Beantwoording technische vragen van Ons Diemen Wijziging Verordening algemene commissie voor de bezwaarschriften.docx
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen van Ons Diemen m.b.t. wijziging Verordening algemene commissie voor de bezwaarschriften 2016 Ons Diemen heeft naar aanleiding van de raadsvoordracht wijziging Verordening algemene commissie voor de bezwaarschriften 2016 (hierna: Verordening) de volgende vragen gesteld: In de verordening staat bij Artikel 2, tweede lid: De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van: d. De Huisvestingswet en bijbehorende verordening enkel voor wat betreft de ‘Urgentieverklaringen’; 1. Hieruit leiden wij af dat de verordening is bedoeld om de bevoegdheden van de commissie te verminderen. Klopt dit en kunt u dit toelichten? 2. De commissie is niet bevoegd. Op welke bezwaarschriften is de commissie wel bevoegd? 3. Is deze wijziging afgestemd met bijvoorbeeld de Ombudsman? Antwoorden: 1. Nee, dat is een misverstand. De wijziging is juist bedoeld om de bevoegdheden van de commissie ten aanzien van advisering aan te vullen. De commissie is thans op grond van artikel 2, tweede lid, aanhef en onder c, niet bevoegd te adviseren op besluiten genomen op grond van de Huisvestingswet/Huisvestingsverordening.
Met de beoogde wijziging wordt de commissie, op grond van artikel 2, tweede lid, aanhef en onder d van de Verordening, wel bevoegd om te adviseren op besluiten genomen op grond van de Huisvestingswet/Huisvestingsverordening. De verwarring kan ontstaan door de juridische formulering van artikel 2, tweede lid, aanhef en onder d van de Verordening: de bezwarencommissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten: d. op grond van de Huisvestingswet en bijbehorende verordening enkel voor wat betreft de ‘Urgentieverklaringen’. Hiermee wordt bedoeld dat de commissie alleen voor wat betreft de bezwaarschriften ingediend tegen de Urgentieverklaringen in de Huisvestingswet/Huisvestingsverordening niet bevoegd is, en voor de bezwaarschriften die zijn ingediend tegen (overige) besluiten op grond van de Huisvestingswet/Huisvestingsverordening wel bevoegd is. De reden dat de Urgentieverklaringen worden uitgezonderd voor behandeling door de commissie in het kader van de Huisvestingswet en bijbehorende (Huisvestings)verordening is dat de bezwaren tegen besluiten inzake Urgentieverklaringen worden behandeld door één van de wethouders, ondersteund door een juridisch adviseur van de Afdeling Juridische Zaken, ook wel ambtelijk horen genoemd. 2. De bevoegdheid van de algemene bezwarencommissie is zeer ruim.
Op grond van artikel 2, eerste lid van de Verordening is de commissie bevoegd te adviseren over de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. Daarbij kan gedacht worden aan advisering van besluiten genomen op grond van de Wob, APV, AVG, Verkeersbesluiten, Wabo, BRP, Opiumwet, etc.
In artikel 2, tweede lid, van de Verordening zijn bezwaarschriften opgenomen die zijn uitgesloten voor behandeling bij de algemene bezwarencommissie. Voor deze bezwaarschriften geldt dat het wenselijk is om door middel van andere (effectievere) methodiek te horen. Bezwaarschriften gericht tegen de volgende besluiten (artikel 2, tweede lid) worden behandeld door één van de wethouders ondersteunend door een juridisch adviseur van de Afdeling Juridische Zaken (ook wel ambtelijk horen), in plaats van de algemene bezwarencommissie: o enig wettelijk voorschrift inzake sociale zekerheid of bij of krachtens de Participatiewet of Jeugdwet; o enig wettelijk voorschrift bij of krachtens de Wet maatschappelijke ondersteuning en bijbehorende verordening; o enig wettelijk voorschrift bij of krachtens de Wet inburgering. 3. Deze wijziging hoeft niet afgestemd te worden met de Ombudsman, omdat adviseren over een wijziging van de verordening niet behoort tot de taken van een Ombudsman. Daarnaast is er geen sprake van een wezenlijke verandering van de Verordening, het gaat om een aanvulling van de bevoegdheid van de algemene bezwarencommissie.