B10 Verkennend en nader bodem onderzoek.pdf
Tekst van het document
APS - Milieu B.V.
Tappersweg 12E 2031 ET Haarlem Tel.: (023) 538 51 91 info@apsmilieu.nl www.apsmilieu.nl
Verkennend en nader bodemonderzoek inclusief asbest R17-B901 / R18-B017 (versie 2) Ouddiemerlaan 20-22 Diemen
Opdrachtgever: ROCK Beheer BV Sniep 99 1112 AJ Diemen februari 2018 NL52 RABO 0175 8032 77 NL44 INGB 0002 0722 15 KvK Haarlem: 34123303 BTW nr: 815463844B01
APS - Milieu B.V.
Inhoudsopgave 1 Inleiding .......................................................................................................................... 4 2 Vooronderzoek ................................................................................................................... 6 2.1 Historie ........................................................................................................................ 6 2.2 Bodemopbouw en geohydrologie ................................................................................ 9 2.3 Hypothese en strategie verkennend bodemonderzoek............................................... 10 2.3 Onderzoeksstrategie nader bodemonderzoek en conceptueel model ........................ 11 2.4 Hypothese en strategie verkennend asbestonderzoek................................................ 12 2.4 Hypothese en strategie nader asbestonderzoek ......................................................... 13 3 Uitvoering ......................................................................................................................... 14 3.1 Veldwerk verkennend en nader bodemonderzoek..................................................... 14 3.2 Veldwerk verkennend en nader asbestonderzoek......................................................
16 3.3 Laboratoriumonderzoek ............................................................................................ 17 4 Analyseresultaten ............................................................................................................. 20 5 Bespreking onderzoeksresultaten per onderzoek ............................................................. 23 5.1 Verkennend bodemonderzoek ................................................................................... 23 5.2 Nader bodemonderzoek ............................................................................................. 24 5.3 Verkennend asbestonderzoek. ................................................................................... 27 5.4 Nader asbestonderzoek. ............................................................................................. 28 6 Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................ 29 7 Betrouwbaarheid............................................................................................................... 30
Bijlage 1. Topografische kaart............................................................................................. 31 Bijlage 2. Kadastrale kaart................................................................................................... 33 Bijlage 3. Locatietekening met boorpunten / inspectiegaten / sleuven ............................... 35 Bijlage 4. Boorstaten ........................................................................................................... 37 Bijlage 5. Overzicht vooronderzoek .................................................................................... 44 Bijlage 6. Toetsingskader .................................................................................................... 46 Bijlage 7. Referenties .......................................................................................................... 61 Bijlage 8. Monsternemingplannen asbestonderzoek ........................................................... 63 Bijlage 9. Monsternameformulieren asbestonderzoek ........................................................ 68 Bijlage 10. Foto’s ................................................................................................................ 73 Bijlage 11. Berekening asbestconcentratie per sleuf ........................................................... 77 Bijlage 12.
Uitdraaien Sanscrit ............................................................................................ 80 Bijlage 13. Analysecertificaten ........................................................................................... 95
2
APS - Milieu B.V.
Samenvatting Soort onderzoek Aanleiding tot het onderzoek Projectcode Opdrachtgever Adres opdrachtgever Woonplaats en postcode Locatiebenaming Locatieadres Locatie plaats en postcode Kadastrale aanduiding Coördinaten Oppervlakte onderzoekslocatie Te onderscheiden deellocaties Aantal boringen en peilbuizen
Datum veldwerk Datum watermonsters Aantal analyses Aangetroffen verontreinigingen
Conclusies en aanbevelingen
verkennend/nader bodemonderzoek NEN-5740 + asbest in grond NEN-5707 sloop en nieuwbouw R17-B901 / R18-B017 (versie 2) ROCK Beheer BV Sniep 99 1112 AJ Diemen Ouddiemerlaan 20-22 te Diemen Ouddiemerlaan 20-22 1111 HJ Diemen sectie F, nummer 95, gemeente Diemen X: 126061 / Y: 483540 732 m2 01. gehele onderzoekslocatie verkennend onderzoek: 7 waarvan 1 afgewerkt met een peilbuis + 3 inspectiegaten asbest nader onderzoek: 7 waarvan 1 afgewerkt met een peilbuis + 5 sleuven t.b.v. asbestonderzoek 17 november en 8 december 2017, 16 januari 2018 1 december 2017 en 23 januari 2018 14x NEN grond, 5x asbest in grond, 4x asbest in materiaal, 2x NEN grondwater Er is sprake van drie gevallen van ernstige verontreiniging: − De verontreiniging met zware metalen en PAK als gevolg van de ophooglaag en bijmengingen; − De verontreiniging met PCB, mogelijk veroorzaakt door een PCB-houdende oliesoort; − De verontreiniging met asbest (uitpandig) - De gevallen van ernstige verontreiniging vormen een belemmering voor de voorgenomen herinrichting; - Opstellen saneringsplan.
3
APS - Milieu B.V.
1 Inleiding In november/december 2017 en januari 2018 heeft APS-Milieu in opdracht van ROCK Beheer BV te Diemen een verkennend nader bodemonderzoek, inclusief verkennend - en nader onderzoek naar asbest in grond uitgevoerd op de locatie Ouddiemerlaan 20-22 te Diemen. Het onderzoek is uitgevoerd conform BRL SIKB 2000, VKB-protocol 2001 plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, VKB-protocol 2002 het nemen van grondwatermonsters en VKB-protocol 2018 locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem. APS-Milieu verklaart dat er geen andere relaties bestaan met de opdrachtgever van het bodemonderzoek anders dan die van opdrachtgever versus opdrachtnemer. Onderstaande verklaren de veld- en/of rapportagewerkzaamheden conform de geldende normen en onafhankelijk van de opdrachtgever te hebben uitgevoerd. Naam: Onderzoeksbureau: Certificaatnummer: Ondertekening:
Dhr. G. Baars APS Milieu B.V. VB-028
Naam: Onderzoeksbureau: Certificaatnummer: Ondertekening:
Dhr. J.W. Munneke APS Milieu B.V. VB-028
Naam: Onderzoeksbureau: Certificaatnummer: Ondertekening:
Dhr. D. van der Linden APS Milieu B.V. VB-028
Rapportage 2000 Naam: Onderzoeksbureau: Ondertekening:
Mevr. W. Berrevoets APS-Milieu B.V.
4
APS - Milieu B.V.
Rapportage vrijgegeven door: Naam: Ing. J.J. de Vlieger Onderzoeksbureau: APS Milieu B.V. Certificaatnummer: VB-028 Ondertekening:
De aanleiding tot het uitvoeren van het bodemonderzoek is de voorgenomen sloop en nieuwbouw op de locatie. Een dergelijk onderzoek dient te worden uitgevoerd als verkennend bodemonderzoek volgens de NEN-5740, waarbij het vooronderzoek dient te voldoen aan het verminderde basisniveau volgens de NEN-5725. Omdat tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden bijmengingen in de vorm van baksteen en ander bodemvreemd materiaal zijn aangetroffen, is op een gedeelte van de locatie tevens een verkennend onderzoek asbest conform de NEN-5707 uitgevoerd. Het doel van verkennend bodemonderzoek is: • Bepalen of er al dan niet sprake is van bodemverontreiniging, conform de Wet bodembescherming; • Eventueel bepalen of er een nader onderzoek gewenst is naar de ernst en omvang van de bodemverontreiniging; Uit de resultaten van de verkennend onderzoeken bleek dat nader onderzoek naar de aangetroffen verontreinigingen (m.n. PCB, minerale olie en asbest) noodzakelijk is. De onderzoeksstrategie voor het nader onderzoek naar PCB en minerale olie is gebaseerd op de NTA-5755. Het nader onderzoek naar asbest is uitgevoerd conform de NEN-5707. Het doel van een nader onderzoek is het bepalen van de ernst en omvang van de aangetroffen verontreinigingen en, indien sprake blijkt van een historische verontreiniging (ontstaan vóór 1987), het bepalen van de urgentie van een eventuele sanering.
5
APS - Milieu B.V.
2 Vooronderzoek 2.1 Historie De ligging van de locatie is aangegeven op de topografische kaart (bijlage 1) en tevens op een kadastrale tekening (bijlage 2). Ook zijn er foto's gemaakt van het onderzochte terrein (bijlage 10). Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2009, strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek. In bijlage 5 is een overzicht van de verkregen gegevens opgenomen. De onderzoekslocatie ‘Ouddiemerlaan 20-22’ ligt in het centrum van Diemen en betreft het kadastrale perceel, bekend als F 95 van de gemeente Diemen. Het perceel is eigendom van de heer A. Colijn en mevrouw G.W. Kiers en heeft een oppervlakte van 732 m2. De omschrijving van het kadastrale object is ‘wonen met bedrijvigheid’. In de omgeving is sprake van woningen, bedrijven en openbare weg. Het westelijk deel van het perceel is bebouwd. Momenteel is de begane grond van de bebouwing gedeeltelijk in gebruik als winkel (kleding, sieraden). Het oostelijk deel van het perceel is onbebouwd. De bebouwing zal worden gesloopt en er zal nieuwbouw plaatsvinden. Bij de omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied zijn gegevens opgevraagd van de bodemkwaliteit op de onderzoekslocatie en de ligging van historische bodembedreigende activiteiten (bijv. ondergrondse tanks). Ook is het Bodemloket geraadpleegd.
Uit de verzamelde informatie blijkt dat ter plaatse van Ouddiemerlaan 20-22 de volgende (historische) bodembedreigende activiteiten bekend zijn: • Grafische industrie / uitgeverijen, 1960-onbekend; • Verfspuitinrichting (hout), 1960-onbekend; • Verfspuitinrichting (metaal), 1968-onbekend; • Reclamedrukkerij, 1984-onbekend; • Gereedschapswerktuigenfabriek, 1992-onbekend. Voor zover bekend zijn in het verleden ter plaatse van Ouddiemerlaan 20-22 de volgende bodemonderzoeken uitgevoerd: • Historisch onderzoek, BK Ingenieurs BV, rapportnummer 20030020, rapportdatum 1704-2003 Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van het landsdekkend beeld. De resultaten zijn verwerkt in navolgend oriënterend onderzoek.
6
APS - Milieu B.V.
•
•
Oriënterend onderzoek ‘nieuwe stijl’ Ouddiemerlaan 20-22/Prinses Irenestraat 3 te Diemen, BK Ingenieurs BV, rapportnummer 20030551, rapportdatum 30-01-2004 Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Diemen in het kader van de Oriënterende Onderzoeken ‘nieuwe stijl’ provincie Noord-Holland (OO’ns), waarbij het doel is om een snelle uitspraak te doen over de mogelijk ernst en urgentie van een potentiële verontreiniging op de verdachte locatie. De locatie is in het verleden gebruikt als grafisch bedrijf, verfspuiterij en reparatie van lasapparaten. Het onderzoek is vrijwel geheel uitgevoerd op het oostelijke, uitpandige, deel van de locatie. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de puin-, kool- en bitumenhoudende bovengrond (0-0,5 m-mv) sterk verontreinigd is met lood, zink en PAK, matig verontreinigd met cadmium en koper en licht verontreinigd met kwik, nikkel en EOX. Daarnaast is een licht verhoogd gehalte aan minerale olie aangetoond. Ter plaatse van het zuidwestelijk deel van het uitpandige deel van de locatie is in de ondergrond (1,2-1,5 m-mv) een sterke verontreinigd met minerale olie aangetroffen en een lichte verontreiniging met xylenen en tolueen. Het grondwater blijkt slechts licht verontreinigd met minerale olie, zink, cis-1,2-dichlooretheen, chloroform.
Het grondwater ten westen van het pand (trottoir Ouddiemerlaan) is niet verontreinigd met de onderzochte componenten. Ter plaatse van het noordoostelijk deel van de locatie zijn tussen 0,3 en 0,8 m-mv twee stukjes asbesthoudend plaatmateriaal aangetroffen (hechtgebonden chrysotiel 15-30%). Nader onderzoek, Wareco, rapportnummer Am16.004ak.rap, rapportdatum 21-01-2005 Dit onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeente Diemen. Uit het onderzoek blijkt dat de puin-, sintels- en/of koolhoudende grondlaag tot 1,9 mmv matig tot sterk verontreinigd is met PAK en zware metalen. De omvang van de sterke grondverontreiniging op de locatie bedraagt circa 700 m2. Op basis van een uitgevoerde risicobeoordeling voor het gebruik van de locatie als ‘wonen met tuin’ is geen sprake van actuele risico’s. Er is sprake van een ernstig, niet urgent, geval van bodemverontreiniging. De verontreiniging met minerale olie is mogelijk tot maximaal 2 m-mv aanwezig; de omvang van deze verontreiniging op de locatie wordt geschat op circa 14 m3.
Opgemerkt wordt dat bovengenoemde rapportages pas tijdens de uitvoering van het nader onderzoek zijn verkregen, zodat met de resultaten pas in de loop van het nader onderzoek rekening kon worden gehouden. In de omgeving van de onderzoekslocatie (<25 meter) zijn de volgende (historische) bodembedreigende activiteiten en/of uitgevoerde bodemonderzoeken bekend: • Burgemeester de Kievietstraat 5, Diemen Fotochemische productenfabriek, periode onbekend. • Centrum Oost, rioolrenovatie B. de Kievitstraat en omgeving, Diemen In 2014 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De grond blijkt verontreinigd met zware metalen en PAK; een sanering is noodzakelijk. In 2015/2016 zijn saneringsplannen ingediend en is een saneringsevaluatie opgesteld.
7
APS - Milieu B.V.
•
•
Ouddiemerlaan 24, Diemen In 1994 is een verkennend bodemonderzoek bedrijfsterrein Bemi te Diemen uitgevoerd in opdracht van Tankinstallatiebedrijf Kaspers BV (Grondslag, rapport 945, 2 maart 1994). Het doel van het onderzoek was het aangeven van de milieukundige kwaliteit van grond en grondwater ter plaatse van de aanwezig ondergrondse tank(s) en olieafscheider. Het perceel is voorheen in gebruik geweest als garage; onder de betonvloer zijn tanks en een olieafscheider aanwezig. In 1994 is het perceel in gebruik als opslag van sanitaire artikelen. Zintuiglijk zijn geen oliegeuren waargenomen. De bovengrond (zand) bevat puin- en gruissporen. Het onderzoek heeft zich alleen gericht op de aanwezigheid van minerale olie en vluchtige aromaten als gevolg van de aanwezigheid van de tanks. Uit de analyseresultaten blijkt dat de grond en het grondwater niet verontreinigd zijn met minerale olie en/of vluchtige aromaten. Volgens informatie van de gemeente Diemen zijn in 1994 drie ondergrondse brandstoftanks onklaar gemaakt. Tolburg (Muiderstraatweg / Ouddiemerlaan), Diemen Ter plaatse van de Burgermester de Kievietstraat zijn o.a. een autobusonderneming (1923-1998), een benzinepompinstallatie (1931-1998), een autowasserij (tot 1998) en een autoreparatiebedrijf (1964-1998) aanwezig geweest.
Of deze activiteiten binnen een straal van 25 meter van Ouddiemerlaan 20-22 hebben plaatsgevonden blijkt niet uit de omgevingsrapportage van de omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Tussen 1990 en 2006 zijn diverse bodemonderzoeken en saneringen uitgevoerd. Er heeft monitoring (nazorg) plaatsgevonden ter plaatse van de Ouddiemerlaan tot in ieder geval 2014 (in verband met een minerale olieverontreiniging in het grondwater).
Uit de bodemkwaliteitskaart van de regio Amstelland-Meerlanden blijkt dat de bovengrond (0-0,5 m-mv) en de ondergrond (0,5-2 m-mv) worden ingedeeld in de klasse ‘industrie’ (heterogene zone’. Door de gemeente Diemen is aangegeven dat op verscheidene locaties in Diemen-Centrum sprake is van bodemverontreiniging door de ophooglaag; hier worden gehalten van minerale olie, koper, kwik, lood, zink en PAK gevonden die boven de toetsingswaarden liggen. Deze bodemkwaliteit is kenmerkend voor de oudere bebouwingsdelen van onder andere Diemen en wordt veelal veroorzaakt door het jaren lang ophogen met puin, kolen en dergelijke. De bebouwing ter plaatse van de Ouddiemerlaan zijn gebouwd voor de aanleg van het aardgasnet. Bodemverontreiniging door de opslag van vaste en/of vloeibare brandstoffen (kolen, minerale olie, petroleum) kan ook mogelijk zijn evenals het aanbrengen van verbrandingsresten (sintels) op de bodem. Conclusie vooronderzoek Op basis van het vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie als verdachte locatie beschouwd. Op de onderzoekslocatie zijn diverse historische bodembedreigende activiteiten en verontreinigingen bekend. De locatie kan als ‘asbestverdacht’ worden aangemerkt
8
APS - Milieu B.V.
2.2 Bodemopbouw en geohydrologie Het maaiveld van de locatie ligt op circa 0,8 -NAP. In onderstaande tabel is de regionale bodemopbouw op de locatie tot circa 50 m-mv (meter minus maaiveld) aangegeven. Bodemopbouw Diepte (m-mv) 0–9
Formatie Holocene afzettingen
9 – 17
Formatie van Boxtel
17 – 20
Eem Formatie
20 – 23
Eem Formatie
23 – 39
Formatie van Drente
39 – 48
Formatie van Drente
48 – >50
Formatie van Drente
Samenstelling Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden en fijn zand, met weinig zandige klei en grof zand en een spoor klei, veen en grind Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei en klei, met weinig fijn en midden zand en een spoor veen en grof zand Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit midden, grof en fijn zand, met weinig kleiig zand en een spoor klei en grind Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei Kleiige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit zandige klei en klei, met weinig fijn en midden zand en een spoor grof zand en grind Zandige eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit grof en midden zand, met weinig zandige klei, fijn zand en grind en een spoor klei
bron: Dinoloket, december 2017
In de directe omgeving van de onderzoekslocatie zijn geen peilbuizen bekend, die informatie kunnen geven over de grondwaterstand ter plaatse en de grondwaterstromingen in de diepe ondergrond. (Bron: Dinoloket, d.d. december 2017).
9
APS - Milieu B.V.
2.3 Hypothese en strategie verkennend bodemonderzoek Aan de hand van een vooronderzoek (uitgevoerd volgens de NEN-5725) worden deellocaties benoemd waarvoor verschillende hypothesen gelden met betrekking tot de (mogelijke) bodembelasting. In de onderstaande tabel worden de deellocaties en de daarvoor geldende aannames (aard en voorkomen van de verontreiniging) nader uitgewerkt. De hypothese “verdachte diffuus belaste niet-lijnvormige locatie met een heterogeen verdeelde verontreinigende stof op schaal van monsterneming (VED-HE-NL)” wordt gesteld als er uit het vooronderzoek blijkt dat er op de locatie mogelijk diffuse bodembelasting heeft plaatsgevonden met een heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. Hierbij valt te denken aan ophooglagen. Er wordt op deze deellocaties verontreiniging in de grond en/of het grondwater verwacht met bepaalde stoffen. De subhypothese “kleinschalig” is van toepassing op kleinere locaties (<1 ha) of op grotere locaties als deze kleinschalig zijn verkaveld, bebouwd zijn en/of een sterk wisselend gebruik kennen. Overzicht van deellocaties en gevolgde strategie code LOCA
deellocatie gehele onderzoekslocatie (Ouddiemerlaan 20-22 Diemen)
strategie
schaal
boringen
analyses
opmerking
3
Analyseren verdachte lagen
2
NEN-5740 verdacht
732 m
toplaag ondergrond freatisch grondwater (met peilbuis)
10
5 1 1
1
APS - Milieu B.V.
2.3 Onderzoeksstrategie nader bodemonderzoek en conceptueel model Uit de onderzoeksresultaten van het verkennend onderzoek bleek dat enkele aangetoonde verontreinigingen nader onderzoek behoeven. Daarnaast zijn onderzoeksresultaten uit 20042005 beschikbaar gekomen tijdens de uitvoering van het nader onderzoek. Op basis van alle beschikbare onderzoeksresultaten is besloten de volgende verontreinigingen nader te onderzoeken: • De verontreiniging met PCB in de inpandige bovenlaag (0,6-1,1 m-mv); • De verontreiniging met minerale olie ter plaatse van de inpandige bovenlaag (0,61,1, m-mv). De oorzaak van deze verontreinigingen is niet bekend. Mogelijk betreft het een verontreiniging door het gebruik van PCB-houdende verven of een PCB-houdende oliesoort. De minerale olieverontreiniging zou eventueel ook gerelateerd kunnen worden aan de ophooglaag. Omdat de oorzaak niet bekend is, zullen ten behoeve van het bepalen van de omvang van de verontreinigingen boringen rondom en ter plaatse van de hoogst gemeten gehalten PCB (boringen 04 en 05 verkennend onderzoek) en minerale olie (boring 04 verkennend onderzoek) worden geplaatst. De grond wordt onderzocht op PCB en minerale olie. Daarnaast zal het grondwater ter plaatse van de zintuiglijk meest verontreinigde boring worden onderzocht op minerale olie en vluchtige aromaten.
Tevens zijn tijdens het verkennend onderzoek matige tot sterke verontreinigingen met zware metalen (kobalt, cadmium, koper, lood, zink en nikkel) en PAK aangetoond. Deze verontreinigingen zijn te relateren aan de ophooglaag die aanwezig is in het centrum van Diemen. Er wordt daarom niet gericht onderzoek op deze componenten uitgevoerd; wel worden deze componenten geanalyseerd in de monsters die ten behoeve van het onderzoek op PCB en/of minerale olie worden onderzocht.
11
APS - Milieu B.V.
2.4 Hypothese en strategie verkennend asbestonderzoek Aan de hand van de in het historisch onderzoek verzamelde gegevens en de uitgevoerde terreininspectie is voor de locatie een hypothese opgesteld met betrekking tot de mogelijke bodembelasting met asbesthoudend materiaal. De locatie kan als ‘asbestverdacht’ worden aangemerkt vanwege de aanwezigheid van baksteen en ander bodemvreemd materiaal in de grond. De hypothese “verdachte bovengrond diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld” wordt gesteld als er uit het vooronderzoek blijkt dat er op de locatie mogelijk diffuse bodembelasting heeft plaatsgevonden met een heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. Hierbij valt te denken aan: • ophooglagen en stortingen van asbestverdacht puin dan wel asbestverdachte grond of baggerspecie; • bodem met restanten asbestverdacht materiaal door onzorgvuldige sloop/onderhoud van gebouwen; • bodem met restanten asbesthoudend of asbestverdacht granulaat; • bewerkte bodem na plaatselijk of oppervlakkige bodembelasting door brand-, explosie-, stormschade, verwering/uitspoeling, enz; De subhypothese “kleinschalig” is van toepassing op kleinere locaties (<1 ha) of op grotere locaties als deze kleinschalig zijn verkaveld, bebouwd zijn en/of een sterk wisselend gebruik kennen.
Na het stellen van deze hypothese voor de locatie werd een onderzoeksstrategie gekozen teneinde de hypothese te kunnen toetsen. In de onderstaande tabel worden de deellocaties en de daarvoor geldende aannames (aard en voorkomen van de verontreiniging) nader uitgewerkt. Overzicht van deellocaties en gevolgde strategie code
deellocatie
strategie
schaal
LOCA
uitpandig deel locatie
NEN-5707 verdacht gaten tot 0,5 m-mv
400 m2
boringen tot ongeroerde laag
12
gaten/ boringen
analyses
3
1
1
-
opmerking
APS - Milieu B.V.
2.4 Hypothese en strategie nader asbestonderzoek Aan de hand van de verzamelde gegevens is de locatie opgedeeld in één ruimtelijke eenheid: • RE 1 = uitpandige terreindeel. Het inpandige terreindeel kan niet onderzocht worden vanwege het huidige gebruik van de bebouwing. Voor de ruimtelijke eenheid is een hypothese opgesteld met betrekking tot de mogelijke bodembelasting met asbesthoudend materiaal. Voor RE1 wordt de hypothese “verdacht” gesteld omdat bij het verkennend bodemonderzoek stukjes asbest in de bodem zijn aangetroffen. Na het stellen van deze hypothese voor de locatie is een onderzoeksstrategie gekozen om de hypothese te toetsen. Voor een verdachte locatie met een diffuse, homogeen verdeelde bodembelasting in de bovengrond wordt de volgende strategie gevolgd: visuele inspectie van de bovengrond; indelen van de locatie in ruimtelijke eenheden van maximaal 1000 m2; verzamelen asbestverdacht materiaal per ruimtelijke eenheid; inspectie en monsterneming op 5 aselect gekozen plaatsen per ruimtelijke eenheid.
13
APS - Milieu B.V.
3 Uitvoering 3.1 Veldwerk verkennend en nader bodemonderzoek Het veldwerk bestond uit het uitvoeren van boringen, het plaatsen van een peilbuis en het nemen van grond- en grondwatermonsters. Van alle boringen zijn boorbeschrijvingen gemaakt conform de NEN-5104, welke zijn opgenomen in bijlage 4. Uit de boorbeschrijvingen blijkt dat de bodem op de locatie tot de verkende boordiepte van 2,5 m-mv voornamelijk uit zand bestaat. Plaatselijk is in de ondergrond (vanaf 2 m-mv) veen aangetroffen. Het grondwater is één week na plaatsing van het filter bemonsterd.. In het veld is de grondwaterstand ingemeten en zijn de geleidbaarheid, de pH en de troebelheid van het grondwater bepaald. De monsters zijn gekoeld getransporteerd en opgeslagen. In de onderstaande tabellen zijn de veldwerkgegevens, evenals de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. Overzicht van boringen, peilbuizen en zintuiglijke waarnemingen boring
diepte boring (m-mv) verkennend onderzoek 01 2,50 02
2,00
03
2,00
04
0,81
05
1,00
06
1,00
07
0,76
nader onderzoek 101 1,70
102
2,30
datum
van - tot (m-mv)
waarnemingen
17-11-2017 17-11-2017 17-11-2017 17-11-2017 8-12-2017 8-12-2017 8-12-2017 8-12-2017 8-12-2017 8-12-2017 8-12-2017 8-12-2017 8-12-2017 8-12-2017 8-12-2017 8-12-2017
1,00 - 2,20 2,20 - 2,50 0,50 - 1,00 1,00 - 2,00 0,00 - 0,60 0,60 - 1,00 1,00 - 2,00 0,00 - 0,60 0,60 - 0,80 0,80 - 0,81 0,05 - 0,50 0,50 - 1,00 0,05 - 0,50 0,50 - 1,00 0,50 - 0,75 0,75 - 0,76
monstermateriaal verzamelen niet mogelijk matig puinhoudend, resten stenen, zwakke olie-water reactie matig puinhoudend matig sintelhoudend, matig grindhoudend loze ruimte sterk slakhoudend, sterk sintelhoudend uiterst sintelhoudend, uiterst slakhoudend, resten kolengruis, resten glas loze ruimte matig slakhoudend, resten sintels gestaakt/obstructie sterk puinhoudend uiterst slakhoudend, uiterst sintelhoudend, resten puin sterk puinhoudend, plaatje asbestverdacht materiaal op 0,2 m-mv uiterst slakhoudend, uiterst sintelhoudend, resten puin uiterst kolengruishoudend, uiterst sintelhoudend, uiterst slakhoudend gestaakt/obstructie
23-1-2018 23-1-2018 23-1-2018
0,00 - 0,21 0,21 - 0,75 0,75 - 1,20
23-1-2018 23-1-2018
1,20 - 1,50 1,50 - 1,70
23-1-2018 23-1-2018 23-1-2018
0,00 - 0,16 0,16 - 0,50 0,50 - 1,10
23-1-2018 23-1-2018
1,10 - 1,70 1,70 - 2,10
beton leeg matig puinhoudend, sporen slakken, matig baksteenhoudend, zwak glashoudend brokken baksteen, sterk roesthoudend matig veenhoudend, zwak puinhoudend, matig houthoudend, gestuit op hout beton leeg matig puinhoudend, sporen slakken, matig baksteenhoudend, zwak glashoudend brokken baksteen, sterk roesthoudend, brokken puin matig veenhoudend, zwak puinhoudend
14
APS - Milieu B.V.
Overzicht van boringen, peilbuizen en zintuiglijke waarnemingen (vervolg) boring
diepte boring (m-mv) nader onderzoek (vervolg) 103 1,70
104
2,00
105
2,60
106
1,60
datum
van - tot (m-mv)
waarnemingen
23-1-2018 23-1-2018 23-1-2018 23-1-2018 23-1-2018 23-1-2018 23-1-2018 23-1-2018 23-1-2018 23-1-2018 23-1-2018 23-1-2018 23-1-2018 23-1-2018 23-1-2018 23-1-2018 23-1-2018 23-1-2018
0,00 - 0,05 1,20 - 1,40 1,40 - 1,70 0,00 - 0,05 0,60 - 1,20 1,20 - 1,70 1,70 - 2,00 0,00 - 0,28 0,28 - 0,70 0,70 - 1,30 1,30 - 1,80 1,80 - 2,20 0,00 - 0,05 0,05 - 0,60 0,60 - 1,00 1,00 - 1,20 1,20 - 1,40 1,40 - 1,60
tegel sterk slakhoudend zwak houthoudend, brokken baksteen, zwak puinhoudend, gestuit op hout tegel zwak slakhoudend, zwak sintelhoudend, brokken puin zwak slakhoudend, brokken beton, zwak sintelhoudend, matig puinhoudend sporen puin, sporen slakken beton leeg zwak roesthoudend, brokken puin, zwak baksteenhoudend brokken puin matig puinhoudend, zwak slakhoudend tegel geen olie-water reactie volledig grind, sterk zandhoudend, zwak puinhoudend, zwak slakhoudend volledig slakken, sterk zandhoudend, zwak baksteenhoudend zwak slakhoudend, zwak grindhoudend, zwak baksteenhoudend gestuit onbekend oppervlak
Overzicht grondwatermonstername peilbuis
van - tot (m-mv) verkennend onderzoek 01 1,50 - 2,50 nader onderzoek 105 1,60 - 2,60
grondwaterstand (m-mv)
EC (µS/cm)
pH
troebelheid (NTU)
datum
0,65
838
7,3
7,31
1-12-2017
0,75
979
7,8
67,8
30-1-2018
15
APS - Milieu B.V.
3.2 Veldwerk verkennend en nader asbestonderzoek Verkennend onderzoek asbest Ten behoeve van de visuele inspectie werd de onderzoekslocatie (oostelijk deel Ouddiemerlaan 20-22 te Diemen) met een oppervlakte van 400 m2 opgedeeld in rasters van 1 bij 1 meter. De inspectie is uitgevoerd op een bewolkte dag met <10 mm neerslag (regen/hagel). De locatie is verhard met tegels; derhalve wordt de locatie als ‘niet inspecteerbaar’ bestempeld. Bij de inspectie werden op het maaiveld geen stukjes asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het veldwerk t.b.v. het verkennend onderzoek bestond uit het graven van 3 inspectiegaten van 30 cm lang, 30 cm breed en circa 50 cm diep. Hieruit werden uit de inspectiegaten AS05 en AS06 monsters genomen van minimaal 10 kg. De monsters zijn aan het laboratorium aangeboden. Ter plaatse van AS06 is op een diepte van 0,2 m-mv een stukje asbestverdacht materiaal aangetroffen (18 gram). Nader onderzoek asbest Ten behoeve van de visuele inspectie werd de onderzoekslocatie (oostelijk deel Ouddiemerlaan 20-22 te Diemen) met een oppervlakte van 400 m2 opgedeeld in rasters van 1 bij 1 meter. De inspectie is uitgevoerd op een bewolkte dag met <10 mm neerslag (regen). De locatie is verhard met tegels; derhalve wordt de locatie als ‘niet inspecteerbaar’ bestempeld. Bij de inspectie werden op het maaiveld geen stukjes asbestverdacht materiaal aangetroffen.
Het veldwerk t.b.v. het nader onderzoek bestond uit het graven van 5 sleuven van 200 cm lang, 40 cm breed en circa 100 cm diep. Uit de sleuven zijn monsters verzameld (minimaal 10 kg per monster). De monsters zijn aan het laboratorium aangeboden. Ter plaatse van de sleuven SL1, SL2 en SL3 zijn stukjes asbestverdacht materiaal aangetroffen (zie tabel). In de navolgende tabel zijn de veldwerkgegevens, evenals de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. De beschrijvingen van de bodemopbouw van inspectiegaten en sleuven zijn opgenomen in bijlage 4.
16
APS - Milieu B.V.
Overzicht van inspectiegaten, sleuven en zintuiglijke waarnemingen boring
diepte inspectiegat/sleuf (m-mv) verkennend onderzoek asbest AS05 1,00 (inspectiegat) AS06 1,00 (inspectiegat) AS07 0,76 (inspectiegat) nader onderzoek asbest SL1 1,30
datum
van - tot (m-mv)
waarnemingen
8-12-2017 8-12-2017 8-12-2017
0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,00 - 0,50
sterk puinhoudend sterk puinhoudend, plaatje asbestverdacht materiaal op 0,2 m-mv -
16-1-2018
0,25 - 1,10
sterk puinhoudend, sterk kolengruishoudend, sterk sintelhoudend, sterk slakhoudend, asbest (2 stukjes) grondwater op 80 cm, geen monster mogelijk van ondergrond sterk puinhoudend, sterk sintelhoudend, sterk slakhoudend, matig asbesthoudend, asbest (14 stukjes) sterk puinhoudend, sterk sintelhoudend, sterk slakhoudend, asbest (1 stukje) grondwater op 80 cm, geen monster mogelijk van ondergrond sterk puinhoudend, sterk sintelhoudend, sterk slakhoudend sterk puinhoudend, sterk sintelhoudend, sterk slakhoudend
SL2
1,30
16-1-2018 16-1-2018
1,10 - 1,30 0,30 - 1,00
SL3
1,20
16-1-2018
0,20 - 1,00
SL4 SL5
1,20 2,00
16-1-2018 16-1-2018 16-1-2018
1,00 - 1,20 0,30 - 1,00 0,40 - 1,30
3.3 Laboratoriumonderzoek De in het veld genomen monsters zijn volgens het onderstaande schema ter analyse aangeboden aan een door de RvA geaccrediteerd laboratorium. Eventueel zijn grondmonsters gecombineerd tot mengmonsters. Bij grondwateronderzoek worden in verband met per soort analyse verschillende voorgeschreven wijze van bemonstering en conservering soms meerdere monsters uit een filter genomen.
17
APS - Milieu B.V.
Overzicht van uitgevoerde analyses en samenstelling mengmonsters grond code
omschrijving
verkennend bodemonderzoek MM01 mengmonster bovengrond inpandig, zand, matige tot sterke bijmengingen (slakken/sintels) 03-1 separaat monster boring 03, zand, sterk slaken sintelhoudend 04-1 separaat monster boring 04, zand, matig slakhoudend, resten sintels MM02 mengmonster bovengrond uitpandig, zand, sterke bijmengingen (puin) 05-1 separaat monster boring 05, zand, sterk puinhoudend 06-1 separaat monster boring 06, zand, sterk puinhoudend MM03 mengmonster bovengrond uitpandig, zand
nader bodemonderzoek 101-1 horizontale afperking westelijke richting, PCB en minerale olie 102-1 horizontale afperking noordelijke richting, PCB en minerale olie 103-1 horizontale afperking oostelijke richting, PCB en minerale olie 104-2 horizontale afperking zuidelijke richting, PCB en minerale olie 105-2 verticale afperking, PCB en minerale olie 105-3 verticale afperking, PCB en minerale olie 106-1 horizontale afperking, noordwestelijke richting; verkennend onderzoek asbest 05-3 veldmengmonster grond AS05 06-3 veldmengmonster grond AS06 06-4 asbestverdacht materiaal nader onderzoek asbest VMM01 veldmengmonster bovengrond, sleuven SL1, SL2, SL3, SL4 en SL5
deelmonsters (traject in m-mv)
analyse pakket
03 (0,60 - 1,00) 04 (0,60 - 0,80)
Standaard pakket incl. lutum en organische stof
03 (0,60 - 1,00)
Standaard pakket incl. lutum en organische stof
04 (0,60 - 0,80)
Standaard pakket incl. lutum en organische stof
05 (0,05 - 0,50) 06 (0,05 - 0,50) 05 (0,05 - 0,50)
Standaard pakket incl. lutum en organische stof
06 (0,05 - 0,50)
Standaard pakket incl. lutum en organische stof
01 (0,05 - 0,55) 01 (0,55 - 1,00) 02 (0,05 - 0,50) 07 (0,05 - 0,50)
Standaard pakket incl. lutum en organische stof
101 (0,75 - 1,20)
Standaard pakket incl. lutum en organische stof
102 (0,50 - 1,00)
Standaard pakket incl. lutum en organische stof
103 (0,20 - 0,70)
Standaard pakket incl. lutum en organische stof
104 (0,70 - 1,20)
Standaard pakket incl. lutum en organische stof
105 (1,30 - 1,80) 105 (1,80 - 2,20) 106 (0,10 - 0,60)
Standaard pakket incl. lutum en organische stof Standaard pakket incl. lutum en organische stof Standaard pakket incl. lutum en organische stof
05 (0,05 - 0,50) 06 (0,05 - 0,50) 06 (0,20 - 0,21)
Asbest in bodem conform NEN 5898 Asbest in bodem conform NEN 5898 Asbest in materiaal verzamelmonster conform NEN 5896 / NEN 5707
SL1 (0,05 - 0,25) SL2 (0,05 - 0,30) SL3 (0,05 - 0,20) SL4 (0,05 - 0,30) SL5 (0,05 - 0,40) SL1 (0,25 - 1,10) SL1 (0,25 - 1,10) SL2 (0,30 - 1,00) SL2 (0,30 - 1,00) SL3 (0,20 - 1,00) SL3 (0,20 - 1,00) SL4 (0,30 - 1,00) SL4 (0,30 - 1,00) SL5 (0,40 - 1,30) SL5 (0,40 - 1,30) SL2 (1,00 - 1,30)
Asbest in bodem conform NEN 5898
SL1 (0,25 - 1,10)
Asbest in materiaal verzamelmonster conform NEN 5896 / NEN 5707 Asbest in materiaal verzamelmonster conform NEN 5896 / NEN 5707 Asbest in materiaal verzamelmonster conform NEN 5896 / NEN 5707
VMM02
veldmengmonster zand met bijmengingen waarin stukjes asbest zijn aangetroffen, sleuven SL1, SL2 en SL3
VMM03
veldmengmonster zand met bijmengingen, sleuven SL4 en SL5
VMM04 P01
veldmengmonster ondergrond, zand zonder bijmengingen, sleuf SL2 asbestverdacht materiaal sleuf SL1
P02
asbestverdacht materiaal sleuf SL2
SL2 (0,30 - 1,00)
P03
asbestverdacht materiaal sleuf SL3
SL3 (0,20 - 1,00)
18
Standaard pakket incl. lutum en organische stof
Asbest in bodem conform NEN 5898
Asbest in bodem conform NEN 5898
Asbest in bodem conform NEN 5898
APS - Milieu B.V.
Overzicht van uitgevoerde analyses grondwater code
omschrijving
verkennend onderzoek 01-1-1 grondwatermonster peilbuis 01 nader onderzoek 105-1-1 grondwatermonster peilbuis 105
Filterdiepte (m -mv)
analyse pakket
1,50 - 2,50
Standaard pakket GW (nieuw) Amsterdam
1,60 - 2,60
BTEXN + Minerale olie GC
19
APS - Milieu B.V.
4 Analyseresultaten De resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn in de onderstaande tabellen getoetst aan de meest recente versie van de AW2000- en interventiewaarden uit de circulaire bodemsanering, waarbij de gemeten waarde zijn omgerekend volgens het gehalte organisch stof en kleidelen (lutum). Het toetsingskader is bij dit rapport opgenomen als bijlage 6. Tevens zijn de analyseresultaten getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) om een indicatie te krijgen van de bodemfunctieklasse en de hergebruikmogelijkheden van de grond. Voor een volledig overzicht van de gemeten waarden wordt verwezen naar de analysecertificaten in bijlage 11. Overschrijdingstabel grondmonsters, toetsing grond volgens Wbb en Bbk code
Traject (m-mv) verkennend onderzoek MM01 0,60 - 1,00
>AW
>T
>I
Bbk
Minerale olie C10 - C40 (0,12) Molybdeen [Mo] (0,04) Kwik [Hg] (0,12)
Kobalt [Co] (0,58) Cadmium [Cd] (0,84)
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
03-1
0,60 - 1,00
Koper [Cu] (0,99)
04-1
0,60 - 0,80
PCB (som 7) (0,37) Minerale olie C10 - C40 (0,02) Kobalt [Co] (0,15) Nikkel [Ni] (0,4) Cadmium [Cd] (0,21) Kwik [Hg] (0,07) PAK 10 VROM (0,3) Kobalt [Co] (0,47) Nikkel [Ni] (0,31) Molybdeen [Mo] (0,04) Kwik [Hg] (0,01)
PCB (som 7) (8,04) Nikkel [Ni] (1,57) Koper [Cu] (1,4) Zink [Zn] (3,97) Lood [Pb] (8,13) Barium [Ba] (3,6)1 PAK 10 VROM (5) Zink [Zn] (2,32) Lood [Pb] (1,3) Barium [Ba] (1,33)1
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
MM02
0,05 - 0,50
Nikkel [Ni] (0,57) Koper [Cu] (0,63) Zink [Zn] (0,96) Barium[Ba] (0,84)1
05-1
0,05 - 0,50
Zink [Zn] (0,72)
PCB (som 7) (1,61)2 PAK 10 VROM (4,35)
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
06-1
0,05 - 0,50
Zink [Zn] (0,87)
Nikkel [Ni] (1,11) Koper [Cu] (1,48) Barium [Ba] (1,5)1 PAK 10 VROM (5,42)
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
MM03
0,05 - 1,00
PCB (som 7) (0,33) Minerale olie C10 - C40 (0,26) Kobalt [Co] (0,11) Molybdeen [Mo] (-) Cadmium [Cd] (0,05) Kwik [Hg] (-) Lood [Pb] (0,38) Minerale olie C10 - C40 (0,41) Kobalt [Co] (0,03) Nikkel [Ni] (0,09) Koper [Cu] (0,03) Cadmium [Cd] (0,08) Lood [Pb] (0,22) Barium [Ba] (0,38)1 PCB (som 7) (0,07) Minerale olie C10 - C40 (0,35) Kobalt [Co] (0,23) Molybdeen [Mo] (0,02) Cadmium [Cd] (0,01) Kwik [Hg] (0,01) Lood [Pb] (0,38) Koper [Cu] (0,41) Zink [Zn] (0,02) PAK 10 VROM (0,09)
PCB (som 7) (17,33) Minerale olie C10 C40 (1,35) Koper [Cu] (1,39) Zink [Zn] (4,25) Lood [Pb] (11,03) Barium [Ba] (5,05)1 PAK 10 VROM (64,4) PAK 10 VROM (5,55)
-
-
Klasse industrie
Cadmium [Cd] (0,73)
20
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
Niet Toepasbaar > Interventiewaarde
APS - Milieu B.V.
Overschrijdingstabel grondmonsters, toetsing grond volgens Wbb en Bbk (vervolg) code
Traject (m-mv) nader onderzoek 101-1 0,75 - 1,20
>AW
>T
>I
Bbk
Minerale olie C10 - C40 (0,06) Nikkel [Ni] (1,75) Niet Toepasbaar > Kobalt [Co] (0,09) Koper [Cu] (55,36) Interventiewaarde Cadmium [Cd] (0,06) Zink [Zn] (3,73) Kwik [Hg] (0,25) Lood [Pb] (1,21) Barium [Ba] (0,1)1 PAK 10 VROM (0,04) 102-1 0,50 - 1,00 PCB (som 7) (0,01) Koper [Cu] (0,62) Zink [Zn] (2,64) Niet Toepasbaar > Minerale olie C10 - C40 (0,11) Lood [Pb] (1,79) Interventiewaarde Barium [Ba] (1,65)1 Kobalt [Co] (0,06) PAK 10 VROM (1,21) Nikkel [Ni] (0,25) Cadmium [Cd] (0,07) Kwik [Hg] (0,03) 103-1 0,20 - 0,70 Minerale olie C10 - C40 (0,15) Lood [Pb] (0,93) PCB (som 7) (24,47) Niet Toepasbaar > Kobalt [Co] (0,06) Zink [Zn] (2,07) Interventiewaarde Koper [Cu] (0,16) Cadmium [Cd] (0,27) Kwik [Hg] (-) Barium [Ba] (0,32)1 PAK 10 VROM (0,14) 104-2 0,70 - 1,20 Minerale olie C10 - C40 (0,06) Klasse industrie Kobalt [Co] (0,04) Nikkel [Ni] (0,15) Koper [Cu] (0,19) Zink [Zn] (0,27) Kwik [Hg] (-) Lood [Pb] (0,2) Barium [Ba] (0,29)1 PAK 10 VROM (0,48) 105-2 1,30 - 1,80 Minerale olie C10 - C40 (0,13) PCB (som 7) (0,63) Koper [Cu] (2,23) Niet Toepasbaar > Kobalt [Co] (0,11) Cadmium [Cd] Zink [Zn] (2,23) Interventiewaarde Nikkel [Ni] (0,35) (0,52) Lood [Pb] (1,69) Kwik [Hg] (0,06) Barium [Ba] (0,56)1 PAK 10 VROM (0,17) 105-3 1,80 - 2,20 Kobalt [Co] (0,05) Klasse industrie Nikkel [Ni] (0,18) Koper [Cu] (0,11) Zink [Zn] (0,22) Molybdeen [Mo] (0,02) Kwik [Hg] (0,01) Lood [Pb] (0,22)
Barium [Ba] (0,01)1 106-1 0,10 - 0,60 PCB (som 7) (0,01) Altijd toepasbaar verkennend onderzoek asbest 05-3 0,05 - 0,50 asbest is niet detecteerbaar 06-3 0,05 - 0,50 aangetroffen gewogen gehalte asbest: 0,72 mg/kg d.s. 06-4 0,20 - 0,21 asbestverdacht materiaal (144 gram) bevat 18 gram asbest nader onderzoek asbest VMM01 0,05 - 0,40 asbest is niet detecteerbaar VMM02 0,20 - 1,10 asbest is niet detecteerbaar VMM03 0,30 - 1,30 asbest is niet detecteerbaar VMM04 1,00 - 1,30 asbest is niet detecteerbaar P01 0,25 - 1,10 asbestverdacht materiaal (124 gram) bevat 16 gram asbest P02 0,30 - 1,00 asbestverdacht materiaal (75,9 gram) bevat 9,5 gram asbest P03 0,20 - 1,00 asbestverdacht materiaal (64,7 gram) bevat 8,1 gram asbest 1 Barium is illustratief getoetst. De normen voor barium zijn ingetrokken omdat het gehalte dat van nature aanwezig is vaak hoger is dan de interventiewaarde. Daarom behoeft barium alleen getoetst te worden als er door menselijk handelen een verdenking bestaat. Dit menselijk handelen kan bestaan uit: verf- en glasindustrie, gebruik rattengif, fabricage van bougies, vacuümbuizen, fluorescentielampen, rubber en harsen, condensatoren en vuurwerk. Daarnaast wordt barium in de aardolie-industrie gebruikt in boorvloeistof. Omdat ter plaatse van onderhavige locatie geen sprake is (geweest) van bovengenoemde handelingen is de verwachting dat barium van nature aanwezig is.
Barium is niet meegenomen in de toetsing aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. 2 Omdat de detectiegrenzen verhoogd zijn wordt een sterk verontreiniging met PCB aangegeven. Omdat PCB niet detecteerbaar zijn gaan we ervan uit dat geen sprake is van een sterke verontreiniging.
21
APS - Milieu B.V.
Overschrijdingstabel grondwatermonsters, toetsing grondwater volgens Wbb code
Traject (m-mv) verkennend onderzoek 01-1-1 1,50 - 2,50 nader onderzoek 105-1-1 1,60 - 2,60
>S
>T
>I
Barium [Ba] (0,21) Naftaleen (-)
-
-
Minerale olie C10 - C40 (0,25) Naftaleen (-)
-
-
22
APS - Milieu B.V.
5 Bespreking onderzoeksresultaten per onderzoek 5.1 Verkennend bodemonderzoek De inpandige bovengrond (MM01, traject 0,6-1 m-mv, zand) waarin matige tot sterke bijmengingen in de vorm van slakken en sintels zijn aangetroffen, is sterk verontreinigd met PCB, nikkel, koper, zink, lood en PAK, matig verontreinigd met kobalt en cadmium en licht verontreinigd met minerale olie, molybdeen en kwik. Naar aanleiding van de aangetroffen verontreinigingen in MM01 is besloten de deelmonsters van MM01 separaat te analyseren om een beeld te krijgen van de ruimtelijke verdeling van de verontreinigingen. Ter plaatse van boring 03 blijkt de sterk slak- en sintelhoudende grond (traject 0,6-1 m-mv, zand) sterk verontreinigd met zink en lood, matig met koper en licht met PCB, minerale olie, kobalt, nikkel, cadmium, kwik en PAK. Ter plaatse van boring 04 blijkt de matig slakhoudende grond (traject 0,6-0,8 m-mv, zand) waarin resten sintels zijn aangetroffen, sterk verontreinigd met PCB, minerale olie, koper, zink, lood en PAK. Wat betreft hergebruik wordt deze grond indicatief ingedeeld in klasse ‘niet toepasbaar’. De sterk puinhoudende uitpandige bovengrond (MM02, traject 0,05-0,5 m-mv, zand) is sterk verontreinigd met PAK, matig verontreinigd met nikkel, koper en zink en licht verontreinigd met PCB, minerale olie, kobalt, molybdeen, cadmium, kwik en lood.
Naar aanleiding van de aangetroffen verontreinigingen in MM02 is besloten de deelmonsters van MM02 separaat te analyseren om een beeld te krijgen van de ruimtelijke verdeling van de verontreinigingen. Ter plaatse van boring 05 blijkt de sterk puinhoudende grond (traject 0,05-0,5 m-mv) sterk verontreinigd met PAK, matig verontreinigd met zink en licht verontreinigd met minerale olie, kobalt, nikkel, koper, cadmium en lood. Ter plaatse van boring 06 blijkt de sterk puinhoudende grond (traject 0,05-0,5 m-mv) sterk verontreinigd met nikkel, koper en PAK, matig verontreinigd met zink en licht verontreinigd met PCB, minerale olie, kobalt, molybdeen, cadmium, kwik en lood. Wat betreft hergebruik wordt alle sterk verontreinigde grond indicatief ingedeeld in klasse ‘niet toepasbaar’. De zintuiglijk niet verontreinigde uitpandige bovengrond (MM03, traject 0,05-1 m-mv, zand) is licht verontreinigd met koper, zink en PAK. Wat betreft hergebruik wordt deze grond indicatief ingedeeld in klasse ‘industrie’. Het grondwater is licht verontreinigd met barium en naftaleen. De hypothese verdacht wordt op basis van de aangetroffen lichte tot sterke verontreinigingen bevestigd. Op basis van het verkennend onderzoek wordt geconcludeerd dat de locatie licht tot sterk verontreinigd is en dat nader onderzoek uitgevoerd dient te worden. 23
APS - Milieu B.V.
5.2 Nader bodemonderzoek Het nader onderzoek is uitgevoerd ten behoeve van het in beeld brengen van de aangetroffen matige tot sterke verontreinigingen met PCB ter plaatse van de boringen 04 (0,6-0,8 m-mv) en 05 (0,05-0,5 m-mv) en de sterke verontreiniging met en minerale olie ter plaatse boring 04 (0,6-0,8 m-mv). Uit de analyseresultaten van het nader bodemonderzoek is de aanwezigheid van de volgende verontreinigingen gebleken: − horizontale afperking, westelijke richting: de matig puin-/baksteen- en zwak glashoudende grond ter plaatse van boring 101 (0,75-1,2 m-mv, zand) waarin sporen slakken zijn aangetroffen, is sterk verontreinigd met nikkel, koper, zink en lood en licht verontreinigd met minerale olie, kobalt, cadmium, kwik en PAK. − horizontale afperking, noordelijke richting: de matig puin-/baksteen- en zwak glashoudende grond ter plaatse van boring 102 (0,5-1 m-mv, zand) waarin sporen slakken zijn aangetroffen, is sterk verontreinigd met zink, lood en PAK, matig verontreinigd met koper en licht verontreinigd met PCB, minerale olie, kobalt, nikkel, cadmium en kwik. − horizontale afperking, oostelijke richting: de zintuiglijk niet verontreinigde grond ter plaatse van boring 103 (0,2-0,7 m-mv, zand) is sterk verontreinigd met PCB en zink, matig verontreinigd met lood en licht verontreinigd met minerale olie, kobalt, koper, cadmium, kwik en PAK.
− horizontale afperking, zuidelijke richting: de zwak slak- en sintelhoudende grond ter plaatse van boring 104 (0,7-1,2 m-mv, zand), waarin brokken puin zijn aangetroffen, is licht verontreinigd met minerale olie, kobalt, nikkel, koper, zink, kwik, lood en PAK. − verticale afperking: de grond ter plaatse van boring 105 (1,3-1,8 m-mv, zand) waarin brokken puin zijn aangetroffen, is sterk verontreinigd met koper, zink en lood, matig verontreinigd met PCB en cadmium en licht verontreinigd met minerale olie, kobalt, nikkel, kwik en PAK. − verticale afperking: de matig puin- en zwak slakhoudende grond ter plaatse van boring 105 (1,8-2,2 m-mv, veen) is licht verontreinigd met kobalt, nikkel, koper, zink, molybdeen, kwik en lood. − Horizontale afperking, noordwestelijke richting: de zintuiglijk niet verontreinigde grond ter plaatse van boring 106 (0,1-0,6 m-mv) is licht verontreinigd met PCB. Wat betreft hergebruik worden de onderzochte monsters waarin sterke verontreinigingen zijn aangetroffen indicatief ingedeeld in de klasse ‘niet toepasbaar’. De monster waarin alleen lichte verontreinigingen zijn aangetroffen worden ingedeeld in de klasse ‘industrie’ of ‘altijd toepasbaar’. Het grondwater uit peilbuis 105 is licht verontreinigd met minerale olie en naftaleen.
24
APS - Milieu B.V.
Op basis van de resultaten van de voorgaande onderzoeken (2004/2005) en onderhavig verkennend en nader onderzoek kan het volgende worden gesteld: − De grond bevat tot circa 2 m-mv zwakke tot sterke bijmengingen in de vorm van puin, slakken, sintels, baksteen, glas, grind, kolengruis en hout. Enkele boringen zijn gestaakt vanwege harde lagen. − De grond is plaatselijk sterk verontreinigd met minerale olie. Deze verontreiniging betreft een ‘spot’. − De grond is inpandig en uitpandig licht tot sterk verontreinigd met diverse zware metalen. De sterke verontreinigingen met zware metalen zijn aangetroffen in trajecten tussen 0,05 en 2 m-mv. − De grond is inpandig en uitpandig licht tot sterk verontreinigd met PAK. De sterke verontreinigingen met PAK zijn aangetroffen in trajecten tussen 0,05 en 1 m-mv. De verontreinigingen met zware metalen en PAK, en mogelijk minerale olie, zijn te relateren aan de ophooglaag en de aangetroffen bijmengingen. De verwachting is dat ter plaatse van de gehele locatie sprake is van sterk verontreinigde grond met PAK en zware metalen tot een diepte van 2 m-mv. Er is daarmee sprake van circa 700 m2 x 2 m1 is 1400 m3 verontreinigde grond, die veelal sterk verontreinigd is. Er is derhalve sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (>25 m3 sterk verontreinigd bodemvolume) met zware metalen en PAK.
Naast de verontreinigingen met minerale olie, zware metalen en PAK is tevens PCB in sterk verhoogde gehalten aangetroffen. De sterke verontreinigingen met PCB zijn aangetroffen op het middendeel van het terrein (in- en uitpandig, boringen 04 en 103, oppervlakte circa 90 m2) in trajecten tussen 0,2 en 0,8 m-mv (schatting sterk verontreinigde laag 0,5 m1). De oorzaak van deze verontreiniging is niet bekend; het kan veroorzaakt zijn door het gebruik van PCB-houdende verven. Op dit deel van de locatie zijn ook de hoogst gemeten gehalten minerale olie aangetroffen, dus het kan ook een PCB-houdende oliesoort betreffen. Op basis van de onderzoeksresultaten is sprake van een geval van bodemverontreiniging met PCB. De verontreiniging met PCB is aanwezig over een oppervlakte van circa 600 m2 in trajecten tussen 0,05 en 1,8 m-mv (schatting verontreinigde laag gemiddeld 1 m1). Er zal sprake zijn van circa 600 m3 met PCB verontreinigde grond, waarvan circa 45 m3 sterk verontreinigd is. Er is derhalve sprake van een geval van ernstige verontreiniging met PCB (en plaatselijk minerale olie). In het grondwater zijn slechts lichte verontreinigingen aangetroffen; er is geen sprake van een geval van ernstige verontreiniging in het grondwater. Op basis van alle bekende historische gegevens en de onderzoeksresultaten is de verwachting dat de verontreinigingen veroorzaakt zijn vóór 1987.
Daarmee is sprake van historische verontreinigingen. Wanneer een (historisch) geval van ernstige bodemverontreiniging is aangetoond dient middels een risicobeoordeling de urgentie van een eventuele sanering te worden bepaald.
25
APS - Milieu B.V.
Met behulp van het programma ‘Sanscrit’ zijn, per geval van ernstige verontreiniging, de risico’s bepaald. Bij deze risicobeoordelingen is uitgegaan van de mogelijke toekomstige situatie (wonen zonder tuin [openbaar groen, bebouwing, infrastructuur en industrie]). De uitdraaien van Sanscrit zijn opgenomen als bijlage 12. Omdat de sterke verontreiniging met minerale olie slechts zeer plaatselijk is aangetroffen, is in de risicobeoordeling hiermee geen rekening gehouden. Uit de risicobeoordeling (stap 2) van het geval van ernstige verontreiniging met PAK en zware metalen blijkt dat voor het toekomstige gebruik ‘wonen zonder tuin’ geen sprake zal zijn van humane -, ecologische - en verspreidingsrisico’s. Uit de risicobeoordeling (stap 2) van het geval van ernstige verontreiniging met PCB blijkt dat voor het toekomstige gebruik ‘wonen zonder tuin’ geen sprake zal zijn van actuele humane -, ecologische - en verspreidingsrisico’s. Omdat de locatie momenteel volledig bedekt is (bebouwing en verharding) zal momenteel eveneens geen sprake zijn van humane risico’s als gevolg van de aangetoonde verontreinigingen.
26
APS - Milieu B.V.
5.3 Verkennend asbestonderzoek. Ter plaatse van AS06 is op een diepte van 0,2 m-mv een stukje asbestverdacht materiaal aangetroffen; dit materiaal blijkt asbest te bevatten (chrysotiel 10-15%). Uit het laboratoriumonderzoek van het veldmonster van AS06 (0,05-0,5 m-mv) blijkt, naast het asbestverdachte materiaal een gewogen gehalte asbest van 0,72 mg/kg d.s. is aangetroffen. Het aangetroffen materiaal betreft plaatmateriaal met 10-15% chrysotiel. In het veldmonster van AS05 (0,05-0,5 m-mv) blijkt asbest niet detecteerbaar. Voor een volledig overzicht van de gemeten waarden wordt verwezen naar de analysecertificaten in bijlage 11. De gemiddelde concentratie asbest in de grond ter plaatse van AS06 kan met de volgende berekening worden vastgesteld. M * % / [(V * n) * Ma/Mva] • • • • • •
M = massa asbestverdacht materiaal (mg) Ma = massa gedroogde analysemonster Mva= massa veldvochtig analysemonster % = gemiddeld % asbest in materiaal V = volume sleuf/gat (dm3) N = stortgewicht grond (kg/dm3)
Er is 144 gram asbesthoudend materiaal aangetroffen. Uit analyse door RPS blijkt dat dit materiaal een chrysotiel type 1 betreft en een asbestgehalte heeft van 10 tot 15%. Daarnaast is in het grondmonster Het gegraven gat (AS06) is 30 cm lang, 30 cm breed en circa 50 cm diep. • • • • • •
M = 144000 mg Ma = 16,806 kg (zie analysecertificaat) Mva = 18,279 kg (zie analysecertificaat) % = 12,5 % (zie analysecertificaat) V = [(30 * 30 * 50) / 1000] = 45 dm3 N = 1600 kg/m3 = 1,6 kg/dm3
(144.000 * 12,5%) / [(45 * 1,6) * 16,806/18,279] = 272 mg/kg d.s. Daarnaast is in het grondmonster ter plaatse van AS06 0,72 mg/kg d.s. aangetroffen. In totaal is het gehalte in de bodem ter plaatse van AS06 272 + 0,72 = 272,72 mg/kg d.s. De hypothese verdacht wordt bevestigd. Op basis van het verkennend bodemonderzoek asbest blijkt dat de grond asbest bevat en dat een nader onderzoek naar asbest uitgevoerd dient te worden. 27
APS - Milieu B.V.
5.4 Nader asbestonderzoek. Uit de resultaten van het laboratoriumonderzoek van de veldmengmonsters VMM01 t/m VMM04 blijkt dat asbest niet detecteerbaar is. Het onderzochte aangetroffen asbestverdachte materiaal (P01, P02 en P03) uit de sleuven SL1, SL2 en SL3 betrof allemaal goed hechtgebonden chrysotiel met een asbestconcentratie tussen de 10 en 15 %. Op basis van bovenstaande gegevens zijn voor de bovengrond (zand) de volgende asbestconcentraties berekend: − Sleuf SL1, traject 0,25-1,1 m-mv, 14,9 mg/kg d.s. − Sleuf SL2, traject 0,3-1 m-mv, 109,7 mg/kg d.s. − Sleuf SL3, traject 0,2-1 m-mv, 8,3 mg/kg d.s. − Sleuven SL4 en SL5, geen asbest aangetroffen. Op basis van bovenstaande gegevens is voor de zandige toplaag tot 1,1 m-mv een asbestconcentratie van 109,7 mg/kg d.s. uitgerekend met een bovengrens van 131,7 mg/kg d.s. en een ondergrens van 78,8 mg/kg d.s. Alle genoemde asbestconcentraties zijn omgerekend naar Serpentijn. Hiertoe zijn de gehaltes aan Amfibolen vermenigvuldigt met 10. De toetsing aan de concentratienorm voor asbest - Serpentijn 100 mg/kg d.s., wijst uit dat de asbestconcentratie de norm overschrijdt. De hypothese verdacht wordt voor de toplaag bevestigd. De berekende gehaltes geven formeel aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend nader bodemonderzoek ter plaatse van de toplaag.
Met het oog op het beperkte oppervlakte van de locatie en in verband met de aangetroffen sterke verontreinigingen met zware metalen, PAK en PCB wordt een aanvullend nader bodemonderzoek niet noodzakelijk geacht. Aangenomen wordt dar er op de locatie sprake is van een geval van bodemverontreiniging met asbest. Voor een volledig overzicht van de gemeten waarden wordt verwezen naar de analysecertificaten in bijlage 12. In bijlage 11 is de asbestconcentratie per sleuf berekend.
28
APS - Milieu B.V.
6 Conclusies en aanbevelingen De verontreinigingen met zware metalen, PAK en waarschijnlijk ook minerale olie, zijn te relateren aan de ophooglaag en de aangetroffen bijmengingen. De verwachting is dat ter plaatse van de gehele locatie sprake is van sterk verontreinigd grond met PAK en zware metalen tot een diepte van 2 m-mv. Er is daarmee sprake van circa 700 m2 x 2 m1 is 1400 m3 sterk verontreinigd grond. Er is derhalve sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (>25 m3 sterk verontreinigd bodemvolume) met zware metalen en/of PAK. Op basis van de onderzoeksresultaten is sprake van circa 45 m3 sterk verontreinigde grond met PCB. Er is derhalve sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PCB. Voor de gevallen van ernstige verontreiniging zijn geen actuele humane -, ecologische – en verspreidingsrisico’s berekend bij het toekomstige gebruik ‘wonen zonder tuin’. De locatie behoeft niet met spoed gesaneerd te worden. Momenteel zal eveneens geen sprake zijn van humane risico’s als gevolg van de aangetoonde verontreinigingen omdat de locatie volledig bedekt is (bebouwing, verharding). In het grondwater zijn slechts lichte verontreinigingen aangetroffen; er is geen sprake van een geval van ernstige verontreiniging in het grondwater. De locatie (uitpandig) is sterk verontreinigd met asbest.
Het is niet bekend of inpandig ook verontreinigingen met asbest aanwezig zijn. aanbevolen wordt na verwijdering van de bestaande vloeren inpandig een asbest in grond onderzoek uit te voeren. De aangetroffen gevallen van ernstige bodemverontreiniging vormen een belemmering voor de voorgenomen herinrichting van het perceel. Aanbevolen wordt op basis van de definitieve plannen een saneringsplan op te stellen en ter goedkeuring aan te bieden aan het bevoegd gezag.
29
APS - Milieu B.V.
7 Betrouwbaarheid Bodemonderzoeken worden door APS-Milieu op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de daartoe bestaande normen (protocollen) en gangbare inzichten. Indien in opdracht van de klant, en eventueel in overleg met het bevoegde gezag, is afgeweken van de gangbare normen en/of protocollen van onderzoek, dan wordt dit in de rapportage uitdrukkelijk vermeld. APS-Milieu aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de gevolgen die deze afwijkingen kunnen hebben voor de kwaliteit en betrouwbaarheid van het onderzoek. Alle door de veldwerker uitgevoerde metingen (locatietekening, grondwaterstanden, laagdikte, enz.) zijn alleen van toepassing op het bodemonderzoek en kunnen niet dienen als basis voor exacte maatvoering van een bouwproject en/of andere doeleinden. Maar ook indien conform de protocollen wordt gewerkt blijven er enige beperkingen van kracht, met betrekking tot de betrouwbaarheid van de resultaten van dit onderzoek. a. Kwaliteit van het vooronderzoek Een bodemonderzoek wordt uitgevoerd op basis van een vooronderzoek. Een dergelijk vooronderzoek bestaat uit het verzamelen van (historische) gegevens over de locatie, een inspectie van de locatie en verzamelen van gegevens over bodemopbouw en hydrologie. Indien belangrijke feiten over de locatie niet worden achterhaald, bestaat de kans dat de hypothese en de strategie van het onderzoek niet voldoen.
Het onderzoek geeft dan onvoldoende informatie en is dus minder bruikbaar of betrouwbaar. APS-Milieu acht zich niet aansprakelijk voor de gevolgen van onvolledig of onjuist opgegeven informatie in het kader van het vooronderzoek. b. Restrisico De monsterdichtheid welke de protocollen voorschrijven heeft tot gevolg dat kleine verontreinigingskernen kunnen worden gemist. Dit beperkte restrisico wordt aanvaardbaar geacht, omdat de kosten van bodemonderzoek anders te hoog zouden oplopen. APS-Milieu acht zich niet aansprakelijk voor dergelijke normale restrisico’s. c. Veroudering De onderzoeksresultaten vormen slechts een momentopname. De resultaten en conclusies kunnen verouderen door drie oorzaken: • Er wordt nieuwe verontreiniging toegevoegd aan de locatie. • Bestaande verontreiniging is mobiel en verspreidt zich verder. • De normstelling door de overheid verandert. APS-Milieu acht zich niet aansprakelijk voor de gevolgen van veroudering van de rapportage. 30
APS - Milieu B.V.
Bijlage 1. Topografische kaart
31
Omgevingskaart
Klantreferentie: R17-B901
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object DIEMEN F 95 Ouddiemerlaan 20, 1111 HJ DIEMEN CC-BY Kadaster.
625 m
Schaal 1: 12500
APS - Milieu B.V.
Bijlage 2. Kadastrale kaart
33
Uittreksel Kadastrale Kaart
Uw referentie: R17-B901 33- 3 5
29- 3 1
797 32
25- 2 7
2213
2551 99
2281
2552 2553
160 7
21- 23 27
2211
24- 2 4/
2354
17- 19
13- 15
I
2353
26
r aat
96 Pr i n ses I r en e st
9- 11
2212 20- 2 2
5- 7
95 18
2286
16
1A- 1 D
228 7
92 3 100
591
90 Bu r g em
eest e r de
11- 11 /I
Ki evi et
2
4
2A - 14
2410
779 13
st r aa t
19
4A 4B 6A 6B 8A 8B 10A
10B
12A
12B
14A
24
26 28
0m
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer 25 Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens Bebouwing Overige topografie Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 14 november 2017 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers