CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

4. Brief gemeente Diemen met wensen en opvattingen MRA Verstedelijkingsconcept versie 2 aangepast nav bespreking 24 juni .docx

Gemeenteraadsvergadering 6 juli 2021, gemeente DiemenBij agendapunt: Verstedelijkingsconcept Metropoolregio Amsterdam 2030 2050 versie 21.407 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

DIEMEN

Zaaknummer Documentnummer Kenmerk Bijlagen Beh. ambtenaar Telefoonnummer E-mailadres

: 2021-047864 : D2021-06-000635 : : 1 : P van de Mortel : +31 203144771 : info@diemen.nl

Metropoolregio Amsterdam Bestuurlijk Kernteam MRA Verstedelijkingsstrategie Strawinskylaan 1779 (WTC, I-toren) 1077 XX Amsterdam Datum

Onderwerp

Verstedelijkingsconcept Metropoolregio Amsterdam 2030/2050 Versie II 22 april 2021

6 juli 2021

Geachte mevrouw Van Doorninck, Met veel belangstelling hebben het college en de gemeenteraad van Diemen kennis genomen van tweede versie van het Verstedelijkingsconcept Metropoolregio Amsterdam 2030/2050 Graag maken wij gebruik van de door u geboden mogelijkheid om onze wensen en opvattingen kenbaar te maken ten aanzien van deze versie van de Verstedelijkingsstrategie MRA. Daarnaast willen wij verwijzen naar de gezamenlijke reactie die is opgesteld namens de AmstellandMeerlanden gemeenten. Deze reactie treft u als bijlage bij deze brief aan. 1. Diemerscheg De Diemerscheg is een natuur- en recreatiegebied met een belangrijke functie voor meerdere omliggende deelgebieden. In het Verstedelijkingsconcept is de Diemerscheg opgenomen in het integraal te ontwikkelen gebied Gooi- en Vechtstreek (paragraaf 4.4). In de tekst komt de Diemerscheg echter nauwelijks voor. Daarom is het verzoek om op blz. 70 het volgende tekstblok toe te voegen: Door de verdere verstedelijking aan de randen van de Diemerscheg wordt een groene Diemerscheg steeds belangrijker. De betrokken partijen zetten in op een kwaliteitsverbetering van de Diemerscheg: landschappelijk, ecologisch, cultuurhistorisch en qua recreatieve voorzieningen. Om toekomstbestendig te zijn wordt gedacht aan het ontwikkelen van klimaatbossen, met een hogere grondwaterstand en opvangmogelijkheden van water en minder CO2 uitstoot.

Ook moet er ruimte zijn voor de energietransitie, mits deze goed landschappelijk wordt ingepast. Voor de eventuele aanleg van de IJmeerlijn geldt ook dat deze goed landschappelijk moet worden ingepast om de ingezette versterking van de Diemerscheg niet teniet te doen (opgenomen bij het deelgebied Oostflank) en dat compensatie plaatsvindt in de Diemerscheg. Daarnaast kan op een paar andere punten in deze paragraaf de Diemerscheg worden toegevoegd achter Gooi- en Vechtstreek omdat de betreffende opgaven ook in de Diemerscheg spelen (klimaat robuuste inrichting, natte natuur, rijke cultuurhistorie). Bij de afspraken over dit gebied staat de Diemerscheg al wel goed opgenomen. In de samenvatting vooraan dient in de tekst over dit gebied de Diemerscheg ook te worden opgenomen. De OV-bereikbaarheid van de Diemerscheg is een belangrijk aandachtspunt. Die is nu nog minimaal. Dit kan worden toegevoegd in paragraaf 2.6 bij de beleving van het landschap (blz. 36)

info@diemen.nl - Postbus 191 - 1110 AD Diemen - (020) 31 44 888 - www.diemen.nl KvK 34374815 - IBAN NL18BNGH0285001841

In hoofdstuk 3 over de toekomstig bestendige systemen komt ook het energiesysteem aan de orde. Daarbij worden vier ontwikkelrichtingen beschreven (blz. 49 en 50) . Het lijkt erop dat in deze ontwikkelrichtingen ruimte wordt geboden voor verstedelijking in de Diemerscheg nabij het energieknooppunt Diemen. Dit is in strijd met de rest van het Verstedelijkingconcept waarin het belang van het openhouden van de scheggen duidelijk is verwoord. De tekst bij het energiesysteem dient hier beter op te worden afgestemd. 2. Mobiliteit In het Verstedelijkingsconcept staat dat gekeken wordt naar een nieuwe metroverbinding tussen Almere en Amsterdam via het IJmeer. Aangezien dit een forse doorsnijding betekent van het IJmeer en de Diemerscheg vinden wij het belangrijk dat deze oplossing goed wordt afgewogen tegen andere mogelijke oplossingen via de bestaande verbindingen tussen Amsterdam en Almere. Voor wat betreft het onderzoek naar de aanleg van een IJmeerlijn is voor Diemen cruciaal dat de barrièrewerking hiervan geminimaliseerd wordt en dat de inpassing in de Diemerscheg en in Diemen zelf zeer zorgvuldig plaatsvindt. Dit betekent dat naast een bovengrondse oplossing in ieder geval ook een ondergrondse oplossing op het tracédeel door Diemen dient te worden onderzocht.

Bij een bovengrondse oplossing dient te worden uitgegaan van een viaduct om het ruimtebeslag en de barrièrewerking te minimaliseren. Indien de IJmeerlijn er komt kan een metrostation bij de keerlus van tram 19 bij Plantage de Sniep een goede aanvulling zijn op het OV-netwerk aan de oostkant van Amsterdam. De IJmeerlijn sluit aan op station Diemen Zuid. De positie van station Diemen Zuid als OV knooppunt in de Zuidoostlob van Amsterdam zal daarmee verder worden versterkt. Daarvoor dient dit station wel een goede aansluiting te behouden op het NS-netwerk als sprinter-station. Dit is ook een belangrijke randvoorwaarde voor de grootschalige woningbouw die bij dit station al in gang is gezet. Bij de afspraken voor het deelgebied Zuidflank MRA is dit punt daarom ook specifiek opgenomen (blz. 77). Op de kaartbeelden dient dit sprinterstation daarom als zodanig te worden aangegeven. In het onderzoek naar de IJmeerlijn wordt op dit moment de optie van een IJmeerweg meegenomen. In het Verstedelijkingsconcept wordt deze optie niet genoemd. Voor Diemen is van belang dat deze wegverbinding er niet komt omdat dit tot een nog grotere aantasting zal leiden van de Diemerscheg en ook tot grote problemen zal leiden op het onderliggend wegennet.

Bij het onderzoek naar het aanpassen van de rol van de A10 en de A9 in het hoofdwegennet rond Amsterdam is het belangrijk dat de gevolgen voor het hoofdwegennet in de Zuidoostlob (Diemen, Ouder-Amstel en Amsterdam Zuidoost) goed in beeld worden gebracht en worden meegenomen in de verdere besluitvorming. In dit kader is het vanuit leefbaarheidsoverwegingen van groot belang dat op de A1 en de A10 de maximum snelheid wordt verlaagd naar 80 km/uur. 3. Wonen en sociaal Bij het benoemen van de huidige plancapaciteit voor woningbouw in paragraaf 2.2. moet goed worden aangesloten bij de meest actuele opgave. Vanaf 1 mei zijn de actuele cijfers immers beschikbaar. Wij missen uitspraken over de gewenste differentiatie naar prijs en kwaliteit van de woningen. Daarnaast blijft de bestaande stad onderbelicht. Paragraaf 2.4 Sociaal sterke metropool is nog niet verder uitgewerkt. Gezien het belang van deze ambitie is een nadere analyse en uitwerking benodigd. De kaart op pagina 29 die bij dit onderdeel hoort geeft slechts één van de vele indicatoren weer die deze ambitie in zouden moeten vullen richting sterke wijken, dorpen en steden. Van mogelijke scenario’s of gewenste ontwikkelingen voor spreiding van de werkgelegenheid, gewenste woningbouwdifferentiatie of gewenste inzet op het voorzieningenniveau (zorg en welzijn) is nog geen sprake.

Wij missen een uitwerking van de handelingsperspectieven die worden genoemd (op blz. 27 en 28).

2

4. Economie In het Verstedelijkingsconcept is er weinig aandacht voor ZZP'ers en thuiswerkers, terwijl dit groepen werknemers zijn die wel veel impact gaan hebben op meerdere aspecten zoals wonen en mobiliteit. Door de toename van het aantal ZZP’ers en thuiswerkers nemen bijvoorbeeld forensenstromen af, is er meer behoefte aan flex-werkplekken dichtbij woonwijken en aan ontmoetings/vergaderlocaties etc. Ook is er weinig aandacht voor de kantorenparken terwijl die, doordat thuiswerken waarschijnlijk iets blijvends gaat zijn, met meer leegstand te maken kunnen krijgen. Er liggen daarom kansen om meer met de bestaande kantorenparken te doen dan nu het geval is. Bovendien zullen er in de toekomst minder nieuwe kantorenparken nodig kunnen zijn dan voor de corona-crisis werd becijferd. In paragraaf 2.3 staat dat de MRA tot 2040 alle beschikbare harde en zachte plancapaciteit nodig heeft om te voorzien in de behoefte aan bedrijventerreinen, zowel voor nieuwe bedrijven als bedrijven afkomstig van te transformeren terreinen. Die capaciteit is onder andere te vinden in de Zuidflank. Het wordt noodzakelijk gevonden om deze ruimte de komende 20 jaar vast te houden. In het hoofdstuk over de fasering staat dat er korte termijn (voor 2023) een uitgekiende bedrijventerreinenstrategie voor de MRA zal komen met bijbehorende bestuurlijke afspraken.

In het Verstedelijkingsconcept zien wij graag duidelijker aangegeven dat deze reservering van plancapaciteit voor bedrijven de aanleg van nieuwe grote bedrijventerreinen betreft. Voor bestaande bedrijventerreinen in de Zuidflank dient er de mogelijkheid te blijven voor gemeenten om een eigen afweging te maken. Voor wat betreft de vestgingsmogelijkheden voor datacenters is het belangrijk dat de MRA datacentercenterstrategie op korte termijn beschikbaar komt en hier voldoende duidelijkheid over geeft richting marktpartijen en gemeenten. Gelet op alle andere ruimteclaims vinden wij een meer terughoudende opstelling voor het MRA-gebied gewenst, waarbij wordt uitgegaan van concentratie in de bestaande drie clusters en een nieuwe vierde cluster in Flevoland. Bij toerisme wordt de impact van de coronacrisis op het aantal zakelijke bezoeken aan de MRA niet benoemd en waarschijnlijk onderschat. Een stijging van het aantal video-vergaderingen en een blijvende daling van het aantal fysieke bijeenkomsten ten opzichte van voor de coronacrisis is zeer waarschijnlijk

Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Diemen, de secretaris a.i.,

de burgemeester,

T. Kemper

E. Boog

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=ead25c6c-e69b-4451-857c-71514af0e84a