CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Advies Commissie MER

Gemeenteraadsvergadering 27 juni 2024, gemeente DiemenBij agendapunt: Partiële herziening Omgevingsvisie 2024 (wind- en zonne-energie) inclusief MER wind5.099 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Regionale Energiestrategie (RES) zoekgebieden Diemen

Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 14 februari 2024 / projectnummer: 3706

Advies over het MER in het kort Gemeente Diemen wil in een partiële herziening van de Omgevingsvisie 2040 (hierna herziening) zoekgebieden voor wind- en zonne-energie vaststellen. Ook de ambitie van 50% lokaal eigendom1 van grootschalige energieprojecten wordt in de herziening vastgelegd. Voordat de gemeenteraad van Diemen hierover een besluit neemt, zijn de milieugevolgen van de zoekgebieden voor windenergie onderzocht in een milieueffectrapport (hierna MER).2 De gemeente heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna Commissie) gevraagd het rapport te beoordelen. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER.

Wat staat in het MER? In het MER zijn de milieueffecten onderzocht van windturbines in vier zoekgebieden (A tot en met D, zie figuur 1). Het onderzoek is in twee delen uitgevoerd. In deel A zijn de milieueffecten per zoekgebied onderzocht. In deel B zijn vier alternatieven (combinaties van zoekgebieden) onderzocht en beoordeeld op milieueffecten. In deel A van het MER staat dat het verschil in milieueffecten beperkt is tussen de zoekgebieden. Het verschil in effecten is het grootst voor de aspecten landschap en recreatie. Vooral het plaatsen van een windturbine in zoekgebied D heeft op beide aspecten een negatief effect. Dit komt onder andere door de ligging van het zoekgebied in een Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL). Zoekgebied B heeft op deze aspecten de minste negatieve effecten. Zoekgebied B heeft van alle zoekgebieden wel het grootste effect op geluidhinder door de ligging nabij woningen in het buitengebied. In deel B van het MER zijn vier alternatieven ontwikkeld, genaamd ‘maximale opbrengst’, ‘lijnopstelling’, ‘knooppunt cluster 1’ en ‘knooppunt cluster 2’. De alternatieven bestaan uit respectievelijk 4, 3, 3 en 2 windturbines. In het MER wordt geconcludeerd dat de alternatieven met een groter aantal turbines, negatievere effecten hebben op het milieu dan alternatieven met minder turbines. In het MER is geen voorkeursalternatief beschreven.

Uit de ontwerp herziening3 blijkt dat het College van Burgemeester en Wethouders (B&W) het alternatief ‘maximale opbrengst’ als voorkeursalternatief heeft aangewezen.

Wat is het advies van de Commissie? De Commissie waardeert de gefaseerde aanpak, waarin zowel de effecten van de afzonderlijke zoekgebieden als de effecten van verschillende combinaties van zoekgebieden in beeld zijn gebracht. Naar het oordeel van de Commissie ontbreekt echter nog belangrijke informatie voor de besluitvorming. Het aanvullen van die informatie is essentieel om het belang van de leefomgeving volwaardig mee te kunnen wegen bij het besluit over de herziening van de Omgevingsvisie door de gemeenteraad. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER de volgende informatie (nader) in beeld te brengen: 1

De Commissie gaat niet over lokaal eigenaarschap. Daarom wordt hier in het advies niet op in gegaan. Wel is de Commissie bekend met verschillende goede voorbeelden van lokaal eigenaarschap, zoals Windplan Groen en Windplan Blauw in Flevoland.

2 3

MER Wind Diemen, Antea Group, 28 november 2023. Ontwerp partiële herziening Omgevingsvisie Diemen 2040 t.b.v. zoekgebieden wind en zon, Gemeente Diemen, november 2023.

-1-

Bijdrage aan de doelstelling. In het MER staat niet wat de energiedoelstelling is voor het plan, ook zijn geen energieopbrengstberekeningen gedaan. Hierdoor is niet duidelijk in hoeverre de alternatieven bijdragen aan de energiedoelstelling van de gemeente. Ook kunnen positieve effecten (bijdrage aan de doelstelling) en milieueffecten zo niet transparant tegen elkaar worden afgewogen.

Samenhang zoekgebieden wind en zon. In de herziening worden windenergie- en zonneenergiegebieden vastgelegd. In het MER zijn alleen de milieueffecten van windturbines

onderzocht. Onduidelijk is hierdoor in hoeverre variatie in de verhouding tussen winden zonne-energie leidt tot andere milieueffecten. 

Uitvoerbaarheid van de alternatieven. De Commissie signaleert verschillende risico’s voor de uitvoerbaarheid van de alternatieven, waaronder vergunbaarheidsrisico’s vanwege

effecten op natuur. Risico’s voor de uitvoerbaarheid en mogelijkheden om deze risico’s te voorkomen of beperken, zijn in het MER niet in beeld gebracht. 

Regionaal perspectief op alternatieven. Nabij de zoekgebieden van gemeente Diemen, heeft ook gemeente Amsterdam een zoekgebied voor windturbines. De alternatieven

lijken niet in samenhang met het plan van Amsterdam te zijn ontwikkeld en effecten zijn niet cumulatief beoordeeld. 

Herleidbaarheid en volledigheid effecten op natuur. De effectanalyse en -beoordeling voor natuur is niet goed navolgbaar. Hierdoor is niet duidelijk of het terecht is dat de effecten van de verschillende zoekgebieden op de natuur onderscheidend zijn

beoordeeld. Daarnaast ontbreekt in het MER een totaaloverzicht van de effecten van het plan op de natuur. De effecten die niet verschillen tussen de alternatieven zijn namelijk

niet in beeld gebracht. Ook negatieve effecten die niet verschillen tussen de alternatieven moeten in het MER worden beschreven. Het MER moet in beeld brengen of de alternatieven niet leiden tot aantasting van natuurgebieden. 

Beoordeling beleving in dynamisch infrastructuurlandschap. De windturbines zijn

gepland in een dynamisch landschap. Een beschouwing en visualisaties van de invloed van de windturbines op de beleving binnen dit dynamisch infrastructuurlandschap ontbreken. De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het MER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over de herziening. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgproces.4

4

In het MER staat niet hoe het vervolgproces eruit ziet. Wel staat op pagina 18 van het MER dat het vervolgproces kan bestaan uit “het opnemen van concrete locaties in het omgevingsbeleid en de uiteindelijke vergunningverlening”. De aandachtspunten die in dit advies genoemd zijn gaan uit van deze vervolgstappen.

-2-

Figuur 1: Zoekgebieden weergegeven met letters en alternatieven weergegeven met cijfers (bron: MER)

Aanleiding MER In de partiële herziening van Omgevingsvisie 2040, wil de gemeente Diemen zoekgebieden voor winden zonne-energie aanwijzen. Voor de besluitvorming zijn de milieueffecten van vier zoekgebieden voor windenergie onderzocht. Omdat de herziening de ontwikkeling van windturbines mogelijk maakt, is de herziene Omgevingsvisie kaderstellend voor m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten, namelijk: de oprichting, wijziging of uitbreiding van een windpark.5 Daarom is voor besluitvorming over de Omgevingsvisie een plan-MER opgesteld. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Diemen - besluit over de partiële herziening van de Omgevingsvisie. De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3706 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.

5

Categorie C2 in bijlage V bij het Omgevingsbesluit.

-3-

Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij adviezen voor de op te stellen aanvulling. Deze adviezen zijn opgenomen in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren ervan essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming door de gemeenteraad van Diemen. In de tekst worden ook een aantal aanbevelingen gedaan. Deze zijn bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming, nu en in de toekomst, te verbeteren.

Bijdrage aan de doelstelling Tijdens een mondelinge toelichting6 heeft de gemeente aangegeven bewust geen vermogens- of productiedoelstelling voor het plan te hanteren. Wel is in de Regionale Energiestrategie (RES) 1.0 voor de deelregio Amstelland, waar Diemen onderdeel van uitmaakt, voor windenergie een opwekpotentie van 66 GWh in 2030 (8 turbines) vastgelegd.7 Daarnaast heeft de gemeente de doelstelling om in 2040 energieneutraal te zijn. Windturbines kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het behalen van deze doelstelling. In het MER zijn geen (kwantitatieve) energieopbrengstberekeningen uitgevoerd. Hierdoor is onduidelijk in hoeverre de alternatieven bijdragen aan de doelstellingen uit de RES 1.0 en van de gemeente, en of het voor deze bijdrage nodig is om alle zoekgebieden in te vullen. Omdat de alternatieven van elkaar verschillen qua opgesteld vermogen, verschilt ook de bijdrage per alternatief. Een energieopbrengstberekening kan helpen bij het in beeld brengen van de productie per alternatief. Hiermee kan de bijdrage aan de doelstelling(en) zichtbaar worden gemaakt. Vervolgens kan daarmee de verhouding tussen milieueffecten en de bijdrage aan de energiedoelstelling per alternatief in beeld worden gebracht. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, de doelstelling van het plan expliciet te maken.

Maak daarnaast met een kwantitatieve energieopbrengstberekening inzichtelijk welke bijdrage de verschillende alternatieven leveren aan het behalen van deze doelstelling.8 Geef ook aan of het op basis daarvan nodig is om alle zoekgebieden in te vullen.

6

Op 21 december 2023 bracht de Commissie een bezoek aan de gemeente Diemen en het plangebied. Daar kreeg zij een toelichting op de herziening van de Omgevingsvisie van de gemeente en diens adviseurs.

7 8

RES 1.0 Noord-Holland Zuid (energieregionhz.nl), pagina's 83 en 84.

In tabel 3.1 ‘Beoordelingskader voor het MER’, is aangegeven dat de opwekpotentie per gebied kwantitatief zou worden beoordeeld. Dit is in het MER niet gebeurd.

-4-

Afbakening van het voornemen Milieueffecten van zonneparken Het MER beoordeelt alleen de milieueffecten van windturbines. In de herziening worden ook locaties voor zonne-energie aangewezen. Uit de ontwerp herziening blijkt dat de aangewezen gebieden voor zonne-energie gebaseerd zijn op de Zonneladder van gemeente Diemen.9 In de Zonneladder zijn voor verschillende zoekgebieden de effecten van zonneparken op onder andere natuur en landschap in beeld gebracht.10 Ook is in de Zonneladder een prioritering aangegeven voor de ontwikkeling van de zoekgebieden voor zonne-energie. Een integrale afweging tussen wind- en zonne-energie ontbreekt in het MER en is ook geen onderdeel van eerder uitgevoerde studies. Deze afweging is om de volgende redenen wel relevant: 

Zonnepanelen op daken, zonneparken en windturbines geven gezamenlijk invulling aan de doelstelling van de gemeente om in 2040 energieneutraal te zijn. Daarmee bestaat een samenhang tussen het benodigde aantal windturbines en – afgezien van de zonnepanelen op daken - het benodigde aantal hectare zonnepark.

Voor de besluitvorming is relevant in hoeverre milieueffecten van elkaar verschillen als de verhouding tussen wind- en zonne-energie wordt aangepast. De milieueffecten zijn voor

de zoekgebieden voor zonne-energie in de Zonneladder wel in beeld gebracht, maar er is geen effectafweging gemaakt tussen de zoekgebieden voor wind- en zonne-energie. 

Voor een stabiel energiesysteem is van belang dat de hoeveelheid elektriciteit opgewekt

door wind (aanmerkelijk) groter is dan opgewekt door zon.11 Hoewel op dit moment in de regio nog geen sprake is van netcongestie, is het optimaliseren van de verhouding tussen wind- en zonne-energie mogelijk een relevante maatregel voor het bevorderen van de balans tussen vraag en aanbod en om netcongestie ook in de toekomst te voorkomen. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, in beeld te brengen of en, zo ja hoe, het aantal te realiseren windturbines en het aantal hectare zonnepark elkaar beïnvloeden. Beschrijf de invloed op milieueffecten en netcapaciteit. Houd er daarbij rekening mee dat het voor een stabiel energiesysteem van belang is dat de hoeveelheid windenergie groter is dan de hoeveelheid zonne-energie.

Milieuoverwegingen bij locatiekeuze zoekgebieden De zoekgebieden uit RES 1.0 Noord-Holland Zuid vormen de basis voor de zoekgebieden die in het MER zijn onderzocht. In paragraaf 2.1 van het MER is toegelicht welk proces is doorlopen om te komen tot de zoekgebieden voor MER deel A. Aangegeven is dat de zoekgebieden geprioriteerd zijn door het college van B&W. In het MER staat niet of en welke milieu-informatie is gehanteerd voor de totstandkoming en verfijning van de zoekgebieden.

9 10 11

Zonneladder – Gemeente Diemen, Natuur en Milieufederatie Noord-Holland, februari 2023. De Commissie heeft de volledigheid en de juistheid van de (milieu)informatie uit de Zonneladder niet beoordeeld. Dit blijkt onder andere uit Scenario’s voor klimaatneutraal energiesysteem | TNO. De verhouding tussen elektriciteitsproductie uit zon en wind verschilt per scenario, maar is doorgaans ordegrootte 1 : 4. Wanneer Nederland alle energie zelf wil produceren is het aandeel zon iets groter, wanneer we ons sterk verbinden met de rest van Europa wat lager. Een hoger aandeel wind is passend bij de situatie waarin elektriciteit een groter deel van de verwarming van woningen gaat verzorgen. Bij de grotere vraag in de winter past dan immers een groter aanbod, dat wind beter dan zon kan leveren.

-5-

De milieu-informatie voor de locatiekeuze lijkt wel (deels) aanwezig. In het RES-proces zijn milieuoverwegingen meegenomen.12 Daarbij geeft de RES-regio aan rekening te hebben gehouden met het advies van de Commissie op de RES 1.0 Noord-Holland Zuid.13 In het MER Wind Diemen ontbreekt een verwijzing naar de relevante, publiek toegankelijke milieuinformatie. Niet alle relevante milieu-informatie lijkt daarnaast openbaar beschikbaar. Gevolg is dat de locatiekeuzes en begrenzing van de zoekgebieden niet navolgbaar zijn en dat onduidelijk is of er binnen de gemeente vanuit milieuperspectief andere geschikte locaties zijn. De Commissie beveelt aan om te onderbouwen hoe de zoekgebieden zijn bepaald en welke (milieu)overwegingen daarbij een rol hebben gespeeld. Neem waar nodig verwijzingen of achtergrondinformatie op naar eerdere milieu-informatie.

Uitvoerbaarheid van het plan en de alternatieven In MER deel A is een geschiktheidsanalyse uitgevoerd voor de individuele zoekgebieden. In de conclusie van deel A is echter geen duiding gegeven aan de beschreven milieueffecten. Hierdoor blijft onduidelijk wat de effectbeoordelingen betekenen voor de geschiktheid (uitvoerbaarheid) van de zoekgebieden. In MER deel A en B ligt de nadruk op de vergelijking van de zoekgebieden en van de alternatieven. Alternatieven in een MER moeten ‘realistisch’ zijn. Dat betekent dat een inschatting nodig is van de uitvoerbaarheid ervan. De gemeente heeft bovendien het doel om de geschiktheid van de zoekgebieden in beeld te brengen. Ook voor dat doel is de uitvoerbaarheid van de individuele zoekgebieden en van het plan en de alternatieven als geheel van belang. Er spelen verschillende realistische risico’s die de uitvoerbaarheid van het plan en de alternatieven onder druk kunnen zetten. Het MER maakt niet inzichtelijk of en in welke mate dergelijke risico’s spelen. Ook maakt het MER niet inzichtelijk of/welke maatregelen worden overwogen om deze (eventuele) risico’s te beperken of voorkomen. In de onderstaande paragrafen zijn de risico’s voor de uitvoerbaarheid toegelicht die volgens de Commissie van belang zijn voor dit plan en de alternatieven.

Vergunbaarheid effecten op natuur Uit het MER blijkt dat de effecten op de natuur nauwelijks verschillen tussen de zoekgebieden en alternatieven. Van alle milieuaspecten zijn de effecten op gebieds- en soortenbescherming in absolute zin het meest negatief beoordeeld, zie de samenvattende beoordelingstabellen in het MER. In het MER staat niet of de effecten op beschermde gebieden of soorten een risico vormen voor de uitvoerbaarheid van de alternatieven. Het gaat hier bijvoorbeeld over de negatieve effecten op eenden, ganzen en de meervleermuis van Natura 2000-gebieden Markermeer & IJmeer, Naardermeer en Oostelijke Vechtplassen en beschermde broedvogels en vleermuissoorten.

12 13

RES1.0-NHN-MER en milieueffecten (energieregionhn.nl) Advies van de Commissie: a3484.pdf (commissiemer.nl)

-6-

Het MER brengt ook niet in beeld welke mitigerende maatregelen14 overwogen worden om effecten op beschermde gebieden en soorten te beperken of voorkomen. Hierdoor is niet duidelijk of en welke mitigerende maatregelen beschikbaar zijn en/of toegepast worden om negatieve effecten te voorkomen. Drie van de vier zoekgebieden liggen binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Alleen zoekgebied D ligt niet binnen een beschermd natuurgebied. Voor de drie zoekgebieden in NNN-gebied is sprake van ruimtebeslag in NNN-gebied.15 Daarom is compensatie nodig. Mondeling heeft de gemeente aangegeven dat de compensatiemogelijkheden voor NNN beperkt zijn. Ook dit is mogelijk een relevant risico voor de uitvoerbaarheid. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, expliciet te maken in hoeverre effecten op gebieds- en soortenbescherming en de compensatieopgave voor NNN een risico vormen voor de uitvoerbaarheid van het plan. Ook adviseert de Commissie om de negatieve effecten op deze criteria toe te lichten in de samenvatting en conclusie van het MER.

Beschikbaarheid windturbinetypes Door de hoogtebeperkingen vanuit het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol,16 zijn de afmetingen van de windturbines substantieel kleiner dan gebruikelijk is voor nieuwe windenergieprojecten.17 In het MER staat niet of de onderzochte windturbines, of windturbines met vergelijkbare afmetingen, nog leverbaar zijn. Hiermee is de uitvoerbaarheid van het plan en de alternatieven onzeker. Naar verwachting zijn nog een aantal types met een maximale tiphoogte van 145 meter leverbaar. Mogelijk hebben de leverbare windturbinetypes wel een andere ashoogte of rotordiameter dan de types die in het MER zijn onderzocht. De Commissie beveelt aan om te onderzoeken in hoeverre variatie in ashoogte en rotordiameter kan leiden tot milieueffecten die niet binnen de bandbreedte vallen die in het MER is onderzocht. Indien er effecten buiten de bandbreedte van het MER worden verwacht wordt aanbevolen om de beschrijving van deze effecten in de aanvulling van het MER mee te nemen.

Bereikbaarheid van zoekgebied B De bereikbaarheid van zoekgebied B is beperkt. De enige bestaande toegangsweg is een fietstunnel. De locatie ligt daarnaast ingesloten tussen de A1 en een spoorweg. Door de slechte bereikbaarheid lijkt de technische uitvoerbaarheid van zoekgebied B onder druk te staan. Dit wordt ook geconstateerd in het MER (pagina 77). Uit het MER blijkt niet wat de beperkte bereikbaarheid betekent voor de uitvoerbaarheid van deze locatie. De Commissie beveelt aan om globaal in beeld te brengen of/welke gevolgen de beperkte bereikbaarheid kan hebben voor de mogelijkheid om een windturbine te bouwen in zoekgebied B.

14

In paragraaf 1.2 van het MER is het inzichtelijk maken van mitigerende maatregelen wel genoemd als één van de redenen

voor het opstellen van een MER. 15

Ook bij plaatsing van een turbine in zoekgebied D is mogelijk sprake van ruimtebeslag in NNN, bijvoorbeeld door aanleg

van een ontsluitingsweg. 16 17

wetten.nl - Regeling - Luchthavenindelingbesluit Schiphol - BWBR0014329 (overheid.nl)

In het MER is uitgegaan van een turbine met een tiphoogte van 145 meter (rotordiameter 110 meter, ashoogte 90 meter).

Hedendaags uitgangspunt zijn turbines met een ashoogte tussen 120 en 160 meter en een tiphoogte van >200 meter.

-7-

Energieopbrengst en financiële haalbaarheid In het MER staat dat in de gemeente maximaal 4 windturbines kunnen worden gerealiseerd. Dit vanwege de omvang van de zoekgebieden. Door de beperkte afmetingen van de windturbines is het vermogen per turbine daarnaast relatief klein.18 Hierdoor is het voor ontwikkelaars mogelijk minder interessant om het windpark te ontwikkelen. De Commissie beveelt aan om met de gevraagde kwantitatieve energieopbrengstberekening (zie paragraaf 2.1 van dit advies) ook de financiële haalbaarheid van de alternatieven in beeld te brengen.

Alternatieven Regionale overwegingen alternatieven In MER deel B zijn vier alternatieven onderzocht. Bij het bepalen van de alternatieven lijkt geen rekening gehouden met de ligging van het aangrenzende zoekgebied voor windenergie in de gemeente Amsterdam. De Commissie mist hierdoor een gemeente overstijgende visie op de alternatieven. Zij ziet andere realistische alternatieven vanuit regionaal perspectief, waaronder: 

aansluiting op het zoekgebied in Amsterdam: Vanuit landschappelijk perspectief kan deze aansluiting wenselijk zijn om daarmee één samenhangende opstelling te realiseren;

bewuste scheiding ten opzichte van het zoekgebied in Amsterdam: Er kan ook voor

worden gekozen om bewust afstand te houden om zo een duidelijke landschappelijke scheiding tussen de windparken te realiseren. Tijdens het locatiebezoek heeft de gemeente aangegeven in gesprek te zijn met gemeente Amsterdam. Het is aannemelijk dat de ontwikkelingen in Amsterdam nog onvoldoende duidelijk zijn om hier in meer detail rekening mee te houden. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, de alternatieven in een regionaal perspectief te plaatsen. Werk waar nodig extra alternatieven uit en onderzoek de ruimtelijk samenhang met het zoekgebied in gemeente Amsterdam. Als onvoldoende informatie beschikbaar is over het initiatief in Amsterdam, adviseert de Commissie om in de aanvulling aan te geven hoe hiermee in het vervolgproces wordt omgegaan.

Aantal turbines in zoekgebieden A en B In het MER is uitgegaan van één windturbine per zoekgebied. Aangegeven is dat de

zoekgebieden onvoldoende ruimte bieden voor het plaatsen van twee windturbines in zoekgebieden A en B. Deze conclusie is in het MER niet nader onderbouwd.

18

In het MER is uitgegaan van 3 MW per windturbine. Nationaal Programma RES hanteert als uitgangspunt een vermogen van

3,6 MW voor ‘kleine turbines’ en 5,6 MW voor ‘grote turbines’. Microsoft Word - 20191002 Populaire samenvatting factsheet tbv website NPRES v20.docx (regionale-energiestrategie.nl)

-8-

De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, te onderbouwen waarom het niet realistisch is om twee windturbines binnen zoekgebieden A en B te plaatsen.

Natuur De Commissie constateert dat voor natuur veel onderzoek is gedaan, maar dat de informatie algemeen van aard is. Het onderzoek geeft onvoldoende gebiedsspecifieke informatie over de mogelijke effecten op beschermde flora en fauna. De bandbreedte aan effecten binnen de zoekgebieden is hierdoor onduidelijk. Zo bestaat zoekgebied A grotendeels uit water. Het bouwen van een windturbine in het water heeft andere ecologische effecten dan de bouw op land. Een toelichting op de mogelijke verschillen in effecten binnen een zoekgebied ontbreekt in het MER. In de Natuurtoets worden (kleine) verschillen in effecten opgemerkt tussen de zoekgebieden. Op basis van de rapportage is niet altijd herleidbaar waarom sprake is van onderscheidende effecten. Twee voorbeelden: 

In de Natuurtoets is aangegeven dat de aanwezigheid van (essentiële) vliegroutes van vleermuizen niet kan worden uitgesloten in deze zoekgebieden A, C en D. Uit de Natuurtoets blijkt onvoldoende waarom dit voor zoekgebied B wel kan worden uitgesloten.

In de Natuurtoets is aangegeven dat de boommarter aanwezig kan zijn in zoekgebieden B en D. Uit de Natuurtoets blijkt onvoldoende waarom dit voor zoekgebieden A en C niet

wordt verwacht. Van luchtfoto’s en uit het locatiebezoek leidt de Commissie af dat ook in deze zoekgebieden bomen aanwezig zijn waarin zich boommarters kunnen bevinden. In de Natuurtoets wordt ingegaan op verschillende soorten, maar het is onduidelijk of deze soorten echt in de zoekgebieden aanwezig zijn en wat het mogelijke effect is van de windturbines op deze soorten. Geconcludeerd wordt dat er weinig verschillen zijn tussen de zoekgebieden en alternatieven. Deze conclusie lijkt gebaseerd op aannames die in het onderzoek onvoldoende worden onderbouwd. Effecten die niet verschillen tussen de alternatieven, zijn in het MER niet beschreven of beoordeeld. Hierdoor is onduidelijk of het project geen effect heeft op de betreffende soorten of habitats, of dat ze over het hoofd zijn gezien. Belangrijk is dat dergelijke conclusies expliciet in het MER worden beschreven en dat navolgbaar is hoe tot deze conclusies is gekomen. Daarnaast mist de Commissie in het natuuronderzoek een analyse van de cumulatieve effecten op populaties van soorten, wanneer ook in de buurgemeente windturbines worden geplaatst. Ook als het plan van gemeente Diemen op zichzelf niet leidt tot significant negatieve effecten op beschermde gebieden of soorten, kan dit in cumulatie met andere projecten wel het geval zijn.

De Commissie wijst erop dat uit de natuurwetgeving volgt dat voor het vast te stellen plan, waarin de zoekgebieden worden vastgelegd, mogelijk een Passende beoordeling vereist is. Dat is het geval als niet uitgesloten kan worden dat significante gevolgen voor Natura 2000gebieden optreden.

-9-

De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER, voorafgaand aan de besluitvorming, de conclusies voor natuur navolgbaar te onderbouwen. Daarnaast adviseert zij om de effecten in beeld te brengen die niet verschillen tussen de alternatieven om een volledig beeld te geven over de effecten van de alternatieven op de natuur. Maak daarbij ook inzichtelijk wat de effecten zijn op beschermde gebieden en soorten in cumulatie met andere ontwikkelingen. Stel een Passende beoordeling op als significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden niet uit te sluiten zijn. Deze kan het karakter krijgen van een ‘risicobeoordeling’.

Landschap Windturbines als toevoeging aan een dynamisch landschap Bij de beoordeling van de effecten op het landschap richt het MER zich vooral op de mogelijke aantasting van bijzondere landschappelijke waarden zoals (wereld)erfgoed en oude verkavelingspatronen. Het MER gaat daarmee voorbij aan het feit dat het landschap waaruit deze waarden voortkomen vooral vanaf de tweede helft van de vorige eeuw al ingrijpend is veranderd. Het is in feite een dynamisch infrastructuurlandschap geworden, waaraan de geplande windturbines een relatief bescheiden en qua uitstraling passende toevoeging zijn. In het MER zijn alleen kaartbeelden gebruikt om de effecten op het landschap te bepalen. Visualisaties ontbreken. Hierdoor is de invloed op het landschap en de beleving niet goed te beoordelen. Er wordt nog geen besluit genomen over concrete turbineposities. De Commissie verwacht echter dat het in deze fase mogelijk en van toegevoegde waarde is om eenvoudige visualisaties te maken aan de hand van indicatieve turbineposities. Belangrijk is om in ieder geval de landschappelijke impact van de windturbines gezien vanaf enige afstand in beeld te brengen. De Commissie adviseert om in het MER de duiding van het ontvangende landschap aan te scherpen en de invloed van de alternatieven op de beleving van dat landschap te beoordelen aan de hand van enkele eenvoudige visualisaties.

Plaatsingsprincipes voor het vervolg Het effect van het plan op het landschap kan wezenlijk verschillen, afhankelijk van de turbinepositie die binnen een zoekgebied wordt gekozen. In het MER is de bandbreedte van mogelijke landschapseffecten niet beschreven. De Commissie beveelt aan om dit in het vervolgproces19 wel te doen. Op basis hiervan kan de gemeente plaatsingsprincipes definiëren en als (rand)voorwaarde meegeven voor de verdere uitwerking van het voorgenomen project. Zo is de gemeente in staat om te sturen op het behoud van landschappelijke kwaliteit.

19

Als onderdeel van de lokale landschappelijke inpassing.

-10-

Geluid en slagschaduw Bandbreedte geluid- en slagschaduweffecten De effecten van geluid en slagschaduw zijn in het MER uitvoerig onderzocht en beschreven. In het MER staat dat de windturbines leiden tot een beperkte toegevoegde geluidsbelasting op omliggende woningen. Gezien de locaties van de turbines en het omgevingsgeluid van (spoor)wegen en luchtvaart, leiden de windturbines tot een beperkte toegevoegde geluidsbelasting op omliggende woningen. Voor het uitvoeren van de geluid- en slagschaduwberekeningen is gewerkt met indicatieve turbineposities binnen de zoekgebieden. In zoekgebieden C en D is weinig schuifruimte, daarmee is aannemelijk dat de bevindingen representatief zijn voor het gehele zoekgebied. In zoekgebieden A en B is het mogelijk om enkele tientallen tot honderden meters te schuiven met de turbinepositie. De Commissie beveelt aan om met een gevoeligheidsanalyse in beeld te brengen in hoeverre de effecten van geluid- en slagschaduwhinder verschillen bij aanpassing van de turbinepositie.

Herleidbaarheid uitgangspunten geluid- en slagschaduwonderzoeken De gehanteerde uitgangspunten voor de aspecten geluid en slagschaduw zijn in het MER niet volledig beschreven. Er is voor de windturbines alleen benoemd welke posities, turbinetypen, maximale ashoogte, maximale rotordiameter en maximale tiphoogte zijn gehanteerd. Het MER zelf geeft geen inzicht in het maximale geluidvermogen van de beschouwde turbinetypen en de jaargemiddelde geluidemissie. In Bijlage 1 (Rekenbestanden) zijn deze gegevens wel opgenomen. Dit komt de leesbaarheid en navolgbaarheid van het MER niet ten goede. De Commissie beveelt aan om in het vervolgproces, in ieder geval bij de aanvraag van de omgevingsvergunning, de uitgangspunten voor de geluidemissie van de windturbines helder te beschrijven. Bovenstaande aanbeveling geldt ook voor de gehanteerde uitgangspunten bij de berekeningen van slagschaduw. Geef aan welke wind- en zonneschijnstatistieken zijn gehanteerd, met welke minimale stand van de zon boven de horizon is gerekend en met welke maximale reikwijdte is gerekend. In het MER is hierover geen informatie terug te vinden.

Nieuwe windturbinenormen Voorheen golden nationale milieunormen voor windparken, maar die zijn naar aanleiding van een rechterlijke uitspraak vervallen. Momenteel zijn nieuwe, nationale windturbinebepalingen in voorbereiding.20 Daarin is een afstandsnorm van twee keer de tiphoogte opgenomen. De nieuwe regels treden uiterlijk op 1 juli 2025 in werking. Vooruitlopend op de nationale windturbinebepalingen kunnen bevoegde gezagen eigen normen opstellen. Voor dit windpark zijn eerder nog geen normen gesteld. Daarom zijn in het MER verschillende contouren (37 dB, 42 dB, 45 dB en 47 dB) in beeld gebracht. In het MER

20

Over de nieuwe bepalingen is nog geen besluit genomen. Wel heeft de Commissie op 24 januari een advies uitgebracht over

het MER dat is opgesteld voor de nationale windturbinebepalingen: Adviezen - Commissiemer.nl.

-11-

is onderbouwd waarom het relevant is om deze waarden te onderzoeken.21 Voor slagschaduw en externe veiligheid wordt in het MER nog verwezen naar de eerdere normen uit het Activiteitenbesluit, die zijn vervallen. Voor het vervolg beveelt de Commissie aan op basis van het uitgevoerde onderzoek lokale geluid-, slagschaduw- en veiligheidsnormen te onderzoeken en vast te stellen voor het windpark, indien besluitvorming plaatsvindt voordat de nieuwe windturbinebepalingen in werking zijn. Ga vervolgens in het vervolgproces (het project-MER) na of het project binnen de gekozen normen past. Vergelijk eventuele alternatieven (van het project) op hun milieuen gezondheidseffecten. Ga hierbij ook in op mogelijke mitigerende maatregelen.

21

Hoofdstuk 2 van het Akoestisch onderzoek.

-12-

BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie

De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of

onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de

ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit

wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het

gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: dr. Pieter Boot ir. Annemie Burger (voorzitter) ir. Arjen Goutbeek Jasper Hugtenburg MSc MLA ir. Erik Koppen Michelle Vanderschuren MSc (secretaris) Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Partiële herziening van de Omgevingsvisie 2040. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor projecten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een milieueffectrapport (MER) vereist zijn. Uit Bijlage V van het Omgevingsbesluit onder de Omgevingswet volgt om welke projecten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om het project C2 “Oprichting, wijziging of uitbreiding van een windpark met drie of meer windturbines”. Een MER is mogelijk ook nodig omdat nog niet is uitgesloten of effecten op Natura 2000-gebieden optreden die in een Passende beoordeling moeten worden beschreven. Daarom wordt een plan- MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit Gemeenteraad van gemeente Diemen. Initiatiefnemer besluit College van Burgemeester en Wethouders van gemeente Diemen. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken?

Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3706 in te vullen in het zoekvak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=4475f7fe-35fc-4078-a6ff-b2ebe1f862d7