CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

Advies op hoofdlijnen SARA van de Stedelijke Adviesgroep RES Amsterdam

Gemeenteraadsvergadering 27 juni 2024, gemeente DiemenBij agendapunt: Partiële herziening Omgevingsvisie 2024 (wind- en zonne-energie) inclusief MER wind6.185 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

SARA-advies op hoofdlijnen Definitief – 23 februari 2024

Samenvatting In de eerste plaats wil de SARA haar waardering uitspreken voor de uitgebreidheid en zorgvuldigheid waarmee de plan-MER is opgesteld. De SARA waardeert dat in de PWA gekozen is voor het aanwijzen van de haven als prioritair zoekgebied en dat niet voor de zoekgebieden in de dichtstbevolkte gebieden is gekozen. De SARA ziet dat de gemeente in hoofdstuk 4 van de PWA veel van haar adviezen over lokaal eigendom en monitoring en handhaving op hoofdlijnen en vanuit dezelfde intentie als die van de SARA heeft overgenomen. De SARA vat hieronder graag haar vijf belangrijkste unanieme adviezen kort samen: 1. Geef concrete en maximale politieke sturing aan het invullen van de zoekgebieden in de haven en maak daarin ook sturende keuzes ten opzichte van andere functies in de haven ten gunste van het plaatsen van windturbines (meer in advies 1). 2. Leg duidelijk in het PWA vast dat – na besluitvorming in de gemeenteraad – de keuzes voor de aan- en afgewezen zoekgebieden vastliggen tot 2030. Vermijd woorden als “in principe”. Dit geeft de inwoners van Amsterdam duidelijkheid (meer in advies 2). 3. Behandel tuinhuisjes op tuinparken met een verblijfsstatus op dezelfde manier als woningen, dus als gevoelige objecten (meer in advies 3). 4. De SARA adviseert het toetsingskader en de afweging om te komen tot het aanwijzen van zoekgebieden in de PWA transparanter te maken.

Door bijvoorbeeld tabel 7 van de plan-MER (pagina 43) als startpunt voor de weging te nemen, en vandaaruit het afwegingskader te prioriteren (meer in advies 4). 5. Scherp het detailniveau van hoofdstuk 4 flink aan. De SARA geeft in hoofdstuk 4 vanuit de adviezen van de expert- en werkgroepen, en rekening houdend met wet- en regelgeving aan hoe dat kan. Zorg dat de afspraken vastgelegd worden en normen te monitoren én te handhaven zijn, conform het unanieme advies SARA. Naast deze unanieme adviezen zijn er nog enkele specifieke adviezen m.b.t. de zoekgebieden vanuit de verschillende perspectieven: Het initiërend perspectief adviseert de gemeente bij de vaststelling en invulling van de zoekgebieden mee te nemen dat geluid van nieuwe types turbines steeds minder zal worden en dat het ook steeds beter lukt om geluids-, slagschaduw- en ecologische effecten te mitigeren. Het strikt toepassen voorzorgbeginsel perspectief (STV) adviseert de gemeente bij het vaststellen van de zoekgebieden meer en beter rekening te houden met de ecologische effecten, bovenwettelijke eisen voor natuur toe te passen en het aantal gevoelige objecten en overige objecten vanaf 37 dB Lden en vanaf 40 dB Lden.

Binnen het STV-perspectief adviseren de leden uit het stadsdeel Zuidoost en de leden vanuit de volkstuinen de gemeente om meer en beter rekening te houden met de ecologische verbinding tussen het IJmeer en Amstelland (via Diemerscheg, Gaasperzoom en Hoge Dijk naar Waver en Botshol), het UNESCO Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam en de externe werking daarvan en het grote belang van recreatie aan stranden Hoge Dijk en Gaasperplas en in de Diemerscheg. Het neutraal perspectief ondersteunt delen van het STV-advies m.b.t. de zoekgebieden, te weten: het beter rekening houden met het aantal gevoelige objecten en overige objecten vanaf 37 dB Lden en vanaf 40 dB Lden, en het beter rekening houden met de ecologische verbinding tussen het IJmeer en Amstelland en UNESCO Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam en de externe werking daarvan. 1

Inleiding De Stedelijke Adviesgroep RES Amsterdam (SARA) is in 2022 opgericht en bestaat uit inwoners van de gemeente Amsterdam vanuit de verschillende stadsdelen en vertegenwoordigers van omliggende buurgemeenten. De SARA-leden vertegenwoordigen drie perspectieven, die samen de verschillende visies weergeven op de ambitie van de gemeente Amsterdam om in 2030 127 MW aan windenergie binnen haar gemeentegrenzen op te wekken: het initiërend perspectief, het neutraal perspectief, en het strikt toepassen voorzorgsbeginsel-perspectief (STV-perspectief). Ondanks deze drie verschillende zienswijzen, is het het streven van de SARA geweest om een zoveel mogelijk gedragen advies over de plan-MER en het Programma Windenergie Amsterdam (PWA) te geven. Tenzij anders vermeld komen de gegeven adviezen dus de gehele SARA toe. De SARA waardeert dat zij van de gemeente de mogelijkheid heeft gekregen dit advies uit te brengen; de tijd die zowel de ambtenaren als wethouders Pels en Groot-Wassink hebben gestoken in het beantwoorden van vragen; en tot slot het vertrouwen van de gemeente Amsterdam dat blijkt uit het vroegtijdig beschikbaar stellen van de stukken. Wethouder Groot-Wassink heeft aan de SARA gevraagd om, in haar advies, in ieder geval aandacht te besteden aan wat de SARA belangrijk vindt om mee te nemen bij een definitieve keuze voor gebieden in het PWA.

Dat is de insteek bij het opstellen van dit advies geweest. Wat volgt is het SARA-advies op hoofdlijnen. Daarnaast heeft de SARA twee adviezen op detailniveau opgesteld, waarin naar specifieke passages in de plan-MER en PWA-teksten wordt verwezen. In deze adviezen is ook de diversiteit aan perspectieven op de ambitie van de gemeente Amsterdam m.b.t. windenergie weergegeven. Deze adviezen zijn bijgevoegd.

Algemene opmerkingen In de eerste plaats wil de SARA haar waardering uitspreken voor de uitgebreidheid en zorgvuldigheid waarmee de plan-MER door Bosch & van Rijn is opgesteld. De plan-MER geeft veel waardevolle inhoudelijke informatie. De SARA tekent daar wel bij aan dat er een aantal verbeterpunten zijn voor de uitvoering, en het niveau met betrekking tot het in kaart brengen van de natuur-, gezondheids- en landschapseffecten wellicht passend is voor de plan-MER, maar voor de beoordeling van het plaatsen van windturbines in zoekgebieden er een beoordeling op projectniveau noodzakelijk is. Wat betreft het PWA waardeert de SARA de keuze van de gemeente om de haven als prioritair gebied aan te wijzen. De SARA wil ook haar waardering uitspreken om (in ieder geval tot 2030) geen zoekgebieden aan te wijzen in Natura 2000 gebied. De SARA heeft waardering voor de keuze die de wethouder(s) en het RES-team hebben gemaakt om in het PWA vanwege mogelijke geluidsoverlast niet voor de zoekgebieden in de dichtstbevolkte gebieden te kiezen. Tegelijk heeft een deel van de SARA wel zorgen als het gaat om de voorgestelde zoekgebieden in de buurt van recreatievoorzieningen, zorginstellingen en tuinparken, maar ook diverse vogelgebieden en vogeltrekroutes.

Daarnaast waardeert de SARA het dat de gemeente voor geluid criteria hanteert aan de ondergrens van de regelgeving (Ontwerp besluit windturbines Leefomgeving) en gedeeltelijk bovenwettelijke criteria voor natuur. Tegelijk vindt een deel van SARA dat de bovenwettelijke geluidscriteria en de huidige beoordeling en weging van de natuur onvoldoende bescherming biedt. Bijvoorbeeld waar het gaat om de bescherming van recreatiegebieden, zorginstellingen en tuinparken.

2

Tevens wordt vanuit een deel van de SARA opgemerkt dat windturbines zich verder ontwikkelen, steeds stiller worden en met compensatie en mitigatie meer mogelijkheden zijn voor het plaatsen van windturbines. De SARA waardeert dat de gemeente in het PWA de keuze voor het aanwijzen en afvallen van zoekgebieden op basis van de resultaten van de plan-MER zo begrijpelijk mogelijk probeert te beargumenteren. Tegelijk is de weging voor de keuze van de zoekgebieden nog moeilijk te volgen. De SARA geeft hierover verderop een aantal adviezen. Waardering is er verder voor hoofdstuk 4, waarin de SARA veel van de hoofdlijnen van haar adviezen terugziet. De SARA is van mening dat dit hoofdstuk een goede aanzet is. Wel zou een en ander in de ogen van de SARA sturender en duidelijker verwoord moeten worden. Ook dit wordt in een aantal adviezen verder uitgewerkt. De SARA ziet dat belangrijke delen van haar eerdere adviezen door de gemeente zijn overgenomen. De SARA waardeert dat de gemeente de kwaliteit van haar adviezen heeft gezien, wat ook blijkt uit het feit dat deze grotendeels overeenkomen met de adviezen van de Commissie m.e.r.

Dit maakt in de ogen van de SARA duidelijk dat het belangrijk is dat gemeenten en andere overheden luisteren naar en leren van adviezen van burgers, zeker als die gegeven worden door een pluriform adviesorgaan dat gedurende langere tijd met veel interne deskundigheid adviseert over een specifiek onderwerp. Tot slot spreekt de SARA haar waardering uit voor de overzichtelijke en begrijpelijke taal waarin zowel de plan-MER als het PWA zijn opgesteld. Dit stelt zo veel mogelijk inwoners van Amsterdam in staat om tijdens de vervolgfase deze documenten tot zich te nemen en hierover te oordelen, waarbij duidelijke en begrijpelijke kaarten het geheel toegankelijker zullen maken.

SARA-adviezen voor de plan-MER De wethouder heeft de SARA gevraagd om in haar adviezen in ieder geval aandacht te besteden aan wat zij belangrijk vindt om mee te nemen bij een definitieve keuze voor gebieden in het PWA. Daarom is dit waar in het hoofdlijnen-advies de focus op ligt: het PWA. Dat gezegd hebbende, de SARA heeft ook met een scherp oog naar de plan-MER gekeken en deze van commentaar voorzien. Omdat de plan-MER adviezen zich grotendeels op het detailniveau richten – ze hebben betrekking op specifieke passages in de tekst – zijn ze gestructureerd middels een Excel-spreadsheet. Zo konden de adviezen systematisch verwerkt worden, en kunnen de passages waar de adviezen betrekking op hebben goed worden teruggevonden. Voor de SARA-adviezen met betrekking tot de plan-MER verwijzen wij door naar het bijgevoegde Excelbestand Advies op detailniveau plan-MER.

3

SARA-adviezen voor het PWA In het volgende deel geeft de gehele SARA adviezen over het PWA; over deze adviezen is overeenstemming in de verschillende perspectieven. Het betreft hier het advies op hoofdlijnen. Ook voor het PWA heeft de SARA detail-adviezen opgesteld, die betrekking hebben op specifieke passages uit het PWA. Deze vormen een aanvulling op de volgende pagina’s, en zijn te vinden in het bijgevoegde Excel-bestand Advies op detailniveau PWA. Advies 1: stuur actief op prioritering windturbines in de haven De SARA waardeert ten zeerste dat de gemeente kiest voor de haven als prioritair zoekgebied. Helaas moeten er in dit gebied nog een aantal hindernissen overwonnen worden, zoals ook omschreven in het PWA. De SARA leest op dit moment niet duidelijk genoeg terug hoe de gemeente dit denkt te bewerkstelligen, en in welk tijdspad. Zet bestuurlijk vol in op windturbines in de haven en wees in beleid en als aandeelhouder van de haven sturend in het creëren van voldoende ruimte voor windturbines voor de volledige ambitie van Amsterdam. Het gaat om het maken van keuzes tussen plaatsing in industrieel gebied (maatschappelijk voorkeursgebied) ten opzichte van plaatsing nabij natuur en woongebieden. De SARA adviseert daarbij in te zetten op: • • • • • • •

• •

Het gebruik van de 17 nieuwe plekken uit het Bosch & van Rijn-onderzoek uit 2016, waar in 2016/2017 door de gemeente al vergunningen voor zijn aangevraagd. Dit ketste destijds af op nu niet meer van toepassing zijnde provinciale regelgeving Zoveel mogelijk hergebruik van de gesaneerde windturbine-plekken Het invullen van de RES-ambitie door zo groot mogelijke windturbines te plaatsen en daarvoor ontheffingen aan te vragen, zoals ook gebeurd is in de Noorder IJ-plas Het voor de haven loslaten van clustering: solitaire windturbines, tweetallen en drietallen in een vrije opstelling leiden tot meer mogelijkheden in de haven Het verplaatsen van de helihaven naar Schiphol – dat is per slot van rekening al een vliegveld Het prioriteren van ruimte voor windturbines in de haven t.o.v. andere functies/ruimtegebruik Vervroegde re-powering; een project-MER moet uitwijzen hoeveel MW dit oplevert. Zet in op re-powering van oude parken en maak daar ambtelijke capaciteit voor vrij. Denk hierbij ook aan de mogelijkheden om energiehubs te formeren, waarbij de bedrijven hun eigen energie kunnen winnen en daarmee het stroomnet ontlasten. Werk hiervoor samen met het havenbedrijf, de exploitanten van de huidige parken Verhoging, in overleg met Schiphol, van de hoogtebeperkingen om ook in dit gebied hogere turbines mogelijk te maken Het versneld stoppen met de kolenoverslag

De SARA adviseert om duidelijk aan te geven, voorafgaand aan besluitvorming in de raad na de zomer, hoeveel ruimte (in MW) er is in de haven en of ook een volgende stap noodzakelijk is om de gemeentelijke ambitie te halen. Maak die stap afhankelijk van de status van de ingediende initiatieven in de haven. Neem de volgende stap pas als er in de haven niet voldoende initiatieven zijn binnen 2,5 jaar. Dit zorgt voor duidelijkheid.

4

Advies 2: wees duidelijk over de status van de zoekgebieden tot 2030 De SARA is van mening dat de (definitieve dan wel voorlopige) status van de aan- en afgewezen zoekgebieden in het PWA onvoldoende helder wordt beschreven. Deze onduidelijkheid kan tot onnodige onzekerheid leiden bij de inwoners van Amsterdam. Daarom adviseert de SARA het volgende: Leg duidelijk in het PWA vast dat – na besluitvorming in de gemeenteraad – de keuzes voor de aan- en afgewezen zoekgebieden vastliggen tot 2030. Vermijd hierbij bewoordingen als “in principe”. Geef omwonenden van afgewezen zoekgebieden geen valse zekerheid. Geef duidelijk aan dat als de gemeentelijke ambitie van 127 MW tot 2030 gehaald is, er in de overige aangewezen zoekgebieden geen windturbines zullen worden geplaatst. Schrijf duidelijk op dat 127 MW de maximumambitie is voor Amsterdam tot 2030. Geef duidelijk mee aan de inwoners dat een specifiek per zoekgebied te maken project-MER nodig blijft en moet worden goedgekeurd. In deze project-MER moet de exacte locatie van de te plaatsen windturbine(s) en waar nodig aanvullende maatregelen ter voorkoming van hinder beschreven worden. Advies 3: beoordeel de huisjes van de tuinparken met verblijfsstatus hetzelfde als woningen In haar advies op de NRD heeft de SARA geadviseerd tuinhuisjes op tuinparken op dezelfde manier te beoordelen als gewone woningen.

Dat zien we niet terug in de plan-MER en PWA. De SARA adviseert de geluidsnorm voor “gevoelige objecten” ook te hanteren voor alle tuinhuisjes met verblijfsrecreatie op tuinparken en dit ook mee te nemen in de berekeningen van het aantal ernstig gehinderden. De SARA adviseert de gemeente de tuinparken niet als één “overig object” te zien, maar alle tuinhuisjes met verblijfsfunctie als aparte “gevoelig objecten”. Het gegeven dat tuinders 7 tot 8 maanden volcontinu op de tuinen mogen verblijven en een kleine groep (maximaal 10) tuinders volcontinu ook in de winter op de tuinen verblijven voor de beveiliging, benadrukt het belang van dit advies. Advies 4: maak de weging en het afwegingskader duidelijker De precieze stappen die van plan-MER tot de keuzes van de zoekgebieden in het PWA hebben geleid zijn in de ogen van de SARA onvoldoende goed te volgen. De SARA adviseert daarom het toetsingskader en de afweging transparant te maken. De gemeente kan tabel 7 van de plan-MER (pagina 43) als startpunt voor de weging nemen, en vandaaruit het afwegingskader prioriteren. Beargumenteer hoe de bestudeerde aspecten/categorieën (en de minnen en plussen als indicaties daarvan) worden gewogen om tot een keuze te komen, en welke overwegingen meer of minder gewicht hebben in deze keuze. Beschrijf op deze manier de voor de weging gebruikte methodiek.

Relateer dit ook aan de afspraken uit het coalitieakkoord, waarin wordt aangegeven dat ‘onaanvaardbare’ of ‘te veel’ impact op natuur, landschap, recreatie en omwonenden niet acceptabel is. Wat is in het licht van de keuzes onaanvaardbaar, waar ligt deze grens? In het bijzonder vindt de SARA de volgende gevallen beter onderbouwd moeten worden: • • •

Recreatie weegt in de plan-MER bij zoekgebieden minder zwaar dan gezondheid en natuur. Laat in het PWA beter zien hoe recreatie is meegewogen en laat zien waarom hiervoor is gekozen en wat hiervan de consequenties zijn. Met betrekking tot zoekgebieden wordt gesproken over een “aanzienlijke afstand tot woningen”. Specificeer wat aanzienlijk is. In het PWA wordt voor zoekgebieden een optimalisering voorgesteld door mogelijke turbines te verplaatsen. Daarmee worden de bewoners van woningen meer belast dan gebruikers van 5

•

•

tuinparken, of andersom. Beargumenteer beter waarom de gemeente dit een optimalisering vindt. Maak explicieter hoe de sociale aspecten zijn meegewogen in de keuze. Of geef aan waar sociale aspecten en het rapport ‘Sociale aspecten zoekgebieden’ van Antea geen expliciete rol hebben gespeeld bij de afweging. Geef daarnaast aan welke sociale effecten uit de handreiking ‘Sociale effecten in milieueffectrapportage’ van de Commissie m.e.r. zijn onderzocht, en welke effecten niet. Geef ook de redenen aan waarom wel/niet Maak duidelijk, bijvoorbeeld in een tabel, welke onderwerpen (natuurwaarden en regelgeving) niet worden onderzocht in de plan-MER en wat wordt voorgeschreven of aangeraden om te onderzoeken in project-MER. Maak bij dat laatste duidelijk welke punten in project-MER wettelijk verplicht zijn en welke punten door gemeente Amsterdam wordt geadviseerd om verder te onderzoeken. Hierdoor is het voor burgers ook duidelijker welke onderwerpen zij uiteindelijk terug gaan zien in een project-MER.

Advies 5: geef in het PWA expliciet aan hoe de omliggende gemeenten en provincie kijken naar de zoekgebieden langs hun grenzen Weeg de mening van deze omliggende gemeenten en provincie (Utrecht) explicieter mee in de afweging. Ga bijvoorbeeld snel in overleg met de gemeente De Ronde Venen over de mogelijke locaties voor windturbines bij het waternetterrein/Weesperkarspel bij hun werelderfgoed en bij Holendrecht, en met de gemeente Diemen over de mogelijke locaties van windturbines in de Diemerscheg en Diemerknoop. Leg de plan-MER’en van Ronde Venen, Diemen en Amsterdam op elkaar en maak een integrale afweging voor het hele gebied Diemen, Ronde Venen, Amsterdam Zuidoost (inclusief stadsgebied Weesp-Driemond). Neem hierbij ook alle toekomstige ontwikkelingen mee, bijvoorbeeld in de Bloemendalerpolder of Weespersluis. Als alles doorgaat zouden er bij Diemen 10 windturbines kunnen komen. Onderzoek of/hoe dat past bij de draagkracht van het gebied wat betreft gezondheid, natuur, landschappelijke inpassing en recreatie. Let ook op dat er geen hek van windturbines langs de A2/A9, A1, of het Amsterdam-Rijnkanaal komt – dan kunnen de trekvogels er niet meer langs. Hetzelfde geldt voor knooppunt Holendrecht (OuderAmstel en Amsterdam).

Advies 6: kies ook voor bovenwettelijke criteria voor natuur en biodiversiteit Leg in het PWA vast dat de gemeente plaatsing van windturbines in Natura 2000-gebieden uitsluit, evenals directe negatieve invloeden van windturbines (ook buiten de gebieden) die de instandhoudingsdoelen van deze gebieden aantasten. Opmerkelijk is dat bij het onderwerp Natuur en biodiversiteit het PWA niet expliciet kiest voor (andere) belangrijke bovenwettelijke verplichtingen. Neem in het PWA zowel wettelijke als bovenwettelijke criteria mee, zoals geen aantasting van beschermde (vogel/vleermuis) soorten, door hun habitat of routes te veel te verstoren, of aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van NNN-gebieden, zoals in adviezen aangegeven door Expertgroep en de werkgroep natuur. Leg ook vast dat bij de opzet en beoordeling van de project-MER uitgegaan wordt van de wettelijke zowel als bovenwettelijke verplichtingen voor wat betreft natuur en biodiversiteit. Neem in het PWA tevens op dat – tijdens de beoordeling van de project-MER – de effecten op vogel- en vleermuispopulaties in samenhang met andere gebieden beoordeeld worden, zoals inzake de vlieg- en trekroutes rond gekozen locaties in Zuidoost (inclusief stadsgebied Weesp-Driemond) en de haven. Beschrijf tot slot duidelijker hoe mitigatie, compensatie en optimalisatie eruit kunnen zien.

Doe dit voor alle zoekgebieden, rekening houdend met de zeer beperkte kansenlocaties voor compensatie.

6

Advies 7: geef meer inzicht in de realiseerbaarheid van de businesscase per zoekgebied Geef bij kleine windparken duidelijker aan welk potentieel opgesteld vermogen realistisch is, en ook wat de financiële haalbaarheid is van deze zoekgebieden. Want hoe kleiner het park en hoe groter de hoogtebeperking, hoe minder groot de kans is dat er een businesscase te maken valt. Er moet rekening worden gehouden met afstanden tussen turbines onderling en, waar aan de orde, ook met bestaande turbines. Advies 8: organiseer actief participatie bij het invullen van de zoekgebieden Bespreek de plannen voor het invullen van de zoekgebieden intensief met alle omwonenden. En besteed daarbij speciaal aandacht aan de moeilijk bereikbare groepen, waaronder multiculturele inwoners. Organiseer daarvoor extra bijeenkomsten waarbij zo veel mogelijk betrokken bewoners in hun diversiteit aanwezig kunnen zijn.

Aandachtspunten voor de zoekgebieden vanuit de perspectieven Naast de bovenstaande algemene adviezen geeft de SARA in onderstaande paragraaf de belangrijkste adviezen weer die betrekking hebben op de zoekgebieden. In de bijlagen Advies op detailniveau voor respectievelijk de plan-MER en het PWA wordt hierover gedetailleerder geadviseerd door de SARA. De SARA als geheel adviseert daarbij – zoals eerder vermeld – niet om specifieke zoekgebieden af te laten vallen of extra aan te wijzen. Daarvoor is de inspraakprocedure geschikter. Een deel van de leden van de SARA maakt hier mogelijk op persoonlijke titel gebruik van om voor of tegen het afvallen of aanwijzen van zoekgebieden te pleiten. Het initiërend perspectief Het initiërend perspectief vindt het belangrijk dat Amsterdam zoveel mogelijk duurzame elektriciteit opwekt, waar mogelijk in coöperatief verband. Juist ook met het oog op de toekomst moet dit in de ogen van dit perspectief de insteek zijn. Houd daarom de afgevallen zoekgebieden voor na 2030 in portefeuille. Breng in de aangewezen zoekgebieden een rangschikking aan. En bedenk dat geluid met de nieuwe turbines steeds minder zal worden, dat de gemeente al werkt met de nieuwe strengere regels voor slagschaduw en dat ecologische effecten te mitigeren zijn.

Geef duidelijk aan dat turbines stiller worden en dat er mogelijkheden zijn om, bijvoorbeeld, ecologische impact te voorkomen. Deze nieuwe turbines zijn op dit moment nog niet meegenomen in deze analyse, maar voordat het nieuwe park er staat, of de nieuwe parken er staan, zijn we 5-10 jaar verder en is de technologie ook een stuk verder. Implicaties op gebied van geluid, slagschaduw en ecologische impact moeten in de realisatiefase ook met deze ogen worden bekeken. Het initiërend perspectief adviseert de ontwikkelingen in de technologie van windturbines en maatregelen eromheen zoveel mogelijk te betrekken in het PWA. Er zijn in het PWA veel zoekgebieden voorlopig afgevallen. Het initiërend perspectief adviseert om te onderzoeken of voor de periode vanaf 2030 met mitigerende maatregelen en maatwerk meer mogelijk is. Zo kan bijvoorbeeld in een zoekgebied één windturbine als landmark, en middels een energiecoöperatie mede in eigendom van gebruikers en omwonenden voor de eigen energiewinning (en daarmee ontlasting van het stroomnet). Daarnaast kan een verplaatsing van huidige belemmerende objecten wellicht soelaas bieden voor nieuwe windturbinelocaties. Dergelijke opties lijken op diverse zoeklocaties in Amsterdam mogelijk, kijk daarbij zowel naar omwonenden, omringende bedrijven, sportlocaties als tuinparken. 7

Het strikt toepassen voorzorgsbeginsel-perspectief Advies vanuit het STV-perspectief (natuur): hanteer aanvullende plaatsingscriteria bij de beoordeling van de zoekgebieden In opdracht van de gemeente Amsterdam verscheen in april 2022 het advies van de Expertgroep Natuur en Windturbines, dat tevens verwijst naar het aanvullend randvoorwaarden-advies vanuit de Klankbordgroep Natuur. Het STV-perspectief ziet een aantal onderzochte aspecten terug in de planMER, maar adviseert de volgende aanvullende plaatsingscriteria bij de beoordeling van de zoekgebieden te hanteren. Zo wordt helderheid gecreëerd en worden de meest duurzame keuzes gemaakt. • • • • •

•

Geen plaatsing in noch met negatief effect op Natura 2000 en Natuur Netwerk Nederland gebieden of compensatiegebieden Niet in of dichtbij Scheggenstructuur of Bijzonder Provinciaal landschap Niet in gebieden die kwetsbaar zijn voor biodiversiteitsverlies, voornamelijk bij vogels en vleermuizen volgens deskundigen Geen schade aan UNESCO Werelderfgoed-gebieden Geen aantasting van gebieden die een belangrijke functie hebben als stiltegebied, en voor rust, ruimte en recreatie voor de Amsterdammers, waaronder volkstuinen, speelweiden en strandjes. Deze zijn belangrijk in een zich sterk verdichtende stad, juist ook voor de meest kwetsbare groepen in de buitenwijken Nader onderzoek doen naar ketenbeheer

Advies vanuit het STV-perspectief (gezondheid): breng correcties aan in de berekening van geluidshinder De SARA waardeert het meenemen van het absoluut aantal ernstig gehinderden in de effectbeoordeling, conform het advies van de Expertgroep gezondheid en de Landelijke Commissie m.e.r. Dit was in de NRD en in de MER van Noorder IJ-plas nog niet het geval. Het geeft een veel beter beeld dan alleen toename van aantal gehinderden, omdat die toename relatief klein is aangezien er al zoveel mensen gehinderd zijn. Het is ook een goede weergave van hoeveel mensen ernstige hinder gaan hebben van de windturbines ’s nachts, als er weinig verkeersgeluid is. Daarnaast adviseert het STV-perspectief (gezondheid) het volgende: •

•

•

Gevoelige objecten en overige objecten worden in de plan-MER geteld vanaf 42 dB Lden. Tel daarnaast ook objecten met een logiesfunctie en residentiële zorginstellingen vanaf 37 dB Lden vanwege het grote aantal personen dat daar overnacht. Hanteer redelijke eisen aan deze aantallen, waarbij het STV-perspectief als grens voor residentiële zorginstellingen maximaal nul adviseert gezien de kwetsbaarheid van de bewoners en slapers. Zie ook het detailadvies in de bijlage plan-MER (verwijzend naar 3.2.1.3 en pagina 32) Reken met huishoudensgrootte op wijkniveau. Er wordt nu gerekend met de gemiddelde huishoudensgrootte Amsterdam (1,89). Dit geeft een vertekend beeld: in de meeste wijken rond zoekgebieden ligt de huishoudensgrootte ver boven dit gemiddelde. Bijvoorbeeld in Driemond (2,4), Gein (2,0), Waterlandpleinbuurt (2,2) en Kadoelen (2,5). Tel objecten met een logiesfunctie en residentiële zorginstellingen correct mee bij het berekenen van aantal ernstig gehinderden. De eerste categorie wordt nu helemaal niet geteld en de tweede categorie als een woning (dus met 1,89 inwoners). Pas deze getallen per object aan naar een representatieve waarde en reken ze mee. Bijvoorbeeld: reken voor een hotel het gemiddeld aantal personen dat daar overnacht. Zie ook het detailadvies in de bijlage plan-MER (verwijzend naar 3.2.1.3 en pagina 32) 8

•

•

Bereken ernstig gehinderden tot 1500 meter in plaats van tot 38 dB Lden, want onder de 38 dB Lden is er nog steeds ernstige hinder (0,62 procent) en juist op die afstand neemt het aantal woningen zeer sterk toe, aangezien veelal buiten de rand van bebouwing wordt gekeken. 1500 meter is door de Raad van State bepaald als de invloedsgrens van windturbines. Zie ook het detailadvies in de bijlage plan-MER (verwijzend naar 3.3 en pagina 38) Tel het aantal gevoelige objecten en overige objecten vanaf 37 dB Lden en vanaf 40 dB Lden en neem dat mee in de beoordeling, zoals geadviseerd door de landelijke Commissie m.e.r. In de plan-MER provincie Utrecht (2023) is iets vergelijkbaars gedaan door gevoelige objecten en overige objecten te tellen binnen 500, 750 en 1000 meter. Dit onderstreept het belang van een degelijke analyse. Zie ook het detailadvies in de bijlage plan-MER (verwijzend naar 3.2.1.1 en 3.2.1.3 pagina 30)

Wat betreft de landelijke windturbinenormen in ontwikkeling stelt SARA vast dat er wat betreft geluid afwegingsruimte is voor een lagere waarde dan de standaardwaarde (45 dB Lden op een geluidgevoelig gebouw), op grond van cumulatie van geluid of aard van het gebied. Dit is een belangrijk aandachtspunt om voor te schrijven bij de project-MER. Tot slot adviseert het STV-perspectief het volgende. Werk in hoofdstuk 4 van het PWA uit waar een initiatief aan moet voldoen wat betreft handhavingsmogelijkheden – met het gewenste handelingsperspectief van de gemeente, de omgevingsdienst, en die van burgers uitgewerkt, zoals een service level agreement met betrokkenheid van omwonenden. Additioneel advies vanuit het STV-perspectief Zuidoost Het STV-perspectief uit het stadsdeel Zuidoost adviseert de gemeente het belang van recreatie voor de leefomgeving zwaarder mee te laten wegen bij het beoordelen van zoekgebieden waarin recreatie plaatsvindt. Recreatie maakt deel uit van de leefomgeving – zeker voor inwoners van AmsterdamZuidoost waarvan velen geen tuin hebben – en is voor veel inwoners van Amsterdam-Zuidoost een belangrijke factor die bijdraagt aan de gezondheid. Daardoor kan recreatie niet los van het thema ‘gezondheid’ en haar weging worden gezien.

Bekend is dat er een samenhang is tussen een groene leefomgeving en gezondheid, hetgeen overigens ook geldt voor andere kwetsbare wijken zoals Amsterdam Noord/Ringweg A10. Verder is het STV-perspectief Zuidoost van mening dat de invloed van de windturbines op het landschap zwaarder meegewogen dient te worden in gebieden in de buurt van UNESCO-werelderfgoed, NNN en groene scheggen. Nu nog zijn er wettelijk geen garanties dat na gebruik van windturbines verwijdering en recycling plaatsvindt. Daarom adviseert STV Zuidoost dat de gemeente met de initiatiefnemer bindende afspraken maakt over afbraak en duurzame verwerking na de exploitatieperiode, waarbij deze verplichtingen overgaan bij verkoop van het project. Het neutraal perspectief Het neutraal perspectief ondersteunt delen van het STV-advies m.b.t. de zoekgebieden, te weten: het beter rekening houden met het aantal gevoelige objecten en overige objecten vanaf 37 dB Lden en vanaf 40 dB Lden, en het beter rekening houden met de ecologische verbinding tussen het IJmeer en Amstelland en het UNESCO Werelderfgoed De Stelling van Amsterdam en de externe werking daarvan.

9

SARA-advies voor Hoofdstuk 4 – Waaraan moet een project voldoen? De SARA waardeert het dat Hoofdstuk 4 is opgenomen in het PWA, zodat initiatiefnemers en bewoners meer duidelijkheid kan worden verschaft. In het definitieve PWA zou die duidelijkheid in de ogen van de SARA verder vergroot moeten worden. In dit deel van het advies doet de gehele SARA hiervoor enkele concrete voorstellen. De SARA dringt er bij de gemeente op aan om de provincie te vragen de (project-)voorwaarden van dit hoofdstuk te blijven hanteren als de provincie voor projecten op Amsterdams grondgebied de rol van bevoegd gezag heeft. Dit zou kunnen door middel van een bestuursovereenkomst. Advies H4a: hanteer de norm voor gevoelige locaties en gebouwen voor tuinparken In de participatieronde is het belang van tuinparken voor recreatie (speelweiden, strandjes enzovoort) uitgebreid naar voren gebracht: gebruikers verkeren er veelal langdurig. Delen van de bevolking zijn voor hun (verblijfs-)recreatie in sterke mate op tuinparken zijn aangewezen. Ook is onderbouwd dat het park zelf van belang is voor de biodiversiteit. De Omgevingswet biedt de ruimte, mits gemotiveerd, om in het kader van de algemene norm “een evenwichtige toedeling van functies aan locaties” voor locaties en gebouwen zoals een (volks-)tuinpark en de huisjes daarbinnen, de norm voor geluidsgevoelige locaties en gebouwen te hanteren.

De motivatie zou gevonden kunnen worden in het gegeven dat de volkstuinen op het gebied van externe veiligheid ook al in dezelfde klasse worden gezet als gebouwen met een woonfunctie, die wel als geluidsgevoelig bestempeld worden. SARA pleit ervoor om bij de beoordeling van projecten deze ruimte te benutten. Advies H4b: verplicht de initiatiefnemer de positionering te optimaliseren en gebruik moderne windturbines Waardering heeft SARA (p. 39) voor het feit dat de initiatiefnemer moet laten zien dat de positionering en opstelling van turbines optimaal is wat betreft de beperking van geluidshinder en slagschaduw, en daarbij mogelijke mitigerende maatregelen moet aangeven. Hierbij dient Amsterdam te waarborgen dat de stilste, modernste windturbines geplaatst worden. Advies H4c: neem de inbreng van de werkgroep Handhaving en Monitoring mee m.b.t. laagfrequent geluid Daarnaast is uit de landelijke plan-MER gebleken dat voor laagfrequent geluid een aanvullende norm van 43 dB Lden en luider een aanvullende waarde heeft. In het advies van de werkgroep Handhaving en monitoring is wat betreft tonaal laagfrequent geluid concrete voorstellen gedaan. In het concept PWA is dit onderwerp nu nog opengelaten. SARA dringt erop aan het advies van de werkgroep Handhaving en monitoring bij het invullen van deze passages te betrekken. Advies H4d: schep verdere duidelijkheid m.b.t.

meldingen, klachten en handhaving De SARA waardeert dat de gemeente in overleg is met provincie/Omgevingsdienst over op welke wijze de informatie over meldingen, klachten en het doen van een handhavingsverzoek klantvriendelijker kan worden gemaakt, naar voorbeeld van de DCMR, alsmede de openbaarheid van de meldingen/klachten en de wijze van afhandeling daarvan. In het advies van de werkgroep Handhaving en monitoring, en in het kader van de bijeenkomst van de werkgroep met gemeente en de Omgevingsdienst zijn daarvoor concrete voorstellen gedaan. Het zou goed zijn als e.e.a. in het PWA wordt uitgewerkt. Alsmede de manier waarop de gemeente garandeert dat de Omgevingsdienst, in geval van provinciale zeggenschap, de handhaving aanpakt. 10

Niet duidelijk is of er volgens het concept ook melding kan worden gedaan direct bij de exploitant van een turbine. SARA pleit ervoor deze optie in het PWA uit te werken, c.q. concreet aan te geven wat hierbij de mogelijkheden en beperkingen zijn voor de gemeente. Bijv. d.m.v. een service level agreement met de exploitant. Niet is ingegaan op het pleidooi van de werkgroep voor een “momentane” norm, om onmiddellijke handhaving mogelijk te maken, i.p.v. achteraf op basis van het jaargemiddelde. Wat is de reden dat Amsterdam niet het voorbeeld volgt van (o.a.) het bestemmingsplan Rijnenburg? Of ziet de gemeente andere mogelijkheden om dit belangrijke handhavingsprobleem op te lossen? Graag een passage hierover in het PWA. Het is de SARA niet duidelijk of het probleem m.b.t. de handhaving van slagschaduw (continu aan- en uitgaan op dagen met wisselende bewolking) door de nieuwe normstelling voor slagschaduw wordt opgelost. Terecht wordt er vanwege het thema Natuur en biodiversiteit van initiatiefnemers in alle gevallen een quickscan gevraagd naar de impact vanwege relevante beschermingsregimes (incl. bovenwettelijke gemeentelijke, zoals in het definitieve PWA opgenomen), en in de ontwerpfase een uitgebreid onderzoek naar mitigatiemogelijkheden en voorstellen om de biodiversiteit ter plaatse te versterken.

Volledige mitigatie zal eventuele aantasting van kernkwaliteiten en beschermde soorten en habitats geheel en al moeten voorkomen, nu vergunnen door middel van compensatie in de regio de facto vrijwel niet mogelijk is (zie advies expertgroep Natuur). Neem tevens op dat – tijdens de beoordeling van de project-MER – de effecten op vogel- en vleermuispopulaties in samenhang met andere gebieden beoordeeld worden, zoals inzake de vliegroutes rond locaties in Zuidoost (incl. Diemerscheg en stadgebiedsgebied Weesp-Driemond) en de haven. Advies H4e: betrek bij het vroege overleg tussen initiatiefnemer en gemeente ook bewoners, buurgemeenten en lokale landschapsorganisaties Bij het onderwerp Landschap is er eveneens terecht, gezien de hoge landschappelijke waarden in zoekgebieden, sprake van de verplichting voor initiatiefnemers om in een vroege fase met de gemeente te overleggen over optimale inpassing, en een landschapsplan te overleggen. De SARA pleit ervoor dat bij dit vroege overleg ook bewoners, buurgemeenten en lokale landschapsorganisaties betrokken worden. Dit laat onverlet dat ook een optimaal ingepast plan mogelijk niet aan de kernkwaliteiten voldoet, en uiteindelijk niet vergunbaar is. Met betrekking tot procesparticipatie waardeert de SARA dat in de verkenningsfase de initiatiefnemer, in overleg met de omgeving en de gemeente, een participatieplan dient op te opstellen.

Met daarin onder meer afspraken met de omgeving. De nakoming hiervan zou echter – anders dan nu in het concept is opgenomen – niet alleen aan de gemeente, maar ook aan de omgeving moeten worden verantwoord, via een omgevingsberaad. De SARA pleit er daarnaast voor om aan te geven op welke manier er wat betreft proces- en sociale participatie lessen zijn getrokken uit de bij de Noorder IJ-plas opgedane ervaringen.

11

Advies H4f: doe het maximaal mogelijke om lokaal eigendom te realiseren Wat betreft Lokaal eigendom beperkt het concept zich tot een inspanningsverplichting voor de initiatiefnemer m.b.t. financiële participatie. Dit is enerzijds begrijpelijk vanwege de jurisprudentie terzake, anderzijds in het licht van advies van de werkgroep Lokaal eigendom teleurstellend. Er is meer mogelijk. Zo wordt niet het minimum van een omwonendenregeling en/of een omgevingsfonds voorgeschreven, terwijl dat wettelijk wel mogelijk is. Ook wordt er geen voorkeur uitgesproken voor het model van de energiegemeenschap, waarvan in het advies van de werkgroep Lokaal Eigendom is onderbouwd dat dit de beste garanties biedt voor werkelijke lokale participatie. Advies H4g: sluit een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer De SARA pleit ervoor om via een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer in ieder geval het volgende te regelen: 1. De definitie van omwonenden en omgeving voor dit project en de manier waarop deze kunnen participeren: in het advies van de Werkgroep Lokaal eigendom is een en ander uitgewerkt. Een en ander zou door een verwijzing in het PWA kunnen worden opgenomen. 2. Een beschrijving van de omwonendenregeling en het omgevingsfonds 3. Een basisbedrag en een extra bedrag als de opbrengsten meevallen.

Mensen die geen lid zijn van de energiegemeenschap kunnen zo wel profiteren van de winst 4. Zorg voor speciale aandacht voor mensen met energiearmoede 5. Zorg ervoor dat juiste taal en middelen gebruikt worden om alle omwonenden te bereiken. 6. Zorg dat financiële participatie in het besluitvormingsproces en investering in de windturbine(s) geregeld is 7. Zorg dat sociale participatie in het besluitvormingsproces en investering in de windturbine(s) geregeld is 8. Zorg dat het eerste recht voor omwonenden in financiële en sociale participatie geregeld is 9. Maak duidelijk hoe de doelgroep zo vroeg mogelijk mede-betrokkene kan zijn bij het besluitvormingsproces. Geef aan over welke onderdelen de participatie gaat en welke onderdelen niet, en welke mate van inspraak er in verschillende onderdelen is 10. Organiseer dat deze zaken gehandhaafd worden tijdens de operationele fase 11. De initiatiefnemer volgt de afspraken uit het Klimaatakkoord en maakt een participatieplan samen met de omwonenden en legt afspraken vast in een Omgevingsovereenkomst. (Klimaatakkoord bladzijde 163) 12.

Participatie volgt de richtlijnen van de ‘Gedragscode Acceptatie & Participatie Windenergie op Land’ zoals vastgelegd door de NWEA samen met partners Advies H4h: maak maximaal gebruik van gemeentelijk grondeigendom om het 100% lokaal eigendom streefcijfer te behalen In het geval van gemeentelijk grondeigendom met de daarbij behorende grotere (privaatrechtelijke) beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente, wordt nu niet het werken met een maatschappelijke tender en een voorkeurspositie voor coöperaties en/of energiegemeenschappen vastgelegd. Terwijl dit bij uitstek de manier is om het eigen streefdoel van de gemeente (100%) te realiseren. De SARA dringt erop aan dit alsnog in het PWA op te nemen. En meer duidelijkheid te geven aan welke voorwaarden initiatiefnemers bij toepassing van een maatschappelijke tender moeten voldoen.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=eef30039-ebaf-4bd2-9632-b3d962bb91b9