Bijlage 2C Regels bestemmingsplan Noord 2021 inclusief bijlagen.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Noord 2021 Vastgesteld NL.IMRO.0384.BPnoord2021-VG01 Team Ruimtelijk Beleid
17 februari 2022
Bestemmingsplan Noord 2021 Regels
Documenttitel: Bestemmingsplan Noord 2021 Regels Status: Vastgesteld Datum: 16 december 2021 Projectnaam: Veegactie Diemen Projectnummer: BH3417 Opdrachtgever: Gemeente Diemen Referentie: Auteur(s): S. G. Collegiale toets: A. K. Datum/paraaf toets: Vrijgegeven door: JW. G. Datum/paraaf vrijgave:
Noord 2021
Noord 2021
Inhoudsopgave
Regels
5
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
7
Artikel 1 Artikel 2
7 13
Begrippen Wijze van meten
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
15
Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25
15 17 19 22 23 25 27 29 30 31 32 33 34 37 39 42 44 46 48 50 52 54 56
Bedrijf Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg Gemengd - 1 Groen Maatschappelijk Maatschappelijk - Begraafplaats Sport - Manege Tuin Verkeer Verkeer - Railverkeer Verkeer - Weg Water Wonen Verkeer - Voorlopig - 2 Verkeer - Voorlopig - 3 Leiding - Gas Leiding - Hoogspanning Leiding - Hoogspanningsverbinding Leiding - Leidingstrook Waarde - Archeologie 1 Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie 3 Waterstaat - Waterkering
Hoofdstuk 3 Algemene regels
57
Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32
57 58 59 60 61 62 63
Antidubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels Overige regels
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
65
Artikel 33 Artikel 34
65 66
Overgangsrecht Slotregel
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Staat van horeca-activiteiten
Bijlage 2
Tabel prestatie-eis geluidwering gevel wegverkeerslawaai
Bijlage 3
Plaatsingsmogelijkheden van GSM en UMTS antenne-installaties
Noord 2021
2
Noord 2021
3
Noord 2021
4
Regels
Noord 2021
5
Noord 2021
6
Hoofdstuk 1
Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1.1 plan het bestemmingsplan Noord 2021 van de gemeente Diemen. 1.2 bestemmingsplan de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0384.BPnoord2021-VG01 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3 aanduiding een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar, ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.4 aanduidingsgrens de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.5 aan- en uitbouw een aan het hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in functioneel en/of bouwkundig opzicht één geheel vormt met het hoofdgebouw, terwijl het in bouwkundig opzicht herkenbaar is als een ondergeschikte aanvulling op het hoofdgebouw. 1.6 aan-huis-gebonden beroep of bedrijf beroeps- en/of bedrijfsmatige activiteit die door de bewoner(s) wordt uitgeoefend en die door zijn aard, omvang en intensiteit ondergeschikt is aan en passend is bij de woonfunctie. 1.7 antennedrager een antennemast of andere constructie bedoeld voor de bevestiging van een antenne. 1.8 antenne-installatie een installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.
1.9 archeologische waarde de aan een gebied toegekende waarde in verband met de in dat gebied voorkomende overblijfselen uit oude tijden. 1.10 bebouwing één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.11 bebouwingspercentage een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat de grootte aangeeft van het deel van het bouwperceel dat maximaal mag worden bebouwd. 1.12 bed & breakfast een bedrijf, dat met behoud van de woonfunctie door ten minste de hoofdbewoner van de woning wordt uitgeoefend en die voorziet in een ondergeschikte, kortdurende, onzelfstandige toeristische verblijfsvoorziening voor uitsluitend logies al dan niet met ontbijt.
Noord 2021
7
1.13 bedrijf een onderneming gericht op het produceren, bewerken, herstellen, installeren of inzamelen van goederen, alsmede verhuur, opslag en distributie van goederen. 1.14 bedrijfswoning één woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting ter plaatse noodzakelijk is, gelet op het feitelijk gebruik van het gebouw en/of terrein in overeenstemming met de bestemming. 1.15 bedrijfsvloeroppervlakte (bvo) de totale vloeroppervlakte van een ruimte die wordt gebruikt voor een (dienstverlenend) bedrijf of een instelling, inclusief opslag- en administratieruimten en dergelijke. 1.16 begeleid wonen Een voorziening met onzelfstandige woonruimten, waarbij de inwoners sterk afhankelijk zijn van de zorg en de gebouwen zijn gericht om de noodzakelijke zorg te leveren, met daarbij behorende zorgvoorzieningen, afgestemd op een specifieke doelgroep die gelet op hun fysieke of psychische gesteldheid zonder deze zorg niet zelfstandig kunnen wonen en bovendien ouder zijn dan 15 jaar. Algemene ruimten ten behoeve van de onzelfstandige bewoning, zorg en/of bedrijfsvoering worden hieronder begrepen, met uitzondering van een bedrijfswoning.
1.17 bestaand ten aanzien van de bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht toegestaan en aanwezige bouwwerken, en de werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, en het overige gebruik, bestaand ten tijde van het in werking treden van het bestemmingsplan; 1.18 bestemmingsgrens de grens van een bestemmingsvlak. 1.19 bestemmingsvlak een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.20 Bevi-inrichtingen bedrijven zoals bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 1.21 bijgebouw een op een bouwperceel gelegen vrijstaand gebouw, dat in bouwkundig opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.22 bouwen het plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk. 1.23 bouwgrens de grens van een bouwvlak. 1.24 bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw, dat door op gelijke of nagenoeg gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van kelder of kap. 1.25 bouwperceel een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolgde de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.
Noord 2021
8
1.26 bouwperceelgrens een grens van een bouwperceel. 1.27 bouwvlak een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.28 bouwwerk elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect, met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. 1.29 carport een bouwwerk met ten minste twee open wanden voorzien van een gesloten dak ten behoeve van de stalling van motorvoertuigen. 1.30 consumentenvuurwerk vuurwerk dat is bestemd voor particulier gebruik. 1.31 cultuurhistorischewaarde de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde in verband met ouderdom en/of historische gaafheid. 1.32 dak iedere bovenbeëindiging van een gebouw. 1.33 dakopbouw een toevoeging aan de bouwmassa door wijziging van het dak, al dan niet gepaard gaand met het verhogen van de nok- of goothoogte, waardoor het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert. 1.34 detailhandel het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.
1.35 dienstverlening het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden. 1.36 dove gevel een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering dan wel een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. De karakteristieke geluidwering - als bedoeld in het Bouwbesluit - van de dove gevel dient – rekening houdend met de cumulatie- 34 dB te bedragen om te waarborgen dat de binnengrenswaarde van 28 dB voor leslokalen en 33 dB voor de overige verblijfsruimten in acht wordt genomen. 1.37 eerste bouwlaag de bouwlaag op de begane grond. 1.38 erf de oppervlakte van het achter de voorgevelrooilijn gelegen gedeelte van het bouwperceel, uitgezonderd de oppervlakte van het hoofdgebouw.
Noord 2021
9
1.39 escortbedrijf de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon, die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend (escortservices, bemiddelingsbureaus, overige). 1.40 gebouw elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.41 geluidgevoelige gebouwen gebouwen welke dienen ter bewoning of ten behoeve van een andere geluidgevoelige functie als bedoeld in de Wet geluidhinder, c.q. het Besluit geluidhinder. 1.42 hoofdgebouw een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.43 horeca het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse en/of het bedrijfsmatig verstrekken van logies, één en ander al dan niet in combinatie met een vermaaksfunctie, met uitzondering van een erotisch getinte vermaaksfunctie.
1.44 hospitaverhuur de inwoning van ten hoogste 1 persoon in een woning waarbij de woonvoorzieningen worden gedeeld met de hoofdbewoner die tevens verhuurder is en waarbij de hoofdbewoner ten minste 50% van het gebruiksoppervlak bewoont (hospitaregeling); 1.45 kantoor voorzieningen gericht op het verlenen van diensten op administratief, financieel, architectonisch, juridisch of daarmee naar aard gelijk te stellen gebied al dan niet met baliefunctie. 1.46 kelder een ondergronds (gedeelte van een) gebouw. 1.47 kiosk een vrijstaand bouwwerk van beperkte omvang dat voor detailhandel en lichte horeca (categorie 1 en 2a van de Staat van horeca-activiteiten zoals opgenomen in Bijlage 1) gebruikt kan worden. 1.48 kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten het in een woning of woongebouw door de bewoner op bedrijfsmatige wijze uitoefenen van activiteiten, voor zover sprake is van een inrichting type A, zoals bedoeld in het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit), en voor zover de woning of woongebouw in overwegende mate zijn woonfunctie behoudt en voor zover deze activiteiten een ruimtelijke uitstraling hebben die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.49 kleinschalige windturbine windturbine die door de relatief beperkte effecten op de omgeving (gevaar, hinder, visuele uitstraling) in de directe leefomgeving kan worden geplaatst.
1.50 maatschappelijke voorziening educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, als ook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen.
Noord 2021
10
1.51 manege een bedrijf dat gericht is op het lesgeven in paardrijden en daarvoor paarden en/of pony's houdt, in combinatie met een of meer van de volgende hiermee samenhangende activiteiten of voorzieningen: het in pension houden van paarden en/of pony's, horeca (kantine, foyer en dergelijke), verenigingsaccommodatie en het houden van wedstrijden of andere evenementen. 1.52 nutsvoorziening voorziening ten behoeve van het openbaar nut, zoals ten behoeve van de levering van elektriciteit, gas, drinkwater en telecommunicatiediensten, alsmede ten behoeve van riolering en afvalinzameling (inclusief de aan deze voorzieningen bevestigde reclameobjecten). 1.53 overkapping een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een geheel of gedeeltelijk gesloten dak. 1.54 peil a. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: 1. de hoogte van de weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: 1. de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien in of op het water wordt gebouwd: 1. het Normaal Amsterdams Peil (of een ander plaatselijk aan te houden waterpeil); d. voor een bouwwerk op een talud of dijklichaam: 1. de hoogte van het afgewerkte terrein op het talud of dijklichaam; e.
in alle andere gevallen de hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van het bouwwerk. 1.55 prostitutie het zich ten behoeve van een ander tegen vergoeding beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten. 1.56 raamprostitutie het etaleren van prostituees achter vensters, met de kennelijke intentie passanten te werven voor prostitutie. 1.57 seksinrichting de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.58 Staat van Horeca-activiteiten de Staat van Horeca-activiteiten (bijlage 1) die van deze regels deel uitmaakt. 1.59 straatmeubilair bouwwerken van beperkte omvang en met een openbare functie, zoals lantaarnpalen, abri's, telefooncellen, zitbanken, rijwielstandaards, speelwerktuigen, gedenktekens, informatiezuilen (inclusief de aan deze bouwwerken bevestigde reclameobjecten). 1.60 straatprostitutie het op de openbare weg door handeling, houding, woord, gebaar of op andere wijze benaderen van het publiek, met de kennelijke intentie passanten te werven voor prostitutie.
1.61 verblijfsgebied gedeelte van de openbare ruimte dat hoofdzakelijk is bestemd en is ingericht voor langzaam verkeer, doch in ondergeschikte mate tevens fungerend als erftoegangsweg.
Noord 2021
11
1.62 verkoopvloeroppervlakte de vloeroppervlakte van voor het publiek toegankelijke winkelruimten. 1.63 volkstuinen gronden voor particulier gebruik waarop onder meer op recreatieve wijze voedings- en siergewassen worden geteeld. 1.64 voorgevel de voorgevel zoals deze bij de bouw van het betrokken gebouw oorspronkelijk is gerealiseerd. Van een woning op de hoek van twee straten is slechts één gevel de voorgevel. Voor de bepaling van de voorgevel geldt in eerste instantie de naar de weg toegekeerde zijde of indien deze nog geen duidelijkheid geeft, de gevel waar de voordeur of hoofdingang van de woning is gelegen of in laatste instantie de zijde waaraan de hoofdontsluiting van het perceel is gesitueerd. 1.65 voorgevelrooilijn de lijn aangegeven op de verbeelding dan wel in afwezigheid daarvan in een bouwblok de denkbeeldige lijn door de voorgevel, welke lijn bij hoekwoningen wordt geacht te zijn doorgetrokken tot de zijdelingse perceelsgrens. 1.66 waterhuishoudkundige voorziening voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede water aan- en/of afvoer, waterberging en waterkwaliteit. 1.67 werk een werk, geen gebouw of bouwwerk zijnde. 1.68 Wgh-inrichtingen bedrijven, zoals bedoeld in artikel 2.1 lid 3 van het Besluit omgevingsrecht, die in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken.
1.69 woning een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.70 woningdelen wijze van onzelfstandige bewoning van een woning waarbij meerdere personen die geen onderlinge duurzame relatie hebben een woning delen, wat wordt aangemerkt als één afzonderlijk huishouden, en zich onderscheidt van kamerverhuur door onder andere het gebruik van één huurcontract voor alle bewoners; 1.71 woongebouw een gebouw, dat meerdere naast elkaar en/of geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden. 1.72 zorgwoningen bebouwing bestaande uit woningen in combinatie met maatschappelijke voorzieningen en ondersteunende woonzorgfuncties in hoofdzaak ten behoeve van de bewoners van deze woningen zoals voorzieningen en functies in het kader van de gezondheidszorg.
Noord 2021
12
Artikel 2
Wijze van meten
2.1 afstand de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 bouwhoogte van een antenne-installatie a. ingeval van een vrijstaande (schotel)antenne-installatie: tussen het peil en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie; b. ingeval van een op of aan een bouwwerk gebouwde (schotel)antenne-installatie: tussen de voet van de (schotel)antenne-installatie en het hoogste punt van de (schotel)antenne-installatie. 2.3 bouwhoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.5 dakhelling langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.6 goothoogte van een bouwwerk vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c.q. de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.7 inhoud van een bouwwerk tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.
2.8 ondergeschikte bouwdelen bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 m. 2.9 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren (of, bij afwezigheid van gevelvlakken, tussen de buitenzijden van het dak), neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.10 verticale diepte van een gebouw vanaf het peil tot aan het diepste punt van het gebouw. 2.11 vloeroppervlakte gemeten als gebruiksoppervlakte volgens NEN2580.
Noord 2021
13
Noord 2021
14
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Bestemmingsregels
Bedrijf
3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - gemeentewerf': een gemeentewerf; met de daarbij behorende voorzieningen zoals: b. erven; c. groenvoorzieningen; d. kleinschalige windturbines; e. nutsvoorzieningen; f. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g. bruggen en viaducten; h. ontsluitingswegen; i. parkeervoorzieningen; j. laad- en losvoorzieningen. 3.2
Bouwregels
3.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen worden uitsluitend gebouwd in het bouwvlak; b. de bouwhoogte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; c. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt per bouwperceel ten hoogste het ter plaatse van de 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak; d. de verticale bouwdiepte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 5 m. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 3 m; b. de bouwhoogte van palen en masten bedraagt ten hoogste 15 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 4 m. 3.2.3 Kleinschalige windturbines Voor het bouwen van kleinschalige windturbines gelden de volgende regels: a. kleinschalige windturbines mogen uitsluitend op hoofdgebouwen worden gebouwd; b.
de maximale bouwhoogte van kleinschalige windturbines bedraagt ten hoogste 4,5 m, gemeten vanaf de voet van de windturbine; c. ten behoeve van de bouw van kleinschalige windturbines mag de in artikel 3.2.1 bedoelde bouwhoogte worden overschreden. 3.3
Nadere eisen
3.3.1 Eisen Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen, met betrekking tot: a. de situering van bouwwerken; b. de situering van de hoofdtoegang van hoofdgebouwen; c. de situering van in- en uitritten; d. de situering van parkeervoorzieningen;
Noord 2021
15
e. de situering van kleinschalige windturbines; f. de situering van laad- en loszones. 3.3.2 Toepassing De bevoegdheid onder lid 3.3.1 wordt toegepast met het oog op: a. de gebruiksmogelijkheden: 1. ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken; 2. in verband met het voorzien in parkeerplaatsen op eigen terrein; b. de verkeersveiligheid: 1. ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van verkeersveiligheid, in het bijzonder het benodigde uitzicht op hoeken van wegen, bochten en inen uitritten niet gewenst is; c. de brandveiligheid: 1. ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van brandveiligheid c.q. brand- en rampenbestrijding, niet gewenst is, dient rekening gehouden te worden met het waarborgen, in stand houden c.q. tot stand brengen van een brandveilige situatie en goede bereikbaarheid; d. de sociale veiligheid; e. het stedenbouwkundig belang. 3.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. Bevi-inrichtingen niet toegestaan; b. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan; c. Wgh-inrichtingen zijn niet toegestaan; d.
activiteiten uit kolom 1 van onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage 1994 zijn niet toegestaan in de gevallen, zoals genoemd in kolom 2 van de desbetreffende bijlage; e. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan.
Noord 2021
16
Artikel 4
Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg
4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen met lpg' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een verkooppunt voor motorbrandstoffen met lpg, met daarbij behorende andere detailhandel en een autowasstraat; b. ter plaatse van de aanduiding 'vulpunt lpg'; tevens een vulpunt voor lpg; met de daarbij behorende voorzieningen zoals: c. erven; d. kelders; e. groenvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. bruggen en viaducten; i. ontsluitingswegen; j. parkeervoorzieningen; k. laad- en losvoorzieningen. 4.2
Bouwregels
4.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen en overkappingen worden uitsluitend gebouwd in het bouwvlak; b. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt per bouwperceel ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak; c. de verticale bouwdiepte bedraagt ten hoogste 5 m. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; b. de bouwhoogte van palen en masten bedraagt ten hoogste 8 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 4.3
Nadere eisen
4.3.1 Eisen Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen, met betrekking tot: a. de situering van bouwwerken; b. de situering van de hoofdtoegang van hoofdgebouwen; c. de situering van in- en uitritten; d. de situering van parkeervoorzieningen; e. de situering van laad- en loszones. 4.3.2 Toepassing De bevoegdheid onder lid 4.3.1 wordt toegepast met het oog op: a. de gebruiksmogelijkheden: 1. ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken; 2. in verband met het voorzien in parkeerplaatsen op eigen terrein; b. de verkeersveiligheid: 1. ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van verkeersveiligheid, in het bijzonder het benodigde uitzicht op hoeken van wegen, bochten en inen uitritten niet gewenst is; c. de brandveiligheid:
Noord 2021
17
1. ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van brandveiligheid c.q. brand- en rampenbestrijding, niet gewenst is, dient rekening gehouden te worden met het waarborgen, in stand houden c.q. tot stand brengen van een brandveilige situatie en goede bereikbaarheid; d. de sociale veiligheid; e. het stedenbouwkundig belang. 4.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan; b. de verkoopvloeroppervlakte ten behoeve van andere detailhandel bedraagt ten hoogste 125 m². c. bedrijfswoningen zijn niet toegestaan.
Noord 2021
18
Artikel 5
Gemengd - 1
5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Gemengd - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, uitsluitend op verdiepingen, met uitzondering van toegangen en bergingen; b. woningdelen, met een maximum van 2 personen per woning; c. hospitaverhuur; d. detailhandel uitsluitend op de begane grond; e. ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel uitgesloten': detailhandel niet toegestaan; f. dienstverlening uitsluitend op de begane grond; g. ten hoogste 2 horecabedrijven van ten hoogste categorie 1 of 2 van de Staat van Horeca-activiteiten (bijlage 1) uitsluitend op de begane grond; h. de functies b tot en met e zijn uitsluitend toegestaan op de begane grond; i. ter plaatse van de aanduiding 'horeca uitgesloten': horeca niet toegestaan; j. maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend op de begane grond; met daaraan ondergeschikt: k. aan-huis-gebonden beroep of bedrijf; met de daarbij behorende voorzieningen, zoals: l. erven en tuinen; m. groenvoorzieningen; n. speelvoorzieningen; o. kleinschalige windturbines; p. nutsvoorzieningen; q. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; r. parkeervoorzieningen; s. laad- en losvoorzieningen; t. ontsluitingswegen; u. voet- en fietspaden. 5.2
Bouwregels
5.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen worden uitsluitend gebouwd in het bouwvlak; b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' worden woningen in gestapelde vorm gebouwd; c. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; d. de goothoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte; e. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt per bouwperceel ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak; f. de gezamenlijke bedrijfsvloeroppervlakte van de horecagelegenheden bedraagt ten hoogste 200 m2; g. de verticale bouwdiepte bedraagt ten hoogste 5 m. 5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; c. de bouwhoogte van palen en masten bedraagt ten hoogste 8 m; d.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.
Noord 2021
19
5.2.3 Kleinschalige windturbines Voor het bouwen van kleinschalige windturbines gelden de volgende regels: a. kleinschalige windturbines mogen uitsluitend op hoofdgebouwen worden gebouwd waarvoor geldt dat de bouwhoogte van hoofdgebouwen ten minste 16 m bedraagt; b. de maximale bouwhoogte van kleinschalige windturbines bedraagt ten hoogste 4,5 m, gemeten vanaf de voet van de windturbine; c. ten behoeve van de bouw van kleinschalige windturbines mag de in artikel 5.2.1 bedoelde bouwhoogte worden overschreden. 5.3
Nadere eisen
5.3.1 Eisen Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen, met betrekking tot: a. de situering van bouwwerken; b. de situering van de hoofdtoegang van hoofdgebouwen; c. de situering van in- en uitritten; d. de situering van parkeervoorzieningen; e. de situering van kleinschalige windturbines; f. de situering van laad- en loszones. 5.3.2 Toepassing De bevoegdheid onder lid 5.3.1 wordt toegepast met het oog op: a. de gebruiksmogelijkheden: 1. ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken; 2. in verband met het voorzien in parkeerplaatsen op eigen terrein; b. de verkeersveiligheid: 1. ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van verkeersveiligheid, in het bijzonder het benodigde uitzicht op hoeken van wegen, bochten en inen uitritten niet gewenst is; c. de brandveiligheid: 1. ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van brandveiligheid c.q. brand- en rampenbestrijding, niet gewenst is, dient rekening gehouden te worden met het waarborgen, in stand houden c.q. tot stand brengen van een brandveilige situatie en goede bereikbaarheid; d. de sociale veiligheid; e. het stedenbouwkundig belang. 5.4 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels: a.
de opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan; b. verkooppunten voor motorbrandstoffen zijn niet toegestaan; c. detailhandel in volumineuze goederen en grootschalige detailhandel zijn niet toegestaan; d. voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf gelden de volgende regels: 1. de voor de beroeps- of bedrijfsuitoefening te gebruiken vloeroppervlakte bedraagt ten hoogst 30% van de oppervlakte van het hoofdgebouw tot ten hoogste 50 m²; 2. de activiteiten mogen geen afbreuk doen aan het karakter van de woning en de woonomgeving; 3. horeca is niet toegestaan, uitgezonderd een bed & breakfast tot maximaal 4 personen; 4. detailhandel is niet toegestaan, uitgezonderd detailhandel in schriftelijke opdracht, zonder levering ter plaatse en ondergeschikte, niet zelfstandige detailhandel; 5. er mag geen onevenredige milieu- of verkeershinder ontstaan; 6. het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning waarbij ten hoogste 1 fte in dienstverband extra is toegestaan. 5.5
Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1 Ontheffing van de Staat van Horeca-activiteiten Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van lid 5.1:
Noord 2021
20
a. om horecabedrijven toe te laten in één categorie hoger dan in lid 5.1, voor zover het betrokken horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of de bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de categorieën zoals in lid 5.1 genoemd; b. om horecabedrijven toe te laten die niet in de Staat van Horeca-activiteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de horecacategorieën, zoals in lid 5.1 genoemd.
Noord 2021
21
Artikel 6
Groen
6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. ter plaatse van de aanduiding 'steiger': één steiger met overkapping; c. ter plaatse van de aanduiding 'jongeren ontmoetingsplek': één container ten behoeve van een jongeren ontmoetingsplek; d. ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin': volkstuinen met bijbehorende voorzieningen; e. ter plaatse van de aanduiding 'gronddepot': een grond-/bomendepot; f. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': een nutsvoorziening; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; met daarbij behorende voorzieningen, zoals: h. erftoegangswegen en voet- en fietspaden; i. parkeervoorzieningen; j. speelvoorzieningen; k. nutsvoorzieningen; l. bruggen en viaducten; m. geluidswerende voorzieningen. 6.2
Bouwregels
6.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. Ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin': per volkstuin bedraagt het gezamenlijke grondoppervlak aan bergkasten en hobbykassen 6 m²; b. Ter plaatse van de aanduiding 'volkstuin': de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van volkstuinen bedraagt ten hoogste 2,7 m; c. Ter plaatse van de aanduiding 'jongeren ontmoetingsplek'; één container met een bouwhoogte van ten hoogste 3 m en een oppervlakte van ten hoogste 20 m² 6.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en overkappingen gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'steiger': een steiger van ten hoogste 20 m² waarbij geldt dat overkappingen bij de steiger met ten hoogste een oppervlakte van 20 m² en een bouwhoogte van 3 m zijn toegestaan; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste: 1. maximaal 8 m voor palen en masten; 2. maximaal 5 m voor speeltoestellen; 3. maximaal 7 m voor kunstwerken; 4. maximaal 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Noord 2021
22
Artikel 7
Maatschappelijk
7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; b. ter plaatse van de aanduiding 'jongeren ontmoetingsplek”: tevens een jongeren ontmoetingsplek; c. ter plaatse van de aanduiding 'kinderdagverblijf': een kinderdagverblijf; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - skatepark: een (openlucht) skatepark; met daarbij behorende voorzieningen zoals: e. erven; f. groenvoorzieningen; g. speelvoorzieningen; h. nutsvoorzieningen; i. parkeervoorzieningen; j. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; k. ontsluitingswegen; l. voet- en fietspaden. 7.2
Bouwregels
7.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen worden uitsluitend gebouwd in het bouwvlak; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; c. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt per bouwperceel ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak; d. de verticale bouwdiepte mag niet meer bedragen dan 5 m; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' geldt dat de gebouwen dienen te worden gebouwd met een dove gevel op alle bouwlagen aan de westelijke gevelzijde (Vogelweg) en noordelijke gevelzijde (Tureluurweg), met in achtneming van het bepaalde in 7.4. 7.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; b. de bouwhoogte van palen en masten bedraagt ten hoogste 8 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 7.3
Nadere eisen
7.3.1 Eisen Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen, met betrekking tot: a. de situering van bouwwerken; b. de situering van de hoofdtoegang van hoofdgebouwen; c. de situering van in- en uitritten; d. de situering van parkeervoorzieningen; e. de situering van laad- en loszones. 7.3.2 Toepassing De bevoegdheid onder lid 7.3.1 wordt toegepast met het oog op:
Noord 2021
23
a. de gebruiksmogelijkheden: 1. ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken; 2. in verband met het voorzien in parkeerplaatsen op eigen terrein; b. de verkeersveiligheid: 1. ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van verkeersveiligheid, in het bijzonder het benodigde uitzicht op hoeken van wegen, bochten en inen uitritten niet gewenst is; c. de brandveiligheid: 1. ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van brandveiligheid c.q. brand- en rampenbestrijding, niet gewenst is, dient rekening gehouden te worden met het waarborgen, in stand houden c.q. tot stand brengen van een brandveilige situatie en goede bereikbaarheid; d. de sociale veiligheid; e. het stedenbouwkundig belang. 7.4 Specifieke gebruiksregels a. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dove gevel' geldt dat bij het gebruik conform de in artikel 3.2.1 c Besluit geluidhinder aangewezen andere geluidgevoelige gebouwen een dove gevel op alle bouwlagen aan de westelijke gevelzijde (Vogelweg) en noordelijke gevelzijde (Tureluurweg) dient te zijn toegepast met een karakteristieke geluidwering als vermeld in Bijlage 2 Tabel prestatie-eis geluidwering gevel wegverkeerslawaai; b.
bij gebruik overeenkomstig de in artikel 3.2.1 c Besluit geluidhinder aangewezen andere gevoelige gebouwen dient een geluidwering te zijn toegepast met een karakteristieke geluidwering als vermeld in Bijlage 2 Tabel prestatie-eis geluidwering gevel wegverkeerslawaai.
Noord 2021
24
Artikel 8
Maatschappelijk - Begraafplaats
8.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Maatschappelijk - Begraafplaats' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een begraafplaats met bijbehorende voorzieningen; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van maatschappelijk - dienstwoning', tevens een dienstwoning; met daarbij behorende voorzieningen zoals: c. erven; d. groenvoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. parkeervoorzieningen; g. ontsluitingswegen h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 8.2
Bouwregels
8.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen worden uitsluitend gebouwd in het bouwvlak; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; c. de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte; d. de totale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt per bouwperceel ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak; indien geen bebouwingspercentage is aangegeven, geldt een bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak; e. de verticale bouwdiepte mag niet meer bedragen dan 5 m. 8.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; b. de bouwhoogte van palen en masten bedraagt ten hoogste 8 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 8.3
Nadere eisen
8.3.1 Eisen Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen, met betrekking tot: a. de situering van bouwwerken; b. de situering van de hoofdtoegang van hoofdgebouwen; c. de situering van in- en uitritten; d. de situering van parkeervoorzieningen; e. de situering van laad- en loszones. 8.3.2 Toepassing De bevoegdheid onder lid 8.3.1 wordt toegepast met het oog op: a. de gebruiksmogelijkheden: 1. ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken; 2. in verband met het voorzien in parkeerplaatsen op eigen terrein; b. de verkeersveiligheid:
Noord 2021
25
1. ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van verkeersveiligheid, in het bijzonder het benodigde uitzicht op hoeken van wegen, bochten en inen uitritten niet gewenst is; c. de brandveiligheid: 1. ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van brandveiligheid c.q. brand- en rampenbestrijding, niet gewenst is, dient rekening gehouden te worden met het waarborgen, in stand houden c.q. tot stand brengen van een brandveilige situatie en goede bereikbaarheid; d. de sociale veiligheid; e. het stedenbouwkundig belang.
Noord 2021
26
Artikel 9
Sport - Manege
9.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Sport - Manege' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een manege; met daaraan ondergeschikt: b. horecavoorzieningen, in de vorm van een kantine; met daarbij behorende voorzieningen zoals: c. groenvoorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. ontsluitingswegen; g. parkeervoorzieningen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 9.2
Bouwregels
9.2.1 Gebouwen en overkappingen Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: a. gebouwen worden uitsluitend gebouwd in het bouwvlak; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; c. de goothoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)'aangegeven goothoogte; d. de totale oppervlakte van gebouwen bedraagt per bouwperceel ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' aangegeven bebouwingspercentage van het bouwvlak; e. in aanvulling tot het bepaalde onder d bedraagt de totale oppervlakte aan overkappingen ten hoogste 850 m²; f. de verticale bouwdiepte bedraagt ten hoogste 5 m. 9.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen bedraagt ten hoogste 2 m; b. de bouwhoogte van palen en masten bedraagt ten hoogste 8 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m. 9.3
Nadere eisen
9.3.1 Eisen Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen, met betrekking tot: a. de situering van bouwwerken; b. de situering van in- en uitritten; c. de situering van parkeervoorzieningen; d. de situering van de hoofdtoegang van hoofdgebouwen; e. de situering van laad- en loszones. 9.3.2 Toepassing De bevoegdheid onder lid 9.3.1 wordt toegepast met het oog op: a. de gebruiksmogelijkheden: 1. ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken;
Noord 2021
27
2. in verband met het voorzien in parkeerplaatsen op eigen terrein; b. de verkeersveiligheid: 1. ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van verkeersveiligheid, in het bijzonder het benodigde uitzicht op hoeken van wegen, bochten en inen uitritten niet gewenst is; c. de brandveiligheid: 1. ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van brandveiligheid c.q. brand- en rampenbestrijding, niet gewenst is, dient rekening gehouden te worden met het waarborgen, in stand houden c.q. tot stand brengen van een brandveilige situatie en goede bereikbaarheid; d. de sociale veiligheid; e. het stedenbouwkundig belang. 9.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in 9.2.1 sub d teneinde een hoger bebouwingspercentage toe te staan van ten hoogste 25 %, mits: a. de ondernemer kan aantonen dat een hoger bebouwingspercentage vanwege de bedrijfsvoering noodzakelijk is; b. de ondernemer kan aantonen dat er op het perceel voldoende ruimte beschikbaar blijft voor het aan de manege toe te rekenen parkeren; c. het stedenbouwkundige beeld niet wordt aangetast; d. geen milieutechnische belemmeringen zijn; e. voldoende water compenserende maatregelen worden getroffen; f.
geen onevenredige aantasting zal plaatsvinden van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden. 9.5 Specifieke gebruiksregels Met betrekking tot het gebruik geldt dat de vloeroppervlakte ten behoeve van ondergeschikte horecavoorzieningen zoals bedoeld in lid 9.1 sub b ten hoogste 80 m² bedraagt.
Noord 2021
28
Artikel 10
Tuin
10.1 Bestemmingsomschrijving a. de voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouw aanduiding - carport': tevens een carport; met daaraan ondergeschikt: c. parkeervoorzieningen. 10.2 Bouwregels Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 1 m; b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - carport' is per woning ten hoogste één carport toegestaan met een oppervlak van ten hoogste 20 m2; c. de bouwhoogte van carports bedraagt ten hoogste 3,5 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 1 m;
Noord 2021
29
Artikel 11
Verkeer
11.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, alsmede opstelstroken, busstroken, voet- en fietspaden; b. ter plaatse van de aanduiding 'garage': garages; c. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': een nutsvoorziening met daarbij behorende voorzieningen zoals: d. groenvoorzieningen; e. speelvoorzieningen; f. parkeervoorzieningen; g. geluidswerende voorzieningen; h. nutsvoorzieningen; i. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; j. bruggen en viaducten. 11.2
Bouwregels
11.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen worden binnen het bouwvlak gebouwd; b. de bouwhoogte van gebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven hoogte; c. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening' mogen gebouwen gebouwd worden, met dien verstande dat: 1. de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 6 m; 2. het oppervlak niet meer bedraagt dan 20 m2. 11.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van palen en masten bedraagt ten hoogste 8 m; b. de bouwhoogte van speelvoorzieningen bedraagt ten hoogste 5 m; c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding of de verlichting bedraagt ten hoogste 8 m.
Noord 2021
30
Artikel 12
Verkeer - Railverkeer
12.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Railverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. spoorwegen en de daarbij behorende bermen, taluds en spoorwegovergangen; b. volkstuinen met bijbehorende voorzieningen; c. ter plaatse van de aanduiding 'antennemast': een antennemast van ten hoogste 40 m; d. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': een nutsvoorziening; met daarbij behorende voorzieningen, zoals: e. groenvoorzieningen; f. geluidswerende voorzieningen; g. nutsvoorzieningen; h. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; i. (ontsluitings)wegen; j. parkeervoorzieningen; k. bruggen en viaducten. 12.2
Bouwregels
12.2.1 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. per volkstuin bedraagt het gezamenlijke grondoppervlak aan bergkasten en hobbykassen ten hoogste 18 m²; b. de bouwhoogte van een gebouw ten behoeve van volkstuinen bedraagt ten hoogste 2,7 m; c. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening' bedraagt de bouwhoogte ten hoogste 6 m en de oppervlakte ten hoogste 20 m². 12.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2m; b. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 10m. 12.3 Specifieke gebruiksregels Het gebruik van volkstuinen als overnachting of permanente bewoning is niet toegestaan.
Noord 2021
31
Artikel 13
Verkeer - Weg
13.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Weg' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen, met meerdere doorgaande rijstroken, alsmede parallelrijbanen, opstelstroken, in- en uitvoegstroken, op- en afritten en de daarbij behorende bermen en taluds; b. ter plaatse van de aanduiding 'gronddepot': een grond-/bomendepot; c. voorzieningen ter bevordering van de milieukwaliteit, zoals geluidsschermen en luchtkwaliteitschermen; met daarbij behorende voorzieningen, zoals: d. groenvoorzieningen; e. geluidswerende voorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; h. bruggen en viaducten. 13.2
Bouwregels
13.2.1 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt ten hoogste 2m; b. de bouwhoogte van geluidsschermen ter plaatse van de aanduiding c. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 10m.
Noord 2021
32
Artikel 14
Water
14.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; b. verkeer te water; c. recreatie; d. ter plaatse van de aanduiding 'gronddepot': een grond-/bomendepot; met daaraan ondergeschikt: e. blusvoorzieningen; met daarbij behorende voorzieningen zoals: f. groenvoorzieningen; g. bruggen en duikers. 14.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd, met uitzondering van steigers en afmeervoorzieningen; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling of de verlichting bedraagt ten hoogste 3 m.
Noord 2021
33
Artikel 15
Wonen
15.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. woningdelen, met een maximum van 2 personen per woning; c. hospitaverhuur; d. ter plaatse van aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 1': kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in de vorm van dienstverlening en kantoren; e. ter plaatse van aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 2': kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in de vorm van dienstverlening en kantoren uitsluitend op de begane grond; f. ter plaatse van de aanduiding 'garage': uitsluitend een garage; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van wonen - begeleid wonen', tevens voor begeleid wonen; met daaraan ondergeschikt: h. aan-huis-gebonden beroep of bedrijf; met de daarbij behorende voorzieningen zoals: i. erven; j. groenvoorzieningen k. parkeervoorzieningen; l. kleinschalige windturbines; m. wegen en paden; n. tuinen; o. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 15.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 15.2.1 Hoofdgebouwen a. hoofdgebouwen worden uitsluitend gebouwd in het bouwvlak; b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' worden woningen in gestapelde vorm gebouwd; c. de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; d.
de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dakopbouw': een dakopbouw waarbij de maximale goothoogte mag worden overschreden waarbij geldt dat: 1. de oppervlakte van de dakopbouw niet meer bedraagt dan 35 m2 per hoofdgebouw; 2. de bouwhoogte met niet meer dan 3 m wordt overschreden; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dakopbouw 1': een dakopbouw waarbij de maximale goothoogte mag worden overschreden waarbij geldt dat: 1. de oppervlakte van de dakopbouw niet meer bedraagt dan 35 m2 per hoofdgebouw; 2. de bouwhoogte inclusief dakopbouw niet meer bedraagt dan 8,10 m; 3. dakopbouwen en (privacy)schermen tenminste 1,5 m binnen harten van bouwmuren, voor- en achtergevels dienen te worden geplaatst; g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - dakopbouw 2' is ter plaatse van de voorste helft van de woning een maximum bouwhoogte van ten hoogste 10 m toegestaan; h. ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' dient een onderdoorgang worden vrijgehouden met een minimale vrije hoogte van 5 m; i. de verticale bouwdiepte bedraagt ten hoogste 5 m. 15.2.2 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zijn toegestaan op het erf; b.
het gezamenlijk grondoppervlak van de aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bedraagt
Noord 2021
34
c.
d. e. f. g. h. i. j.
k.
ten hoogste 50% van het erf, exclusief zij- en achterpaden, met een maximale oppervlakte van ten hoogste 50 m², tenzij op de verbeelding met de aanduiding 'maximum oppervlakte (m2)' een andere maximumoppervlakte is aangegeven; de diepte van een aan- en uitbouw gemeten vanuit de gevel van het hoofdgebouw bedraagt ten hoogste 3 m, tenzij op de verbeelding met de aanduiding 'maximum diepte (m)' een andere maximale diepte is aangegeven; de bouwhoogte van aan- en uitbouwen bedraagt ten hoogste de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw waaraan wordt aangebouwd vermeerderd met 0,25 m; de bouwhoogte van bijgebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m; balkonhekken (minimaal 70% open constructie) op aan- en uitbouwen zijn toegestaan met een hoogte van ten hoogste 1 m; het gezamenlijk grondoppervlak van ondergrondse bouwwerken bedraagt ten hoogste 50% van het zij- en achtererf met een maximale oppervlakte van 50 m2; de verticale bouwdiepte bedraagt ten hoogste 5 m. de afstand van aan- en uitbouwen en bijgebouwen tot perceelsgrenzen bedraagt 0 of ten minste 1 m; ter plaatse van de aanduiding 'garage': 1. bedraagt de goothoogte ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte; 2. bedraagt de bouwhoogte ten hoogste de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; 3.
indien geen bouwhoogte is aangegeven geldt een bouwhoogte van ten hoogste 4,5 m; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - kap' mogen aan- of uitbouwen of aangebouwde bijgebouwen aan de zijgevel met een kap worden afgedekt;
15.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde gelden de volgende regels: a. voor de voorgevelrooilijn zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan tot een bouwhoogte van maximaal 1 meter; b. op erven zijn bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan tot een bouwhoogte van: 1. maximaal 2 meter voor erf- en perceelsafscheidingen; 2. maximaal 3 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde. 15.2.4 Kleinschalige windturbines Voor het bouwen van kleinschalige windturbines gelden de volgende regels: a. kleinschalige windturbines mogen uitsluitend op hoofdgebouwen worden gebouwd waarvoor geldt dat de bouwhoogte van hoofdgebouwen ten minste 16 m bedraagt; b. de maximale bouwhoogte van kleinschalige windturbines bedraagt ten hoogste 4,5 m, gemeten vanaf de voet van de windturbine; c. ten behoeve van de bouw van kleinschalige windturbines mag de in artikel 15.2.1 bedoelde bouwhoogte worden overschreden. 15.3
Nadere eisen
15.3.1 Eisen Het bevoegd gezag is bevoegd nadere eisen te stellen, met betrekking tot: a. de situering van bouwwerken; b. de situering van de hoofdtoegang van hoofdgebouwen; c. de situering van in- en uitritten; d. de situering van parkeervoorzieningen; e. de situering van kleinschalige windturbines; f. de situering van laad- en loszones. 15.3.2 Toepassing De bevoegdheid onder lid 15.3.1 wordt toegepast met het oog op: a. de gebruiksmogelijkheden: 1. ter voorkoming van een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken;
Noord 2021
35
2. in verband met het voorzien in parkeerplaatsen op eigen terrein; b. de verkeersveiligheid: 1. ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van verkeersveiligheid, in het bijzonder het benodigde uitzicht op hoeken van wegen, bochten en inen uitritten niet gewenst is; c. de brandveiligheid: 1. ter waarborging en ter voorkoming van een ruimtelijke situatie die uit een oogpunt van brandveiligheid c.q. brand- en rampenbestrijding, niet gewenst is, dient rekening gehouden te worden met het waarborgen, in stand houden c.q. tot stand brengen van een brandveilige situatie en goede bereikbaarheid; d. de sociale veiligheid; e. het stedenbouwkundig belang. 15.4 Specifieke gebruiksregels a. het gebruik van aan- en uitbouwen en bijgebouwen als zelfstandige woning is niet toegestaan; b. voor de uitoefening van een aan-huis-gebonden beroep of bedrijf gelden de volgende regels; 1. de voor de beroeps- of bedrijfsuitoefening te gebruiken vloeroppervlakte bedraagt ten hoogste 30% van de oppervlakte van het hoofdgebouw tot ten hoogste 50 m²; 2. de activiteiten mogen geen afbreuk doen aan het karakter van de woning en de woonomgeving; 3. horeca is niet toegestaan, uitgezonderd een bed & breakfast tot maximaal 4 personen; 4.
detailhandel is niet toegestaan, uitgezonderd detailhandel in schriftelijke opdracht, zonder levering ter plaatse en ondergeschikte, niet zelfstandige detailhandel; 5. er mag geen onevenredige milieu- of verkeershinder ontstaan; 6. het beroep of bedrijf wordt uitgeoefend door de bewoner(s) van de betreffende woning waarbij ten hoogste 1 fte in dienstverband extra is toegestaan; c. in afwijking van het onder b.1. bepaalde, geldt voor de beroeps- of bedrijfsuitoefening te gebruiken vloeroppervlakte ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 2' ten hoogste 100 m².
Noord 2021
36
Artikel 16
Verkeer - Voorlopig - 2
Voorlopige bestemming 16.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Voorlopig - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. gebiedsontsluitingswegen; b. erftoegangswegen; c. verblijfsgebieden; d. tijdelijke wegen; e. overige voorzieningen ten behoeve van het verkeer; met daarbij behorende: f. langzaam-verkeersvoorzieningen; g. parkeervoorzieningen; h. speelvoorzieningen; i. straatmeubilair; j. nutsvoorzieningen; k. groenvoorzieningen, bermen en taluds; l. water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder duikers; m. bruggen en viaducten. 16.2
Bouwregels
16.2.1 Gebouwen Ten aanzien van gebouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn niet toegestaan. 16.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag maximaal bedragen: 1. 2 m voor erf- en terreinafscheidingen; 2. 3 m voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 16.3 Afwijken van de bouwregels a. Het bevoegd gezag is bevoegd bij een omgevingsvergunning af te wijken van het bepaalde in lid 16.2 voor het overschrijden van in deze regels genoemde hoogtematen met niet meer dan 20%. b. Er kan niet worden afgeweken als bedoeld in sub a, indien de bouw- en gebruiksmogelijkheden van nabijgelegen percelen in onevenredige mate worden beperkt en/of indien ter plaatse aanwezige waarden op onevenredige wijze worden of kunnen worden aangetast. 16.4 Geldigheidsduur voorlopige bestemming De termijn waarvoor de voorlopige bestemming geldt, bedraagt 5 jaar, gerekend vanaf de dag van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Definitieve bestemming 16.5
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Voorlopig - 2' aangewezen gronden zijn na het verstrijken van de geldigheidstermijn als bedoeld in lid 16.4 bestemd voor: a. tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; met daaraan ondergeschikt: b. parkeervoorzieningen.
Noord 2021
37
16.6 Bouwregels Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 1 m.