Bijlage 1B. 151105 Redengevende omschrijving Grote Rietschuur Diemen WZNH.pdf
Tekst van het document
Erfgoedcommissie
Redengevende omschrijving Naam De Grote Rietschuur Adres Kriekenoord 7, Diemen Bouwjaar 1952 - 1957 Architect Frank van Klingeren Oorspronkelijke functie “Arbeidsinrichting voor Geestelijk Onvolwaardigen” Huidige functie kantoor en voor een gedeelte in gebruik als postsorteercentrum.
Inleiding Het gebouw dat wordt aangeduid als de Grote Rietschuur werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw gebouwd als onderdeel van een werkinrichting in opdracht van de stichting AGO. 1 De locatie lag een flink eind buiten het dorp Diemen. Het terrein waarop de rietschuur werd gebouwd was ca twaalf hectare groot en kreeg het karakter van een landgoed onder meer omdat het werd omgeven met windsingels en er naast 1 AGO bestond sinds 1931 en zette zich in de Amsterdamse regio op verschillende manieren
in voor de integratie van mensen met een verstandelijke beperking in de samenleving.
Emmastraat 111, 1814 DP Alkmaar | t 072 520 44 59 | f 072 520 44 60 | info@wznh.nu | www.wznh.nu Rabobank 1086.36.135 | KVK 41 19 80 31 | BTW 0030 24 842 B01
Erfgoedcommissie
blad
2
de Grote Rietschuur een woning en kleinere schuur werden gebouwd met daaromheen kwekerijen voor bloemen en fruit, weiden voor het houden van vee, een vijver voor eenden en zwanen en zelfs een perceel hakhout. De stichting AGO had het terrein als werkverschaffing voor haar cliënten vele jaren in gebruik. De huidige eigenaar is Pantar, een werk- leerbedrijf voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In zekere zin wordt de Grote Rietschuur tot op heden nog steeds gebruikt als sociale werkvoorziening maar er zijn andere functies in ondergebracht zoals kantoren en een postsorteercentrum waar cliënten van Pantar te werk zijn gesteld. De oorspronkelijke groene terreininrichting heeft echter een versteend karakter gekregen door de aanleg van parkeerplaatsen en de bouw van het hoofdkantoor van Pantar. De bij het landgoed behorende gebouwen zoals kassen, stallen en de kleine rietschuur zijn in de loop der tijd gesloopt. Beschrijving Situering De Grote Rietschuur was onderdeel van een landelijk complex dat buiten het dorp werd aangelegd en dat ten westen werd begrensd door de spoorlijn, ten noorden door de Diemerpolder en ten zuiden door de Muiderstraatweg. Tegenwoordig is de spoorlijn er nog steeds maar wordt het terrein aan de noordkant begrensd door sportvelden. Aan de zuid- en oostkant van het terrein wordt de nieuwe woonwijk Plantage De Sniep gerealiseerd.
Architectuur De Grote Rietschuur is gebouwd op een rechthoekig grondplan en bestaat uit één bouwlaag met een verdieping onder een met riet bedekt zadeldak. De nokrichting ligt grofweg in oost-westelijke richting. Het gebouw heeft aan de voorzijde (zuid) een ritmische gevelindeling met een open karakter door de toepassing van grote glasvlakken. De achtergevel op het noorden is meer gesloten. Beide zijgevels (topgevels) zijn opgebouwd uit metselwerk met een versiering van vlechtwerk aan de randen van de kap. De voorgevel is verdeeld in negentien traveeën. Iedere travee is ingevuld met een raster van witte kozijnen met vensters óf een combinatie van vensters met een deur. De traveeën met een deur hebben ter hoogte van de verdieping een
Erfgoedcommissie
blad
3
aangekapt glasvlak onderverdeeld in zes grote vensters omkaderd door witte kozijnen. De traveeën hebben een alternerend ritme met uitzondering van travee zes, zeven en acht. Zij hebben wel hetzelfde raster met kozijnen maar zijn tot hoog in de kap doorgetrokken. Samen met een glazen portaal op de begane grond vormen ze de entree van het gebouw. Het portaal heeft dubbele deuren en is voorzien van een luifel. De achtergevel heeft eenzelfde ritmiek met alleen een strook ramen ter hoogte van de verdieping en een dubbele toegangsdeur die uitkomt in het magazijn. Interieur Via het entreeportaal wordt de vierkante hal bereikt. Recht tegenover de deur is op de bakstenen wand een schildering aangebracht door de kunstenaar Pierre van Soest .
De muurschildering is uit 1957 met daarop een voorstelling van vier mannen. De mannen zijn afgebeeld in werkkleding met petten op, één van hen leunt op een schop. Drie roken een sigaret, de vierde heeft een takje in de mond. Zij zijn
Erfgoedcommissie
blad
4
geschilderd in heldere kleuren en verwijzen ongetwijfeld naar de mannen die hier te werk werden gesteld. Achter de muur bevindt zich een ruimte met daarin de toiletten. In de hal is ter rechterzijde het trappenhuis dat naar de bovenverdieping leidt. Op de verdieping was een wasruimte met douches gerealiseerd, nu kantoorruimte. Links van de entree hal bevindt zich op de begane grond de kantine (vijf traveeën breed) met een vast buffet. Doordat de ruimte hier doorloopt tot de verdiepingsvloer van de zolder, is hij hoog en licht. De houten spanten die in het zicht zijn gelaten geven er een robuust karakter aan. Rechts van de entreehal bevindt zich de grote werkruimte (elf traveeën breed). In de oorspronkelijke opzet waren hier slechts twee afgescheiden ruimtes: één voor het kantoor en één voor het magazijn. Deze grote ruimte is in de loop der tijd ingevuld met een gang waaraan links en rechts kantoren zijn aangebracht. Zij zijn voorzien van systeemplafonds. Op de plek van het magazijn bevindt zich nu het postsorteercentrum. Op de verdieping bevindt zich links en rechts van de hal een hoge loze ruimte tot in de kap, die dienst deed als droogzolder. De zolder is bereikbaar via het trappenhuis en via een steile trap die tegen de topgevel aan is gesitueerd. Architect Frank van Klingeren werd in 1919 in Amsterdam geboren.
Tussen 1936 en 1940 studeerde hij weg- en waterbouwkunde aan de MTS . Eind 1948 begon hij zijn eigen ‘Studio voor Bouwtechniek’. Op het hoogtepunt van zijn carrière in de jaren zestig en begin jaren zeventig van de vorige eeuw, was hij een van de meest spraakmakende en controversiële architecten van Nederland. Frank van Klingeren overleed in 1999. Hij was een architect wiens werk in sterke mate werd beïnvloed door de maatschappelijke vraagstukken die speelden. Zijn naamsbekendheid is vooral te danken aan het ontwerp voor de Meerpaal in Dronten ( 1967): een gebouw met
Erfgoedcommissie
blad
5
een veelheid aan functionele mogelijkheden op en rond een overdekt plein waarbij uiteenlopende functies geïntegreerd werden.2 Ook uit het ontwerp voor de Rietschuur spreekt zijn maatschappelijke betrokkenheid. Hij ontwierp hier niet alleen een functioneel open en licht gebouw waar mensen konden werken en eten én materialen op de zolder konden worden gedroogd, hij zorgde ook voor een aangename groene omgeving waar mensen tot rust konden komen. Kunstenaar Pierre van Soest werd op 14 oktober 1930 te Venlo geboren. Hij studeerde van 1947 tot 1949 aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam en ontving in de jaren 1953 en 1954 de Koninklijke Subsidie voor de vrije schilderkunst. Hij was o.a. docent bij De Ateliers 63 in Haarlem en van 1972-1987 aan de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving te 's-Hertogenbosch. Hij werkte vaak samen met Frank van Klingeren op het gebied van wandschilderingen en betonreliëfs in openbare en particuliere gebouwen in Nederland. Pierre van Soest overleed in 2001. 3 Zijn werk, en dat is ook te zien aan de vormgeving en heldere kleurstelling van de muurschildering, was verwant aan dat van de Cobra groep.
De muurschildering riep indertijd bij de opdrachtgever en de verantwoordelijke instanties de discussie op over de vraag of “in ruimten waar geestelijk gehandicapten verbleven andere normen aan kunstuitingen gesteld moesten dan de algemeen gangbare”. De conclusie was dat voor hen als groep geen ‘beschermende ‘maatregelen nodig zijn.4 Motivering voor plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst Architectuurhistorische waarde Het pand is typologisch een zeldzaam exemplaar vanwege de vormgeving en uitvoering: het is niet alleen een schuur maar heeft ook kenmerken van een boerderij. De architectuur wordt enerzijds bepaald door de functionaliteit 2 NAI, (CIS) Biografie F. van Klingeren (1919-1999) 3 www.pierrevansoest.nl 4 Marina van den Bergen, Piet Vollaard, Hinder en ontklontering. Architectuur en maatschappij
in het werk van Frank van Klingeren, Rotterdam, 2003. Pagina 224. Het citaat komt uit een artikel over Werkinrichting Diemeroord in Bouw 13 (1959) p.350.
Erfgoedcommissie
blad
6
(werkruimte, droogzolder, kantine) anderzijds sluit het karakter van de boerderij aan bij de van oorsprong landelijke omgeving. De rationele eenvoud van het ontwerp is kenmerkend voor het oeuvre van de architect Frank van Klingeren en voor de architectuur uit deze periode. Het is opmerkelijk dat Van Klingeren zo zorgvuldig de verbinding wist te maken tussen de traditie van de agrarische bebouwing in de regio en de architectuur van zijn eigen tijd, waarmee hij het ontwerp goed in zijn landelijke omgeving inpaste. Zeldzaamheidswaarde De integratie van architectuur en kunstwerk is typerend voor de Wederopbouwperiode (1940- 1965). Dat het kunstwerk nog in redelijke staat en in situ bewaard is gebleven, geeft het gebouw een meerwaarde. Meerdere van door van Klingeren ontworpen gebouwen zijn afgebroken ( o.a. Jeugdherberg Ockenburgh, Den Haag) of “vernieuwbouwd”, zoals de Meerpaal in Dronten. Het is bijzonder dat de Rietschuur nog in redelijk goede staat en vrijwel ongewijzigd behouden is gebleven, waardoor het gebouw representatief is voor zijn werk en de tijdsgeest van de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. Gaafheid Hoewel met name de indeling van de grote werkruimte in de loop der tijd sterk is gewijzigd door de toevoeging van kantoren en het postsorteercentrum, is de oorspronkelijke hoofdstructuur nog duidelijk herkenbaar. Hetzelfde geldt voor de gevelindeling.
Hier zijn de van oorsprong houten kozijnen van de ramen en de deuren, in de loop der tijd (maar niet overal en niet consequent) vervangen door kunststof kozijnen met dubbel glas. Toch is de rationele en ritmische opzet van het ontwerp nog als zodanig afleesbaar. De kantine en de zolder hebben nog het meest hun oorspronkelijke karakter behouden. Cultuurhistorische waarde Een inrichting voor geestelijk gehandicapten op een landelijk complex buiten de dorpskern is tekenend voor de toenmalige opvatting over de gezondheidszorg en de omgang met patiënten met een verstandelijke beperking. 5
5 Een ander Noord-Hollands voorbeeld hiervan op grotere schaal
Castricum.
is Duin en Bosch bij
Erfgoedcommissie
blad
7
Conclusie In een gemeente als Diemen, die niet wordt gekenmerkt door een grote dichtheid van monumentale bebouwing, is een dergelijk wederopbouwpand van hoge architectonische en cultuurhistorische waarde belangrijk. Juist in een omgeving waar heel veel nieuw wordt gebouwd (Plantage De Sniep) is een historisch ankerpunt van grote betekenis; het verhaal van de plek (in hedendaagse terminologie vaak aangeduid als ‘placemaking en storytelling’) voegt voor de nieuw te vestigen gemeenschap veel toe. Het advies van WZNH is daarom dit pand aan te wijzen als gemeentelijk monument om het verhaal van de plek, hier in de betekenis van de geschiedenis van de AGO, zichtbaar te houden. Tekst en foto’s Ana van der Mark MA (m.u.v. foto 1) Eindredactie drs. Dorine van Hoogstraten Datum opname augustus – oktober 2015 Bronnen Bergen, Maria van den , Piet Vollaard, Hinder en ontklontering. Architectuur en maatschappij in het werk van Frank van Klingeren, Rotterdam, 2003. Klingeren, Frank van, Bouwtekeningen, archief gemeente Diemen. Mens, Noor, De architectuur van het psychiatrisch ziekenhuis, Wormer, 2003 NAI, (CIS) F. van Klingeren (1919-1999)
Erfgoedcommissie
blad
8
Bijlagen
Huidige situering Grote Rietschuur
Erfgoedcommissie
blad
9
Tekeningen voor- en achtergevel
Plattegronden
Erfgoedcommissie
blad
10
Kappenplan
Erfgoedcommissie
blad
11
Boven: ontwerp voor de terreininrichting. De rietschuur is het langgerekte gebouw aan de noordkant met rechts daarvan de kleinere schuur.