Bijlage 2 Stedenbouwkundig Advies Stammerdijk 23 Diemen 20250327
Tekst van het document
advies
projectnaam Stammerdijk 23 Diemen
Inleiding Het voornemen bestaat om aan de Stammerdijk 23 te Diemen een be-
is van een goede ruimtelijke ordening en welke risico’s kunnen
datum 27 maart 2025
staande manege uit te breiden door middel van nieuwbouw van een rij-
hierbij worden gesignaleerd?
projectnummer P08416 opdrachtgever Gemeente Diemen BRO projectleider JvdA projectteam RvdH, SAl review JvdA
2. Welke aanvullingen zijn benodigd om aan te tonen dat er sprake
hal en stallen. Dit traject loopt reeds meerdere jaren. Om de uitbreiding mogelijk te maken is een omgevingsvergunning benodigd om af te wij-
De beoordeling spitst zich conform verzoek toe op de volgende 2 stuk-
ken van het bestemmingsplan. De volgende strijdigheden met het be-
ken, die aan BRO zijn verstrekt:
stemmingsplan zijn aan de orde: -
1. Ruimtelijke onderbouwing (incl. bijlagen) DLV Advies, d.d. 12
De binnenrijbak krijgt een nokhoogte van 9,2 meter en een goot-
maart 2024;
hoogte van 4,25 meter. Dit is strijdig met het bestemmingsplan.
2. Ruimtelijke visie DLV advies, d.d. augustus 2024.
De maximale bouwhoogte ter plaatse van de rijhal is 8 meter, de maximale goothoogte 4 meter.
In dit advies beoordelen wij of er ons inziens sprake is van een goede
De loods krijgt een goothoogte van 3,85 meter. De maximale
ruimtelijke ordening op basis van de volgende onderdelen:
goothoogte bij een gebouw mag echter niet meer bedragen dan
•
Landschap
3 meter.
•
Stedenbouw
-
Maximum bebouwd oppervlak wordt overschreden met 738 m².
•
Beleid
-
De longeercirkel wordt buiten het bouwvlak gerealiseerd.
•
Milieu- en omgevingsaspecten.
-
De stapmolen worden buiten het bouwvlak gerealiseerd.
-
De paddocks worden buiten het bouwvlak gerealiseerd.
Het planvoornemen wordt op basis van expert judgement beoordeeld op
-
De buitenrijbak wordt gerealiseerd binnen de bestemming 'Na-
basis van deze onderdelen. Hierbij signaleren wij eventuele risico’s en
tuur - Weiland', dit is strijdig gebruik.
onderscheiden wij (potentiële) knelpunten, onderdelen die aanvul-
Om de buitenrijbak worden 6 lichtmasten van 6 meter hoogte
ling/aanscherping behoeven en onderdelen die ons inziens acceptabel
gerealiseerd. Dit is niet toegestaan en voldoet niet aan de bin-
en voldoende onderbouwd zijn. Het resultaat is een integraal advies
nenplanse afwijkingsmogelijkheid.
over enerzijds de juridisch-planologische aanvaardbaarheid van het
-
-
planvoornemen op zichzelf en anderzijds de kwaliteit, volledigheid en
Nachtwachtlaan 20
Op 16 juni 2022 is hiertoe door initiatiefnemer een aanvraag ingediend.
juistheid van de ingediende stukken. Opgemerkt wordt dat wij géén in-
De procedure omtrent deze aanvraag loopt nog. Derhalve is het recht,
houdelijke beoordeling van de uitgevoerde onderzoeken hebben uitge-
zoals geldend ten tijde van de aanvraag, nog altijd van toepassing.
voerd, anders dan een beoordeling op juistheid van de uitgangspunten, op actualiteit en op volledigheid.
1058 EA Amsterdam +31 (0)20 506 19 99 info@bro.nl www.bro.nl
De gemeente Diemen heeft BRO gevraagd om een onafhankelijk advies uit te brengen omtrent de omgevingsvergunningaanvraag voor de Stam-
Afgesloten wordt met een conclusie en advies.
merdijk 23 te Diemen. Specifiek is gevraagd om advies uit te brengen over de volgende 2 vragen: 1. Voldoet het aangevraagde plan aan het criterium van een goede
1. Algemeen Enkele algemene bevindingen:
ruimtelijke ordening?
1/8
-
De uitwerking van de strijdigheden met het bestemmingsplan is goed te volgen en voor zover wij kunnen toetsen correct;
-
doende te noemen;
De onderbouwing ten aanzien van de volwaardigheid van het
Een duidelijke koppeling tussen de ruimtelijke visie en het land-
agrarisch gebruik is goed te volgen;
Ruimtelijke visie (DLV Advies, augustus 2024)
schappelijke inpassingsplan ontbreekt. Wij adviseren om in de
De beschrijving van de huidige situatie is beknopt maar vol-
De Ruimtelijke visie betekent een welkome aanvulling op de beperkte
ruimtelijke onderbouwing een koppeling tussen de verschillende
doende;
landschappelijk-stedenbouwkundige onderbouwing uit de RO. Wat be-
documenten en onderdelen te leggen, zodat een duidelijke inte-
De planbeschrijving is over het algemeen goed te volgen en vol-
treft de ruimtelijke visie constateren wij het volgende:
grale afweging blijkt.
doende duidelijk. De ruimtelijke visie geeft hier aanvullende in-
put over. Aanbevolen wordt om in de definitieve stukken een -
Eén zichtlijn gaat verloren. De onderbouwing hiervan is net vol-
De ligging en specifieke kenmerken van de omgeving van de planlocatie zijn voldoende beschreven;
Landschappelijk-stedenbouwkundige beoordeling BRO
koppeling met deze visie te leggen;
De erfhistorie is duidelijk beschreven;
Het planvoornemen achten wij op hoofdlijnen stedenbouwkundig en
Een beschouwing van de participatie ontbreekt.
Er is terecht rekening gehouden met de bestaande situatie en
landschappelijk inpasbaar en te verantwoorden in het kader van een
de beperkte ruimtelijke kwaliteit van het erf en de bebouwing;
goede ruimtelijke ordening. Wij constateren hierbij de volgende zaken:
2. Landschap en stedenbouw
Er wordt ingegaan op de kernwaarden van het Veenrivierenge-
Duidelijk is dat de ruimtelijke kwaliteit in de huidige situatie veel
bied. Niet duidelijk is echter waarop deze kernwaarden geba-
te wensen over laat. Een vernieuwing en modernisering van het
De planlocatie betreft een solitair bebouwd erf, omringd door onbe-
seerd zijn. De toetsing aan de kernwaarden is goed te volgen en
erf is dan ook vanuit ruimtelijk kwaliteitsoogpunt wenselijk te
bouwde gronden met een agrarische inrichting en bebossing (Diemer-
kan worden onderschreven;
noemen.
bos). De voorgenomen ontwikkeling leidt tot een (beperkte) uitbreiding
van het bebouwd erf, met name door de aanleg van de rijbak. De locatie is gelegen in het gebied Vechtstreek-Noord. Het Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL, thans: Beschermd landschap) Vecht-
Daarnaast wordt ingegaan op de kernwaarden van de Stammer-
Wij onderschrijven het belang dat er sprake blijft van een her-
dijk. Deze zijn te onderscheiden van de kernwaarden voor het
kenbaar solitair erf. De inpassingsmaatregelen dragen hieraan
grotere gebied. Ook hier mist echter een bron (er wordt een
bij. Een uitbreiding van het erf is in die zin niet onacceptabel;
landschapsdeskundige aangehaald, maar niet meer dan dat);
De uitbreiding van de gebouwen van de manege achten wij ste-
In de analyse van het nieuwe erf wordt uitgebreid ingegaan op
denbouwkundig inpasbaar. De positionering, omvang en ruimte-
streek-Noord bestaat uit grotendeels veenrivierenlandschap. In par.
de architectonische keuzes. De stedenbouwkundige en land-
lijke uitstraling zijn passend op het erf en de gebouwen worden
3.2.2.1 van de ruimtelijke onderbouwing is getoetst aan het provinciaal
schappelijke keuzes die gemaakt zijn voor de erfopzet blijven in
geconcentreerd. De stapmolen vormt hierin een herkenbaar ele-
beleid op dit punt. Daarnaast is in de Ruimtelijke visie uitvoerig aandacht
sommige opzichten ietwat onderbelicht;
ment en is een goede toevoeging.
besteed aan de landschappelijke kwaliteiten en kenmerken van de plan-
locatie en omgeving.
De verantwoording van de paddock aan de noordzijde (over-
De gekozen beeldkwaliteit en architectuur lijkt ons passend bij
zijde van de sloot) zou ons inziens uitvoeriger en explicieter
de functie en historie en aldus van voldoende kwaliteit. Deze
moeten worden beschreven. Dit is immers in afwijking van de
draagt ook bij aan het voorkomen van een te massieve uitstra-
In de ruimtelijke onderbouwing wordt gesteld dat de voorgenomen ont-
bestemming en men steekt de sloot over. Een beeld van de lo-
ling;
wikkeling de kernkwaliteiten van het BPL Vechtstreek-Noord niet zal
catie op groter schaalniveau kan hierin nuttig zijn;
aantasten. De onderbouwing hiervan in de RO is mager. In de Ruimte-
Bij de aanzichten en beschouwing van de zichtlijnen wordt vrij-
Er wordt over het algemeen logisch aangesloten bij de perceelsranden;
lijke visie is dit aangevuld. Een duidelijke toetsing aan de kernkwaliteiten
wel uitsluitend ingegaan op de bebouwing en specifiek de stap-
van het BPL Vechtstreek-Noord ontbreekt echter. Elementen hiervan ko-
molen, maar ook de overige elementen (paddocks, longeercirkel
noordelijke richting door de toevoeging van een paddock binnen
men zeker terug in de stukken, maar een systematischer toetsing hier-
en parkeerplaats) hebben een impact op het aanzicht;
de Natuurbestemming, aan de overzijde van de sloot. In begin-
aan is aanbevolen.
Er is sprake van een uitbreiding van het erf van de manege in
sel achten wij deze uitbreiding landschappelijk verantwoord. Er
Stammerdijk 23 Diemen
2/8
gaan geen belangwekkende zichtlijnen verloren. Daarnaast
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Er wordt in de ruimtelijke onderbouwing uitgebreid ingegaan op de om-
heeft dit perceel al een agrarisch karakter en inrichting.
Er wordt terecht geconstateerd dat de planlocatie niet binnen de binnen
gevingsvisie NH2050. Er worden 5 thema’s langsgelopen, waar hieron-
Ook aan de noordwestelijke rand is sprake van een uitbreiding
het Barro aangewezen projectgebieden is gelegen. Het Barro is inder-
der verder op ingegaan wordt. Wat opvalt is dat niet ingegaan wordt op
van het erf. Hier wordt wél een zichtlijn verminderd. Hoewel er
daad niet van toepassing en er is geen sprake van strijdigheid. Derhalve
het thema ‘Leefomgevingskwaliteit’, hoofdstuk 3 in de Omgevingsvisie.
sprake blijft van een open ruimte en de uitbreiding landschappe-
is deze paragraaf voldoende gemotiveerd en is er geen aanvulling no-
Dit wordt niet gezien als een risico, maar kan wel aangescherpt worden.
lijk wordt ingepast, vinden wij deze uitbreiding vanuit landschap-
dig.
pelijk oogpunt een aandachtspunt. Het is jammer dat het agrari-
Dynamisch schiereiland: geen opmerkingen. Gebied ligt inder-
sche karakter hier niet terugkomt, met name vanwege de par-
3.1.3 Ladder duurzame verstedelijking
daad niet in kustgebied. De constatering dat de aspecten aan-
keerplaats. Wij zien deze uitbreiding als het voornaamste land-
Niet duidelijk is of de ontwikkeling als een nieuwe stedelijke ontwikkeling
sluiting verscheidenheid kustlandschappen; aansluiting karakte-
schappelijk-stedenbouwkundige aandachtspunt. Het is een min-
wordt beschouwd. Er wordt voorbij gegaan aan de vraag of de ontwikke-
ristieken kustlijnen en Ecologische verbindingen aanvullen cen-
punt dat het parkeren aan de voorzijde gesitueerd blijft, ondanks
ling onder de term ‘Andere stedelijke voorziening’ valt. Op dit punt is een
traal staan wordt onderschreven.
de landschappelijke inpassing daarvan. Het is aan te bevelen de
verbetering van de onderbouwing nodig. Op basis van de uitspraak
positionering hiervan (in het kader van de terreinindeling als to-
ABRvS 24 februari 2016: ECLI:NL:RVS:2016:484 lijkt een manege als
nen en werken binnenstedelijk; investeren in alle verkeersnet-
taal) goed toe te lichten in de stukken;
stedelijke functie te worden beschouwd. Het IPLO geeft hier ook geen
werken, regionaal verkeer boven doorgaand; landschap als on-
De landschappelijke inpassing wordt ten opzichte van de hui-
expliciete duidelijkheid over. Het verdient in ieder geval aanbeveling hier
derdeel metropolitaan systeem; ontwikkelen binnen beschikbare
dige situatie verbeterd en wordt in redelijke mate aangebracht.
stelling in te nemen, bijvoorbeeld door deze zekerheidshalve/ten over-
milieuruimte centraal staan klopt. Voor wonen en werken bin-
Het landschappelijke inpassingsplan lijkt ons gedegen en vol-
vloede als stedelijke functie te beschouwen. Ons inziens zijn er vol-
nenstedelijk wordt verwezen naar paragraaf 3.1.3. Dit moet mo-
doende compleet.
doende argumenten voorhanden dat deze functie op deze locatie pas-
gelijk worden aangepast na aanpassing van de paragraaf Lad-
send is.
der voor duurzame verstedelijking.
Metropool in ontwikkeling: De constatering dat de aspecten wo-
De conclusie dat de ontwikkeling geen betrekking heeft op ver-
3. Beleid
Verder wordt onterecht gesteld dat de oppervlakte niet vergroot wordt. In
keersnetwerken wordt onderschreven. Het aspect landschap is
In deze paragraaf toetsen wij het initiatief aan het geldende beleid en
paragraaf 1.3 wordt gesteld dat er voor de gewenste bedrijfsopzet 3.019
in de paragraaf ‘Landschap’ al door ons beschouwd.
bekijken we de onderbouwing van de verschillende beleidsmatige as-
m² bebouwd zal worden terwijl in het bestemmingsplan in de huidige si-
Er wordt terecht geconcludeerd dat de ontwikkeling geen be-
pecten. Hierbij houden we de volgorde van de ruimtelijke onderbouwing
tuatie 2.281 m² is toegestaan. Daarnaast wordt een agrarische bestem-
trekking heeft op de complexen met milieucontouren. Op kaart 5
aan.
ming toegevoegd naast de huidige sportbestemming. Het totale ruimte-
van de Omgevingsvisie NH2050 ligt de gebiedsbegrenzing van
beslag wordt vergroot.
dit aspect ook buiten de planlocatie.
Hoofdstuk 3.1 Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie
Conclusie: aanpassing/aanvulling is noodzakelijk. De onderbouwing is
wordt aangesloten bij de conclusie dat de ontwikkeling de doel-
In deze paragraaf wordt een uitgebreide samenvatting van de NOVI ge-
te beknopt en daarmee een risico.
stelling voor sterke kernen en sterke regio’s niet in de weg staat.
geven. Concreet wordt verwezen naar de toetsing bij het Barro en het provinciaal beleid. Er zijn geen concrete risico’s voor dit onderdeel en de verwijzing is acceptabel. Er is geen aanvulling of aanscherping nodig op dit onderdeel.
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie NH2050
Sterke kernen, sterke regio’s: Op basis van de onderbouwing
Nieuwe energie: Er wordt geconstateerd dat aan de huidige eisen op het gebied van duurzaamheid en energie voldaan zal worden. Daarnaast wordt gesteld dat eventueel in overleg met de gemeente mogelijkheden worden onderzocht voor de realisa-
Stammerdijk 23 Diemen
3/8
tie van voorzieningen voor duurzame energie. Het is niet duide-
Het is voor ons niet mogelijk om de ‘oude’ omgevingsvisie te raadple-
gebied. Er is nu getoetst aan de reguliere richtafstanden voor een cate-
lijk of dit ook daadwerkelijk gebeurd is, dit zou eventueel aange-
gen, daarom is getoetst aan de nieuwe omgevingsvisie. De onderbou-
gorie 3.1-functie. Het maatgevende gevoelige object ligt inderdaad op
vuld kunnen worden.
wing is zeer beknopt. Enerzijds wordt gesteld dat voor sportvoorzienin-
voldoende afstand. Overigens lijkt de maatschappelijke functie ‘school-
Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving: De juiste aspecten wor-
gen en recreatievoorzieningen ruimte gezocht wordt in het stedelijk ge-
tuin A. Wagner’ en dienstwoning aan de Provincialeweg 53 op kortere
den geconstateerd en voldoende onderbouwd. Er wordt verwe-
bied, anderzijds wordt gesteld dat dit een recreatieve functie in het bui-
afstand te liggen. De conclusie dat de manege geen hinder veroorzaakt
zen naar de paragraaf ecologie en wateraspecten. Aanvulling is
tengebied betreft. De redenering is lastig te volgen. Er wordt daarnaast
op gevoelige objecten in de omgeving en anderzijds geen omliggende
niet noodzakelijk.
niet ingegaan op de andere ambities die gelden voor het deelgebied
bedrijven en functies worden beperkt, wordt echter onderschreven.
‘buitengebied’ zoals het behoud van de openheid van het landschap. De Conclusie: aanvulling m.b.t. thema ‘leefomgevingskwaliteit’ is wenselijk.
specifieke meerwaarde van de ontwikkeling voor sport en recreatie in de
Conclusie: de onderbouwing is wat rommelig opgeschreven en de re-
Verder kan waar mogelijk worden verduidelijkt hoe met duurzame ener-
gemeente wordt en ambities van de gemeente op dit vlak worden niet
deneerlijn kan worden verbeterd. De eindconclusies kunnen echter wor-
gievoorzieningen wordt omgegaan in het plan.
beschreven. Naar verwachting vormt deze paragraaf geen risico, maar
den gedeeld.
deze kan wel verder worden onderbouwd. 3.2.2 Omgevingsverordening NH2020
4.1.2 Geur
Er wordt in deze paragraaf uitgebreid onderbouwd hoe wordt voldaan
Conclusie: de onderbouwing t.a.v. de omgevingsvisie is te mager en
Het aspect geur is voldoende onderbouwd. Er is terecht aangegeven dat
aan de omgevingsverordening NH2020. Daarbij ligt de aandacht vooral
dient te worden aangevuld.
paarden vaste afstandsdieren zijn. Het is echter niet duidelijk uiteenge-
op de landschappelijke inpassing in het kader van het Bijzonder Provin-
zet of de locatie binnen of buiten de bebouwde kom ligt en welke van de
ciaal Landschap. Voor de beschouwing van dat onderdeel verwijzen we
Overig beleid
vier afstanden hier van toepassing is. Overigens geldt voor alle vier af-
naar de paragraaf ‘Landschap’ in dit advies.
Er is niet getoetst aan andere beleidsstukken van de gemeente Diemen.
standen dat hieraan voldaan kan worden. De afstand van 270 meter tot
Voor zover wij op basis van een beleidscheck hebben kunnen nagaan,
woningen klopt. Overigens lijkt de maatschappelijke functie ‘schooltuin
Er wordt niet ingegaan op de instructieregels die gelden voor agrarische
zijn er geen belangwekkende beleidsstukken die ontbreken. Wij advise-
A. Wagner’ en dienstwoning aan de Provincialeweg 53 op kortere af-
bedrijven en het landelijk gebied (par. 6.2.4) of niet onderbouwd dat er
ren de gemeente om dit zekerheidshalve nog te verifiëren.
stand te liggen.
geen sprake is van een agrarisch bedrijf, terwijl de ontwikkeling wel in deze werkingsgebieden ligt. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten voldoen aan de regels voor landelijk gebied. Dit zijn dan ook de voornaamste aandachtspunten waarop aanscherping nodig is. Tot slot ontbreekt een algemene conclusie aan het einde van de paragraaf. Conclusie: aanvulling m.b.t. toetsing aan regels voor landelijk gebied
4. Milieu- en omgevingsaspecten In deze paragraaf toetsen wij het initiatief aan de relevante milieu- en omgevingsaspecten als onderdeel van een ‘goede ruimtelijke ordening’
Ons inziens dient de logiesfunctie, ook al wordt deze slechts beperkt benut, wel een geurgevoelig object. Geadviseerd wordt om de onderbouwing op dit punt aan te vullen.
en bekijken we de onderbouwing van de verschillende aspecten. Hierbij
Wij sluiten aan bij de conclusie in de onderbouwing dat geur geen be-
houden we de volgorde van de ruimtelijke onderbouwing aan.
lemmering vormt.
4.1.1 Milieuzonering
Conclusie: verduidelijking van de toe te passen minimale afstanden en
Wij kunnen de stelling dat het plangebied in gemengd gebied ligt onder-
toevoeging van een beschouwing t.a.v. de logiesfunctie is wenselijk. De
schrijven, dit is voldoende onderbouwd. De richtafstanden voor een ma-
eindconclusies kunnen echter worden gedeeld.
wenselijk. 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Gemeentelijke omgevingsvisie
nege zijn juist overgenomen uit de VNG Brochure. Eventueel kan nog vermeld worden wat de richtafstanden zijn na verlaging door gemengd
Stammerdijk 23 Diemen
4.1.3 Luchtkwaliteit
4/8
Het aspect luchtkwaliteit wordt voldoende onderbouwd in de ruimtelijke
De opbouw/structuur van de paragraaf is soms verwarrend. Kopjes ko-
In de laatste zin van de paragraaf plaatsgebonden risico wordt gecon-
onderbouwing. Er wordt echter niet ingegaan op de uitstoot die ontstaat
men niet altijd overeen met de inhoud. Advies is om een logische volg-
cludeerd dat het plan binnen het invloedsgebied van een risicovolle in-
door een eventuele toename van verkeersbewegingen. Er wordt later in
orde aan te houden:
richting ligt. Er wordt niet duidelijk om welke inrichting dit gaat.
de onderbouwing gesteld dat het aantal verkeersbewegingen niet toeneemt. Dat kan in deze paragraaf verder aangescherpt worden.
1. Plaatsgebonden risico, eventueel uitgesplitst in risicovolle inrichtingen, leidingen en transportroutes; 2. Groepsrisico, uitgesplitst in risicovolle inrichtingen, leidingen en
Conclusie: tekstuele aanvulling voorgesteld, maar in beginsel voldoende onderbouwd.
transportroutes; 3. Verantwoording groepsrisico;
Paragraaf Transportroutes: De eerste zin van deze paragraaf lijkt niet te kloppen. Daarnaast is er veel overlap met de paragraaf hiervoor wat onduidelijkheid en tegenstrijdigheid veroorzaakt. Deze paragraaf heeft dan ook aanscherping nodig.
4. Advies veiligheidsregio. 4.1.4 Volksgezondheid
Onduidelijk is ook of advies van de Veiligheidsregio is gevraagd of nodig
Paragraaf groepsrisico:
Er worden inderdaad geen gevoelige functie en geen varkens- en pluim-
is. Ons inziens is dit wel vereist.
In deze paragraaf wordt opnieuw gesteld dat de ontwikkeling niet binnen
veehouderijen mogelijk gemaakt. Er worden geen geiten gehouden.
het invloedsgebied van de gasleiding ligt. Wel wordt een verantwoording
Conclusie dat geen advies van GGD nodig is kan worden onderschre-
Paragraaf plaatsgebonden risico:
van het groepsrisico geboden. Deze verantwoording is niet van vol-
ven.
De planlocatie ligt op korte afstand van een hogedruk aardgastransport-
doende kwaliteit. Er worden argumenten gebruikt die niet onderbouwd
leiding. In deze paragraaf wordt niet duidelijk of de planlocatie binnen of
worden. Er wordt bijvoorbeeld gesteld dat de locatie zeer goed ontsloten
4.1.5 Geluid
buiten het invloedsgebied van de gasleiding ligt. Beide standpunten wor-
is, maar niet waarom/hoe dit het geval is. Bij een fakkelbrand is de loca-
Er is geen akoestisch onderzoek uitgevoerd en in de onderbouwing zelf
den namelijk genoemd in de tekst. Er wordt gesteld dat de omvang van
tie namelijk mogelijk vanaf de westzijde niet meer bereikbaar. Er wordt
is uiteengezet hoe aan de Wgh en Bgh voldaan wordt. Er wordt ge-
het invloedsgebied opgevraagd kan worden bij Gasunie, maar het wordt
gesteld dat de locatie ver genoeg van de leiding is, maar niet waarop
noemd dat een manege geluid veroorzaakt, dat klopt. Er wordt niet ge-
niet duidelijk of dit ook daadwerkelijk gebeurd is. De omgevingsdienst
‘ver genoeg’ gebaseerd is.
noemd dat de manege niet geluidgevoelig is en dat daarom niet getoetst
concludeert in haar advies dat het plangebied volledig binnen het in-
wordt. Er zijn inderdaad geen geluidgevoelige objecten binnen 30 m. De
vloedsgebied van de hogedruk aardgastransportleiding ligt. De onder-
In de conclusie wordt gesteld dat het aantal aanwezige personen niet
koppeling met de VNG-brochure komt een beetje uit de lucht vallen (is
bouwing is hier niet mee in overeenstemming.
zal toenemen ten opzichte van de huidige situatie. Mogelijk is dit hier
immers een ander toetsingskader dan Wgh/Bgh). De uitleg waarom bij
niet het geval, dit behoeft aanscherping.
een eigen bedrijfswoning niet naar industrielawaai van het eigen bedrijf
In de onderbouwing wordt op een afbeelding inzichtelijk gemaakt waar
gekeken hoeft te worden mist. Dit is een risico. Daarnaast kan worden
de planlocatie ligt ten opzichte van de gasleiding. Er wordt niet naar de
Conclusie: de onderbouwing op dit aspect schiet op dit moment tekort.
verduidelijkt dat de logiesfunctie niet geluidgevoelig is.
juiste locatie gewezen op de afbeelding en daardoor onterecht gecon-
Aanvulling is noodzakelijk.
cludeerd dat deze niet in het invloedsgebied ligt. In een oudere versie Conclusie: de conclusie dat er geen belemmeringen zijn en geen on-
van de onderbouwing wordt wel de juiste locatie aangewezen.
derzoek nodig is, kan worden gedeeld. Tekstuele aanscherping is wel wenselijk. 4.1.6 Externe veiligheid Algemeen
Stammerdijk 23 Diemen
4.1.7 Bodem Er is in het kader van de ontwikkeling geen bodemonderzoek uitge-
In de onderbouwing wordt in een alinea gesproken over 1% letaliteits-
voerd. Er is geen sprake van een strenger bodemgebruik. Strikt geno-
grens en 100% letaliteitsgrens, maar deze alinea maakt niet duidelijk of
men is daarom geen bodemonderzoek nodig. De conclusie dat de bo-
de locatie binnen deze grens ligt en welke grens van toepassing is op
demgesteldheid geschikt is voor de voorgenomen functie wordt onder-
het plan.
schreven.
5/8
Er wordt in de paragraaf externe veiligheid gesproken over een oude
quickscan, over nemen in de onderbouwing zou logisch zijn. Verder
Onderzoek beschermde soorten is aangeleverd als bijlage. De QS zit bij
benzinetank, is er daarmee geen risico op ernstige bodemverontreini-
geen knelpunten of verbeterpunten gesignaleerd.
de stukken van februari 2023. Uitgangspunten zijn goed, plangebied
ging? Geadviseerd wordt om dit nader te beschouwen.
klopt. De tekstuele onderbouwing in de RO is wel erg beknopt. Uitgangspunten AERIUS:
De Omgevingsdienst heeft het aspect bodem niet beoordeeld.
De stikstofberekening is aangeleverd als bijlage, hier wordt naar verwe-
Bij de stukken van maart 2024 het nader onderzoek huismussen en
zen in de onderbouwing. De berekening is van 29 februari 2024. Deze is
vleermuizen. Onderzoeken zijn nog geldig. Er is een ontheffing voor de
4.1.8 Hoogspanningsverbindingen
niet uitgevoerd met de meest recente versie van de Aerius Calculator
huismussen nodig. Is die verkregen? Ontheffingsaanvraag voor Wnb
In deze paragraaf wordt gesproken over hoogspanningsverbindingen. In
(11 februari 2025, versie 2024.1.1).
Huismus is bijgevoegd. Aanvraag is gedaan op 21 maart 2024.
de algemene tekst wordt met name gesproken over bovengrondse
De onderbouwing van de berekening is opgenomen in het document bij-
hoogspanningslijnen. Vervolgens wordt genoemd dat een ondergrondse
lage WNB, van DLV advies, d.d. 29-02-2024. Deze onderbouwing is
Conclusies uit de onderzoeken moeten nog verwerkt worden in de on-
hoogspanningslijn in de nabijheid van het plangebied ligt. De geldende
zeer beknopt en zou op een aantal aangevuld kunnen worden. De uit-
derbouwing.
regels en beschermingszone van ondergrondse hoogspanningslijnen
gangspunten voor het aantal incidentele verkeersbewegingen zijn aan
worden niet genoemd. De exacte afstand tot de hoogspanningslijn wordt
de lage kant. Zeker als er meer evenementen per jaar georganiseerd
Natuurnetwerk Nederland
niet genoemd. Daarnaast wordt niet gesproken over de rekenafstand.
worden. Daarnaast wordt niet onderbouwd waar deze op gebaseerd
Constatering dat het plangebied niet binnen NNN ligt lijkt te kloppen.
Deze paragraaf moet daarom aanvullend onderbouwd worden om aan
zijn. Er ontbreekt een bouwfase/aanlegfase in de berekening. Er is voor
Tekst in de onderbouwing bevat veel herhaling en schrijffouten. Er wordt
te tonen of sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
de mobiele werktuigen geen stationair draaien opgenomen. Er is geen
gesteld dat een nadere motivatie nodig is dat er geen sprake is van een
onderbouwing voor de emissie van de dieren opgenomen, bijvoorbeeld
nadelige invloed op het gebied van licht, geluid en fijnstof. Deze motiva-
Conclusie: tekstuele verbetering is wenselijk, maar er worden geen be-
het aantal en de leeftijd daarvan. De in de berekening opgenomen 20
tie is kort. Schijnt het licht niet op NNN? In de QS wordt gesteld dat
lemmeringen verwacht.
volwassen paarden en 20 paarden in opfok (jonger dan 3 jaar) komt
geen toetsing nodig is in de provincie Noord-Holland. Paragraaf is dus
overeen met de totaal 40 stallen die in de onderbouwing genoemd
inconsistent.
4.1.9 Lichthinder
wordt.
Wij verwachten niet dat het aspect lichthinder een belemmering zal vor-
Tot slot: op basis van de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht-
Wet ammoniak en veehouderij
men voor de ontwikkeling. We hebben op deze paragraaf geen opmer-
spraak van de Raad van State kan intern salderen niet langer in het ka-
Op deze paragraaf hebben wij geen aanmerkingen.
kingen, behalve de aanvulling dat er geen woningen in de nabije omge-
der van de voortoets worden toegepast. Intern salderen is in de bereke-
ving liggen die overlast kunnen ervaren.
ning toegepast (max. belasting 0,03 mol/ha/j). Dit aspect vormt voor de
Conclusie: de Aerius-berekening moet worden geüpdatet, uitgangspun-
haalbaarheid van het plan een risico. Nadere onderbouwing zal nodig
ten deels aangepast/verduidelijkt. Daarnaast zal aanvullend onder-
zijn.
zoek/onderbouwing nodig zijn vanwege interne saldering.
4.1.10 MER Op deze paragraaf hebben wij geen opmerkingen.
Daarnaast is aanvulling/update nodig t.a.v. de ontheffingsaanvraag. Houtopstanden:
4.2 Ecologie Gebiedsbescherming:
De QS stelt dat er helemaal geen bomen worden gekapt. Dit kan in
Kaart en afstand tot Natura 2000 kloppen niet en komen niet overeen
zenlijke gebreken.
overeenstemming met elkaar gebracht worden. Verder zien wij geen we-
Tot slot is een tekstuele aanpassing van de NNN-toetsing benodigd. 4.3 Archeologie en cultuurhistorie Archeologie
met de quickscan. Er wordt niet gesproken over externe werking, ook al is dat gezien de afstand niet te verwachten. Dit is wel genoemd in de
Stammerdijk 23 Diemen
Soortenbescherming
6/8
Gebied ligt gedeeltelijk binnen Waarde – Archeologie 3 zoals opgeno-
(20-70), die enkel op ‘ervaringen van gelijksoortige projecten’ wordt ge-
stedenbouwkundig en milieu-hygiënisch oogpunt is de ontwikkeling ver-
men in het bestemmingsplan Buitengebied 2021.De genoemde vrijstel-
baseerd. Dit is mager onderbouwd. Er wordt niet duidelijk aangegeven
antwoord te achten. Wij zijn van mening dat er geen omstandigheden
lingsgrenzen zijn correct overgenomen. Niet dieper dan 0,5 meter is
waarom afgeweken wordt van CROW norm. Daarnaast ontbreekt een
aan de orde zijn, die maken dat deze ontwikkeling onaanvaardbare ne-
aannemelijk omdat de gebouwen buiten deze bestemming lijken te lig-
toelichting op de incidentele bewegingen (wedstrijden/evenementen).
gatieve gevolgen op de aanwezige waarden en/of de belangen van der-
gen en er dus vooral verharding en parkeren wordt aangelegd. De ove-
den heeft.
rige nieuwbouw vindt plaats buiten de dubbelbestemming. De conclusie
Conclusie: de onderbouwing ten aanzien verkeer is te mager. Ook cor-
dat geen archeologisch onderzoek noodzakelijk is wordt gedeeld.
responderen de aantallen niet met bv. het stikstofonderzoek. Ook de in-
De onderbouwing en verantwoording van het initiatief is echter op di-
cidentele situatie is onvoldoende onderbouwd.
verse onderdelen nog gebrekkig te noemen. Voor een deel betreft dit
Cultuurhistorie
tekstuele gebreken en voor een (beperkter) deel wezenlijke motiverings-
Het plangebied ligt wel in het bijzonder provinciaal landschap. De con-
4.5 Wateraspecten
clusie dat er geen cultuurhistorische waarde is, is daarom kort door de
In deze paragraaf wordt het aspect water getoetst. Wat opvalt is dat er
gebreken. De voornaamste constateringen worden hierna opgesomd.
bocht. Geadviseerd wordt om een koppeling te maken met de toetsing
niet getoetst wordt aan eventuele compensatienormen van het water-
Risico’s
aan het BPL.
schap en er wordt niet inzichtelijk gemaakt wat de exacte verhardings-
Op de volgende punten schieten de ingediende stukken ons inziens we-
toename betreft. Een verhardingsbalans waarin de huidige oppervlakte
zenlijk tekort of zien wij anderszins risico’s voor de haalbaarheid van het
Aardkundig waardevolle gebieden
aan verharding tegen de nieuwe oppervlakte wordt afgezet zou een
plan:
De locatie ligt niet in een aardkundig waardevol gebied. Op deze para-
goede toevoeging zijn. Het aandeel halfverharding en in hoeverre deze
graaf hebben wij geen opmerkingen.
meegerekend mag worden is eveneens niet duidelijk. De Keur en legger van het waterschap zijn niet geraadpleegd.
-
Landschap: aanvullende/explicietere toetsing aan kernkwaliteiten Vechtstreek-Noord.
-
Landschap/stedenbouw: uitbreiding van het erf aan de noord-
4.4 Verkeer en parkeren Parkeren
Er wordt niet ingegaan op invloed op de waterkering, die met de dubbel-
Er wordt een berekening gemaakt met de nota parkeernormen van de
mingsplan. Er zijn wel werkzaamheden voorzien binnen deze dubbelbe-
hang tussen de verschillende elementen en stukken is niet altijd
gemeente. Er is correct uitgegaan van 0,4 parkeerplaatsen per box.
stemming. Het is niet duidelijk wat de invloed hiervan op het plan is en
voldoende; veel elementen van de onderbouwing zijn aanwezig,
Voor de fietsparkeerplaatsen is geen norm opgenomen in de nota. In de
of hierover afstemming met het Waterschap plaatsgevonden.
maar een coherente en integrale toelichting en onderbouwing is
bestemming Waterstaat-Waterkering is aangegeven in het bestem-
westelijke zijde is inhoudelijk een aandachtspunt. -
onderbouwing wordt enerzijds gesteld dat 1 fiets per box aannemelijk is. Wat opvalt is dat er anderzijds 70 verkeersbewegingen met de fiets wor-
wenselijk. Wij adviseren tot slot om advies aan het waterschap te vragen.
-
den gerekend. Daarnaast ontbreekt een toelichting op de incidentele situatie (wedstrijden/evenementen); waar wordt dan geparkeerd? Verkeer De CROW norm is 3,0-4,0. Er wordt uitgegaan van 3,0 maar niet gemo-
Landschappelijk/stedenbouwkundige onderbouwing: samen-
Externe veiligheid (plaatsgebonden risico, verantwoording groepsrisico, advies Veiligheidsregio en algemene op-
Conclusie: deze paragraaf is op enkele onderdelen onvoldoende basis
bouw/structuur). De verwachting is wel dat dit aspect voldoende
en dient te worden aangevuld.
kan worden onderbouwd en geen plankritisch aspect is.
5. Conclusie en advies
-
Stikstof (update noodzakelijk, interne saldering toegepast, waardoor nader onderzoek/onderbouwing noodzakelijk is);
tiveerd waarom. Uitgangspunten worden niet aangegeven, gebiedstype
Algemene visie
en stedelijkheid. Daarnaast gaan de CROW-normen uit van autobewe-
De voorgenomen planontwikkeling achten wij in beginsel in overeen-
bouwd en een beschouwing van de incidentele situatie ont-
gingen. In de onderbouwing wordt ineens een onderverdeling gemaakt
stemming met een goede ruimtelijke ordening. Vanuit landschappelijk,
breekt).
Stammerdijk 23 Diemen
-
Verkeer en parkeren (uitgangspunten zijn onvoldoende onder-
7/8
Aanvullingen/aanscherpingen benodigd Ons inziens dienen de ingediende stukken op de navolgende te worden aangevuld en/of aangescherpt om tot voldoende onderbouwing van een goede ruimtelijke ordening te komen. Dit zijn onderdelen die wij echter niet als wezenlijke risico’s zien. -
Participatie (ontbreekt nu geheel);
-
Ladder voor duurzame verstedelijking;
-
Omgevingsvisie NH0250 (onderdeel ‘leefomgevingskwaliteit’);
-
Omgevingsverordening NH2020 (instructieregels landelijk gebied);
-
Omgevingsvisie Diemen 2040 (algemene aanvulling/aanscherping)’
-
Bedrijven en milieuzonering;
-
Geur;
-
Luchtkwaliteit;
-
Geluid;
-
Bodem;
-
Hoogspanningsverbindingen;
-
Soortenbescherming flora en fauna (aanvulling/update);
-
Gebiedsbescherming (NNN);
-
Wateraspecten;
-
Onderdelen van landschappelijk-stedenbouwkundige verantwoording.
Stammerdijk 23 Diemen
8/8