Antwoorden Technische vragen D66 Partiele herziening omgevingsvisie
Tekst van het document
Technische vragen bij onderwerp: Partiële herziening omgevingsvisie
Fractie
Nr.
Pagina
Onderwerp - vraag
D66
1.
Algemeen
Welke sturingsmiddelen behouden we als gemeenteraad/gemeente Diemen na vaststelling van deze partiële herziening om juridisch bindende eisen te stellen aan een initiatiefnemer? (Bijvoorbeeld m.b.t. het type windmolen dat wordt gebruikt)
Reactie
Dit hangt af van de te volgen procedure: a) Windproject van minder dan 5MW (dit is het geval bij één windturbine): o Gemeente is bevoegd gezag/ vergunningverlener Een windmolen past niet binnen het Diemense omgevingsplan. Om een windproject mogelijk te maken moet een procedure worden doorlopen t.b.v. een omgevingsvergunning afwijkend van het omgevingsplan (‘Buitenplanse omgevingsplanactiviteit’ ofwel BOPA). Deze worden aan de raad voorgelegd voor advies en instemming1. De gemeenteraad kan hierbij juridische bindende eisen stellen. Het verwerken van een onherroepelijke BOPA in het Omgevingsplan is een actie van latere orde. Dit kan worden meegenomen op een logisch/ praktisch moment, als het Omgevingsplan wordt gewijzigd. b) Windproject van meer dan 5MW (twee of meer windturbines): o De provincie is bevoegd gezag en neemt een ‘projectbesluit’ Een projectbesluit is een bestuursrechtelijke toestemming die nodig is van de provincie voor windturbines tussen de 5-100MW. Het kan gaan om meerdere activiteiten, zoals de milieuactiviteit, bouwactiviteit, activiteit afwijken van het omgevingsplan en/of aanleg-activiteit. Als de provincie bevoegd gezag is geeft de gemeente advies aan de provincie2. Ontwerpbesluiten (bijvoorbeeld een ontwerpbesluit omgevingsvergunning)
1
- Artikel 16.15a en artikel 16.15b, Omgevingswet. - Zie ook Zie Bijlage 1 bij het Diemense raadsbesluit van 27 januari 2022. Volgens bijlage 2 moet ook verplichte participatie worden toegepast voor een windturbine. 2 Als Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag is, dan hebben B&W van Diemen adviesrecht (artikel 4.20 lid 2 van het Omgevingsbesluit).
Tea m/ Pfh.
worden ter inzage gelegd, inclusief de daarbij horende onderzoeken die in de ontwerpfase zijn uitgevoerd. Als de provincie met een Projectbesluit een omgevingsvergunning heeft verleend kan de gemeente deze met een wijziging verwerken in het gemeentelijk omgevingsplan. Omgevingsvisie > omgevingsplan Als de raad de partiële herziening vaststelt, worden de projectgebieden wind/ zon in de Omgevingsvisie Diemen 2040 verankerd. Het is niet zo dat de gebieden hierdoor automatisch in het omgevingsplan terecht komen. Dit gebeurt pas als… • een initiatiefnemer met een plan komt (dan wordt de BOPA-procedure doorlopen) of • de gemeente zelf in actie komt om de projectgebieden in het omgevingsplan te verwerken. In beide gevallen is een raadsbesluit nodig en kan de gemeenteraad juridisch bindende eisen stellen. Een uitzondering is als de provincie bevoegd gezag is. Dan komt er een projectbesluit. Daarbij heeft de gemeente een adviesrecht. Eigenaren Naast de vergunning(en), is ook toestemming nodig van de eigenaar van de grond. Staatsbosbeheer (SBB) is eigenaar van projectgebied A. Rijkswaterstaat (RWS) is grondeigenaar van de projectgebieden B, C en D3. De grondeigenaren zijn dus beiden medeoverheden; ze geven aan dat zij in ruimtelijke procedures rekening houden met eventuele wensen van gemeenten, ook wanneer de gemeente niet het bevoegd gezag is.
Zowel met SBB als ook met RWS is al gesproken over de wijze van samenwerking met de gemeente4.
3 4
De gemeente Diemen is eigenaar van een pad dat gebied B doorkruist. Met SBB en RWS zijn o.a. hierover gesprekken gevoerd bij het opstellen van het Beleidsonderzoek kansen lokaal eigendom gemeente Diemen (RHDHV, nov. 2023)
2.
Raadsvoo rdracht – p.3
Er wordt gesproken over “stillere” types windturbines. Zijn dit soort relatief kleine en stillere types op dit moment beschikbaar op de markt?
Bovenwettelijke eisen Het strekt tot aanbeveling om aanvullende wensen en bovenwettelijke eisen van de gemeente ruim op tijd in gemeentelijk beleid vast te leggen, vóórdat er een aanvraag binnenkomt. De beschikbare (huidige en toekomstige concept-) normen voor windturbines bieden een goed beschermingsniveau. We zien daarom geen reden om als gemeente voor te schrijven welk type windmolen een initiatiefnemer dient te gebruiken. In de Aanvullingen MER Wind Diemen (pag. 237) worden drie beschikbare windturbines met elkaar vergeleken. De meest stille is de Enercon E-101. Met alle drie windturbinetypes kan aan de wettelijke geluidnormen worden voldaan:
De provincie Noord-Holland heeft in augustus 2023 de Verkenning naar beschikbare windturbines voor de RES zoekgebieden gepubliceerd. Hieruit blijkt dat er zo’n 12 windturbine-types van vier verschillende fabrikanten met een tiphoogte van 145 meter beschikbaar zijn. Uit gesprekken met deskundigen blijkt dat de variatie in toepasbare windturbinetypes groot is. Turbines die met een hoogte van 150 meter op de lijst staan kunnen ook met een kleinere mast geleverd kunnen worden. Dan voldoen ze toch weer aan de hoogtebeperking5.
5
Van de turbines uit de vergelijking in de Aanvulling MER Wind Diemen staan de Siemens en de Nordex op de lijst van de Verkenning naar beschikbare windturbines, maar dan met net iets andere specificaties. Van de Enercon staat er een net iets ander type op de lijst.
3. MER Wind p.90
Op pagina 90 van de MER wordt aangegeven dat het plaatsen van windmolens leidt tot slechts kleine verschillen in de cumulatieve geluidsbelasting, vanwege het al aanwezige omgevingsgeluid rond de zoekgebieden. Geldt dit alleen overdag of geldt dit ook ’s nachts, wanneer er minder omgevingsgeluid is?
Het geluid van de minst stille windturbines is nauwelijks waarneembaar vanaf woningen in de omgeving (zie MER pag. 114). Ook in de nacht, wanneer er minder omgevingsgeluid is, is de extra geluidbelasting zeer beperkt. Geluid van windturbines (en ook het cumulatieve geluid) wordt uitgedrukt in dB Lden (‘den’ staat voor Day Evening Night). Dit is de jaargemiddelde geluidsbelasting waarbij geluid in de avond en de nacht veel zwaarder meeweegt (met straffactoren van +5 dB in de avond en +10 dB in de nacht). In het rekenprogramma waarin het geluid wordt gesimuleerd, wordt daarnaast ook rekening gehouden met het gegeven dat het geluid van windturbines (vanwege de speciale karakteristiek) zwaarder weegt dan bijvoorbeeld wegverkeer. Ook wordt ermee rekening gehouden dat er 's nachts minder verkeer op de snelwegen rijdt en windturbines 's nachts meer draaien dan overdag. In het MER wordt in de resultaten alleen ingegaan op de Lden en niet apart op de Lnight, en wel vanwege de volgende redenen: • De contouren (afstanden) van de Lden en de Lnight verschillen in minimaal opzicht van elkaar. De 47 dB Lden contour zal ongeveer op dezelfde plek komen te liggen als de 41 dB Lnight. Dit heeft onder andere te maken met de correctie (straffactoren) van geluid voor de nachtperiode. • In andere onderzoeken/toetsingskaders wordt alleen van Lden-waarden uitgegaan.
De WHO stelt een advieswaarde van 45 dB Lden en geeft géén advies over de Lnight waarde, net als andere onderzoeken. Een toevoeging aan het MER van een aparte afbeelding met alleen de Lnight van 41 dB zou vanuit dat oogpunt niet veel toevoegen aan het rapport. • Het cumulatieve geluidsniveau wordt alleen getoetst aan Lden waarden (GES-score). Ook vanuit dit oogpunt zou Lnight geen toegevoegde waarde hebben. De commissie MER heeft in haar advies van 13 februari 2024 geen opmerking over een ontbrekende geluidsberekening geplaatst. Wel beveelt de Commissie
aan om in het vervolgproces (het project-MER) opnieuw na te gaan of het project binnen de normen past en om milieu- en gezondheidseffecten te toetsen. 4.
MER Wind – algemeen
In hoeverre zijn de gevolgen voor de omgeving (geluid, slagschaduw) bekeken in samenhang met de windturbines die gemeente Amsterdam mogelijk in de Diemerscheg wil plaatsen?
5.
Notitie financiële haalbaarh eid
Leveren de windturbines die gemeente Amsterdam mogelijk in de Diemerscheg wil plaatsen kansen op voor de financiële haalbaarheid van de Diemense windturbines?
De effecten van een opstelling van windturbines waarin ook turbineposities op het grondgebied van Amsterdam (en eventueel Gooise Meren) zijn opgenomen zijn nu nog niet onderzocht. Er is namelijk nog geen formele samenwerking over een gezamenlijk windproject in de Diemerscheg waarin gezamenlijk ‘alternatieven’ zouden kunnen worden ontwikkeld en beoordeeld. Dit komt vooral omdat Amsterdam en Diemen nog bezig zijn met het formuleren van gemeentelijke kaders. • Amsterdam heeft nog geen besluit genomen over welke gebieden worden aangewezen voor de ontwikkeling van wind. Amsterdam doorloopt momenteel een uitgebreide procedure (incl. MER) om te komen tot een Programma Windenergie Amsterdam (PWA). Het Ontwerp Programma Windenergie Amsterdam is kort geleden ter inzage gelegd). • Diemen schept haar kaders met een Partiële herziening van de Omgevingsvisie Diemen 2040. • Gooise Meren geeft in haar zienswijze aan verkennend onderzoek te willen doen naar de mogelijkheden, kansen en risico's van een windmolen op haar grondgebied. Als de gemeentelijke kaders beschikbaar zijn, kunnen de betrokken partijen een vervolgproces starten waarbij daadwerkelijk kan worden gesproken over een gemeentegrens overstijgend project voor een windpark in de Diemerscheg. Naast de drie gemeenten zal ook de provincie een belangrijke rol spelen in dit proces. Ja.
Uit de Notitie financiële haalbaarheid blijkt dat meer windturbines leiden tot een betere businesscase. Naast een grotere energieopbrengst zijn er nog meer effecten die een businesscase positief beïnvloeden: de efficiëntie tijdens de aanleg en gedurende de gebruiksfase neemt toe. Denk aan de mogelijkheid om kabels en aansluitingen te delen of aan aanpassingen aan de lokale
infrastructuur tijdens de bouwfase. Ook lijkt het aannemelijk dat een leverancier bij een grotere order een betere prijs kan aanbieden.
6
6.
Algemeen
7.
MER Wind – p.10
1) Wat gebeurt er met de windmolens aan het einde van hun levensduur? 2) Kunnen we garanderen dat de windmolen over de volledige levensduur meer energie oplevert dan hij kost om te maken/plaatsen?
Op pagina 10 wordt gesproken over een mogelijke compensatieopgave als NNNgebied wordt gebruikt. Op welke manier kan dit compenseren plaatsvinden en is er zicht op concrete opties voor die mogelijke compensatie?
1) Aan het eind van de levensduur worden windturbines gerecycled. Dat kan al voor ruim 90 procent van de turbine. Het grootste deel van de turbine is gemaakt van staal, dat goed te recyclen is. Ook andere basismetalen, waaronder koper en aluminium, kunnen goed worden gerecycled. Voor de laatste 5 tot 10 procent van het gewicht van de turbine, namelijk de wieken en andere metalen, wordt hard gewerkt aan recyclingtechnologieën. De wieken worden wel al gebruikt voor bankjes, speeltoestellen en windwerende vlakken bij snelwegen. TNO ontwikkelde een methode om de vezels uit het turbineblad te halen en te hergebruiken in nieuwe recyclebare producten. 2) Ja. Kijk je naar de benodigde elektriciteit om een windturbine te maken, te plaatsen en te produceren, dan levert een windturbine al binnen één jaar winst op. Goede informatie over deze thema’s is beschikbaar via Helpdesk Wind op Land6 Deze vraag werd ook gesteld door de Commissie MER. Daarom is er in de Aanvullingen MER wind Diemen (MER, pag. 242) een hoofdstuk hierover opgenomen. In het kort: het is niet bij voorbaat onmogelijk om in Diemen NNN te gaan compenseren. Voor compensatie is ook een bredere kijk mogelijk: compensatie hoeft niet per se direct in de directe omgeving van waar een windlocatie is. Dit kan ook verderop in de Diemerscheg. Er is nu nog geen zicht op concrete opties voor de compensatie.
Dit is iets voor een volgende fase. Pas als de projectlocaties zijn vastgelegd is de exacte omvang van de compensatieopgave bekend. Dan kan nader onderzoek worden gedaan naar de compensatie-mogelijkheden in de Diemerscheg7.
De Helpdesk Wind op Land is een samenwerking tussen ministeries, Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), Nationaal Programma RES (NP RES), Interprovinciaal Overleg (IPO), Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Unie van Waterschappen en Netbeheer NL. 7 De insteek is uiteraard: vlakbij nieuwe natuur maken! Als ultimum remedium zijn er regels over financiële compensatie (zie Omgevingsverordening NH2022 art. 3.2 en 3.7 van bijlage 11)
D66
8.
Algemeen
In hoeverre vormt netcongestie een belemmering voor de mogelijke realisatie van windturbines?
9.
Aanvullin g MER Wind – p. 23
Wat is een Vercammen-curve? Kan een dergelijke curve gebruikt worden om op voorhand normen te stellen over laagfrequent geluid?
10.
Algemeen
Weten we of er permanent gewoond wordt op het volkstuinencomplex bij Driemond?
In de recente Herijking MER 2024 is hierover de volgende informatie van Liander opgenomen: • Ondanks de stijgende vraag naar elektriciteit is er op het regionale elektriciteitsnet op het moment vrijwel geen congestie; de congestie is beperkt gebleven tot een aantal middenspanningskabels. Wel is er ook in Amstelland sinds 18 oktober 2023 sprake van netcongestie voor energielevering op het hoogspanningsnet van TenneT. Voor teruglevering van elektriciteit (dit is aan de orde bij een windturbine) is er doorgaans op de elektriciteitsstations nog voldoende terugleververmogen. Zoekgebieden met windturbines en grote zonneweides worden rechtstreeks op zo’n elektriciteitsstation aangesloten. • Uitbreiding elektriciteitsstation (middenspanningsstation) Venserweg in Diemen wordt in 2025 in gebruik genomen. • De zoekgebieden voor wind in de regio Amstelland kunnen naar verwachting op korte termijn worden aangesloten. De Vercammen Curve is een berekeningsmethode voor laagfrequent geluid. Er zijn geen landelijke normen specifiek voor laagfrequent geluid en ook in de toekomstige (concept-) normen voor windenergie komen deze naar ons weten niet voor. De wél beschikbare (en toekomstige) normen bieden een goed beschermingsniveau. We zien daarom geen reden om als gemeente zelf normen voor laag frequent geluid te gaan ontwikkelen.
Het gebied waar de volkstuinen liggen heeft de enkelbestemming ‘recreatie’. Er zijn volkstuinen toegestaan met bijbehorende huisjes, kweekkastjes en bergingen. Het gebruik voor permanente bewoning is niet toegestaan. Ook volgens de reglementen van volkstuinen Linneaus en Frankendael is permanente bewoning niet toegestaan. De volkstuinen liggen op meer dan 1 km afstand van de Diemense windzoekgebieden. Daar wordt naar verwachting geen hinder door geluid en/of slagschaduw ervaren.
11.
Algemeen
a) Hoe verhoudt deze herziening van de omgevingsvisie zich tot het omgevingsplan? b) In hoeverre zijn normen uit de omgevingsvisie bindend?
De volkstuinen zijn niet meegenomen in het akoestisch onderzoek van het MER omdat deze niet tot geluidgevoelige objecten horen (dit zijn alleen woningen, gezondheidszorg en onderwijs). Er gelden hier dus ook geen wettelijke normen voor. a) Als de raad de partiële herziening vaststelt, worden de projectgebieden wind/ zon in de Omgevingsvisie Diemen 2040 verankerd. Het is niet zo dat de gebieden hierdoor automatisch in het omgevingsplan terecht komen. Dit gebeurt pas als… • een initiatiefnemer met een plan komt (dan wordt de BOPA-procedure doorlopen) of • de gemeente zelf in actie komt om de projectgebieden in het omgevingsplan te verwerken. In beide gevallen is opnieuw een raadsbesluit nodig. Een uitzondering is als de provincie bevoegd gezag is. Dan komt er een projectbesluit. Daarbij heeft de gemeente een adviesrecht.
12.
Algemeen
In hoeverre past de mogelijke ontwikkeling van windturbines binnen het bestaande omgevingsplan van de zoekgebieden/projectgebieden?
b) De Omgevingsvisie van Diemen beschrijft op hoofdlijnen de lange termijn keuzes in de leefomgeving. Nieuwe ontwikkelingen in Diemen moeten in beginsel bijdragen aan deze langetermijnvisie. In de spelregels (hoofdstuk 5.5) staan belangrijke beleidsuitgangspunten. Dit zijn geen (wettelijke) normen met een directe binding. Het wettelijke bindende kader waar initiatiefnemers aan moeten voldoen ontstaat pas tijdens het proces voor opname in het omgevingsplan. (Zie ook het antwoord op vraag 1) Windturbines passen niet in het huidige omgevingsplan. Om windturbines te plaatsen is dus een wijziging van het omgevingsplan nodig. (Zie ook het antwoord op vraag 1)