Bijlage Beantwoording technische vraag Programmabegroting 2026 door accountant
Tekst van het document
Van: Jeroen van Schaik <jeroen.van.schaik@bdo.nl> Verzonden: dinsdag 28 oktober 2025 17:48 Aan: Koen Deutekom <Koen.Deutekom@diemen.nl>; William van Zanen <William.van.Zanen@diemen.nl> CC: Kharina Tromp <kharina.tromp@bdo.nl>; Ivana Einmahl <ivana.einmahl@bdo.nl> Onderwerp: RE: Beantwoording technische vraag Programmabegroting 2026 Geachte leden van de gemeenteraad, In reactie op de vraag van uw fractie bevestig ik dat ik de zienswijze gedeeltelijk deel. De besluitwijziging om vanaf 2028 geen onderhoud meer via de voorziening te financieren, maar als investering te activeren en af te schrijven, leidt op lange termijn tot oplopende vaste lasten (afschrijvingskosten) en verslechtert het structurele meerjarenperspectief. Afschrijvingen kunnen immers niet zomaar worden stopgezet, waardoor het structureel sluitend houden van de begroting na 2029 inderdaad lastiger wordt. Ter toelichting vat ik eerst kort het verschil samen tussen financiering via een voorziening en via activering & afschrijving binnen het BBV-kader: • Een voorziening voor groot onderhoud is een pot op de balans om toekomstige onderhoudskosten op te vangen. Hier stort (doteert) de gemeente jaarlijks vooraf een bedrag, zodat het geld klaarligt wanneer het onderhoud plaatsvindt. Uitgaven voor onderhoud worden op het moment van uitvoering ten laste van die voorziening gebracht in plaats van ineens op de exploitatie.
• Een investering met afschrijving betekent dat de onderhoudsuitgave bij uitvoering als vast actief op de balans komt (geactiveerd). De kosten daarvan komen achteraf via jaarlijkse afschrijvingen in de exploitatie, verspreid over de levensduur van het actief. Volgens het BBV (art. 59 e.v.) moet dit voor uitgaven die als investering worden aangemerkt. Binnen het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) zijn beide methoden toegestaan. Het verschil zit dus vooral in timing en besturing van de lasten. Een eenvoudige manier om dit uit te leggen is door het te vergelijken met het vervangen van een keuken in uw eigen huis. U kunt ervoor sparen: elk jaar zet u een bedrag opzij totdat u genoeg heeft om de keuken te vervangen. Dit is vergelijkbaar met het vormen van een voorziening. Het voordeel hiervan is dat u de investering kunt uitstellen tot het moment dat u voldoende middelen heeft gespaard, maar ook kunt u om andere redenen nog uitstellen (andere financiële prioriteiten). Als u eenmaal beslist over de aankoop beïnvloedt dit niet uw (reguliere) maandelijkse lasten na de investering. Een andere optie is om de keuken direct te laten plaatsen en daarvoor geld te lenen. U betaalt dan maandelijks aflossing en rente. Dit lijkt op het activeren van de investering en het afschrijven ervan over meerdere jaren.
Het voordeel is dat u direct kunt investeren, maar u zit wel vast aan vaste lasten die u niet zomaar kunt stopzetten. Deze vergelijking kent over de gehele looptijd gelijke lasten (als rente op gespaard geld gelijk zou zijn als rente op geleend geld natuurlijk). In de begrotingsstukken van Diemen is vastgelegd dat in 2026 en 2027 nog jaarlijks € 2,9 miljoen wordt gestort in de onderhoudsvoorziening voor lopende projecten. Vanaf 2028 stopt deze jaarlijkse dotatie van € 2,9 miljoen volledig. Dit betekent dat de exploitatie in 2028 plotseling baat heeft bij het wegvallen van die last. Tegelijkertijd beginnen de afschrijvingen van nieuwe onderhoudsinvesteringen pas in 2029, waardoor over 2028 en grotendeels 2029 nog weinig afschrijvingslast drukt. Deze overgang creëert in de eerste jaren een financiële ruimte (in 2028 zelfs een voordeel van enkele miljoenen volgens de kadernota). Immers spaart u niet voor alle investeringen van de komende jaren, maar heeft u alleen de afschrijvingen van de zojuist gedane investeringen. Daarna trekt het beeld weer terug naar een vergelijkbare last als voor 2028 (nieuw evenwicht): Zodra de nieuwe afschrijvingen alle investeringen volledig ingerekend worden, komen er structurele lasten bij.
Ieder groot onderhoudsproject dat vanaf 2028 geactiveerd is, brengt een reeks vaste afschrijvingskosten met zich mee voor de komende jaren (afhankelijk van de gebruiksduur). Naarmate er jaarlijks nieuwe investeringen bijkomen, stapelen die afschrijvingsreeksen zich op. Hierdoor zullen de totale kapitaallasten na enkele jaren het oude niveau van € 2,9 miljoen benaderen en vervolgens overstijgen. Belangrijk is dat deze lasten onomkeerbaar zijn in de zin dat men ze niet eenvoudig kan
schrappen; ze voortvloeien uit reeds gedane investeringen. Afschrijvingskosten stoppen pas als een actief is afgeschreven of buiten gebruik wordt gesteld. De structurele vrij in te vullen ruimte in de begroting neemt af door hogere vaste vast(staand)e lasten. U verwoordde het terecht: het wordt dan moeilijker om de begroting structureel sluitend te houden. Immers, structurele lasten moeten volgens de wet blijvend worden gedekt door structurele baten. Hoewel in theorie de lasten niet hoger zijn, is het deel van de lasten dat u nog kunt beïnvloeden steeds kleiner. De oplopende afschrijvingslasten leggen daarmee extra druk op het structureel evenwicht in de jaren nadat het nieuwe evenwicht is ontstaan. In de provinciale toezichtstoets wordt vooral gekeken naar de eerstvolgende jaren, maar uiteindelijk zal de gemeente ook voor de latere jaren maatregelen moeten treffen om het evenwicht te bewaren. Conclusie: Ik deel uw zienswijze dat de gekozen financieringswijze weliswaar op de korte termijn verlichting geeft, maar op de lange termijn tot meer structurele (niet beïnvloedbare) lasten leidt. - De totale lasten van investeringen zullen niet tot hogere lasten dan wanneer u blijft doorgaan met het doteren aan de voorziening. - De vaste kosten (afschrijvingen) nemen gestaag toe en kunnen niet worden stopgezet zonder het onderliggende kapitaalgoed op te geven.
- Dit betekent dat de gemeente Diemen minder vrij in te vullen ruimte heeft in de begroting en besluiten over investeringen nu, meerjarig impact hebben op lasten en bestedingsruimte in latere jaren. Ik kan mij voorstellen dat dit schriftelijke antwoord vraagt om een korte mondelinge toelichting. Bij behoefte kan dit via de griffie geregeld worden. Met vriendelijke groet, Jeroen van Schaik Externe accountant Gemeente Diemen Van: Koen Deutekom <Koen.Deutekom@diemen.nl> Aan: Jeroen van Schaik <jeroen.van.schaik@bdo.nl> Onderwerp: Beantwoording technische vraag Programmabegroting 2026 Hoi Jeroen, Onderstaande vraag is binnen gekomen bij de technische vragen over de begroting. Waarschijnlijk heeft de griffie deze vraag al eerder doorgestuurd. Zou jij de reactie op de vraag naar mij willen sturen dan neem ik die als bijlage mee. Als je meer informatie nodig hebt dan weet je me te vinden. Vraag: Financieel vertrekpunt en Structureel evenwicht ‘Niet zichtbaar in het getoonde perspectief maar wel van belang voor de financiële ruimte na 2029 is dat vanaf 2030 de afschrijvingslasten van de investeringen in de openbare ruimte mee gaan tellen.
De afschrijvingslasten hebben een oplopend negatief effect op het structurele meerjarenperspectief.’ Volgens onze fractie lopen de vaste kosten (afschrijving) alleen maar op en het wordt daardoor steeds moeilijker structureel sluitende begroting te maken. Dat geld in de loop van de toekomstige jaren na 2029, omdat je afschrijvingen niet kan stop zetten. Vraag Aan BDO Audit & Assurance B.V. Deelt de heer J.F.A. van Schaik MSc RA onze zienswijze en kunt u ons als raad hierin adviseren? Groet, Koen (K.A.H.) Deutekom Strategisch Adviseur Financiën Aanwezig op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag