CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Vormvrije m.e.r.-beoordeling.pdf

Gemeenteraadsvergadering 25 november 2021, gemeente DiemenBij agendapunt: Bestemmingsplan Kruidenhof 26 e.o. (uitbreiding supermarkt)6.296 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Diemen, Kruidenhof 26 e.o.

Gemeente Diemen

Datum: 25 maart 2021 Projectnummer: 200228

INHOUD

1

Inleiding

3

1.1 1.2 1.3

Aanleiding De m.e.r.-beoordeling Leeswijzer

3 4 6

2

Kenmerken van het project

7

2.1 2.2 2.3 2.4

Inleiding Beschrijving project Omvang van het project Overige kenmerken van het project

7 7 8 8

3

Plaats van het project

10

3.1 3.2 3.3

Inleiding Het bestaande grondgebruik Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu

10 10 11

4

Kenmerken van het potentiële effect

15

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Inleiding Natuur Verkeer Geluid Luchtkwaliteit

15 16 17 18 20

5

Conclusie

23

Gebruikte onderzoeken/bronnen

3

1

Inleiding

1.1

Aanleiding Het voornemen bestaat om de bestaande supermarkt aan de Kruidenhof 26 te Diemen te verbouwen en uit te breiden tot een meer efficiënte en toekomstbestendige winkel. De huidige supermarkt heeft een oppervlakte van 1.450 m² bvo (circa 1.100 m² wvo). In de nieuwe situatie zal de supermarkt een oppervlakte hebben van 2.026 m² bvo (circa 1.500 m² wvo). De projectlocatie ligt in het gebied waar de beheersverordening ‘Zuid’ van kracht is. De voorgenomen uitbreiding valt deels in het besluitvlak ‘Verkeer’. Hierdoor is de beoogde ontwikkeling niet mogelijk op grond van de ter plaatse geldende beheersverordening. Naast de aanwezige centrumfuncties zijn er binnen het wijkwinkelcentrum ook woningen aanwezig. Een deel van deze woningen bevindt zich boven de centrumfuncties, maar aan de zijde van de Ouderkerkerlaan zijn ook woningen op de begane grond aanwezig. De gemeente Diemen heeft de wens om de huidige gebruiksmogelijkheden voor centrumfuncties op de begane grond weg te nemen en hier uitsluitend wonen toe te staan. Dit betreft uitsluitend een beperking van de gebruiksmogelijkheden en voorziet verder niet in ontwikkelingen. Derhalve is de functiewijziging van de woningen niet betrokken in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling. Om de doelstellingen te kunnen realiseren wordt een nieuw bestemmingsplan voor de locatie opgesteld.

Globale begrenzing plangebied (rode arcering) (Bron: PDOK Viewer).

In de toelichting van het bestemmingsplan moet de haalbaarheid van de ontwikkeling worden aangetoond en in dat kader vindt toetsing plaats aan van toepassing zijnde wetgeving. Uit toetsing van de ontwikkeling aan de m.e.r.-wetgeving, blijkt dat de beoogde ontwikkeling is aan te merken als een activiteit als bedoeld in categorie D.11.2 in de bijlage van het Besluit m.e.r., namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van

SAB

3

een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Het onderhavige plan blijft onder de bij deze activiteit genoemde drempelwaarden, die in paragraaf 1.2 nader worden besproken. Vanwege het feit dat onder de drempelwaarden wordt gebleven, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. Ook dient op basis van het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer een m.e.r.beoordelingsbesluit te worden genomen door het bevoegde gezag (college) voorafgaand aan het in procedure brengen van het ontwerpbestemmingsplan. Het bevoegde gezag neemt de beslissing of, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit mogelijk voor het milieu kan hebben, een m.e.r. moet worden doorlopen. In het kader van voorgaande is voorliggende vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld. Deze kan tevens worden gebruikt als aanmeldingsnotitie. Op basis van deze aanmeldingsnotitie kan het bevoegde gezag de gevolgen beoordelen van het project en de beslissing nemen of er een m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk is in het kader van dit project.

1.2

De m.e.r.-beoordeling Het instrument milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is een hulpmiddel om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De wettelijke basis voor de m.e.r. is de Wet milieubeheer. In de uitvoeringswetgeving, het Besluit m.e.r., staat wanneer een m.e.r. of (vormvrije) m.e.r.-beoordeling aan de orde is. De activiteit die het plan mogelijk maakt, de omvang ervan en het besluit over de activiteit zijn daarbij bepalend. In de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. staat of sprake is van m.e.r.-plicht of (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht. Per categorie van activiteiten is een drempelwaarde voor de omvang van de activiteit gegeven.

Schema m.e.r.-plicht vanwege Besluit m.e.r. (Bron: www.Infomil.nl).

Bovenstaande afbeelding laat zien dat wanneer een besluit over een activiteit die qua omvang boven de C-drempel blijft voor dat besluit een m.e.r.-plicht geldt. Tussen de C- en D-drempel geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Onder de D-drempel moet het bevoegd gezag via een vormvrije beoordeling nagaan of een formele m.e.r.beoordeling nodig is. In een m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een plan mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Als dat zo is, moet een m.e.r.-procedure worden doorlopen.

SAB

4

Ook in de vormvrije m.e.r.-beoordeling bekijkt het bevoegd gezag of een plan mogelijk belangrijke nadelige milieugevolgen heeft. Deze beoordeling is qua inhoud vormvrij. Als belangrijke nadelige gevolgen niet zijn uit te sluiten, dan moet de formele m.e.r.beoordelingsprocedure worden doorlopen. Uiteraard kan ook direct voor een m.e.r. gekozen worden. Sedert een recente wetswijziging, waarmee een herziening van de Europese m.e.r.richtlijn is geïmplementeerd, is ook de vormvrije m.e.r.-beoordeling aan regels gebonden. De toetsingscriteria lagen al vast, maar nu zijn er ook procedureregels. Voorafgaand aan de besluitvorming over het besluit, moet een aanmeldingsnotitie worden ingediend bij het bevoegd gezag. Op grond van de inhoud van deze notitie moet het bevoegd gezag binnen zes weken gemotiveerd oordelen of voor de activiteit een MER moet worden opgesteld. Dit besluit hoeft niet openbaar te worden gemaakt. Wel zal in het ontwerp van het besluit aan deze m.e.r.-beoordelingsbeslissing moeten worden toegelicht. Voor plannen, die een kader vormen voor een activiteit waarvoor op grond van de bijlage bij het Besluit m.e.r. een m.e.r. moet worden doorlopen dan wel een formele m.e.r.-beoordeling moet worden uitgevoerd, moet een planMER worden opgesteld. Toetsing aan Besluit m.e.r.

Onderhavig plan (de uitbreiding van een bestaande supermarkt) wordt als een activiteit genoemd in bijlage onderdeel D van het Besluit m.e.r. Categorie D.11.2 betreft namelijk ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De drempelwaarde is als volgt geformuleerd: “in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 2 3°. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m of meer.” 2

Per saldo zal met de voorgenomen ontwikkeling minder dan 500 m bvo aan nieuwe detailhandelsmogelijkheden ontstaan. Gezien het voorgaande blijft onderhavige activiteit ruim onder de drempelwaarde en zou een vormvrije m.e.r.-beoordeling benodigd zijn. Doel vormvrije m.e.r-beoordeling Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is het geven van inzicht in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit aan het bevoegd gezag. Er wordt in een vormvrije m.e.r.-beoordeling een antwoord gegeven op de vraag of er vanwege de uitvoering van de activiteiten belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. In voorliggend rapport wordt inzicht gegeven in de milieueffecten en daarmee vormt dit rapport de benodigde vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het rapport is de aanmeldingsnotitie waarmee het college een m.e.r.-beoordelingsbeslissing wordt gevraagd over het bijbehorende bestemmingsplan. Criteria voor toetsing In het voorliggend rapport wordt op de milieueffecten van het voornoemde plan ingegaan, waarbij, conform artikel 2, lid 5 van het Besluit m.e.r. juncto de leden 1 tot en met 3 van artikel 7.16 van de Wet milieubeheer, ingezoomd wordt op de volgende onderdelen:

SAB

5

 kenmerken van de activiteit;  plaats waar de activiteit wordt verricht;  kenmerken van de gevolgen van de activiteit. Aan de hand van de behandeling van deze criteria wordt onderzocht of voor de ontwikkelingen al dan geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten zijn.

1.3

Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen drie hoofdstukken waarin nader wordt ingegaan op het onderhavige project en de eventuele milieugevolgen. Navolgend wordt ingegaan op de kenmerken van het project in hoofdstuk 2, in hoofdstuk 3 wordt de plaats van het project beschreven en de kenmerken van het potentiële effect komen in hoofdstuk 4 aan bod. Het rapport wordt afgesloten met een eindconclusie in hoofdstuk 5.

SAB

6

2 2.1

Kenmerken van het project Inleiding In dit hoofdstuk worden de kenmerken van het project besproken. De aard en de omvang van het project worden in beeld gebracht, Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en de risico op ongevallen.

2.2

Beschrijving project

2.2.1

Planbeschrijving In de nieuwe situatie zal de supermarkt een oppervlakte hebben van circa 2.026 m² 2 bvo (circa 1.500 m² wvo). Dit is een geringe verruiming van circa 576 m bvo (circa 2 400 m wvo) ten opzichte van de huidige situatie. De verruiming zal zowel op de begane grond als op de eerste verdieping/tweede bouwlaag plaatsvinden. De supermarkt kent in principe een maximum bouwhoogte van 4 meter. De tweede bouwlaag zal maximaal 8 meter hoog worden. Daarmee wordt aangesloten op de bestaande hoogtes van de supermarkt. Op de begane grond zal een deel van de gronden van de slager, aan de Kruidenhof 24, worden betrokken bij de supermarkt. Tevens zal een deel van de uitbreiding in de openbare ruimte plaatsvinden ter hoogte van het huidige parkeerterrein. Daarnaast zal de kromming in het gebouw worden rechtgetrokken. Tegelijkertijd wordt met het rechttrekken van de gevel ter hoogte van de kruising Boven Rijksersloot-Pijlkruid wat extra openbare ruimte gerealiseerd. Op de eerste verdieping/tweede bouwlaag is extra magazijnruimte, een nieuwe personeelsruimte en een logo c.q. ‘signing’ (‘Diemen Zuid’) beoogd. Navolgend zijn impressies van de beoogde situatie weergegeven.

Impressie beoogde situatie, gezien vanaf de Pijlkruid (Bron: Bureau Broeders).

SAB

7

Impressie beoogde situatie supermarkt, begane grond (Bron: Bureau Broeders).

Zo wordt met voorliggend bestemmingsplan de bestaande supermarkt geoptimaliseerd en toekomstbestendig gemaakt, zowel inpandig als uitpandig. Als gevolg van deze ontwikkeling zal ook de parkeergelegenheid worden heringericht. Tevens wordt de mogelijkheid voor centrumfuncties op de begane grond aan de zijde van de Ouderkerkerlaan weggehaald. Hier zijn verder geen ontwikkelingen voorzien. Zo wordt met dit plan een bijdrage geleverd aan het realiseren van een aantrekkelijk en toekomstbestendig wijkwinkelcentrum De Kruidenhof.

2.3

Omvang van het project 2

Per saldo zal in totaal circa 268 m van de openbare ruimte extra worden bebouwd. De nieuwbouw sluit in omvang (bouwhoogte) aan bij de bestaande supermarkt en is aan te merken als een inbreiding binnen de bebouwde kom van Diemen.

2.4

Overige kenmerken van het project

2.4.1

Cumulatie met andere projecten Cumulatie met andere projecten is niet aan de orde. Er wordt dus geen cumulatie verwacht met andere ontwikkelingen in de directe nabijheid van het plangebied.

SAB

8

2.4.2

Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn. Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing in deze paragraaf blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het projectgebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. De nieuwe functie maakt geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de direct nabijheid van het plangebied. In het geheel legt het plan hiermee geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.

2.4.3

Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Tijdens de tijdelijke realisatie van de nieuwbouw wordt gewerkt met stikstof- en fijnstof-emitterende materieel (machines, etc.). Hiernaast zullen de aanlegwerkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen (zoals overtollig bouwmaterialen) en hinder (bijv. geluid). Verder vindt geen productie plaats die leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen. De supermarkt heeft een verkeersaantrekkende functie ten opzichte van de huidige situatie. Er is daarom sprake van mogelijke effecten op het gebied van geluid, lucht en verkeer (bijvoorbeeld hinder, doorstroming, veiligheid).

2.4.4

Risico van ongevallen Onderhavig plan vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het plan brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee.

SAB

9

3 3.1

Plaats van het project Inleiding In dit hoofdstuk wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het projectgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden.

3.2

Het bestaande grondgebruik Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Diemen, centraal in de wijk Diemen-Zuid, omzoomd door de Boven Rijkersloot, het Pijlkruid en de Ouderkerkerlaan. De omgeving wordt gekenmerkt door detailhandel en de woonfunctie. De omliggende woningen betreffen veelal rijwoningen en galerijflats. Daarnaast bevinden zich ten noordwesten van het plangebied maatschappelijke functies, zoals een kinderdagverblijf en een basisschool. Het plangebied zelf maakt onderdeel uit van wijkwinkelcentrum De Kruidenhof en behelst de bestaande supermarkt. De huidige heeft momenteel een oppervlakte van circa 1.450 m² bvo (circa 1.100 m² wvo) en grotendeels een bouwhoogte van circa 4 meter.

Zicht op de bestaande supermarkt binnen het plangebied, gezien vanaf de Boven Rijkersloot (Bron: Google Streetview).

SAB

10

3.3

Het opnamevermogen van het natuurlijk milieu

3.3.1

Inleiding Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. In het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling is een analyse gedaan naar het voorkomen van en het mogelijke effect van de ontwikkeling op zogenaamde gevoelige gebieden, zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Echter, behalve gebieden die op grond van de richtlijn als gevoelig worden beschouwd, zijn er ook gebieden waar krachtens nationale en provinciale regels in het kader van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling rekening mee dient te worden gehouden. Het resultaat van de analyse wordt hierna beknopt gepresenteerd. Wanneer er een grote relevantie is voor de in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling centraal staande ingrepen, wordt er een toelichting gegeven.

3.3.2

Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In de navolgende tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de Richtlijn. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Wetlands

Conventie van Ramsar

In of in de directe nabijheid van het projectgebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig.

Kustgebieden

Het projectgebied is niet gelegen in een kustgebied.

Berggebieden en bosgebieden

Wet natuurbescherming

Het projectgebied is niet gele-

Reservaten en natuurparken:

Nationale Landschappen zijn

Het projectgebied ligt niet in een

Nationale Landschappen

benoemd in de Nota Ruimte

Nationaal Landschap.

Nationale parken

Nationale Parken zijn onderdeel

Het plangebied ligt niet in een

van de EHS.

Nationaal Park.

Wet natuurbescherming

In de omgeving van het project-

gen in een berg- en bosgebied.

3.3.2.1

Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen

gebied liggen Natura 2000-

krachtens Richtlijn 79/409/EEG

gebieden (zie verder onder 1).

(Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij com-

Europese milieurichtlijnen (o.a.

Het projectgebied ligt niet in ge-

munautaire wetgeving vastge-

kaderrichtlijn Luchtkwaliteit, ka-

bieden waar basis van commu-

stelde normen inzake milieu-

derrichtlijn water)

nautaire wetgeving reeds nor-

kwaliteit reeds worden

men worden overschreden.

overschreden Gebieden met hoge bevol-

Het projectgebied is niet gele-

kingsdichtheid

gen in een gebied met hoge bevolkingsdichtheid.

SAB

11

Landschappen van

Verdrag van Valletta

In het projectgebied zijn geen

historisch belang

Monumentenwet

historische bouwwerken, mo-

cultureel belang

Gemeentelijk landschaps-

numentale panden of structuren

ontwikkelingsplan

met een cultuurhistorische of

o

beschermd stads- en dorpsgezicht

beeldbepalende waarde te be-

archeologisch belang

noemen. Het projectgebied heeft een hogere archeologische verwachtingswaarde (zie verder onder 2).

1. Natura 2000 gebied Natura 2000 is het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Wel ligt het plangebied op circa 4 kilometer afstand van het Natura 2000-gebied ‘Markermeer & IJmeer’, zoals op navolgende afbeelding weergegeven.

Globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van Natura 2000-gebieden. (Bron: natura2000.eea.europa.eu).

Op voorhand kan niet worden gesteld dat geen sprake is van negatieve milieueffecten op het Natura 2000 gebied. Daarom wordt in hoofdstuk 4 nader ingegaan op het aspect natuur.

SAB

12

2. Archeologische waarden Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Raadpleging van de beheersverordening ‘Zuid’ wijst uit dat ter plaatse een archeolo2 gisch onderzoek noodzakelijk is bij bodemingrepen groter dan 500 m en dieper dan 50 cm. De bodemingrepen voor de uitbreiding van de supermarkt zullen niet meer dan 2 500 m bedragen. Derhalve is een archeologisch onderzoek niet benodigd. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten op eventueel aanwezige archeologische waarden. Dit aspect wordt in hoofdstuk 4 daarom ook niet nader onderzocht. 3.3.3

Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebiedstypen die specifiek zijn genoemd in bijlage III van de Richtlijn, is getoetst aan de gevoelige gebieden op grond van overig nationale of provinciale wetgeving of beleid. Type gebied

Juridisch kader

Relevantie voor de activiteit

Natuurnetwerk Nederland (voor-

Provinciale verordening

Het projectgebied maakt geen

heen: Ecologische Hoofdstruc-

deel uit van het Natuurnetwerk

tuur)

Nederland (NNN), voorheen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), maar er ligt wel NNN in de buurt (zie onder 3).

Gebied geschikt voor be-

Wet natuurbescherming

schermde soorten

Het projectgebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten (zie verder onder 4).

Weidevogelgebied en ganzen-

Provinciale verordening

foerageergebied

Het projectgebied ligt niet in een beschermingsgebied voor weidevogels en ligt ook niet in de nabijheid van een dergelijk gebied.

Stiltegebied

Bodembeschermingsgebied

Wet milieubeheer

Het projectgebied is niet gelegen

Provinciale verordening

in een stiltegebied.

Provinciale verordening

Het projectgebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied.

Grondwaterbeschermingsgebied

Provinciale verordening

Het projectgebied is niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied.

SAB

13

3. NNN (voormalige EHS) Het Nationaal Natuurnetwerk (NNN), de opvolger van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), is een Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Het projectgebied ligt niet binnen NNN (zie navolgende afbeelding). Wel bevindt zich op ongeveer 1.400 meter afstand van het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN.

Globale ligging van het plangebied (rood omkaderd) ten opzichte van Natuurnetwerk Nederland en natuurverbindingen (Bron: Atlas Leefomgeving).

Een groot deel van de bebouwde kom van Diemen ligt tussen het projectgebied en het NNN in. Het is daarom niet waarschijnlijk dat de geplande werkzaamheden negatieve effecten hebben op het NNN. Het is daarom op voorhand uit te sluiten dat met onderhavig plan negatieve milieueffecten ontstaan op de NNN. Dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 niet nader onderzocht. 4. Beschermde soorten Gelet op het karakter van het plangebied en haar omgeving kunnen mogelijk beschermde dier- of plantensoorten aanwezig zijn, dit aspect wordt daarom in hoofdstuk 4 nader onderzocht.

SAB

14

4 4.1

Kenmerken van het potentiële effect Inleiding In dit hoofdstuk wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de activiteiten. In dit hoofdstuk gaat het om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken. Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het project en de plaats van het project zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Voor alle thema’s geldt dat conform de Europese richtlijn gelet wordt op de duur, frequentie en onomkeerbaarheid van het effect. Tevens wordt aandacht besteed aan de mogelijke cumulatieve effecten op de diverse aspecten als gevolg van de uitbreiding van de supermarkt. Hoofdstuk 2 laat zien dat het project de uitbreiding van een supermarkt binnen de bebouwde kom van Diemen betreft. Dit is een ontwikkeling die zorgt voor de aantrekking van enig verkeer. Hoofdstuk 3 laat zien dat de omgeving van het projectgebied een beperkt aantal kwetsbaarheden kent. In de omgeving van het projectgebied bevindt zich een Natura 2000-gebied. Verder kunnen beschermde dier- of plantensoorten in het projectgebied aanwezig zijn. Nader te beoordelen aspecten Op basis van de voorgaande twee hoofdstukken worden de volgende milieuaspecten in dit hoofdstuk nader behandeld:  natuur: het project kan voor wat betreft gebiedsbescherming leiden tot gevolgen voor de omliggende Natura 2000-gebieden.

Het project kan wat betreft soortenbescherming leiden tot negatieve milieueffecten op beschermde flora en fauna.  verkeer: de nieuwe ontwikkeling zal leiden tot een toename van het (gemotoriseerde) verkeer. Er zal nader worden beoordeeld of sprake is van negatieve (milieu-) effecten op het gebied van doorstroming en veiligheid.  geluidshinder: het project heeft een verkeersaantrekkende werking en leidt dus mogelijk ook tot een toename van geluidshinder (door verkeer) op de omgeving. Tevens zorgen de activiteiten in en rondom de supermarkt voor enige vorm van geluidproductie.  luchtkwaliteit: de toename van het verkeer kan leiden tot een verslechtering van de luchtkwaliteit als gevolg van verkeer. Aspecten waarbij op voorhand geen effecten zijn te verwachten Van de overige milieuaspecten wordt op basis van de beoordeling van de kenmerken het concrete project en de bestaande situatie zoals omschreven in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. Om alle aspecten nog kort langs te lopen:  water: Er is met het project geen sprake van een toename van de verharding ten opzichte van de huidige situatie. Ook de toename van bebouwing is beperkt. Bij de herinrichting van de openbare ruimte zal gekeken worden naar de mogelijkheden om zo veel mogelijk groen te realiseren.

De gevolgen voor de waterhuishouding zijn op voorhand zeer beperkt tot niet bestaand.

SAB

15

 externe veiligheid: De functies in onderhavig project leiden niet tot externe veiligheidseffecten.  landschap en cultuurhistorie: Het plangebied is gelegen binnen het bestaande stedelijk gebied van Diemen en heeft geen specifieke landschappelijke of cultuurhistorische kwaliteiten.  bodem: Onderhavig project bevat geen onderdelen die mogelijk bedreigend zijn voor de bodem.  geurhinder: De functies in onderhavig project leiden niet tot geurhinder. De voorgaande aspecten worden daarom in deze vormvrije m.e.r.-beoordeling niet nader besproken. Opzet van de beoordeling De inhoud van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is met name gebaseerd op algemeen beschikbare informatie, aangevuld met onderzoeken die zijn uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan.

4.2

Natuur

4.2.1

Huidige situatie Het plangebied bevindt zich in de kern van Diemen (gemeente Diemen, provincie Noord-Holland). De omgeving van Diemen kenmerkt zich door stedelijk gebied met in de nabijheid enkele natuurgebieden. De Natura 2000-gebieden Naardermeer, Botshol en Oostelijke Vechtplassen hebben stikstofgevoelige habitattypen. De directe omgeving van het plangebied kenmerkt zich voornamelijk door de aanwezigheid van woningen en detailhandel. Ten noorden, oosten en zuiden van het plangebied bevinden zich rijwoningen. Ten westen van het plangebied bevinden zich galerijflats. Op 5 juni 2020 is door een ecoloog van SAB een veldbezoek uitgevoerd. Het plangebied bestaat uit een deel van een wijkwinkelcentrum met bijhorende parkeergelegenheid. Op de parkeerplaatsen zijn enkele jonge bomen aanwezig. Ten zuidwesten van het plangebied staat een plantaan. Verder is er weinig groen aanwezig in het plangebied.

4.2.2

Effecten ontwikkeling 1

SAB heeft met een quick scan natuur onderzocht of beschermde natuurwaarden, volgens de nu geldende natuurwet- en regelgeving, aan- of afwezig zijn in het plangebied. Ook is nagegaan of de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt, mogelijke negatieve effecten kan hebben op beschermde natuur buiten het plangebied. Navolgend worden de conclusies van de quick scan uiteengezet.

1

SAB (2020). Quick scan natuur. Diemen, Kruidenhof 26. Projectnummer: 200228. 18 juni 2020.

SAB

16

Beschermde natuurgebieden (Natura 2000) De Natura 2000-gebieden Naardermeer, Botshol en Oostelijke Vechtplassen liggen in de buurt van het plangebied. Een negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van deze beschermde natuurgebieden is vanwege een mogelijke toename in stikstofdepositie door de ruimtelijke ontwikkeling in het plangebied niet uit te sluiten. Daarom 2 zijn stikstofberekeningen in AERIUS uitgevoerd voor de aanleg- en gebruiksfase. Uit de berekeningen volgt dat er met de ontwikkeling geen toename van stikstofdepositie te verwachten is op Natura 2000-gebieden. Negatieve effecten op omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie door de ontwikkeling zijn daarmee uitgesloten. Er is er dus geen sprake van negatieve milieueffecten op het gebied van gebiedsbescherming. Beschermde soorten In de door SAB opgestelde quick scan natuur is ook ingegaan op soortenbescherming. Uit het onderzoek blijkt dat voor de meeste beschermde soorten er geen effecten worden verwacht. Wel is mogelijk sprake van de verstoring van verblijfplaatsen van vleermuizen. Naar deze soort zal nog nader soortonderzoek plaatsvinden. Mocht hieruit vervolgens blijken dat inderdaad sprake is van de verstoring van de betreffende soorten, dan zal hiervoor een ontheffing moeten worden aangevraagd en in dit kader zal een mitigatieplan moeten worden opgesteld.

In dit plan moet worden uitgewerkt op welke wijze de gevolgen kunnen worden geminimaliseerd (gemitigeerd). Deze maatregelen zullen vervolgens als voorwaarde bij de verleende ontheffing worden gevoegd. Ervan uitgaand dat de voornoemde werkwijze wordt gevolgd en de eventueel benodigde nadere maatregelen ook daadwerkelijk worden uitgevoerd, dan kunnen de negatieve gevolgen van het plan minimaal blijven. Hiernaast kan er van worden uitgegaan dat rekening zal worden gehouden met de algemene aanbeveling dat rekening moet worden gehouden met de broedperiode voor vogels en de zorgplicht. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat er op zijn hoogst sprake zal zijn van een zeer beperkt negatief milieueffect. In ieder geval kan worden uitgesloten dat sprake is van een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu. Nader soortenonderzoek zal plaatsvinden.

4.3

Verkeer

4.3.1

Huidige situatie Onderhavig plangebied betreft een binnenstedelijke locatie in Diemen. Momenteel is het plangebied in gebruik als supermarkt. De uitbreiding van de supermarkt zorgt voor een extra verkeersaantrekkende werking.

2

SAB (2020). Onderzoek stikstofdepositie. Kruidenhof 26 te Diemen. Projectnummer: 200228. 13 mei 2020.

SAB

17

4.3.2

Effecten ontwikkeling 2

De voorgenomen ontwikkeling voorziet in circa 576 m bvo aan extra supermarktoppervlak. Om deze te kunnen realiseren wordt een deel van het bestaande wijkwinkelcentrum bij de nieuwe winkel gevoegd. Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gegenereerd bij een bepaalde ontwikkeling, han3 teert het CROW kencijfers voor wat betreft verkeersgeneratie. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Gezien het feit dat het plangebied behoort tot wijkwinkelcentrum De Kruidenhof worden de kencijfers voor ‘rest bebouwde kom’ aangehouden. De gemeente Diemen wordt conform CBS-gegevens ten aanzien van de mate van stedelijkheid gezien als een ‘zeer sterk stedelijk’ gebied. Navolgend is een overzicht weergegeven van de extra verkeersbewegingen die de nieuwe inrichting van het plangebied met zich meebrengt. Geconcludeerd wordt de uitbreiding van de supermarkt minimaal 371 tot maximaal 592 extra verkeersbewegingen per etmaal zal genereren, ten opzichte van de huidige situatie. De inschatting is dat dit extra verkeer in het heersende verkeersbeeld kan worden opgenomen. Huidige verkeersgeneratie Toekomstige verkeersgeneratie (full2 2 (wijkcentrum, 76 m ) service-supermarkt, 576 m bvo)

Verschil

Minimaal

43,2 x 0,76 = 32,8

70,0 x 5,76 = 403,2

+ 371

Maximaal

67,0 x 0,76 = 50,9

111,6 x 5,76 = 642,8

+ 592

Verkeersbewegingen per etmaal (Bron: CROW, publicatie 381). Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht op het gebied van doorstroming en veiligheid.

4.4

Geluid

4.4.1

Huidige situatie De locatie is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied, waar verwacht kan worden dat in de bestaande situatie reeds sprake is van een relatief hoger geluidsniveau van omringende wegen. Bovendien maakt het plan onderdeel uit van een wijkwinkelcentrum, waardoor er reeds verschillende functies aanwezig zijn die enige geluidshinder met zich meebrengen.

4.4.2

Effecten ontwikkeling Verkeersaantrekkende werking In de toekomstige situatie zal als gevolg van de uitbreiding van de bestaande supermarkt sprake zijn van een geringe toename aan verkeer, zo is uit de voorgaande paragraaf gebleken. Het verkeer vanuit het plangebied zal aansluiten op diverse straten in de omgeving. Hier bevinden zich onder meer reeds bestaande woningen. Bij deze 3

CROW, publicatie 381, toekomstbestendig parkeren, van parkeerkencijfers naar parkeernormen.

SAB

18

bestaande woningen zal de geluidsbelasting dus kunnen toenemen als gevolg van de realisatie van het plan. Zoals in de voorgaande paragraaf is gesteld, is de verkeersaantrekking geschat op maximaal 592 motorvoertuigen per etmaal. Deze verkeersaantrekking is beperkt te noemen. In het kader van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan 4 ‘Verkeersstructuur Diemen zuid’ is een akoestisch onderzoek uitgevoerd waaruit is af te leiden dat er in de beoogde verkeersstructuur binnen Diemen-Zuid straks circa 2.790 motorvoertuigen per etmaal op de Boven Rijkersloot (ten oosten van Speenkuid) zullen rijden. Uit de Wet Geluidhinder is af te leiden dat bij een geluidstoename van 1,5 dB de geluidstoename merkbaar toeneemt en mogelijk maatregelen gewenst zijn. Deze toename komt neer op een verkeerstoename als gevolg van de ontwikkeling van circa 40%. Bij dit plan is evenwel te verwachten dat de verkeerstoename veel lager zal zijn dan 40%. Deze toename bedraagt met voorgaande uitgangspunten op zijn hoogst ca. 21%. Er is dus naar verwachting geen sprake van een merkbare geluidstoename, rekening houdend met de toekomstige verkeersstructuur van Diemen-Zuid. Hiermee is geen sprake van een negatief milieueffect op het gebied van geluid. Supermarkt Voor de uitbreiding van de bestaande supermarkt in het plangebied is door SAB een 5 akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd.

Doel van het onderzoek was om te beoordelen of de bedrijfsactiviteiten van de supermarkt voldoen aan de eisen die gesteld worden in het Activiteitenbesluit en een goede ruimtelijke ordening. Hierbij is de volledige representatieve bedrijfssituatie als basis gebruikt bij de berekeningen. Uit het onderzoek volgt dat de berekeningen van het langtijdgemiddelde geluidsniveau op alle omliggende woningen voldoen aan zowel de grenswaarden in het Activiteitenbesluit (50 dB(A) etmaalwaarde) als de richtwaarde van stap 2 voor een gemengd gebied uit de VNG-publicatie (50 dB(A) etmaalwaarde). Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en voldaan wordt aan een goede ruimtelijke ordening. Uit de berekeningen van het maximale geluidsniveau voor de dag- en avondperiode lijkt dat op alle omliggende woningen aan de Kruidenhof wordt voldaan aan zowel de grenswaarden in het Activiteitenbesluit (respectievelijk 70 en 65 dB(A)) als de richtwaarde van stap 2 voor een gemengd gebied uit de VNG-publicatie (respectievelijk 70 en 65 dB(A)). Op de omliggende woningen aan de Pijlkruid (Pijlkruid 36, 38, 40, 42, 44, 46 en 48) vinden wel overschrijdingen plaats in de dag- en avondperiode. De hoogste geluidsbelasting bedraagt 77 dB en wordt veroorzaakt door het kortstondige ontluchten van de remmen van de vrachtwagen ten behoeve van de bevoorrading van de supermarkt.

Hierdoor worden de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit als de richtwaarde van stap 2 voor een gemengd gebied uit de VNG-publicatie overschre4

https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0384.BPVerkeerZuidVO01/b_NL.IMRO.0384.BPVerkeerZuid-VO01_tb3.pdf

5

SAB (2020). Akoestisch onderzoek industrielawaai. Diemen, Kruidenhof 26 e.o. Projectnummer: 200228. 19 juni 2020.

SAB

19

den. Er is reeds sprake van zowel geluidluwe gevels als geluidluwe buitenruimtes aan de achterzijde van de betreffende woningen. Stap 3 uit de VNG-publicatie wordt niet overschreden gezien dit een stap betreft exclusief piekgeluiden door aan- en afremmend verkeer. In de dagperiode worden de piekniveaus op basis van het Activiteitenbesluit tijdens het laden en lossen tussen 07:00 – 19:00 uur buiten toetsing gehouden (artikel 2.17b). Formeel is er daarom alleen sprake van een overschrijding van de grenswaarde van het Activiteitenbesluit in de avondperiode. Gelet op het feit dat het een bestaande situatie betreft en slechts sprake is van kortstondige piekgeluiden ten tijde van de bevoorrading van de supermarkt, zal hoogstens sprake zijn van een kortstondig en beperkt negatief milieueffect op het gebied van geluid.

4.5

Luchtkwaliteit

4.5.1

Huidige situatie Om inzicht te krijgen in de huidige luchtkwaliteit zijn de kaarten met de achtergrondconcentraties van stikstofdioxide (NO2), fijnstof (PM10) en zeer fijnstof (PM10) bestudeerd. De navolgende kaarten brengen de achtergrondconcentraties in beeld.

Kaart achtergrondwaarden stikstofdioxide (NO2) 2017 (Bron:Atlas Leefomgeving).

SAB

20

Kaart achtergrondwaarden fijnstof (PM10) 2017 (Bron:Atlas Leefomgeving).

Kaart achtergrondwaarden zeer fijnstof (PM2,5) 2017 (Bron:AtlasLeefomgeving).

Uit voorgaande kaarten blijkt dat sprake is van betrekkelijk hoge achtergrond3 concentraties voor wat betreft stikstofdioxide (NO2). Deze ligt op circa 25-30 µg/m . De achtergrondconcentraties bij (zeer-)fijnstof zijn evenwel laag: deze ligt bij fijnstof 3 3 (PM10) op circa 18-19 µg/m en bij zeer fijnstof (PM2,5) op circa 11-12 µg/m . In de ‘Wet Luchtkwaliteit’ (Titel 5.2 Wet milieubeheer) zijn wettelijke grenswaarden genoemd voor de betreffende stoffen; die bedraagt voor de jaargemiddelde immissie3 3 concentraties 40 µg/m voor NO2 en PM10 en 25 µg/m voor PM2,5. In alle gevallen blijven de achtergrondwaarden ver beneden deze grenswaarden.

SAB

21

4.5.2

Effecten ontwikkeling 2

Onderliggend project voorziet in de uitbreiding van een supermarkt met circa 576 m bvo. Ten behoeve van de ontwikkeling is door SAB een quick scan luchtkwaliteit op6 gesteld . Gezien deze omvang is het project ruimschoots als NIBM aan te merken conform de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ (NIBM), zoals afgebeeld op navolgende afbeelding. Van plannen die onder de NIBM-grens blijven, wordt gesteld dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Dat onderhavig project onder de NIBM-grens blijft, is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Hiernaast geldt dat in de bestaande situatie de achtergrondconcentraties van de luchtverontreinigende stoffen onder de wettelijke grenswaarden liggen. Gezien de beperkte omvang van het plan kan worden verwacht dat ook met de planbijdrage deze nog steeds ver onder de wettelijke grenswaarden zullen liggen. Dit is eveneens een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van negatieve effecten op het gebied van luchtkwaliteit. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten.

Berekening NIBM tool (Bron: Rijkswaterstaat).

6

SAB (2020). Quick scan luchtkwaliteit. Kruidenhof 26 te Diemen. Projectnummer: 200228. 3 juni 2020.

SAB

22

5

Conclusie In voorliggend rapport is beoordeeld of als gevolg van de uitbreiding van de supermarkt binnen de bebouwde kom van Diemen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. De navolgende tabel geeft een overzicht van de beoordeelde milieuaspecten en de daarbij behorende conclusies weer, zoals deze in hoofdstuk 4 aan bod zijn gekomen. Aspect Natuur (gebiedsbescherming)

Natuur (soortenbescherming)

Verkeer

Geluid

Lucht

SAB

Beoordeling milieueffecten Het uitgevoerde natuuronderzoek wijst uit dat negatieve effecten op het meest nabijgelegen Natura 2000 gebied niet aan de orde zijn. Hiermee worden geen negatieve milieueffecten verwacht. Het uitgevoerde natuuronderzoek wijst uit dat op zijn hoogst sprake is van een beperkt negatief milieueffect dat niet als een belangrijk nadelig gevolg voor het milieu kan worden gekwalificeerd. Nader soortenonderzoek zal plaatsvinden. De nieuwe ontwikkeling zorgt voor een beperkte verkeersaantrekkende werking en deze kan zonder afwikkelingsproblemen worden aangesloten op de bestaande woonwijk. Gezien voorgaande worden wat betreft verkeer geen negatieve milieueffecten verwacht. Als gevolg van de nieuwe ontwikeling zal er sprake zijn van een beperkte verkeersaantrekkende werking. Hiermee zou sprake kunnen zijn van een toename van geluidshinder op bestaande omringende woningen. De toename van het verkeer op de omringende wegen is echter ruim minder dan 40% ten opzichte van de intensiteiten, rekening houdend met de toekomstige verkeersstructuur van Diemen-Zuid. Hiermee zal geen sprake zijn van een merkbare toename van geluidshinder en is geen sprake van een negatief milieueffect.

Vanuit de supermarkt zelf voor enkele woningen aan de Pijlkruid bestaande situatie sprake zijn van kortstondige piekgeluiden ten tijde van de bevoorrading van de supermarkt, die waarschijnlijk in de huidige situatie ook aanwezig zijn. Daarmee zal hoogstens sprake zijn van een kortstondig en beperkt negatief milieueffect op het gebied van geluid. Er zijn geen nadelige gevolgen te verwachten. Het project draagt Niet in Betekenende Mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit en gezien de bestaande achtergrondconcentraties en de planbijdrage is geen sprake van een wezenlijke verslechtering.

23

De uitkomst van de in voorgaande hoofdstukken uitgevoerde toets is dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden ten aanzien van de kenmerken en locatie van het project die zouden kunnen leiden tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Voor de beoordeelde milieuaspecten geldt dat er hoogstens een beperkt negatief effect kan optreden (soortenbescherming en geluid). De conclusie is dan ook dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Het volgen van een m.e.r.-(beoordelings-) procedure is daarom niet nodig.

SAB

24

Gebruikte onderzoeken/bronnen Onderzoeken  Quick scan natuur (SAB)  Onderzoek stikstofdepositie (SAB)  Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (SAB)  Quick scan luchtkwaliteit (SAB) Bronnen  Risicokaart www.risicokaart.nl  Atlas leefomgeving http://www.atlasleefomgeving.nl/kijken  Publieke Dienstverlening op de kaart (PDOK) http://pdokviewer.pdok.nl/  Milieu-kenniscentrum Infomil http://www.infomil.nl/  CBS-Statline, statistische informatie http://statline.cbs.nl/Statweb/  Wetgeving, overheidsportal http://wetten.overheid.nl/zoeken  Interactieve kaarten provincie Overijssel http:// gisopenbaar.overijssel.nl/  AERIUS Calculator, kaartbeeld Natura 2000 https://calculator.aerius.nl/calculator/  Natura 2000 Database http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=67f7e2a0-4eef-4b88-88ad-06e46647aeb8