CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5.6 Bodemonderzoek flexwoningen Diemerdreef

Gemeenteraadsvergadering 27 maart 2025, gemeente DiemenBij agendapunt: Bindend advies over omgevingsvergunning 12 flexwoningen Diemerdreef24.834 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

OPGESTELD VOOR: GEMEENTE DIEMEN // OPGESTELD DOOR: STANTEC BV

Verkennend bodemonderzoek depot Diemerdreef te Diemen Definitief

REFERENTIE: M22B0190 11-8-2022

Verkennend bodemonderzoek depot Diemerdreef te Diemen Definitief

In opdracht van: gemeente Diemen Opgesteld door: Diederick Bakker Projectnummer: M22B0190 Documentnaam: m22b0190.r01 Datum: 11 augustus 2022

2001 + 2002 Versie

Vrijgegeven door

m22b0190.r01

Wouter Nelis

Postadres Postbus 270 2600 AG DELFT T 015 7511600

Bezoekadres Poortweg 4D 2612 PA DELFT www.stantec.com/nl

Paraaf

Datum 11 augustus 2022

KVK Haaglanden 27 18 43 23 BNP Paribas 22 76 53 920 IBAN NL75BNPA0227653920 BIC BNPANL2A Stantec BV is ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA** gecertificeerd

Het is niet toegestaan de inhoud en/of vorm van door Stantec opgestelde rapportages aan te passen

Inhoudsopgave 1.0 Inleiding 1.1 Doel van het onderzoek 1.2 Referentiekader 1.3 Betrouwbaarheid

3 3 3 4

2.0 Vooronderzoek 2.1 Beschrijving van de locatie 2.2 Historische gegevens 2.3 Locatie-inspectie 2.4 Hypothese en onderzoeksstrategie

5 5 5 7 7

3.0 Veldwerk en chemische analyses 3.1 Kwaliteit 3.2 Uitgevoerde werkzaamheden 3.3 Resultaten veldwerk 3.4 Chemische analyses

8 8 8 9 10

4.0 Bespreking onderzoeksresultaten 4.1 Resultaten grond 4.2 Grondwater 4.3 Fundering 4.4 Asbest 4.5 Veiligheidskundige aspecten (voorlopige ARBO veiligheidsklassen) grond 4.6 Geschiktheid voorgenomen bodemgebruik 4.7 Toetsing hypothese

11 11 12 12 13 14 14 14

5.0 Conclusies en aanbevelingen

15

Bronvermeldingen

17

Terminologie

27

Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3.1: Bijlage 3.2: Bijlage 3.3: Bijlage 3.4: Bijlage 3.5: Bijlage 4.1: Bijlage 4.2: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7:

Overzichtskaart (1:25.000) Situatietekening (1:500) Verklarende woordenlijst Toetsing analyseresultaten grond conform Wbb (inclusief normtabel) Toetsing analyseresultaten grondwater conform Wbb (inclusief normtabel) Indicatieve toetsing analyseresultaten grond aan het Bbk (inclusief normtabel) Indicatieve beoordeling kwaliteit bouwstoffen (T.17 samenstelling en T.16 emissie) Boorbeschrijvingen inclusief legenda Kwaliteitsborging veldwerk Analysecertificaten Foto’s onderzoekslocatie Werktekening gemeente Diemen

Stantec | m22b0190.r01 2

1.0

INLEIDING

Op 6 juli 2022 is door de gemeente Diemen aan Stantec B.V. opdracht verstrekt voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek ter plaatse van depot Diemerdreef te Diemen (bijlagen 1 en 2). De aanleiding van het verkennend onderzoek is de voorgenomen herontwikkeling en nieuwbouw. Op het moment is het perceel in gebruik door de gemeente Diemen voor opslag van onder andere oude lantaarnpalen, banden en ongebruikte verhardingen.

1.1

DOEL VAN HET ONDERZOEK

Het doel van dit onderzoek is: • Inzicht te verkrijgen in hoeverre het voormalige, dan wel het huidige gebruik van de onderhavige locatie en haar omgeving heeft geleid tot verontreiniging van de bodem. • Bepalen van de kwaliteit en hergebruiksmogelijkheden van de bodem tot maximaal 2,0 m-mv. • Bepalen de geschiktheid van de bodem voor het voorgenomen bodemgebruik ‘Wonen met tuin’. • Vaststellen of bij de geplande werkzaamheden meldingen in het kader van de Wet bodembescherming en/of het Besluit bodemkwaliteit noodzakelijk zijn. • Vaststellen of conform de Arbowet in milieuhygiënisch opzicht veilig met de bodem kan worden gewerkt (bepaling conform CROW 400).

1.2

REFERENTIEKADER

De onderzoeksstrategie is afgeleid van de NEN 5740 (bron 1). In overeenstemming met deze norm is voorafgaand aan het veldonderzoek een vooronderzoek uitgevoerd gebaseerd op de NEN 5725 (bron 2). Het verkennend onderzoek bestond uit vooronderzoek, veldonderzoek, chemische analyses, toetsing en interpretatie. De advieswerkzaamheden voor dit project zijn uitgevoerd vanuit ons kantoor te Arnhem. De analyseresultaten voor grond en grondwater zijn getoetst aan de normering zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (bron 6) en de Regeling bodemkwaliteit (bron 7). Tevens zijn de grondresultaten indicatief getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (bron 8). Op basis van de onderzoeksresultaten zijn daarnaast ook de voorlopige veiligheidsklassen bepaald conform de CROW 400 (bron 9). De in het laboratorium gemeten gehalten zijn omgerekend naar standaard bodem op basis van de gemeten lutum- en organische stofpercentages. De betekenis van de streef-, achtergrond-, tussen- en interventiewaarde en de terminologie is opgenomen in de verklarende woordenlijst (bijlage 3.1).

Stantec | m22b0190.r01 3

1.3

BETROUWBAARHEID

Dit onderzoek is op een zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de huidige richtlijnen en methoden op het gebied van bodemonderzoek. Aan de hand van de uit de bronnen verzamelde informatie is een onderzoeksstrategie afgeleid, waarvan het aannemelijk wordt geacht dat deze representatief is voor de locatie. Er wordt op gewezen dat de geraadpleegde bronnen mogelijk onvolledig zijn of dat niet alle bronnen zijn geraadpleegd, doordat ze niet voorhanden waren. Hierdoor kan informatie ontbreken. Voor elk bodemonderzoek geldt dat het is gebaseerd op een beperkt aantal monsterpunten en analyses. De hiervoor voorgeschreven onderzoeksstrategie geeft een goed beeld van de algemene bodemkwaliteit. Tevens wordt opgemerkt dat een bodemonderzoek een momentopname is. De resultaten van het onderzoek kunnen minder representatief worden naarmate de tijd verstrijkt. Indien na het onderzoek op of nabij de locatie (bodembedreigende) activiteiten of calamiteiten plaatsvinden en/of in de omgeving (mobiele) verontreinigingen aanwezig zijn, kan de bodemkwaliteit hierdoor worden beïnvloed.

Stantec | m22b0190.r01 4

2.0

VOORONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de resultaten van het vooronderzoek besproken. Dit resulteert in een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 5725 (bron 2).

2.1

BESCHRIJVING VAN DE LOCATIE

De regionale ligging van de onderzoekslocatie is zichtbaar in bijlage 1. Een situatietekening is weergegeven in bijlage 2. In tabel 1 zijn enkele locatiegegevens weergegeven: Tabel 1: Locatiegegevens Aanleiding onderzoek Locatienaam Oppervlakte Huidig gebruik Verhardingen

2.2

Herontwikkeling voor tijdelijke woningen Diemerdreef te Diemen Circa 5.500 m2 Braakliggend terrein/ depot (opslag van onder andere oude lantaarnpalen, banden en ongebruikte verhardingen) Stelconplaten bij de entree van het terrein, verder onverhard

HISTORISCHE GEGEVENS

Ten behoeve van het vooronderzoek is gebruik gemaakt van de volgende bronnen: • Digitaal bodemarchief van bevoegd gezag ODNZKG (Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied); o Aanwezige bodemverontreinigingen (Wet bodembescherming); o Verdachte locaties op basis van activiteiten uit het verleden (Historisch bodembestand). • Algemene bodemkwaliteit (bodemkwaliteitskaart van de gemeente Diemen). • Terreinverkenning op basis van digitale bronnen (Google Maps en Bings Maps). • Historisch kaartmateriaal (Topotijdreis.nl). Overige bronnen zijn niet geraadpleegd aangezien deze gezien de aard van het onderzoek en de historie van de locatie niet relevant werden geacht. Het vooronderzoek is afgerond met een terreininspectie.

Stantec | m22b0190.r01 5

Bodemarchief Voor het historisch vooronderzoek is gebruik gemaakt van het bodeminformatiesysteem (BIS) van het bevoegd gezag ODNZKG. Ter plaatse van het onderzoeksgebied is in het verleden geen bodemonderzoek uitgevoerd. Ook zijn er geen verdachte (bedrijfs)activiteiten bekend en tenslotte zijn er geen (ernstige) bodemverontreinigingen bekend op de locatie. In de nabijheid van de locatie is een (verouderd) onderzoek uitgevoerd door Royal Haskoning in 2002 met kenmerk 9m2213. Uit de samenvatting van het BIS blijkt dat er destijds lichte verontreinigingen met onbekende parameters zijn aangetroffen. Uit het bodemarchief van Stantec blijkt dat nabij de onderzoekslocatie een sanering uitgevoerd is. • Evaluatie bodemsanering calamiteit Diemerdreef te Diemen, Stantec B.V., kenmerk M19B0259, 9 januari 2020. Naar aanleiding van een lekkage van olie heeft bodemsanering plaatsgevonden naast de entree van de onderhavige onderzoekslocatie. De verontreiniging is gesaneerd middels ontgraving. Uit verificatiebemonstering blijkt dat de terugsaneerwaarde ‘Achtergrondwaarde’ behaald is na ontgravingen. Bij bovenstaande sanering is geen restverontreiniging achtergebleven.

Bodemkwaliteitskaart Voor onderhavige locatie is geen bodemkwaliteitskaart (BKK) bekend. De locatie valt in een niet gezoneerde zone binnen de regio Amstelland-Meerlanden. Op het gebied van PFAS heeft de ODNZKG een bodemkwaliteitskaart opgesteld. Tenzij er specifieke verdenkingen zijn kan grondverzet plaatsvinden op basis van deze kaart. De huidige locatie ligt in de zone ‘Stedelijk/Industrieel’.

Historisch kaartmateriaal Uit historisch kaartmateriaal van Topotijdreis.nl blijkt dat de onderzoekslocatie historisch gezien braakliggend is. In onderstaand figuur zijn kaarten opgenomen uit 1940 (links) en 2011 (rechts):

Figuur 1: Historisch kaartmateriaal (Topotijdreis.nl) met afbakening projectgebied (gele arcering)

Stantec | m22b0190.r01 6

2.3

LOCATIE-INSPECTIE

Voorafgaand aan het veldwerk op 13 juli 2022 is een locatie-inspectie uitgevoerd. Er zijn tijdens de inspectie van de locatie geen asbestverdachte fragmenten of andere verontreinigingen aangetroffen op het maaiveld. Naar aanleiding van de locatie-inspectie is geen reden gevonden om af te wijken van de onderzoeksstrategie zoals opgesteld voorafgaand aan het veldwerk.

2.4

HYPOTHESE EN ONDERZOEKSSTRATEGIE

Op basis van de bovenstaande historische informatie is onderstaande hypothese geformuleerd. Ten behoeve van de uitvoering van het onderzoek is de bijbehorende onderzoeksstrategie gevolgd (bron 1, bijlage b). De onderzoekslocatie is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart (niet gezoneerd) en is mede op basis van het stedelijk gebied verdacht op het voorkomen van lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK en/of PCB. Op basis van het vooronderzoek wordt uitgegaan van de strategie verdachte locatie met een heterogeen verdeelde verontreiniging (VED-HE) van de NEN 5740. De onderzoekslocatie is ten slotte niet asbestverdacht.

Stantec | m22b0190.r01 7

3.0

VELDWERK EN CHEMISCHE ANALYSES

In dit hoofdstuk worden de kwaliteitseisen uit de beoordelingsrichtlijnen, de gekozen onderzoeksstrategie, de resultaten van het veldwerk en de uitgevoerde chemische analyses besproken.

3.1

KWALITEIT

De werkzaamheden zijn uitgevoerd conform een gecertificeerd kwaliteitssysteem (ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA**). Voor dit project is Wouter Nelis opgetreden als senior adviseur. Het veldwerk is uitgevoerd onder het procescertificaat van de BRL SIKB 2000: ‘Beoordelingsrichtlijn Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’ (bron 3), protocol 2001: ‘Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’ (bron 4) en (indicatief) protocol 2002: ‘Het nemen van grondwatermonsters’) (bron 5).

2001 + 2002

Alle procesonderdelen (uitvoering veldwerk, begeleiding erkend projectleider, overdracht monsters aan laboratorium, en rapportage) worden in principe uitgevoerd door en onder het certificaat van Stantec B.V., voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Normec Certification B.V. Ons meest recente certificaatnummer kunt u hier vinden: https://www.stantec.com/nl/about/certifications-memberships. Bij de uitvoering van de monsternemingen zijn de volgende personen ingezet, betreffende de, voor de BRL SIKB 2000 relevante kritische werkzaamheden (zie ook bijlage 4.2): • De heer K.W. To (boormeester en monsternemer grond en grondwater-, persoon is geregistreerd voor het uitvoeren van deze werkzaamheden bij Rijkswaterstaat Leefomgeving). • De heer G. Pisa (boormeester en monsternemer grond, persoon is geregistreerd voor het uitvoeren van deze werkzaamheden bij Rijkswaterstaat Leefomgeving).

3.2

UITGEVOERDE WERKZAAMHEDEN

De gehanteerde onderzoeksstrategie is gebaseerd op de in hoofdstuk 2 gestelde hypothese. In onderstaande tabel is een overzicht gegeven van alle uitgevoerde veldwerkzaamheden en de analyses van grond en grondwater. In de hierop volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de veldwerkzaamheden en de chemische analyses.

Stantec | m22b0190.r01 8

Tabel 2: Overzicht uit te voeren veldwerkzaamheden en analyses Aanleiding Diepte boringen (m-mv)

Veldwerk Aantal boringen

En aantal boringen met peilbuis

Analyses Grond/fundering

Grondwater

Algemene bodemkwaliteit (5.500 m2) 0,0-0,5 15 4 NEN-grond1 0,0-2,0 1 AP043 4 3 1 2 Asbest indicatief5 1 NEN-grondwater2 0,0-4,5 Totaal 18 handboringen, 1 handboring met peilbuis 1

NEN-grond:

2

NEN-grondwater:

3

Org.sam:

4

Uitloging: Asbest indicatief

5

Lutum- en organisch stofpercentage, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, minerale olie, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 VROM) en polychloorbifenylen (PCB). Barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som xylenen (som o,m,p), styreen, naftaleen, vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis-1,2-dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2-dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2-trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform, minerale olie. Verkleinen tot <0,5 mm, samenstelling organische componenten (PAK, PCB, olie) conform AP04. CEN-test en eluaat (15 metalen en 4 anionen). Indicatieve analyse asbest (Ja/Nee analyse) 500 gram.

Boorplan De boorlocaties zijn verspreid geplaatst over het projectgebied. De diepe boringen zijn zoveel mogelijk verplaatst in de omgeving waar de nieuwbouw zal worden gebouwd (zie ook bijlage 7, werktekening van de gemeente Diemen). De boorlocaties zijn weergegeven in bijlage 2.

3.3

RESULTATEN VELDWERK

Het veldwerk is uitgevoerd op 13, 14 en 21 juli 2022. Voor aanvang van de boorwerkzaamheden is de locatie visueel geïnspecteerd. Op het maaiveld van het terrein zijn geen verontreinigingen en/of asbestverdachte materialen waargenomen. In bijlage 4 zijn de gedetailleerde boorbeschrijvingen weergegeven met de bodemopbouw, de diepten waarop grondmonsters zijn genomen en de diepten waarop eventuele peilfilters geplaatst zijn. De zintuiglijke waarnemingen en eventuele afwijkingen zijn eveneens in deze bijlage weergegeven.

Grond De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat geheel uit zand. Het zand is matig tot zeer fijn, zwak siltig en/of zwak humeus. Van het bodemmateriaal is maximaal per halve meter en/of per bodemlaag een monster genomen.

Stantec | m22b0190.r01 9

Zintuiglijke waarnemingen Visueel is in het opgegraven en opgeboorde bodemmateriaal een asbestverdachte bijmenging waargenomen bestaande uit brokken beton (boring B12; 0-0,5 m-mv). Er is verder geen asbestverdacht materiaal of overige asbestverdachte bijmenging waargenomen. In boring B02 (0,2-0,7 m-mv is een zwakke bijmenging met kolengruis waargenomen. In de bovengrond 0-1 m-v is verspreid over het projectgebied bijmenging met resten baksteen tot zwak baksteenhoudend waargenomen. In diverse boringen is een worteldoek waargenomen op 0,2 m-mv.

Fundering In de bovengrond in het bodemtraject 0-0,2 m-mv is plaatselijk (boringen B02, B03 en B07 t/m B10) een fundering/halfverharding aangetroffen bestaande uit menggranulaat en gedeeltelijk zand cement. Van het fundatiemateriaal is een mengmonster gemaakt en aangeboden voor analyse.

Grondwater Voor de bemonstering van het grondwater is boring B19 afgewerkt met een peilbuis. Conform NEN 5740 is de bovenzijde van het peilfilter circa 0,5 meter beneden de grondwaterstand geplaatst. Het grondwater is bemonsterd op 21 juli 2022. Bij de grondwaterbemonstering is het grondwater waargenomen op een diepte van circa 3,25 m-mv. Tijdens de bemonstering zijn aan het grondwater in het algemeen geen afwijkingen waargenomen. De zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (Ec) en de aanwezigheid van niet-opgeloste deeltjes (troebelheid) van het grondwater zijn tijdens de monstername in het veld bepaald. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel. De meetwaarden geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen. Tabel 3: Veldmetingen grondwater Peilbuis

Filter (m-mv)

Grondwaterstand (m-mv)

pH

Ec (µS/cm)

Troebelheid (NTU)

B19

3,50 - 4,50

3,25

6,7

1076

8,42

Op basis van de gemeten Ec is sprake van brak (400 µS/cm <Ec <2.800 µS/cm) grondwater. De troebelheid van het grondwater heeft een natuurlijke waarde voor een zandpakket (0-10 NTU).

3.4

CHEMISCHE ANALYSES

De analyseresultaten met de bijbehorende toetsingswaarden en een verklarende woordenlijst zijn opgenomen in bijlage 3. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5. De chemische analyses zijn uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam (RvA geaccrediteerd). De analyses zijn (afgezonderd van de puinanalyses) uitgevoerd conform het AS3000 protocol.

Stantec | m22b0190.r01 10

4.0

BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN

In dit hoofdstuk wordt de verontreinigingssituatie beschreven op basis van de onderzoeksresultaten. Vervolgens worden de onderzoeksresultaten getoetst aan de in hoofdstuk 2 geformuleerde hypothese.

4.1

RESULTATEN GROND

In tabel 5 zijn de gemeten verhoogde gehalten voor de standaard parameters voor grond weergegeven. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 5. De toetsingen conform de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit zijn opgenomen in bijlagen 3.2 en 3.3. Tabel 4: (Indicatieve) toetsing analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering 2013 en de Regeling/het Besluit Bodemkwaliteit Code Analyse(meng) pakket monster

Boringen (cm-mv)

Bodem- Zintuiglijke type waarneming

Algemene bodemkwaliteit M01 NENB02 (0,2- 0,7) Zand grond M02*

NENgrond

> AW

>T >I

resten Minerale baksteen, olie brokken beton zwak kolengruis

-

Indicatieve toetsing Bbk

ARBO Veiligheidsklasse (CROW 400)

Klasse industrie

Basishygiëne

B03 (0,2-0,5) Zand Altijd Basishygiëne B06 (0,0-0,5) toepasbaar B07 (0,2-0,7) B10 (0,25-0,5) M03 NENB14 (0,0-0,5) Zand zwak Altijd Basishygiëne grond B16 (0,0-0,5) baksteen toepasbaar B17 (0,0-0,5) M04 NENB12 (1,0-1,5) Zand resten tot Altijd Basishygiëne grond B13 (0,5-1,0) zwak toepasbaar B15 (0,5-1,0) baksteen B19 (0,5-1,0) * Voor het gehalte benzo(ghi)peryleen is een opmerking bij het certificaat opgenomen: Er zijn componenten aanwezig die een storende invloed hebben op de meting. In het monster zijn geen overige PAK gehalten gemeten boven de achtergrondwaarde. Wij achten het gerapporteerde resultaat als representatief. Altijd toepasbaar: Klasse Wonen: Klasse Industrie: NIET:

Bodemkwaliteitsklasse AW; Bodemkwaliteitsklasse Wonen; Bodemkwaliteitsklasse Industrie; Niet toepasbaar.

Algemene kwaliteit grond (Wet bodembescherming) In boring B02 (monster M01) is een licht verhoogd gehalte minerale olie aangetoond. In de overige monsters van de grond zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging in de grond.

Stantec | m22b0190.r01 11

Indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit De in het laboratorium gemeten gehalten zijn hierbij omgerekend naar standaard bodem op basis van de gemeten lutum- en organische stofpercentages. De uitwerking van deze (indicatieve) toetsing is opgenomen in bijlage 3. Het betreft hier een indicatieve toetsing conform het generieke beleid (landelijke beleid). Bij gebiedsspecifiek beleid dient te worden getoetst aan het door het bevoegd gezag vastgestelde lokale bodembeleid (bodembeheernota, bodemkwaliteitskaart en bodemfunctiekaart) met lokale maximale waarden en eventueel aanvullende specifieke eisen ten aanzien van grondverzet: • Over het algemeen kan de vrijkomende grond indicatief worden ingedeeld in bodemkwaliteitsklasse ‘Altijd toepasbaar’. • De bodem ter plaatse van B02 (resten baksteen-, brokken beton houdend) kan indicatief worden ingedeeld in bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Voor een definitieve vaststelling van de bodemkwaliteitsklasse is in veel gevallen een partijkeuring conform AP04 vereist. Een dergelijke keuring onderscheidt zich van het onderhavige onderzoek door een intensievere bemonstering, een aangepaste monstervoorbehandeling in het laboratorium, zowel monstername als analyse in duplo en in enkele gevallen uitloogonderzoek.

4.2

GRONDWATER

Ter plaatse van boring B19 is conform de NEN 5740 een peilbuis geplaatst. In de onderstaande tabel zijn de verhoogde concentraties weergegeven. Tabel 5: Toetsing analyseresultaten aan de Circulaire bodemsanering 2013 en veiligheidsklasse (CROW 400). Peilbuis

Filter (m-mv)

B19

3,5 – 4,5

Toetsing WBB >S

>T

>I

ARBO Veiligheidsklasse (CROW 400)

Barium, Tetrachlooretheen (Per)

-

-

Basishygiëne

In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties barium en Tetrachlooretheen gemeten. Daarmee concluderen wij dat er geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in het grondwater in het kader van de Wet bodembescherming. De herkomst van de licht verhoogde gehalten tetrachlooretheen is onbekend. De parameter barium kan van nature verhoogd voorkomen.

4.3

FUNDERING

Van de aangetroffen funderingslaag ter plaatse boringen B07, B08, B09 en B10 is een mengmonster samengesteld. De samenstelling is weergegeven in tabel 6. De mengmonsters zijn ter analyse bij het laboratorium aangeboden.

Stantec | m22b0190.r01 12

Tabel 6: Mengmonster en resultaat funderingsonderzoek. Code mengmonster (cm-mv)

Boringen (cm-mv)

Type materiaal

Mf01

B07 (0,00 - 0,20) B08 (0,00 - 0,20) B09 (0,00 - 0,20) B10 (0,00 - 0,25)

Menggranulaat

Toetsing samenstelling (T17 BoToVa) Toepasbaar (<=SW)

Toetsing uitloging (T16 BoToVa) Toepasbaar (<= EW)

Op basis van bovenstaande resultaten voldoet het geanalyseerde funderingsmateriaal indicatief aan de samenstellingswaarden uit de Regeling bodemkwaliteit. Dit houdt in dat de fundering als toepasbaar geldt, mits een uitloogproef aantoont dat er geen kans is op uitloging vanuit de fundering. Deze uitloogproef bestaat uit een kolomproef en analyse van het eluaat op 15 metalen (antimoon, arseen, barium, cadmium, kobalt, chroom, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, seleen, tin, vanadium en zink) en 4 anionen (fluoride, bromide, chloride en sulfaat). In het eluaat van de beschikbaarheidsproef van de geanalyseerde mengmonsters zijn verhoogde gehalten van de geanalyseerde parameters gemeten, maar deze overschrijden niet de norm voor hergebruik voor niet-vormgegeven bouwstoffen zoals beschreven in de Regeling bodemkwaliteit. Hierbij dient te worden opgemerkt, dat voor een definitieve classificatie een partijkeuring conform BRL SIKB 1000, protocol 1002 mogelijk noodzakelijk is.

4.4

ASBEST

In de bodem ter plaatse van boring B12 (0-0,5 m-mv) is bijmenging bestaande uit brokken beton waargenomen. De bijmenging met beton en de menggranulaatfundering is formeel gezien asbestverdacht. De locatie is op basis van het vooronderzoek echter niet asbestverdacht. Ter verificatie is indicatief asbestonderzoek uitgevoerd. In tabel 7 is het resultaat opgenomen: Tabel 7: Resultaat indicatieve asbestanalyses Code mengmonster (cm-mv) Asb01 Asb02

Boringen (cm-mv)

Type materiaal

Uitkomst

B02 (0,00 - 0,20) B12 (0,00 - 0,50)

Menggranulaatfundering Brokken beton

Geen asbest gedetecteerd Geen asbest gedetecteerd

Uit indicatieve analyse (kwalitatieve ja/nee-analyse) van blijkt dat in geen van de aangeboden monsters asbest is gedetecteerd.

Stantec | m22b0190.r01 13

4.5

VEILIGHEIDSKUNDIGE ASPECTEN (VOORLOPIGE ARBO VEILIGHEIDSKLASSEN) GROND

Met behulp van de berekeningsmodule van CROW-publicatie 400 zijn de gehalten van de monsters getoetst aan de betreffende veiligheidseisen. Hieruit volgt dat op basis van de CROW 400 geldt dat ter plaatse gewerkt kan worden volgens veiligheidsklasse ‘Basishygiëne’. Op basis van deze veiligheidsklasse dienen de juiste aanvullende maatregelen genomen te worden gedurende werkzaamheden in de grond. Voor de bijbehorende veiligheidsvoorzieningen, metingen en maatregelen wordt verwezen naar de betreffende publicaties van het CROW.

4.6

GESCHIKTHEID VOORGENOMEN BODEMGEBRUIK

Om te beoordelen of de locatie geschikt is voor de bestemming ‘Wonen met tuin’, kan een Sanscritrisicobeoordeling worden uitgevoerd. De risicobeoordeling op basis van Sanscrit is alleen van toepassing op parameters die de interventiewaarde (Wbb) overschrijden. Wij gaan over de gehele locatie uit van de hoogst gemeten waarde. Op de locatie depot Diemerdreef is geen van de geanalyseerde parameters gemeten in een gehalte boven de interventiewaarde. De risicobeoordeling is daarom niet uitgevoerd. Er zijn daarom geen onaanvaardbare humane, ecologische of verspreidingsrisico’s. De locatie is geschikt voor het voorgenomen bodemgebruik ‘wonen met tuin’.

4.7

TOETSING HYPOTHESE

Op basis van de onderzoeksresultaten worden de in paragraaf 2.4 opgestelde hypotheses getoetst: De onderzoekslocatie is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart (niet gezoneerd) en is mede op basis van het stedelijk gebied verdacht op het voorkomen van lichte verontreinigingen met zware metalen, PAK en/of PCB. De hypothese wordt aanvaard. Er is in de grond een licht verhoogd gehalte minerale olie gemeten en in het grondwater lichte concentraties barium en Tetrachlooretheen gemeten. De onderzoekslocatie was op basis van het vooronderzoek niet asbestverdacht. Op het maaiveld en in de bodem is geen asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen. Plaatselijk is menggranulaat fundering en bijmengingen met brokken beton waargenomen in de bodem, welke formeel gezien asbestverdacht zijn. Uit indicatieve analyse van blijkt dat in de puinfundering en in de brokken betonhoudende bodem geen asbest is aangetoond. Deze hypothese asbest onverdacht wordt aanvaard.

Stantec | m22b0190.r01 14

5.0

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Op basis van de onderzoeksresultaten worden de volgende conclusies getrokken:

Conclusies bodem - Algemeen • •

•

• • • •

• • •

De bodemopbouw ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat geheel uit zand. Het zand is matig tot zeer fijn, zwak siltig en/of zwak humeus. Visueel is in het opgegraven en opgeboorde bodemmateriaal een asbestverdachte bijmenging waargenomen bestaande uit brokken beton (boring B12; 0-0,5 m-mv). Er is verder geen asbestverdacht materiaal of overige asbestverdachte bijmenging waargenomen. In boring B02 (0,2-0,7 m-mv is een zwakke bijmenging met kolengruis waargenomen. In de bovengrond 0-1,0 m-mv is verspreid over het projectgebied bijmengingen met resten tot zwak baksteen waargenomen. In boring B02 (monster M01) is een licht verhoogd gehalte minerale olie aangetoond. In de overige monsters van de grond zijn geen verhoogde gehalten gemeten. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties barium en tetrachlooretheen gemeten. Over het algemeen kan de vrijkomende grond heterogeen worden ingedeeld in bodemkwaliteitsklasse ‘Altijd toepasbaar’ tot ‘Industrie’. Op basis van het vooronderzoek zijn er geen bronnen voor een PFAS-verontreiniging op of nabij de locatie geconstateerd. Met betrekking tot PFAS kan derhalve worden uitgegaan van de bodemkwaliteitskaart en de Nota bodembeheer. Uit indicatieve analyse van blijkt dat in de betonhoudende bodem bovendien geen asbest is aangetoond. Eventueel vrijkomende grond kan waarschijnlijk op of buiten de locatie worden hergebruikt.

De locatie is geschikt voor het voorgenomen bodemgebruik ‘wonen met tuin’.

Fundering • •

• •

In de bovengrond in het bodemtraject 0-0,2 m-mv is plaatselijk (boringen B02, B03 en B07 t/m B10) een fundering aangetroffen bestaande uit menggranulaat en gedeeltelijk zand cement. Uit de indicatieve analyseresultaten blijkt dat de fundering voldoet aan de eisen uit de Regeling bodemkwaliteit. Dit houdt in dat deze fundering op basis van deze resultaten toepasbaar is als niet vormgegeven bouwstof. Uit indicatieve analyse van blijkt dat in de puinfundering bovendien geen asbest is aangetoond. Voor een definitieve classificatie is een partijkeuring conform BRL SIKB 1000, protocol 1002 mogelijk noodzakelijk.

Aanbevelingen • • •

Er is geen vervolgonderzoek noodzakelijk en zijn er geen sanerende maatregelen van toepassing. Op basis van de CROW 400 geldt dat binnen het gehele projectgebied bij eventuele graafwerkzaamheden gewerkt kan worden volgens veiligheidsklasse ‘Basishygiëne’ Het verdient altijd aanbeveling om tijdens grondwerkzaamheden alert te zijn op een eventuele onvoorziene verontreiniging van de bodem.

Stantec | m22b0190.r01 15

•

Indien vrijkomende grond elders wordt hergebruikt kunnen partijkeuringen conform het Besluit bodemkwaliteit noodzakelijk zijn om de uiteindelijke hergebruiksmogelijkheden van de grond vast te stellen. Er is een BBK-melding nodig indien op locatie meer dan 50 mᶟ grond wordt toegepast en de grondkwaliteit afwijkt van de vastgestelde achtergrondwaarde.

Stantec | m22b0190.r01 16

BRONVERMELDINGEN 1.

2. 3.

4.

5. 6. 7.

8. 9.

NEN 5740:2009+A1:2016 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, Nederlands Normalisatie-instituut, 1 april 2016. NEN 5725:2017 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, Nederlands Normalisatie-instituut, 1 oktober 2017. BRL SIKB 2000, ‘Beoordelingsrichtlijn Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 6.0, 1 februari 2018. Protocol 2001, ‘Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 6.0, 1 februari 2018. Protocol 2002, ‘Het nemen van grondwatermonsters’, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, versie 6.0, 1 februari 2018. Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant nummer 16675, 27 juni 2013. Regeling bodemkwaliteit, regeling van 13 december 2007, houdende regels voor de uitvoering van de kwaliteit van de bodem, Staatscourant nr. 247, 20 december 2007 en bijbehorende wijzigingen en besluiten. Besluit bodemkwaliteit, besluit van 22 november 2007, houdende regels inzake de kwaliteit van de bodem, Staatscourant nr. 469., 3 december 2007 en bijbehorende wijzigingen/besluiten.

CROW-publicatie 400 ‘Werken in of met verontreinigde bodem’, druk 2, december 2017.

Stantec | m22b0190.r01 17

Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3.1: Bijlage 3.2: Bijlage 3.3: Bijlage 3.4: Bijlage 3.5: Bijlage 4.1: Bijlage 4.2: Bijlage 5: Bijlage 6: Bijlage 7:

Overzichtskaart (1:25.000) Situatietekening (1:500) Verklarende woordenlijst Toetsing analyseresultaten grond conform Wbb (inclusief normtabel) Toetsing analyseresultaten grondwater conform Wbb (inclusief normtabel) Indicatieve toetsing analyseresultaten grond aan het Bbk (inclusief normtabel) Indicatieve beoordeling kwaliteit bouwstoffen (T.17 samenstelling en T.16 emissie) Boorbeschrijvingen inclusief legenda Kwaliteitsborging veldwerk Analysecertificaten Foto’s onderzoekslocatie Werktekening gemeente Diemen

Bijlage 1: Overzichtskaart (1:25.000)

Verkennend bodemonderzoek depot Diemerdreef te Diemen Overzichtstekening Legenda

J )

Projectlocatie

J )

±

100

200

300

400

500 m

Opdrachtgever:

Gemeente Diemen

Datum: Schaal: Status:

21-7-2022

Projectnummer: Formaat: Tekenaar:

M22B0190 A3 landscape LUSC

1:12.500 Definitief

N:\GIS\06_projecten\Boorplannen en Vopak\M22\M22B0190

0

Bijlage 2: Situatietekening (1:500)

Verkennend bodemonderzoek depot Diemerdreef te Diemen Situatietekening Legenda

<

ú8ú

Peilbuis tot 4,5 m-mv

! ( ! .

Boring tot 0,5 m-mv

D

Boring tot 2,0 m-mv

Boring tot 0,7 m-mv Projectgebied

B01

! .

B02

! (

! .

B07

! (

D

B03

! (

B04

B08

! (

B13

B09

! (

B05

D ! ( ! (

! (

! (

D

B11

B10

B18

B15

! (

B06

! ( ! (

B14

B12

0

B16

5

10

15

20

25 m

B17

B19

<

ú8ú

±

Opdrachtgever:

Gemeente Diemen

Datum: Schaal: Status:

21-7-2022

Projectnummer: Formaat: Tekenaar:

M22B0190 A3 landscape LUSC

1:500 Definitief

N:\GIS\06_projecten\Boorplannen en Vopak\M22\M22B0190

! (

Bijlage 3.1: Verklarende woordenlijst

VERKLARENDE WOORDENLIJST Een grond- en/of grondwaterverontreiniging kan veroorzaakt worden door verschillende parameters. Soms betreft het stoffen die van nature in de bodem voorkomen. In andere gevallen is er sprake van milieuvreemde stoffen. Om een indicatie te krijgen van een eventuele grond(water)verontreiniging worden analyses uitgevoerd op verschillende parameters.

Toetsingskader Sinds oktober 2008 zijn in het kader van de Wet bodembescherming de streefwaarden (grondwater) en interventiewaarden (grond en grondwater) van kracht en daarmee het toetsingskader voor beoordeling van de kwaliteit van grond en grondwater. Daarnaast gelden voor de toepassing van grond de (landelijke) achtergrondwaarden uit de Regeling bodemkwaliteit.

Achtergrondwaarde (grond) De Achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Grond die voldoet aan de Achtergrondwaarde is duurzaam geschikt voor elk bodemgebruik en wordt aangeduid als schone of niet verontreinigde grond.

Streefwaarde (grondwater) Als de streefwaarde wordt overschreden is er sprake van bodemverontreiniging. Voor de stoffen die van nature voorkomen, komt de streefwaarde overeen met het zogenaamde ‘gemiddelde achtergrondgehalte’. Voor stoffen die niet van nature in de bodem voorkomen is de streefwaarde gelijkgesteld aan de aantoonbaarheidsgrens van de huidige analysetechnieken, ook wel ‘detectiegrens’ genoemd.

Tussenwaarde Deze waarde geeft de milieukwaliteit aan, waarbij er sprake is van verhoogde, maar in het algemeen niet potentieel onaanvaardbare, risico's voor mens en milieu. Het betreft een rekenkundig gemiddelde van de Achtergrondwaarde (grond) of Streefwaarde (grondwater) en de Interventiewaarde, dat niet rechtstreeks aan een specifiek risiconiveau is gekoppeld. Overschrijding van deze waarde heeft slechts een indicatieve functie, namelijk het aangeven van de noodzaak om een nader onderzoek naar de kwaliteit van de bodem uit te voeren. Grond of grondwater die de tussenwaarde wel maar niet de interventiewaarde overschrijdt, wordt aangeduid als matig verontreinigd.

Interventiewaarde De interventiewaarde is de waarde die aangeeft bij welke concentratie sprake kan zijn van een dreigende ernstige vermindering van de functionele eigenschappen van de bodem voor plant, mens en dier.

Toetsingswaarden asbest Voor asbest in grond geldt alleen een interventiewaarde c.q. restconcentratienorm. Deze norm is vastgesteld op 100 mg/kg d.s. asbest (gewogen). De Interventiewaarde voor asbest is gebaseerd op het verwaarloosbaar risiconiveau (VR). Grond met een gehalte aan asbest (gewogen) lager dan de Interventiewaarde mag hierdoor als niet verontreinigd worden aangemerkt. Het gewogen gehalte aan asbest wordt berekend door het gehalte aan serpentijn asbest te vermeerderen met tienmaal het gehalte aan amfibool asbest.

Geval van ernstige bodemverontreiniging Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging indien voor ten minste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume in het geval van bodemverontreiniging, of 100 m3 poriënverzadigd bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde en de verontreiniging is ontstaan voor 1987. Asbest is uitgezonderd van dit volumecriterium.

BRL SIKB 2000, Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek Alleen bedrijven die door het Ministerie van I en M zijn erkend mogen veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek verzorgen in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Zij zijn ook de enigen die voor deze activiteit het keurmerk ‘Kwaliteitswaarborging bodembeheer SIKB' mogen voeren. Bedrijven met een erkenning staan vermeld op de lijst met erkende veldwerkers bij milieuhygiënisch bodemonderzoek op de website van Rijkswaterstaat Leefomgeving (www.rwsleefomgeving.nl).

Besluit bodemkwaliteit Op 1 juli 2008 is het Besluit bodemkwaliteit in werking getreden. Volgens dit besluit kan per gemeente een beleid worden gevoerd, waarin rekening gehouden is met lokale omstandigheden. Per gemeente dient voor toepassing gecontroleerd te worden of er sprake is van gebiedsspecifiek beleid of dat de generieke normen van het besluit van toepassing zijn. Voor de ontvangende bodem dient de bodemkwaliteit te zijn vastgesteld. Deze kwaliteit kan worden afgeleid van een vastgestelde bodemkwaliteitskaart. Als geen bodemkwaliteitskaart is vastgesteld moet met bodemonderzoek de kwaliteit van de ontvangende bodem worden vastgesteld. Een dergelijk onderzoek dient tenminste te worden uitgevoerd volgens een onderzoeksstrategie uit de NEN 5740.

PARAMETERS Asbest Asbest is een verzamelnaam voor een aantal in de natuur voorkomende mineralen, die zijn opgebouwd uit fijne, microscopisch kleine vezels. Losse asbestvezels zijn met het blote oog niet zichtbaar. Asbestvezels zijn sterk en flexibel tegelijk. Bovendien zijn ze thermisch en elektrisch isolerend, bestand tegen zuren en logen en hebben ze een hoge wrijvingsweerstand. Hierdoor zijn ze geschikt voor veel verschillende toepassingen, als: • golfplaten; • waterleidingbuizen; • rem- en frictiemateriaal; • isolatiemateriaal. Asbest is met name na de Tweede Wereldoorlog veel gebruikt. Niet-hechtgebonden asbest is sinds 1983 vrijwel niet meer toegepast. De beroepsmatige toepassing en verkoop van alle soorten asbest is sinds 1 juli 1993 volledig verboden.

Minerale olie Onder verontreinigingen met minerale olie vallen o.a. benzine, diesel en huisbrandolieverontreinigingen. Verontreinigingen met minerale olie komen veelvuldig voor. Minerale olie is in de meeste gevallen in de bodem terechtgekomen door lekkage bij ondergrondse tanks of calamiteiten. Een olieverontreiniging is in de meeste gevallen goed zintuiglijk waarneembaar door geurafwijkingen en/of met behulp van de olie-op-watertest. Bij de olie-op-watertest wordt een beetje grond in water gebracht. De in de grond aanwezige olie komt boven drijven en wordt zichtbaar als een oliefilm. Na analyse kan in de meeste gevallen een redelijk betrouwbare indicatie worden gegeven van de oliesoort. Indien sprake is van een benzineverontreiniging dient tevens rekening gehouden te worden met een verontreiniging met vluchtige aromaten (BTEXN) en bij nieuwe gevallen met ETBE of MTBE.

Organochloorbestrijdingsmiddelen (OCB) Bestrijdingsmiddelen worden ook wel pesticiden genoemd. Met name bij (voormalige) tuinbouwkassen en akkerbouw wordt rekening gehouden met deze vorm van verontreiniging. DDT en drins zijn bekende voorbeelden.

Polychloorbifenylen (PCB) PCB zijn olieachtige vloeistoffen die veel zijn toegepast in transformatoren en condensatoren vanwege hun goede elektrisch-isolerende eigenschap in combinatie met het bestand zijn tegen hoge temperaturen. In het verleden zijn PCB ook toegepast in producten als motorolie, tl-armaturen, inkt, lijm en verf. Tegenwoordig zijn PCB op de zwarte lijst geplaatst en is de toepassing ervan verboden. PCB zijn voor mens en dier met name schadelijk omdat zij de eigenschap hebben om zich op te hopen in vet.

Polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) PAK zijn teerachtige producten. PAK wordt gevormd bij diverse verbrandings- en chemische processen, veelal door onvolledige verbranding van koolstofverbindingen. PAK kan in hoge gehaltes voorkomen in asfalt, steenkoolteer, pek, creosoot, diverse oliesoorten, zuiveringsslib en dakbedekkingsmaterialen. In de bodem komen PAK-verbindingen vaak voor in combinatie met koolas of sintels. In totaal bestaan er circa 250 verschillende PAK-verbindingen. Bij analyse op PAK ten behoeve van bodemonderzoek wordt een selectie van deze verbindingen geanalyseerd, bijvoorbeeld de zogeheten zestien van EPA of tien van VROM. Enkele PAK-verbindingen, zoals benzo(a)pyreen, zijn carcinogeen ofwel kankerverwekkend.

Vluchtige aromaten (BTEXN) Vluchtige aromaten (BTEXN = benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen) worden bereid uit aardoliën. Ze zijn met name aanwezig in benzine en oplosmiddelen (bv. thinner). Ze zijn vrij vluchtig en hebben een sterk oplossend vermogen voor een groot aantal kunststoffen. Van bijvoorbeeld benzeen is bekend dat het kankerverwekkend is.

Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOH/ VOCl) Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen zijn koolwaterstoffen met een halogeenverbinding, met name chloor is in dit kader bekend. VOH/ VOCl worden veel gebruikt als ontvettings- en schoonmaakmiddelen bij chemische wasserijen, metaalindustrie en drukkerijen. Met name verontreinigingen met ‘Per’ (tetrachlooretheen) en ‘Tri’ (trichlooretheen) komen veel voor. Per en Tri hebben een hoog soortelijk gewicht (zwaarder dan water) en zijn vrij vluchtig. Ook deze stoffen hebben een sterk oplossend vermogen voor een groot aantal kunststoffen. Van deze stoffen is bekend dat ze het zenuwstelsel aan kunnen tasten.

Zware metalen Zware metalen komen van nature in kleine hoeveelheden voor in de bodem. In deze hoeveelheden zijn ze niet schadelijk voor volksgezondheid of milieu. Grote (schadelijke) hoeveelheden zware metalen zijn in veel gevallen in het milieu terecht gekomen door: • verwerking metaalertsen; • metaalbewerking; • metaaloppervlaktebehandeling (galvaniseren/emailleren); • glazuren van aardewerk (loodwit); • metalen in drukinkt, cosmetica, katalysatoren, accu's, batterijen en verbrandingsafval (sintels, cokes, vliegas, slakken). Zware metalen komen in de bodem vaak in combinatie met puin en aardewerk voor. Door toepassing van lood als antiklopmiddel in benzine zijn grote hoeveelheden lood diffuus verspreid in het milieu terecht gekomen, vooral langs wegen en in stedelijke gebieden.

PFAS De groep van poly- en perfluor-alkyl stoffen (PFAS) is een grote verzameling van koolstofverbindingen waarbij de waterstofatomen door fluor vervangen zijn. Van deze groep zijn de stoffen PFOS en PFOA het meest bekend. Er zijn meer dan 6.000 typen PFAS-verbindingen bekend, die veelvuldig worden toegepast in consumentenproducten als waterafstotende kleding, textiel, tapijt, in leer, papier en in industriële producten zoals verf en brandblusschuim. Tijdens de productie, het gebruik en in de afvalfase komen de stoffen op verschillende manieren in de lucht, bodem en water terecht. De stoffen worden nauwelijks afgebroken in het milieu en kunnen duizenden jaren blijven bestaan. Door bioaccumulatie kunnen de stoffen in de voedselketen terechtkomen. PFAS kunnen schadelijke effecten hebben op de nieren, lever, voortplanting, het immuunsysteem en zijn potentieel kankerverwekkend. PFOS De afkorting PFOS staat voor perfluor-octaansulfonaat. De stof is vooral bekend van de toepassing in brandblusmiddelen. In 1969 is PFOS houdend brandblusschuim geïntroduceerd in Nederland. Sinds 2011 is het gebruik van PFOS voor deze toepassing in de EU verboden. In plaats van PFOS worden nu diverse PFAS verbindingen met kleinere ketens gebruikt in brandblusschuim. PFOA PFOA is de afkorting voor perfluor-octaanzuur en is tot 2012 gebruikt als een hulpstof in de bereiding van Teflon.

Vanwege de aanwezigheid van acht koolstofatomen wordt soms ook wel de minder specifieke afkorting C8 gebruikt. GenX GenX is strikt genomen geen stof, maar een technologie die sinds 2012 wordt gebruikt bij het produceren van fluorhoudende polymeren zoals Teflon. Bij de GenX-technologie wordt de stof 2,3,3,3-tetrafluoro-2-(heptafluoropropoxy)-propaanzuur (FRD-903) en het ammoniumzout ervan (FRD-902) gebruikt.

TERMINOLOGIE In dit rapport wordt de volgende terminologie voor grond gehanteerd: • Kleiner of gelijk aan de achtergrondwaarde (AW) of detectiegrens: geen sprake van een verhoogd gehalte; niet verontreinigd. • Groter dan AW kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (T): licht verhoogd gehalte; licht verontreinigd. Voor de tussenwaarde (T) geldt de volgende berekening: (achtergrondwaarde + interventiewaarde)/2. • Groter dan T, kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (I): matig verhoogd gehalte; matig verontreinigd. • Groter dan I: sterk verhoogd gehalte; sterk verontreinigd. • De terminologie voor grondwater is als volgt: • Kleiner of gelijk aan de streefwaarde (S) of detectiegrens: geen sprake van een verhoogde concentratie; niet verontreinigd. • Groter dan de streefwaarde (S), kleiner dan of gelijk aan de tussenwaarde (T): licht verhoogde concentratie; licht verontreinigd. Voor de tussenwaarde (T) geldt de volgende berekening: (streefwaarde + interventiewaarde)/2. • Groter dan T, kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde (I): matig verhoogde concentratie; matig verontreinigd. • Groter dan I: sterk verhoogde concentratie; sterk verontreinigd.

Bijlage 3.2: Toetsing analyseresultaten grond conform Wbb (inclusief normtabel)

Projectnaam Projectcode

BO Depot Diemerdreef Diemen M22B0190

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven) M01 B02 (20-70)1 Monstercode Bodemtypebt)

1 or

monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)

M02 B03 (20-50) B06 (0-50) B07 (20-70) B10 (25-50)2 2 or br

---

-----

Ja 93.8 <1 Geen

---

-----

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) 1.7

--

--

1.7

--

--

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) <2

--

--

3.6

--

--

<20 <0.2 1.6 <5 <0.05 15 <0.5 4.9 23

45.2 0.235 4.79 6.86 0.049 22.9 0.35 12.6 50.5

<0.01 0.04 <0.01 0.10 0.06 0.05 0.04 0.08 0.07 0.06

-----------

0.514

0.514

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

Ja 91.4 <1 Geen

br

<20 <0.2 1.5 <5 0.08 12 <0.5 4.6 <20

54.2 0.241 5.27 7.24 0.115 18.9 0.35 13.4 33.2

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 --fenantreen 0.05 --antraceen 0.02 --fluoranteen 0.12 --benzo(a)antraceen 0.06 --chryseen 0.05 --benzo(k)fluoranteen 0.03 --benzo(a)pyreen 0.06 --benzo(ghi)peryleen 0.05 --indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.04 --pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.487 0.487

-----------

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9

--------

--------

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1

--------

--------

24.5

a

4.9

24.5

a

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

----350

----*

<5 <5 5 7 <20

----70

-----

<5 <5 25 40 70

Monstercode en monstertraject 1 13706126-001 M01 B02 (20-70) 2 13706126-002 M02 B03 (20-50) B06 (0-50) B07 (2070) B10 (25-50)

De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn.

b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat bt)

De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 1: lutum 2% humus 1.7% 2: lutum 3.6% humus 1.7%

Projectnaam Projectcode

BO Depot Diemerdreef Diemen M22B0190

Tabel: Analyseresultaten grond (as3000) monsters (gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven)

Monstercode Bodemtypebt)

M03 B14 (0-50) B16 (0-50) B17 (0- M04 B12 (100-150) B13 (50-100) 50)1 B15 (50-100) B19 (50-100)2 3 4 or br or br

monster voorbehandeling() droge stof(gew.-%) gewicht artefacten(g) aard van de artefacten(-)

Ja 93.8 19 Stenen

---

-----

Ja 93.8 <1 Geen

---

-----

organische stof (gloeiverlies)(% vd DS) 2.2

--

--

<0.5

--

--

KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem)(% vd DS) 2.0

--

--

3.4

--

--

<20 <0.2 <1.5 <5 <0.05 <10 <0.5 4.1 <20

46.2 0.236 3.2 6.91 0.0492 10.7 0.35 10.7 31

<0.01 0.05 0.01 0.09 0.06 0.05 0.04 0.06 0.04 0.04

-----------

0.447

0.447

METALEN barium+ cadmium kobalt koper kwik° lood molybdeen nikkel zink

26 <0.2 2.1 8.3 0.06 18 <0.5 6.4 42

101 0.239 7.38 17.1 0.0861 28.2 0.35 18.7 99.2

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen <0.01 --fenantreen 0.03 --antraceen 0.01 --fluoranteen 0.09 --benzo(a)antraceen 0.06 --chryseen 0.06 --benzo(k)fluoranteen 0.04 --benzo(a)pyreen 0.08 --benzo(ghi)peryleen 0.07 --indeno(1,2,3-cd)pyreen 0.06 --pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 0.507 0.507

-----------

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28(µg/kgds) <1 PCB 52(µg/kgds) <1 PCB 101(µg/kgds) <1 PCB 118(µg/kgds) <1 PCB 138(µg/kgds) <1 PCB 153(µg/kgds) <1 PCB 180(µg/kgds) <1 som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 4.9

--------

--------

<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1

--------

--------

22.3

a

4.9

24.5

a

MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

----136

-----

<5 <5 16 8 20

----100

-----

<5 <5 14 15 30

Monstercode en monstertraject 1 13706126-003 M03 B14 (0-50) B16 (0-50) B17 (0-50) 2 13706126-004 M04 B12 (100-150) B13 (50-100) B15 (50-100) B19 (50-100)

De resultaten zijn voor de interventiewaarde getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675 en voor de achtergrondwaarde aan het Besluit Bodemkwaliteit, Staatscourant 20 december 2007, Nr. 247. Tevens zijn de volgende wijzigingen doorgevoerd: De gewijzigde grenswaarden van een aantal OCB (per 30-07-2008) (www.Senternovem.nl) en de wijziging in de Staatscourant 67 van 7 april 2009 en met wijzingen zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrond- en * interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld niet geanalyseerd # Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat a gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de achtergrondwaarde te zijn.

b gecorrigeerd gehalte is groter dan de achtergrondwaarde (of geen achtergrondwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012). + De interventiewaarde voor barium geldt alleen voor die situaties waarbij duidelijk sprake is van antropogene verontreiniging en geen sprake is van thermisch gereinigde grond en baggerspecie. ° Er staan twee interventie waardes beschreven voor kwik in grond in de circulaire bodemsanering (per 1 juli 2013); 4 mg/kg d.s. voor organisch kwik en 36 mg/kg d.s. voor anorganisch kwik. Het analyse resultaat is het gehalte aan kwik. Er kan daarin geen verder onderscheid worden gemaakt tussen de twee soorten. Voor deze toetsing wordt de eis van 36 mg/kg d.s. gehanteerd. or Origineel resultaat br Omgerekend resultaat bt)

De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. Voor de toetsing zijn de grond (as3000) monsters ingedeeld in de volgende bodemtypen: (als humus/lutum niet is gemeten geldt een default waarde van lutum = 25% en organische stof = 10%.) 3: lutum 2% humus 2.2% 4: lutum 3.4% humus 0.5%

Tabel: Toetsingswaarden voor grond (as3000) (I&M-toetsingskader). Het betreft gehalten in mg/kgds, tenzij anders aangegeven Toetsingswaarden1)

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

AW

0.60 15 40 0.15 50 1.5 35 140

1/2(AW+I)

6.8 102 115 18 290 96 68 430

I

920 13 190 190 36 530 190 100 720

RBK eis

20 0.20 3.0 5.0 0.050 10 1.5 4.0 20

POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN pak-totaal (10 van VROM) (0.7 factor) 1.5 21 40

0.35

POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) som PCB (7) (0.7 factor)(µg/kgds) 20

510

1000

4.9

MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40

2595

5000

35

1)

AW 1/2(AW+I) I RBK

190

achtergrondwaarde gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarde interventiewaarde Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-112012).

De achtergrond- en interventiewaarden zijn afhankelijk van de bodemsamenstelling. De genoemde toetsings waarden zijn van toepassing op het standaard bodem type 10% humus en 25% lutum.

Overzicht gemeten verontreinigingen in grond en grondwater Grond (AS3000) Humus:1.7, Lutum:2

Tussenwaarde overschrijding -

Interventiewaarde overschrijding -

Grond (AS3000) Humus:1.7, Lutum:3.6 Achtergrondwaarde overschrijding M02 B03 (20-50) B06 (0-50) B07 (20-70) B10 (25-50)

Tussenwaarde overschrijding -

Interventiewaarde overschrijding -

Grond (AS3000) Humus:2.2, Lutum:2

Achtergrondwaarde overschrijding -

Tussenwaarde overschrijding -

Interventiewaarde overschrijding -

Grond (AS3000) Humus:0.5, Lutum:3.4 Achtergrondwaarde overschrijding M04 B12 (100-150) B13 (50-100) B15 (50-100) B19 (50-100)

Tussenwaarde overschrijding -

Interventiewaarde overschrijding -

M01 B02 (20-70)

M03 B14 (0-50) B16 (0-50) B17 (0-50)

Achtergrondwaarde overschrijding totaal olie C10 - C40(70)

Bijlage 3.3: Toetsing analyseresultaten grondwater conform Wbb (inclusief normtabel)

Projectnaam Projectcode

BO Depot Diemerdreef Diemen M22B0190

Tabel: Analyseresultaten grondwater (as3000) monsters (gehalten in µg/l, tenzij anders aangegeven) Monstercode

B19-1-1 B19 (350-450)1

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink

140 <0.2 <2 <2 <0.05 <2 <2 <3 35

VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen o-xyleen p- en m-xyleen xylenen (0.7 factor) styreen naftaleen interventie factor vluchtige aromaten

<0.2 <0.2 <0.2 <0.1 <0.2 0.21 <0.2 <0.02

*

---

a

a

0.0002

GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan <0.2 1,2-dichloorethaan <0.2 a 1,1-dichlooretheen <0.1 cis-1,2-dichlooretheen <0.1 -trans-1,2-dichlooretheen <0.1 -som (cis,trans) 1,2a dichloorethenen (0.7 factor) 0.14 a dichloormethaan <0.2 1,1-dichloorpropaan <0.2 -1,2-dichloorpropaan <0.2 -1,3-dichloorpropaan <0.2 -som dichloorpropanen (0.7 factor) 0.42 tetrachlooretheen 0.21 * a tetrachloormethaan <0.1 a 1,1,1-trichloorethaan <0.1 a 1,1,2-trichloorethaan <0.1 trichlooretheen <0.2 chloroform <0.2 a vinylchloride <0.2 tribroommethaan <0.2 MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40

<25 <25 <25 <25 <50

-----

Monstercode en monstertraject 1 13709204-001 B19-1-1 B19 (350-450) De resultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden zoals vermeld Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatcourant 27 juni 2013, Nr. 16675. De gehalten die de betreffende streefwaarden en interventiewaarden overschrijden zijn als volgt geclassificeerd: * het gehalte is groter dan de streefwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde het gehalte is groter dan het gemiddelde van de streef- en interventiewaarde en kleiner dan of gelijk aan de ** interventiewaarde *** het gehalte is groter dan de interventiewaarde -geen toetsingswaarde voor opgesteld

# a

b

niet geanalyseerd Verhoogde rapportagegrens, voor meer informatie zie analysecertificaat gecorrigeerd gehalte is groter dan of gelijk aan de streefwaarde (of geen streefwaarde voor opgesteld), maar wel kleiner dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012), dus mag verondersteld worden kleiner dan de streefwaarde te zijn. gehalte is groter dan de streefwaarde (of geen streefwaarde voor opgesteld), en groter dan de RBK rapportagegrens zoals beschreven in de Staatscourant nr. 22335 (02-11-2012).

Tabel: Toetsingswaarden voor grondwater (as3000) Toetsingswaarden1)

METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink VLUCHTIGE AROMATEN benzeen tolueen ethylbenzeen xylenen (0.7 factor) styreen naftaleen vluchtige aromaten

S

1/2(S+I)

1)

S 1/2(S+I) I RBK

RBK

50 0.40 20 15 0.050 15 5.0 15 65

338 3.2 60 45 0.18 45 152 45 432

625 6.0 100 75 0.30 75 300 75 800

20 0.20 2.0 2.0 0.050 2.0 2.0 3.0 10

0.20 7.0 4.0 0.20 6.0 0.01

15 504 77 35 153 35

30 1000 150 70 300 70 1

0.20 0.20 0.20 0.21 0.20 0.020

900 400 10 1000

0.20 0.20 0.10 0.20

20

0.14

80 40 10 300 130 500 400 5.0 630

0.42 0.10 0.10 0.10 0.10 0.20 0.20 0.20 0.20

600

50

GEHALOGENEERDE KOOLWATERSTOFFEN 1,1-dichloorethaan 7.0 454 1,2-dichloorethaan 7.0 204 1,1-dichlooretheen 0.01 5.0 dichloormethaan 0.01 500 som (cis,trans) 1,2dichloorethenen (0.7 factor) 0.01 10 som dichloorpropanen (0.7 factor) 0.80 40 tetrachlooretheen 0.01 20 tetrachloormethaan 0.01 5.0 1,1,1-trichloorethaan 0.01 150 1,1,2-trichloorethaan 0.01 65 trichlooretheen 24 262 chloroform 6.0 203 vinylchloride 0.01 2.5 tribroommethaan MINERALE OLIE totaal olie C10 - C40

I

50

325

streefwaarde gemiddelde van streef- en interventiewaarde interventiewaarde Tabel 1 (rapportagegrenzen), Staatscourant nr. 22335 (02-112012).

Overzicht gemeten verontreinigingen in grond en grondwater Grondwater (AS3000) Streefwaarde overschrijding Tussenwaarde overschrijdingInterventiewaarde overschrijding B19-1-1 B19 (350-450)barium(140)tetrachlooretheen(0.21)-

Bijlage 3.4: Indicatieve toetsing analyseresultaten grond aan het Bbk (inclusief normtabel)

Toetsing analyseresultaten grond- en waterbodemmonsters Regeling Bodemkwaliteit, 20 december 2007, DJZ2007124397, Integrale versie geldend per 1-1-2015. NB: voor de toepassing van Tarragrond gelden afwijkende regels, zie paragraaf 4.14 Regeling Bodemkwaliteit, Staatscourant 33763, 27-11-2014.

Interventiewaarden grond: Circulaire Bodemsanering 2013, Staatscourant 16675, 27-6-2013. (Alle gehaltes in mg/kg ds. Voor toelichting op gehanteerde grenswaarden, zie het normenblad). PFAS: Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, 13-12-2021.

SGS rapport nr. Project: Monster:

13706126

Datum toetsing:

29-7-2022

Versie: SGS20220601

BO Depot Diemerdreef Diemen M01 B02 (20-70)

Gebruikte bodemkenmerken voor toetsing: - org. stofgehalte: 1,7 % @ - lutumgehalte parameter

Metalen Barium [Ba] Cadmium [Cd] Kobalt [Co] Koper [Cu] Kwik [Hg] Lood [Pb] Molybdeen [Mo] Nikkel [Ni] Zink [Zn]

eenheid

&)

Waterbodem

Grond

<2 % @ gemeten gehalte

gecorr. gehalte naar st. bodem

Klasse

Ontvangend (T2)

Toepassen op land (T1)

Toepassen onder water (T4)

RBK, tabel 1

RBK, tabel 1

RBK, tabel 2

> 2AW of >wonen?

> wonen Vgl. tabel + AW? 1 6)

Klasse

> 2AW of >wonen?

Vgl. tabel 1 6)

Klasse

> 2AW of >wonen?

Vgl. tabel 1 6)

Toepassen onder water, of ontvangend (T3) RBK, tabel 2 Klasse

> 2AW of >wonen?

Vgl. tabel 1 6)

Toepassen op land (T1) RBK, tabel 1 Klasse

> 2AW of Vgl. tabel >wonen? 1 6)

Interventiewaarde / Tussenwaarde 4) Grond

Waterbodem

mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds mg/kg ds

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=c157fda3-808d-471c-92c9-82ea7df90f28