CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

4. 20210518 150kV-kabelverbinding Diemen-IJburg_vastgesteld_Toelichting.pdf

Gemeenteraadsvergadering 17 juni 2021, gemeente DiemenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding Diemen-IJburg7.447 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bestemmingsplan 150kVkabelverbinding Diemen - IJburg Vastgesteld NL.IMRO.0384.BP150kVkabelDiemen-VG01 Afdeling Ruimtelijke Ontwikkeling NL.IMRO.0384.BParentkrijtsstr1-OW01 8 juli 2021

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4

Inleiding ......................................................................................................................... 3 Aanleiding ..................................................................................................................... 3 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................... 4 Leeswijzer ..................................................................................................................... 5 Begrippenlijst................................................................................................................. 5

2

Het plan ......................................................................................................................... 6

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Beleidskader ................................................................................................................. 8 Inleiding ......................................................................................................................... 8 Rijksbeleid ..................................................................................................................... 8 Provinciaal beleid .......................................................................................................... 9 Gemeentelijk beleid .................................................................................................... 12

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

Omgevingsaspecten ................................................................................................... 13 Inleiding ....................................................................................................................... 13 Archeologie ................................................................................................................. 13 Bodemkwaliteit ............................................................................................................ 14 Ecologie ...................................................................................................................... 15 Water........................................................................................................................... 16 Verkeer en parkeren ................................................................................................... 18 Bedrijven en Milieuzonering ........................................................................................ 18 Geluid en trillingen ...................................................................................................... 19 Elektromagnetische velden ......................................................................................... 19 Luchtkwaliteit...............................................................................................................

20 Externe veiligheid ........................................................................................................ 21 Niet gesprongen explosieven...................................................................................... 21 Besluit milieueffectrapportage..................................................................................... 22

5 5.1 5.2

Toelichting op de regels .............................................................................................. 23 Algemeen .................................................................................................................... 23 Nadere toelichting op de regels .................................................................................. 23

6

Economische uitvoerbaarheid..................................................................................... 25

7 7.1 7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid .............................................................................. 26 Vooroverleg artikel 3.1.1. Bro ..................................................................................... 26 Zienswijzen ................................................................................................................. 26

Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4: Bijlage 5: Bijlage 6:

Bodemonderzoek Quickscan ecologie Stikstofdepositie onderzoek Historisch vooronderzoek CE Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling Nota Vooroverleg

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

TenneT is als landelijke netbeheerder van het hoogspanningsnet verantwoordelijk voor de leveringszekerheid van elektriciteit. Om die nu en in de toekomst te kunnen garanderen, zijn aanpassingen en uitbreidingen van het hoogspanningsnet noodzakelijk. Onder andere om de nieuwe woningen op Strandeiland bij IJburg van stroom te voorzien, komt er een nieuw transformatorstation. Dit nieuwe transformatorstation zal worden aangesloten op het transformatorstation Diemen aan de Overdiemerweg middels een nieuwe ondergrondse kabelverbinding bestaande uit drie 150kV-kabelverbindingen. De kabelverbinding zal via drie gestuurde boringen onder de Diemer Vijfhoek en het IJmeer heen gaan. In afbeelding 1 is het tracé getoond vanaf het transformatorstation Diemen in het zuiden tot aan het nieuwe transformatorstation IJburg in het noorden. Dit nieuwe bestemmingsplan regelt het deel van het tracé dat ligt in de gemeente Diemen. Het bestemmingsplan bestaat uit een dubbelbestemming ‘Leiding – Hoogspanningsverbinding’. De dubbelbestemming zal de nieuwe kabelverbinding planologisch beschermen tegen eventuele bodemingrepen die kunnen leiden tot schade. Het bestemmingsplan bestaat alleen uit deze dubbelbestemming en vormt een aanvulling op de bestaande bestemmingen in de vigerende bestemmingsplannen.

afbeelding 1: de gele lijn geeft de nieuwe verbinding aan, met rode stippellijn is de grens van het nieuwe bestemmingsplan aangeduid en met blauwe stippellijn ongeveer de locatie van het nieuwe transformatorstation op IJburg Strandeiland (bron: Qirion)

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

3/26

Inleiding

1.2

Geldend bestemmingsplan

1.2.1 Analyse Voor het grootste deel van het tracé binnen de gemeente Diemen geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (gewijzigd vastgesteld 24 april 2015 en onherroepelijk 29 oktober 2015). Het nieuwe kabeltracé doorkruist gronden met de enkelbestemmingen ‘Bedrijf - Elektriciteitscentrale’, ‘Natuur’ en ‘Water - Natuur’. Ook loopt het tracé door de dubbelbestemmingen ‘Waarde Landschap-Stelling van Amsterdam’, Waterstaat - Waterkering’ en een smalle strook ‘Waarde Archeologie 2’. In afbeelding 2 is de nieuwe plangrens over het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ heen geprojecteerd.

afbeelding 2: uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl). Met rode stippellijn is de grens van het plangebied aangeduid

Een klein deel van het tracé kruist het bestemmingsplan ‘Openstelling Overdiemerweg Nuonterrein’, vastgesteld 20 juni 2019), zie afbeelding 3. Hier hebben de gronden deels de bestemming ‘Verkeer’ en deels de bestemming ‘Bedrijf – Elektriciteitscentrale’.

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

4/26

Inleiding

afbeelding 3: uitsnede verbeelding bestemmingsplan ‘Openstelling Overdiemerweg Nuonterrein’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl). Met rode stippellijn is de grens van het plangebied aangeduid

1.3

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt het plan beschreven, waarbij eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie en vervolgens op de toekomstige situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt toegelicht hoe de planuitgangspunten zijn vertaald naar de bestemmingsregels. De economische uitvoerbaarheid van het plan is beschreven in hoofdstuk 6 en de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 7.

1.4

Begrippenlijst

In het bestemmingsplan worden verschillende begrippen gebruikt, welke vrij technisch en specialistisch van aard zijn. Daarom is hieronder een begrippenlijst opgenomen waarin de meest belangrijke termen zijn toegelicht. Transformatorstation Op een transformatorstation, ook wel onderstation of elektriciteitsstation genoemd, komt elektriciteit met een hogere spanning binnen en wordt omgezet in een lagere spanning. De elektriciteit met een lagere spanning wordt vervolgens getransporteerd naar de verschillende wijken of gebieden in een dorp of stad. kV De hoogte van de spanning uitgedrukt in Volt, 10kV is 10.000Volt. Hoogspanning Hoogspanning is een verzamelnaam voor de hoogste spanningen in het elektriciteitsnet en betekent spanning boven de 25kV (25.000 Volt).

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

5/26

Het plan

2

Het plan

De nieuwe verbinding die wordt aangelegd, bestaat uit drie 150kV-kabelverbindingen die op een diepte van ca. 30-39 m onder NAP worden gelegd (zie afbeelding 4). De aanleg vindt plaats middels gestuurde boringen. Voor het plaatsen van de kabelverbindingen zal op het terrein van de elektriciteitscentrale een klein stuk open ontgraven worden. Dit geldt ook voor de plek waar de kabels uitkomen bij het nieuwe transformatorstation op IJburg Strandeiland.

afbeelding 4: details van intrede en uittrede van boringen (bron: Reddyn)

De ontgraving bij de elektriciteitscentrale vindt plaats in grasland (zie afbeelding 5). Hierna gaat de gestuurde boring onder het water door, parallel aan de S114 Fort Diemerdamweg. Het tracé volgt de S114 totdat deze weg een bocht maakt. De ondergrondse kabelverbinding loopt vanaf daar verder rechtdoor in de richting van het IJmeer en komt bij het nieuw aangelegde IJburg Strandeiland nabij het nieuwe transformatorstation weer boven (zie afbeelding 6).

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

6/26

Het plan

afbeelding 5: luchtfoto van het terrein met ongeveer de locatie van de ontgraving in rood aangeduid

afbeelding 6: luchtfoto van het in aanleg zijnde nieuwe Strandeiland bij IJburg met ongeveer de locatie aangeduid

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

7/26

Beleidskader

3

Beleidskader

3.1

Inleiding

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dient te vinden.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 2022 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Een van de nationale belangen is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur (belang 11). Vitale functies in de maatschappij zijn afhankelijk van een betrouwbare toelevering en uitwisseling van energie. Voor iedereen moet deze energie betaalbaar zijn. Energie moet veilig worden opgewekt, gewonnen, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt. Met betrekking tot ‘ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’ is in de NOVI aangegeven dat de transitie naar hernieuwbare energie meer ruimte vraagt voor transport, distributie, conversie en opslag van energie, zowel boven- als ondergronds.

In plaats van enkele relatief grote ‘puntbronnen’ (centrales) en transport van energie in één richting zal sprake zijn van meerdere, vaak decentrale en sterk in grootte verschillende bronnen (zon-, wind- en bodemenergie) en tweerichtingsverkeer (gebruik en productie) van energie. Betekenis voor het plan Voorliggend bestemmingsplan sluit aan op het nationale belang ‘realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur’ uit de NOVI. De nieuwe kabelverbinding is nodig om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. Het plan is in overeenstemming met de NOVI. 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening In artikel 3.1.6. lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' opgenomen: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’ Het artikel heeft tot doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en over-programmering te voorkomen.

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

8/26

Beleidskader

Eerst moet worden beoordeeld of sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Een stedelijke ontwikkeling is gedefinieerd in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro. Deze luidt: ‘Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventuin of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Volgend uit deze definitie wordt een kabelverbinding niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en toetsing aan de ladder is niet nodig.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. Omdat het leefbaar houden ook vraagt om grote investeringen in bijvoorbeeld het landschap, natuurontwikkeling en de transitie naar een duurzame energiehuishouding. Door de grote economische dynamiek zijn woon- en werklocaties vooral nodig in het zuidelijk deel van Noord-Holland, de Metropoolregio Amsterdam, met Amsterdam als zwaartepunt. Het is nodig om hierin te investeren juist ook uit oogpunt van benutting van de agglomeratiekracht. IJburg fase 2 is een van de grote woningbouwlocaties die in de omgevingsvisie is opgenomen. De ambitie van de provincie is om een klimaat neutrale provincie te zijn in 2050 en om de economische potentie van de energietransitie en de circulaire economie ten volste te benutten.

De transitie naar opwekking en gebruik van duurzame energie heeft consequenties voor de energiehuishouding en de energie-infrastructuur. Een goede energie-infrastructuur is van wezenlijk belang voor de economische transitie die nodig is. Betekenis voor het plan De verdere ontwikkeling van IJburg en de provinciale ambities, op het gebied van duurzame energie, vragen om een robuust elektriciteitsnetwerk. De nieuwe kabelverbinding is hier voor nodig. Het plan is zodoende in overeenstemming met de omgevingsvisie. 3.3.2 Provinciale ruimtelijke verordening Noord-Holland In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) staan de regels waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moeten voldoen. Naar aanleiding van nieuwe wetgeving en/of provinciaal beleid wordt de PRV regelmatig aangepast. De laatste wijziging van de PRV is op 27 mei 2019 door Provinciale Staten vastgesteld. In deze wijziging is een verbod op nieuwvestiging en uitbreiding van geitenhouderijen opgenomen in de PRV. De gewijzigde PRV is op 7 juni 2019 in werking getreden. De PRV (geconsolideerde versie) is geraadpleegd. De volgende onderdelen zijn relevant: NatuurNetwerk Nederland Een deel van het plangebied ligt in het NatuurNetwerk Nederland (zie afbeelding 7). Voor het project is een beoordeling uitgevoerd naar de effecten op het NNN. Dit is beschreven in paragraaf 4.4.

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

9/26

Beleidskader

afbeelding 7: begrenzing NatuurNetwerk Nederland en natuurverbindingen (bron: PRV Noord-Holland, geconsolideerde versie)

Werkingsgebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde – Stelling van Amsterdam Een deel van het plangebied ligt in het Werkingsgebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde – Stelling van Amsterdam (zie afbeelding 8). Een nieuw bestemmingsplan mag alleen ontwikkelingen opnemen die de kernkwaliteiten niet aantasten. Omdat de nieuwe kabelverbinding diep onder de grond middels gestuurde boringen wordt aangelegd, treedt er geen aantasting op.

afbeelding 8: begrenzing werkingsgebieden Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde (bron: PRV Noord-Holland, geconsolideerde versie)

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

10/26

Beleidskader

Bijzonder provinciaal landschap Vechtstreek – Noord De zuidzijde van het plangebied ligt in bijzonder provinciaal landschap Vechtstreek – Noord (zie afbeelding 9). Het bijzonder provinciaal landschap is het regime voor bescherming en waar mogelijk versterking en ontwikkeling van gebieden in Noord-Holland die landschappelijk, aardkundig, ecologisch of cultuurhistorisch van bijzondere waarde zijn. In het bijzonder provinciaal landschap zijn ruimtelijke ontwikkelingen, met uitzondering van nieuwe stedelijke ontwikkelingen, toegestaan wanneer de beschreven kernkwaliteiten niet worden aangetast. Per locatie kan aan de hand van de kernkwaliteiten een zorgvuldige afweging worden gemaakt welke ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk en welke niet wenselijk zijn. Omdat de nieuwe kabelverbinding diep onder de grond middels gestuurde boringen wordt aangelegd, zijn er geen effecten op de kernkwaliteiten.

afbeelding 9: begrenzing bijzondere provinciale landschappen (bron: PRV Noord-Holland, geconsolideerde versie)

3.3.3 Ontwerp omgevingsverordening NH2050 De belangrijkste onderwerpen uit de Omgevingsvisie NH2050 worden verankerd in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Het ontwerp van de nieuwe Omgevingsverordening is op 14 februari 2020 door gedeputeerde staten vastgesteld. Wanneer de omgevingsverordening door provinciale staten is vastgesteld en in werking is getreden, vervangt deze alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De omgevingsverordening is, met het oog op duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van de provincie en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang: • bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; en • doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.

Betekenis voor het plan Met het oog op het actief stimuleren van de regionale afstemming, duurzaam ruimtegebruik en het voorkomen van overprogrammering is in de omgevingsverordening in artikel 6.3 opgenomen dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken.

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

11/26

Beleidskader

Met onderhavig plan wordt de realisatie van een nieuwe ondergrondse kabelverbinding mogelijk gemaakt. Er zijn geen regels in de omgevingsverordening opgenomen die de beoogde ontwikkeling belemmeren. Het plan is in overeenstemming met de omgevingsverordening.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Diemen De Structuurvisie Diemen geeft een samenhangende ruimtelijke visie op de huidige situatie en de toekomstige ontwikkelingen in en rond Diemen. De ambitie van de gemeente is om in 2040 een duurzaam, stedelijk dorp te zijn, op het grensvlak van Amsterdam en de Diemerscheg, waar het goed wonen, werken en recreëren is. Er zijn verschillende opgaven voor de toekomst, waaronder versterking van het bestaande gebied en verdere groei van Diemen. Ook wordt ingezet op verbetering van ecologische routes en recreatieve verbindingen. Betekenis voor het plan Er staan in de structuurvisie geen uitspraken die direct relevant zijn voor het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

12/26

Omgevingsaspecten

4

Omgevingsaspecten

4.1

Inleiding

In dit hoofdstuk is de uitvoering van het project verantwoord aan de hand van de relevante omgevingsaspecten.

4.2

Archeologie

4.2.1 Algemeen Door ondertekening van het Verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. 4.2.2 Betekenis voor het project De gemeente Diemen heeft een Archeologiekaart opgesteld, waarop de gebieden met archeologische waarden zijn weergegeven (zie afbeelding 10). Daarnaast heeft gemeente Diemen een Beleidsnota Cultuurhistorie Diemen opgesteld. Op de locatie van de open ontgraving bij de intreding, geldt een lage archeologische verwachting (lichtgeel). Hier geldt geen onderzoeksplicht voor graafwerkzaamheden. Het tracé kruist een smalle strook met een hoge archeologische waarde (oranje). Hier geldt voor dat rekening moet worden gehouden met archeologie, behalve bij zeer kleine plannen. Bij grondroerende werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 50 m² en dieper dan 0,5 meter onder peil is archeologisch onderzoek nodig.

Het gaat om de Diemerzeedijk (DIEM 39) en om de historische boerderijplaats De stenen beer (DIEM 38). Mogelijke archeologische waarden bevinden zich in de bovenste lagen van de bodem. De nieuwe kabelverbinding kruist deze plekken diep onder de grond en leidt niet tot verstoringen van mogelijke archeologische waarden in deze dijk of van de historische boerderijplaats. Er is geen archeologisch onderzoek nodig.

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

13/26

Omgevingsaspecten

afbeelding 10: uitsnede archeologische verwachtingskaart gemeente Diemen (met een rode pijl is het tracé van de nieuwe kabelverbinding aangeduid)

4.2.3 Conclusie De graafwerkzaamheden vinden plaats in een gebied met een lage archeologische verwachtingswaarde. De gebieden met een hogere verwachting worden op grote diepte doorkruist, waardoor geen verstoring van mogelijke archeologische waarden te verwachten is. Er is geen archeologisch onderzoek nodig voor het bestemmingsplan. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect archeologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.3

Bodemkwaliteit

4.3.1 Algemeen In het kader van goede ruimtelijke ordening dient aandacht te worden besteed aan de bodemkwaliteit en de betekenis voor de haalbaarheid van het plan. Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hieronder zijn de resultaten beschreven. 4.3.2 Bodemonderzoek Er is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor de locatie van de graafwerkzaamheden bij de elektriciteitscentrale (‘Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van het onderstation van TenneT aan de Overdiemerweg te Diemen’, Multiconsult, 24 juni 2020). Het onderzoeksrapport is opgenomen als bijlage 1 bij de toelichting. Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat er in de bodem geen sprake is van verontreiniging. Ook blijkt uit de PFAS resultaten dat de grond niet de provinciale lokale achtergrondwaarde overschrijdt en dat er geen toepassingsbeperkingen gelden.

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

14/26

Omgevingsaspecten

Bij peilbuis HB08 (gelegen net buiten het plangebied) is in het grondwater een licht verhoogde concentratie van naftaleen aangetroffen (overschrijding streefwaarde). Op basis van de maximaal gemeten gehalten is conform de CROW publicatie 400 geen veiligheidsklasse van toepassing. Er kan worden volstaan met het maatregelenpakket ‘basishygiëne’.

afbeelding 11: uitsnede kaart met locaties boringen en peilbuizen (bron: Multiconsult), met rode stippellijn is ongeveer het plangebied aangeduid. Peilbuis HB08 ligt net buiten het plangebied.

4.3.3 Conclusie Voor het bestemmingsplan is de bodem afdoende onderzocht. Er is geen nader onderzoek of sanering nodig. Ook gelden er geen toepassingsbeperkingen.

4.4

Ecologie

4.4.1 Wettelijk kader In ruimtelijke plannen moet worden aangetoond dat hoe de ontwikkelingen die hierin mogelijk worden gemaakt zich verhouden met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Dit betekent, dat bij de voorbereiding van het plan moet worden onderzocht of deze wet- en regelgeving de uitvoering van de ontwikkeling al dan niet in de weg staat. De gebiedsbescherming en de soortenbescherming zijn per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. 4.4.2 Onderzoek Voor het bestemmingsplan is een onderzoek uitgevoerd (Quickscan Wet natuurbescherming – Tracé IJburg-Diemen, IDDS, 20 november 2020, kenmerk R&O19082128). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 2. In het onderzoek is ingegaan op effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten. Gebiedsbescherming Een deel van het plangebied ligt in het NatuurNetwerk Nederland (zie afbeelding 7). En het meest noordelijke deel ligt in het Natura-2000 gebied Markermeer & IJmeer. Ook ligt op ruim

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

15/26

Omgevingsaspecten

7 km afstand het Natura2000-gebied Naardermeer. Het Markermeer & IJmeer is niet stikstofgevoelig. Het Naardermeer wel. Er is geen sprake van directe negatieve effecten door de nieuwe ondergrondse kabelverbinding. Ook is er geen sprake van indirecte effecten door licht of geluid. Wel kan mogelijk een effect optreden door stikstof depositie vanwege de aanlegwerkzaamheden. Om dit te kunnen beoordelen is een aeriusberekening uitgevoerd (Stikstofonderzoek Kabeltracé IJburg-Diemen, IDDS, 4 februari 2021, kenmerk 20052681/JLA/rap1.2). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 3. De conclusie van het onderzoek naar de uitstoot tijdens de aanlegwerkzaamheden luidt dat er geen beschermde natuurgebieden worden getroffen door deze ontwikkeling. De rekentool geeft op basis van de door de initiatiefnemer aangeleverde input, een rekenresultaten van 0,00 mol/ha/j. Als gevolg van het planvoornemen treden er geen indirecte negatieve effecten op in Natura 2000-gebied. Soortenbescherming De werkzaamheden die verstoring met zich meebrengen spelen zich af op het terrein van de elektriciteitscentrale en op het nog te ontwikkelen Strandeiland (buiten het plangebied). De rest van het tracé wordt geboord, waardoor er geen verstoring in het onderzoeksgebied plaatsvindt. Ten behoeve van de werkzaamheden worden geen bomen gekapt.

Uitgaande van het bovenstaande is uit bureaustudie en biotooptoets naar voren gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat met de plannen vaste rust- en verblijfplaatsen worden aangetast van in de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Vanwege de afstand tot bomen waarin mogelijk algemene soorten vogels broeden, is het onwaarschijnlijk dat deze tijdens het broeden worden verstoord. Een tijdelijke verstoring, zoals het maaien van het terrein, van het broeden is toegestaan, omdat de gunstige staat van instandhouding hierdoor niet in gevaar komt. 4.4.3 Conclusie Er zijn geen directe of indirecte negatieve effecten op Natura-2000 gebieden. Ook zijn geen negatieve effecten op het NatuurNetwerk Nederland. Tevens is uit het soortenonderzoek gebleken dat het onwaarschijnlijk is dat met het plan vaste rust- en verblijfplaatsen of belangrijk leefgebied wordt aangetast van de in de Wet natuurbescherming beschermde soorten flora en fauna. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect ecologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.5

Water

4.5.1 Beleid en regelgeving Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsnota’s verschenen die zich richten op een (zowel kwalitatief als kwantitatief) duurzaam waterbeheer. Op het hoogste niveau zijn de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Nationaal Waterplan (NW) richtinggevend. Op een lager schaalniveau is voor dit planvoornemen met name het beleid van het Waterschap Amstel Gooi en Vecht relevant. Dit beleid is in lijn met, en in aanvulling op, de plannen die Rijk en provincies hebben op het gebied van waterbeheer. In het kader van het vooroverleg vindt afstemming plaats met het waterschap. 4.5.2 Situatie plangebied Het tracé kruist een primaire waterkering (Diemerzeedijk, V2020-005-1) en twee secundaire waterkeringen (ter hoogte van de Overdiemerweg, V351_001 en V355_001). De plek waar de graafwerkzaamheden en de intreding plaatsvinden, ligt buiten de beschermingszone van de waterkeringen. Omdat sprake is van een ondergrondse gestuurde boring die ruim onder de waterkeringen door gaat, zijn er geen gevolgen voor de waterkerende functie. Het plan leidt niet tot een toename van verhard oppervlak. Ook worden bestaande watergangen niet gedempt of aangepast.

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

16/26

Omgevingsaspecten

Het tracé doorkruist geen drinkwaterwingebieden. Daarom is er geen effect op beschermde drinkwaterwingebieden. De ondergrondse hoogspanningsverbinding wordt gedeeltelijk aangelegd onder het IJmeer. Van dit oppervlaktewater is Rijkswaterstaat beheerder. Voor de aanleg is een watervergunning nodig. Hierover heeft reeds vooroverleg plaatsgevonden tussen Rijkswaterstaat en Qirion. Bij de locatie van de intreding waar de open ontgraving plaatsvindt, kan het noodzakelijk zijn om de grondwaterstand tijdelijk te verlagen. Dit kan een tijdelijk effect hebben op de waterhuishouding in de directe omgeving. Als de ondergrondse hoogspanningsverbinding eenmaal is aangelegd en de waterhuishouding de kans heeft gehad zich te herstellen, zal er geen sprake zijn van een structureel effect.

afbeelding 12: uitsnede Legger waterschap AGV. Met een rode pijl is het tracé van de nieuwe kabelverbinding aangeduid.

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

17/26

Omgevingsaspecten

4.5.3 Resultaat Watertoets In het kader van de watertoets is het concept van het bestemmingsplan voorgelegd aan het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. De reactie op het plan zal in de waterparagraaf worden opgenomen en verwerkt. Waternet verzorgt voor het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht de watertoets en de vergunningverlening. In het kader van de vergunningverlening vindt verdere afstemming plaats met Waternet over de realisatie. 4.5.4 Conclusie Omdat sprake is van ondergrondse gestuurde boringen zijn er niet of nauwelijks gevolgen voor de waterhuishouding. In het kader van de vergunningverlening wordt verder met het waterschap afgestemd over de uitvoering.

4.6

Verkeer en parkeren

Tijdens de aanleg van de nieuwe ondergrondse hoogspanningsverbinding kan verkeershinder niet volledig worden uitgesloten. De locatie van intreding ligt op eigen terrein en de werkzaamheden vinden niet op de openbare weg plaats. Mogelijk dat bij aan- en afvoer van materieel tijdelijke wegafsluitingen nodig zijn. In alle gevallen zal worden voorkomen dat bedrijven of woningen onbereikbaar zijn. Door goede communicatiestrategie zullen aanwonenden tijdig in de gelegenheid worden gesteld om kennis te nemen van de plannen waardoor de overlast tot een minimum beperkt zal blijven. In de gebruiksfase zijn er geen gevolgen voor de verkeerssituatie. De nieuwe kabelverbinding leidt niet tot een wijziging in de verkeersaantrekkende werking en er is ook geen parkeerbehoefte. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor het vaststellen van het bestemmingsplan.

4.7

Bedrijven en Milieuzonering

4.7.1 Inleiding De ruimtelijke ordening stelt zich tot doel een goede kwaliteit van leefomgeving te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van voldoende afstand tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente Diemen de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. 4.7.2 Betekenis voor het plan Ondergrondse 150kV-kabelverbindingen vallen niet onder de functies die milieuhinder veroorzaken en zijn daarom niet opgenomen in de handreiking. Daarnaast zijn hoogspanningsverbindingen niet milieuhindergevoelig.

Eventueel in de omgeving aanwezig zijnde milieuhinder veroorzakende bedrijven of functies vormen enerzijds geen belemmering voor de realisatie van de ondergrondse 150kV-kabelverbinding en de ontwikkeling van deze bedrijven of functies wordt anderzijds niet belemmerd door de ondergrondse 150kV-kabelverbinding. 4.7.3 Conclusie Vanuit milieuzonering is er geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

18/26

Omgevingsaspecten

4.8

Geluid en trillingen

4.8.1 Inleiding De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid en bevat een stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. Een kabelverbinding is geen geluidgevoelige functie. Er is geen onderzoek naar geluidhinder nodig. Vanuit de Wet geluidhinder is geen onderzoek naar wegverkeerslawaai, spoorweglawaai of industrielawaai nodig. 4.8.2 Beoordeling De werkzaamheden en het hierbij in te zetten materieel veroorzaken een bepaalde geluidsbelasting op de omgeving. Ook kunnen mogelijk trillingen ontstaan door bouwwerkzaamheden. Effecten op omwonenden treden alleen op tijdens de aanleg van het kabeltracé. In en rond het plangebied zijn geen woningen aanwezig. De dichtstbijzijnde woning is gelegen op ruim 300 meter afstand van de locatie van de intreding waar de open ontgraving plaats vindt. De ene activiteit duurt langer dan de andere activiteit en iedere activiteit heeft een andere geluidssterkte of mogelijke trillingseffect. Het gaat hierbij om tijdelijke effecten veroorzaakt door vrachtverkeer, graven en boren. Het streven is om hinder zoveel mogelijk te beperken. De Wet geluidhinder bevat geen regels voor geluidbelasting tijdens dergelijke tijdelijke situaties.

Het Bouwbesluit en veelal ook de gemeentelijke APV’s (Algemene Plaatselijke Verordeningen) geven wel kaders en regels voor tijdelijk bouwlawaai. De werkzaamheden zullen worden uitgevoerd met in achtneming van deze regelgeving. De uiteindelijke ondergrondse kabels zijn volledig geluidloos. Voor het beoordelen van trillingen op het risico van gebouwschade, hinder voor personen in gebouwen of verstoring van apparatuur/processen, heeft de Stichting Bouwresearch de SBR-richtlijn 'Trillingen' uitgegeven. Bij de uitvoering wordt hier rekening mee gehouden, om ongewenste schade en hinder door trillingen zo veel mogelijk te voorkomen. 4.8.3 Conclusie Eventuele effecten door geluid en trillingen zijn (zeer) tijdelijk van aard en beperkt. Effect op de menselijke gezondheid kan hierdoor worden uitgesloten. Vanuit het aspect geluidhinder is er geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.

4.9

Elektromagnetische velden

Voor de blootstelling - kortdurend of langdurend - aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Voor onder andere hoogspanningsverbindingen en transformatorstations, heeft de Europese Unie (EU) een richtwaarde voor maximale blootstelling van 100 micro tesla geadviseerd. Nederland heeft deze richtwaarde overgenomen. De richtwaarde houdt in dat burgers in de openbare ruimte niet blootgesteld mogen worden aan magneetvelden ten gevolge van de elektriciteitsvoorziening van meer dan 100 microtesla. Vanwege onder andere de ongerustheid over een relatie tussen blootstelling aan magnetische velden van bovengrondse hoogspanningslijnen en kinderleukemie, heeft de Nederlandse overheid in 2005 beleid opgesteld voor magnetische velden van hoogspanningslijnen. Op basis van het voorzorgsprincipe wordt aangeraden om zo veel als redelijkerwijs mogelijk is te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig worden blootgesteld aan magnetische velden van bovengrondse hoogspanningslijnen. Dit geldt voor ‘gevoelige locaties’ 1, zoals woningen, scholen, crèches en kinderopvangplaatsen met de daarbij behorende tuinen/erven en buitenruimten zoals speelplaatsen bij een school, waarbij als voorzorg een maximaal jaargemiddelde magnetische veldsterkte van 0,4 microtesla wordt gebruikt.

Het voorzorgsbeleid geldt Voor definitie gevoelige bestemmingen zie brief VROM ‘Verduidelijking van het advies met betrekking tot hoogspanningslijnen’ van 4 november 2008. 1

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

19/26

Omgevingsaspecten

voor magnetische velden van bovengrondse hoogspanningslijnen. Dit voorzorgsbeleid geldt dus niet voor andere infrastructuur zoals ondergrondse kabelverbindingen, transformatorstations en middenspanningsruimten. In april 2018 heeft de Gezondheidsraad advies uitgebracht. In dit advies wordt de beleidsverantwoordelijke staatssecretaris van I&W ter overweging meegegeven het voorzorgsbeleid ten aanzien van magnetische velden voor bovengrondse hoogspanningslijnen, ook toe te passen op ondergrondse elektriciteitskabels en andere bronnen van langdurige blootstelling aan magnetische velden uit het elektriciteitsnetwerk. Naar aanleiding van dit advies heeft de minister van Economische zaken de heer Verdaas verzocht om te onderzoeken welk voorzorgsbeleid nodig is. De heer Verdaas trekt de conclusie dat voorzorgbeleid ten aanzien van de mogelijke gezondheidsrisico’s van magneetvelden niet noodzakelijk is, omdat er nooit een oorzakelijk verband tussen magneetvelden en gezondheidsklachten is aangetoond. Hij vindt voorzorgbeleid wel nuttig, met name om maatschappelijke onrust en disproportionele maatregelen te voorkomen. De heer Verdaas adviseert om terug te keren naar het oorspronkelijke doel van het voorzorgbeleid. Dat wil zeggen: zoveel als redelijkerwijs mogelijk voorkomen dat kinderen (tot 16 jaar) langdurig worden blootgesteld aan magneetvelden.

De externe adviseur krijgt de opdracht om met een advies te komen over mogelijke maatregelen en afstanden voor het voorzorgsbeleid, die redelijk, proportioneel en praktisch realiseerbaar zijn. Vooralsnog is niet bekend wat het advies zal zijn en wanneer dit wordt uitgebracht. 4.9.1 Betekenis voor het plan Het tracé loopt grotendeels door onbebouwd gebied, bestaande water, natuur en infrastructuur. Er is een perceel met bebouwing aanwezig aan de Overdiemerweg 41. Dit perceel heeft een maatschappelijke bestemming. Hier zijn maatschappelijke voorzieningen mogelijk, met uitzondering van scholen en kinderopvang. Wonen is hier ook niet toegestaan. Het gaat zodoende niet om een gevoelige locatie in het kader van het voorzorgsbeleid. De nieuwe kabels worden op grote diepte aangelegd. Op het maaiveld is geen sprake van een magneetveldzone van 100 microtesla. 4.9.2 Conclusie Risicovolle blootstelling aan elektromagnetische velden rond het kabeltracé wordt voorkomen. Er wordt voldaan aan de richtwaarde van 100 microtesla. Er zijn geen onnodige risico’s zijn voor de menselijke gezondheid.

4.10

Luchtkwaliteit

4.10.1 Wettelijk kader In de Wet milieubeheer (verder: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritieke stoffen zijn stikstofdioxide en fijnstof. Voor de andere in de Wm genoemde stoffen, wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan aan de vereisten. In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Een bijdrage is “niet in betekenende mate” als de toename maximaal drie procent van de jaargemiddelde grenswaarde van fijnstof of stikstofdioxide bedraagt. Wanneer een ontwikkeling valt onder één van die categorieën is het niet nodig een onderzoek naar de luchtkwaliteit uit te voeren. Kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlakte van niet meer dan 100.000 m2 en één ontsluitingsweg ofwel niet meer dan 200.000 m2 en twee ontsluitingswegen vallen onder deze categorieën.

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

20/26

Omgevingsaspecten

4.10.2 Beoordeling Het plan heeft geen blijvende verkeersaantrekkende werking. Daarnaast stoot een ondergrondse 150 kV-kabelverbinding geen vervuilende stoffen uit. Het project draagt zodoende nietin-betekenende-mate bij en er is geen luchtkwaliteitonderzoek nodig. Alleen tijdens de aanlegfase is door de inzet van apparatuur en door (vracht)verkeer van en naar de bouwlocatie sprake van tijdelijke effecten. Deze effecten zijn zeer beperkt en tijdelijk van aard. 4.10.3 Conclusie Eventuele effecten voor de luchtkwaliteit zijn (zeer) tijdelijk van aard en beperkt. Effect op de menselijke gezondheid kan hierdoor worden uitgesloten. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

4.11

Externe veiligheid

4.11.1 Inleiding Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria, zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (verder: Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij de besluitvorming rondom ruimtelijke plannen de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt in het externe veiligheidsbeleid het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze plaatsgebonden risicocontour mogen geen kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt.

Kantoorgebouwen groter dan 1.500 m2 bvo zijn op grond van artikel 1, eerste lid, sub l Bevi een kwetsbaar object. Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico, mede bepaald door het aantal personen (dichtheid) binnen het te beschouwen gebied. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. 4.11.2 Conclusie Een kabelverbinding is geen kwetsbaar of beperkt kwetsbaar object. Er verblijven geen mensen. Ook heeft de kabelverbinding zelf geen risicocontour naar de omgeving toe. Er is geen sprake van een wijziging in het groepsrisico door het bestemmingsplan. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.

4.12

Niet gesprongen explosieven

4.12.1 Inleiding Na de Tweede Wereldoorlog zijn op diverse plekken in Nederland niet-gesprongen explosieven achtergebleven. Het gaat hierbij om Conventionele Explosieven (CE), die niet als zelfgemaakt,

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

21/26

Omgevingsaspecten

nucleair, biologisch of chemisch kunnen worden aangemerkt. CE zijn gemaakt voor oorlogsdoeleinden. Ze vormen een risico op het moment dat in de nabijheid van deze explosieven activiteiten in de bodem worden uitgevoerd, zoals graven. Voorafgaand aan deze bodemroerende werkzaamheden moet de aanwezigheid van deze CE's uitgesloten worden of moeten eventuele CE's verwijderd worden. 4.12.2 Resultaat onderzoek Voor het bestemmingsplan is een onderzoek uitgevoerd (Historisch Vooronderzoek Conventionele Explosieven Kabelverbinding IJburg-Diemen, IDDS, 6 januari 2020, kenmerk R&O19082128). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 4. Op basis van de geraadpleegde bronnen, de beoordeling en evaluatie van de indicaties is vastgesteld dat er in (de omgeving van) het onderzoeksgebied tijdens de Tweede Wereldoorlog oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. Er zijn echter te weinig indicaties om vast te kunnen stellen dat hierdoor CE zijn achtergebleven in het onderzoeksgebied. Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek en de conclusies is het onderzoeksgebied onverdacht op CE. Het is niet noodzakelijk om vervolgstappen te ondernemen in de CE-opsporing voorafgaand aan de voorgenomen werkzaamheden. 4.12.3 Conclusie Vanuit het aspect niet gesprongen explosieven is er geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.

4.13

Besluit milieueffectrapportage

4.13.1 Inleiding Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.-beoordelingen: 1.) projecten die vallen onder bijlage D van het Besluit m.e.r. en 2.) de vormvrije m.e.r.-beoordeling ook wel vergewisplicht genoemd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: • het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. • de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst). 4.13.2 Betekenis voor het plan Het aanleggen van een ondergrondse hoogspanningsleiding van 150kV of meer is een activiteit welke is genoemd in het Besluit m.e.r. (onderdeel D 24.2). De drempelwaarde van 5 kilometer in gevoelig gebied wordt niet overschreden. Omdat de drempelwaarden indicatief zijn, is er echter wel een vormvrije m.e.r. beoordeling nodig voor het bestemmingsplan. Deze vormvrije m.e.r beoordeling is opgesteld (Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling, DNS Planvorming BV, 4 februari 2021). De rapportage is opgenomen als bijlage 5. Op basis van de huidige kennis en uitgangspunten ten tijde van het uitvoeren van deze m.e.r.beoordeling, kan voor alle aspecten worden uitgesloten dat onderhavig plan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu oplevert.

Er is voor het bestemmingsplan geen milieueffectrapportage nodig.

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

22/26

Toelichting op de regels

5

Toelichting op de regels

5.1

Algemeen

De Wet ruimtelijke ordening bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels.

5.2

Nadere toelichting op de regels

De bij dit plan behorende planregels zijn, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012), onderverdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels 2. Bestemmingsregels 3. Algemene regels 4. Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 1 worden in de planregels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. In hoofdstuk 2 is de op de verbeelding aangegeven bestemming omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Daarbij worden de bebouwingsmogelijkheden vermeld. In hoofdstuk 3 is een aantal algemene regels opgenomen. In hoofdstuk 4 is omschreven welke gebouwen en gebruik vallen onder het overgangsrecht en bevat tot slot de citeertitel van het plan. 5.2.1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik.

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

23/26

Toelichting op de regels

5.2.2 Bestemmingsregels Leiding - Hoogspanningsverbinding 150kV (artikel 2) De dubbelbestemming 'Leiding - Hoogspanningsverbinding 150kV voorziet in een juridisch-planologische regeling voor de ondergrondse 150kV-kabelverbinding. De dubbelbestemming zorgt ervoor dat de kabelverbinding, na aanleg, wordt beschermd. Om dit laatste doel te bewerkstelligen zijn bouw- en aanlegregels opgenomen. Ter plaatse van de dubbelbestemming geldt een vergunningsplicht voor eventuele bodemingrepen die kunnen leiden tot schade van de nieuwe kabelverbinding. De omgevingsvergunning wordt uitsluitend verleend indien de veiligheid van de leiding of het functioneren van de leiding niet onevenredig worden geschaad en voorafgaand schriftelijk advies is ingewonnen bij leidingbeheerder. De belemmeringsstrook is vastgesteld op basis van het benodigde ruimtebeslag voor aanleg en instandhouding van de ondergrondse 150 kV-hoogspanningsverbinding. Dat ruimtebeslag wordt bij ondergrondse 150 kV-kabelverbindingen gevormd door de buitenste kabel plus een veiligheidsafstand van 5 meter. Daarbij is rekening gehouden met veiligheidseisen, onder andere om veilig (onderhouds)werkzaamheden uit te kunnen voeren en ongestoord functioneren van de kabel te kunnen garanderen. De belemmeringsstrook heeft een breedte van ca. 20 meter in totaal.

Van toepassing verklaring (artikel 3) Met dit artikel is vastgelegd dat de onderliggende bestemmingsplannen mede van toepassing is op onderhavig bestemmingsplan en dit plan een aanvulling betreft specifiek voor de nieuwe kabelverbinding. 5.2.3 Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen de algemene bepalingen aan de orde. Het gaat om: Anti-dubbeltelregel (artikel 4) In dit artikel is opgenomen dat grond, welke eenmaal in aanmerking is of moest worden genomen bij het verlenen van een bouwvergunning, waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van een andere aanvraag buiten beschouwing dient te blijven. Algemene afwijkingsregels (artikel 5) Dit artikel geeft een mogelijkheid om af te wijken van in het plan opgenomen maatvoeringen. De afwijking mag niet meer bedragen dan 10%. Bijvoorbeeld wanneer dit in de uitvoering nodig blijkt vanwege een meetverschil tussen de werkelijke toestand van het terrein en de verbeelding van het bestemmingsplan. Algemene wijzigingsregels (artikel 6) Wanneer bij de verdere uitwerking blijkt dat een aanpassing van een bestemmingsgrens technisch noodzakelijk is, kan de bestemmingsgrens worden gewijzigd. Daarvoor is dit artikel opgenomen.

5.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 7) Met betrekking tot bouwwerken en het gebruik van grond en bouwwerken wordt in dit artikel ingegaan op het daarop toepasselijke overgangsrecht. Slotregel (artikel 8) Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

24/26

Economische uitvoerbaarheid

6

Economische uitvoerbaarheid

De Wet ruimtelijke ordening (artikel 6.12) stelt verplicht dat de gemeenteraad tegelijk met de vaststelling van een bestemmingsplan een exploitatieplan vaststelt voor kostenverhaal in het geval het bestemmingsplan nieuwe, bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplannen mogelijk maakt. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om de bouw van één of meer woningen, de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen of de uitbreiding of verbouwing van gebouwen. In de wet is aangegeven welke kosten verhaald kunnen worden. Het vaststellen van een exploitatieplan is niet nodig indien het kostenverhaal anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door gronduitgifte of een anterieure overeenkomst. Dit bestemmingsplan maakt geen bij algemene maatregel van bestuur (artikel 6.2.1. Bro) aangewezen bouwplannen mogelijk. Het opstellen van een exploitatieplan is dan ook niet noodzakelijk. Het betreft een ontwikkeling waarvan de lasten door initiatiefnemer zullen worden gedragen. Er zijn geen verhaalbare kosten. De economische uitvoerbaarheid door initiatiefnemer is voorts voldoende aangetoond.

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

25/26

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.1

Vooroverleg artikel 3.1.1. Bro

Ten behoeve van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is het ontwerpbestemmingsplan breed verstuurd voor vooroverleg. De volgende partijen hebben een reactie gegeven: Gemeente Diemen, afdeling Duurzaamheid, gemeente Diemen, afdeling Ruimtelijk Beheer, Ingenieursbureau gemeente Amsterdam, GGD Amsterdam, Waternet, Stadsdeel Oost gemeente Amsterdam, Rijkswaterstaat West-Nederland Noord, Rijkswaterstaat Midden-Nederland, ProRail en de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. De resultaten van het vooroverleg en de beantwoording zijn opgenomen in de Nota Vooroverleg, welke als bijlage 6 bij de toelichting is opgenomen. Naar aanleiding van de overlegreacties zijn enkele wijzigingen aangebracht. Er is een nieuwe stikstofdepositieberekening uitgevoerd en de quickscan ecologie is tekstueel aangepast. De conclusies van de onderzoeken zijn niet gewijzigd. In paragraaf 4.5 van de toelichting is toegevoegd dat een deel van het tracé door het beheersgebied van Rijkswaterstaat loopt. De wijzigingen hebben geen gevolgen voor de regels of verbeelding van het bestemmingsplan.

7.2

Zienswijzen

Het ontwerp bestemmingsplan heeft voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen voor een ieder om te reageren. Er zijn in deze periode geen zienswijzen ingediend tegen het plan. Het ontwerp bestemmingsplan is niet aangepast.

Bestemmingsplan 150kV-kabelverbinding, Vastgesteld

26/26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=d596ab77-3a90-44e0-8db9-ec1cbfd768b6