Bijlage 5.2 Quickscan flora en fauna flexwoningen Diemerdreef
Tekst van het document
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
concept
Juli 2024 P23-063 / W2452 Auteur: E. van der Keur Natuur-Wetenschappelijk Centrum esmeralda@nwcadvies.nl www.nwcadvies.nl
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
concept
Natuur-Wetenschappelijk Centrum, Noorderelsweg 4A, 3329 KH Dordrecht
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
Opdrachtgever:
Gemeente Diemen
Uitvoering:
Natuur-Wetenschappelijk Centrum
Veldwerk:
A. Balfoort, C. Huibers
Samenstelling:
Esmeralda van der Keur
Foto’s:
NWC
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen. [Samenst.: Salomons, T.] [Foto’s: NWC] Met lit. opg., Dordrecht: Strix/NWC.
Trefw.: Omgevingswet, Slobbegorsedijk, Heijningen
P23-080 / W2307
Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt of verveelvoudigd, door middel van; druk, fotokopie, microfilm of op enige andere wijze, zonder toestemming van de uitgever of de opdrachtgever.
Dordrecht, juli 2024
Inhoud
Samenvatting
1 Inleiding
7
2 Gebiedsbeschrijving
9
3 Wettelijk kader
11
4 Methode
17
5 Resultaten
19
6 Effecten, verplichtingen en aanbevelingen
21
Referenties Bijlagen: Bijlage 1: Beschermde soorten Omgevingswet Bijlage 2: Vleermuizen en ruimtelijke ingrepen Bijlage 3: Vogels en ruimtelijke ingrepen Bijlage 4: Medewerkers NWC Bijlage 5: Foto’s plangebied
Samenvatting
Onderstaande tabel geeft de conclusies uit voorliggend rapport weer. Voor de volledigheid en om een verkeerde interpretatie te voorkomen, dient ook hoofdstuk 6 (effecten, verplichtingen en aanbevelingen) gelezen te worden. Soortgroep
Effecten beschermde soorten
Verplichtingen
Vleermuizen
Geen
Zorgplicht
Vogels vaste verblijfplaats
Geen
Zorgplicht
Algemene broedvogels
Mogelijke verstoring of vernie- Zorgplicht; werken buiten broedseiling broedsels zoen (globaal van maart tot en met augustus)
Grondgebonden
Geen
zoogdieren
Zorgplicht
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
1.
Inleiding De plannen van de gemeente Diemen zijn om op het bouwdepot drie woonunits te plaatsen om Oekraïense vluchtelingen op te vangen. De te bouwen units bestaan elk uit drie verdiepingen. Verder zal de locatie ingericht worden met enkele parkeerplaatsen, een fietspad, een trottoir, groen en verkeerslichten (figuur 1). In het kader van de Omgevingswet dient bij dergelijke ruimtelijke ingrepen en bij wijzigingen van bestemmingsplannen onderzoek gedaan te worden naar de aanwezige beschermde natuurwaarden en dient een beoordeling gemaakt te worden van eventuele negatieve effecten van de plannen op deze waarden. De gemeente Diemen heeft het Natuur-Wetenschappelijk Centrum (NWC) gevraagd een uitbreidende quickscan flora en fauna op deze locatie uit te voeren en te adviseren omtrent de relevante natuurwetgeving.
7
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
Figuur 1: inrichting van het plangebied
8
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
2.
Gebiedsbeschrijving Gebiedsbeschrijving Het plangebied bevindt zich in Diemen-zuid (provincie Noord-Holland) (zie figuur 2). De locatie aan de Diemerdreef is momenteel een depot. Het ligt op een stuk grond wat omring wordt door een oprit naar de rondweg. Om het Depot staan enkele bomen, Populier spec Populus. Wilg spec. Salix, Zomereik Quercus robur. Tussen de bomen staat als struiklaag voornamelijk Meidoorn Crataegus.
Figuur 2: Ligging van het plangebied (rood omlijnd).
Beschermde gebieden Het plangebied ligt op 4,8 kilometer afstand van Natura 2000-gebied ‘Markermeer & IJmeer’ (figuur 3). Vanwege de voorgenomen kleinschalige plannen worden er geen significant nadelige effecten verwacht op de habitattypen en instandhoudingsdoelstellingen van dit Natura 2000-gebied als gevolg van verstoring door geluid, verstoring door licht en andere storingsfactoren. Het plangebied bevindt zich niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Hierdoor is een toetsing aan wet- en regelgeving niet nodig.
9
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
Figuur 3: Locatie (rood omlijnd) ten opzichte van natura 2000-gebied (groen omlijnd).
10
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
3.
Wettelijk kader In Nederland is de bescherming van belangrijke natuurwaarden vanaf 2024 wettelijk vastgelegd in de Omgevingswet (OW), voorheen Omgevingswet (WNB). Het gaat hierbij zowel om bescherming van soorten als bescherming van gebieden. Onderzoek in het kader van de Omgevingswet De provincies zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Omgevingswet en dus ook voor ontheffingsaanvragen. Om een ontheffingsaanvraag in behandeling te nemen, dient het onderzoek aan goedgekeurde voorwaarden (o.a. ten aanzien van methode, intensiteit, periode, tijd tussen onderzoeksmomenten) te voldoen. Slechts als het onderzoek volgens deze voorwaarden uitgevoerd is, kan volgens de wetgever een goed onderbouwde uitspraak gedaan worden over; - de aanwezigheid van beschermde soorten; - de functie van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor deze beschermde soorten; - het belang van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor aanwezige beschermde soorten; - de effecten van plannen op deze soorten; - de keuze voor te nemen (mitigerende- en/of compenserende) maatregelen. De voorwaarden waaraan onderzoek moet voldoen, staan beschreven in de kennisdocumenten die in opdracht van de wetgever door BIJ12 opgesteld zijn en de inventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus.
Onderzoeken die niet volgens deze voorwaarden uitgevoerd zijn, kunnen volgens het bevoegd gezag geen basis en onderbouwing vormen van ontheffingsaanvragen en aanvragen zullen om die reden afgewezen worden. Het NWC is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens bovengenoemde kennisdocumenten en inventarisatieprotocollen. Soortbescherming Voor dier- en plantensoorten zijn in de OW een aantal verbodsbepalingen opgenomen, waarvan vooral artikel 5.1 lid 2 belangrijk is. Uit de Bal (Besluit activiteiten leefomgeving) zijn de volgende artikelen belangrijk in het kader van flora- en faunaonderzoek bij onder andere ruimtelijke ontwikkelingen: 11.37 (Europese vogelrichtlijn), 11.46 (Europese habitatrichtlijn), 11.54 (overige soorten). Zie ook tekstvak 1. De verbodsbepalingen uit de artikelen gelden overal in Nederland, ongeacht het type of de omvang van de werkzaamheden of activiteiten die uitgevoerd worden. De bepalingen uit de OW kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen, zoals het aanleggen 11
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
van infrastructuur, het slopen en realiseren van bebouwing, het uitbreiden van industriegebieden en het kappen van bomen. Ook bij het opstellen of herzien van bestemmingsplannen zijn de bepalingen uit de OW van belang. In het kader van het zorgvuldigheidsbeginsel en het voorzorgsbeginsel (Algemene Wet Bestuursrecht) dient bij het opstellen en herzien van bestemmingsplannen en bij (ruimtelijke) activiteiten een toetsing aan de OW plaats te vinden. Deze toetsing moet de volgende onderdelen bevatten: - Een inventarisatie van het voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en binnen de invloedssfeer van de activiteit; - Een inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten als gevolg van de activiteit, op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of binnen de invloedssfeer van de activiteit aanwezig zijn; - Indien nodig een opname van maatregelen die de negatieve effecten op de beschermde soorten en hun leefgebieden mitigeren en/of compenseren. De OW kent drie categorieën van beschermde soorten die ook terug te vinden zijn in de artikelen met verbodsbepalingen: alle vogels uit de Europese Vogelrichtlijn (artikel 11.37 Bal), alle soorten die in de Europese Habitatrichtlijn vermeld worden (artikel 11.46 Bal) en “overige soorten” (artikel 11.54 Bal) die alleen op nationaal niveau beschermd worden.
Provincies mogen afwijken van de lijst met “overige soorten” door vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten. Hierdoor kan deze lijst per provincie verschillen. Een overzicht van alle beschermde soorten is te vinden in bijlage 1. Soorten Europese Vogelrichtlijn en -Habitatrichtlijn Wanneer één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 11.37 en/of artikel 11.46 uit de Bal overtreden worden door de voorgenomen activiteit, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing voor het overtreden van verbodsbepalingen wordt voor soorten uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn alleen verleend wanneer voldaan wordt aan elk van de volgende voorwaarden: - Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; - Zij is nodig: a) In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; of b) In het belang van een dwingende reden van groot openbaar belang; of c) In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang “dwingende reden van groot openbaar belang”.
Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen
12
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
goed te laten keuren. Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven. Bij de aanvraag van een ontheffing in het kader van de OW zijn een activiteitenplan en, in sommige gevallen, een compensatieplan noodzakelijk. Hierin staan de bevindingen uit de flora- en faunatoets vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd zullen worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten in en binnen de invloedssfeer van de activiteit zoveel mogelijk voorkomen, dan wel beperkt worden. Overige soorten Voor de soorten uit deze categorie geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 11.54 (Bal) mits een door het ministerie van LNV goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden voor het overtreden van één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 11.54 van de Bal. Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een ontheffing aangevraagd te worden. De ontheffing kan voor deze soorten echter op grond van meer belangen verleend worden dan het geval is voor de Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten.
Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de (algemene) zorgplicht uit afdeling 1.3 van de Omgevingswet. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Naast de algemene zorgplicht is er ook de specifieke zorgplicht, deze wordt beschreven in artikel 11.6 van de Bal. De specifieke zorgplicht doet een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van een initiatiefnemer. De wetgever verwacht dat hij zelf snapt wat hij in bepaalde gevallen moet doen of laten. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden en hun bijzondere natuurwaarden vindt onder de Omgevingswet plaats via (Europese) Natura 2000-gebieden. De Omgevingswet regelt de bescherming van specifieke natuurwaarden in gebieden die in het kader van de Europese Vogel- en -Habitatrichtlijn aangewezen en/of aangemeld zijn als speciale beschermingszone (Natura 2000-gebieden). Voor deze beschermde gebieden zijn aanwijzingsbesluiten
13
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
opgesteld waarin beschreven staat voor welke (natuurlijke) habitats en dier- en plantensoorten het gebied aangewezen is. Voor deze kwalificerende waarden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld. Projecten, plannen en andere handelingen die nadelige effecten hebben op één of meerdere instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, zijn vergunningplicht of moeten de goedkeuring, een “bestuurlijk oordeel”, van het bevoegd gezag hebben (in veel gevallen zijn dit Gedeputeerde Staten en in andere gevallen is dit de minister van Economische Zaken). Zij oordelen dan dat een vergunning niet nodig is. Of deze goedkeuring wordt gegeven, is afhankelijk van de uitkomst van de zogenaamde habitattoets. Uit de habitattoets kunnen drie mogelijkheden volgen: - Er is zeker geen nadelig effect. In dit geval is er geen vergunning nodig in het kader van de Omgevingswet; - Er is sprake van een nadelig effect in de vorm van verstoring, maar dit is niet significant en er is geen sprake van verslechtering van aangewezen habitats. Hieruit volgt dat een vergunningaanvraag niet aan de orde is. Wel is een bestuurlijk oordeel van het bevoegd gezag nodig; - Er is sprake van een mogelijk significant nadelig effect in de vorm van verstoring en/of er is sprake van verslechtering van aangewezen habitats. In dit geval dient een passende beoordeling opgesteld te worden en is een vergunning nodig.
Een ‘passende beoordeling’ is een rapport waarin (de zo exact mogelijke omvang van) de effecten, afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten, van een plan, project of handeling op een Natura 2000-gebied beschreven staan. Deze nadelige effecten worden in relatie tot de instandhoudingsdoelen bepaald. Indien uit de passende beoordeling volgt dat er significant nadelige gevolgen op zullen treden, moeten de plannen getoetst worden aan de zogenaamde ADC-criteria; 1. Zijn er Alternatieven? 2. Is er sprake van een Dwingende reden van groot openbaar belang? 3. Zijn er Compenserende maatregelen voorzien? Wanneer er een alternatief bestaat voor de voorgenomen plannen dat niet tot significant nadelige effecten op instandhoudingsdoelstellingen leidt, moet dit alternatief gekozen worden. De ecologische belangen hebben in dit geval voorrang op de economische belangen. Wanneer er geen alternatieven voorhanden zijn, er sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang en/of er voldoende compenserende maatregelen getroffen worden, kan vergunning voor de voorgenomen plannen verleend worden.
14
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit Natuurnetwerk. De bescherming van het Natuurnetwerk is opgenomen in de Verordening Ruimte van de desbetreffende provincie en valt hiermee buiten de Omgevingswet. Natuurwaarden van het NNN worden afgemeten aan doelsoorten. Het is belangrijk dat verlies van en winst aan belangrijke natuurwaarden hieraan worden afgemeten. Ruimtelijke ingrepen moeten vooraf worden getoetst op hun effect op het areaal, de samenhang en de kwaliteit van het NNN. Ingrepen die geen significant negatief effect op wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN hebben, kunnen in principe doorgang vinden. Als echter het tegenovergestelde geldt, hangt doorgang van de plannen onder meer af van het belang van de plannen en van de mogelijkheden voor mitigatie en compensatie. Hierbij geldt het 'Nee, tenzij-regime'. Per saldo dient de kwaliteit en/of kwantiteit van het NNN te verbeteren. Waar Natura 2000-gebieden met het NNN overlappen, blijft ook het NNNregime gelden.
15
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
Tekstvak 1: Verbodsbepalingen Omgevingswet
Afdeling 11.2 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) § 11.2.2, Artikel 11.37 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten vogelrichtlijn: schadelijke handelingen) Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het opzettelijk doden of opzettelijk vangen van van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de vogelrichtlijn; b. het opzettelijk vernielen of opzettelijk beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld onder a, of het opzettelijk wegnemen van nesten van die vogels; c. het rapen en onder zich hebben van eieren van vogels als bedoeld onder a; of d. het opzettelijk storen van vogels als bedoeld onder a. § 11.2.3, Artikel 11.46 (aanwijzing vergunningplichtige gevallen soorten habitatrichtlijn: schadelijke handelingen) Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk doden of opzettelijk vangen van in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onder a, bij de habitatrichtlijn, bijlage II bij het verdrag van Bern of bijlage I bij het verdrag van Bonn; b.
het opzettelijk verstoren van dieren als bedoeld onder a; c. c het in de natuur opzettelijk vernielen of rapen van eieren van dieren als bedoeld onder a; d. het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld onder a; en e. het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onder b, bij de habitatrichtlijn of bijlage I bij het verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied. § 11.2.4, Artikel 11.54 aanwijzing vergunningplichtige gevallen andere soorten: schadelijke handelingen) Het verbod, bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder g, van de wet, om zonder omgevingsvergunning een flora- en fauna-activiteit te verrichten, geldt voor: a. het opzettelijk doden of vangen van in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder a; b. het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren als bedoeld onder a; en c. het opzettelijk in hun natuurlijke verspreidingsgebied plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van vaatplanten van de soorten, genoemd in bijlage IX, onder b.
16
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
4.
Methode In het kader van de Omgevingswet is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Deze quickscan bestond uit een literatuuronderzoek en een veldbezoek. Voor het literatuuronderzoek is gebruikgemaakt van verspreidingsgegevens van soorten verzameld door de verschillende soortenorganisaties. Op basis van het literatuuronderzoek is o.a. bepaald voor welke soortgroepen de aanwezigheid en/of de geschiktheid van het plangebied onderzocht diende te worden. Tijdens de quickscan is rekening gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen, vogels met een vaste verblijfplaats en grondgebonden zoogdieren. Het plangebied vormt geen geschikt leefgebied voor beschermde dagvlinders omdat de bodem te voedselrijk is om als biotoop voor de waardplanten van deze vlindersoorten te kunnen dienen. Bovendien komen de meeste beschermde vlindersoorten op slechts een aantal locaties in Nederland voor (voornamelijk natuurgebieden). Om deze redenen is deze soortgroep buiten beschouwing van de quickscan gelaten. Aquatische fauna, beschermde flora en herpetofauna worden op basis van habitateisen, verspreidingsgegevens en/of kenmerken van het plangebied niet verwacht. Om deze reden kon de aanwezigheid van beschermde soorten uit deze soortgroepen eveneens op voorhand worden uitgesloten. Het veldbezoek is op 30 mei 2023 uitgevoerd door medewerkers van het NWC.
De temperatuur tijdens het veldbezoek bedroeg ongeveer 14 °C en het was bewolkt. De wind had een kracht van 3 Bft. Deze gegevens zijn door de medewerkers in het veld gemeten of ingeschat. Vleermuizen Alle vleermuissoorten worden beschermd door de Omgevingswet. Het plangebied is daarom beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen. Hierbij is beoordeeld in hoeverre de bomen en de bebouwing binnen het plangebied geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Er is onder andere gelet op de aanwezigheid en kenmerken van holtes in de bomen en spleten, kieren en een spouwgang in de bebouwing. Ook is gelet op sporen van vleermuizen, zoals keuteltjes, afgebeten insectenvleugels en aanwezigheid van meststrepen bij eventuele invliegopeningen. Daarnaast is er tijdens het veldbezoek beoordeeld of er in en in de directe omgeving van het plangebied potentieel belangrijke vliegroutes en/of foerageergebied aanwezig zijn, zoals bomenrijen, andere groene, lijnvormige landschapselementen en (kleinschalige) weilanden en andere half open gebieden. Hierbij is tevens gelet op het aanbod van geschikt foerageergebied in en in de omgeving van het plangebied.
17
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
Vogels met een vaste verblijfplaats Vogels met een vaste verblijfplaats worden jaarrond beschermd door de Omgevingswet. Dit geldt ook voor hun functionele leefomgeving (bijlage 3). Voorbeelden van deze soorten zijn de Buizerd (Buteo buteo), de Huismus (Passer domesticus) en de Gierzwaluw (Apus apus). Tijdens de quickscan is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vogels met een vaste verblijfplaats en is bepaald welke gevolgen de voorgenomen plannen voor deze vogels met zich meebrengen (zoals verstoring door geluid). Er is ondermeer gelet op sporen (braakballen, veren, uitwerpselen, etc), nesten (o.a. oude kraaiennesten) en waarnemingen van de betreffende vogelsoorten (geluid/zicht/ territoriumindicerend gedrag). Tevens is bekeken of het plangebied een significant onderdeel zou kunnen zijn van de functionele leefomgeving van een vogelsoort met een vaste verblijfplaats. Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek is er beoordeeld in hoeverre het plangebied geschikt leefgebied vormt voor strikt beschermde marterachtigen en andere beschermde grondgebonden zoogdieren. Hierbij is onder andere gelet op de aanwezigheid van sporen van deze soorten, holtes in de bomen en bebouwing, holen, burchten en de aanwezigheid van functionele leefomgeving voor deze soorten.
Reptielen en amfibieën Tijdens het veldbezoek zal worden beoordeeld in hoeverre het plangebied geschikt leefgebied vormt voor beschermde reptielen en amfibieën. Deze soorten komen volgens de verspreidingskaarten in de omgeving van het plangebied voor. Er wordt onder andere gelet op de aanwezigheid van geschikt voortplantingswater, een zandige, goed vergraafbare bodem, een pioniersvegetatie, een goed ontwikkelde onderwatervegetatie en/of schuilplaatsen in de vorm van stenen, stukken hout of holen.
18
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
5.
Resultaten Vleermuizen In het plangebied is geen bebouwing aanwezig, hierdoor is het plangebied niet geschikt voor gebouw bewonende soorten. In het plan gebied zijn wel bomen aanwezig deze zijn echter niet geschikt doordat ze geen geschikte holten of loszittende bast bevatten die geschikt zijn als verblijfplaats voor boom bewonende vleermuizen (bijlage 4 foto’s 1 & 2). De opgaande vegetatie kan als foerageergebied dienen maar dit zal geen essentieel foerageergebied betreffen. Het plangebied ligt vrij geïsoleerd en er zijn geen lijnvormige groenstructuren in de nabije omgeving van het plangebied die onderdeel van een essentiële vliegroute kunnen uitmaken. Vogels met een vaste verblijfplaats Nesten van vogels met een vaste verblijfplaats zijn jaarrond beschermd. Ook nesten van kraaiachtigen zijn jaarrond beschermd als ze in gebruik zijn door een vogelsoort met een vaste verblijfplaats zoals Buizerd (Buteo buteo) of Sperwer (Accipiter nisus). Binnen het plangebied zijn geen bomen met nesten, geschikte holtes of holen waargenomen voor vogels met een vaste verblijfplaats.
Algemene broedvogels Tijdens het veldbezoek zijn er meerdere soorten broedvogels aangetroffen in de begroeiing zoals, Pimpelmees Cyanistes caeruleus, Houtduif Columba palumbus, Merel Turdus merula, Tjiftjaf Phylloscopus collybita, Ekster Pica pica, Winterkoning Troglodytes troglodytes, Kauw Corvus monedula, staartmees Aegithalos caudatus, Zwartkop Sylvia atricapilla, Heggemus Prunella modularis, Koolmees Parus major en Roodborst Erithacus rubecula. Van de Merel zijn er een mannelijk en een vrouwelijk individu waargenomen, waarvan de man met voedsel in de snavel. Dit is nest indicerende gedrag voor de merel.
Grondgebonden zoogdieren Binnen het plangebied is geen bebouwing aanwezig . Verder zijn er in het plangebied geen geschikte holten en/of openingen voor (strikt) beschermde grondgebonden zoogdieren. Hierdoor zijn er geen geschikte verblijfmogelijkheden voor deze soorten. In het plangebied zijn wel schuilmogelijkheden aanwezig in de vorm van begroeiing (bijlage 4 foto 3). Door de ligging van het plangebied, tussen verschillende wegen in, zijn er waarschijnlijk geen grondgebonden zoogdieren aanwezig. Reptielen en amfibieën Binnen het plangebied zijn geen reptielen of amfibieën aangetroffen tijdens het veldbezoek. Binnen het plangebied is wel een zandvlakte aanwezig. Tijdens het veldbezoek was er geen water aanwezig (bijlage 4 foto’s 4 & 5).
19
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
20
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
6.
Effecten, verplichtingen en aanbevelingen Vleermuizen De aanwezigheid van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen kan met zekerheid uitgesloten worden. Daarnaast zullen vleermuizen het plangebied mogelijk wel gebruiken om te foerageren maar betreft het geen essentieel foerageergebied en/of vliegroute. Voor vleermuizen zijn er vanuit de Omgevingswet geen verdere verplichtingen dan de zorgplicht. Vogels met een vaste verblijfplaats Er zijn geen nesten van kraaiachtigen of verblijfplaatsen van vogels met een vaste verblijfplaats aangetroffen in het plangebied die mogelijk in gebruik zijn door soorten als de Buizerd of de Sperwer, waardoor er vanuit de Omgevingswet geen verdere verplichtingen dan de zorgplicht zijn voor vogels met een vaste verblijfplaats. Algemene broedvogels Algemene broedvogels zijn beschermd tijdens het broedseizoen wanneer deze een nest met eieren en/of jongen hebben. Het verwijderen van vegetatie dient buiten het broedseizoen (globaal van maart tot en met augustus) te worden uitgevoerd om verstoring van broedgevallen te voorkomen. Grondgebonden zoogdieren Doordat er geen geschikte verblijf- en schuilmogelijkheden in het plangebied aanwezig zijn kan geconcludeerd worden dat het plangebied geen essentiële functie bevat voor (strikt) beschermde grondgebonden zoogdieren. Er zijn vanuit de Omgevingswet geen verdere verplichtingen dan de zorgplicht.
Reptielen en amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen geschikte plaatsen gevonden voor reptielen en amfibieën. Ook de zandvlakte op het terrein is niet geschikt doordat het geïsoleerd ligt tussen de omliggende wegen. Door de isolatie van het gebied en de dichtstbijzijnde waarneming van een rugstreeppad op meer dan 2 kilometer is, worden er daarom door de bestemmingswisseling geen effecten op deze soortengroep verwacht.
Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Manieren om aan de zorgplicht te voldoen zijn bijvoorbeeld:
21
Quickscan flora en fauna t.b.v. huisvesting voor Oekraïense vluchtelingen aan de Diemerdreef in Diemen
− Er wordt gelegenheid gegeven aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Dit gebeurt door onder andere vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen) gefaseerd te verwijderen; − in verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uitgevoerd; − in verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk buiten het broedseizoen (15 maart - 15 juli) uitgevoerd; − in verband met verstoring van aanwezige dieren wordt er zo min mogelijk verlichting gebruikt, wordt er gebruik gemaakt van rode verlichting en zijn de lichtbronnen naar beneden gericht; − waar nodig kan er gebruik gemaakt worden van ecologische begeleiding tijdens de werkzaamheden voor bijvoorbeeld het herkennen van een beschermde plant, het aanwijzen van een exacte locatie van een nest, groei-, of rustplaats, het op juiste wijze plaatsen of verwijde ren van amfibieschermen, nestkasten, etc..
22
Referenties Database NWC Websites: www.pdok.nl www.natura2000.nl www.ravon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.zoogdiervereniging.nl www.zuidholland.nl
Bijlage 1: Beschermde soorten Omgevingswet In het kader van de Omgevingswet worden alle in Europa voorkomende en in het wild levende vogels beschermd en onderstaande soorten uit overige soortgroepen:
Amfibieën Alpenwatersalamander
Heikikker
Poelkikker
Bastaardkikker1
Kamsalamander
Rugstreeppad
Boomkikker
Kleine watersalamander1
Vinpootsalamander
Bruine kikker1
Knoflookpad
Vroedmeesterpad
Geelbuikvuurpad
Meerkikker1
Vuursalamander
Gewone pad1
Middelste groene kikker
Dagvlinders Aardbeivlinder
Grote parelmoervlinder
Sleedoornpage
Apollovlinder
Grote vos
Spiegeldikkopje
Bosparelmoervlinder
Grote weerschijnvlinder
Tijmblauwtje
Boszandoog
Iepenpage
Veenbesblauwtje
Bruin dikkopje
Kleine heivlinder
Veenbesparelmoervlinder
Bruine eikenpage
Kleine ijsvogelvlinder
Veenhooibeestje
Donker pimpernelblauwtje
Kommavlinder
Veldparelmoervlinder
Duinparelmoervlinder
Moerasparelmoervlinder
Zilveren maan
Gentiaanblauwtje
Pimpernelblauwtje
Zilverstreephooibeestje
Aardmuis1
Gewone zeehond
Ree1
Bever
Grote bosmuis
Rosse woelmuis1
Boommarter
Grijze zeehond
Steenmarter9
Bosmuis1
Haas6
Tweekleurige bosspitsmuis4
Bunzing8
Hamster
Veldmuis1
Damhert
Hazelmuis
Veldspitsmuis
Das
Hermelijn8
Vos1
Dwergmuis1
Huisspitsmuis1
Waterspitsmuis
Dwergspitsmuis1
Konijn12
Wezel7
Edelhert
Lynx
Wilde kat
Eekhoorn
Molmuis10
Wild zwijn11
Egel3
Noordse woelmuis
Woelrat2
Eikelmuis
Ondergrondse woelmuis5
Wolf
Gewone bosspitsmuis1
Otter
Grondgebonden zoogdieren
Haften Oeveraas
Kevers Brede geelrandwaterroofkever
Juchtleerkever
Gestreepte waterroofkever
Vermiljoenkever
Heldenbok
Vliegend hert
Kreeftachtigen Europese rivierkreeft
Libellen Beekrombout
Gevlekte Witsnuitlibel
Noordse winterjuffer
Bosbeekjuffer
Gewone Bronlibel
Oostelijke witsnuitlibel
Bronslibel
Groene glazenmaker
Rivierrombout
Donkere waterjuffer
Hoogveenglanslibel
Sierlijke witsnuitlibel
Gaffellibel
Kempense heidelibel
Speerwaterjuffer
Gevlekte glanslibel
Mercuurwaterjuffer
Nachtvlinders Teunisbloempijlstaart
Reptielen Adder
Kemp’s zeeschildpad
Ringslang
Dikkopschildpad
Lederschildpad
Soepschildpad
Gladde slang
Levendbarende hagedis
Zandhagedis
Hazelworm
Muurhagedis
Sporenplanten Varens
Bladmossen
Kleine vlotvaren
Geel schorpioenmos
Blaasvaren
Tonghaarmuts
Groensteel Schubvaren
Vissen Beekdonderpad
Europese steur
Kwabaal
Beekprik
Gestippelde alver
Noordzeehouting
Elrits
Grote modderkruiper
Vaatplanten Akkerboterbloem
Groenknolorchis
Pijlscheefkelk
Akkerdoornzaad
Groot spiegelklokje
Roggelelie
Akkerogentroost
Grote bosaardbei
Rood peperboompje
Beklierde ogentroost
Grote leeuwenklauw
Rozenkransje
Berggamander
Honingorchis
Ruw parelzaad
Bergnachtorchis
Kalkboterbloem
Scherpkruid
Blauw guichelheil
Kalketrip
Schubzegge
Bokkenorchis
Kartuizer anjer
Smalle raai
Bosboterbloem
Karwijselie
Spits Havikskruid
Bosdravik
Kleine ereprijs
Steenbraam
Brave hendrik
Kleine schorseneer
Stijve wolfsmelk
Brede wolfsmelk
Kleine wolfsmelk
Stofzaad
Breed wollegras
Kluwenklokje
Tengere distel
Bruinrode wespenorchis
Knollathyrus
Tengere veldmuur
Dennenorchis
Knolspirea
Trosgamander
Dreps
Korensla
Veenbloembies
Drijvende waterweegbree
Kranskarwij
Vliegenorchis
Echte gamander
Kruipend moerasscherm
Vroege ereprijs
Franjegentiaan
Kruiptijm
Wilde averuit
Geelgroene wespenorchis
Lange zonnedauw
Wilde ridderspoor
Geplooide vrouwenmantel
Liggende ereprijs
Wilde weit
Getande veldsla
Liggende raket
Wolfskers
Gevlekt zonneroosje
Moerasgamander
Zandwolfsmelk
Glad biggenkruid
Muurbloem
Zinkviooltje
Gladde zegge
Naakte lathyrus
Zomerschroeforchis
Groene nachtorchis
Naaldenkervel
Zweedse kornoelje
Baardvleermuis
Grote hoefijzerneus
Mopsvleermuis
Bechsteins vleermuis
Grote rosse vleermuis
Noordse vleermuis
Bosvleermuis
Ingekorven vleermuis
Rosse vleermuis
Brandts vleermuis
Kleine dwergvleermuis
Ruige dwergvleermuis
Franjestaart
Kleine hoefijzerneus
Tweekleurige vleermuis
Gewone dwergvleermuis
Laatvlieger
Vale vleermuis
Gewone grootoorvleermuis
Meervleermuis
Watervleermuis
Vleermuizen
Grijze grootoorvleermuis
Weekdieren Bataafse stroommossel
Platte schijfhoren
Zeezoogdieren Bruinvis
Gewone vinvis
Spitsdolfijn van gray
Bultrug
Griend
Tuimelaar
Butskop
Grijze dolfijn
Walrus
Dwergpotvis
Kleine zwaardwalvis
Witflankdolfijn
Dwergvinvis
Narwal
Witsnuitdolfijn
Gestreepte dolfijn
Noordse vinvis
Witte dolfijn
Gewone dolfijn
Orka
Gewone spitsdolfijn
Potvis
1 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies. 2
Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Gelderland.
3
Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Overijssel.
4 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Zuid-Holland. 5 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Friesland, Overijssel en Zuid-Holland. 6 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Groningen, Utrecht (tot 1 september
2024) en Zeeland 7 Voor deze soort geldt een vrijstelling in Groningen, Limburg, Utrecht (tot 1 september 2024) en Zuid-
Holland. 8 Voor deze soort geldt een vrijstelling in Limburg, Utrecht (tot 1 september 2024) en Zuid-Holland 9 Voor deze soort geldt enkel in Friesland een vrijstelling. 10 Voor deze soort geldt enkel in Limburg een vrijstelling. 11 Voor deze soort geldt enkel in Noord-Brabant een vrijstelling. 12 Voor deze soort geldt geen vrijstelling in Utrecht (tot 1 september 2024) en Zeeland.
In de provincie Limburg geldt overigens voor de soorten Hazelworm, Levendbarende hagedis, Eekhoorn en Steenmarter een seizoensgebonden vrijstelling.
Bijlage 2: Vleermuizen en ruimtelijke ingrepen
Vleermuizen en hun leefgebied worden beschermd door de Omgevingswet. In deze wet is bepaald dat in het geval van een ruimtelijke ingreep ruim van tevoren bekeken moet worden of de ingreep nadelige invloed kan hebben op vleermuizen en hoe hiermee omgegaan moet worden. Verblijfplaatsen Vleermuizen maken het hele jaar door gebruik van verschillende verblijfplaatsen (o.a. in bomen en gebouwen). Vleermuisverblijfplaatsen zijn op te delen in verschillende typen: winterverblijfplaats (waar overwinterd wordt), dagkwartieren (waar de mannetjes in de kraamkolonieperiode overdag zitten, alleen of in kleine groepjes), kraamkolonies (vrouwtjes en hun jongen, vaak in grote groepen), paar-verblijven (waar gepaard wordt, vaak in het najaar, soms gelijk aan de winterverblijfplaats) en tussenkwartieren (gebruikt in de periode tussen overwinteren en de zomerperiode in). Per type verblijfplaats gebruiken vleermuizen vaak meerdere verblijven waar tussen gewisseld wordt, bijvoorbeeld wanneer elders het klimaat geschikter is of om aan parasieten te ontkomen. Vleermuizen zijn wel zeer honkvast wat betreft de typen verblijven die ze gebruiken. Dit betekent dat hun verblijven belangrijk zijn voor instandhouding van de populatie en dat deze daarom beschermd worden door de wet. Sinds mei 2009 is het Vleermuisprotocol vastgesteld.
Dit is opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging VZZ in overleg met de Dienst Landelijk Gebied (DLG) en de Gegevensautoriteit Natuur (GaN). Het protocol dient als leidraad voor het bepalen hoe en hoe vaak geïnventariseerd moet worden om te voldoen aan de wetgeving. Voor het bepalen of een gebouw of een potentieel geschikte boom van belang is als vleermuisverblijfplaats, is over het algemeen een langlopend onderzoek nodig (van april/mei t/m september/oktober) en zijn 4 tot 7 bezoeken nodig. Om onnodige vertraging te voorkomen, wordt daarom aangeraden om in de planning van de voorgenomen plannen rekening te houden met deze onderzoeksperiode. Maatregelen ten behoeve van vleermuizen zijn nodig: •
indien sprake is van een verblijfplaats die van significant belang is of zou kunnen zijn en/of;
•
indien vleermuizen aangetroffen zijn.
Er is sprake van een significant belangrijke verblijfplaats (ook wel vaste verblijfplaats genoemd, een verblijfplaats die van belang is voor een populatie) als: • er sprake is van een kraamkolonie; • er sprake is van een belangrijke overwinteringsplaats of paarplaats; • er geen alternatieve verblijfplaatsen in de directe omgeving beschikbaar zijn; • de gunstige staat van instandhouding van de (populatie van) de soort in het geding is bij het verdwijnen van de verblijfplaats. De te nemen maatregelen moeten er voor zorgen dat verbodsbepalingen uit de Omgevingswet niet overtreden worden. Dit betekent dat er geen dieren gedood, verwond of actief verstoord mogen worden en dat in geval van significant belangrijke verblijfplaatsen deze behouden moeten blijven of anders tijdig op een goede manier vervangen dienen te worden. De functie die het leefgebied voor de betreffende populatie vervult, moet onverminderd blijven bestaan. Om te voorkomen dat dieren gedood, verwond of actief verstoord worden, kunnen de volgende mitigerende maatregelen nodig zijn:
• niet slopen in de winterslaapperiode (in deze periode kan zelden met zekerheid worden vastgesteld dat vleermuizen afwezig zijn in een potentieel geschikt en onoverzichtelijk object, omdat ze dan ook ’s nachts passief zijn. Dat maakt ze in deze periode overigens extra kwetsbaar); • vlak voor de sloop onderzoeken of er individuen aanwezig zijn in het te slopen object. Zijn deze wel aanwezig dan geldt dat gewacht moet worden tot het dier of de dieren weg zijn. Om zeker te weten of de mitigerende maatregelen voldoende zijn kan een ontheffing aangevraagd worden bij de provincie waarin de ingreep plaatsvindt. Een afwijzingsbrief, die stelt dat geen ontheffing nodig is, ‘omdat als de voorgestelde maatregelen genomen worden er immers geen verboden over-treden worden’ geldt als goedkeuring van de voorgestelde maatregelen. Zijn de maatregelen niet voldoende, dan moeten deze aangepast worden. Als dat niet mogelijk is of wanneer compenserende maatregelen nodig zijn (bijvoorbeeld aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen), is een ontheffing nodig. Deze wordt alleen verstrekt in geval van projecten waarbij sprake is van een groot openbaar belang. Jachtgebied en vliegroutes Naast verblijfplaatsen bestaat het leefgebied van vleermuizen ook uit foerageergebied en vliegroutes (vaak bomenrijen of waterlopen). Deze zijn ook beschermd als zij van significant belang zijn.
Zij gelden als significant belangrijk indien bij aantasting de functionaliteit van de verblijfplaats(en) in het geding komt. Is dat het geval, dan zijn maatregelen nodig die dit voorkomen, anders is een ontheffing nodig. Ook hier geldt dat deze alleen verstrekt wordt in geval van projecten waarbij sprake is van een groot openbaar belang.
Bijlage 3: Vogels en ruimtelijke ingrepen
Als mitigerende maatregelen genomen kunnen worden om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen, hoeft geen ontheffing van de Wet natuurbescherming aangevraagd te worden. Om zeker te weten of de mitigerende maatregelen voldoende zijn en er inderdaad geen ontheffing nodig is, kan een ontheffing aangevraagd worden om de maatregelen (goed) te laten keuren. Indien goedgekeurd, wordt door de provincie een “positieve afwijzing” afgegeven. Als geen maatregelen genomen kunnen worden om de functionaliteit van de voortplantings- en/of rust- en verblijfplaats te garanderen of wanneer compenserende maatregelen nodig zijn (bijvoorbeeld het aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen), dient een ontheffing aangevraagd te worden op grond van een wettelijk belang uit de Vogelrichtlijn. De aanvraag wordt beoordeeld op de volgende punten: •
Is er een wettelijk belang?
•
Is er een andere bevredigende oplossing?
•
Komt de gunstige staat van instandhouding in gevaar?
“Ruimtelijke inrichting en ontwikkeling” of een “dwingende reden van groot openbaar belang” gelden echter niet als een wettelijk belang. Dit betekent dat de provincie in het kader van ruimtelijke ingrepen alleen een positieve afwijzing af kan geven. Bescherming van vogelnesten Artikel 3.1 lid 2 uit de Wet natuurbescherming luidt: “Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen”. Voorafgaand en tijdens de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met eventueel aanwezige vogelnesten. Er is sprake van een nest wanneer er nestindicatief gedrag is waargenomen en/of er een broedsel aanwezig is. Het vernielen of beschadigen van een nest is verboden. Dit geldt voor alle vogelsoorten. De meeste vogels maken echter elk broedseizoen een nieuw nest of zijn goed in staat om een nieuw nest te maken. Deze vogelnesten voor eenmalig gebruik vallen alleen onder de bescherming van de Wnb wanneer het in gebruik is (tijdens het broedseizoen). Wanneer een dergelijk nest niet in gebruik is, is geen ontheffing nodig voor het vernielen of beschadigen ervan. Verstoring van vogels is ook verboden, maar er bestaat een uitzondering voor verstoring die niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 5 Wnb).
Dit betekent dat verstoring tijdens het broedseizoen toegestaan is, mits de staat van instandhouding van de betreffende vogelsoort gewaarborgd blijft. Een (beperkt) aantal soorten bewoont het nest permanent of keert elk jaar terug naar hetzelfde nest. Verblijfplaatsen van deze vogelsoorten zijn niet alleen beschermd wanneer ze in gebruik zijn, maar het hele jaar: 1. Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats (voorbeeld: Steenuil). 2. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: Roek, Gierzwaluw en Huismus).
3. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar (voorbeeld: Ooievaar, Kerkuil en Slechtvalk). 4. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen (voorbeeld: Boomvalk, Buizerd en Ransuil). Tot slot is er nog een categorie 5: Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Voor deze soorten is extra onderzoek nodig, ook al zijn hun nesten niet jaarrond beschermd; deze soorten zijn namelijk wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Hieronder de lijst met jaarrond beschermde vogelnesten:
Nesten van de volgende soorten zijn jaarrond beschermd indien ze nog in functie zijn: Boomvalk
Falco subbuteo
Buizerd Gierzwaluw
Buteo buteo Apus apus
Grote gele kwikstaart Havik
Motacilla cinerea Accipiter gentilis
Huismus
Passer domesticus
Kerkuil Oehoe
Tyto alba Bubo bubo
Ooievaar Ransuil
Ciconia ciconia Asio otus
Roek Slechtvalk
Corvus frugilegus Falco peregrinus
Sperwer
Accipiter nisus
Steenuil Wespendief
Athene noctua Pernis apivorus
Zwarte wouw
Milvus migrans
Nesten van de volgende soorten zijn niet jaarrond beschermd (categorie 5), maar hiervan is inventarisatie wel gewenst: Blauwe reiger Boerenzwaluw
Ardea cinerea Hirundo rustica
Bonte vliegenvanger
Ficedula hypoleuca
Boomklever Boomkruiper
Sitta europaea Certhia brachydactyla
Bosuil Brilduiker
Strix aluco Bucephala clangula
Draaihals Eider
Jynx torquilla Somateria mollissima
Ekster
Pica pica
Gekraagde roodstaart Glanskop
Phoenicurus phoenicurus Parus palustris
Grauwe vliegenvanger Groene specht
Muscicapa striata Picus viridis
Grote bonte specht Hop
Dendrocopos major Upupa epops
Huiszwaluw
Delichon urbica
IJsvogel Kleine bonte specht
Alcedo atthis Dendrocopos minor
Kleine vliegenvanger Koolmees
Ficedula parva Parus major
Kortsnavelboomkruiper Oeverzwaluw
Certhia familiaris macrodactyla Riparia riparia
Pimpelmees
Parus caeruleus
Raaf Ruigpootuil
Corvus corax Aegolius funereus
Spreeuw Tapuit
Sturnus vulgaris Oenanthe oenanthe
Torenvalk Zeearend
Falco tinnunculus Haliaeëtus albicilla
Zwarte kraai
Corvus corone
Zwarte mees Zwarte roodstaart
Parus ater Phoenicurus ochruros
Zwarte specht
Dryocopus martius
Bijlage 4: Medewerkers NWC en hun kwalificaties Rob Haan Werkzaam bij het NWC sinds 1986 Specialisatie: Zoogdieren, vogels, herpetofauna, dagvlinders, vleermuizen. Ing. Alexandra Haan Werkzaam bij het NWC sinds 1997 Specialisatie: Omgevingswet, zoogdieren, vogels, amfibieën, libellen, vleermuizen, ongewervelden. Drs. Hans Bruning Werkzaam bij het NWC sinds 2001 Specialisatie: Flora, schimmels, mossen, slakken, zoogdieren. Esmeralda van de Keur Werkzaam bij het NWC sinds 2021 Specialisatie: Vleermuizen, libellen, sprinkhanen, amfibieën, schimmels, waterslakken. Marijn van Drongelen Bsc Werkzaam bij het NWC sinds 2012 Specialisatie: Flora, vogels, vlinders, gis. Floor Konings Bsc Werkzaam bij het NWC sinds 2023 Specialisatie: Flora, zoogdieren, gis. Ir. Rayan Majoor Werkzaam bij het NWC sinds 2023 Specialisatie: Flora, insecten, ongewervelden, invasieve exoten, agrarische systemen. Roos Konings Werkzaam bij het NWC sinds 2023 Specialisatie: Flora, schimmels, mossen. Joost de la Mar Bsc Werkzaam bij het NWC sinds 2023 Specialisatie: Herpetofauna, vissen, aquatische flora en fauna.
Bijlage 5: Foto’s plangebied.
Foto 1. Bomen plangebied
Foto 2. Grotere boom binnen het plangebied
Foto 3. Begroeiing binnen het plangebied.
Foto 4. Zandvlakte binnen het plangebied.
Foto 5. Zandvlakte binnen het plangebied.