Beleidskader Bodem Omgevingswet_Diemen_DEF_7aug2023
Tekst van het document
Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Gemeente Diemen Hoe omgaan met grondverzet en bodemsanering
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
Pagina 2 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
Beleidskader bodem onder de Omgevingswet Gemeente Diemen Hoe omgaan met grondverzet en bodemsanering
Januari 2024
Colofon
Versie 1.0 Vastgesteld op In werking getreden op Opdrachtgever : Opdrachtnemer :
Gemeente Diemen Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Ebbehout 31 1507 EA Zaandam www.odnzkg.nl
Pagina 3 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
Pagina 4 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
Voorwoord De Omgevingswet bevordert de integrale afweging van ruimtelijke en milieubelangen, omdat binnen één wet de samenhang hiertussen beter tot zijn recht komt. Het Rijk laat meer bevoegdheden aan gemeenten over (volgens het uitgangspunt ‘decentraal, tenzij…’). De omgevingsvisie, een kerninstrument van de Omgevingswet, is een strategische langetermijnvisie van de gemeente voor de gehele fysieke leefomgeving, waaronder de bodem. Een omgevingsvisie bevat dus geen regels voor burgers, bedrijven of andere overheden. Juridische binding ontstaat pas door het vaststellen van algemene regels of beschikkingen. De gemeente kan deze algemene regels opnemen in het omgevingsplan, ook een kerninstrument van de Omgevingswet. Als de gemeente regels stelt in het omgevingsplan, dan moet ze rekening houden met het beleid in de omgevingsvisie. Nu de bodemsaneringsoperatie grotendeels is afgerond, vindt onder de Omgevingswet een verschuiving plaats naar een duurzaam beheer van de bodem en ondergrond. Daarbij kijken we nadrukkelijk breder dan alleen naar de milieuhygiënische opgave. Na decennia van saneringen en sectorale regelgeving is de bodemwereld rijp om over de traditionele grenzen heen te kijken en een rol te spelen in het bredere perspectief van integrale maatschappelijke opgaven.
Nog altijd streven we naar een balans tussen de bescherming van de bodemkwaliteit en het benutten van het bodemsysteem voor maatschappelijke ontwikkelingen. Het doel van het Nederlandse bodembeleid is om enerzijds de bescherming van de gezondheid van mens, dier en plant te beschermen, de functionele eigenschappen van de bodem te behouden, zodat deze geschikt blijft om te gebruiken en anderzijds om de bodem voor diverse functies te gebruiken en om vrijkomende grond circulair te hergebruiken. Dit beleidskader is een leidraad voor de uitvoeringspraktijk onder de Omgevingswet en geeft aan wat de combinatie van nationale en lokale regelgeving (zoals vastgelegd in het omgevingsplan) betekent voor de dagelijkse uitvoeringspraktijk in Diemen. De lokale regels en de beleidsregels als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht, worden in een apart oranje kader aan het eind van het betreffende hoofdstuk vermeld. De regels in het omgevingsplan worden in het omgevingsplan opgenomen via een voorbereidingsbesluit (voorbeschermingsregels) dat gelijktijdig met de Omgevingswet in werking treedt. De voorbeschermingsregels worden uiteindelijk vervangen door regels die via reguliere aanpassingen in het omgevingsplan worden opgenomen.
Leeswijzer Het beleidskader bestaat uit drie delen. In de hoofdstukken 2 tot en met 9 staan de regels beschreven van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het omgevingsplan. Dit betreft bodemonderzoek, de milieubelastende activiteiten graven, saneren, opslaan en toepassen, de regels bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw en wijziging naar bodemgevoelig gebruik. In het tweede deel (de hoofdstukken 10 tot en met 14) vermelden we de bijzondere onderwerpen. Daarin gaan we bijvoorbeeld dieper in op stortplaatsen, toevalsvondsten en ongewone voorvallen, het landelijk gebied, grondwater, toezicht en handhaving, het Digitaal Stelsel Omgevingswet en terminologie. Het derde deel is een apart document en bestaat uit bijlagen. De bijlagen bevatten kaartmateriaal, statistische kentallen, et cetera. Dit beleidskader vervangt de Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden 2019 van 30 januari 2020.
Pagina 5 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
Samenvatting Dit beleidskader vervangt de Nota bodembeheer van 2020. Het beleid dat was opgenomen in de voormalige Nota bodembeheer wordt zoveel mogelijk voortgezet, voor zover dit past binnen de doelen en kaders van de Omgevingswet. Voor een deel is het beleid omgezet naar direct werkende regels in het omgevingsplan van de gemeente, en voor een deel wordt het beleid voortgezet in dit beleidskader. Het voormalige beleid is hiermee ingepast in het nieuwe wettelijk stelsel onder de Omgevingswet. Dit beleidskader biedt een overzicht van het beleid en de regels die in de regio Amstelland en Meerlanden (waar Diemen deel van uitmaakt) gelden voor het ontgraven, het verplaatsen en op of in de bodem aanbrengen (toepassen) van grond, baggerspecie of bouwstoffen en het saneren van de bodem. Deze regels zijn te vinden in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), voor zover ze door het Rijk gesteld zijn en in het omgevingsplan, voor zover ze maatwerk van de gemeente betreffen op de rijksregels in het Bal. Ook bevat het omgevingsplan andere gemeentelijke (bodem)regels, zoals over kleinschalig graven, het bouwen van een bodemgevoelig gebouw en nazorg na saneren. Het beleidskader geeft een beschrijving van deze regels en licht ze toe. Daarnaast bevat het beleidskader beleidsregels, net als de voormalige Nota bodembeheer. Ook is de bodemkwaliteitskaart in dit beleidskader opgenomen.
Doel van het beleidskader De gemeente Diemen wil met dit beleidskader een praktische richtlijn bieden hoe in de regio met grond, vrijkomende grond en baggerspecie moet worden omgesprongen. Het document is primair gericht aan gemeentelijke afdelingen die veel met grond werken, adviesbureaus, aannemers en andere bodemintermediairs. Daarnaast bevat het beleidskader ook enkele onderwerpen die direct of indirect raken aan het dagelijks leven van bewoners in de stad, zoals mensen die een kelder willen graven, mensen met tuinen en jonge kinderen.
Stand-still principe De bodem in Diemen wordt zeer intensief gebruikt. Het bodembeleid wil dan ook zoveel mogelijk ruimte geven aan maatschappelijke activiteiten op en in de bodem, zoals gebiedsontwikkeling en woningbouw, bedrijfsactiviteiten, de aanleg van wegen of het uitbaggeren van vaarwegen. Tegelijkertijd is het bodembeleid erop gericht om negatieve effecten op de bodemkwaliteit tegen te gaan, zodat deze ook op zeer lange termijn geschikt blijft om te gebruiken. Het centrale hoofduitgangspunt van de gemeente is dan ook dat de kwaliteit van de bodem binnen haar gemeentegrenzen niet verslechtert.
Toepassen van grond of baggerspecie De landelijke regels voor het toepassen van grond of baggerspecie zoals opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) passen niet altijd op elke lokale situatie. Het Bal geeft gemeenten daarom de vrijheid om gebiedsspecifiek beleid voor het toepassen van grond of baggerspecie te formuleren, net als voorheen onder het Besluit bodemkwaliteit. Het gebiedsspecifieke beleid zoals opgenomen in de voormalige Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden, is via overgangsrecht vanzelf in het omgevingsplan terecht gekomen, en wordt dus voortgezet. Het is beschreven in dit beleidskader. In Diemen worden jaarlijks grote hoeveelheden grond ontgraven, bijvoorbeeld voor bouwprojecten, infrastructuur en onderhoudswerk aan kabels en leidingen. Die ontgraven grond wordt na afloop weer teruggelegd of elders nuttig toegepast. Bij toepassing op een andere plek houdt het gebiedsspecifieke beleid sterk rekening met de lokale situatie. Vooral de maatschappelijke functie van de ontvangende bodem is leidend. Hoe gevoeliger de functie, hoe strenger de eis die aan toe te passen grond wordt gesteld.
Pagina 6 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
Bodemfunctie en kwaliteitsklasse In Diemen1 ontgraven herbruikbare grond kan in principe binnen de regio weer nuttig worden toegepast, bijvoorbeeld om gaten op te vullen, de bodem op te hogen of wegen op te funderen. Daarvoor gelden echter regels, om te voorkomen dat verontreinigde grond op een schone(re) bodem wordt aangebracht. Op ‘gevoelige functies’ (natuur, landbouw, moestuinen, et cetera) mag alleen grond worden toegepast die voldoet aan de kwaliteitsklasse ‘Landbouw/natuur’ (lees schone grond). Op iets minder gevoelige (woon)functies mag schone grond of grond met de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ worden toegepast. Minder kwetsbare functies (zoals infrastructuur, industrie, bebouwing, zoals wonen zonder tuin) mogen in bepaalde zones van de regio ook iets minder schone grond met de kwaliteitsklasse ‘Industrie’ ontvangen.
Soepeler maar ook strenger Hierboven staat met opzet ‘in bepaalde zones van de regio’, want volgens het Diemense beleid moet dat wat schoon is ook schoon blijven. In de schone delen van de regio, zoals veel naoorlogse wijken en het landelijk gebied, mag alleen schone grond worden toegepast. Dit laat zien dat de wettelijke ruimte voor maatwerk niet automatisch leidt tot versoepeling van de landelijke regels, maar altijd een afweging blijft en soms zelfs tot strenger beleid kan leiden. Vanwege die ruimte om steeds een afweging te maken tussen lokale normen, gezondheidsrisico’s en maatschappelijke belangen blijft het mogelijk om Diemen stedelijk te vernieuwen en te ontwikkelen.
De interventiewaarde De interventiewaarde, die bepaalt of sprake is van sterk verontreinigde grond of niet, is van belang bij het graven in de bodem, omdat bij een kwaliteit van de bodem onder (of gelijk aan), of boven de interventiewaarde een verschillende set regels geldt. Ook bij het bouwen van een bodemgevoelig gebouw speelt deze waarde een rol. Bij overschrijding van deze waarde is in de meeste gevallen een sanering noodzakelijk om gezondheidsrisico’s voor de toekomstige gebruikers van het gebouw te voorkomen. Hergebruik van grond met een kwaliteit boven de interventiewaarde is in Diemen niet toegestaan.
De bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart van de regio Amstelland en Meerlanden vormt de technisch-inhoudelijke onderbouwing van het Diemense bodembeleid. Afgelopen jaren zijn duizenden nieuwe bodemonderzoeken ingevoerd in het bodeminformatiesysteem van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Wordt online ergens een perceel of locatie ‘aangeklikt’ dan geeft de kaart een beeld van de gemiddelde bodemkwaliteit van de zone waarin de betreffende locatie ligt. De kaart geeft geen informatie op adresniveau. Bij gebruik van de bodemkwaliteitskaart als milieuverklaring bodemkwaliteit bij grondverzet is het in veel gevallen niet nodig een bodemonderzoek uit te voeren. Hiermee worden jaarlijks honderdduizenden euro’s aan bodemonderzoek bespaard. De bodemkwaliteitskaart kan in de schonere gebieden van Diemen ook gebruikt worden als alternatief voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek. Bij het ontgraven en op een andere locatie weer toepassen van schone en licht verontreinigde grond kan in veel gevallen gebruik worden gemaakt van de bodemkwaliteitskaart van de regio Amstelland en Meerlanden, waarbij samengevat de volgende stappen worden doorlopen: 1. Aantonen wat de kwaliteitsklasse is van de vrijkomende grond (weergegeven op de ‘ontgravingskaart’, onderdeel van de bodemkwaliteitskaart, waarop de verschillende bodemkwaliteitsklassen bij ontgraven worden aangeduid); 2.
Onderzoeken wat de kwaliteitsklasse is van de ontvangende bodem (af te lezen op de bodemkwaliteitskaart waarop de stad is ingedeeld in verschillende kwaliteitsklassen);
1
Beheergebied van waaruit de grond afkomstig mag zijn omvat ook de gemeenten Amsterdam, Haarlemmermeer, Aalsmeer, Amstelveen, Uithoorn en Ouder-Amstel.
Pagina 7 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
3.
Bepalen of er een ‘match’ is tussen de vrijkomende grond en de ontvangende bodem. Deze stap is complex, maar professionals die veel met bodem werken kunnen ermee uit de voeten. Deze stap bepaalt met behulp van de toepassingskaart en tabellen of de vrijkomende grond voldoet aan de functie en toepassingseisen van de ontvangende bodem. Deze toepassingseisen staan genoemd in dit beleidskader.
Werken in de grond: grondverzet Het ontgraven van grond kan op verschillende schaal en om verschillende redenen gebeuren. Het overgrote deel van alle werken in de grond betreft projectmatige ontgravingen, ophogingen, herschikkingen en werk aan kabels en leidingen. Bij deze werkzaamheden kan sprake zijn van sterk verontreinigde grond. Afhankelijk van de ernst van de verontreiniging (boven of gelijk aan of lager dan de interventiewaarde) en de hoeveelheid te ontgraven grond (meer dan 25 m3 of niet), gelden bepaalde regels op grond van het Besluit activiteiten leefomgeving of het omgevingsplan. Zorgvuldig graven zorgt ervoor dat verschillende grondsoorten en kwaliteiten gescheiden worden gehouden ten behoeve van reiniging of direct hergebruik.
Werken in de grond: saneren Bodemsaneringen blijven komende jaren aan de orde, maar meer als onderdeel van ruimtelijke ontwikkelingen. Bij bouwen van een ‘bodemgevoelig gebouw’ is saneren verplicht, wanneer de waarden waaraan de bodem moet voldoen worden overschreden. Deze zogenaamde ‘waarden toelaatbare kwaliteit’ zijn voor de meeste stoffen de interventiewaarden zoals we die kennen van de voormalige Wet bodembescherming. Voor de stoffen lood en PFAS heeft de gemeente Diemen afwijkende (strengere) waarden vastgesteld. Voorbeelden van bodemgevoelige gebouwen zijn woningen met een tuin, of bijvoorbeeld scholen of kinderdagverblijven met bijbehorend speelterrein. De bodemkwaliteit van de tuin of buitenruimte wordt ook getoetst. Hier doen zich namelijk vaak risico’s voor, bijvoorbeeld vanwege een bodemverontreiniging met lood, omdat er hier meer contact met de bodem kan plaatsvinden.
Extra aandacht lood In de gemeente Diemen bevinden zich oudstedelijke ophooglagen, die vooral verontreinigd zijn met zware metalen en PAK. Met name het zware metaal lood is een probleemstof, die diffuus verspreid voorkomt. Op sommige plaatsen is het gehalte in de bodem zo hoog dat er risico’s zijn voor jonge kinderen die buiten spelen en grond via vieze vingers binnenkrijgen. De hersenontwikkeling van jonge kinderen is erg gevoelig voor lood. Diemen wil die risico’s voor kleine kinderen tegengaan en stelt dat het loodgehalte van grond die wordt toegepast op gevoelige bodemfuncties maximaal 100 mg/kg mag bedragen. Die eis is van toepassing op locaties met de bodemfuncties ‘wonen met tuin’ en ‘plaatsen waar kinderen spelen’. Daarin is Diemen strenger dan het landelijk generieke beleid.
Omgaan met grondwater Het beleidskader gaat kort in op het lozen van grondwater dat vrijkomt door bemaling bij het graven en saneren en op de algemene zorg voor de kwaliteit van het grondwater. De regels hiervoor worden - behalve onder meer voor het lozen op of in de bodem of in het riool, waarvoor de gemeente bevoegd gezag is - grotendeels gesteld door provincie en waterschappen.
Pagina 8 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
Inhoud 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Inleiding Waarom dit beleidskader Doelgroep Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid Stelselwijziging Omgevingswet en inhoudelijke wijziging bodem Beleid gemeente Diemen onder de Omgevingswet Bevoegd gezag Zorgplicht
12 12 13 13 13 16 17 18
2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6 2.7
Voorafgaand bodemonderzoek Voorafgaand bodemonderzoek bij graven en saneren Vereenvoudigd vooronderzoek (vvo) Milieuverklaring bodemkwaliteit Bodemkwaliteitskaart als milieuverklaring bodemkwaliteit Wanneer is welk bodemonderzoek noodzakelijk? PFAS-onderzoek Niet-genormeerde stoffen
21 21 25 26 28 30 32 32
3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11
Milieubelastende activiteit graven in bodem Rijksregels graven in bodem Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit Graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit Kleinschalig graven Termijnen voor meldplicht en/of informatieplicht bij graafwerkzaamheden Graven tot onder de grondwaterstand Graven in droge oevergebieden Graven onder een leeflaag Grond met puin of ander bodemvreemd materiaal Lozen van grondwater bij graven Lokale invulling MBA’s graven en kleinschalig graven
35 35 37 41 47 52 53 53 54 54 54 56
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
Milieubelastende activiteit saneren van de bodem Wat is saneren (conform Bal)? Meldplicht en informatieplicht 4 weken van tevoren Informatieplicht één week van tevoren Melden van wijzigingen Standaardaanpakken Afwijken van de standaardaanpak Lozen van grondwater bij saneren Informeren achteraf (evaluatieverslag) Lokale invulling bij MBA saneren van de bodem Nazorg na saneren van de bodem
59 59 62 63 63 63 66 67 69 70 70
5
Milieubelastende activiteit opslaan van grond of baggerspecie
72
Pagina 9 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
Opslaan van grond of baggerspecie Opslaan, zeven, mechanisch ontwateren en samenvoegen van grond of baggerspecie die zonder bewerking herbruikbaar is Opslaan van matig en sterk verontreinigde grond en sterk verontreinigde baggerspecie Bodembeschermende voorzieningen bij opslaan baggerspecie Samenvoegen van partijen Opslaan van grond als voorbelasting (overhoogte)
72 73 75 75 75 76
6 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10 6.11
Milieubelastende activiteit toepassen van grond of baggerspecie Generiek kader in Bal met mogelijkheid voor maatwerk De bodemfunctiekaart De dubbele toets Aanwijzen bodembeheergebied Toepassingseisen en kwaliteitseisen in Diemen Toepassen van PFAS-houdende grond De bodemkwaliteitskaart als grondslag voor de milieuverklaring bodemkwaliteit bij toepassen Grootschalige toepassing van grond of baggerspecie Verspreiden van baggerspecie Melden van toepassen grond of baggerspecie op landbodem Lokale invulling bij toepassen van grond of baggerspecie
77 77 78 78 79 79 81 84 86 87 91 93
7 7.1 7.2 7.3
Milieubelastende activiteit toepassen van bouwstoffen Begripsomschrijvingen bouwstoffen Informatieplicht toepassen AVI-bodemassen en immobilisaten Meldplicht bij toepassen risicovolle bouwstoffen
95 96 98 98
7.4 7.5 7.6
Gegevens en bescheiden tijdens en na afloop toepassing Verwijderingsplicht bouwstoffen Lokale invulling bij toepassen van bouwstoffen
100 101 101
8 8.1 8.2 8.3 8.4
101 103 103 105
8.5 8.6 8.7
Bouwen van een bodemgevoelig gebouw Instructieregels Rijk en (bruidsschat)regels in het omgevingsplan Begrippen bodemgevoelig gebouw en bodemgevoelige locatie Waarde toelaatbare kwaliteit bodem Indieningsvereisten vergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken: specifieke aanvraagvereisten voor bouwen van een bodemgevoelig gebouw Beoordeling aanvraag binnenplanse omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit bouwwerken Informatieplicht voor ingebruikname na maatregelen op verontreinigde bodem Lokale invulling bouwen bodemgevoelig gebouw
9 9.1 9.2
Wijziging naar bodemgevoelig gebruik Gezondheidsrisico’s bij wijzigen gebruik Toetsen van bodemonderzoek bij wijzigen naar bodemgevoelig gebruik
112 112 112
10 10.1 10.2 10.3
Diverse onderwerpen Voormalige stortplaatsen Toevalsvondst bodem Ongewoon voorval
113 113 114 117
108 109 110 110
Pagina 10 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
10.4 10.5 10.6 10.1 10.2
Bescherming van het landelijk gebied Beschikte locaties ernst - geen spoed Bodembeschermende voorzieningen en maatregelen bij bedrijven Melden van transport van grond en bagger (Wet milieubeheer) Japanse Duizendknoop en andere invasieve exoten
118 119 120 120 121
11 11.1 11.2 11.3 11.4 11.5 11.6 11.7 11.8
Grondwaterkwaliteit Grondwaterkwaliteit onder de Omgevingswet Omgaan met grondwaterverontreiniging bij graven en saneren Vangnetregel in het omgevingsplan voor beschikte ernst - geen spoedlocaties De toevalsvondst bodem en de toevalsvondst grondwater Zorgplicht, ongewoon voorval en herstelplicht bij bedrijfsbeëindiging Grondwaterverontreinigingen die onder het overgangsrecht vallen Grondwateronttrekkingen en lozingen Arseen in grondwater
124 124 125 127 128 128 129 129 130
12 12.1 12.2
Digitaal Stelsel Omgevingswet en GIS-viewer Digitaal Stelsel Omgevingswet Opvragen en raadplegen van bodeminformatie (GIS-viewer)
131 131 132
13 13.1 13.2
Toezicht en handhaving Toezicht en handhaving onder de Omgevingswet Strafrechtelijk handhaven
133 133 134
14
Terminologie
135
15
Literatuur
141
BIJLAGEN (apart document) BIJLAGE 1 BIJLAGE 2 BIJLAGE 3 3A 3B 3C 3D BIJLAGE 4 BIJLAGE 5 BIJLAGE 6 BIJLAGE 7 BIJLAGE 8
Toetsingsregels en risico’s gebiedsspecifiek beleid De bodemfunctiekaar De bodemkwaliteitskaart Zonekaart Bodemkwaliteitskaart (gemiddelde, 3 dieptetrajecten) Ontgravingskaart (P80, 3 dieptetrajecten) Toepassingskaart (alle lagen) Lijst en kaart met uitgesloten locaties (puntbronnen) Berekende statistische kentallen BKK Overgangsrecht Wet bodembescherming en Besluit bodemkwaliteit Grondwaterverontreinigingen en aanpak Inhoud XML-bestand
Pagina 11 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
1 Inleiding 1.1
Waarom dit beleidskader
Dit beleidskader geeft een samenhangend inzicht in de bodemregels en het bodembeleid onder de Omgevingswet [Lit. 1]. Deze regels zijn te vinden in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) [Lit. 3] en het omgevingsplan. Maar de regels en het beleid staan hierin versnipperd weergegeven. Door ze in dit beleidskader logisch te groeperen en toe te lichten wordt het voor een initiatiefnemer duidelijk welke regels gelden bij activiteiten in, op of met de bodem. Het beleid van de voormalige Nota bodembeheer is in dit beleidskader ‘vertaald’ naar de nieuwe systematiek van de Omgevingswet. Daarmee bevat dit beleidskader een overzicht van zowel de landelijk geldende bodemregels als van het bodembeleid van Diemen onder de Omgevingswet. Dit beleidskader is een leidraad voor de uitvoeringspraktijk. Het geeft houvast en dient als toetsingskader bij de uitvoering van de regelgeving voor het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Diemen en voor de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) namens het college.
Invulling van lokale afwegingsruimte De gemeente heeft in veel gevallen bestuurlijke afwegingsruimte onder de Omgevingswet, bijvoorbeeld door de mogelijkheid om maatwerkregels te stellen op de rijksregels in het Bal en om de bruidsschatregels2 in het omgevingsplan aan te passen. Deze lokale regels, die door de gemeente Diemen in het omgevingsplan zijn uitgewerkt, worden in dit beleidskader weergegeven in een apart (oranjeroze) kader. De regels in het omgevingsplan worden deels in het omgevingsplan opgenomen via een voorbereidingsbesluit dat gelijk met de Omgevingswet in werking treedt, en deels via reguliere aanpassingen na inwerkingtreding van de Omgevingswet (cursief weergegeven in de oranje kaders).
Beleidsregels over de bevoegdheden m.b.t. regels in het Bal of het omgevingsplan In dit beleidskader zijn ook beleidsregels - als bedoeld in artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht - opgenomen over de bevoegdheden met betrekking tot regels in het Bal of het omgevingsplan, bijvoorbeeld uitleg van begrippen en criteria in die regels. We vermelden zoveel mogelijk de regels waarop de beleidsregels betrekking hebben, met uitzondering van algemene bevoegdheden. Deze zijn beschreven in paragraaf 1.6, die gaat over het bevoegd gezag.
Afbakening We gaan in dit beleidskader in eerste instantie uit van de inhoud van het Aanvullingsspoor bodem Omgevingswet en de inhoud van de in 2020 vastgestelde Nota bodembeheer. Dit is een gevolg van het besluit van Diemen om beleidsneutraal over te stappen naar de Omgevingswet. In de toekomst zullen we het beleidskader verbreden, waarbij we ook andere onderwerpen/disciplines die relevant zijn voor bodem en ondergrond onder de Omgevingswet integreren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan doelstellingen om een gezonde bodem en een duurzaam gebruik van het ecosysteem te bevorderen. Dit beleidskader wordt door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Het voorbereidingsbesluit en het omgevingsplan worden door de gemeenteraad vastgesteld.
2
Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt een aantal regels op rijksniveau. Deze regels worden gedecentraliseerd naar gemeenteniveau. Om te voorkomen dat er bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet regels vervallen voordat de gemeente ze heeft opgenomen in het omgevingsplan, vult het Rijk een hoofdstuk in het tijdelijk deel van het omgevingsplan, de bruidsschat.
Pagina 12 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
1.2
Doelgroep
Doelgroepen voor deze beleidsnota zijn maatschappelijke organisaties, marktpartijen, initiatiefnemers (zoals bewoners3, grondeigenaren, erfpachters), de gemeente Diemen, de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, regiogemeenten, bodemprofessionals in het bodemwerkveld (onderzoeksbureaus, adviseurs, bouwers, projectontwikkelaars) en verder eenieder die in de materie geïnteresseerd is.
1.3
Verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid
De verantwoordelijkheid voor het naleven van de wet- en regelgeving bij activiteiten4 in, op of met de bodem ligt bij de initiatiefnemer. De initiatiefnemer is verplicht om de voorgenomen activiteit indien nodig te melden en/of het bevoegd gezag van de juiste informatie te voorzien. Via een privaatrechtelijke machtiging kan deze verplichting ook bij de aannemer of andere betrokkenen worden gelegd. De wetgever gaat uit van ketenaansprakelijkheid: alle betrokken partijen zijn medeverantwoordelijk en moeten werken volgens de wet- en regelgeving en het lokale beleid in dit beleidskader.
1.4
Stelselwijziging Omgevingswet en inhoudelijke wijziging bodem
Het nieuwe stelsel van de Omgevingswet brengt grote veranderingen met zich mee. Voor bodem geldt dit des te meer, omdat er van rijkswege sprake is van een beleidsinhoudelijke wijziging ten opzichte van de regels in de Wet bodembescherming en het Besluit Bodemkwaliteit [Lit. 5]. Zo kent de Omgevingswet geen ‘geval van verontreiniging’ meer en is er geen sprake meer van een op zichzelf staande milieuhygiënische saneringsplicht die door het Rijk is opgelegd (zoals onder de Wbb het geval was). In dit beleidskader staat het resultaat van een noodzakelijke ‘vertaling’ van bodembeleid naar het nieuwe stelsel. Uitgangspunt hierbij is dat de vertaling beleidsneutraal is, mits dat past binnen de verbeterdoelen van de Omgevingswet. Op enkele onderdelen is een versimpeling of verbetering doorgevoerd, die beter past in de nieuwe systematiek onder de Omgevingswet. Het huidige beschermingsniveau wordt hiermee behouden. Het gaat om regels en beleid die hun nut hebben bewezen in de uitvoeringspraktijk en die passen bij het bodembeheer onder de Omgevingswet.
Instructieregels Voor het onderwerp bouwen op verontreinigde bodem, nazorg en toepassen van grond of baggerspecie heeft het Rijk in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) [Lit. 2] instructieregels opgesteld voor het omgevingsplan van de gemeente. Dit betekent dat de gemeente deze onderwerpen verplicht moet uitwerken in het omgevingsplan. In de instructieregels is ook aangegeven of de gemeente hierbij lokale afwegingsruimte heeft of niet en hoe groot die afwegingsruimte is. Ook de provincie kan instructieregels meegeven aan de gemeente, maar heeft dit voor bodem- en grondwaterkwaliteit niet gedaan.
Tijdelijk deel omgevingsplan Voor enkele onderwerpen die niet in rijksregels terugkomen onder de Omgevingswet, zijn door het Rijk zogenoemde bruidsschatregels meegegeven, om te zorgen voor continuïteit van de bestaande regelgeving. Deze bruidsschatregels landen in het ‘tijdelijk deel’ van het omgevingsplan waar de gemeenten op 1 januari 2024 van rechtswege over beschikken (zie Figuur 1.1).
3 4
Hierbij wordt er vanuit gegaan dat een bewoner zich laat bijstaan door een professionele partij. Onder activiteiten in het Bal vallen: het ontgraven, saneren, opslaan en toepassen van grond of baggerspecie en het toepassen van bouwstoffen. Daarnaast zijn er nog activiteiten aangewezen in het omgevingsplan, zoals bijvoorbeeld kleinschalig graven en nazorg.
Pagina 13 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
De bruidsschat bodem heeft betrekking op de volgende onderwerpen: Bouwen op verontreinigde bodem; Kleinschalig graven (< 25 m3); Nazorg van saneringen en van maatregelen bij een toevalsvondst bodem, uitgevoerd onder de Omgevingswet; (Activiteit op) voor inwerkingtreding op grond van de Wet bodembescherming beschikte ernst - geen spoedlocaties. Daarnaast komen ook de bodemfunctieklassenkaart en het gebiedsspecifiek toetsingskader (voor het toepassen van grond of baggerspecie) in het tijdelijk deel van het omgevingsplan terecht. De gemeente heeft tot 2032 de tijd om de inhoud van het tijdelijk deel om te zetten naar lokale regels die onderdeel worden van het ‘definitieve’ omgevingsplan. Daarop vooruitlopend wordt door een voorbereidingsbesluit van de gemeenteraad al een aantal regels in het omgevingsplan gezet als de Omgevingswet in werking treedt.
Figuur 1.1
Nieuw en tijdelijk deel omgevingsplan
Algemene regels in het Besluit activiteiten leefomgeving en het omgevingsplan In het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan algemene regels voor activiteiten in de fysieke leefomgeving. Burgers, bedrijven en overheden moeten zich aan deze regels houden als ze die activiteiten uitvoeren. In het Bal staat ook of voor die activiteiten een informatieplicht geldt, of dat een melding of omgevingsvergunning nodig is. Ook in het omgevingsplan zijn dergelijke regels opgenomen.
Milieubelastende activiteiten in het Besluit activiteiten leefomgeving en het omgevingsplan In dit beleidskader gaat het voornamelijk over milieubelastende activiteiten. Een milieubelastende activiteit is een activiteit die nadelige gevolgen voor het milieu kan veroorzaken5. Het Rijk stelt in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) regels voor een aantal milieubelastende activiteiten in de fysieke leefomgeving die een relatie hebben met de bodem. Dit zijn bijvoorbeeld regels voor de aanleg en het gebruik van bodemenergiesystemen en regels over bodembeschermende voorzieningen bij het uitvoeren van activiteiten. Het Aanvullingsbesluit bodem [Lit. 4] voegt aan het Bal een aantal milieubelastende activiteiten toe.
5
In het Bal wordt een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of op een zuiveringtechnisch werk of een waterontrekkingsactiviteit niet als milieubelastende activiteiten beschouwd.
Pagina 14 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
De milieubelastende activiteiten in het Bal in dit beleidskader zijn: Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit; Graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit; Saneren van de bodem; Opslaan van grond of baggerspecie; Toepassen van bouwstoffen; Toepassen van grond of baggerspecie; De milieubelastende activiteit in het omgevingsplan in dit beleidskader is: Kleinschalig graven (minder dan 25m3 grondverzet); In Figuur 1.2 staan de activiteiten die zich op of in de bodem onder de Omgevingswet kunnen voordoen.
Figuur 1.2 Activiteiten in de bodem onder de Omgevingswet: wateractiviteiten (lozen, onttrekking) en milieubelastende activiteiten (opslaan van grond en baggerspecie, graven en saneren, bodemenergie, toepassen van bouwstoffen, toepassen van grond en baggerspecie). Bron: https://iplo.nl/thema/bodem
Maatwerkregels op regels in Bal over milieubelastende activiteiten Voor de meeste regels in het Bal over milieubelastende activiteiten is het mogelijk om maatwerkregels te stellen in het omgevingsplan. De regels van het Bal worden hiermee nader ingevuld of hiermee wordt van de regels in het Bal afgeweken (soepeler of strenger). Soms zijn daar voorwaarden aan verbonden, of mag alleen een strengere norm gesteld worden. De maatwerkregels moeten binnen de kaders van de instructieregels van Rijk en provincie blijven. Dit geldt ook voor maatwerkvoorschriften (zie Tabel 1.1).
Maatwerkvoorschriften op regels in het Bal of op regels in het omgevingsplan over milieubelastende activiteiten Een maatwerkvoorschrift is een specifiek voorschrift voor een individueel geval. Een initiatiefnemer kan zelf om een maatwerkvoorschrift vragen als een activiteit niet voldoet aan de (maatwerk)regels maar wel past binnen de ruimte die
Pagina 15 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
het rijkskader en het omgevingsplan biedt. Ook het bevoegd gezag kan besluiten tot het opleggen van een maatwerkvoorschrift. Met een maatwerkvoorschrift kan een algemene regel worden toegespitst op de concrete situatie of locatie. Niet alle maatwerkvoorschriften zijn mogelijk. Een maatwerkvoorschrift kan alleen worden gesteld als dit past binnen het oogmerk van de regel (bijvoorbeeld het beschermen van de gezondheid en het milieu) waarvoor het maatwerkvoorschrift wordt gesteld. Beoordelingsregels die gelden voor vergunningen en de eisen aan vergunningvoorschriften (in het Besluit kwaliteit leefomgeving) zijn ook van toepassing op maatwerkvoorschriften voor een milieubelastende activiteit op grond van het Bal. Ook moet worden voldaan aan de strekking van de regels in het Bal. Dit betekent onder meer dat de best beschikbare technieken worden toegepast en dat maatregelen worden getroffen om ongevallen te voorkomen en de gevolgen daarvan te beperken. Voor een maatwerkvoorschrift voor een milieubelastende activiteit op grond van het omgevingsplan geldt dat de instructieregels voor het omgevingsplan in het Besluit kwaliteit leefomgeving ten aanzien van het beschermen van de gezondheid en van het milieu van overeenkomstige toepassing zijn.
Het bevoegd gezag neemt het maatwerkvoorschrift meestal op in een apart maatwerkbesluit, als reactie op een melding van een milieubelastende activiteit. Als voor een activiteit een omgevingsvergunning nodig is, dan staat het maatwerk in een vergunningvoorschrift. Het vaststellen van een maatwerkvoorschrift zal vaak op verzoek van de initiatiefnemer gebeuren. Als een gemeente vaker hetzelfde maatwerkvoorschrift oplegt, kan zij overwegen om hiervoor een maatwerkregel op te nemen in het omgevingsplan. Tabel 1.1
Verschil tussen maatwerkvoorschrift en maatwerkregel
Aspect
Maatwerkvoorschrift
Maatwerkregel
Reactief/proactief
Reactief (bijvoorbeeld na een melding of een verzoek van een initiatiefnemer) Proactief (indien het bevoegd gezag hiertoe noodzaak ziet, bijvoorbeeld naar aanleiding van een melding)
Proactief (bijvoorbeeld naar aanleiding van ambities in de omgevingsvisie of in een programma6)
Juridische vorm
Beschikking
Algemeen geldende decentrale regel
Gericht tot
Degene die de activiteit verricht
Iedereen voor omschreven activiteiten en/of aangeduide locaties
(maar soms heeft het maatwerkvoorschrift werking voor een perceel, zoals een maatwerkvoorschrift waarin nazorgmaatregelen zijn vastgelegd. Uit het maatwerkvoorschrift vloeit een publiekrechtelijke beperking Wkpb7 voort die rust op het perceel)
1.5
Beleid gemeente Diemen onder de Omgevingswet
Voortzetten huidige bodembeleid Het bodembeleid in Diemen, dat voorheen verwoord stond in de Nota bodembeheer Regio Amstelland en Meerlanden, gaat ook onder de Omgevingswet uit van het – waar nodig - beschermen van de bodemkwaliteit en het – waar mogelijk - juist verruimen (benutten) van de gebruiksmogelijkheden. Het beleid is daarnaast gestoeld op de volgende uitgangspunten: Eenduidig beleid, zo eenvoudig mogelijk, uitlegbaar en werkbaar, met duidelijke spelregels; Het beleid moet waar mogelijk de dagelijkse uitvoeringspraktijk ondersteunen; Deregulering en vermindering van de lasten voor burgers;
6
Zie voor uitleg over het instrument ‘programma’ de website van iplo.nl.
7
Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken.
Pagina 16 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
Pragmatische aanpak: de diffuus verontreinigde binnenstad hoeft niet volledig schoon te worden, maar preventie is wel belangrijk om nieuwe verontreinigingen te voorkomen; Vermindering lasten van initiatiefnemers door vrijstelling van verkennend bodemonderzoek waar dat mogelijk en verantwoord is; Mogelijkheden bieden voor hergebruik middels de bodemkwaliteitskaart (zonder onderzoek) van licht verontreinigde grond, waardoor veel geld wordt bespaard op onnodig onderzoek en transport.
Onder de Omgevingswet blijven deze uitgangspunten overeind. Bestaand beleid is zoveel mogelijk vertaald naar de structuur van de nieuwe wet- en regelgeving en opgenomen in dit beleidskader. Niet alle regels die golden onder de Wet bodembescherming komen terug onder de Omgevingswet. Voorheen was bijvoorbeeld altijd een bodemsanering vereist bij het bouwen (bij overschrijding van bepaalde waarden). Onder de Omgevingswet geldt dit alleen nog maar voor het bouwen van bodemgevoelige gebouwen. Voor het overige is het aan de gemeente om ervoor te zorgen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen de bodemkwaliteit past bij de voorgenomen functie / het voorgenomen gebruik, bijvoorbeeld door hierover afspraken te maken met de ontwikkelaar.
Vertalen van het beleid van Diemen naar regels in het omgevingsplan De gemeentelijke aanpassing of nadere invulling van wat het Rijk heeft bepaald in het Bal of heeft meegegeven in de bruidsschat omgevingsplan, is weergegeven in de gekleurde tabellen aan het eind van een hoofdstuk. Dit zijn de regels (en het beleid) van Diemen over het onderwerp in het betreffende hoofdstuk. De gemeentelijke aanpassing en nadere invulling van de rijksregels en de bruidsschat zal in eerste instantie door een voorbereidingsbesluit in het omgevingsplan worden opgenomen en in een latere fase door reguliere aanpassingen van het omgevingsplan.
1.6
Bevoegd gezag
Initiatiefnemers hoeven zelf niet te bedenken naar welk bevoegd gezag hun aanvraag moet: dat volgt automatisch bij gebruik van het Omgevingsloket, dat onderdeel uitmaakt van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). De activiteiten in de aanvraag bepalen welk bestuursorgaan bevoegd gezag is. Wateractiviteiten (bijvoorbeeld het onttrekken van grondwater voor bemaling) worden afzonderlijk van andere activiteiten (zoals milieubelastende activiteiten) aangevraagd.
Gemeente bevoegd gezag Dit beleidskader gaat alleen over milieubelastende activiteiten waarvoor de gemeente Diemen bevoegd gezag is. Hoofdregel is dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente het bevoegd gezag is voor de regels van het Bal. Dit zijn de milieubelastende activiteiten aangewezen in hoofdstuk 3 van het Bal, waaronder het graven in de bodem, het saneren van de bodem, het opslaan en toepassen van grond of bagger op of in de bodem en het toepassen van bouwstoffen. Het gaat hierbij om de bevoegdheid om een maatwerkvoorschrift vast te stellen, te beslissen op een verzoek om gelijkwaardige maatregel8 en toezicht op en handhaving van de regels, met inbegrip van de meldplicht (op grond van de artikelen 2.3 Bal en 18.2 Omgevingswet). Het vaststellen van regels in het omgevingsplan, waaronder maatwerkregels, is de bevoegdheid van de gemeenteraad. Toezicht en handhaving van regels in het omgevingsplan ligt bij het college van burgemeester en wethouders (artikel 18.2 in samenhang met artikel 4.8 Omgevingswet).
8
De gelijkwaardige maatregel moet ten minste hetzelfde resultaat bereiken als de wetgever met de voorgeschreven maatregel heeft beoogd. Zie verder iplo.nl.
Pagina 17 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) voert de meeste taken in mandaat uit voor de gemeente. Dit geldt in ieder geval voor de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken) ten aanzien van de milieubelastende activiteiten ‘bodem’ in het Bal (graven, saneren, opslaan, toepassen van grond of baggerspecie en toepassen van bouwstoffen). Dit omvat onder meer het opstellen van een vergunning (voor het opslaan van grond of baggerspecie), het opstellen van maatwerkvoorschriften, het beoordelen van meldingen, en toezicht op en handhaving van de regels, waaronder de specifieke zorgplichten van het Bal en het omgevingsplan. Ook zal de OD NZKG de provincie Noord-Holland informeren over een mogelijke grote, voorheen nog onbekende grondwaterverontreiniging die aan het licht komt bij het uitvoeren van de VTH-taken. De omgevingsverordening NH2022 verplicht de gemeente om de provincie over een dergelijke verontreiniging te informeren.
Provincie bevoegd gezag Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Noord-Holland zijn bevoegd gezag voor de regels uit het Bal voor complexe bedrijven. Binnen deze complexe bedrijven zijn GS dan ook – in de meeste gevallen – bevoegd gezag voor de milieubelastende activiteiten graven, saneren, opslaan en toepassen van hoofdstuk 3 Bal en regels in het omgevingsplan die betrekking hebben op complexe bedrijven. Het college van Gedeputeerde Staten is tevens bevoegd gezag voor het aanleggen en gebruiken van open bodemenergiesystemen.
Waterbeheerder bevoegd gezag Voor lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam, waaronder het toepassen van grond of bouwstoffen of het verspreiden of toepassen van baggerspecie in oppervlaktewater is de waterbeheerder het bevoegd gezag. Ook het onttrekken van grondwater is een wateractiviteit en valt onder de bevoegdheid van de waterbeheerder. Waterbeheerders binnen het grondgebied van de gemeente Diemen zijn het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht en Rijkswaterstaat.
Ministerie bevoegd gezag De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is bevoegd gezag voor het op of in de bodem brengen van meststoffen. Dit onderwerp blijft in het beleidskader verder buiten beschouwing.
Overgangsrecht oude bevoegd gezag Wet bodembescherming en Besluit bodemkwaliteit (oud) Voor zover sprake is van overgangsrecht, en daarin is bepaald dat het oude recht van toepassing blijft op de omschreven situatie, blijft het oude bevoegd gezag Wet bodembescherming en Besluit bodemkwaliteit (oud) het bevoegd gezag onder het overgangsrecht zolang het overgangsrecht voor die situatie niet is uitgewerkt. Zie Bijlage 6. Voor de gemeente Diemen betekent dit dat de provincie Noord-Holland bevoegd gezag blijft voor gevallen van verontreiniging en saneringen (inclusief gebruiksbeperkingen en nazorgmaatregelen na afloop daarvan) die onder het overgangsrecht vallen. Voor het Besluit bodemkwaliteit is er geen verandering in bevoegd gezag. Dit is de gemeente Diemen (uitzonderingen daargelaten).
1.7
Zorgplicht
Wettelijk kader In de Omgevingswet komt de zorgplicht op verschillende plaatsen terug. Onderstaand overzicht geeft dit weer: Afdeling 1.3 Omgevingswet met uitwerking in artikel 1.3 Omgevingsbesluit: algemene zorgplichten en
vangnetbepaling; Hoofdstuk 19 Omgevingswet: ongewoon voorval; Artikel 2.11 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal): specifieke zorgplicht Bal; Specifieke zorgplicht in het omgevingsplan.
Pagina 18 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
Algemene zorgplicht De Omgevingswet bevat een algemene zorgplicht. Dit houdt in dat overheden, bedrijven én burgers verantwoordelijk zijn voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. En dus niet alleen de overheid. Deze algemene zorgplicht is vooral een vangnet voor het geval er geen specifieke decentrale of rijksregels zijn. Als die er wel zijn, geldt de algemene zorgplicht niet meer. Als de ecologische en fysische kwaliteiten van de bodem in het geding zijn, kunnen deze aspecten voor bodem onder de algemene zorgplicht vallen (als hieraan niet al specifieke regels zijn gesteld).
Specifieke zorgplicht artikel 2.11 Bal en omgevingsplan Specifieke zorgplichten gelden - anders dan de algemene zorgplicht - ook als gedetailleerde specifieke regels gelden. Dat kunnen algemene regels en vergunningvoorschriften zijn. Als bijvoorbeeld het Bal van toepassing is, gelden specifieke zorgplichten van het Bal én andere algemene regels in het Bal. De specifieke zorgplicht is gericht op een specifieke activiteit. Degene die deze activiteit verricht doet er alles aan om nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving te voorkomen. De specifieke zorgplicht doet een beroep op de eigen verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. Degene die een bodemverontreiniging of een bodemaantasting veroorzaakt, is verplicht de gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken (mits dit redelijkerwijs kan worden gevraagd). Als blijkt dat deze gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt, kan het zelfs zijn dat de initiatiefnemer de activiteit achterwege moet laten. Bij de beantwoording van de vraag wat redelijkerwijs kan worden gevraagd kan de gemeente rekening houden met: Het tijdstip van het ontstaan van de verontreiniging; De kosten voor het (nagenoeg) volledig verwijderen van de verontreiniging in verhouding tot de milieuwinst; De mate van verantwoordelijkheid; De ligging (bijvoorbeeld onder een gebouw) en de mogelijkheid van uitstel tot een natuurlijk moment.
Het uitgangspunt van de zorgplicht is terstond en volledig herstel. De begrippen ‘redelijkerwijs’ en ‘zoveel mogelijk’ bepalen welke (herstel)maatregelen een veroorzaker moet nemen om te voldoen aan de zorgplicht. Bedrijfsleven en overheden hebben gezamenlijk een algemeen afwegingskader opgesteld dat invulling geeft aan deze zorgplicht. Behalve op grond van de zorgplicht, kan de verwijdering van een nieuwe verontreiniging ook verplicht zijn op grond van de regels over het ongewoon voorval (H19 Omgevingswet, voorheen H17 Wet milieubeheer), of de herstelplicht bij bedrijfsbeëindiging naar aanleiding van een eindsituatieonderzoek bodem (op grond van regels in het Bal of op grond van voorschriften in de omgevingsvergunning voor een bedrijf). Vanzelfsprekende maatregelen bij het uitvoeren van activiteiten hoeven niet uitgeschreven te worden in regels, maar vallen onder de (specifieke) zorgplicht. Zo is het vanzelfsprekend om bij de uitvoering van de activiteit graven verwaaiing van grond te voorkomen (bijvoorbeeld door deze vochtig te houden), zeker als daar (mogelijk) een asbestverontreiniging in voorkomt. Wanneer tijdens de uitvoering materiaal wordt aangetroffen dat zichtbaar asbest zou kunnen bevatten, worden veiligheidsmaatregelen genomen om vermenging met andere bodemlagen en verspreiding naar de omgeving te voorkomen.
Vaak is duidelijk wat onder de specifieke zorgplicht het doel is. Een overtreding is dan direct bestuursrechtelijk en strafrechtelijk handhaafbaar. Maar soms is niet duidelijk wat precies de bedoeling is. Een maatwerkvoorschrift kan dan duidelijkheid bieden.
Pagina 19 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
Nieuwe verontreinigingen die onder overgangsrecht vallen Bij nieuwe verontreinigingen die zijn veroorzaakt na 1986 maar voor inwerkingtreding van de Omgevingswet is de zorgen herstelplicht van artikel 13 Wbb van toepassing, ook als de verontreiniging na inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt ontdekt. Het geven van aanwijzingen op grond van artikel 27, tweede lid, Wbb is ook nog mogelijk door het bevoegd gezag Wbb, in dit geval de provincie Noord-Holland.
Ongewoon voorval Het ongewoon voorval is een gebeurtenis met (mogelijke) significante nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving. Indien sprake is van een ongewoon voorval gelden er – ten opzichte van de zorgplicht – extra bevoegdheden voor het bevoegd gezag, extra verplichtingen voor de uitvoerder van de activiteit (zoals voorkomen dat het voorval nog een keer kan gebeuren) en extra verplichtingen voor het bevoegd gezag (bijvoorbeeld de verplichting om andere bevoegde gezagen te informeren). Het ongewoon voorval is nader toegelicht in paragraaf 10.3 van dit beleidskader.
Pagina 20 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
2 Voorafgaand bodemonderzoek 2.1
Voorafgaand bodemonderzoek bij graven en saneren
Het doel van bodemonderzoek voorafgaand aan een activiteit is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Door voorafgaand bodemonderzoek te doen bij de activiteit graven kunnen we bepalen of de regels voor graven in de bodem met een kwaliteit gelijk of onder de interventiewaarde van toepassing zijn, of juist de regels voor graven in de bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit. Ook volgt uit het voorafgaand bodemonderzoek wat de verwachte hergebruiks- of verwerkingsmogelijkheden voor de te ontgraven grond zijn en hoe de partij-indeling bij een partijkeuring tot stand komt. In het Bal wordt in paragraaf 5.2.2. beschreven welke eisen worden gesteld aan ‘voorafgaand bodemonderzoek’. Op andere plekken in het Bal wordt vervolgens naar deze paragraaf verwezen. Dit hoofdstuk is een inhoudelijke aanvulling/toelichting op Bal paragraaf 5.2.2. Een voorafgaand bodemonderzoek bestaat in ieder geval uit een vooronderzoek. Afhankelijk van de resultaten hiervan, kan het noodzakelijk zijn om ook een verkennend bodemonderzoek te doen. Bij de volgende milieubelastende activiteiten schrijft het Bal voorafgaand bodemonderzoek volgens par 5.2.2.
Bal voor: Graven in bodem met een kwaliteit onder of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit (MBA Graven ≤ I); Graven in bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit (MBA Graven > I); Saneren van de bodem (MBA Saneren). Ook bij de omgevingsplanactiviteit bouwen van een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie is voorafgaand bodemonderzoek volgens par 5.2.2 Bal verplicht. Het onderwerp bouwen van een bodemgevoelig gebouw, wat een sterke relatie heeft met de MBA saneren in het Bal, lichten we toe in hoofdstuk 8. Bij het bouwen op een bodemgevoelige locatie bepaalt het onderzoek of sanerende maatregelen nodig zijn. Het vooronderzoek bepaalt of de locatie verdacht is op het voorkomen van een bodemverontreiniging. Het daarop volgende verkennend bodemonderzoek wijst uit of sprake is van overschrijding van de waarde die in het omgevingsplan staat. Voor de activiteit saneren geeft het onderzoek inzicht in de ontgravingscontour en -diepte om de beoogde saneringsdoelstelling te kunnen bereiken.
Vooronderzoek In paragraaf 5.2.2 Bal is het vooronderzoek de eerste stap van het voorafgaand bodemonderzoek. Het vooronderzoek is gebaseerd op de NEN5725 ‘Bodemrichtlijn voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend, oriënterend en nader onderzoek’ [Lit. 8]. Daarmee wordt nagegaan of er bodembedreigende activiteiten op en in de onmiddellijke nabijheid van de onderzoekslocatie hebben plaatsgevonden of plaatsvinden die de locatie met een of meer stoffen kunnen hebben verontreinigd. Daarnaast worden gegevens verzameld over de bodemkwaliteit op en in de onmiddellijke nabijheid van de locatie. Het vooronderzoek beantwoordt de vraag of sprake is van een verdachte locatie of een reeds eerder aangetoonde verontreiniging en doet een aanbeveling over een uit te voeren verkennend bodemonderzoek. Onderdeel van het vooronderzoek is ook om te beoordelen of de beschikbare informatie nog actueel en representatief genoeg is. In veel gevallen is een uitgebreid vooronderzoek niet nodig, bijvoorbeeld omdat er al informatie bekend is over de diffuse bodemkwaliteit (uit de bodemkwaliteitskaart of eerder uitgevoerd bodemonderzoek).
Pagina 21 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
Er kan met een vereenvoudigd vooronderzoek (vvo) worden volstaan als een locatie is ingedeeld in een zone van de bodemkwaliteitskaart en het vvo uitwijst dat de bodemkwaliteitskaartzone representatief is voor de locatie. Wanneer uit het vvo blijkt dat de locatie verdacht is op het voorkomen van een bodembedreigende activiteit of een puntbron9 is alsnog uitgebreider vooronderzoek volgens de NEN5725 nodig om te achterhalen om welke verontreinigende stoffen het gaat. Er kan sprake zijn van verdachte stoffen die geen onderdeel uitmaken van de bodemkwaliteitskaart. Zie verder paragraaf 2.2 voor een uitleg van het vereenvoudigd vooronderzoek.
Verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek Als een locatie verdacht is op het voorkomen van een bodemverontreiniging en er onvoldoende informatie is over de daadwerkelijke kwaliteit van de bodem of het grondwater, dan laat de initiatiefnemer een verkennend bodemonderzoek (volgens de NEN5740) uitvoeren [Lit. 9]. In het geval van een verdenking op asbest in de bodem is een verkennend bodemonderzoek asbest (volgens de NEN 5707 [Lit. 10]) nodig. In een verkennend bodemonderzoek en/of verkennend bodemonderzoek asbest wordt door het (laten) uitvoeren van veldwerk (plaatsen boringen of graafgaten) en chemische analyses de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem vastgesteld. Wanneer sprake is van asbestverdacht bouw- of sloopafval of asbestverdacht recyclinggranulaat in de bodem (meer dan 50 procent bodemvreemd materiaal) is een onderzoek conform NEN 5897 [Lit. 12] nodig.
Nader bodemonderzoek Uit een verkennend bodemonderzoek en/of asbestonderzoek kan blijken dat een nader onderzoek (ingevolge artikel 5.7d Bal) in overeenstemming met NTA 5755 [Lit. 13] nodig is, omdat de aard of de omvang van een verontreiniging nog niet voldoende is vastgesteld. Het doel van het nader bodemonderzoek is heel divers en er is daarbij altijd sprake van maatwerk. Wanneer sprake is van een immobiele verontreiniging (en er is sprake van een diffuse verontreiniging) is een nader onderzoek niet altijd nodig. Voor graafwerkzaamheden in een bodemverontreiniging of een saneringsaanpak afdekken waarbij alleen sprake is van de stofgroepen metalen, overige anorganische stoffen, PAK, organochloorbestrijdingsmiddelen, minerale olie en asbest, kan een nader onderzoek achterwege blijven bij de MBA Graven ≤ en > I en bij de saneringsaanpak afdekken onder de MBA Saneren.
Eisen waar verkennend bodemonderzoek aan moet voldoen Voor het uitvoeren van bodemonderzoek zijn verschillende protocollen en normen uitgewerkt. Dit zijn de protocollen en normen die ook voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet van toepassing waren. Dit betekent dat een initiatiefnemer: Het verkennend bodemonderzoek conform NEN5740 en het verkennend asbestonderzoek conform NEN5707 uitvoert; Het nader bodemonderzoek conform NTA 5755 en het nader bodemonderzoek asbest conform NEN5707 uitvoert. Voor het uitvoeren van het veldwerk voor het verkennend of nader bodemonderzoek (asbest) heeft de onderneming een erkenning bodemkwaliteit voor BRL SIKB 2000 nodig en heeft een laboratorium of inspectie-instantie een erkenning bodemkwaliteit voor AS SIKB 2000 nodig. Onder de BRL SIKB 2000 en AS SIKB 2000 gelden verschillende protocollen voor het plaatsen van boringen en peilbuizen en het bemonsteren van de bodem (protocol 2001), het bemonsteren van grondwater (2002) en het uitvoeren van asbestonderzoek (2018) waarvoor de onderneming aanvullend erkend moet zijn. 9
Een puntbronverontreiniging is een gevolg van een of meer specifieke activiteiten op een locatie, in tegenstelling tot een diffuse verontreiniging die niet tot een specifieke verontreinigingsbron te herleiden is.
Pagina 22 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
Voor het uitvoeren van de laboratoriumanalyses heeft het laboratorium of de inspectie-instantie een erkenning bodemkwaliteit AS3000 en onderliggende protocollen nodig. Voor het uitvoeren van vooronderzoek, maar ook voor het rapporteren van de resultaten van het verkennend of nader bodemonderzoek (asbest), is geen erkenning noodzakelijk.
Wanneer is verkennend of nader bodemonderzoek (asbest) noodzakelijk? Wanneer uit een vereenvoudigd vooronderzoek blijkt dat sprake is van een puntbron of de verdenking hierop, wordt eerst een uitgebreid vooronderzoek volgens de NEN5725 uitgevoerd. Indien het resultaat van het uitgebreid vooronderzoek hier aanleiding toe geeft is vervolgens een verkennend bodemonderzoek volgens de NEN5740 (bij graven en saneren) of een partijkeuring (bij toepassen) nodig. Wanneer er verdenking bestaat op het voorkomen van een asbestverontreiniging, dan wordt een verkennend bodemonderzoek asbest (NEN5707) uitgevoerd.
Zones bodemkwaliteitskaart Ook kan op basis van de zone-indeling op de bodemkwaliteitskaart (Bijlage 3A) of voorgenomen activiteit verkennend bodemonderzoek verplicht zijn. De vigerende bodemkwaliteitskaart van de regio Amstelland en Meerlanden onderscheidt vier zones op basis van de lokale bodemkwaliteit en ophooggeschiedenis (zones 1 tot en met 4). Daarnaast worden er nog twee zones onderscheiden waar gebiedsspecifiek beleid van toepassing is (zones 1A en 1B). Binnen de gemeente Diemen is alleen sprake van zones 1, 2 en 3 en zijn er gebieden met te weinig gegevens. Ook zijn enkele saneringsgebieden aangeduid, waarbinnen regels gelden die in het sanerings- of nazorgplan zijn opgenomen. Zie verder paragraaf 2.4 van dit beleidskader voor een nadere aanduiding van de zones.
Verkennend bodemonderzoek Een verkennend bodemonderzoek volgens de NEN5740 is noodzakelijk bij: Constatering van een puntbron of verdenking hierop; Voorgenomen bouw van een bodemgevoelig gebouw, binnen de gemeente Diemen in BKK-zone 3 en in nietgezoneerde gebieden met te weinig gegevens, zie hoofdstuk 8; MBA Graven in bodem (> 25 m3) met een kwaliteit boven de interventiewaarde, zie paragraaf 3.3; MBA Graven en Kleinschalig graven in de openbare weg; MBA Graven en Kleinschalig graven in niet-vastgestelde zones (vanwege te weinig gegevens) zonder representatief bodemonderzoek; MBA Saneren voorafgaand aan de bouw van een bodemgevoelig gebouw, of vrijwillige sanering, zie hoofdstuk 4. Het bodemonderzoek volgt echter meestal al bij de voorgenomen bouw van een bodemgevoelig gebouw.
Graven in de openbare weg Bij herprofileringen, werk aan kabels en leidingen en andere werkzaamheden aan de openbare weg komen vaak zand en funderingsmateriaal vrij. Het funderingsmateriaal kan bestaan uit allerlei soorten steenachtig materiaal, van puinhoudende grond tot hoogovenslakken. In feite wijken zowel de opbouw als de samenstelling van het wegprofiel dermate af van de omgeving dat de bodemkwaliteitskaart niet representatief is voor de openbare weg. Bij graafwerk in de openbare weg is een indicatief bodemonderzoek noodzakelijk (behalve als er al een representatief bodemonderzoek aanwezig is). Hierbij moet ook rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van asbest (bijvoorbeeld bij aantreffen van puin).
Wanneer is géén verkennend bodemonderzoek nodig? Soms is de uitkomst van een (vereenvoudigd) vooronderzoek dat verkennend bodemonderzoek niet nodig is. Dat kan zo zijn in de volgende gevallen: Uit het vooronderzoek voorafgaand aan graafwerkzaamheden die vallen onder de MBA graven Bal in zones op de bodemkwaliteitskaart met een kwaliteitsklasse tot maximaal industrie (dit betreft binnen de gemeente
Pagina 23 van 142
Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Beleidskader Bodem onder de Omgevingswet – Diemen 2024
Diemen BKK-zone 1, 2 en 3) is gebleken dat de locatie niet verdacht is op de aanwezigheid van een puntbron (zie art. 5.7a en 5.7b lid 1 van het Bal); Uit het vooronderzoek voorafgaand aan graafwerkzaamheden die vallen onder Kleinschalig graven (≤ 25 m3) is gebleken dat de locatie niet verdacht is op de aanwezigheid van een puntbron; Uit het vooronderzoek voorafgaand aan de omgevingsplanactiviteit ‘bouwen van een bodemgevoelig gebouw’ in zones 1 en 2 van de BKK is gebleken dat de locatie niet verdacht is op de aanwezigheid van een puntbron; Bij het vooronderzoek blijkt dat er eerder uitgevoerd bodemonderzoek is uitgevoerd dat geschikt is om te gebruiken.