiezorg nodig is. 3) Er zijn geen voorliggende voorzieningen. Een verklaring van school is nodig dat geen vergoeding mogelijk is. 4) De aanvraag moet worden gedaan voordat de kosten zijn gemaakt. Wel moet worden aangetoond hoe hoog de kosten zijn, met een begroting of een pro forma nota. 2. Mensen met een klein budget ook de nodige hulp kunnen krijgen Overigens geldt de kwestie van het budget van de ouders bij het krijgen van hulp bij meerdere artikelen een rol. De Jongerenraad vraagt daar ook aandacht voor in hun advies over de Verordening Jeugdhulp. Wij sluiten ons als Wmo-raad aan bij hetgeen de Jongerenraad over dit onderwerp zegt, nl. dat ook wij het erg jammer vinden dat er (nog) niet naar een oplossing is gekeken, opdat mensen die ook een klein budget hebben toch de nodige hulp kunnen krijgen en vragen daar ook aandacht voor bij de gemeente. •
De gemeente Diemen vindt het welzijn van jongeren heel belangrijk en is het met de Jongerenraad en de WMO-raad eens dat een slechtere financiële situatie niet mag leiden tot geen of slechte kwaliteit aan hulp. Dit is ook niet in de verordening opgenomen en gebeurt ook niet in de uitvoering. Het inkomen van ouders speelt geen rol bij het wel of niet krijgen van hulp. Daarbij draagt de gemeente Diemen (beschreven in artikel 4.6 van de verordening) zorg dat de lokale toegang en de gecertificeerde instellingen financiële belemmeringen voor het slagen van preventie en jeugdhulp vroegtijdig signaleren en waar nodig jeugdigen en hun ouders helpen de juiste ondersteuning vanuit de gemeentelijke voorzieningen – zoals schuldhulpverlening, inkomensvoorzieningen, armoedevoorzieningen te krijgen om deze belemmeringen weg te nemen.
3. Vermaatschappelijking van de zorg en wijkgerichte hulp De gemeente Diemen vindt vermaatschappelijking van de zorg belangrijk. In het verlengde daarvan is wijkgerichte zorg van belang. Dan kan je immers in je buurt mee blijven doen. De Wmo-raad adviseert daarom om de SWD (St. Welzijn Diemen) als eerste stap bij de toedeling van lichte hulp vroegtijdig te betrekken en op te nemen in de Verordening, de toelichting en/of de nadere regels. •
De gemeente Diemen onderschrijft het belang van wijkgerichte (gebiedsgerichte) zorg. In het jeugdhulpstelsel per 2022 is gebiedsgericht werken een van de pijlers. Bij het verwijzen naar jeugdhulp wordt ook zeker eerst gekeken naar wat er kan in het voorveld (de wijk) en wat er in het preventieve kader kan gebeuren. Het betrekken van de SWD en andere lokale organisaties ligt in lijn met de geest van het stelsel, waarbij zo licht als mogelijke hulp wordt ingezet en ook eerst naar de lokale omgeving, waaronder de SWD, wordt gekeken. Ook als zwaardere hulp noodzakelijk blijkt te zijn kan ondersteuning vanuit de SWD naast individuele voorzieningen bestaan. Zoals artikel 3.1. van de verordening omschrijft is specialistische hulp een aanvulling op de algemene voorzieningen. Samenwerking tussen alle betrokken partijen, kernpartners, verwijzers en lokale organisaties, zoals de SWD, vinden wij zeer belangrijk. Het noemen van specifieke partners zien wij niet als wenselijk binnen deze stukken.
3