Bijlage 4 - Rapport Inwonersonderzoek nieuw beleidskader.pdf
Tekst van het document
Rapportage inwonersonderzoek herijking Beleidskader Een beeld van het mobiliteitsgedrag, de onderliggende motieven en de veranderingsbereidheid van reizigers in de Vervoerregio Amsterdam
Opdrachtgever
Uitgevoerd door
Versie
DEFINITIEF
Datum
Onze referentie
06-04-2023
21358 1
Inwonersonderzoek herijking beleidskader Projectteam:
Begeleiding Opdrachtgever:
Moventem BV
Opdrachtgever
Maarten van Setten Hannemarie Hardeman Bas Wesselink
T 0575 84 3738 E info@moventem.nl W www.moventem.nl
Machiel Kouwenberg Constance Winnips Maja van der Voet Mark Degenkamp
Moventem werkt conform de Gedragscode voor Onderzoek & Statistiek van de Nederlandse Marktonderzoek Associatie (MOA) en mag het Fair Data Keurmerk voeren, waarmee wordt aangetoond dat op verantwoorde wijze met data en persoonsgegevens wordt omgaan. Tevens is Moventem aangesloten bij de Europese Vereniging voor Marktonderzoek (ESOMAR) en wordt voldaan aan de Internationale Code voor Markt- en sociaalwetenschappelijk onderzoek. Dit rapport is met grote zorg samengesteld. Desondanks kan het voorkomen dat informatie fout en/of onvolledig is. Moventem is niet aansprakelijk voor enige directe of indirecte schade die zou kunnen ontstaan door het gebruik van de aangeboden informatie.
<< Terug naar inhoudsopgave
2
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Inhoud Managementsamenvatting
4
Inleiding
15
1.1 Aanleiding 1.2 Hoofdvragen 1.3 Vragenlijst 1.4 Dataverzameling en respons 1.5 Representativiteit (spreiding)
16 17
1.6 Leeswijzer
19
Resultaten
20
2.1 Profiel respondenten
22
2.2 Huidig reisgedrag 2.3 Keuzeredenen 2.4 Veranderingsbereidheid
23 25 28
2.5 Brede welvaart
33
2.6 Dilemma’s en beleidskeuzes
47
Bijlagen
57
Klikbare navigatiebalk
<< Terug naar inhoudsopgave
17 18 19
3
Management Inleiding samenvatting
<< Terug naar inhoudsopgave
4
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Hieronder worden de belangrijkste bevindingen van het onderzoek beschreven. Hoe reist de doelgroep?
Deze verdeling is in lijn met de relatief hoge leeftijd van de
Aan iedereen die reist binnen de regio, is gevraagd welke
respondenten. We zien dat sociaal/recreatieve reizen onder de 65-
vervoermiddelen zij (over het algemeen) gebruiken. Hierbij konden
plussers relatief veel wordt genoemd.
meer antwoorden gegeven worden. Vervolgens is specifiek gevraagd naar het hoofdvervoermiddel (waarmee de meeste
Van alle respondenten heeft 7% maar één vervoersmiddel
kilometers worden afgelegd). Opvallend is dat de grootste groep
aangevinkt. Meer dan de helft gebruikt vier vervoersmiddelen of
(61%) zegt met de metro of auto te reizen, gevolgd door de bus
meer, waarbij ov al samen genomen is. Met name reizigers jonger
(60%).
dan 35 jaar, inwoners van regio Amsterdam en hoger opgeleiden reizen multimodaal.
Voor bijna een derde van de respondenten geldt dat zij de auto het meest gebruiken, gevolgd door de fiets en de bus. De motor wordt
Aanbod (reis)mogelijkheden
(zeer) beperkt gebruikt: 2% rijdt wel eens op de motor, minder dan
Voor een kleine groep respondenten (slechts 31) geldt dat zij wel
1% heeft de motor als hoofdvervoermiddel. Het ov-gebruik onder
wonen in de Vervoerregio, maar er niet reizen. Zij geven
jongeren (<35 jaar) is met 51% relatief hoog, terwijl deze
voornamelijk aan geen behoefte/reden te hebben om er te reizen.
leeftijdsgroep onder gemiddeld reist met de auto.
Dit zijn met name ouderen. Een nog kleiner aantal (9 respondenten) zegt niet te kunnen reizen. Binnen dit onderzoek
De grootste groep respondenten (43%) reist voornamelijk met
hebben we ons niet specifiek gericht op kwetsbare doelgroepen,
sociaal/recreatieve doeleinden, gevolgd door van/naar werk met
maar binnen de onderzochte populatie heeft nagenoeg iedereen
34%. Van/naar school komt met 2% weinig voor binnen de
voldoende reismogelijkheden om te kunnen reizen en deel uit te
steekproef.
kunnen maken van de samenleving.
<< Terug naar inhoudsopgave
5
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
(E-)fietsers
hoofdzakelijke motivatie. Praktisch wordt in Noord relatief vaak als
Door de 248 respondenten die de (e-)fiets als hoofdvervoersmiddel
reden genoemd. Onder de jongere respondenten (<35 jaar) spelen
gebruiken, wordt als redenen hiervoor hoofdzakelijk praktisch
bovenstaande aspecten in
(76%), flexibiliteit (75%) en comfort (54%) genoemd. Met name in
respondenten van middelbare leeftijd vormen praktisch en comfort
de regio Amsterdam worden de verschillende redenen meer
de belangrijkste redenen. 65-plussers noemen vooral praktisch als
genoemd. In Noord is de motivatie om met de (e-)fiets te reizen in
reden. Bij hoger opgeleiden spelen vooral de aspecten kosten,
verband met het milieu lager dan in de andere regio’s.
gewoonte, snelheid, milieu, flexibiliteit en comfort een rol. Lager
Onder de jongere doelgroep (<35 jaar) spelen kosten, gewoonte
opgeleiden geven vooral privacy, leuk en noodzaak vanwege
en snelheid een grotere rol in de motivatie om hoofdzakelijk met de
fysieke beperkingen op als reden om het meest met het ov te
(e-)fiets te reizen. Plezier van fietsen noemt deze groep significant
reizen.
grotere mate mee. Onder
de
minder vaak als reden. Flexibiliteit, milieu en praktisch vormen bovengemiddelde motivaties voor respondenten van middelbare leeftijd om met de (e-)fiets te reizen. 65-plussers noemen vooral privacy, leuk en noodzaak vanwege fysieke beperking als motivator. ov-reizigers De 298 respondenten die voornamelijk met het ov reizen noemen praktisch
(52%),
<< Terug naar inhoudsopgave
comfort
(39%)
en
snelheid
(36%)
als
6
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Automobilisten
van middelbare leeftijd niet perse noodzakelijk, beide groepen
Respondenten die voornamelijk met de auto reizen zijn het vooral
staan relatief meer open voor bijvoorbeeld deelauto’s. Het
eens met stellingen over flexibiliteit (‘dankzij de auto kan ik gaan
geschetste beeld van de respondent van middelbare leeftijd komt
en staan waar ik wil’), gevolgd door afhankelijkheid (‘ik kan niet
terug bij
zonder mijn auto’) en plezier (‘ik vind autorijden leuk’). Ruim twee
autogebruik en zij staan meer open voor
hoger
opgeleiden:
Relatief meer
stress, minder
deelauto’s.
derde van de automobilisten is het (zeer) eens met de stelling dat autorijden duur is. De hoge mate van ervaren autoafhankelijkheid
We hebben gevraagd naar redenen om de auto vaker te laten
blijkt ook uit het feit dat 71% het (zeer) oneens is met de stelling ‘Ik
staan. Voor bijna alle redenen waar men uit kon kiezen geldt dat
hoef niet per sé een eigen auto, een deelauto is ook goed’.
deze voor een meerderheid niet of een beetje meespelen. Voorwaarden om de auto (vaker) te laten staan, zijn met name
Inwoners uit de regio Amsterdam vinden autorijden minder leuk
korte reistijd en een betere ov. Er is geen duidelijk verschil
dan inwoners van regio Zuid en Noord. De hoeveelheid stress als
zichtbaar tussen de verschillende deelregio’s. Slechts 16% van de
gevolg van autorijden is het laagst in regio Zuid. De ervaren
automobilisten heeft desondanks nog nooit een alternatief
autoafhankelijkheid is eveneens het hoogst in regio Zuid.
overwogen.
Respondenten van middelbare leeftijd ervaren relatief veel stress van autorijden, 65+ relatief weinig. Respondenten van middelbare leeftijd willen de auto relatief vaker laten staan in verband met het milieu. Eigen bezit is zowel onder de jongeren als respondenten
<< Terug naar inhoudsopgave
7
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Openheid en mogelijkheid voor alternatieven auto
modaliteiten bovengemiddeld overwogen (behalve de motor en
Van alle automobilisten zegt 54% anders te willen reizen en 49%
brommer). Met name het ov en vaker thuiswerken zijn vaak
zegt anders te kunnen reizen. Voor circa 1 op de 4 automobilisten
overwogen.
geldt dat zij niet anders willen én kunnen reizen. Respondenten die anders willen én kunnen reizen, zijn met name
Voor de respondenten die wel anders willen reizen maar dit niet
jonger dan 65 jaar en relatief hoog opgeleid. De verschillen tussen
kunnen, speelt met name beter ov een relatief grotere rol. Drukte
de regio’s zijn minimaal.
op de weg daarentegen relatief een kleinere rol. Onder deze respondenten zijn, op het ov en de deelauto na, alternatieve
De groepen die anders willen reizen, staat relatief vaak open
modaliteiten onder gemiddeld overwogen.
voor deelvervoer. Men heeft relatief veel redenen om de auto te laten staan, met name vanwege het milieu en geldbesparing. Deze groepen vinden autorijden niet significant minder leuk dan gemiddeld. Onder dit deel van de respondenten zien we verder dat kosten, snelheid en noodzaak vanuit het werk een relatief grote rol spelen bij de keuze voor de auto. Voor de reizigers die anders willen én kunnen reizen, spelen zowel milieu, drukte op de weg, kostenbesparing en een kortere reistijd een relatief grote rol. Dit segment heeft alle andere
<< Terug naar inhoudsopgave
8
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Tevredenheid reizen in de regio
Planbureau voor de Leefomgeving die heeft benoemd in haar
Twee derde (67%) van alle inwoners is (heel) tevreden over het
studie uit 2021 (Snellen et al, 2021).
reizen in, van of naar de woongemeente. Een nog grotere groep (83%) is (heel) tevreden over hun woon-/ leefomgeving. Inwoners
Deze stellingen zijn door de respondenten beoordeeld aan de
van regio Noord zijn iets minder tevreden over het reizen in de
hand van een vijfpunts Likertschaal. Niet elke stelling is door alle
woongemeente (59%). Er is nagenoeg geen verschil tussen de
respondenten ingevuld. Zo zijn stellingen over de leefomgeving
regio’s als het gaat over de tevredenheid met het gebied/ dorp/
alleen aan inwoners voorgelegd. Mensen die wel werken, maar
wijk waar de inwoner woont. Ruim 60% kan reizen hoe en
niet wonen in de regio hebben stellingen beantwoord over de
wanneer zij dat willen, voor circa 1 op de 5 inwoners geldt dat niet.
werkomgeving. Stellingen over het ov zijn alleen beantwoord door
De verschillen tussen de regio’s zijn minimaal. In Amsterdam kan
mensen die (weleens) met het ov reizen, etc. Op de volgende
circa 19% niet reizen wanneer zij dat wil, tegenover 23% in de
pagina staan enkele opvallende uitkomsten beschreven per
andere twee regio’s.
dimensie.
Brede mobiliteitswelvaart in de Vervoerregio Met het onderzoek is niet alleen een beeld opgehaald van de ervaren kwaliteit van het reizen zelf, het geeft ook zicht op de gevolgen van mobiliteit op het dagelijks leven van inwoners. Hiervoor is een aantal stellingen voorgelegd die vertaald zijn uit de dimensies van Brede Welvaart in relatie tot mobiliteit zoals het
<< Terug naar inhoudsopgave
9
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Algemeen
‘veel te weinig’ en 5 voor ‘veel te veel’. Kortgezegd vindt men
Gemiddeld is men (licht) positief over het wonen en het reizen in
gemiddeld genomen dat in de buurt waar men woont (iets) te veel
de Vervoerregio. Tussen de verschillende regio’s zijn geen
ruimte wordt gebruikt voor wegen en parkeren en te weinig voor
significante verschillen te zien.
groen.
Bereikbaarheid
Gezondheid
Wat direct opvalt is dat de drukte op de wegen, fietspaden en in
De
het ov relatief slecht worden beoordeeld. In regio Amsterdam
beoordeeld. De luchtvervuiling in het woongebied en het reizen om
worden deze zaken het slechtst beoordeeld, regio’s Noord en Zuid
fit te blijven scoren minder goed. Regio Noord is onder gemiddeld
‘scoren’ iets minder slecht op dit vlak. Tegelijkertijd wordt de
tevreden over de hoeveelheid beweging, het gezond voelen en
betrouwbaarheid van de reis gemiddeld genomen licht positief
plezier tijdens het reizen.
items
over
gezondheid
worden
overwegend
positief
beoordeeld. In regio Zuid wordt het aantal reismogelijkheden relatief laag beoordeeld ten opzichte van de andere regio’s.
Veiligheid De sociale veiligheid van de buurt wordt relatief positief
Leefomgeving
beoordeeld. De verkeersveiligheid scoort minder goed, waarbij
De mate waarin men overlast ervaart van het verkeer, is significant
opvalt dat de verkeersveiligheid in de buurt iets beter scoort dan in
hoger dan de mate waarin men zelf overlast zegt te veroorzaken
de gemeente waarin men woont. Dit geldt met name in regio
door de manier waarop men reist. Het verschil tussen deze twee
Amsterdam. De veiligheid voor kinderen om naar school te fietsen
items is in regio Amsterdam het grootst.
wordt relatief weinig positief beoordeeld, maar zit gemiddeld op
De stellingen over ruimtegebruik voor groen, wegen en parkeren in
‘neutraal’.
de leefomgeving behoeven enige toelichting. Hierbij staat 1 voor
<< Terug naar inhoudsopgave
10
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Uitsplitsing welvaartsaspecten naar (hoofd)modaliteit
Verder zien we dat automobilisten gemiddeld iets minder tevreden
We zien vooral verschillen in de beoordeling van de items onder
zijn over de reismogelijkheden. ov-reizigers zijn minder positief
Gezondheid.
dan
over de betrouwbaarheid van het reizen dan gemiddeld.
automobilisten over de bijdrage van hun reizen aan de
Voornamelijk (e-)fietsers ervaren vrijheid van reizen in de eigen
hoeveelheid beweging en (daarmee) hun fitheid en gezondheid.
omgeving.
Ov-reizigers en fietsers zeggen in mindere mate overlast te
Tussen de verschillende regio’s zitten weinig verschillen, afgezien
veroorzaken door hun reisgedrag dan automobilisten. Ook zien we
van de beoordeling van drukte op fietspaden.
(E-)fietsers
zijn
significant
positiever
dat (e-)fietsers bovengemiddeld vinden dat er te veel ruimte is voor wegen en parkeerplekken. Bij automobilisten zien we het omgekeerde. Automobilisten vinden in iets mindere mate dat er te weinig ruimte is voor groen en zijn net iets positiever over het gemak waarmee men kan reizen vanuit de woonomgeving dan . Automobilisten zijn minder tevreden dan de andere respondenten over het reizen in, van of naar de gemeenten waarin men woont (tevredenheid reizen). Verder valt op dat automobilisten en ovreizigers iets minder negatief zijn over de drukte op de wegen dan (e-)fietsers.
<< Terug naar inhoudsopgave
11
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Dilemma’s positieve en negatieve gevolgen van mobiliteit.
Ik vind dat bussen in de bebouwde kom moeten blijven (89%
Om gerichte input op te halen voor beleidskeuzes, is de
eens)
respondenten een aantal dilemma’s voorgelegd. Om voor- of
Onder de voorstanders vindt 92% nog steeds dat de bus in de
tegenstanders te ‘testen’ hebben we na het hoofddilemma telkens
bebouwde kom moet blijven, ook al is de bus dan langer
een vervolgvraag gesteld in de trant van: vind je dit nog steeds
onderweg. De tegenstanders zijn meer verdeeld: een kleine
als…?’. De uitkomsten van de hoofd- en vervolgstellingen staan
meerderheid blijft ook tegenstander als hierdoor verder moet
hieronder in grote lijnen beschreven, opeenvolgend van het
worden gelopen naar de halte. In regio Amsterdam zijn iets meer
grootste aandeel voorstanders.
voorstanders (90%), in regio Zuid iets minder (87%) dan gemiddeld.
Kinderen moeten zelf kunnen fietsen naar school (98% eens) Drie kwart van de tegenstanders gaat alsnog overstag als niet
De kwaliteit van de lucht moet beter (87% eens)
kunnen fietsen leidt tot minder gezonde en zelfstandige kinderen.
Voorstanders zijn verdeeld over de vervolgstelling: een kleine
Onder de voorstanders blijft 72% bij dezelfde mening als dit zou
meerderheid (54%) vindt dat diesel- of benzineauto’s moeten
betekenen dat de wegen rond scholen (tijdelijk) afgesloten worden
worden geweerd uit de woonwijken. Ook tegenstanders zijn
voor autoverkeer rond de start- en eindtijden van de scholen. Dat
verdeeld over hun vervolgvraag: De helft is nog steeds tegen als
is 63% van alle respondenten. In regio Noord zijn alle
dat betekent dat meer mensen last krijgen van astma of andere
respondenten het eens met de stelling. In Amsterdam geldt dit
longaandoeningen. Regio Noord ligt het aandeel voorstanders op
voor 96%.
de hoofdstelling het laagst, maar nog altijd 82%).
<< Terug naar inhoudsopgave
12
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Er moet meer ruimte komen voor fietsers en voetgangers
Ik wil meer groen en openbare ruimte in mijn wijk (63% eens)
(79% eens)
Drie kwart van de voorstanders vindt dat dit ten koste mag gaan
Van de voorstanders vindt 80% dat dit ten koste mag gaan van
van het aantal parkeerplekken. Van de tegenstanders vindt een
ruimte voor de auto, niet van groen. Twee derde van de
nipte minderheid (44%) dat dit ten koste mag gaan van de
tegenstanders vindt dit nog steeds niet als dit uiteindelijk ten koste
luchtkwaliteit. Het aandeel voorstanders is relatief groot in regio
gaat van autoparkeerplaatsen. Onder automobilisten is het
Noord. We zien verder dat het aandeel voorstanders groot is onder
aandeel tegenstanders met 33% relatief hoog, datzelfde geldt voor
respondenten die vinden dat er te veel parkeerplekken, te veel
regio Zuid (26%). Van degenen die drukte op de autoweg ervaren,
autowegen en te weinig groen in hun leefomgeving is (resp. 83%,
vindt nog steeds het merendeel dat er meer ruimte voor fietsers en
84% en 92%).
voetgangers moet komen, wederom vooral ten koste van ruimte voor de auto. Dit geldt wel met name voor automobilisten die
Er moet meer ruimte komen voor spelende kinderen in mijn
alternatieven, waaronder de fiets, overwegen.
wijk (56% eens) De helft van de tegenstanders blijft ook bij het standpunt als dit
De maximumsnelheid in de bebouwde kom moet overal
ongelukken voorkomt. Driekwart van de voorstanders zou hier
omlaag naar 30km/h (66% eens)
parkeerplekken voor opgeven.
Bijna de helft vindt dit nog steeds als dit leidt tot een langere reistijd. Een nipte meerderheid van de respondenten die in eerste
Auto’s moeten geweerd worden uit het centrum van de
instantie tegen is, is dat niet meer als dit leidt tot meer
steden/dorpen (behalve doelgroepenvervoer) (56% eens)
verkeersongevallen. Inwoners uit Amsterdam zijn het relatief meer
98% van de voorstanders vindt dit nog steeds als men hierdoor te
eens met deze stelling dan in andere regio’s (73%). Jongere
voet/ met de fiets/ ov door het centrum moet. Tegenstanders zijn
respondenten zijn onder gemiddeld eens. Respondenten die meer
meer verdeeld, 73% blijft tegenstander, ook als de wijk daardoor
verkeersoverlast ervaren, zijn het vaker eens zijn met de stelling.
minder veilig is.
<< Terug naar inhoudsopgave
13
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Als inwoners het mochten zeggen… Hieronder staan enkele opvallendheden beschreven van thema’s waarin respondenten zouden investeren. Een ruime meerderheid van alle respondenten heeft minimaal één van de drie aspecten m.b.t. ov (Meer/ makkelijker/ goedkoper ov) aangevinkt. 55% heeft meer ruimte voor de fiets en/of de voetganger aangevinkt, waar in regio Zuid dit laatste aandeel lager is dan in de andere regio’s. Eén derde zou investeren in de nabijheid van voorzieningen, een vergelijkbaar aandeel zou dit doen voor verbetering van verkeersveiligheid. Relatief weinig respondenten kiezen ervoor om te investeren in (meer wegen aanleggen voor) de auto.
<< Terug naar inhoudsopgave
14
Inleiding
INLEIDING
<< Terug naar inhoudsopgave
15
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Deze rapportage beschrijft de opzet en uitkomsten van een kwantitatief onderzoek onder inwoners en bezoeker van de gemeenten van de Vervoerregio Amsterdam. De uitkomsten van dit onderzoek worden gebruikt bij de herijking van het Beleidskader.
1.1 Aanleiding De Vervoerregio Amsterdam (de Vervoerregio) is bezig met een herijking van de Beleidsnota die in 2017 is vastgesteld. Hierbij was een nadrukkelijke wens om de inwoners en bezoekers van de regio te betrekken. Hiertoe heeft Moventem een kwantitatief onderzoek opgezet en uitgevoerd onder deze doelgroep. Het onderzoek is bedoeld om richtinggevende keuzes voor het mobiliteitsbeleid in de komende jaren te toetsen aan de doelgroep. Het onderzoek geeft een beeld van het huidige reisgedrag, de onderliggende motieven en de veranderingsbereidheid. Ook is nadrukkelijk ingezoomd op de gevolgen van mobiliteit, bijvoorbeeld op de ruimtelijke ordening, de luchtkwaliteit en gezondheid. Tot
De gemeenten in het onderzoeksgebied
slot is de doelgroep een aantal mobiliteitsdilemma's voorgelegd.
<< Terug naar inhoudsopgave
16
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
1.2 Hoofdvragen
1.3 Vragenlijst
Dit onderzoek is bedoeld om een beeld te krijgen van de mensen
Deze hoofdvragen zijn vertaald in een vragenlijst met de volgende
die in het gebied wonen en/of (wel eens) over de corridor reizen. Op
blokken:
voorhand zijn de volgende hoofdvragen geformuleerd: 1. Hoe reist de doelgroep nu in de regio en hoe ervaren zij
Enkele
vragen
om
de
doelgroep
te
selecteren
en
te
segmenteren, zoals dagelijkse bezigheid, woongemeente en
deze reizen?
indien van toepassing gemeente waar men werkt of naar school gaat. Ook zijn hier vragen gesteld over de mate waarin en de
2. Hoe ervaren zij de leefbaarheid, veiligheid, bereikbaarheid en gezondheid van de regio op dit moment (hoe is het
manier waarop men in het onderzoeksgebied reist -
gesteld met de brede welvaart)?
gerelateerde dimensies van Brede Welvaart -
3. Hebben zij voldoende (reis)mogelijkheden om onderdeel te kunnen zijn van de samenleving? 4. Welke keuzes maken zij om de positieve gevolgen van
Een aantal vragen naar de beoordeling van de mobiliteitsEen verdiepend vragenblok over de huidige invulling van mobiliteit en de achterliggende redenen daarvoor
-
Een blok waarin 7 mobiltieitsdilemma’s zijn voorgelegd.
-
Tot
slot
zijn
enkele
vragen
opgenomen
naar
de
achtergrondkenmerken van de respondenten in kaart te brengen
mobiliteit te vergroten en de negatieve te verkleinen?
<< Terug naar inhoudsopgave
17
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
1.4 Dataverzameling en respons De dataverzameling heeft eind november/ begin december plaatsgevonden. Er is via verschillende kanalen geworven: •
Het online Reizigerspanel Vervoerregio Amsterdam ;
•
Een online consumentenpanel met Nederlanders die tegen een kleine vergoeding deelnemen aan enquêtes over diverse onderwerpen;
•
Een oproep via diverse social media kanalen van de Vervoerregio en haar partners (zie screenshot hiernaast).
Het onderzoek is door 874 respondenten ingevuld en geeft een statistisch verantwoord beeld van de totale doelgroep.
De uitkomsten kunnen met 95% betrouwbaarheid en een maximale foutmarge van 3,4% worden gegeneraliseerd. Wanneer we uitspraken doen over deelsegmenten binnen de steekproef (bijvoorbeeld alleen de ov-reizigers) geven de resultaten een minder nauwkeurig, maar nog altijd een zeer bruikbaar beeld. Voor alle segmenten waarover we rapporteren is de foutmarge kleiner dan 10%.
<< Terug naar inhoudsopgave
Screenshots Reizigerspanel en oproep social media
18
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
1.5 Representativiteit (spreiding)
1.6 Leeswijzer
Om een goed beeld te krijgen van alle inwoners van de
In dit document worden de uitkomsten van het onderzoek
Vervoerregio, is getracht een zo goed mogelijke spreiding te
beschreven
realiseren over verschillende segmenten in de doelgroep. Hierbij is
weergegeven.
en
gevisualiseerd
in
diagrammen
en
tabellen
de keuze gemaakt om te sturen op een representatieve verdeling over de volgende deelregio’s: Noord, Amsterdam en Zuid. In
Met de klikbare navigatiebalk bovenaan elke pagina kunt u snel
paragraaf 2.1 is een verdeling opgenomen van de respondenten
door het document scrollen.
naar gemeente, regio, leeftijd en geslacht.
Door oververtegenwoordiging van een aantal gemeenten binnen de regio Noord, is gewogen op gemeenteniveau om een evenwichtiger beeld van de populatie te verkrijgen. Na weging op gemeenteniveau geeft het onderzoek een representatief beeld over de verschillende gemeenten en deelregio’s in de Vervoerregio. Bij het interpreteren van de uitkomsten moet rekening worden gehouden met de relatief hoge leeftijd van de respondenten, met name het aantal 55 plussers is oververtegenwoordigd. De vragenlijst kon alleen online ingevuld kon worden, waardoor mensen die geen toegang hebben tot internet buiten de scope van dit onderzoek vallen.
<< Terug naar inhoudsopgave
19
Thuiswerken
RESULTATEN
Bron: screenshot Google Maps op viaduct A12 over Hengelderweg bij met uitzicht op spoorlijn Arnhem-Doetinchem (12-08-2022)
<< Terug naar inhoudsopgave
20
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
In dit hoofdstuk volgen de onderzoeksresultaten, geclusterd in de volgende thema’s:
2.1 Profiel respondenten 2.2 Huidig reisgedrag 2.3 Keuzeredenen 2.4 Veranderingsbereidheid 2.5 Brede welvaart 2.6 Dilemma’s en beleidskeuzes
<< Terug naar inhoudsopgave
21
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.1 Profiel respondenten Amsterdam
Woongemeente (n=797)
Zaanstad Purmerend Haarlemmermeer Waterland Amstelveen Edam-Volendam Uithoorn Ouder-Amstel Aalsmeer Landsmeer Wormerland Diemen Oostzaan Buiten de regio
7% 5% 4% 3% 2% 2% 2% 1% 1% 1% 1% 3%
16% 13%
Ouder dan 74 jaar
<< Terug naar inhoudsopgave
Anders
27% 26%
55 - 64 jaar
17%
45 - 54 jaar
8% 7%
35 - 45 jaar Jonger dan 35 jaar
Huishouden samenstelling (n=856) 41% 37% 19%
18%
26%
34%
30%
Alleenwonend
20%
Gezin Groepswonen
Dagelijks leven (n=849)
45%
Tweepersoonshuishouden
Eénoudergezin
3%
5% 4% 4% 2% 3% 3%
Vrouw
Leeftijd (n=824) 15%
65 - 74 jaar
Amsterdam
VUT/Gepensioneerd Fulltime werkzaam in loondienst Parttime werkzaam in loondienst Ondernemer (Deels) arbeidsongeschikt Vrijwilliger Werkzoekend Studie Anders
Man 56%
Noord Zuid
1%
37% 44%
Regio (n=797)
Buiten de regio
Geslacht (n=772)
4% 0% Opleidingsniveau (n=856) Hoger opgeleid 23% 15%
61%
Middelbaar opgeleid Lager opgeleid
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Hoofdmodaliteit naar reisdoel (n=829)
2.2 Huidig reisgedrag Werk
*
School/studie
Voornaamste reismotief (n=824) 43%
Sociaal/ recreatief
34%
Van/naar werk
17%
Inkopen/boodschappen doen Van/naar school/studie/stage Anders
13% 10%
27%
60%
24% 60%
10% 5% 7%
12%
10%
6%
61%
Tram
80% 70%
Trein
60% 50% 40%
Meest gebruikt
Bus
20% 10% 0%
10%
Metro
Hoofdmodaliteit naar reisfrequentie (n=750)
30%
46% 45%
Onder andere gebruikt
17%
Anders
Minder dan 1 dag per maand
0% 2% 0%
6% 5%
Ongeveer 1 dag per maand
5% 5% 2% 3% 1% 4% 1%
14%
Ongeveer 2 dagen per maand
Lopen
37%
1 dag per week
5%
21%
14%
2 dagen per week
Metro
35%
3 dagen per week
6%
2%
42%
4 dagen per week
Trein
Motor
Anders
5 dagen per week
7%
Taxi
23%
Meer dan 5 dagen per week
Tram
Anders
52%
25%
E-fiets
Brommer/scooter
61%
27%
Bus
deelvervoer
Sociaal/ recreatief
37%
3%7%
14%
90%
Modaliteiten binnen de regio (n=829) Fiets
32%
14%
27%
100%
5%
14%
Inkopen doen
2%
Auto
32%
(E-)fiets
Auto/Motor
* Indicatief i.v.m. lage aantallen
<< Terug naar inhoudsopgave
23
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Hoofdmodaliteit naar leeftijd (n=829)
Spreiding naar aantal gebruikte modaliteiten 1
17%
7%
2
6 7 of meer
n.v.t. n.v.t.
Jonger dan 35 jaar
9%
12% 6% 5%5%
28%
38%
7%
21%
15%
16%
Hoofdmodaliteit naar deelregio (n=829)
17% Amsterdam
13%
Bovenstaande diagram laat zien dat 17% van de ovreizigers gebruik maakt van 1 soort ov (meestal de bus). Van de overige reizigers
Auto
Bus
Aantal gebruikte modaliteiten (n=829)
gebruikt 7%
Zuid
20%
41% 38%
Noord
29%
Buiten de regio
25%
Totaal
27%
slechts 1
vervoermiddel. De meeste respondenten reizen echter
<< Terug naar inhoudsopgave
32%
19%
Aantal gebruikte OV mogelijkheden (n=688)
multimodaal.
28%
10%
(E-)fiets
32%
18% n.v.t.
35 tot 65 jaar
29%
14%
4 5
11%
23%
12%
3
Ouder dan 65 jaar
7% 10%
31% 26% 25% 35%
13%
8% 11% 6% 6% 12%
27%
Tram
Trein
Metro
50% 13%
7% 6% 5% 7%
Overig
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.3 Keuzeredenen
Keuzeredenen (e-)fiets (n=248)
Keuzeredenen ov (n=298)
Kosten 7% 18%
Kosten 9%
Gewoonte 13% Snelheid 10%
33%
Gewoonte
28%
26%
36%
Snelheid 11%
Privacy
14%
25% 42%
41%
32% 26%
30% 50% 86%
7%
89%
Is doorslaggevend << Terug naar inhoudsopgave
41%
Flexibel
29%
23%
42%
Ontspannen/ comfort
35%
25%
37%
Privacy Leuk
29%
Praktisch
12%12%
Speelt veel mee
40%
24%
25%
32%
70%
Noodzakelijk (vanwege fysieke 6%7% beperking) Noodzakelijk of verplicht door werk
23%
52%
22%
22%
Milieu 7% 20%
23% 14% 12%
22%
11% 16%
Leuk 9% Praktisch
39%
47%
21%
23%
24%
32%
Flexibel
53%
30%
Milieu 13%
Ontspannen/ comfort
22%
Noodzakelijk (vanwege fysieke beperking)
78%
8%12%
64%
10% 24% 18%
34%
16%
12%7%
Noodzakelijk of verplicht door werk 13% 14%6%
Speelt een beetje mee
31%
77% 67%
Speelt niet mee
25
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Redenen om met de auto te reizen (n=223) Noodzakelijk of verplicht door werk 11% 7% 9%
22%
73%
30%
11%
37%
14%
De reistijd
15% 8% 15%
62%
18%
28%
Milieu
8%
59%
9% 15%
20%
Kosten
12%
58%
17%
34%
43%
Milieu
54%
16%
30%
49%
Als het me geld zou besparen
50%
17%
29%
49%
Kosten
49%
9%10%
Noodzakelijk (vanwege fysieke beperking)
32% 27%
Leuk 8% 17% Privacy
12% 20%
Snelheid
26% 17%
12% 28% 36% 39%
Flexibel
31%
Praktisch
37%
Is doorslaggevend
20%
26%
Gewoonte
Ontspannen/ comfort
<< Terug naar inhoudsopgave
Redenen om auto (vaker) te laten staan (n=223)
9%
29%
15%
29%
35% 39% Speelt veel mee
9%
19%
Als het OV beter zou zijn Gezondheid
Veiligheid voor anderen
27% 75%
53%
Drukte op de weg
25%
Anders
25% 6% 19% Speelt een beetje mee
Speelt niet mee
26
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Respondenten zijn gek op hun auto. De auto wordt vooral gewaardeerd omdat deze een gevoel van vrijheid geeft, omdat men autorijden leuk vindt en het weinig stress geeft. De helft van de automobilisten is trots op zijn/haar auto. Ook geven veel respondenten aan niet zonder de auto te kunnen (met name in deelregio Noord is dat het geval). Dat blijkt ook uit het feit dat bijna twee derde het (zeer) oneens is met de stelling ‘ik hoef geen eigen auto. Een gedeelde auto is ook goed. Tegelijkertijd vindt 68% autorijden duur. De groep respondenten die de auto vaker wil laten staan vanwege het milieu is kleiner dan de groep die dat geen reden vindt om minder auto te rijden.
Attitude ten opzichte van de auto (n=223) 27%
Ik vind autorijden/motorrijden leuk Autorijden/motorrijden geeft mij stress
7%
Ik ben trots op mijn auto/motor
12%
25%
Zeer eens << Terug naar inhoudsopgave
Eens
32% 33%
26% 20% 6%
16%
26%
Niet eens/niet oneens
13%
43% 52%
Ik wil mijn auto/motor minder gebruiken vanwege het milieu
Ik vind autorijden/motorrijden (soms) onveilig
34% 38%
Dankzij mijn auto/motor kan ik gaan en staan waar ik wil
Ik hoef niet per se een eigen auto/motor, een gedeelde auto/motor is ook goed
25%
35%
Ik kan niet zonder mijn auto/motor
Ik vind autorijden//motorrijden duur
44%
14% 5% 41%
30%
22%
18%
48%
26%
37%
36%
39% Oneens
24%
11%
Zeer oneens
27
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Kunnen en/of willen automobilisten anders reizen? (n=222)
2.4 Veranderingsbereidheid Alle automobilisten is gevraagd of zij op een andere manier willen en/of kunnen reizen. 28% van de automobilisten heeft niet de mogelijkheid niet en is niet bereid om anders te gaan reizen. Deze groep is het minst kansrijk voor interventies gericht op gedragsverandering.
Kan wel, wil niet
18%
Voor 72% van de respondenten geldt dat er een eerste opening is voor verandering in reisgedrag. Zij hebben de motivatie en/of de mogelijkheid om anders te reizen. Op de volgende pagina’s geven we per segment enkele kenmerken om meer zicht te geven op wie het zijn, welke drijfveren zij hebben en voor welke interventies zij gevoelig zijn.
28%
Kan niet, wil niet
<< Terug naar inhoudsopgave
Kan en wil
21%
33%
Kan niet, wil wel
28
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
21%
Leeftijd
KAN EN WIL (n=52)
> 74 jaar
Relatief hoge reisfrequentie (m.n. 2 dagen per week)
Opleidingsniveau 10% 16%
Significant vaker werkzaam in loondienst, minder gepensioneerd
65 - 74 jaar
Geven relatief veel redenen om de auto te laten staan. Met name geldbesparing, drukte op de weg en milieu spelen bovengemiddeld grote rol.
18% 27%
55 - 64 jaar
33% 27%
45 - 54 jaar
25% 15%
Reizen bovengemiddeld multimodaal, verschillend wat betreft soorten modaliteiten (zie bijlage 1).
35 - 45 jaar
Ondernemer
Gezondheid
5 dagen pw
Veiligheid voor anderen
4 dagen pw
Drukte op de weg
3 dagen pw
Als het me geld zou besparen
2 dagen pw
Als het OV beter zou zijn
1 dag pw
De reistijd
Ongeveer 2 dagen pm
Anders -0,3 Kleinere rol dan gemiddeld
<< Terug naar inhoudsopgave
0
0,3 Grotere rol dan gemiddeld
Ongeveer 1 dag pm < 1 dag pm
14% 17% 12% 14% 24% 17% 18% 21% 26% 14% 0% 7% 4% 6% 0% 3% 1% 3%
16% 16% 72% 60%
Bezigheid
Reisfrequentie > 5 dagen pw
12% 25%
Hoger opgeleid
Scholier/student
Relatieve redenen om auto (vaker) te laten staan
Milieu
Middelbaar opgeleid
1% 7%
< 35 jaar
Kosten
13% 8%
Lager opgeleid
5% 2% 70% 43%
Loondienst
Gepensioneerd Anders
7% 6% 12%
35%
7% 14%
Segment Segment (significant lager) Segment (significant hoger) Totaal TOP 3 overwogen alternatieven 57%
Bus/tram/metro
56%
Fiets Elektrische fiets
51%
29
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Leeftijd
KAN NIET, WIL WEL (n=67)
> 74 jaar
Geen significant afwijkend demografisch profiel 33%
Geven bovengemiddeld meer redenen aan om de auto te laten staan. Alleen drukte op de weg motiveert dit segment relatief minder om de auto te laten staan. Van degenen die het ov al gebruiken naast de auto, combineren zij de diverse ov mogelijkheden bovengemiddeld. Als vervoersmiddel naast de auto relatief meer (e-)fiets gebruik en deelvervoer (zie bijlage 2).
Opleidingsniveau 18% 16%
Middelbaar opgeleid
55 - 64 jaar
30% 27%
Hoger opgeleid
45 - 54 jaar
Milieu
35 - 45 jaar
8% 8%
< 35 jaar
7% 7%
Gezondheid
> 5 dagen pw
Veiligheid voor anderen
5 dagen pw
Drukte op de weg
4 dagen pw
Als het me geld zou besparen
3 dagen pw
Als het OV beter zou zijn
2 dagen pw
De reistijd
1 dag pw
Anders
Ongeveer 2 dagen pm
<< Terug naar inhoudsopgave
62% 60%
21% 15%
Reisfrequentie
Kleinere rol dan gemiddeld
19% 16%
16% 27%
Bezigheid Scholier/student
3% 2% 50% 43%
Loondienst
Kosten
0
18% 25%
65 - 74 jaar
Relatieve redenen om auto (vaker) te laten staan
-0,3
Lager opgeleid
0,3 Grotere rol dan gemiddeld
Ongeveer 1 dag pm < 1 dag pm
Ondernemer
6% 6%
28% Gepensioneerd 35% 17% 22% 14% Anders 14% 14% 25% 17% Segment 19% Segment (significant lager) 21% Segment (significant hoger) 12% Totaal 14% 8% 7% TOP 3 overwogen alternatieven 4% 6% Bus/tram/metro 45% 1% Elektrische fiets 3% 36% 2% Trein 31% 3% 7%
30
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
18%
Leeftijd
KAN WEL, WIL NIET (n=43)
Opleidingsniveau 19%
> 74 jaar
Oudere leeftijd (65-74 jaar), bovengemiddeld 1 dag per week, voornamelijk lager opgeleid Geven relatief weinig redenen om minder met de auto te reizen. Bij ‘Anders’ wordt vaak genoemd meer flexibiliteit en minder overstappen in het ov Relatief minder multimodaal. Binnen het ov wordt met name met 1 soort vervoersmiddel gereisd. Ook over alle modaliteiten heen worden weinig vervoersmiddelen naast de auto gebruikt. Deelvervoer wordt niet gebruikt (zie bijlage 3).
34%
65 - 74 jaar
17%
55 - 64 jaar
24%
45 - 54 jaar 35 - 45 jaar
3%
< 35 jaar
2%
Bezigheid Scholier/student
Ondernemer
Reisfrequentie
Milieu
> 5 dagen pw
Gezondheid
5 dagen pw
Veiligheid voor anderen
8%
Drukte op de weg
18% 23%
3 dagen pw
Als het me geld zou besparen
2 dagen pw
Als het OV beter zou zijn
8% 18%
1 dag pw
De reistijd
Ongeveer 2 dagen pm
Anders
<< Terug naar inhoudsopgave
0% 44%
0,3 Grotere rol dan gemiddeld
7%
2% 43%
Gepensioneerd
14%
4 dagen pw
Kleinere rol dan gemiddeld
44%
Loondienst
Kosten
0
20%
Middelbaar opgeleid Hoger opgeleid
Relatieve redenen om auto (vaker) te laten staan
-0,3
36%
Lager opgeleid
Anders
11%
Segment Segment (significant lager) Segment (significant hoger) Totaal TOP 3 overwogen alternatieven
Ongeveer 1 dag pm
1%
Bus/tram/metro
< 1 dag pm
4%
Elektrische fiets Fiets
49% 41% 35%
31
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Leeftijd
KAN NIET, WIL NIET (n=64) 28%
Bovengemiddeld ouder (>74 jaar), voornamelijk lage frequentie, relatief weinig werkzaam en vaak gepensioneerd Alle mogelijke redenen om de auto te laten staan worden binnen dit segment minder genoemd. Een beter ov is hierbij de negatieve uitschieter. Indien de auto laten staan een betere gezondheid zou creëren speelt vergelijkbaar mee in vergelijking met alle automobilisten. Gebruiken naast de auto veel minder andere modaliteiten dan gemiddeld. Gebruiken geen deelvervoer (zie bijlage 4).
Opleidingsniveau 41%
> 74 jaar
27%
65 - 74 jaar
Middelbaar opgeleid
17%
55 - 64 jaar 45 - 54 jaar
8%
35 - 45 jaar
4%
< 35 jaar
4%
Bezigheid Scholier/student
Ondernemer
Reisfrequentie
Milieu Gezondheid Veiligheid voor anderen Drukte op de weg
> 5 dagen pw
12%
5 dagen pw
11%
4 dagen pw
11%
Als het me geld zou besparen Als het OV beter zou zijn
8%
1 dag pw
De reistijd
17%
2 dagen pm
Anders 0,3 Grotere rol dan gemiddeld
1 dag pm < 1 dag pm
Anders
14%
2 dagen pw
<< Terug naar inhoudsopgave
2% 19%
4% 0%
5% 54%
Gepensioneerd
24%
3 dagen pw
Kleinere rol dan gemiddeld
52% 60%
Loondienst
Kosten
0
12% 16%
Hoger opgeleid
Relatieve redenen om auto (vaker) te laten staan
-0,3
35% 25%
Lager opgeleid
19%
Segment Segment (significant lager) Segment (significant hoger) Totaal TOP 3 overwogen alternatieven Bus/tram/metro
33%
Geen
29%
Lopen
27%
32
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.5 Brede Welvaart in relatie tot mobiliteit Met het onderzoek is een beeld opgehaald van de ervaren kwaliteit van het reizen zelf. Ook hebben we in beeld gebracht hoe de gevolgen van mobiliteit worden ervaren en welke impact dit heeft op het algemene woon- en reisgeluk. Hiervoor is een aantal stellingen voorgelegd die gebaseerd zijn op de dimensies van Brede Welvaart in relatie tot mobiliteit zoals het Planbureau voor de Leefomgeving die heeft benoemd in haar studie uit 2021 (Snellen e t al, 2021).
<< Terug naar inhoudsopgave
33
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Onderstaande aspecten zijn door de respondenten beoordeeld aan de hand van een vijfpuntsschaal (1 = zeer ontevreden/ slecht/ negatief, 5 = zeer tevreden/ goed/ positief). De stellingen zijn gevraagd over de woongemeente, tenzij anders vermeld. Mensen die wel werken, maar niet wonen in de regio hebben stellingen beantwoord over de werkomgeving.
Bereikbaarheid
Veiligheid
• Mogelijkheden om te reizen • Betrouwbaarheid van het reizen • Informatievoorziening over de bereikbaarheid • Drukte op de autoweg • Drukte op fietspaden • Drukte in het ov • Gevoel van vrijheid om te reizen op gewenste manier
• Verkeersveiligheid gemeente • Verkeersveiligheid directe omgeving • Sociale veiligheid stations/haltes gemeente • Sociale veiligheid stations/haltes directe omg. • Sociale veiligheid directe omgeving • Fietsveiligheid voor kinderen • Verkeersveiligheid auto • Verkeersveiligheid fiets • Verkeersveiligheid lopen • Veiligheid ov
Gezondheid
Leefomgeving
Beweging tijdens eigen reis Gezondheid door reizen Bijdrage reizen aan fitheid Reisplezier Luchtkwaliteit Stress tijdens reizen Reisproblemen a.g.v. verminderde gezondheid • Problemen om bestemming te bereiken a.g.v. verminderde gezondheid
• Verkeersdrukte directe omgeving • Ruimte voor groen • Ruimte voor wegen • Ruimte parkeerplaatsen • Ervaren overlast • Veroorzaken overlast • Makkelijk reizen • Aantrekkelijkheid directe omgeving
• • • • • • •
Aanvullend is gevraagd een oordeel te geven over de volgende algemene zaken: A) Hoe tevreden bent u over het reizen in, van of naar jouw gemeente? B) Hoe tevreden bent u met het gebied waarin je woont? C) Ik kan in mijn gemeente altijd reizen op de manier waarop ik dat wil D) Ik kan in de Amsterdamse regio altijd reizen de manier waarop ik dat wil Op de volgende pagina’s beschrijven wij enkele opvallende uitkomsten per deelcategorie. Aansluitend zijn spindiagrammen opgenomen waarin de uitkomsten van alle stellingen worden getoond, uitgesplitst naar regio en naar hoofdmodaliteit. De lijnen in de diagrammen tonen de gemiddelde beoordelingen per stelling. << Terug naar inhoudsopgave
34
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.5.1 Algemene tevredenheid Oordeel manier van reizen binnen de Amsterdamse regio (n=810) 7% 16%
Tevredenheid over het reizen binnen de Amsterdamse regio (n=810) 9%
23%
3%
16%
20%
16% 51%
39%
Oorde,el moment van reizen binnen de Amsterdamse regio (n=810)
7% 15%
20%
Tevredenheid over het wonen binnen de Amsterdamse regio (n=810)
9%
5% 2% 35%
16% 43% Heel goed
Goed
Niet goed, niet slecht
Slecht
Heel slecht << Terug naar inhoudsopgave
48%
Zeer tevreden Tevreden Niet tevreden, niet ontevreden Ontevreden Zeer ontevreden
35
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.5.2 Oordeel Bereikbaarheid Wat vind je van de mogelijkheden om naar jouw bestemming te reizen? (n=801)
17% Heel goed
53% Goed
Niet goed, niet slecht
Hoe betrouwbaar vind je het reizen in, van en naar jouw 7% gemeente? (n=794) Heel betrouwbaar
Betrouwbaar
Wat vind je van de informatievoorziening over de bereikbaarheid in, van en naar jouw gemeente? (n=791)
20%
54%
Onbetrouwbaar
50%
Heel goed
Goed
Heel slecht
22%
Niet betrouwbaar, niet onbetrouwbaar
7%
Slecht
8% 2%
14%
Heel onbetrouwbaar
30% Niet goed, niet slecht
4%
Slecht
10% 3% Heel slecht
Wat vind je van de drukte.. (n=794) in de bus/tram/metro/trein in jouw gemeente op de fietspaden in jouw gemeente
25%
op de autoweg in jouw gemeente
26% Heel druk
<< Terug naar inhoudsopgave
13%
26%
35%
24%
48% Druk
6%
32%
47%
15%
Niet druk, niet rustig
Rustig
2%
Heel rustig
36
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.5.3 Oordeel Leefomgeving Voel je voldoende vrijheid om te reizen in, van en naar jouw gemeente op de manier waarop je dat het liefste doet? (n=799) Ruim voldoende
Wat vind je van de verkeersdrukte in jouw straat? (n=844)
28%
45%
Voldoende
Niet voldoende, niet onvoldoende
Onvoldoende
10%
17%
32%
21%
Heel druk
Druk
Niet druk, niet rustig
Wat vind je van de hoeveelheid ruimte die wordt gebruikt voor.. (n=840) parkeerplaatsen in het gebied waar je woont
7%
autowegen in het gebied waar je woont
7%
groen in het gebied waar je woont
2%
Veel te veel
Veroorzaak je overlast door de manier waarop je reist? (n=782) Heel veel overlast
<< Terug naar inhoudsopgave
12%
Rustig
Heel rustig
24%
63%
Niet te veel, niet te weinig
9%
28%
Een beetje overlast
5% 6%
61%
Te veel
Veel overlast
Ruim onvoldoende
22%
25%
6%
21%
50%
15%
9%
Te weinig
10%
Veel te weinig
61%
Nauwelijks overlast
Geen overlast
37
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.5.3 Oordeel Leefomgeving
Soorten ervaren overlast in het woongebied (n=424)
Ervaar je overlast van verkeer in het gebied waar je woont? (n=839) 21%
28%
35%
62%
Onveilig rijgedrag
50% 49% 44%
Geluid
11% 5%
Geparkeerde auto’s Slechte luchtkwaliteit
Heel veel overlast Nauwelijks overlast
Veel overlast
Een beetje overlast
27%
Geparkeerde fietsen
17% 16% 10%
Files
Geen overlast
Toeristen Trillingen Wandelaars Anders
1% 11%
Hoe mooi/aantrekkelijk vind je het gebied waar je woont? (n=837) 25%
Heel lelijk
46%
Lelijk
23%
Niet lelijk, niet mooi
Mooi
4%
Heel mooi
Reden niet makkelijk reizen vanuit de woon- of werkomgeving (n=90) 62%
Geen goede OV verbinding
Kun je vanuit de omgeving waar je woont op dit moment makkelijk reizen waar je naartoe wil? (n=838) 22%
45%
22%
Heel makkelijk
Makkelijk
Niet makkelijk, niet moeilijk
Moeilijk
Heel moeilijk
<< Terug naar inhoudsopgave
8%
37%
Geen OV halte in de buurt Reizen is te duur Geen goede reisroute Reisroute is ontoegankelijk Te veel files Geen goede reisinformatie Geen deelvervoer beschikbaar Geen veilige reisroute Anders
29% 27% 23% 22% 16% 11% 7% 17%
38
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.5.4 Oordeel Veiligheid Hoe beoordeel je de verkeersveiligheid.. (n=799) in de buurt waarin je woont
7%
42%
binnen jouw gemeente 2% Heel veilig
Veilig
35%
31%
13%
42%
Niet veilig, niet onveilig
Onveilig
20%
Heel onveilig
Voel je je veilig/op je gemak.. (n=799) in de buurt waarin je woont in de bussen/trams/metro’s/treinen in jouw gemeente
18%
68%
12% 1%
7%
61%
25%
5%
op de stations/haltes in de buurt waarin je woont
10%
59%
23%
6%
op de stations/haltes in jouw gemeente
8%
Heel veilig
Veilig
57%
Niet veilig, niet onveilig
Hoe veilig vind jij het om in jouw gemeente te reizen met ov? (n=747)
14%
Hoe veilig vind jij het om in jouw gemeente te lopen? (n=794) 7%
Hoe veilig vind jij het om in jouw gemeente auto te rijden? (n=708)
9%
Is het in jouw buurt veilig voor kinderen om te fietsen? (n=702) 4%
<< Terug naar inhoudsopgave
Veilig
Niet veilig, niet onveilig
7%
Heel onveilig
69%
20%
Hoe veilig vind jij het om in jouw gemeente te fietsen? (n=764)
Heel veilig
Onveilig
26%
13%
59% 43%
14% 31%
62% 47%
Onveilig
5%
15% 23%
28%
3%
5%
19%
Heel onveilig
39
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.5.5 Oordeel Gezondheid
Hoeveel beweging krijg je tijdens de reizen die je maakt? (n=725)
36% Veel beweging
Voel je je gezond door de manier waarop je nu reist? (n=801) Heel gezond
Reis je op een actieve manier omdat je fit wilt blijven? (n=790)
45% Een beetje beweging
14% Gezond
8%
33%
20%
4%
Geen beweging
28%
Niet gezond/niet ongezond
Veel plezier
<< Terug naar inhoudsopgave
Weinig beweging
56% Ongezond
30% Altijd
In hoeverre heb je plezier in het reizen binnen jouw gemeente? (n=728)
15%
Vaak
Soms
54% Een beetje plezier
Heel ongezond
19%
11%
Nauwelijks
Nooit
20% Weinig plezier
2%
5%
Geen plezier
40
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.5.5 Oordeel Gezondheid
In hoeverre ervaar je slechte luchtkwaliteit in jouw gemeente? 10% (n=781)
19%
38% Heel veel
Ervaar je stress tijdens het reizen binnen jouw gemeente? (n=772) Heel veel stress
Ervaar je door verminderde gezondheid problemen met het reizen? (n=751)
Veel
2% 8%
29%
Veel stress
Een beetje stress
2% 9%
27% Een beetje
Geen
25%
Nauwelijks stress
Geen stress
58% Altijd
<< Terug naar inhoudsopgave
Nauwelijks
35%
30%
6%
Vaak
Zelden
Nooit
41
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Op de volgende pagina’s worden de uitkomsten van alle Brede Welvaart aspecten getoond die binnen dit onderzoek zijn beoordeeld. In de weergaven worden de uitkomsten telkens voor het totaal getoond (groene stippellijn). Deze wordt vergeleken met verschillende segmenten binnen de steekproef. Op de volgende pagina worden de deelregio’s getoond, vervolgens de verschillende hoofdmodaliteiten en tot slot het type automobilist uit het vorige hoofdstuk. De lijnen in de weergaven geven de gemiddelde scores per aspect per segment. Hoe verder de lijn naar buiten ligt, hoe positiever het oordeel over dat aspect. De positie van de lijn is berekend aan de hand van het gemiddelde oordeel per aspect van het betreffende segment (1 = negatief t/m 5 =positief).
<< Terug naar inhoudsopgave
42
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Oordeel aspecten Brede Welvaart naar Deelregio
GEZONDHEID
ALGEMEEN Tevredenheid reizen Tevredenheid woongebied Reisbeperking door gezondheid 5 Reismogelijkheden Gezondheid door het reizen Stress reizen Luchtvervuiling woongebied Plezier in reizen
BEREIKBAARHEID
Betrouwbaarheid
4 3
Informatie bereikbaarheid Drukte op wegen
Reizen om fit te blijven
Noord
Drukte op fietspaden
2 Gezond gevoel door manier van reizen Hoeveelheid beweging tijdens het reizen
Drukte ov
1
Vrijheid reizen in eigen omgeving Verkeersdrukte straat
Verkeersveiligheid eigen reis Veiligheid kinderen naar school fietsen Sociale veiligheid woonomgeving Sociale veiligheid ov
VEILIGHEID
<< Terug naar inhoudsopgave
Verkeersveiligheid buurt Verkeersveiligheid gemeente Aantrekkelijkheid woongebied
Amsterdam
Zuid
Hoeveelheid groen Totaal
Hoeveelheid wegen Hoeveelheid parkeerplaatsen Overlast verkeer Zelf overlast veroorzaken Gemak reizen vanuit buurt
LEEFOMGEVING
43
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Oordeel aspecten Brede Welvaart naar Hoofdmodaliteit
GEZONDHEID
ALGEMEEN Tevredenheid reizen Tevredenheid woongebied Reisbeperking door gezondheid 5 Reismogelijkheden Gezondheid door het reizen Stress reizen Luchtvervuiling woongebied Plezier in reizen
BEREIKBAARHEID
Betrouwbaarheid
4 3
Informatie bereikbaarheid (E-)fiets
Drukte op wegen Drukte op fietspaden
Reizen om fit te blijven
2
Hoeveelheid beweging tijdens het reizen
1
Vrijheid reizen in eigen omgeving
Verkeersveiligheid eigen reis Veiligheid kinderen naar school fietsen Sociale veiligheid woonomgeving Sociale veiligheid ov
VEILIGHEID
<< Terug naar inhoudsopgave
Auto
Drukte ov
Gezond gevoel door manier van reizen
Verkeersveiligheid buurt Verkeersveiligheid gemeente Aantrekkelijkheid woongebied
Verkeersdrukte straat
ov
Hoeveelheid groen Totaal
Hoeveelheid wegen Hoeveelheid parkeerplaatsen Overlast verkeer Zelf overlast veroorzaken Gemak reizen vanuit buurt
LEEFOMGEVING
44
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
Oordeel aspecten Brede Welvaart naar Type automobilist Hieronder een uitsplitsing naar de verschillende segmenten automobilisten. Een aantal aspecten worden significant verschillend beoordeeld door de verschillende segmenten. Met name binnen gezondheid en betrouwbaarheid is het segment ‘Wil en kan niet’ beduidend minder positief.
GEZONDHEID
ALGEMEEN Tevredenheid reizen Tevredenheid woongebied Reisbeperking door gezondheid 5 Reismogelijkheden Gezondheid door het reizen Stress reizen Luchtvervuiling woongebied Plezier in reizen
BEREIKBAARHEID
Betrouwbaarheid
4 3
Informatie bereikbaarheid Drukte op wegen
Reizen om fit te blijven
Wil en kan wel
Drukte op fietspaden
2 Gezond gevoel door manier van reizen Hoeveelheid beweging tijdens het reizen
Drukte ov
1
Vrijheid reizen in eigen omgeving Verkeersdrukte straat
Verkeersveiligheid eigen reis Veiligheid kinderen naar school fietsen Sociale veiligheid woonomgeving Sociale veiligheid ov
VEILIGHEID
<< Terug naar inhoudsopgave
Wil wel maar kan niet
Verkeersveiligheid buurt Verkeersveiligheid gemeente Aantrekkelijkheid woongebied
Wil niet maar kan wel Wil en kan niet
Hoeveelheid groen Totaal
Hoeveelheid wegen Hoeveelheid parkeerplaatsen Overlast verkeer Zelf overlast veroorzaken Gemak reizen vanuit buurt
LEEFOMGEVING
45
Tevredenheid reizen
2.5.6 Mobiliteit en woongeluk Een ruime meerderheid van de respondenten geeft desgevraagd aan dat de bereikbaarheid van hun woongemeente (heel) bepalend is voor het woongeluk dat ze ervaren.
Is de bereikbaarheid van de Amsterdamse regio bepalend voor uw woongeluk? (n=810) 39%
43%
13% 5%
Heel bepalend
Een beetje bepalend
Weinig bepalend
Niet bepalend
Uit een correlatieanalyse naar de samenhang tussen de bevraagde aspecten en de tevredenheid over het reizen en het wonen in het gebied leren we iets anders. De statistische samenhang tussen de gevraagde aspecten en het woongeluk is beperkt. Het overzicht hiernaast laat dat zien. Alleen de relaties met een score van 0,5 of hoger hebben een redelijke samenhang. Hoe groter de samenhang, hoe donkerder de cellen. Van de bevraagde aspecten hebben het aantal reismogelijkheden, de betrouwbaarheid en de vrijheid en het gemak van het reizen enige samenhang met de tevredenheid over het reizen in het gebied (linker kolom). Geen van de bevraagde aspecten heeft een noemenswaardige samenhang met het woongeluk dat men ervaart.
<< Terug naar inhoudsopgave
Reismogelijkheden Betrouwbaarheid Informatie bereikbaarheid Drukte op wegen Drukte op fietspaden Drukte ov Vrijheid reizen in eigen omgeving Verkeersdrukte straat Hoeveelheid groen Hoeveelheid wegen Hoeveelheid parkeerplaatsen Overlast verkeer Zelf overlast veroorzaken Gemak reizen vanuit buurt Aantrekkelijkheid woongebied Verkeersveiligheid gemeente Verkeersveiligheid buurt Sociale veiligheid woonomgeving Sociale veiligheid ov Veiligheid kinderen naar school fietsen Verkeersveiligheid eigen reis Hoeveelheid beweging tijdens het reizen Gezond gevoel door manier van reizen Reizen om fit te blijven Plezier in reizen Luchtvervuiling woongebied Stress reizen Gezondheid door het reizen Reisbeperking door gezondheid
0,6 0,6 0,5 0,0 0,0 0,0 0,6 0,0 0,1 0,1 0,1 0,1 0,1 0,5 0,2 0,2 0,1 0,2 0,3 0,1 0,3 0,0 0,2 0,2 0,4 0,1 0,3 0,2 0,1
Tevredenheid woongebied
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
0,4 0,4 0,3 0,1 0,1 0,0 0,5 0,2 0,1 0,0 0,0 0,2 0,1 0,4 0,4 0,3 0,3 0,4 0,3 0,2 0,3 0,0 0,2 0,1 0,3 0,2 0,3 0,2 0,2
46
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.6 Dilemma’s We hebben de respondenten gevraagd om hun mening over diverse stellingen. Eerst is een hoofdstelling voorgelegd, met de uitkomsten in de binnenste ring. Vervolgens is met een vervolgstelling getoetst of het antwoord op de hoofdstelling stand houdt. De formulering van de vervolgstellingen zijn afgestemd op het antwoord op de hoofdstelling. Deze uitkomsten staan in de buitenste ring. Kinderen moeten zelf kunnen fietsen naar school 50%
50%
50%
50%
50%
50%
Bussen moeten in de bebouwde kom blijven
De kwaliteit van de lucht moet beter
Er moet meer ruimte komen voor fietsers en voetgangers De maximum snelheid in bebouwde kom moet overal omlaag naar 30 km/u Ik wil meer groen en openbare ruimte in mijn wijk
Er moet meer ruimte komen voor spelende kinderen in mijn wijk Auto’s moeten worden geweerd uit het centrum van de steden/dorpen (behalve doelgroepenvervoer << Terug naar inhoudsopgave
47
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.6.1 Kinderen moeten zelf kunnen fietsen naar school Bijna alle respondenten zijn het met deze stelling eens. Drie kwart van de tegenstanders gaat alsnog overstag als niet kunnen fietsen leidt tot minder gezonde en zelfstandige kinderen. Onder de voorstanders blijft 72% bij dezelfde mening als dit zou betekenen dat de wegen rond scholen (tijdelijk) afgesloten worden voor autoverkeer rond de start- en eindtijden van de scholen. Dat is 63% van alle respondenten. In regio Noord zijn alle respondenten het eens zijn met de stelling. In Amsterdam geldt dit voor 96%.
Kinderen moeten zelf kunnen fietsen naar school (n=858) Vind je dat ook als kinderen hierdoor minder gezond en zelfstandig zijn? 72%
2% 23%
98%
<< Terug naar inhoudsopgave
77%
Vind je dat ook als de wegen rond scholen worden afgesloten voor autoverkeer tijdens het begin- en eind van de schooldag?
48
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.6.2 Bussen moeten in de bebouwde kom blijven Een ruime meerderheid is het eens met deze stelling. Onder de voorstanders is vindt 92% dat nog steeds, ook al is de bus dan langer onderweg. De tegenstanders zijn meer verdeeld: een kleine meerderheid blijft ook tegenstander als hierdoor verder moet worden gelopen naar de halte. In regio Amsterdam zijn iets meer voorstanders (90%), in regio Zuid iets minder (87%) dan gemiddeld.
Ik vind dat bussen in de bebouwde kom moeten blijven (n=858) Vind je dat ook als je hierdoor verder moet lopen van of naar een halte?
54% 8%
46%
11%
89% 92%
<< Terug naar inhoudsopgave
Vind je dat ook als de bus hierdoor langer onderweg is naar je bestemming?
49
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.6.3 De kwaliteit van de lucht moet beter Een iets kleinere, maar nog altijd ruime meerderheid vindt dat de luchtkwaliteit beter moet. Voorstanders zijn verdeeld over de vervolgstelling: een kleine meerderheid (54%) vindt dat diesel- of benzineauto’s moeten worden geweerd uit de woonwijken. Ook tegenstanders zijn verdeeld over hun vervolgvraag: De helft is nog steeds tegen als dat betekent dat meer mensen last krijgen van Astma of andere longaandoeningen. Regio Noord ligt het aandeel voorstanders op de hoofdstelling het laagst, maar is nog altijd 82%).
De kwaliteit van de lucht moet beter (n=858) Vind je dat ook als hierdoor meer mensen last hebben van Astma of andere longaandoeningen? 51% 49%
13%
53%
47%
87%
Vind je dat ook als diesel of benzineauto’s hierdoor niet meer in jouw wijk mogen komen?
<< Terug naar inhoudsopgave
50
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.6.4 Er moet meer ruimte komen voor fietsers en voetgangers Een ruime meerderheid van de respondenten is het met deze stelling eens. Van de voorstanders vindt 80% dat dit ten koste moet gaan van ruimte voor de auto (en niet ten koste van groen). Twee derde van de tegenstanders vindt dit nog steeds als dit uiteindelijk ten koste gaat van autoparkeer-plaatsen. Onder automobilisten is het aandeel tegenstanders met 33% relatief hoog, datzelfde geldt voor regio Zuid (26%). Het merendeel van de respondenten die drukte op fietspaden ervaart, vindt dat er meer ruimte moet komen voor fietsers. Van degenen die drukte op de autoweg ervaren, vindt nog steeds het merendeel dat er meer ruimte voor fietsers en voetgangers moet komen, wederom vooral ten koste van ruimte voor de auto. Dit geldt wel met name voor automobilisten die alternatieven, waaronder de fiets, overwegen. Van degenen die geen alternatieve reismethode overwegen, vindt alsnog 55% dat er meer ruimte voor fietsers moet komen
Er moet meer ruimte komen voor fietsers en voetgangers (n=858) Vind je dat ook als dit ten koste gaat van parkeerplaatsen voor auto’s?
38%
62%
19%
21%
79%
81%
<< Terug naar inhoudsopgave
Vind je dat dit ten koste moet gaan van groen en buitenruimte (■) of ruimte voor de auto (■)
51
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.6.5 De maximumsnelheid in de bebouwde kom moet overal omlaag naar 30 km/h Twee derde van alle respondenten is het hiermee eens. Bijna de helft vindt dit nog steeds als dit leidt tot een langere reistijd. Een nipte meerderheid van de respondenten die in eerste instantie tegen is, is dat niet meer als dit leidt tot meer verkeersongevallen en -slachtoffers. Inwoners uit Amsterdam zijn het relatief meer eens met deze stelling dan in andere regio’s (73%). Jongere respondenten zijn onder gemiddeld eens. Respondenten die meer verkeersoverlast ervaren, zijn het vaker eens zijn met de stelling. We zien geen verschillen tussen hoog- en laagfrequente reizigers. Automobilisten zijn het minder vaak eens met de stelling, terwijl ov-reizigers iets vaker voorstander zijn.
De maximum snelheid in de bebouwde kom moet omlaag (n=858) Vind je dat ook als dit leidt tot meer ongevallen en slachtoffers 49%
34% 51%
66%
89%
11%
Vind je dat ook als je hierdoor langer onderweg bent?
<< Terug naar inhoudsopgave
52
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.6.6 Ik wil meer groen en openbare ruimte in mijn wijk Iets minder dan twee derde wil meer groen/openbare ruimte in zijn/haar wijk. Drie kwart van de voorstanders vindt dat dit ten koste mag gaan van het aantal parkeerplekken. Van de tegenstanders vindt een nipte minderheid (44%) dat dit ten koste mag gaan van de luchtkwaliteit. Het aandeel voorstanders is relatief groot in regio Noord. We zien verder dat het aandeel voorstanders groot is onder respondenten die vinden dat er te veel parkeerplekken, te veel autowegen en te weinig groen in hun leefomgeving is (resp. 83%, 84% en 92%).
Ik wil meer groen en openbare ruimte in mijn wijk (n=857) Vind je dat ook als dit ten koste gaat van de luchtkwaliteit? 56%
37% 77%
63%
44%
23%
<< Terug naar inhoudsopgave
Vind je dat ook als dit ten koste gaat van het aantal parkeerplekken?
53
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.6.7 Er moet meer ruimte komen voor spelende kinderen in mijn wijk Net iets meer dan de helft van alle respondenten vindt dat er meer ruimte moet komen voor spelende kinderen in de wijk moet komen. De helft van de tegenstanders blijft ook bij dat standpunt als dit ongelukken voorkomt. Driekwart van de voorstanders zou hier parkeerplekken voor opgeven. Er zijn geen grote verschillen te zien tussen de regio’s of leeftijden.
Er moet meer ruimte komen voor spelende kinderen in mijn wijk (n=858) Vind je dat ook als hierdoor minder ongelukken gebeuren? 50%
75%
44% 56% 50%
25%
<< Terug naar inhoudsopgave
Vind je dat ook als er hierdoor minder parkeerplekken beschikbaar zijn?
54
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.6.8 Auto’s moeten worden geweerd uit het centrum van de steden/dorpen Een kleine meerderheid vindt dat auto’s moeten worden geweerd uit de centra van de steden en dorpen. Vrijwel alle voorstanders vinden dat nog steeds als ze hierdoor lopend, met de fiets of met het ov naar het centrum moeten. Het grootste deel van de tegenstanders vindt alsnog dat auto’s geweerd moeten worden als het dan minder veilig zou worden in de wijk waar met woont. Door 41% van de automobilisten wordt deze stelling eveneens positief beantwoord. Dit betreffen met name automobilisten die bereid zijn om anders te reizen maar dit niet kunnen. Opvallend is dat een kleiner deel van degenen die zowel anders kunnen als willen reizen het eens is met de stelling. De woonregio heeft nagenoeg geen effect op het beantwoorden van de stelling.
Auto’s moeten geweerd worden uit het centrum van de steden/dorpen (behalve doelgroepenvervoer) (n=776) Vind je dat ook als het hierdoor minder veilig is in jouw wijk?
27%
44% 56%
73%
2%
<< Terug naar inhoudsopgave
98%
Vind je dat ook als je hierdoor te voet/met de fiets/ met het ov naar het centrum moet?
55
Inwonersonderzoek herijking beleidskader
2.6.9 Waar zou je in investeren als je het voor het zeggen zou hebben? (n=857) In onderstaande diagram bestaan de categorieën ‘Meer/ makkelijker/ goedkoper ov’ en ‘Meer ruimte voor de fiets en voetganger’ bestaan uit respectievelijk 3 en 2 antwoordopties. De andere categorieën waren één antwoordoptie in de vragenlijst. Er konden meer antwoorden worden gegeven.
Amsterdam
85% 83%
Zuid
Noord
Totaal
89% 86% 55% 59%
56% 46%
33% 36%
32%
33% 35%
28%
30% 29% 6% 4%
Meer/ makkelijker/ Meer ruimte voor goedkoper ov de fiets en voetganger
Een ruime meerderheid heeft een (of meer) van de ovgerelateerde antwoordopties aangevinkt. 64% van alle respondenten zou de prijs van ov verlagen, 59% zou investeren in meer ov en 50% zou het ov makkelijker maken << Terug naar inhoudsopgave
Nabijheid voorzieningen
8%
8%
6%
8% 9% 6%
Verbetering Meer ruimte voor verkeersveiligheid de auto
Een (kleine) meerderheid zou investeren in meer en betere fietspaden (48%) en/of meer ruimte voor voetgangers (34%). In regio Zuid is dit aandeel wat lager dan in de andere regio’s.
Anders
De respondenten die anders, namelijk hebben geantwoord noemen vooral meer handhaving op verkeersovertredingen en het uitbreiden van de parkeervoorzieningen.
56
BIJLAGEN
57
Bijlage 1 (Aantallen) gebruikte modaliteiten (Kan wel, wil wel) (E-)fiets
1
Brommer/scooter
2
Bus
3
Trein Tram
4
Metro
5
Deelvervoer 6