5. Reactie gemeenteraad aan Transitiecommissie aangepast na bespreking in informatieve raad 15 april.docx
Tekst van het document
DIEMEN
Zaaknummer Documentnummer Kenmerk Bijlagen Beh. ambtenaar Telefoonnummer E-mailadres
: : : : : J.D. de Kort : 020-3144605 : info@diemen.nl
Aan Transitiecommissie MRA Governance
Onderwerp: reactie op voorstel MRA Governance
Datum: 22 april 2021
Geachte leden van de Transitiecommissie, Wij zijn u zeer erkentelijk voor het werk dat in de voorbije maanden is verricht om tot een voorstel voor de herinrichting van de MRA-samenwerking te komen. Met u spreken wij de hoop uit dat volgens planning voor het a.s. zomerreces breed bestuurlijke besluitvorming kan plaatsvinden over het governancevoorstel. In de voorbereiding op het formuleren van een reactie op uw voorstellen hebben wij aandachtig kennis genomen van de reactie van 4 maart jl. namens de gemeenten van de deelregio AmstelMeerlanden. Wij kunnen deze reactie nagenoeg (met uitzondering van onderstaand punt 4) volledig billijken en voor alle duidelijkheid incorporeren wij die reactie in onze brief aan u. Dat maakt onze reactie als volgt. 1. Wij onderschrijven de noodzaak voor samenwerking op de schaal van MRA. Individuele gemeenten zijn simpelweg te klein om een rol van betekenis te kunnen spelen, zeker daar waar het gaat om aanspraak te maken op nationale en/of Europese gelden. Een sterke(re) MRA door bundeling van krachten en een gezamenlijke (lobby)boodschap zijn dan essentieel. 2. Wij zijn ervan overtuigd dat meer focus de MRA slagvaardiger maakt. Dit betekent wat ons betreft focussen op de belangrijkste onderwerpen die ons als MRA binden, namelijk; wonen, werken en mobiliteit.
We zijn dan ook geen voorstander van het toevoegen van andere onderwerpen, zoals sociale thema’s, op de schaal van de MRA. De genoemde sociale opgaven herkennen we, maar deze kunnen worden meegenomen in de huidige platforms. 3. De polycentrische benadering komt nu duidelijker in het stuk naar voren. De tekst uit de Verstedelijkingsstrategie mag wat ons betreft nog nadrukkelijker benoemd worden, namelijk dat het gaat om een evenwichtige ontwikkeling van de hele MRA regio. Waarbij aandacht is voor de diversiteit en leefbaarheid van de vele dorpen kernen die de regio biedt en die elkaar, juist door die diversiteit, versterken. 4. Voorzitterschap van de platforms: in het voorstel is opgenomen dat de twee provincies de voorzitters leveren voor de platforms. Dit uitgangspunt kunnen wij billijken. Het info@diemen.nl - Postbus 191 - 1110 AD Diemen - (020) 31 44 888 - www.diemen.nl KvK 34374815 - IBAN NL18BNGH0285001841
voorzitterschap is voor ons geen halszaak en bovendien zien wij voordelen qua continuïteit (andere verkiezingsdatum) als het voorzitterschap bij de provincies is belegd. 5. Wij herkennen ons in de vijf richtinggevende principes. Met name het laatste principe, “de basis voor de samenwerking ligt in de deelregio’s”, is van belang voor draagvlak van onderop, ook van de kleinere gemeenten. Dit principe betekent wat ons betreft ook dat alle zeven deelregio’s goed vertegenwoordigd zijn in het bestuur. Een bestuurder in het DB die voor twee deelregio’s als ‘linking pin’ fungeert, doet geen recht aan dit principe. 6. Democratische legitimatie/positie van de raden: het is goed te benadrukken dat de MRA een netwerkorganisatie is en blijft. Ondanks dat de formele (kaderstellende) besluitvorming bij de raden en staten blijft, gebiedt de realiteit te constateren dat binnen door de gemeenteraden vastgestelde kaders, de feitelijke MRA-samenwerking op andere bestuurlijke niveaus vorm krijgt. Wij stemmen in met de reactie van het A-M raadsledenplatform van 1 april jl (zie bijlage) en kunnen ons er uitstekend in vinden dat de Raadtafel uitsluitend een rol speelt bij de voorbereiding van kennisuitwisseling en ontmoeting voor alle raadsleden, bijvoorbeeld in de vorm van een (half)jaarlijks themacongres. Daarmee vervalt ook de noodzaak eisen te stellen aan de samenstelling van de Raadtafel.
Bij dergelijke congressen zouden immers alle raads- en statenleden binnen de MRA welkom moeten zijn. Een versterking van de deelregio's, en daarin reeds bestaande raadsledenplatforms, draagt ons inziens meer bij aan de gewenste versterking van de democratische legitimiteit. 7. Versterking MRA-werkorganisatie: wij hebben kennis genomen van het voorstel om te werken met een kernformatie van circa 30 FTE, aangevuld met inzet vanuit de individuele gemeenten. Wij zijn, evenals het college van B&W van Diemen, een voorstander van een verdere versterking van de MRA-werkorganisatie en vinden het voorliggende voorstel te veel “hinken op twee gedachten” en (ten onrechte) te veel geredeneerd vanuit vermeende kostenbeheersing voor de samenwerkende gemeenten. Formatie die binnen gemeenten wordt ingezet voor de MRA-samenwerking brengt immers ook kosten met zich mee. Weliswaar verwerkt in de gemeentelijke begroting en niet in de MRA-begroting, maar evengoed met een kostenplaatje. Daarnaast hebben wij een inhoudelijk argument dat naar ons oordeel hout snijdt. Wij maken daarbij de vergelijking met de Vervoerregio, waarbij voldoende formatie is gefaciliteerd om de opgaven met eigen medewerkers onafhankelijk te kunnen uitvoeren en de aansturing ook enkelvoudig kan plaatsvinden. Wij zien dit als een groot voordeel dat de door u voorgestane slagvaardigheid zeker ten goede komt.
Onverminderd zien wij de toekomstige samenwerking niet alleen met vertrouwen tegemoet, maar zijn wij ook overtuigd van de noodzaak. Wij vertrouwen er op u met deze reactie verdere stof tot overdenking te hebben aangereikt en wensen u veel succes bij de afronding van het proces. Met vriendelijke groet, De gemeenteraad van Diemen, De griffier,
De voorzitter,
2