Bijlage 4C Regels bestemmingsplan Centrum 2021 inclusief bijlagen.pdf
Tekst van het document
20.4 Specifieke gebruiksregels Detailhandel en horeca zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van een kiosk.
Centrum 2021
33
20.5 Geldigheidsduur voorlopige bestemming De termijn waarvoor de voorlopige bestemming geldt, bedraagt 5 jaar, gerekend vanaf de dag van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Definitieve bestemming 20.6 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Voorlopig 1' aangewezen gronden zijn na het verstrijken van de geldigheidstermijn als bedoeld in lid 20.5 bestemd voor Groen zoals bedoeld in Artikel 9 van deze regels.
Centrum 2021
34
Artikel 21
Verkeer - Weg
21.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Weg' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met meerdere doorgaande rijstroken, alsmede parallelrijbanen, opstelstroken, in- en uitvoegstroken, op- en afritten; b. overige voorzieningen ten behoeve van het verkeer; met daarbij behorende: c. groenvoorzieningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. bruggen en viaducten f. nutsvoorzieningen; g. voorzieningen ter bevordering van de milieukwaliteit zoals: geluid- en luchtkwaliteitschermen. 21.2
Bouwregels
21.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan tot een bouwhoogte van: 1. maximaal 15 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Centrum 2021
35
Artikel 22
Water
22.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; b. scheepvaartverkeer en watersport; met daaraan ondergeschikt: c. blusvoorzieningen; met daarbij behorende: d. groenvoorzieningen; e. bruggen en duikers; f. steigers en oevers; g. afmeervoorzieningen. 22.2
Bouwregels
22.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. bouwwerken geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan tot een bouwhoogte van 5 meter ten opzichte van het ter plaatse geldende peil.
Centrum 2021
36
Artikel 23
Wonen - 1
23.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, b. woningdelen, met een maximum van 2 personen per woning; c. hospitaverhuur; d. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn gestapelde woningen toegestaan; e. ter plaatse van de aanduiding 'garage' uitsluitend voor garageboxen; f. ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten' op de begane grond uitsluitend voor garages en bergingen; g. ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' tevens voor een parkeergarage; h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - berging' uitsluitend voor een berging; i. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' tevens voor een onderdoorgang; j. ter plaatse van de aanduiding 'studentenwoningen' voor studentenwoningen; met daaraan ondergeschikt: k. aan huis gebonden beroep of bedrijf; met daarbij behorende: l. erven en tuinen; m. kleinschalige windturbines; n. toegangswegen- en paden; o. parkeervoorzieningen op eigen terrein, waarbij geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - parkeernorm -1' tenminste 1 parkeerplaats per woning op eigen terrein' moet worden gerealiseerd dan wel in stand worden gehouden. 23.2 Bouwregels Op de gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 23.2.1 Hoofdgebouwen a. Hoofdgebouwen worden uitsluitend gebouwd in het bouwvlak; b.
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' worden woningen in gestapelde vorm gebouwd; c. de bouwhoogte mag maximaal bedragen wat ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven; d. de goothoogte mag maximaal bedragen wat ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven; e. de goot- en bouwhoogte mag maximaal bedragen wat ter plaatse van de aanduiding "maximale goot- en bouwhoogte" op de verbeelding is aangegeven; f. de bouwhoogte van ter plaatse van de aanuiding 'parkeergarage' mag niet meer bedragen dan 4 meter. 23.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen a. Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zijn toegestaan op het erf; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - tuin' is bebouwing niet toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding- veranda/overkapping' is uitsluitend de bestaande overkapping met veranda toegestaan; d. het gezamenlijk grondoppervlak van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 50% van het erf, tot een maximale oppervlakte van 50 m2, waarbij geldt dat zij- en achterpaden en de oppervlakte van de bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'garage' niet tot het erf worden gerekend; e.
de diepte van een aan- en uitbouw gemeten vanuit de achter- en/of zijgevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 3 m; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - aanbouw' bedraagt de diepte van een aanbouw gemeten vanuit de achter- en/of zijgevel van het hoofdgebouw ten hoogste 4,2 m; g. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw waaraan wordt aangebouwd vermeerderd met 0,25 m; h. balkonhekken (minimaal 70% open constructie) op aan- en uitbouwen en ter plaatse van de
Centrum 2021
37
aanduiding “specifieke bouwaanduiding- veranda/overkapping”, zijn toegestaan met een hoogte van ten hoogste 1 m; i. de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m; j. het gezamenlijk oppervlak van kelders mag ten hoogste 50% van het erf bedragen; k. de verticale bouwdiepte van kelders mag niet meer dan 5,0 meter bedragen; l. ter plaatse van de aanduiding 'garage': 1. bedraagt de bouwhoogte ten hoogste 3 m; 2. mag het bebouwingspercentage 100% bedragen. m. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - bed & breakfast': a. bedraagt de goothoogte ten hoogste 2,5 m; b. bedraagt de bouwhoogte ten hoogste 4,2 m; c. bedraagt de bruto vloeroppervlakte ten hoogste 67 m2. 23.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - tuin' mag de erfafscheiding aan de achterzijde van de woning niet meer bedragen dan 2 m; b. in afwijking van het bepaalde onder a mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - tuin 1' de erfafscheiding grenzend aan de openbare weg en aan openbaar groen niet meer bedragen dan 1 m; c. voor de voorgevelrooilijn zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan tot een bouwhoogte van maximaal 1 m; d. achter de voorgevelrooilijn zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan tot een bouwhoogte van: 1. maximaal 2 m voor erf- en terreinafscheidingen; 2.
maximaal 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 23.2.4 Kleinschalige windturbines Voor het bouwen van kleinschalige windturbines gelden de volgende regels: a. kleinschalige windturbines mogen uitsluitend op hoofdgebouwen worden gebouwd waarvoor geldt dat de bouwhoogte van hoofdgebouwen ten minste 16 m bedraagt; b. de maximale bouwhoogte van kleinschalige windturbines bedraagt ten hoogste 4,5 m, gemeten vanaf de voet van de windturbine; c. ten behoeve van de bouw van kleinschalige windturbines mag de in lid 23.2.1 bedoelde bouwhoogte worden overschreden. 23.3 Specifieke gebruiksregel a. het gebruik van aan- en uitbouwen en bijgebouwen als zelfstandige woning is niet toegestaan; b. voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf gelden de volgende regels: 1. de voor de beroeps- of bedrijfsuitoefening te gebruiken vloeroppervlakte bedraagt ten hoogst 30% van de oppervlakte van het hoofdgebouw tot ten hoogste 50 m²; 2. de activiteiten mogen geen afbreuk doen aan het karakter van de woning en de woonomgeving; 3. horeca is niet toegestaan, uitgezonderd een bed & breakfast voor maximaal 4 personen; 4. detailhandel is niet toegestaan, uitgezonderd detailhandel in schriftelijke opdracht, zonder levering ter plaatse en ondergeschikte, niet zelfstandige detailhandel; 5. er mag geen onevenredige milieu- of verkeershinder ontstaan; 6.
het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning waarbij ten hoogste 1 fte in dienstverband extra is toegestaan. c. ter plaatse van de maatvoering ‘minimum aantal parkeerplaatsen’ mag het aantal parkeerplaatsen niet minder bedragen dan is aangeduid.
Centrum 2021
38
Artikel 24
Wonen - 2
24.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, waarbij geldt dat gestapelde woningen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn toegestaan; b. woningdelen, met een maximum van 2 personen per woning; c. hospitaverhuur; met daaraan ondergeschikt: d. aan huis gebonden beroep of bedrijf; met daarbij behorende: e. erven en tuinen; f. toegangswegen- en paden; g. parkeervoorzieningen op eigen terrein. 24.2 Bouwregels Op de gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 24.2.1 Hoofdgebouwen a. Hoofdgebouwen worden uitsluitend gebouwd in het bouwvlak; b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' worden woningen in gestapelde vorm gebouwd; c. de bouwhoogte mag maximaal bedragen wat ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven; d. de goothoogte mag maximaal bedragen wat ter plaatse van de aanduiding 'maximale goothoogte (m)' op de verbeelding is aangegeven; e. de goot- en bouwhoogte mag maximaal bedragen wat ter plaatse van de aanduiding "maximale goot- en bouwhoogte" op de verbeelding is aangegeven; f. in afwijking van het bepaalde onder e is bij een hoofdgebouw met een schuin dak een dakopbouw toegestaan, waarbij geldt dat de maximale goothoogte mag worden overschreden met dien verstande dat: 1.
de dakopbouw aan de voorzijde is voorzien van het bestaande schuine gevelvlak, of het verlengde hiervan; 2. de oorspronkelijke nokhoogte met niet meer dan 1 m wordt overschreden; g. in afwijking van het bepaalde onder c is bij een hoofdgebouw met een plat dak een dakopbouw toegestaan, waarbij geldt dat de maximale goothoogte mag worden overschreden met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte met niet meer dan 3 m wordt overschreden; 2. de dakopbouw ten minste 1,5 m terugliggend is vanaf de voorgevel; h. indien binnen een bouwvlak zowel een schuin dak als een plat dak voorkomt dan is uitsluitend een dakopbouw toegestaan als bedoeld in sub f. 24.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen a. Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zijn toegestaan op het erf; b. het gezamenlijk grondoppervlak van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 50% bedragen van het erf, tot een maximale oppervlakte van 50 m 2, waarbij geldt dat zij- en achterpaden en de oppervlakte van de bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'garage' niet tot het erf worden gerekend; c. de diepte van een aan- en uitbouw gemeten vanuit de achter- en/of zijgevel van het hoofdgebouw mag niet meer dan 3 m bedragen; d.
de bouwhoogte van aan- en uitbouwen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw waaraan wordt aangebouwd vermeerderd met 0,25 m; e. de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen mag niet meer dan 3 m bedragen; f. balkonhekken (minimaal 70% open constructie) op aan- en uitbouwen zijn toegestaan met een hoogte van ten hoogste 1 m; g. het gezamenlijk oppervlak van kelders mag ten hoogste 50% van het erf bedragen;
Centrum 2021
39
h. de verticale bouwdiepte van kelders mag niet meer dan 5,0 meter bedragen; i. ter plaatse van de aanduiding 'garage': 1. bedraagt de bouwhoogte niet meer dan 3 m; 2. mag het bebouwingspercentage 100% bedragen. 24.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde a. Voor de voorgevelrooilijn zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan tot een bouwhoogte van maximaal 1 m; b. achter de voorgevelrooilijn zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan tot een bouwhoogte van: 1. maximaal 2 m voor erf- en terreinafscheidingen; 2. maximaal 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 24.3 Specifieke gebruiksregel a. het gebruik van aan- en uitbouwen en bijgebouwen als zelfstandige woning is niet toegestaan; b. voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf gelden de volgende regels: 1. de voor de beroeps- of bedrijfsuitoefening te gebruiken te bedraagt ten hoogst 30% van de oppervlakte van het hoofdgebouw tot ten hoogste 50 m²; 2. de activiteiten mogen geen afbreuk doen aan het karakter van de woning en de woonomgeving; 3. horeca is niet toegestaan, uitgezonderd een bed & breakfast voor maximaal 4 personen; 4. detailhandel is niet toegestaan, uitgezonderd detailhandel in schriftelijke opdracht, zonder levering ter plaatse en ondergeschikte, niet zelfstandige detailhandel; 5. er mag geen onevenredige milieu- of verkeershinder ontstaan; 6.
het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning waarbij ten hoogste 1 fte in dienstverband extra is toegestaan.
Centrum 2021
40
Artikel 25
Leiding - Gas
25.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Leiding - Gas' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van een ondergrondse aardgasleiding; met de daarbij behorende: 1. belemmeringsstroken; 2. voorzieningen; b. het bepaalde in artikel 38.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 25.2
Bouwregels
25.2.1 Toegelaten bebouwing Voor het bouwen ten behoeve van de in lid 25.1 bedoelde dubbelbestemming gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. 25.2.2 Voorwaarden bebouwing Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouw mag worden voor zover: a. de veiligheid met betrekking tot de gasleiding niet wordt geschaad en geen kwetsbare objecten worden toegelaten; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder. c. uit het verkregen positief schriftelijk advies van de leidingbeheerder is gebleken dat de veiligheid en leveringszekerheid van de leiding niet blijvend onevenredig worden geschaad. 25.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 25.3.1 Algemeen Het is verboden op of in gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van oppervlakte verharding; b. het wijzigen van maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; c. het verrichten van graafwerkzaamheden; d. het indrijven van voorwerpen in de grond; e. diepploegen; f. het aanleggen van kabels en leidingen, anders dan ten dienste van de in lid 25.1 omschreven bestemming; g.
het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen; h. het aanbrengen/rooien van diepwortelende beplanting en bomen. 25.3.2 Uitzondering Het in lid 25.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning.
Centrum 2021
41
25.3.3 Voorwaarden De in lid 25.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien: a. de veiligheid van de leiding of het functioneren van de leiding niet onevenredig worden geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder. c. uit het verkregen positief schriftelijk advies van de leidingbeheerder is gebleken dat de veiligheid en leveringszekerheid van de leiding niet blijvend onevenredig worden geschaad.
Centrum 2021
42
Artikel 26
Leiding - Hoogspanning
26.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Leiding- Hoogspanning' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van ondergrondse 150 kV hoogspanningsleidingen; met de daarbij behorende: 1. belemmeringsstroken; 2. voorzieningen. b. het bepaalde in artikel 38.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 26.2
Bouwregels
26.2.1 Toegelaten bebouwing Voor het bouwen ten behoeve van de in lid 26.1 bedoelde dubbelbestemming gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. 26.2.2 Voorwaarden bebouwing Voor het bouwen van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a. de veiligheid van de leiding of het functioneren van de leiding niet onevenredig worden geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder; c. uit het verkregen positief schriftelijk advies van de netbeheerder is gebleken dat de veiligheid en leveringszekerheid van de leiding niet blijvend onevenredig worden geschaad.
26.3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden
26.3.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van oppervlakte verharding; b. het wijzigen van maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; c. het verrichten van graafwerkzaamheden; d. het indrijven van voorwerpen in de grond; e. diepploegen; f. het aanleggen van kabels en leidingen, anders dan ten dienste van de in 26.1 omschreven bestemming; g. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen. h. het aanbrengen / rooien van diepwortelende beplanting en bomen; i. het aanleggen van zonneparken; j. het opslaan van goederen, (brandbare) stoffen en/of materialen. 26.3.2 Uitzondering Het in lid 26.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden welke: a. het normale onderhoud betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; c. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 26.3.3 Voorwaarden
Centrum 2021
43
De in lid 26.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts en alleen verleend indien: a. de veiligheid van de leiding of het functioneren van de leiding niet onevenredig worden geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder; c. uit het verkregen positief schriftelijk advies van de netbeheerder is gebleken dat de veiligheid en leveringszekerheid van de leiding niet blijvend onevenredig worden geschaad.
Centrum 2021
44
Artikel 27
Leiding - Water
27.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn,behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor een waterleiding; met de daarbij behorende: 1. belemmeringsstroken; 2. voorzieningen; b. het bepaalde in artikel 38.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 27.2 Bouwregels Bouwen ten behoeve van de andere voor deze gronden geldende bestemming(en), is uitsluitend toelaatbaar indien en voor zover: a. de veiligheid van de leiding of het functioneren van de leiding niet onevenredig worden geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder. c. uit het verkregen positief schriftelijk advies van de leidingbeheerder is gebleken dat de veiligheid en leveringszekerheid van de leiding niet blijvend onevenredig worden geschaad. 27.3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden
27.3.1 Algemeen a. Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanbrengen van oppervlakte verharding; 2. het wijzigen van maaiveldniveau door ontgronding of ophoging; 3. het verrichten van graafwerkzaamheden; 4. diepploegen; 5. het aanleggen van kabels en leidingen, anders dan ten dienste van de in lid 27.1 omschreven bestemming; 6. het aanleggen van watergangen of het vergraven, verruimen of dempen van reeds bestaande watergangen. 27.3.2 Uitzondering a. Het in lid 27.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; 3. reeds mogen worden uitgevoerd krachtens een verleende vergunning. 27.3.3 Voorwaarden De in lid 27.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts en alleen verleend indien: a. de veiligheid van de leiding of het functioneren van de leiding niet onevenredig worden geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de leidingbeheerder. c.
uit het verkregen positief schriftelijk advies van de leidingbeheerder is gebleken dat de veiligheid en leveringszekerheid van de leiding niet blijvend onevenredig worden geschaad.
Centrum 2021
45
Artikel 28
Waarde - Archeologie 2
28.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde - Archeologie 2' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden. b. Het bepaalde in artikel 38.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 28.2
Bouwregels
28.2.1 Algemeen Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a. de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een inventariserend veldonderzoek heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, tenzij: 1. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden of plaatsing van een bouwwerk niet dieper dan 0,5 meter onder peil, of 2. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden of plaatsing van een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 50 m², of 3. uit aanvullend bureauonderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is en er geen nader archeologisch onderzoek nodig is. 28.2.2 Omgevingsvergunning voor bouwen Indien uit een inventariserend veldonderzoek blijkt dat archeologische waarden vanwege voorgenomen bouwactiviteiten zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 28.3
Nadere eisen
28.3.1 Eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen, met betrekking tot de situering van bouwwerken, indien een inventariserend veldonderzoek daartoe aanleiding geeft. 28.3.2 Toepassing De bevoegdheid onder 28.3.1 wordt toegepast met het oog op de bescherming van archeologische waarden en deze in situ te behouden. 28.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 28.4.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte van meer dan 50 m², en een diepte van 0,5 meter of meer: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en grondbewerkingen, waartoe worden gerekend egaliseren, roeren, omwoelen van gronden, aanleggen en verbreden van water, het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem en het verlagen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; b. het aanbrengen van drainage; c. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen. 28.4.2 Uitzondering
Centrum 2021
46
Het in lid 28.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende vergunning. 28.4.3 Voorwaarden De in lid 28.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien: de archeologische belangen of de mogelijkheden van archeologisch onderzoek niet onevenredig worden aangetast.
Centrum 2021
47
Artikel 29
Waarde - Archeologie 3
29.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde - Archeologie 3' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden. b. Het bepaalde in artikel 38.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 29.2
Bouwregels
29.2.1 Algemeen Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a. de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een inventariserend veldonderzoek heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, tenzij: 1. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden of plaatsing van een bouwwerk niet dieper dan 0,5 meter onder peil, of 2. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden of plaatsing van een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 500 m², of 3. uit aanvullend bureauonderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is en er geen nader archeologisch onderzoek nodig is. 29.2.2 Omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit een inventariserend veldonderzoek blijkt dat archeologische waarden vanwege voorgenomen bouwactiviteiten zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
29.3
Nadere eisen
29.3.1 Eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen, met betrekking tot de situering van bouwwerken, indien een inventariserend veldonderzoek daartoe aanleiding geeft. 29.3.2 Toepassing De bevoegdheid onder 29.3.1 wordt toegepast met het oog op de bescherming van archeologische waarden en deze in situ te behouden. 29.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 29.4.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte van meer dan 500 m2, en een diepte van 0,5 meter of meer: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en grondbewerkingen, waartoe worden gerekend egaliseren, roeren, omwoelen van gronden, aanleggen en verbreden van water, het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem en het verlagen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; b. het aanbrengen van drainage; c. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen.
Centrum 2021
48
29.4.2 Uitzondering Het in lid 29.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende vergunning. 29.4.3 Voorwaarden De in lid 29.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien: de archeologische belangen of de mogelijkheden van archeologisch onderzoek niet onevenredig worden aangetast.
Centrum 2021
49
Artikel 30
Waarde - Cultuurhistorie
30.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde - Cultuurhistorie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de beeldbepalende wand; b. Het bepaalde in artikel 38.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 30.2 Bouwregels Op de in lid 30.1 bedoelde gronden mag worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels: a. bouwen op grond van de onderliggende bestemming is toegestaan mits: 1. de verandering en/of vergroting niet zichtbaar is vanaf het openbaar gebied; 2. de bestaande nokrichting gehandhaafd blijft. 30.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan in afwijking van het bepaalde in lid 30.2 een omgevingsvergunning verlenen voor bouwwerken overeenkomstig de bouwregels van de andere voorkomende bestemmingen, indien de cultuurhistorische waarden hierdoor niet onevenredig aangetast wordt of kan worden. Alvorens het bevoegd gezag omgevingsvergunning verleend dient cultuurhistorisch advies gevraagd te worden. 30.4 Wijzigingsbevoegdheid a. Het bevoegd gezag is bevoegd de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien op basis van onderzoek, dat blijkt dat: 1. ter plaatse geen cultuurhistorische waarden (meer) aanwezig zijn; 2.
het niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van cultuurhistorische waarden voorziet. b. Het bevoegd gezag is bevoegd de bestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' uit te breiden indien er op basis van onderzoek is gebleken dat het noodzakelijk is deze aanwezige cultuurhistorische waarden te beschermen.
Centrum 2021
50
Artikel 31
Waterstaat - Waterkering
31.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waterstaat - Waterkering' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor dijken en kader met een waterkerende functie en de hierbij behorende voorzieningen en inrichtingsaspecten. b. Het bepaalde in artikel 38.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 31.2
Bouwregels
31.2.1 Toegelaten bebouwing Voor het bouwen ten behoeve van de in lid 31.1 bedoelde dubbelbestemming gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. 31.2.2 Voorwaarden bebouwing Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a. het waterkerend vermogen niet onevenredig wordt geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de waterbeheerder. 31.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 31.3.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van kabels en leidingen, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren.
31.3.2 Uitzondering Het in lid 31.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het bestemmingsplan. 31.3.3 Voorwaarden De in lid 31.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts en alleen verleend indien: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de beheerder van de betreffende watergang en waterkering.
Centrum 2021
51
Hoofdstuk 3
Artikel 32
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Centrum 2021
52
Artikel 33
Algemene bouwregels
33.1 Ondergeschikte bouwdelen Daar waar functies uitsluitend op de verdiepingen zijn toegestaan, zijn ondergeschikte bouwdelen ten behoeve van deze functies, zoals entreeportalen en trappenhuizen, eveneens toegestaan op de begane grond. 33.2 Parkeernorm a. Bij het bouwen, zoals bedoeld in hoofdstuk 2, worden de kencijfers voor parkeren van CROW in acht genomen. b. Voor bestaande parkeerplaatsen dient ter plaatse van de aanduiding ‘minimum aantal parkeerplaatsen’ het aantal parkeerplaatsen minimaal het aantal te bedragen dat op de verbeelding staat aangegeven. 33.3 Afwijken van de parkeernorm Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaald in lid 33.2 indien de situatie ter plaatse of de aard van het bouwwerk hiertoe aanleiding geeft.
Centrum 2021
53
Artikel 34
Algemene gebruiksregels
34.1 Verboden gebruik Als een verboden gebruik wordt in ieder geval beschouwd een gebruik van gronden, bouwwerken en/of water: a. als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. voor het (doen) uitoefenen van straatprostitutie; c. voor het (doen) exploiteren van een seksinrichting, een escortbedrijf of (het laten uitoefenen van) raamprostitutie; d. als ligplaatsen voor woonschepen; e. voor speelautomatenhallen; f. het gebruik van volkstuinen voor overnachting; g. het gebruik van garageboxen en bergingen als opslag-, verkoop- en of kantoorruimte voor doeleinden van handel en bedrijf, tenzij in deze regels anders is aangegeven.
Centrum 2021
54
Artikel 35
Algemene aanduidingsregels
35.1 Specifieke bouwaanduiding - monument Ter plaatse van de aanduiding 'Specifieke bouwaanduiding - monument' zijn de gronden tevens bestemd voor behoud van cultuurhistorische waardevolle bebouwing waarbij primair de Erfgoedwet van toepassing is. 35.2 Veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation - 1 Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation - 1' zijn geen kwetsbare objecten toegestaan. 35.3 Veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation - 2 Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation - 2' zijn geen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan.
Centrum 2021
55
Artikel 36
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en er op grond van de regels in hoofdstuk 2 niet eerder kon worden afgeweken, bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan, voor: a. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 5 meter bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot; b. het oprichten van bouwwerken voor infrastructurele en openbare voorzieningen met dien verstande dat de bouwhoogte ten hoogste 6 meter en de oppervlakte van een gebouw ten hoogste 20 m² bedraagt; c. het overschrijden van de bouw- en goothoogten van gebouwen met ten hoogste 10%; d. het overschrijden van de bouwhoogten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde met ten hoogste 20%; e. het overschrijden van de verticale bouwdiepten voor ondergrondse bouwwerken met ten hoogste 5 meter; f.
het overschrijden van bouw- en/of bestemmingsgrenzen voor balkons, galerijen, luifels, entreepartijen, buitentrappen en soortgelijke onderdelen, van gebouwen met niet meer dan 3 meter; g. het oprichten van voorzieningen ter bevordering van de milieukwaliteit, zoals geluidsschermen en luchtkwaliteitschermen; h. het overschrijden van bouw- en/of bestemmingsgrenzen met maximaal 1,5 meter ten behoeve van een overbouwing, mits op een hoogte boven de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw; i. het plaatsen van een vrijstaande antenne-installatie onder de volgende aanvullende voorwaarden: 1. uit een onderbouwing van de aanvrager blijkt dat er geen redelijk alternatief voorhanden is, bijv. in de vorm van een vergunningsvrije installatie, dan wel in de vorm van sitesharing bij bestaande, reeds vergunde, installaties; 2. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 40 meter; 3. de beoogde locatie is gesitueerd in het gearceerde gebied zoals aangegeven op de kaart “Plaatsingsmogelijkheden van GSM en UMTS antenne-installaties” (vastgesteld d.d. 5 maart 2009) zoals opgenomen in Bijlage 3 “Kaart GSM en UMTS masten”; j. het plaatsen van een vrijstaande prikmast onder de volgende aanvullende voorwaarden: 1. uit een onderbouwing van de aanvrager blijkt dat er geen redelijk alternatief voorhanden is, bijv.
in de vorm van een vergunningsvrije installatie, dan wel in de vorm van sitesharing bij bestaande, reeds vergunde, installaties of het oprichten van een installatie met de mogelijkheid van sitesharing; 2. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 22 meter; 3. de beoogde locatie is gesitueerd binnen de onder lid i genoemde gebieden of langs de hoofdinfrastructuur, waaronder wordt verstaan: gelegen langs rijkswegen, spoorwegen, waterwegen met bijbehorende bermen en taluds alsmede de Hartveldseweg en Muiderstraatweg met bijbehorende bermen en taluds; 4. de beoogde locatie is niet gelegen binnen een straal van 100 meter van een andere, omgevingsvergunningplichtige antenne-installatie.
Centrum 2021
56
Artikel 37
Algemene wijzigingsregels
37.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Het bevoegd gezag kan de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen, ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter ten hoogste 5 meter bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. 37.2 Wijzigen Staat van bedrijfsactiviteiten Het bevoegd gezag kan de van deze planregels deel uitmakende Staat van bedrijfsactiviteiten wijzigen door het toevoegen en schrappen van soorten bedrijven en het veranderen van de categorie-indeling van soorten bedrijven, voor zover veranderingen in de bedrijfsvoering en de milieugevolgen van soorten bedrijven hiertoe aanleiding geven en daardoor geen aanwezige bedrijven in een hogere milieucategorie worden gebracht. 37.3 Wijzigen Staat van horeca-activiteiten Het bevoegd gezag kan de van deze planregels deel uitmakende Staat van horeca-activiteiten wijzigen door het veranderen van de categorie-indeling van horecabedrijven, voor zover veranderingen in de bedrijfsvoering en de milieugevolgen van soorten bedrijven hiertoe aanleiding geven en daardoor geen aanwezige bedrijven in een hogere categorie worden gebracht.
37.4 Waarde archeologie Het bevoegd gezag kan een of meer bestemmingsvlakken van de bestemmingen 'Waarde Archeologie 2' en 'Waarde - Archeologie 3' geheel of gedeeltelijk verwijderen, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat er plaatselijk geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.
Centrum 2021
57
Artikel 38
Overige regels
38.1 Verwijzing naar andere regelgeving Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar een wet, een algemene maatregel van bestuur, een verordening, een richtlijn of een andere (wettelijke) regeling, dan geldt deze wet, algemene maatregel van bestuur, verordening, richtlijn of andere (wettelijke) regeling zoals die luidt dan wel van kracht is op het moment van de tervisielegging van het ontwerp van dit plan. 38.2 Bestaande maten regeling a. In die gevallen dat bestaande hoogten, bestaande inhoud en/of bestaande oppervlakten, als vergund sinds 2013, meer bedragen dan in dit plan is voorgeschreven, worden de bestaande maatvoeringen als ten hoogste toelaatbaar aangehouden. b. In die gevallen dat bestaand gebruik, als vergund sinds 2013, niet is overgenomen in de regels van dit plan, al dan niet in combinatie met een aanduiding op de verbeelding, wordt dit afwijkende gebruik als bestaand en toelaatbaar beschouwd op grond van dit bestemmingsplan c. In geval van heroprichting van bouwwerken na sloop is het bepaalde in sub a uitsluitend van toepassing indien dit geschiedt op dezelfde plaats als waar de sloop plaatsvindt. d. De regels in sub a t/m c van artikel 38.2 zijn niet van toepassing voor gevallen waarbij sprake is van een toestemming of vergunning van tijdelijke aard.
38.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen In geval van strijdigheid van de regels van (met elkaar samenvallende) dubbelbestemmingen wordt de volgende voorrangsvolgorde aangehouden: a. Artikel 31 Waterstaat - Waterkering; b. Artikel 25 Leiding - Gas; c. Artikel 27 Leiding - Water d. Artikel 26 Leiding - Hoogspanning e. Artikel 28 Waarde - Archeologie 2; f. Artikel 29 Waarde - Archeologie 3; g. Artikel 30 Waarde - Cultuurhistorie.
Centrum 2021
58
Hoofdstuk 4
Overgangs- en slotregels
Artikel 39
Overgangsrecht
39.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 39.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 39.1 sub a met maximaal 10%. c. Lid 39.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 39.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 39.2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het lid 39.2 sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid 39.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Centrum 2021
59
Artikel 40
Slotregel
40.1 Citeertitel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Centrum 2021 van de gemeente Diemen.
Centrum 2021
60
Staat van Horeca-activiteiten Categorie 1 “zeer lichte horeca” Woonwijkgerelateerde horecabedrijven die in beginsel alleen overdag behoeven te zijn geopend (vooral verstrekking van etenswaren) en daardoor slechts dermate beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken dat deze in een woonomgeving inpasbaar zijn: • Koffiebar; • Lunchroom; • IJssalon; • Tearoom. Categorie 2 “lichte horeca” Horecabedrijven die in beginsel alleen overdag en ’s avonds behoeven te zijn geopend (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts dermate beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken dat deze in een gemengd gebied inpasbaar zijn. Binnen deze categorie worden de volgende subcategorieën onderscheiden: 2 a) • • • •
Aan de detailhandelsfunctie verwante horeca: Automatiek; Snackbar; Traiteur; Horecabedrijf t.b.v. afhaal- en bezorgservice.
2 b) • •
Overige lichte horeca Restaurant; Hotel.
Categorie 3 “middelzware horeca” Horecabedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken: • Biljartcentrum; • Café; • Zalenverhuur (zonder regulier gebruik tbv feesten en muziek-/dansevenementen). Categorie 4 “zware horeca” Horecabedrijven die voor een goed functioneren ook ’s nachts geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen: • Discotheek; • Nachtclub; • Partycentrum (regulier gebruik t.b.v. feesten en muziek-/dansevenementen).