4. Memo Meicirculaire 2025 - gemeente Diemen
Tekst van het document
Memo Meicirculaire 2025 Gemeente Diemen
Gemeente Diemen
Colofon Duo+ Vondelstraat 1 1191 BD Ouderkerk aan de Amstel Postadres Postbus 35 1190 AA Ouderkerk aan de Amstel Telefoon (0297) 51 32 32 Fax (0297) 51 32 32 BTW-nummer 854833171BO1 KvK-nummer 62475436
Meircirculaire 2025 gemeente Diemen
2
Inhoud Samenvatting................................................................................................................................................. 4 Leeswijzer ...................................................................................................................................................... 6 Toelichting mutaties meicirculaire 2025 ......................................................................................................... 7 Tabel mutaties Meicirculaire....................................................................................................................... 7 Toelichting Accresontwikkeling.................................................................................................................. 8 Afrekening BCF plafond 2024 ..................................................................................................................... 8 Toelichting mutatie uitkeringsbasis en uitkeringsfactor ............................................................................. 8 Taakmutaties ............................................................................................................................................. 8 Demping terugval gemeentefonds .........................................................................................................
8 Mutaties Jeugdhulp ................................................................................................................................ 9 Tekorten voor 50% rekening Rijk ........................................................................................................ 9 Groeipad maatregelen Hervormingsagenda ....................................................................................... 9 Eigen bijdrage Jeugdzorg.................................................................................................................... 9 Sturen trajectduur jeugdzorg .............................................................................................................. 9 Indexeren opbrengst Hervormingsagenda .......................................................................................... 9 Hervormingsagenda Jeugdzorg ........................................................................................................ 10 Eerder opgenomen stelpost Jeugdzorg............................................................................................. 10 Uitstel abonnementstarief WMO .......................................................................................................... 10 WMO Hulpmiddelen .............................................................................................................................
10 IBO problematische schulden ............................................................................................................... 10 Overige mutaties .................................................................................................................................. 10 Decentralisatie uitkeringen ...................................................................................................................... 10 Invoerings/uitvoeringsgelden Omgevingswet....................................................................................... 10 Alleenverdienersproblematiek.............................................................................................................. 10 Toelichting effect WOZ maatstaf ............................................................................................................. 11 Integratie uitkeringen ............................................................................................................................... 11 Participatie ........................................................................................................................................... 11 Overige ontwikkelingen ...............................................................................................................................
12 Aanvullende compensatie Jeugdhulp 2023 – 2024 ................................................................................ 12 Indexatie Wmo voor stijgende zorgkosten ............................................................................................ 12 Herijking gemeentefonds ..................................................................................................................... 12
Meircirculaire 2025 gemeente Diemen
3
Advies -
De financiële consequenties 2025 te betrekken bij de 3e kwartaalbrief 2025; De financiële consequenties 2026 en verder te betrekken bij het opstellen van de programmabegroting 2026; Kennis te nemen van de overige ontwikkelingen van deze circulaire/memo; De organisatie te informeren over de uitkomsten/memo.
Samenvatting Het gemeentefonds is veruit de belangrijkste inkomstenbron voor gemeenten en dus van groot belang voor de financiële kaders voor het opstellen van de meerjarenbegroting 2026 – 2029, maar ook voor de actualisatie van het huidige dienstjaar 2025. De meicirculaire1 geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid. Zoals te doen gebruikelijk wordt hierin ook de bijstelling van het accres meegenomen. Deze hebben voornamelijk betrekking op de volume-, loon- en prijsontwikkeling. De memo gaat over de uitwerking van de meicirculaire, specifiek vertaald naar de gemeente Diemen. De voorjaarsnota is verschenen onder een missionair kabinet. Echter, net na het verschijnen van de meicirculaire is het kabnet gevallen en daarmee demissionair. Daarmee zijn de ontwikkelingen in de meicirculaire weliswaar conform de besluitvorming van de voorjaarsnota, echter het is onzeker welke invloed de veranderende situatie heeft op de voorgenomen ontwikkelingen in de toekomst, met name na 2025.
De belangrijste mutaties als gevolg van de meicirculaire worden samenvattend veroorzaakt door: - Aanpassing en actualisering maatstaven, inclusief de WOZ-waarde mutatie (voordelig, structureel); - Aanpassing van de uitkeringsbasis en factor door actualsaitie maatstaven (voordelig, structureel); - Accres, zowel volume-ontwikkeling als Loon- en prijsontwikkeling (LPO) (voordelig, structureel); - Afrekening ruimte btw-compensatiefonds 2024 (nadelig, eenmalig in 2025); - Demping terugval gemeentefonds (ravijnjaar) (voordelig, structureel vanaf 2026); - Compensatie jeugdhulp 50% voor rekening Rijk vanaf 2025 (voordelig, structureel vanaf 2025); - Compensatie jeugdhulp voor resterende 50% voor rekening Rijk, maar alleen voor 2026 en 2027 (voordelig, voornamelijk eenmalig 2026 en 2027); - Invoering eigen bijdrage en sturen op trajectduur binnen jeugdhulp (nadelig, structureel vanaf 2028); - Indexering van de taakstelling Hervormingsagenda vanaf 2028 (nadelig, structureel vanaf 2028); - Compensatie vanaf 2026 voor niet te realiseren maatregelen Jeugdhulp vanuit de oorspronkelijke hervormingsagenda (voordelig), alsmede het laten vervallen van de hiervoor reeds eerder opgenomen stelpost (nadelig) (per saldo voordelig, structureel vanaf 2026); - Uitstel invoering eigen bijdrage WMO (voordelig, eenmalig in 2026) - Diverse taakmutaties van Rijk naar gemeenten, waaronder oa: o
Uitvoeringskosten Omgevingswet 2025 (voordelig, eenmalig 2025); o Alleenverdienersproblematie (voordelig, eenmalig 2025 o Participatie (re-integratie) (voordeling, structureel). De verwerking van de mutaties in de inkomsten met betrekking tot Jeugdhulp, hebben een directe relatie met de uitgaven Jeugd binnen de begroting, met name voor de opgenomen besparingen (taakstelling) vanuit de Hervormingsagenda Jeugd waarover overeenstemming was tussen Rijk en VNG. Dit vanuit de gedachte dat de maatregelen in de hervormingsagenda ook een daling van uitgaven met zich mee zou moeten brengen. In deze circulaire worden gemeenten gecompenseerd voor het niet (volledig) kunnen realiseren van die taakstelling. 1
Meicirculaire 2025 Meircirculaire 2025 gemeente Diemen
4
Deze compensatie betreft 50% structureel van de taakstelling vanaf 2025, maar ook (vooralsnog) de resterende 50% voor 2026 en 2027. Voor de jaren 2028 en verder wordt nog aanvullend onderzoek gedaan door de commissie van Ark, alsmede een eventueel met terugwerkende kracht te comenseren bedrag voor de jaren 2023 en 2024. Verder wordt de eerder opgenomen taakstelling waarover nog geen overstemming was tussen Rijk en VNG ook teruggedraaid, echter voor dit bedrag mochten gemeenten eerder al een inkomsten stelpost opnemen in de begroting. Deze vallen dan ook grotedeels tegenover elkaar weg. Naast de bovengenoemde compensaties Jeugdhulp staan er ook aanvullende kortingen opgenomen in de meicirculaire. Deze hebben betrekking op het mogen innen van een Eigen bijdrage, maar ook een aanvullende besparingsmaatregel als gevolg van ‘Sturen op trajectduur jeugdzorg’. Daarnaast wordt de besparing waar eerder overeenstemming over was tussen het Rijk en de VNG geindexeerd, waardoor deze taakstelling hoger wordt. De inkomsten en uitgaven binnen zowel de budgetten Jeugd als het Gemeentefonds dienen voor het effect op de begroting dan ook in samenhang beoordeeld te worden en geeft ruimte voor bestuurlijke afwegingen hoe hier mee om te gaan. De provinciaal toezichthouder geeft wel bepaalde kaders mee.
Zo mag er geen inkomsten stelpost worden opgenomen voor een eventuele met terugwerkende kracht te verkrijgen compensatie voor 2023 en 2024. Ook voor de jaren 2028 mag er geen inkomsten stelpost ‘van Ark’ worden opgenomen om de effecten van Jeugd neutraal te verwerken. De reden hiervoor is dat de uitkomsten te onzeker zijn om hier vooraf rekening mee te houden. Daarnaast blijft uit eerdere richtlijnen staan dat gemeenten de (resterende) taaakstelling vanuit de overeengekomen maatregelen van de Hervormingsagenda moeten verwerken aan de uitgavenkant van de begroting. Voor een uitgebreidere inhoudelijke toelichting op de mutataties wordt verwezen naar het hoofdstuk Toelichting mutaties Meicirculaire 2025. In het hoofdstuk “overige ontwikkelingen” staan de laatste ontwikkelingen met betrekking tot de invulling van deze taakstelling. Bovenstaande leidt samengevat in totaal tot de volgende mutaties in het gemeentefonds voor de (meerjaren) begroting 2025 – 2029:
(bedragen x € 1.000) Berekening beginstand decembercirculaire 2024
2025 62.777
2026 61.213
2027 62.169
2028 63.199
2029 64.294
Totaal verschil meicirculaire tov decembercirculaire
677
3.995
3.925
2.542
2.740
63.454
65.208
66.094
65.741
67.034
Berekening eindstand meicirculaire 2025
Meircirculaire 2025 gemeente Diemen
5
Leeswijzer Er zijn veel ontwikkelingen gaande op het gebied van gemeentelijke financiën en het gemeentefonds. De recente kabinetsval, de oorlog in de Oekraïne, de onzekerheid over de herijking van het gemeentefonds op middellange en lange termijn en het vormgeven van de hervormingsagenda binnen de jeugdzorg maakt dat de berichtgeving van vandaag de volgende dag alweer is aangevuld of toch weer anders is. De informatie bij de meicirculaire is dan ook een momentopname en geeft een vertaling van de Voorjaarsnota van het Rijk. Daarnaast bevat de memo een actualisatie van de belangrijkste ontwikkelingen die op het moment van samenstelling bekend zijn. Om deze reden wordt er bij deze memo een onderscheid gemaakt tussen ‘wat is nodig’ en ‘wat is zinvol om te weten’. Het onderdeel ‘wat is nodig’ is opgenomen onder het hoofdstuk Toelichting mutaties meicirculaire 2025 en het onderdeel ‘wat is zinvol’ onder het hoofdstuk ‘Overige ontwikkelingen’. Dit uitdrukkelijk met de opmerking dat de onderdelen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn om een totaalbeeld van de ontwikkelingen binnen het gemeentefonds te kunnen hebben.
Meircirculaire 2025 gemeente Diemen
6
Toelichting mutaties meicirculaire 2025 Uitgangspunten berekening De berekeningen zijn gemaakt op basis van de maatstaven in de laatst bekende specificatie nr. 5 per 14-052025 van het Ministerie BZK. Nog niet alle maatstaven zijn met de status “definitief” verwerkt, wat wil zeggen dat voor die onderdelen nog mutaties kunnen komen met een financiele impact. Deze effecten lopen mee bij de volgende circulaires later dit jaar. Om een goed structureel beeld te krijgen van de inkomsten is er voor 2025 en verder een prognose gemaakt van de belangrijkste maatstaven met de grootste financiele impact.
Tabel mutaties Meicirculaire (Bedragen x € 1.000) Meicirculaire 2025
2025
Berekening beginstand decembercirculaire 2024 Accres Volume accres LPO accres Afrekening ruimte onder BCF-plafond 2024 Totaal accres Uitkeringsbasis en uitkeringsfactor Hoeveelheidsverschillen Ontwikkeling uitkeringsbasis Totaal uitkeringsbasis en uitkeringsfactor Taakmutaties Demping terugval gemeentefonds Jeugd mutaties 1. Tekorten voor 50% rekening Rijk 2. Groeipad maatregelen Hervormingsagenda 3. Eigen bijdrage jeugdzorg 4. Sturen op trajectduur jeugdzorg 5. Indexeren opbrengst Hervormingsagenda 6. Hervormingsagenda Jeugd 7. Eerder opgenomen Stelpost Jeugdzorg Totaal Jeugdmutaties Uitstel vervanging abonnementstarief Wmo Wmo hulpmiddelen IBO Problematische schulden Diverse overige kleine mutaties Totaal taakmutaties Decentralisatie-uitkeringen Invoerings/uitvoeringskosten Omgevingswet Alleenverdienersproblematiek Diverse overige kleine mutaties Totaal Decentralisatie-uitkeringen WOZ WOZ-waarden mutaties Totaal WOZ mutatie Integratie-uitkering Participatie Participatie Totaal Integratie-uitkering Participatie Totaal verschil meicirculaire tov decembercirculaire Berekening eindstand meicirculaire 2025
2026
2027
2028
2029
62.777 61.213 62.169 63.199 64.294
538 -173 365
70 2.384
151 2.329
131 2.158
185 2.177
2.454
2.480
2.289
2.362
-53 182 130
100 607 707
156 660 816
189 702 892
229 759 988
419
445
436
436
439 521
443 475
349 -270 1.039 197 9
268 -201 985
444 34 -256 -67 -500 309 -238 -273
442 34 -255 -67 -497 338 -238 -243
20 -2 464
-1 1.662
-1 1.430
-1 162
-1 192
131 24 19 174
-4 -4
-9 -9
-9 -9
-9 -9
-462 -462
-835 -835
-833 -833
-831 -831
-829 -829
6 6
11 11
42 42
40 40
35 35
446
446
677 3.995 3.925 2.542 2.740 63.454 65.208 66.094 65.741 67.034
Meircirculaire 2025 gemeente Diemen
7
Toelichting Accresontwikkeling Het accres is te splitsen in een reëel deel (Volume) en een nominaal deel (LPO). Het reële deel betreft de compensatie voor de volume ontwikkeling als gevolg van de groei van het gemeentefonds en is daarmee eigenlijk de netto koopkracht van de gemeente. De mutatie in de volumeontwikkeling wordt gebaseerd op een 8-jaarsgemiddelde van de prijs bruto binnenlands product (Pbbp). De Pbbp-raming is gebaseerd op de actuele ontwikkeling zoals gepubliceerd door het het Centraal Planbureau (CPB; CEP252). Hierdoor is het volume accres vanaf 2026 voor alle jaren net iets hoger dan in de decembercirculaire 2024. Het nominale deel betreft met name compensatie als gevolg van stijgingen door Loon-en prijsontwikkelingen (LPO), waardoor gemeenten in staat zijn op basis van het nieuwe prijspeil hun taken te kunnen blijven uitvoeren. De indexatie voor inflatie volgt de prijs bbp van het lopende jaar. Met name voor 2025 is de raming voor de prijs bbp omhoog bijgesteld (+ 0,92%). Voor de jaren daarna zijn de bijstellingen beperkt.
Afrekening BCF plafond 2024 Het Btw-compensatiefonds (BCF) is opgericht om btw weg te nemen als factor in de afweging van decentrale overheden tussen uitbesteden en inbesteden (uitvoering door de eigen organisatie). Voor marktpartijen is er zo een eerlijke kans om bij gemeenten en provincies 'binnen te komen'. Decentrale overheden kunnen betaalde btw terugvragen bij het compensatiefonds. Dit compensatiefonds wordt gevoed door een verlaging van het gemeentefonds. Afgesproken is dat wanneer er meer of minder aanspraak wordt gemaakt op dit compensatiefonds, eventuele middelen aanvullend worden onttrokken dan wel terugvloeien naar het gemeentefonds. In de septembercirculaire 2024 was er al een onderschrijding van het BCF opgenomen, echter voor 2024 blijkt dat de definitieve onderschrijding lager was dan verwacht in de septembercirculaire 2024, waardoor dit bedrag in 2025 incidenteel wordt onttrokken aan het gemeentefonds.
Toelichting mutatie uitkeringsbasis en uitkeringsfactor Hoeveelheidsverschillen Het gemeentefonds wordt berekend op basis van diverse maatstaven. Aan de hand van de laatste specificatie van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) zijn de maatstaven geactualiseerd. Daarnaast is met betrekking tot de maatstaven met de grootste financiele impact een prognose gemaakt voor de jaren 2025 en verder. Dit is gedaan als gevolg van een te verwachte groei door woningbouw en de daarmee aanpalende maatstaven. Hierdoor zijn positieve hoeveelheidsverschillen ontstaan. Ontwikkeling uitkeringsbasis (Uitkeringsfactor) De uitkeringsbasis wordt gebaseerd op de aantallen van maatstaven vermenigvuldigd met een prijs per eenheid die daaraan is gekoppeld. De uitkeringsbasis wordt vervolgens vermenigvuldigd met de uitkeringsfactor om zo het totaal beschikbare bedrag binnen het gemeentefonds te kunnen verdelen. Wanneer de omvang van het gemeentefonds en/of de prijs per eenheid van de maatstaven dus wijzigt, zal ook de uitkeringsfactor wijzigen.
Taakmutaties Demping terugval gemeentefonds De 'demping terugval gemeentefonds' verwijst naar maatregelen die de regering neemt om de financiële impact te verzachten die gemeenten ondervinden door een daling in de middelen die ze uit het gemeentefonds ontvangen. In 2026 wordt de huidige financieringsstructuur van het gemeentefonds vervangen door een nieuw systeem, wat leidt tot een verminderde uitkering voor gemeenten. Dit wordt soms
2
Centraal Economisch Plan (CEP) 2025
Meircirculaire 2025 gemeente Diemen
8
het 'ravijnjaar 2026' genoemd. Het kabinet stelt een extra bedrag beschikbaar om deze verminderde uitkering te compenseren, waardoor gemeenten minder last hebben van de financiële terugval. Mutaties Jeugdhulp Tekorten voor 50% rekening Rijk Vanuit de oorspronkelijk hervormingsagenda Jeugdzorg zijn besparingen opgenomen door het Rijk. Dit was de uitkomst als gevolg van het verschenen rapport ‘Stelsel in groei – Een onderzoek naar de financiele tekorten in de jeugdzorg3’. Het feitelijke tekort wordt hierin becijfert tussen de € 1,6 en € 1,8 miljard. In de hervormingsagenda4 zijn tussen het Rijk en VNG afspraken gemaakt en overeengekomen om maatregelen op te nemen om deze tekorten terug te dringen. Vanaf 2026 kwam dit neer op een bedrag van iets minder dan € 1 miljard, waarmee er nog een aanvullend tekort resteert van ruim € 800 miljoen. Op 30 januari 2025 heeft de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd, onder leiding van Tamara van Ark, haar tussentijds advies gepresenteerd, genaamd ‘Groeipijn’5. De commissie adviseert om de tekorten 50/50 te verdelen, wat betekent dat gemeenten 50% van de tekorten zelf moeten compenseren. Vanaf 2025 zal het Rijk 50% van de tekorten in de jeugdzorg financieren, een verandering die is ingebracht door het demissionair kabinet in de Voorjaarsnota. Dit is de helft van het totale structurele tekort.
Over de met terugwerkende kracht te ontvangen compensatie van 50% van de tekorten in 2023 en 2024 vinden bij het verschijnen van de meicirculaire nog gesprekken plaats. In beginsel betekent een en ander dat gemeenten vooralsnog een aanzienlijk deel van de financiële lasten van de jeugdzorg zullen dragen. Groeipad maatregelen Hervormingsagenda Er vindt vervolgonderzoek plaats naar aanleiding van het rapport "Groeipijn". Het rapport benadrukt de noodzaak van verdere stappen en concrete maatregelen om de hervormingen in de jeugdzorg te realiseren. Het vervolgonderzoek heeft nog tijd nodig, evenals het uitvoeren van de inhoudelijke adviezen die hieruit voortvloeien. Om die reden wordt het ingroeipad voor de jaren 2026 en 2027 verzacht, bovenop de hierboven benoemde compensatie van 50% voor rekening Rijk. Verwacht wordt dat naar aanleiding van de uitkomsten ook duidelijk wordt wat dit betekent voor de periode na 2027. Eigen bijdrage Jeugdzorg Vanaf 2028 wil het kabinet een eigen bijdrage invoeren voor bepaalde vormen van jeugdzorg. Het doel van deze maatregel is om bewuster te kijken naar welke hulp passend en effectief is, zonder noodzakelijke hulp te ontmoedigen.
De eigen bijdrage moet ongeveer € 260 miljoen opleveren en is bedoeld om de jeugdzorg financieel houdbaar te maken Sturen trajectduur jeugdzorg Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe beter gestuurd kan worden op de trajectduur. Kortere trajecten kunnen bijdragen aan een hogere kwaliteit van zorg tegen lagere kosten. Langdurige trajecten kunnen namelijk soms leiden tot afhankelijkheid van zorg, terwijl kortere, intensieve trajecten jongeren kunnen helpen sneller zelfstandig te worden. Indexeren opbrengst Hervormingsagenda De bedragen zoals opgenomen in de tabel met betrekking tot de taakstelling hervormingsagenda jeugd zijn nog gebaseerd op het prijs- en volumepeil van 20219. Als gevolg van inflatie zal de taakstelling geindexeerd moeten worden naar het prijspeil van 2028. Daanaast heeft er volumegroei binnen de Jeugdhulp plaatsgevonden, wat betekend dat ook het volume van de taakstelling opwaarts bijgesteld moet worden.
3
Stelsel in groei – Een onderzoek naar financiële tekorten in de jeugdzorg, AEF 15 december 2020 Hervormingsagenda Jeugd 2023 - 2028 – bijlage 2 blz. 72 5 Groeipijn – Advies Deskundigencommissie hervormingsagenda jeugd 4
Meircirculaire 2025 gemeente Diemen
9
Hervormingsagenda Jeugdzorg Zoals toegelicht bij de eerste subparagraaf ‘Tekorten voor 50% rekening Rijk’ was er tussen het Rijk en de VNG overeenstemming over maatregelen binnen de Hervormingsagenda jeugd om de tekorten terug te dringen. Echter, ondanks deze overeenstemming werd de definitieve haalbaarheid ook als reëel risico gezien. Mede om die reden heeft het Rijk een Algemene Post (AP) in de begroting opgenomen om gemeenten hiervoor te compenseren. Deze post wordt nu toegevoegd aan het gemeentefonds. Eerder opgenomen stelpost Jeugdzorg Naarmate de uitwerking van de besparingen vanuit de Hervormingsagenda Jeugd vorderde, werd duidelijk dat een deel van de besparingen niet reëel bleken te zijn. Om die reden werd het gemeenten toegestaan, mede in overeenstemming met de toezichthouder, aanvullende compensatie als stelpost binnnen het gemeentefonds op te nemen. Dit als uitvloeisel van de Algemene Post die het Rijk in haar begroting voor gemeenten had opgenomen. Nu deze door het Rijk wordt toegevoegd aan het gemeentefonds (zie voorgaande paragraaf), moet ook deze stelpost worden teruggedraaid. Uitstel abonnementstarief WMO In de voorjaarsnota van het Rijk werd de invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage voor de WMO voorzien per 1 januari 2026.
Dit betekent een korting op de inkomsten van het gemeentefonds, waartegenover gemeneeten eenzelfde bedrag aan inkomsten Eigen bijdrage WMO mochten opnemen in de begroting. Echter, het wetsvoorstel laat langer op zich wachten, waardoor de invoering is voorzien op 1 januari 2027. Hierdoor kan de opgenomen inkomstenpost voor de Eigen bijdrage niet worden gerealiseerd. Gemeenten worden daarom eenmalig in 2026 gecompenseerd binnen het gemeentefonds. WMO Hulpmiddelen Het scheiden van wonen en zorg in de Wet langdurige zorg (Wlz) leidt bij gemeenten hogere kosten. Bepaalde hulpmiddelen die bij zorg met verblijf vanuit de Wlz worden gefinancierd, worden bij andere leveringsvormen weer vanuit de Wmo gefinancierd en leiden dus tot meerkosten. Middels deze mutatie worden gemeenten in 2026 eenmalig gecompenseerd voor deze meerkosten. IBO problematische schulden Het kabinet heeft bij de Miljoenennota 2025 geld gereserveerd voor groepen in de knel. De maatregelen om problematische schulden aan te pakken zijn gebaseerd op het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden. Voor 2025 wordt voor het onderdeel vroegsignalering geld beschikbaar gesteld in het gemeentefonds Overige mutaties Diverese kleine taakmutaties < € 10.000.
Decentralisatie uitkeringen Invoerings/uitvoeringsgelden Omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord (CA) van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet. Met het uitkeren van € 80,7 miljoen in 2025 kunnen de ontvangende partijen in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen huishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. De alleenverdienersproblematiek verwijst naar de financiële uitdagingen die huishoudens ervaren waarbij één persoon het enige of belangrijkste inkomen verdient. Dit probleem ontstaat Meircirculaire 2025 gemeente Diemen
10
doordat verschillende regelingen en toeslagen ongunstig op elkaar inwerken, waardoor het besteedbaar inkomen van deze huishoudens lager uitvalt dan dat van vergelijkbare huishoudens met bijvoorbeeld een bijstandsuitkering. In sommige gevallen kan het netto-inkomen van alleenverdieners zelfs lager zijn dan het bestaansminimum, ondanks dat zij volgens de wettelijke regels toeslagen ontvangen. Dit kan leiden tot financiële stress en moeilijkheden om rond te komen. Om deze problematiek aan te pakken, is de Wet tijdelijke regeling alleenverdienersproblematiek ingevoerd. Deze wet voorziet in een tegemoetkoming voor getroffen huishoudens, zodat zij niet onder het bestaansminimum leven.
Toelichting effect WOZ maatstaf Gemeenten worden op de algemene uitkering gekort voor de maatstaf WOZ-waarde. Uitgangspunt is daarbij dat gemeenten waar de WOZ waarde gemiddeld hoger ligt, de financiele draagkracht van inwoners beter is en gemeenten dus ook in staat zijn om meer eigen inkomsten uit OZB te realiseren. Deze korting wordt berekend op basis van een gemiddeld rekentarief vermenigvuldigd met de totale WOZ waarde. Het rekentarief wijzigt als gevolg van een landelijke gemiddelde waardestijging van woningen en door inflatie. De bijstelling van het rekentarief volgt ten eerste de gemiddelde landelijke WOZ waardestijging. Als de WOZ waardeontwikkeling stijgt, daalt het rekentarief voor de korting en vica versa. Hiermee wordt de stijging (of daling) als effect op de korting op de algemene uitkering voor woningen geëlimineerd. Wanneer de inschatting van de ontwikkeling van de WOZ waarde hoger is dan het landelijke gemiddelde, wordt deze dus niet geëlimineerd in het rekentarief en leidt tot een hogere korting. Daar staat volgens de werking van deze methodiek (draagkrachtbeginsel) dan wel tegenover dat gemeenten dan theoretsich meer inkomsten uit OZB zouden kunnen behalen. Ten tweede wordt het rekentarief gecorrigeerd voor inflatie. Als de inflatie stijgt, stijgt ook het rekentarief (en daarmee de korting op het gemeentefonds).
Het Rijk gaat ervan uit dat gemeenten in hun tariefstelling OZB rekening houden met inflatie, waardoor deze korting geen effect hoeft te hebben op het begrotingsresultaat. In de meicirculaire is rekening gehouden met een gemiddelde landelijke WOZ waarde stijging van respectievelijk 10,5% en 2% voor woningen en niet-woningen. Diemen heeft deze stijging voor 10% meegenomen bij woningen en 2% bij niet-woningen in de bepaing van de WOZ maatstaf en volgt daarmee nagenoeg de landelijke inschatting. Daarnaast wordt er gerekend met een inflatie van 4,2%. In 2026 daalt daarmee het rekentarief voor Woningen met 2,705%6 en niet woningen stijgt met 2,157%7 .
Integratie uitkeringen Participatie Per 1 januari 2025 komt het lage-inkomensvoordeel (LIV) te vervallen, welke was bedoeld om werkgevers te stimuleren om werknemers met een laag inkomen in dienst te nemen of te houden. De tegemoetkoming in de loonkosten wordt afgeschaft vanwege de beperkte effectiviteit. De vrijkomende middelen worden onder meer gebruikt voor het structureel maken van het ‘loonkostenvoordeel doelgroep banenspraak’, en het verzachten van de gevolgen van het afschaffen van het LIV voor de sociaal ontwikkelbedrijven. Vanaf 2025 compenseert het Rijk gemeenten via de integratie-uitkering Participatie (IU Participatie) voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel (LIV) in de sociale werkvoorziening. Het lage-inkomensvoordeel zorgt voor 6 7
Woningen = (1,042/1,105) - 1 =5,701% Niet-woningen = (1,042/1,02) – 1 = 2,157% Meircirculaire 2025 gemeente Diemen
11
een kostenverlichting van de sociale werkvoorziening. Sociaal ontwikkelbedrijven kunnen het wegvallen van het lage-inkomensvoordeel niet opvangen, omdat zij geen winst maken en afzetprijzen niet makkelijk kunnen verhogen. Daarom ontvangen gemeenten vanaf 2025 volledige compensatie voor het afschaffen van het LIV via het gemeentefonds.
Overige ontwikkelingen Aanvullende compensatie Jeugdhulp 2023 – 2024 De Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd concludeert dat het rijk en gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de tekorten van € 628 miljoen in 2023 en € 828 miljoen in 2024. Ze adviseert dat deze tekorten 50/50 verdeeld worden tussen het rijk en de gemeenten. Hierover zijn nog gesprekken gaande. De verwachting is dat hier in de Septembercirculaire 2025 meer duidelijkheid over is. Daarbij moet worden opgemerkt dat door de recente val van het kabinet, dit mogelijk langer op zich kan laten wachten. Indexatie Wmo voor stijgende zorgkosten Het Rijk en gemeenten werken aan de beheersbaarheid van de uitgaven van gemeenten in relatie tot de wettelijke zorgtaken Wmo. De verwachting is dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van de) Wmo niet langer via de algemene uitkering van het gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Hiervoor wordt gekeken naar de opties van een Bijzondere Fonds Uitkering of een constructie als de BUIG (bijstand). Vooruitlopend op de gekozen bekostigingsvorm wordt onderzoek gedaan naar een passende geobjectiveerde indexering, die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Het Rijk heeft in de Voorjaarsnota alvast een reservering opgenomen voor een aanvullende indexering voor demografie boven op de pbbp systematiek.
Vanaf 2026 is een reservering opgenomen van € 75 miljoen oplopend tot € 300 miljoen in 2029. Het streven is dat er met ingang van 2026 nadere afspraken zijn. In de meicirculaire 2024 is deze reservering nog niet verwerkt. Herijking gemeentefonds Met ingang van 1 januari 2023 is sprake van de invoering van een nieuwe verdeling van de algemene uitkering. De huidige situatie is nog niet het eindstation en zal het model continu onderhoud vragen. De Raad voor het Openbaar Bestuur heeft daartoe een onderzoeksagenda voorgesteld, die door de fondsbeheerders is onderschreven. Het model is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. Na de invoering van de herijking in 2022 krijgen gemeenten een suppletie-uitkering. Deze volgt een ingroeipad tot 2025. Eventuele aanvullende financiële gevolgen als gevolg van de herijking worden betrokken bij de evaluatie en de uitkomsten van de onderzoeksagenda die voor een aantal maatstaven is opgesteld. De onderzoeksagenda bevat onderzoeken naar de maatstaf centrumfunctie (stapeling problematiek sociaal domein) en naar de Overige Eigen Middelen (OEM). De rapporten van deze twee onderzoeken (stapeling problematiek sociaal domein en de Overige Eigen Middelen) zijn nog in uitvoering8.
Bij het onderzoek naar de stapeling van de problematiek in het sociaal domein is expliciet aandacht voor het feit dat deze stapeling ook in niet-stedelijke gebieden voorkomt. In het onderzoek naar de overige eigen middelen wordt onderzocht of een meer gedifferentieerde benadering van de overige eigen middelen meer recht doet aan de diverse aard van de eigen inkomsten. In het Periodiek Onderhoudsrapport 2024 (POR2024) is, naar aanleiding van het ROB advies, een analyse opgenomen van de definitie van de maatstaf “eenpersoonshuishoudens.” De ROB had in haar advies benoemd dat “het grote gewicht voor eenpersoonshuishoudens laat vermoeden dat de globaliteit is doorgeschoten. Het valt bijvoorbeeld op dat gemeenten met een hoge populatie studenten sterk positief uit de herverdeling komen. Voor de Wmo is dit niet logisch.”. De uitkomsten van de vorig jaar uitgevoerde 8
Onderzoeksagenda
Meircirculaire 2025 gemeente Diemen
12
analyse gaven op dat moment geen aanleiding voor aanpassingen aan het model. Er is toen wel toegezegd de effecten van eventuele aanpassing van de maatstaf eenpersoonshuishoudens in integraliteit met de aanpassing van de maatstaf centrumfunctie in het sociaal domein verder te onderzoeken. De resultaten van bovengenoemde onderzoeken en de definitie van de maatstaf eenpersoonshuishoudens zullen de basis zijn voor een bredere onderzoeksopdracht met de vraag of, en zo ja, hoe deze verwerkt kunnen worden in het huidige verdeelmodel. Daartoe zal na afronding van de rapporten een onderzoeksopdracht worden uitgezet. Bij dit onderzoek zal expliciet aandacht zijn voor de kosten van specifieke groepen gemeenten zoals grote steden (100.000 plus), groei- en krimpgemeenten, instellingsgemeenten, toeristengemeenten, universiteitssteden en industriesteden. Tot slot zal er, conform de door de ROB voorgestelde onderzoeksagenda, een onderzoek worden gestart naar de kosten voor Bestuur & Ondersteuning. Extra aandacht wordt gevraagd voor het risico van de maatstaf WOZ, welke als korting in het gemeentefonds meetelt. Op dit moment wordt de korting van deze WOZ maatstaven voor woningen en niet-woningen respectievelijk voor 80% en 70% meegenomen. Daarbij geldt dat korting voor de WOZ waarde van niet woningen is afgetopt op € 35.000 per inwoner.
Onder andere vanuit het eerdere ROB advies wordt onderzocht om de korting op te trekken naar 90% danwel 100%. Recent is er een wetvoorstel9 ter consultatie aangeboden, waardoor het makkelijker wordt om het vereveningspercentage aan te passen. Het voorstel is om dit over te dragen naar een lagere regelgeving. Voortaan worden die percentages in een algemene maatregel van bestuur vastgelegd. Dat maakt ze eenvoudiger te wijzigen.
9
Wet herziening uitkeringsstelsel financiële verhoudingen
Meircirculaire 2025 gemeente Diemen
13