Bijlage 7 Uitvoeringsprogramma verbeteren Lokele Ecologische Structuur Diemen 2022-2030.pdf
Tekst van het document
Uitvoeringsprogramma verbeteren Lokale Ecologische Structuur Diemen 2022 – 2030 1
Inleiding ..................................................................................................................................... 2
2
Maatregelen korte termijn .......................................................................................................... 3
3
4
2.1
Deelgebied 7: Spoorzone A9 tot Kanaaldijk ....................................................................... 3
2.2
Deelgebied 31: Kanaaldijk ................................................................................................. 4
2.3
Deelgebied 18: Spoorzone Station Diemen ....................................................................... 5
2.4
Deelgebied 21: Spoorzone tussen station Diemen Zuid en Zwanenpad ........................... 6
2.5
Deelgebied 34: Park achter Tobias Asserlaan ................................................................... 7
Maatregelen met betrekking tot beheer ..................................................................................... 9 3.1
Deelgebied 14: Park de Omloop ........................................................................................ 9
3.2
Deelgebied 19: Waterpartij Julianaplantsoen & Mandelapark ......................................... 11
3.3
Deelgebied 23: Groenblauwe dooradering Diemen-Zuid ................................................. 12
3.4
Deelgebied 24: Reigerpad en Venserwetering ................................................................ 13
3.5
Deelgebied 25: Diemerdreef ............................................................................................ 15
3.6
Deelgebied 27: Holland Park ........................................................................................... 16
Maatregelen midden tot lange termijn ..................................................................................... 18 4.1
Deelgebied 2: Diemerzeedijk van Diemer Vijfhoek tot Diemerdammersluis .................... 18
4.2
Deelgebied 6: Spoorberm en berm A9 ............................................................................. 18
4.3
Deelgebied 9: Spoordriehoek ........................................................................................... 19
4.4
Deelgebied 10: Talud A1 .................................................................................................. 19
4.5
Deelgebied 11: Spoortalud rondom Spoordriehoek ......................................................... 19
4.6
Deelgebied 16: Spoor ten noorden van Buitenlust ........................................................... 19
4.7
Deelgebied 20: Spoorzone nabij begraafplaats Rustoord ................................................ 19
4.8
Deelgebied 22: Spoor rondom metrowerkplaats .............................................................. 19
4.9
Deelgebied 28: Groenstrook langs Dalsteindreef ............................................................ 19
4.10
Deelgebied 30: Oeverstrook Overdiemerweg Eerste Diem .......................................... 20
4.11
Deelgebied 31: Kanaaldijk ............................................................................................ 20
1 Inleiding In 2009 is de eerste lokale ecologische structuur Diemen samen met het Natuurbeleidsplan vastgesteld. Sindsdien zijn diverse knelpunten in de structuur benoemd en grotendeels aangepakt. Nu deze ecologische structuur in 2020 geactualiseerd en gedetailleerd beschreven is, is opnieuw gekeken hoe deze nog verder verbeterd kan worden. Niet alleen qua verbindingen, maar ook qua ecologische kwaliteit van de diverse deelgebieden. Er is een kansenkaart gemaakt met kansen die de structuur of heel erg verbeteren of vrij eenvoudig uit te voeren zijn; de quick wins. In dit uitvoeringsprogramma op hoofdlijnen wordt een opzet gemaakt hoe en wanneer de genoemde maatregelen bij de kansen uit te voeren. Het uitvoeringsprogramma is in drie onderdelen opgesplitst. Als eerste de maatregelen die op korte termijn (2022/2023) uitgevoerd kunnen of gaan worden. Deze zijn reeds in voorbereiding en de financiering is (grotendeels) rond. Vervolgens is een categorie maatregelen opgenomen die grotendeels met het beheer (en de inrichting) van het gemeentelijk groen te maken hebben. Maatregelen staan gepland voor de korte tot midden lange termijn (2023 – 2025). De eerste benodigde actie bij het oppakken van de maatregelen is om in het veld de mogelijkheden nader te beoordelen. Deze actie wordt uitgevoerd door een ecoloog van TAUW en de Diemense groenbeheerder.
Na een concreet actieplan te hebben opgesteld, worden de maatregelen begroot. Zijn de kosten hoger dan binnen het reguliere budget past, dan wordt er in de begroting voor het jaar erop aanvullend budget gevraagd. Uitvoering volgt in dit nieuwe jaar. Als laatste zijn de maatregelen die voor de midden (2023 tot 2025) en lange (na 2025) termijn gepland staan opgenomen. Deze hebben een wat minder hoge prioriteit en/of zijn lastig te realiseren. Verdere uitwerking van deze kansen is nog nodig. Vervolgens wordt dezelfde werkwijze gevolgd als bij de voorgaande categorie beschreven is. We gaan eerst aan de slag met de gemeentelijke acties en daarna in gesprek met RWS en ProRail over ecologische verbetering van de weg- en spoortaluds. Dit staat voor na 2025 gepland. Mochten zich eerder meekoppelkansen voordoen, dan wordt hier uiteraard actie op ondernomen.
2/20
2 Maatregelen korte termijn Deelgebied
Ecologisch nut
Haalbaarheid
Betrokken partijen
7: Spoorzone A9 tot
Hoog
Hoog
Gemeente Diemen,
Planning uitvoering
Kanaaldijk
2022
ProRail, Gemeente Gooise Meren
31: Kanaaldijk
Hoog
Hoog
Gemeente Diemen,
2022
Rijkswaterstaat, Gemeente Gooise Meren 18: Spoorzone station
Hoog
Hoog
Diemen
Gemeente Diemen,
2022
ProRail
21. Spoorzone tussen
Hoog
Hoog
station Diemen Zuid en
Gemeente Diemen,
2022
ProRail
Zwanenpad 34: Park achter Tobias
Hoog
Hoog
Gemeente Diemen
2022/2023?
Asserlaan
2.1
Deelgebied 7: Spoorzone A9 tot Kanaaldijk
3/20
2.1.1 Kansen • Passeerbaarheid onderdoorgang spoorviaduct voor grondgebonden fauna verbeteren 2.1.2 Onderbouwing Het groene gebied tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en de bebouwing van Amsterdam-Zuidoost en Diemen wordt in meerdere kleine gebieden gescheiden door de A1, A9, S114 en de spoorverbinding Diemen - Weesp. Met het ecologisch inrichten van onderdoorgangen onder het spoor en de wegen zorgen voor verbinding tussen de gebieden wat de aanwezige faunapopulaties ondersteunt. 2.1.3
Keuze
De onderdoorgang onder het spoor langs het Amsterdam-Rijnkanaal en de toeloop er naartoe, wordt ecologisch ingericht. In 2022 worden deze werkzaamheden gezamenlijk met de werkzaamheden in deelgebied 31 uitgevoerd. Er is in 2021 reeds budget beschikbaar gesteld vanuit de gemeente Diemen, Rijkswaterstaat, gemeente Gooise Meren en het programma Groene Uitweg. Begin 2022 wordt subsidie Groene Uitweg aangevraagd, hierna kan gestart worden met de uitvoering.
2.2
Deelgebied 31: Kanaaldijk
2.2.1 Kansen • Passeerbaarheid onderdoorgang A1 voor grondgebonden fauna verbeteren •
Passeerbaarheid onderdoorgang A9 voor grondgebonden fauna verbeteren
4/20
2.2.2 Onderbouwing Het groene gebied tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en de bebouwing van Amsterdam-Zuidoost en Diemen wordt in meerdere kleine gebieden gescheiden door de A1, A9, S114 en de spoorverbinding Diemen - Weesp. Met het ecologisch inrichten van onderdoorgangen onder het spoor en de wegen zorgen we voor verbinding tussen de gebieden wat de aanwezige faunapopulaties ondersteunt. 2.2.3
Keuze
De onderdoorgangen onder de A1 en A9 langs het Amsterdam-Rijnkanaal en de toeloop er naartoe, worden ecologisch ingericht. In 2022 worden de werkzaamheden gezamenlijk met de werkzaamheden in deelgebied 7 uitgevoerd. Er is in 2021 reeds budget beschikbaar gesteld vanuit de gemeente Diemen, Rijkswaterstaat, gemeente Gooise Meren en het programma Groene Uitweg. Begin 2022 wordt subsidie Groene Uitweg aangevraagd, hierna kan gestart worden met de uitvoering.
2.3
Deelgebied 18: Spoorzone Station Diemen
2.3.1 Kansen • Passeerbaarheid onderdoorgang spoorviaduct voor grondgebonden fauna verbeteren 2.3.2 Onderbouwing Aan de westzijde van het deelgebied ligt de Ooster Ringvaart die via twee spooronderdoorgangen het gebied binnenkomt. Door de twee spooronderdoorgangen te voorzien van oevers en/of
5/20
loopplanken wordt de verbinding met omliggende deelgebieden, waaronder Park Spoorzicht, verbeterd en de interne samenhang van de lokale ecologische structuur vergroot. 2.3.3 Keuze De zuidelijke spooronderdoorgang wordt in 2022 voorzien van een loopplank. Er is budget beschikbaar vanuit het project Park Spoorzicht.
2.4
Deelgebied 21: Spoorzone tussen station Diemen Zuid en Zwanenpad
2.4.1 Kansen • Passeerbaarheid onderdoorgang spoorviaduct voor grondgebonden fauna verbeteren. 2.4.2 Onderbouwing Ten hoogte van het Zwanenpad (2x), en het Roerdomppad bevinden zich onderdoorgangen die niet ecologisch zijn ingericht waardoor ze niet optimaal functioneren als faunapassage. Daarbij zijn de viaducten ook onaantrekkelijk voor fietsers en wandelaars. Het plaatsen van natuurlijke elementen zoals stenenstapels, stobbenwallen of groene beplantingen (waar licht door valt) bevorderen de passeerbaarheid van de onderdoorgangen. Het plaatselijk verwijderen van (een deel van de) verharding voor groen en adaptieve verlichting kan aanvullende maatregel vormen. 2.4.3 Keuze De onderdoorgang van het Zwanenpad onder het metrospoor biedt onvoldoende ruimte voor het aanleggen van een ecologische verbinding. De onderdoorgang van het Zwanenpad onder het
6/20
treinspoor biedt veel ruimte. Door een goede ecologische inrichting van deze onderdoorgang worden de sloot met natuurvriendelijke oever langs de metrowerkplaats en de met groen omlijste waterpartij door Diemen-Zuid met elkaar verbonden. Dit levert een grote winst op in de structuur. Dit verbeterpunt stond ook al in het uitvoeringprogramma Natuurbeleidsplan, maar is nog niet uitgevoerd. Uitvoering is vrij eenvoudig en kan waarschijnlijk in 2022 opgepakt worden binnen het bestaande budget. De onderdoorgang bij het Roerdomppad kan meegenomen worden bij het project Holland Park.
2.5
Deelgebied 34: Park achter Tobias Asserlaan
2.5.1 Kansen • Ontwikkelen of aanbrengen van struweel • Aanbrengen tikkenrillen en/of dood hout • • •
Gefaseerd maaien Aanpassen maaitijdstip Extensiveren maaiwerkzaamheden
2.5.2 Onderbouwing Het deelgebied heeft de kernkwaliteit bos en park en een ecologische functie als verbindingszone. Het biotooptype park en plantsoen bestaat in dit deelgebied voornamelijk uit structuurarm gazon met solitaire bomen. Ook het aanwezige bos kent weinig structuur. Door het aanleggen van struweelelementen wordt beschutting, nestgelegenheid en/of voedsel geboden voor veel verschillende soortgroepen, waaronder vogels, amfibieën, kleine zoogdieren, vlinders en andere insecten. De struweelelementen kunnen tevens functioneren als stapstenen die de functionaliteit
7/20
van het deelgebied als verbindingszone bevorderen. Bij de aanplant wordt bij voorkeur gekozen voor stuiksoorten die inheems en besdragend zijn en voor soorten die als drachtplant voor bijen, of waardplant voor vlinders functioneert. Verder biedt het aanbrengen van takkenrillen en/of dood hout extra structuurelementen in het gebied. Het parkachtige karakter van het gebied blijft bewaard en de sociale veiligheid blijft een aandachtspunt. Naast het aanbrengen van struweelelementen kunnen de gazons een grotere natuurfunctie dragen door ecologisch beheer uit te voeren. Enkele maatregelen die hierbij helpen zijn een gefaseerde uitvoering (om doorlopend een diversiteit aan structuurstadia aanwezig te hebben), het extensiveren van de maaiwerkzaamheden en het aanpassen van het maaitijdstip aan ecologische cycli. 2.5.3 Keuze In het voorlopig ontwerp van de herinrichting Oosterringdijk zijn diverse maatregelen opgenomen die bijdragen aan een verbetering van de ecologische structuur in dit gebied. Met name het toevoegen van een struweellaag zorgt voor de gewenste verbetering. Wat betreft de gazons geldt dat deze sinds 2019 al steeds beter middels ecologisch maaibeheer onderhouden worden.
8/20
3 Maatregelen met betrekking tot beheer Deelgebied
Ecologisch nut
Haalbaarheid
Betrokken partijen
Planning uitvoering
14: Park de Omloop
Redelijk hoog
Redelijk
Gemeente Diemen,
2023 - 2024
gemeente Amsterdam 19: Waterpartij
Redelijk hoog
Hoog
Gemeente Diemen
2024 - 2025
Redelijk
Redelijk
Gemeente Diemen
2024 - 2025
Hoog
Hoog
Gemeente Diemen
2024 - 2025
25: Diemerdreef
Hoog
Hoog
Gemeente Diemen
2023- 2024
27: Holland Park
Redelijk
Hoog
Gemeente Diemen
2022 - 2023
Julianaplantsoen & Mandelapark 23: Groenblauwe dooradering Diemen-Zuid 24: Reigerpad en Venserwetering
3.1
Deelgebied 14: Park de Omloop
3.1.1 Kansen • Ontwikkelen of aanbrengen struweel •
Aanbrengen houtstobben
9/20
• •
Gefaseerd maaien Aanpassen maaitijdstip
• • •
Extensiveren maaiwerkzaamheden Oevervegetatie meer (aaneengesloten) ruimte geven Natuurvriendelijke oevers en/of verwijderen beschoeiing
•
Aanplant fruitdragende bomen/fruitboomgaard
3.1.2
Onderbouwing
Het deelgebied heeft de kernkwaliteiten water, moeras en ruigte en bos en park en een functie als kerngebied binnen de lokale ecologische structuur. De onderdoorgang onder de A10 is ecologisch ingericht en voorziet in een verbinding naar onder andere het Nieuwe Diep en het Flevopark in Amsterdam. De toeloop naar deze onderdoorgang bestaat voor groot oppervlak naar kort gemaaid gras. Door het maaien gefaseerd uit te voeren, te extensiveren of het aanpassen van de maaitijdstippen, ontstaat een brede zone met ruige grasvegetatie, wat de verbinding te goede komt. De onderdoorgang onder de A1 kan worden verbeterd door het aanbrengen van houtstobben. Ook voor deze onderdoorgang geldt dat de geleiding verbeterd kan worden door een zone met ruige grasvegetatie en/of struweel te ontwikkelen. Verder zijn er mogelijkheden de ecologische kwaliteit te verbeteren door oevervegetatie meer (aaneengesloten) ruimte te geven, wat leidt tot grotere oppervlakten overstaande vegetatie met meerwaarde voor onder andere (water)vogels, reptielen, amfibieën en waterbeestjes. Een andere (niet-beheer) maatregel is om de oevers in te richten als natuurvriendelijke oever en het verwijderen van beschoeiing. Ook met het aanplanten van fruitdragende bomen of een fruitboomgaard wordt de ecologische kwaliteit verbeterd vanwege de bloesem en fruit die dit met zich meebrengt.
Daarnaast vervult dit een educatieve en communicatieve functie naar bewoners. 3.1.3
Keuze
In 2022 – 2023 wordt een plan van aanpak opgesteld waarin nader onderzocht wordt welke van de genoemde kansen haalbaar en wenselijk zijn binnen dit gebied. Hierbij wordt ook rekening gehouden met de recreatiedruk en het landschappelijke karakter. Gezien het natte karakter van De Omloop zijn fruitdragende bomen op grote delen niet mogelijk. Op de hoger gelegen delen kunnen her en der fruitdragende bomen toegevoegd worden. Te denken valt dan aan de meer natuurlijkere soorten zoals sleedoorn, wilde kers en wilde appel. Plek voor een boomgaard lijkt er niet te zijn. In 2023/2024 kunnen de eerste inrichtings- en beheermaatregelen uitgevoerd worden om de ecologische structuur van het gebied te versterken.
10/20
3.2
Deelgebied 19: Waterpartij Julianaplantsoen & Mandelapark
3.2.1 Kansen: • Oevervegetatie meer (aaneengesloten) ruimte geven • Natuurvriendelijke oevers en/of verwijderen beschoeiing • • •
Gefaseerd maaien Aanpassen maaitijdstip Extensiveren maaiwerkzaamheden
• • •
Ontwikkelen of aanbrengen van struweel Aanbrengen tikkenrillen en/of dood hout Stenige elementen toevoegen
3.2.2 Onderbouwing: Het gebied heeft de kernkwaliteit Groene dooradering en een functie als verbindingszone. Er liggen mogelijk kansen om de ecologische waarde van het gebied te verbeteren door aanpassingen in het beheer. Door oevervegetatie meer (aaneengesloten) ruimte te geven, ontstaan grotere oppervlakten overstaande vegetatie met meerwaarde voor onder andere (water)vogels, amfibieën en waterbeestjes. Een andere (niet-beheer) maatregel is om meer oevers in te richten als natuurvriendelijke oever en het verwijderen van beschoeiing. Het parkachtige karakter van het deelgebied is belangrijk voor het gebruik door mensen. De aanwezige structuur- en soortenarme grasvegetaties zijn echter van beperkte ecologische waarde. Om de natuurwaarden van deze grasvegetaties te verhogen kan worden gestuurd op
11/20
meer bloemen en insecten. Enkele mogelijk te treffen maatregelen zijn gefaseerde uitvoering (om doorlopend een diversiteit aan groeistadia en vegetatietypen aanwezig te hebben), het aanpassen van het maaitijdstip aan ecologische cycli en/of het verder extensiveren van de maaiwerkzaamheden. Ecologisch maaibeheer draagt bij aan meer bloemrijkdom en een grotere variatie in vegetatiestructuur en dus een grotere verscheidenheid aan leefgebieden. Hierbij wordt ook in sterke mate bijgedragen aan de functie van het deelgebied als verbindingszone. Verder kan structuur in het gebied bijdragen aan beschutting, nestgelegenheid en/of voedsel voor veel verschillende soortgroepen. Dit kan door het laten ontwikkelen van struweel, het aanbrengen van takkenrillen en/of dood hout en stenige elementen toevoegen. 3.2.3 Keuze Het uitgangspunt van het Mandelapark is dat het een parkachtig gebied betreft, waar de recreatiedruk hoog is. De optimale balans voor het gebied tussen recreatief gebruik en een functie als ecologische verbinding moet gezocht en behouden blijven. Kansen liggen mogelijk in het meer ecologisch beheren van de noordoever van de watergang. Er wordt uitgezocht welke mogelijkheden voor het gebied haalbaar zijn binnen de aanwezige kaders (2022/2023). Vanaf 2024 vangen de werkzaamheden aan van de mogelijke maatregelen.
3.3
Deelgebied 23: Groenblauwe dooradering Diemen-Zuid
3.3.1
Kansen
• •
Oevervegetatie meer (aaneengesloten) ruimte geven Natuurvriendelijke oevers en/of verwijderen beschoeiing
12/20
3.3.2
Onderbouwing
Het deelgebied heeft de kernkwaliteit groenblauwe dooradering en een ecologische functie als verbindingszone. Bij een groot deel van de oevers in het gebied is geen beschoeiing (meer) aanwezig, wat de ecologische functie het gebied ten goede komt. Echter, de ecologische structuur van de oevers kan worden vergroot door, waar mogelijk, oevers flauwer aan te leggen en meer variatie te realiseren in de taluds. Op die manier worden de oevers nog natuurvriendelijker ingericht en wordt de eerdere inzet op het verbeteren van de oevers verder doorgezet. 3.3.3 Keuze In 2022 – 2023 wordt onderzocht waar mogelijkheden en ruimte langs de watergangen aanwezig is om de oevers natuurvriendelijker in te richten. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de uitvoer van het oever- en waterbeheer en de beleving van de waterpartij. Uit het onderzoek volgt een concretisering op welke plekken de verbetering van de oevers verder doorgezet kan worden. Vanaf 2024 vangen de werkzaamheden aan geselecteerde oevers aan.
3.4
Deelgebied 24: Reigerpad en Venserwetering
3.4.1
Kansen
• • •
Ontwikkelen of aanbrengen van struweel Aanbrengen takkenrillen en/of dood hout Gefaseerd maaien
• •
Aanpassen maaitijdstip Extensiveren maaiwerkzaamheden
13/20
3.4.2
Onderbouwing
Het deelgebied heeft de kernkwaliteiten Bos & Park en Groenblauwe dooradering en functies Stapsteen en Verbindingszone. Het biotooptype park en plantsoen bestaat in dit deelgebied voornamelijk uit structuurarm gazon met solitaire bomen. Ook het aanwezige bos kent weinig structuur. Door het aanleggen van struweelelementen wordt beschutting, nestgelegenheid en/of voedsel geboden voor veel verschillende soortgroepen, waaronder vogels, amfibieën, kleine zoogdieren, vlinders en andere insecten. De struweelelementen kunnen tevens functioneren als stapstenen die de functionaliteit van het deelgebied als verbindingszone bevorderen. Bij de aanplant wordt bij voorkeur gekozen voor stuiksoorten die inheems en besdragend zijn en voor soorten die als drachtplant voor bijen, of waardplant voor vlinders functioneert. Verder biedt het aanbrengen van takkenrillen en/of dood hout extra structuurelementen in het gebied. Het parkachtige karakter van het gebied blijft bewaard en de sociale veiligheid blijft een aandachtspunt. Naast het aanbrengen van struweelelementen kunnen de gazons een grotere natuurfunctie dragen door ecologisch beheer uit te voeren. Enkele maatregelen die hierbij helpen zijn een gefaseerde uitvoering (om doorlopend een diversiteit aan structuurstadia aanwezig te hebben), het extensiveren van de maaiwerkzaamheden en het aanpassen van het maaitijdstip aan ecologische cycli.
3.4.3 Keuze De struweellaag is een veel gemist element binnen de lokale ecologische structuur. In 2022 – 2023 wordt actief gezocht naar plekken waar mogelijkheden zijn voor het toevoegen van (laagblijvende) struiken binnen bestaande groenstructuren. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de sociale veiligheid en ontwerp van de openbare ruimte. Uitvoering vanaf 2024. Wat betreft de gazons geldt dat deze sinds 2019 al steeds beter middels ecologisch maaibeheer onderhouden worden.
14/20
3.5
Deelgebied 25: Diemerdreef
3.5.1 Kansen • Ontwikkelen of aanbrengen van struweel • • •
Aanbrengen tikkenrillen en/of dood hout Gefaseerd maaien Aanpassen maaitijdstip
•
Extensiveren maaiwerkzaamheden
3.5.2
Onderbouwing
Het deelgebied heeft de kernkwaliteit Bos & park en een ecologische functie als stapsteen. De grasvegetaties rondom de vijver en op het talud langs het spoor hebben potentie voor het ontwikkelen van een gradiënt van open soorten- en structuurrijk grasvegetatie met vrijstaande bomen naar struweel en oevervegetatie langs de vijver. Door het aanleggen van struweelelementen wordt beschutting, nestgelegenheid en/of voedsel geboden voor veel verschillende soortgroepen, waaronder vogels, amfibieën, kleine zoogdieren, vlinders en andere insecten. De struweelelementen kunnen tevens functioneren als stapstenen die de functionaliteit van het deelgebied als verbindingszone bevorderen. Idealiter ontstaat struweelvorming op natuurlijke wijze en krijgt deze vanuit het beheer de kans om zich te ontwikkelen. Bij de aanplant wordt bij voorkeur gekozen voor stuiksoorten die inheems en besdragend zijn en voor soorten die als drachtplant voor bijen, of waardplant voor vlinders functioneert. Verder biedt het aanbrengen van takkenrillen en/of dood hout extra structuurelementen in het gebied. Het parkachtige karakter van het gebied blijft bewaard en de sociale veiligheid blijft een aandachtspunt.
15/20
Naast het aanbrengen van struweelelementen kunnen de gazons een grotere natuurfunctie dragen door ecologisch beheer uit te voeren. Enkele maatregelen die hierbij helpen zijn een gefaseerde uitvoering (om doorlopend een diversiteit aan structuurstadia aanwezig te hebben), het extensiveren van de maaiwerkzaamheden en het aanpassen van het maaitijdstip aan ecologische cycli. 3.5.3 Keuze De struweellaag is een veel gemist element binnen de lokale ecologische structuur. Dit gebied is echter voor een groot deel aangewezen als hondenlosloopgebied; meer struweel en minder maaien is hier niet wenselijk. Buiten de begrenzing van het hondenlosloopgebied wordt in 2022 – 2023 actief gezocht naar plekken waar mogelijkheden zijn voor het toevoegen van (laagblijvende) struiken binnen bestaande groenstructuren. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de sociale veiligheid en ontwerp van de openbare ruimte. Mogelijk is een goede afscheiding tussen hondenlosloopgebied en de meer ecologisch ingerichte delen wenselijk. Uitvoering vanaf 2024. Wat betreft de gazons geldt dat deze sinds 2019 al steeds beter middels ecologisch maaibeheer onderhouden worden.
3.6
Deelgebied 27: Holland Park
3.6.1 Kansen • Ontwikkelen of aanbrengen van struweel • •
Aanbrengen tikkenrillen en/of dood hout Gefaseerd maaien
16/20
• •
Aanpassen maaitijdstip Extensiveren maaiwerkzaamheden
3.6.2 Onderbouwing Het deelgebied heeft de kernkwaliteiten Bos & Park en Groenblauwe dooradering en een ecologische functie als verbindingszone. Het biotooptype park en plantsoen bestaat in dit deelgebied voornamelijk uit gazon met solitaire bomen. Door het aanleggen van struweelelementen wordt beschutting, nestgelegenheid en/of voedsel geboden voor veel verschillende soortgroepen, waaronder vogels, amfibieën, kleine zoogdieren, vlinders en andere insecten. De struweelelementen kunnen tevens functioneren als stapstenen die de functionaliteit van het deelgebied als verbindingszone bevorderen. Idealiter ontstaat struweelvorming op natuurlijke wijze en krijgt deze vanuit het beheer de kans om zich te ontwikkelen. Bij de aanplant wordt bij voorkeur gekozen voor stuiksoorten die inheems en besdragend zijn en voor soorten die als drachtplant voor bijen, of waardplant voor vlinders functioneert. Verder biedt het aanbrengen van takkenrillen en/of dood hout extra structuurelementen in het gebied. Het parkachtige karakter van het gebied blijft bewaard en de sociale veiligheid blijft een aandachtspunt. Naast het aanbrengen van struweelelementen kunnen de gazons een grotere natuurfunctie dragen door ecologisch beheer uit te voeren.
Enkele maatregelen die hierbij helpen zijn een gefaseerde uitvoering (om doorlopend een diversiteit aan structuurstadia aanwezig te hebben), het extensiveren van de maaiwerkzaamheden en het aanpassen van het maaitijdstip aan ecologische cycli. 3.6.3 Keuze De struweellaag is een veel gemist element binnen de lokale ecologische structuur. In 2022 – 2023 wordt actief gezocht naar plekken waar mogelijkheden zijn voor het toevoegen van (laagblijvende) struiken binnen bestaande groenstructuren. Daarbij wordt ook rekening gehouden met de sociale veiligheid en ontwerp van de openbare ruimte. Extra aandachtpunt is een goede geleiding naar de aangelegde (en nog aan te leggen) faunatunnels. Uitvoering binnen project Holland Park vanaf 2022. Wat betreft de gazons geldt dat deze sinds 2019 al steeds beter middels ecologisch maaibeheer onderhouden worden.
17/20
4 Maatregelen midden tot lange termijn Deelgebied
Ecologisch nut
Haalbaarheid
Betrokken partijen
Planning uitvoering
2: Diemerzeedijk van
Redelijk hoog
Redelijk
Diemer Vijfhoek tot
2023-2024
Waterschap Amstel, Gooi
Diemerdammersluis 6: Spoorberm en berm
Gemeente Diemen,
en Vecht Redelijk
Matig
Hoog
Onbekend
A9
Gemeente Diemen,
Na 2025
Rijkswaterstaat, ProRail
9: Spoordriehoek
Particuliere partij
Afhankelijk van ontwikkelingen
10: Talud A1
Redelijk
Redelijk
Rijkswaterstaat
Na 2025
11: Spoortalud rondom
Redelijk hoog
Redelijk
ProRail
Deels 2022, verder
Spoordriehoek 16: Spoor ten noorden
na 2025 Redelijk
Redelijk
ProRail
Na 2025
Redelijk hoog
Redelijk
ProRail
Deels 2022, verder
van Buitenlust 20: Spoorzone nabij begraafplaats Rustoord 22: Spoor rondom
na 2025 Hoog
Laag
Gemeente Diemen, GVB
2024 – 2025
Redelijk hoog
Hoog
Gemeente Diemen
2024 – 2025
Redelijk hoog
Hoog
Gemeente Diemen
2023 – 2024
Redelijk hoog
Hoog
Rijkswaterstaat
Na 2025
metrowerkplaats 28: Groenstrook langs Dalsteindreef 30: Oeverstrook Overdiemerweg Eerste Diem 31: Kanaaldijk
4.1
Deelgebied 2: Diemerzeedijk van Diemer Vijfhoek tot Diemerdammersluis
Voor dit deelgebied zijn kansen geformuleerd in het aanpassen van het beheer naar meer ecologisch beheer. Een deel van het gebied wordt onder de loep genomen en mogelijk gedeeltelijk aangepast als onderdeel van het project Natuurboulevard 2.0. De kansen voor de lokale ecologische structuur kunnen mogelijk meeliften met deze ontwikkeling. In de loop van 2022 zal de scope van dit project duidelijker worden.
4.2
Deelgebied 6: Spoorberm en berm A9
Het ecologisch inrichten van de onderdoorgangen is wel degelijk functioneel. Een aantal onderdoorgangen zijn echter al ecologisch ingericht, waardoor hier weinig verbeteringen mogelijk zijn. Andere onderdoorgangen zijn te smal om, naast de verkeersfunctie, ecologische functies toe te voegen.
18/20
4.3
Deelgebied 9: Spoordriehoek
Het uitvoeren van ecologische maatregelen worden in dit deelgebied bemoeilijkt omdat de grond in particulier eigendom is. De inrichting van het gebied verandert mogelijk op termijn. Het uitvoeren van ecologische maatregelen betreft een meekoppelkans (of voorwaarde) voor de toekomstige ontwikkeling.
4.4
Deelgebied 10: Talud A1
De kans betreft het toevoegen van struweel en structuur binnen het gebied. De ecologische kwaliteit van het deelgebied is in de huidige situatie redelijk goed, waardoor het aanpakken ervan geen hoge prioriteit geniet.
4.5
Deelgebied 11: Spoortalud rondom Spoordriehoek
Het spoortalud is in eigendom van ProRail. Langs een deel van het spoortraject worden geluidschermen geplaatst. Daar zijn meekoppelkansen voor een meer ecologische inrichting deels benut. Beheer buiten de hekken/geluidschermen komt bij de gemeente te liggen. Voor de uitvoering van maatregelen op andere delen van het traject, is afstemming en gezamenlijke planvorming met ProRail een vereiste.
4.6
Deelgebied 16: Spoor ten noorden van Buitenlust
Het spoortalud is in eigendom van ProRail. Voor de uitvoering van maatregelen op het traject, is afstemming en gezamenlijke planvorming met ProRail een vereiste.
4.7
Deelgebied 20: Spoorzone nabij begraafplaats Rustoord
Het spoortalud is in eigendom van ProRail. Langs een deel van het spoortraject worden geluidschermen geplaatst. Daar zijn meekoppelkansen voor een meer ecologische inrichting deels benut. Beheer buiten de hekken/geluidschermen komt bij de gemeente te liggen Voor de uitvoering van maatregelen op andere delen van het traject, is afstemming en gezamenlijke planvorming met ProRail een vereiste.
4.8
Deelgebied 22: Spoor rondom metrowerkplaats
Het realiseren van een fauna onderdoorgang onder de Provinciale weg richting de Bijlmerweide heeft ecologisch gezien veel nut. De uitvoerbaarheid wordt echter belemmerd door de civieltechnisch lastige situatie, met name door de aanwezigheid van het tramspoor. Een onderdoorgang richting deelgebied 27 (Holland Park) biedt meer mogelijkheden. Het potentieel daarvan moet worden uitgezocht als meekoppelkans bij het project voor de ontwikkeling van Holland Park.
4.9
Deelgebied 28: Groenstrook langs Dalsteindreef
Het deelgebied wordt doorkruist door/grenst aan vier onderdoorgangen: Reigerpad, Lepelaarpad, Ooievaarpad en Waterhoenpad. De onderdoorgangen lijken voldoende ruimte te hebben om naast de verkeersfunctie een ecologische functie te dragen als groene verbinding. In 2023 wordt onderzocht welke onderdoorgangen daadwerkelijk geschikt zijn en wat de prioritering van uitvoering is. Vanaf 2024 worden eventuele werkzaamheden uitgevoerd.
19/20
4.10
Deelgebied 30: Oeverstrook Overdiemerweg Eerste Diem
Mogelijkheden binnen dit gebied bestaan onder andere uit het vergroten van de communicatie over ecologische inrichting en beheer. Deze maatregel kan meeliften met de ontwikkelingen van het Penbos. Faunaverbinding onder brug Muiderstraatweg kan nog geoptimaliseerd worden.
4.11
Deelgebied 31: Kanaaldijk
In dit deelgebied kan ingezet worden op het (laten) ontwikkelen van struweel en minder intensief maaien. Het gebied is eigendom en in beheer van Rijkswaterstaat. Voor de uitvoering van maatregelen op het traject, is afstemming en gezamenlijke planvorming met Rijkswaterstaat een vereiste.
20/20