Bijlage 3C Regels bestemmingsplan Zuid 2021 inclusief bijlagen.pdf
Tekst van het document
Zuid 2021
36
c. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen. 20.4.2 Uitzondering Het in lid 20.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende vergunning. 20.4.3 Voorwaarden De in lid 20.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien de archeologische belangen of de mogelijkheden van archeologisch onderzoek niet onevenredig worden aangetast.
Zuid 2021
37
Artikel 21
Waarde - Archeologie 3
21.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waarde - Archeologie 3' bestemde gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden. b. Het bepaalde in artikel 29.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 21.2
Bouwregels
21.2.1 Algemeen Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a. de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een inventariserend veldonderzoek heeft overlegd, waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld, tenzij: 1. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden of plaatsing van een bouwwerk niet dieper dan 0,5 meter onder peil, of 2. de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden of plaatsing van een bouwwerk met een oppervlakte tot ten hoogste 500 m², of 3. uit aanvullend bureauonderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is en er geen nader archeologisch onderzoek nodig is. 21.2.2 Omgevingsvergunning voor bouwen Indien uit een inventariserend veldonderzoek blijkt dat archeologische waarden vanwege voorgenomen bouwactiviteiten zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag aan de omgevingsvergunning de volgende voorschriften verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c.
de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan de door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 21.3
Nadere eisen
21.3.1 Eisen Het bevoegd gezag kan nadere eisen stellen, met betrekking tot de situering van bouwwerken, indien een inventariserend veldonderzoek daartoe aanleiding geeft. 21.3.2 Toepassen De bevoegdheid onder 21.3.1 wordt toegepast met het oog op de bescherming van archeologische waarden en deze in situ te behouden. 21.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of
21.4.1 Algemeen Het is verboden op of in de gronden waarop deze bestemming betrekking heeft zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren over een oppervlakte van meer dan 500 m², en op een diepte van 0,5 meter of meer: a. het uitvoeren van graafwerkzaamheden en grondbewerkingen, waartoe worden gerekend egaliseren, roeren, omwoelen van gronden, aanleggen en verbreden van water, het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem en het verlagen van het waterpeil, tenzij dit een maatregel is van het bevoegde waterschap; b. het aanbrengen van drainage; c. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen.
Zuid 2021
38
21.4.2 Uitzondering Het in lid 21.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en beheer betreffen; b. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het plan; c. mogen worden uitgevoerd op grond van een reeds verleende vergunning. 21.4.3 Voorwaarden De in lid 21.4.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien de archeologische belangen of de mogelijkheden van archeologisch onderzoek niet onevenredig worden aangetast.
Zuid 2021
39
Artikel 22
Waterstaat - Waterkering
22.1 Bestemmingsomschrijving a. De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), primair bestemd voor dijken en kaden met een waterkerende functie en de hierbij behorende voorzieningen en inrichtingsaspecten. b. Het bepaalde in artikel 29.3 Voorrangsregels dubbelbestemmingen is van overeenkomstige toepassing. 22.2
Bouwregels
22.2.1 Toegelaten bebouwing Voor het bouwen ten behoeve van het in lid 20.1 bedoelde dubbelbestemming gelden de volgende bouwregels: a. gebouwen zijn niet toegestaan; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. 22.2.2 Voorwaarden bebouwing Voor het bouwen ten behoeve van de andere daar voorkomende bestemming(en) geldt dat uitsluitend gebouwd mag worden voor zover: a. het waterkerend vermogen niet onevenredig wordt geschaad; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de waterbeheerder. 22.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 22.3.1 Algemeen Het is verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanleggen van wegen of paden en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen; b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en bomen; c. het aanleggen van andere kabels en leidingen dan in de bestemmingsomschrijving is aangegeven, en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructie, installaties of apparatuur; d. het indrijven van voorwerpen in de bodem; e.
het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren. 22.3.2 Uitzondering Het in lid 22.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken of werkzaamheden die: a. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarvoor een omgevingsvergunning is verleend; b. normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming betreffen c. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het in werking treden van het bestemmingsplan. 22.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De in lid 22.3.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien: a. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het doelmatig functioneren van de waterkering; b. voorafgaand overleg heeft plaatsgevonden met de beheerder van de betreffende watergang en waterkering.
Zuid 2021
40
Hoofdstuk 3
Artikel 23 23.1
Algemene regels
Algemene aanduidingsregels
geluidzone - industrie
23.1.1 Algemeen De gronden ter plaatse van het bestemmingsvlak geluidzone - industrie zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingsvlakken, mede bestemd voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in verband met een te hoge geluidsbelasting vanwege het gezoneerd industrieterrein Verrijn Stuart. 23.1.2 Bouwregels a. In afwijking van het bepaalde bij de andere bestemmingsvlakken zijn, met uitzondering van bestaande geluidsgevoelige functies en/of geluidsgevoelige gebouwen en de herbouw van deze gebouwen, ter plaatse van het bestemmingsvlak geluidzone - industrie een nieuwe geluidsgevoelige functies en/of nieuwe geluidsgevoelige gebouwen toegestaan. b. Nieuwe geluidsgevoelige functies en/of nieuwe geluidsgevoelige gebouwen die op grond van een ander bestemmingsvlak toelaatbaar zijn, zijn ter plaatse van het bestemmingsvlak geluidzone industrie uitsluitend toegestaan indien wordt voldaan aan de geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder. 23.2 Veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation - 1 Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation - 1' zijn geen kwetsbare objecten toegestaan.
23.3 Veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation - 2 Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - gasdrukmeet- en regelstation - 2' zijn geen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten toegestaan.
Zuid 2021
41
Artikel 24
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Zuid 2021
42
Artikel 25
Algemene bouwregels
25.1 Parkeernorm Bij het bouwen, zoals bedoeld in hoofdstuk 2, worden de kencijfers voor parkeren zoals opgenomen in publicatie 182 (CROW) in acht genomen. 25.2 afwijken van de parkeernorm Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaald in 25.1 indien de situatie ter plaatse of de aard van het bouwwerk hiertoe aanleiding geeft.
Zuid 2021
43
Artikel 26 26.1
Algemene gebruiksregels
Verboden gebruik
26.1.1 Algemeen Als een verboden gebruik wordt in ieder geval beschouwd een gebruik van gronden en/of water: a. als opslag-, stort-, lozings- of bergplaats van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voorwerpen, stoffen of producten, behoudens voor zover dat noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. voor het (doen) uitoefenen van straatprostitutie; c. voor het (doen) exploiteren van een seksinrichting, een escortbedrijf of (het laten uitoefenen van) raamprostitutie; d. voor ligplaatsen voor woonschepen; e. voor speelautomatenhallen.
Zuid 2021
44
Artikel 27
Algemene afwijkingsregels
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en er op grond van de regels in Hoofdstuk 2 niet eerder kon worden afgeweken, bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels van het plan, voor: a. overschrijding van bouw- en/of bestemmingsvlakgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter ten hoogste 5 meter bedragen en het bouwvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot; b. het oprichten van bouwwerken voor infrastructurele en openbare voorzieningen met dien verstande dat de bouwhoogte ten hoogste 6 meter en de oppervlakte van een gebouw ten hoogste 20 m² bedraagt; c. het overschrijden van de bouw- en goothoogten van gebouwen met ten hoogste 10%; d. het overschrijden van de bouwhoogten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde met ten hoogste 20%; e. het overschrijden van de verticale bouwdiepten voor ondergrondse bouwwerken met ten hoogste 5 meter; f.
het overschrijden van bouwgrenzen voor balkons, galerijen, luifels, entreepartijen, buitentrappen en soortgelijke onderdelen, van gebouwen met niet meer dan 3 meter; g. het oprichten van voorzieningen ter bevordering van de milieukwaliteit, zoals geluidsschermen en luchtkwaliteitschermen; h. het overschrijden van bouw- en/of bestemmingsvlakgrenzen met maximaal 1,5 meter ten behoeve van een overbouwing, mits op een hoogte boven de eerste verdiepingsvloer van het hoofdgebouw; i. het plaatsen van een vrijstaande antenne-installatie onder de volgende aanvullende voorwaarden: 1. uit een onderbouwing van de aanvrager blijkt dat er geen redelijk alternatief voorhanden is, bv. in de vorm van een vergunningsvrije installatie, dan wel in de vorm van sitesharing bij bestaande, reeds vergunde, installaties; 2. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 40 meter; 3. de beoogde locatie is gesitueerd in het gearceerde gebied zoals aangegeven op de kaart “Plaatsingsmogelijkheden van GSM en UMTS antenne-installaties” (vastgesteld d.d. 5 maart 2009) zoals opgenomen in Bijlage 2 Kaart GSM en UMTS Masten; j. het plaatsen van een vrijstaande prikmast onder de volgende aanvullende voorwaarden: 1. uit een onderbouwing van de aanvrager blijkt dat er geen redelijk alternatief voorhanden is, bv.
in de vorm van een vergunningsvrije installatie, dan wel in de vorm van sitesharing bij bestaande, reeds vergunde, installaties of het oprichten van een installatie met de mogelijkheid van sitesharing; 2. de bouwhoogte bedraagt ten hoogste 22 meter; 3. de beoogde locatie is gesitueerd binnen de onder lid i genoemde gebieden of langs de hoofdinfrastructuur, waaronder wordt verstaan: gelegen langs rijkswegen, spoorwegen, waterwegen met bijbehorende bermen en taluds alsmede de Gooiseweg met bijbehorende bermen en taluds; 4. de beoogde locatie is niet gelegen binnen een straal van 100 meter van een andere, omgevingsvergunningplichtige antenne-installatie.
Zuid 2021
45
Artikel 28
Algemene wijzigingsregels
28.1 Overschrijding bestemmingsgrenzen Het bevoegd gezag kan de in het plan opgenomen bestemmingen wijzigen ten behoeve van overschrijding van bestemmingsgrenzen, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter ten hoogste 5 m bedragen en het bestemmingsvlak mag met ten hoogste 10% worden vergroot. 28.2 Waarde archeologie Het bevoegd gezag kan een of meer bestemmingsvlakken van de bestemmingen Waarde - Archeologie 2 en Waarde - Archeologie 3 geheel of gedeeltelijk verwijderen, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.
Zuid 2021
46
Artikel 29
Overige regels
29.1 Verwijzing naar andere regelgeving Indien en voor zover in deze regels wordt verwezen naar een wet, een algemene maatregel van bestuur, een verordening, een richtlijn of een andere (wettelijke) regeling, dan geldt deze wet, algemene maatregel van bestuur, verordening, richtlijn of andere (wettelijke) regeling zoals die luidt dan wel van kracht is op het moment van de vaststelling van dit plan. 29.2 Bestaande maten regeling a. In die gevallen dat bestaande hoogten, bestaande inhoud en/of bestaande oppervlakten, als vergund sinds 2013, meer bedragen dan in dit bestemmingsplan is voorgeschreven, worden de bestaande maatvoeringen als ten hoogste toelaatbaar aangehouden. b. In die gevallen dat bestaand gebruik, als vergund sinds 2013, niet is overgenomen in deze regels, al dan niet in combinatie met een aanduiding op de verbeelding, wordt dit afwijkende gebruik als bestaand en toelaatbaar beschouwd op grond van dit bestemmingsplan. c. In geval van heroprichting van bouwwerken na sloop is het bepaalde in sub a uitsluitend van toepassing indien dit geschiedt op dezelfde plaats als waar de sloop plaatsvindt. d. De regels in sub a t/m c van artikel 29.2 zijn niet van toepassing voor gevallen waarbij sprake is van een toestemming of vergunning van tijdelijke aard.
29.3 Voorrangregels dubbelbestemmingen In geval van strijdigheid van de regels van (met elkaar samenvallende) dubbelbestemmingen wordt de volgende voorrangsvolgorde aangehouden: a. b. c. d. e.
Artikel 22 Waterstaat - Waterkering Artikel 18 Leiding - Hoogspanning Artikel 19 Leiding - Leidingstrook Artikel 20 Waarde - Archeologie 2 Artikel 21 Waarde - Archeologie 3
Zuid 2021
47
Zuid 2021
48
Hoofdstuk 4
Artikel 30 30.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 30.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Lid 30.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 30.2 Gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 30.2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in lid 30.2 sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Lid 30.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan of de voorheen geldende beheersverordening, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan of de beheersverordening.
Zuid 2021
49
Artikel 31
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van de Zuid 2021 van de gemeente Diemen.
Zuid 2021
50
Staat van Horeca-activiteiten Categorie 1 “zeer lichte horeca” Woonwijkgerelateerde horecabedrijven die in beginsel alleen overdag behoeven te zijn geopend (vooral verstrekking van etenswaren) en daardoor slechts dermate beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken dat deze in een woonomgeving inpasbaar zijn: • Koffiebar; • Lunchroom; • IJssalon; • Tearoom. Categorie 2 “lichte horeca” Horecabedrijven die in beginsel alleen overdag en ’s avonds behoeven te zijn geopend (vooral verstrekking van etenswaren en maaltijden) en daardoor slechts dermate beperkte hinder voor omwonenden veroorzaken dat deze in een gemengd gebied inpasbaar zijn. Binnen deze categorie worden de volgende subcategorieën onderscheiden: 2 a) • • • •
Aan de detailhandelsfunctie verwante horeca: Automatiek; Snackbar; Traiteur; Horecabedrijf t.b.v. afhaal- en bezorgservice.
2 b) •
Overige lichte horeca Restaurant;
Categorie 3 “middelzware horeca” Horecabedrijven die normaal gesproken ook delen van de nacht geopend zijn en daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden kunnen veroorzaken: • Biljartcentrum; • Café; • Zalenverhuur (zonder regulier gebruik tbv feesten en muziek-/dansevenementen). Categorie 4 “zware horeca” Horecabedrijven die voor een goed functioneren ook ’s nachts geopend zijn en die tevens een groot aantal bezoekers aantrekken en daardoor grote hinder voor de omgeving met zich mee kunnen brengen: • Discotheek; • Nachtclub; • Partycentrum (regulier gebruik t.b.v. feesten en muziek-/dansevenementen).