CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

240322_d_memo aanvullende toelichting Stap 3 besluit HPW (incl. bijlagen)

Informatieve raadsvergadering 7 maart 2024, gemeente DiemenBij agendapunt: Stap-3-besluit m.b.t. geluidmaatregelen Holland Park West17.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

MEMO van de wethouder Bestemd voor Van Betreft

: : :

Datum Aantal bijlagen

: :

Leden van de raad van de gemeente Diemen Wethouder J. Prins Nadere toelichting m.b.t. Stap 3 besluit Holland Park West, inclusief reactie van de GGD en Omgevingsdienst 22 maart 2024 4

De aanvullingen in dit memo (naast de opgenomen bijlagen) zijn in blauw weergegeven. Aanleiding:

Tijdens de informatieve Raadsvergadering van 7 maart 2024 is het Stap 3 besluit voor Holland Park West (fase 3) besproken. Aankomende week volgt een tweede bespreking, gevolgd door de besluitvormende Raad. Tijdens de eerste behandeling is om nader inzicht gevraagd. Dit memo schetst op hoofdlijnen welk besluit het college aan de Raad vraagt (A), wat dit in kwalitatieve zin betekent (B) en wat de gevolgen zijn van het wel of niet instemmen met het voorstel (C). Aan dit memo zijn verschillende bijlagen toegevoegd: • de gevraagde verificatie van de Omgevingsdienst en GGD (e-mails 19 maart 2024) (bijlage 1); • de schriftelijke instemming d.d. 19 maart 2024 van de afnemers (Rochdale en BPD woonfonds) (bijlagen 2 & 3); • de gewijzigde onderbouwing van het Stap 3 besluit d.d. 14 maart 2024, waarin de compenserende maatregelen die met de Omgevingsdienst en GGD zijn afgestemd zijn verwerkt (bijlage 4).

A: Gevraagd besluit De Raad wordt gevraagd in te stemmen met het Stap 3 besluit. Dit Stap 3 besluit heeft betrekking op 73 woningen (43 sociale- en 30 middeldure huurwoningen) langs de Gooiseweg die niet voldoen aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB uit de Wet geluidshinder. Door in te stemmen met het Stap 3 besluit mag de maximale geluidbelasting voor die 73 woningen 58 dB zijn op de buitengevel, met daarbij uit te voeren compenserende maatregelen. Met dit besluit kunnen de woningen in fase 3 (242 woningen in totaal, waarvan 232 in het betaalbare segment) worden gerealiseerd conform de aangevraagde omgevingsvergunning.

B: Kwalitatieve beschrijving van de 73 woningen met toepassing Stap 3 besluit Dit beschrijft de situatie conform de in december 2023 aangevraagde omgevingsvergunning, waarbij aanvullend de (technisch) compenserende maatregelen worden toegepast gebaseerd op de adviezen

Pagina

: 2

van de Omgevingsdienst en GGD. Dit is een wijziging op het ontwerpbesluit Stap 3 uit november 2023. 1) Het binnenklimaat van de woningen is zeer goed: • Wanneer ramen en deuren gesloten zijn, wordt (uiteraard) voldaan aan de binnengeluidwaarden zoals in het Bouwbesluit zijn voorgeschreven. Het contactgeluid tussen de woningen wordt verder gereduceerd dan in het Bouwbesluit is voorgeschreven door het toepassen van betere isolatie tussen de woningen. • In alle woningen is een mechanisch ventilatiesysteem. Dit betekent dat de luchtkwaliteit goed is, zonder dat daarvoor natuurlijk geventileerd hoeft te worden. • Er wordt een warmte- en koude installatie (WKO) toegepast, waardoor de woningen beschikken over een comfortabel verwarmings- én koelingssysteem. 2) Het is mogelijk om gebruik te maken van natuurlijke ventilatie in de slaapkamers: • Bewoners kunnen slapen met een slaapkamerraam open, zonder dat zij daarbij aan een hogere geluidbelasting worden blootgesteld dan met het hogere waardenbesluit al is vastgelegd (53 dB). Om dit te bereiken, worden technische maatregelen getroffen, zoals het plaatsen van een ‘plaatselijke dove gevel’. Dat betekent dat er gevel-afschermende maatregelen komen op de plek van die te openen ramen, waarmee het daarop vallende geluid wezenlijk wordt gereduceerd.

Dit is een aanvullende technische compensatie ten opzichte van het ontwerpbesluit uit 2023, die is opgenomen om tegemoet te komen aan de negatieve advisering vanuit de GGD en OD. Het doel hiervan is om een goede nachtrust te waarborgen. • Het op deze wijze kunnen openen van de slaapkamerramen voor natuurlijk ventileren leidt niet tot nieuwe of potentiële gezondheidsrisico’s, ten opzichte van hetgeen met het bij het bestemmingsplan genomen hogere waarden al mogelijk is gemaakt. 3) De woningen worden zo uitgevoerd dat in het algemeen, dus buiten de onder ‘2’ beschreven maatregel, ramen en deuren opengezet kunnen worden: • In die gevallen is wel sprake van een hogere geluidsbelasting op (dat stuk van) de gevel dan 53 dB. Hier is dus het Stap 3 besluit nodig (dat tot max. 58 dB geluidsbelasting op de buitengevel mogelijk maakt). • Het wordt door de ontwikkelaar en door de grootafnemers als belangrijke woonkwaliteit gezien dat ramen en deuren door bewoners zelf te openen zijn, bijvoorbeeld om snel te spuien (kookluchtjes en warmte afvoeren). • Individuele buitenruimtes (balkons) zijn ‘in de vrije buitenlucht’ en er komen geen geluidsloggia’s waarbij eerst raampanelen weggeschoven moeten worden. Op de balkons worden wel maatregelen voor geluidsreductie toegepast (een verhoogde borstwering, geluidsabsorberend plafond).

Deze woonkwaliteit richt zich vooral op gebruiksgemak, niet op realiseren van voldoende geluidsreductie. • De individuele buitenruimtes voldoen niet aan de geluidswaarden. Er worden binnen het plan daarom ook collectieve buitenruimtes gerealiseerd, die voldoen aan de criteria van geluidsluwe buitenruimtes. Naast deze geluidsluwe buitenruimtes, waar bewoners rust kunnen opzoeken, heeft het gehele gebied een hoogkwalitatieve buitenruimte met volop mogelijkheden voor ontmoeten en verblijven. • Door in te zetten op ramen en deuren die open kunnen, ontstaat er een betere ‘relatie met buiten’, met name dankzij betere daglichttoetreding en vrij uitzicht. Dubbele geveldelen of comfortboxen zouden dit nadelig beïnvloeden. Dit wordt gezien als een verbetering van de woningkwaliteit voor toekomstig bewoners, die doorwerkt in de woonbeleving. Resumé: • De akoestische omstandigheden ín de woning zijn met ramen en deuren gesloten altijd goed.

Pagina

•

•

: 3

Alle kamers kunnen natuurlijk geventileerd worden, waarbij op de plek van de slaapkamerramen aan de eerder gestelde geluidscondities (max. 53 dB) wordt voldaan. De nadelige effecten qua gezondheidsimpact worden hiermee beperkt ten opzichte van het eerder (bij het vaststellen van het bestemmingsplan) genomen hogere waarden besluit. Om de aanvullende woonkwaliteiten (waaronder individuele open balkons en te openen ramen) te realiseren, is het voor 73 woningen nodig om afwijkende waarden vast te stellen.

Afweging College Naar oordeel van het college is de gezondheid – met nadruk op de nachtrust – vanuit het aspect geluid daarmee voldoende gewaarborgd. Ook is op andere vlakken sprake van een kwaliteitsverbetering van de woon- en leefomgeving, in het belang van toekomstige bewoners. Daardoor kan een Stap 3 besluit gemotiveerd genomen worden. Advies GGD en OD op aanvullende maatregelen • De GGD heeft d.d. 19 maart 2024 laten weten dat de opgenomen compenserende maatregelen (bij de slaapkamers) passen als oplossing die zij in hun advies hebben genoemd. De situatie zoals die nu is voorgelegd, is voor de gezondheid beter dan woningen zonder geluiddempende voorzieningen die bij het Ontwerp besluit waren beoogd. • De Omgevingsdienst heeft d.d. 19 maart 2024 laten weten dat de beoogde maatregelen aan de slaapkamers toereikend zijn en de benodigde geluidsreductie bewerkstelligen om onder het geluidsniveau van de eerder vastgestelde hogere waarden te blijven. Daarmee is de Omgevingsdienst akkoord met deze technische compensatie.

C: Consequenties besluitvorming Hieronder wordt weergeven wat de consequenties zijn van de verschillende keuzemogelijkheden voor de Raad. Er zijn in de basis 3 verschillende uitkomsten mogelijk: 1) De Raad stemt wel in met het Stap 3 besluit; 2) De Raad stemt niet in met het Stap 3 besluit; 3) De Raad neemt nog geen besluit. 1) De Raad stemt wel in met het Stap 3 besluit Wanneer de Raad instemt met het Stap 3 besluit, worden voor 73 (van de 242) woningen in fase 3 van Holland Park West hogere geluidwaarden toegestaan. Daarmee kan het bouwplan, waarvoor eind 2023 de Omgevingsvergunning is aangevraagd, met kleine aanpassingen worden gerealiseerd. De compenserende maatregelen (waaronder de aanvullende maatregelen op basis van het advies van OD en GGD) worden meegenomen in de lopende vergunningaanvraag. Daarbij wordt geconcludeerd dat er sprake is en blijft van goede woningen en dat een gezonde leefomgeving voldoende wordt gewaarborgd. Er wordt gebruik gemaakt van een wettelijke regeling om dit mogelijk te maken, waarbij de juiste afwegingen zijn gemaakt en de juiste procedure wordt gevolgd. Dit betekent onder andere dat: a) Een start bouw van 232 betaalbare woningen uiterlijk 1-7-2024 plaats kan vinden.

b) Er kan worden voldaan aan de eerste prestatie-vereisten van de SBI subsidie á circa € 2.2 miljoen, waardoor deze vervolgens bij tijdige oplevering van de woningen definitief kan worden toegekend. 2) De Raad stemt niet in met het Stap 3 besluit Wanneer de Raad niet instemt met het Stap 3 besluit, blijven de eerder vastgestelde hogere waarden van toepassing. Daarmee is het bouwplan, waarvoor eind 2023 de Omgevingsvergunning is aangevraagd, niet realiseerbaar.

Pagina

: 4

Dit betekent onder andere dat: a) De aangevraagde vergunning niet kan worden verleend. Het bouwplan moet worden aangepast, waarna een nieuwe vergunningaanvraag moet worden ingediend. Dit betekent vertraging. b) Er kan niet meer worden voldaan aan de prestatie-vereisen van de SBI subsidie á € 2.2 miljoen, de tijdige start bouw wordt niet waargemaakt, waardoor deze niet zal worden toegekend. c) Het is zeer aannemelijk dat de ontwikkeling van Holland Park West in een impasse blijft, waardoor de bouw van (betaalbare) woningen voor langere tijd stagneert. 3) De Raad neemt nog geen besluit De Raad neemt nog geen besluit, bijvoorbeeld omdat meer tijd voor overweging of advisering wordt gevraagd. Dit betekent onder andere dat: a) De aangevraagde vergunning (nog) niet kan worden verleend. De vertraging behelst in ieder geval de uitgestelde besluitvorming (één Raadscyclus of zoveel meer als aan de orde is). b) Er kan niet meer worden voldaan aan de prestatie-vereisen van de SBI subsidie á € 2.2 miljoen omdat de vergunning niet tijdig kan worden verleend. De prestatie van start bouw in Q2 2024 wordt niet waargemaakt, waardoor de subsidie niet zal worden toegekend. c) Het is zeer aannemelijk dat de ontwikkeling van Holland Park West in een impasse blijft, waardoor de bouw van (betaalbare) woningen langere tijd stagneert.

Resumé: Instemmen met het gevraagde besluit draagt bij aan een voortvarende realisatie van 242 woningen (waarvan 232 in het betaalbare segment), waarbij nog steeds sprake is van een goede woonkwaliteit en voldoende gezonde leefomgeving.

Pagina

: 5

Bijlage 1: Verificatie (correspondentie) van de Omgevingsdienst en GGD op de voorgestelde geluid reducerende maatregelen Stap 3 procedure Holland Park West fase 3. De ontvangen en besproken adviezen zijn gericht op de compenserende maatregelen. De voorgestelde oplossingen – reeds verwerkt in bijlage 3 van de aangepaste onderbouwing van het Stap 3 besluit (versie 14 maart 2024) – zijn geverifieerd door de Omgevingsdienst en GGD. Gevraagd is dit per e-mail te bevestigen. Hieronder een afdruk van dat verzonden bericht en de ontvangen reacties daarop.

Mail 1: Verzoek verificatie maatregelen Verzonden: donderdag 14 maart 2024 16:42 Aan: …@ggd.amsterdam.nl; …@odnzkg.nl Onderwerp: Verzoek tot reactie / verificatie op besproken maatregelen Holland Park West (Diemen) Urgentie: Hoog Goedemiddag, Op basis van de gesprekken die zijn gevoerd met jullie, de gemeente en ontwikkelaar, heeft de ontwikkelaar (ook o.b.v. bijgevoegd advies van de GGD) een alternatief voorstel uitgewerkt als benodigde compensatie in het kader van de lopende Stap 3 procedure (specifiek gericht op de slaapkamers). Dit voorstel behelst de eerder besproken 2 principes achter de balkons (laag te openen raam achter hoge borstwering) en een nieuw voorstel voor het principe met voorzetglas dat niet voldeed. Dat hebben wij afgekeurd en zou ook geen stand houden bij de gemeenteraad. Van die nieuw voorgestelde maatregel voor het 3e principe is het productblad als bijlage (PDF) bijgevoegd.

Binnenzijde

Buitenzijde

Ter informatie; het toe te passen harbour venster

Via de volgende link is ook de weergave opgenomen waar deze maatregelen zich bevinden (o.b.v. gevels en plattegronden). Dit voorstel wordt ook verwerkt in de onderbouwing van Rho. Ter toelichting gaf de ontwikkelaar in de mail aan: “Ten aanzien van de extra te treffen maatregel wordt een laag te plaatsen draai kiep raam geplaatst achter een borstwering van het balkon of loggia. Zie bijgevoegde link voor de plattegronden en gevels met de locatie van de maatregelen. [Deze gegevens zijn verwerkt in bijlage 3 van de bijgevoegde onderbouwing van het Stap 3 besluit d.d. 14 maart 2024].

Pagina

: 6

En waar er geen borstwering is wordt een harbour venster geplaatst met een te openen raam (zie bijlage voor de brochure van de fabrikant). Met deze maatregel kan volgens de leverancier een geluidreductie van 13 dB worden bereikt en voldoen we ruimschoots.”

Omdat wij volgende week met dit dossier in de gemeenteraad op de agenda staan, zou ik graag van jullie weten of deze maatregelen overeenkomstig de gevoerde gesprekken zijn, maar ook technisch toereikend zijn (specifiek het nieuwe 3e principe). Ik zou dat graag als verificatie meenemen in de gevraagde informatie van de raad.

Mail 2: Reactie Omgevingsdienst op verzoek verificatie maatregelen Van: …@odnzkg.nl Verzonden: dinsdag 19 maart 2024 16:34 Aan: Edwin Baas <Edwin.Baas@diemen.nl>; Onderwerp: RE: Verzoek tot reactie / verificatie op besproken maatregelen Holland Park West (Diemen) Hoi Edwin, De voorgestelde maatregel is toereikend. Akkoord.

Mail 3: Reactie GGD op verzoek verificatie maatregelen Van: …@ggd.amsterdam.nl Verzonden: dinsdag 19 maart 2024 17:27 Aan: Edwin Baas <Edwin.Baas@diemen.nl>; Onderwerp: RE: Verzoek tot reactie / verificatie op besproken maatregelen Holland Park West (Diemen) Dag Edwin, De genoemde maatregelen passen als oplossing die ik in mijn advies heb genoemd. De situatie zoals nu voorgelegd is voor de gezondheid beter dan woningen zonder geluiddempende voorzieningen, zoals oorspronkelijk gepland. Met vriendelijke groet, … Senior adviseur milieu en gezondheid

Bijlage 2: schriftelijke instemming afnemer Rochdale

Gemeente Diemen College van Burgermeester en Wethouders p/a de heer E. Baas D.J. den Hartoglaan 1 1111 ZB Diemen

Amsterdam, 20 maart 2024 Ons kenmerk: RMBK/20240320 Onderwerp: Park Valley

Geachte heer Baas, Rochdale is voornemens 117 appartementen te verwerven in het plan Park Valley fase 3 en later ook nog appartementen in fase 4 in het gebied Holland Park te Diemen. Afgelopen tijd hebben wij daarbij veelvuldig overleg gehad met de ontwikkelaar BPD-Dura VOF over de wijze waarop voldaan gaat worden aan de akoestische eisen. Wij zijn verheugd dat BPD-DURA Vof er samen met de gemeente Diemen in geslaagd is zodanige maatregelen te bedenken dat er geen “dove gevel” nodig zijn. Grote voordeel hiervan is dat de appartementen uitgevoerd kunnen worden met buitenruimtes die in de open lucht zitten en ramen die geopend kunnen worden. Bijkomend voordeel is dat onze huurders lagere servicekosten hebben, doordat de ramen door bewoners zelf gewassen kunnen worden. We hopen in het belang van onze huurders dat de gemeenteraad op basis hiervan in kan stemmen met de noodzakelijke “stap 3” procedure.

Met vriendelijke groet,

Richard Mooser Hoofd Projecten acquisiteur

Woningstichting Rochdale rochdale.nl | WhatsApp 06 4080 8009 | 020 215 00 00 Bos en Lommerplein 303, Amsterdam | Postbus 56659, 1040 AR Amsterdam | KvK Amsterdam 33012701

Bijlage 3: schriftelijke instemming afnemer BPD Woningfonds ----

BPD Woningfonds IJsbaanpad 1 A 1076 CV Amsterdam Postbus 51262 1007 EG Amsterdam +31 (0)20 304 99 99 woningfonds@bpd.nl www.bpd.nl/woningfonds BTW NL826489229B01 IBAN NL17 RABO 0351 7674 36 BIC RABONL2U

Gemeente Diemen D.J. den Hartoglaan 1 1111 ZB DIEMEN

Datum 19 maart 2024

Behandeld door F.C.H. Merks

Telefoonnummer 020 3049705

Kenmerk BBPDL_2024873_BPDA

Onderwerp Geluid Diemen Fase 3

E-mail f.merks@bpd.nl

Geachte heer/mevrouw, BPD Woningfonds is de beoogde afnemer van 115 middenhuurwoningen en 10 vrije sectorhuurwoningen in Park Valley, fase 3. Wij zijn hierover volop in gesprek met de VOF OC BPD/Dura Vermeer en gaan ervan uit dat wij deze spoedig positief kunnen afronden en de contracten kunnen ondertekenen. Als beoogd afnemer en verhuurder van de huurwoningen is BPD Woningfonds op de hoogte van de geluidsbelasting die de Gooiseweg veroorzaakt en de maatregelen die door de VOF voorzien zijn om de belasting voor onze huurders te beperken tot een aanvaardbaar niveau. Wij hebben de VOF hierbij meegegeven dat het Woningfonds een oplossing waarbij bewoners zelf kunnen beslissen of en wanneer zij een raam openzetten, prefereert boven een oplossing waarbij er een niet te openen dove gevel is. Met gesloten ramen voldoen de verblijfsruimten in de appartementen aan de geluidsnormen van het bouwbesluit. Het geluidniveau op de spuivoorziening is 53 dB. BPD Woningfonds is zich bewust dat bij geopende ramen of deuren omgevingsgeluid hoorbaar zal zijn in de woning, inclusief de slaapkamer. Een dichte gevel doet echter meer afbreuk aan de woonkwaliteit van onze bewoners dan op gewenste tijden omgevingsgeluid accepteren.

De maatregelen die door de VOF zijn voorgesteld en de daarbij ingewonnen adviezen (Rho Adviseurs) geven ons voldoende comfort dat de geluidsbelasting beperkt zal blijven tot een aanvaardbaar niveau. Deze maatregelen houden concreet in dat voor 23 woningen er een spuiraam komt achter de borstwering van het balkon en dat er bij appartementen als oplossing een harbourfenster wordt toegepast. Wij kunnen ons dan ook vinden in de door de VOF en de gemeente Diemen ingezette Stap 3 procedure die het mogelijk zal maken om de gevel conform de plannen van de VOF uit te voeren.

Kenmerk BBPDL_2024873_BPDA

Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, BPD RCF Fundmanagement B.V.

F.C.H. Merks Sr. Asset Manager

14 februari 2024

2/2

Bijlage 4: gewijzigde onderbouwing Stap 3 besluit (advies OD / GGD verwerkt

HOLLAND PARK WEST (FASE 3), DIEMEN

Onderbouwing Stap 3-besluit

Interimwet Stad-en-milieubenadering 14 maart 2024

1/46

DATUM KENMERK

14 maart 2024 20230311.001_MM

PROJECTLEIDER

Martijn Backx

OPDRACHTGEVER VOF OC BPD / Dura Vermeer PROJECTNUMMER 20230311.001 STATUS

2/46

Versie t.b.v. vaststelling

INHOUD 1.

2.

3.

4.

5.

6.

3/46

Inleiding

5

1.1 1.2

Aanleiding Leeswijzer

5 6

Wet- en regelgeving

7

2.1 2.2 2.3 2.4

7 7 7 8

Inleiding Wet geluidhinder Gemeentelijk geluidbeleid Diemen De Interimwet stad-en-milieubenadering

Visie op gewenste leefomgevingskwaliteit en beoogd ruimtegebruik

10

3.1 3.2

10 11

Waar ligt het projectgebied en hoe is dit begrensd? Wat zijn het gewenste ruimtegebruik en de beoogde leefomgevingskwaliteit?

resultaten onderzoek stad-en-milieu benadering

13

4.1 4.2

Inleiding Stap 1: integratie milieu in het ruimtelijke plan 4.2.1 Vroegtijdig integreren van milieu in het ruimtelijk plan 4.2.2 Optredende geluidbelastingen 4.2.3 Bron- en overdrachtsmaatregelen 4.2.4 Vastgestelde hogere waarden (2020)

13 13 13 14 17 18

4.3 4.4

Stap 2: uitwerking binnen de wettelijke kaders Stap 3: afwijken van maximale ontheffingswaarde Wgh 4.4.1 Ontwerp met toepassing van Stap 3 4.4.2 Met Stap 3-besluit vast te stellen hogere waarden 4.4.3 Compenserende maatregelen in het kader van het Stap 3-besluit 4.4.4 Vergelijking plan met toepassing van Stap 1 en 2 en plan met toepassing van Stap 3

19 23 23 25 26 27

Gevolgen voor het milieu en de volksgezondheid

28

5.1 5.2 5.3

28 28 29

Inleiding Overige omgevingsaspecten Conclusie

Proces en procedure

30

6.1 6.2

30 30

Doorlopen procedure Adviezen

Bijlage 1

Overzicht geluidbelasting woningen blok K en M

Bijlage 2

Geluidbelasting collectieve buitenruimtes en gebied tussen bouwblokken fase 3

Bijlage 3

Overzicht aanvullende voorzieningen slaapkamers

4/46

1. INLEIDING 1.1

Aanleiding

Park Valley wordt een nieuwe groene woonwijk met ruim 700 woningen en voorzieningen. Het project is onderdeel van de gebiedsontwikkeling Holland Park. Om de beoogde ontwikkeling planologisch mogelijk te maken is in 2020 het bestemmingsplan Holland Park West vastgesteld. Het plangebied is opgenomen in artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en Herstelwet. In het kader van het bestemmingsplan is akoestisch onderzoek uitgevoerd. Daaruit blijkt dat het verkeer op de Gooiseweg op de bouwblokken binnen het westelijke deel van het plangebied tot een overschrijding van de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder (Wgh) leidt. Op de gevels aan de noord‐, oost‐ en zuidzijde van het plan wordt de maximale ontheffingswaarde niet overschreden. Dit is gevolg van het feit dat de Gooiseweg (aan de westzijde van het plangebied) wordt aangemerkt als autoweg waardoor bij de toetsing aan de normen uit de Wgh een maximale ontheffingswaarde 53 dB geldt. Voor de toekomstige woningen aan de westzijde van het gebied is in het kader van het bestemmingsplan voor de Gooiseweg een hogere waarde van 53 dB vastgesteld.

De consequentie hiervan is dat ter plaatse van de gevels aan de zijde van de Gooiseweg in principe geen sprake mag zijn van te openen delen (zoals ramen en deuren) en ingrijpende bouwkundige maatregelen moeten worden getroffen, in de vorm van dove gevels, geluidloggia’s, coulissenschermen of vliesgevels. Voor de overige omliggende wegen ten zuiden, oosten en noorden van het plangebied (de Bergwijkdreef en Dalsteindreef) geldt een maximale ontheffingswaarde van 63 dB, waardoor wel te openen delen zijn toegestaan en minder ingrijpende woninggebonden maatregelen nodig zijn. Dat betekent bijvoorbeeld kan worden volstaan met balkons met een verhoogde en gesloten borstwering van 1,5 m hoog in combinatie met geluidsabsorberende plafonds. Daarbij gaat het ook om woningen die een vergelijkbare geluidbelasting hebben als de woningen aan de zijde van de Gooiseweg.

Figuur 1.1 Impressie Park Valley De realisatie van Park Valley komt gefaseerd tot stand. Op dit moment worden de plannen voor fase 3 uitgewerkt en wordt een omgevingsvergunningaanvraag voorbereid. Daarbij zal om het beoogde ontwerp mogelijk te maken op onderdelen worden afgeweken van het bestemmingsplan Holland Park West. Vanuit het oogpunt van woonkwaliteit worden voorzieningen als dove gevels, geluidloggia’s, coulissenschermen of vliesgevels in principe als onwenselijk beschouwd. De ge-

5/46

meente Diemen heeft mede daarom het voornemen om voor fase 3 gebruik te maken van de mogelijkheden die de Interimwet Stad-en-milieubenadering biedt om voor de geluidbelasting vanwege de Gooiseweg met een zogenaamd ‘Stap 3besluit’ af te wijken van de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder. Deze rapportage bevat de onderbouwing van dat besluit.

1.2 Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een overzicht van de met het oog op het Stap 3-besluit relevante wet- en regelgeving. Paragraaf 2.4 bevat een overzicht van de informatie die volgens de Interimwet vereist is voor de vaststelling van een Stap 3-besluit. Deze inhoudelijke vereisten vormen de basis voor de opzet van dit rapport. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de toelichting op het bestemmingsplan en het onderliggende akoestisch onderzoek. Tabel 1.1 Leeswijzer wettelijke vereiste motivering vereiste elementen motivering visie op de gewenste leefomgevingskwaliteit in relatie tot het gewenste ruimtegebruik wijze waarop rekening is gehouden met milieukwaliteit in de ruimtelijke planvorming daarbij ondervonden beperkingen om aan wettelijke grenswaarden te voldoen gevolgen van het besluit voor onderdelen van het milieu, volksgezondheid en objecten overwegingen met betrekking tot het beperken en eventueel compenseren van nadelige gevolgen voor het milieu wijze waarop bij de voorbereiding van het besluit belanghebbenden en bestuursorganen zijn betrokken overwegingen van de gemeenteraad omtrent zienswijzen en adviezen

6/46

plaats waar informatie is te vinden hoofdstuk 3 hoofdstuk 4 hoofdstuk 4 hoofdstuk 5 hoofdstuk 4/5 hoofdstuk 6 hoofdstuk 6

2. WET- EN REGELGEVING 2.1 Inleiding De Interimwet stad-en-milieubenadering gaat er vanuit dat gemeenten in hun planvorming de zogenaamde stad-en-milieubenadering toepassen die bestaat uit drie stappen: vroegtijdig integreren van milieu in het ruimtelijk plan en werken aan brongerichte maatregelen (stap 1); zoeken naar oplossingen binnen de bestaande wet- en regelgeving (stap 2); als milieunormen of wettelijke procedures de gewenste stedelijke leefkwaliteit in de weg staan, kunnen gemeenten via een afzonderlijk besluit van de gemeenteraad afwijken van bestaande regels (stap 3). Dit hoofdstuk geeft inzicht in de wet- en regelgeving en de daarmee samenhangende spelregels die het uitgangspunt vormen voor het zoeken naar oplossingen binnen Stap 2. In dat kader zijn de eisen uit de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid van belang. Vervolgens wordt ingegaan op de inhoudelijke vereisten en spelregels wanneer met toepassing van de Interimwet stad-en-milieubenadering een Stap 3-besluit wordt voorbereid.

2.2 Wet geluidhinder Langs alle wegen −met uitzondering van 30 km/uur‐wegen en woonerven− bevinden zich op grond van de Wgh geluidzones waarbinnen de geluidhinder aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van de geluidzone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de stedelijke‐ of buitenstedelijke ligging. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: • stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom, met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; • buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom, alsmede het gebied binnen de bebouwde kom voor zover gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. De Gooiseweg is een autoweg (buitenstedelijk) en heeft een zonebreedte van 600 meter. Vanwege de buitenstedelijke ligging geldt voor de Gooiseweg een voorkeursgrenswaarde van 48 dB en een maximale ontheffingswaarde van 53 dB. Dat betekent dat bij een geluidbelasting boven de 53 dB (inclusief de wettelijk toegestane aftrek) dient te worden voorzien in dove gevels, vliesgevels of andere bouwkundige voorzieningen die de geluidbelasting reduceren tot de maximale ontheffingswaarde van 53 dB.

Voor de woningen met een geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde kan een hogere waarde worden vastgesteld. In dat kader wordt getoetst aan de voorwaarden uit het gemeentelijke hogere waardenbeleid.

2.3 Gemeentelijk geluidbeleid Diemen Bij het verlenen van de hogere waarde moet de gemeente een afweging maken aangaande de reductie van de geluidbelasting (maatregelen) en de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting. De gemeente Diemen heeft met het ‘Beleid hogere waarde geluid, herontwikkeling en nieuwbouw’ een kader vastgesteld voor het verlenen van ontheffingen. In het hogere waardenbeleid is vastgelegd dat er alleen hogere waarden kunnen worden vastgesteld als: bron- en overdrachtsmaatregelen onvoldoende doeltreffend zijn om de geluidbelasting te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde; maatregelen ernstige bezwaren hebben van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. In het hogere waardenbeleid zijn de volgende eisen voor nieuwe situaties opgenomen:

7/46

1. in ieder geval dient er één geluidluwe gevel en één geluidluwe verblijfsruimte buiten de woning te zijn die voldoet aan de wettelijke voorkeursgrenswaarden; 2. verblijfsruimten en slaapkamers in woningen moeten zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde liggen; 3. in geval van een buitenruimte, dient deze zich niet aan de hoogst belaste zijde te bevinden; in‐ dien dit wel het geval is, dient een serre of afsluitbaar balkon te worden overwogen; 4. in geval van een school dienen de klaslokalen zich zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde te bevinden; 5. in het geval van een ziekenhuis, verpleegtehuis of een ander gebouw voor gezondheidszorg dienen de geluidgevoelige ruimten zich zoveel mogelijk aan de geluidluwe zijde te bevinden; 6. indien akoestische compensatie onvoldoende oplevert (ter beoordeling van burgemeester en wethouders), kan ook niet‐akoestische compensatie worden toegepast, bijvoorbeeld vrij uitzicht bij hoogbouw; 7. van de eisen 1 t/m 6 kan in bijzondere omstandigheden worden afgeweken. De gemeente is van oordeel dat bij het bepalen van de karakteristieke geluidwering van de gevel rekening gehouden moet worden met de samenloop van verschillende geluidbronnen. Dit gaat verder dan de minimale eisen uit het Bouwbesluit 2012. Het hogere waarde beleid van de gemeente Diemen bevat geen criterium voor de aanvaardbaarheid van de cumulatieve geluidbelasting.

Nieuwe spelregels onder de Omgevingswet Omdat de Gooiseweg wordt aangemerkt als autoweg geldt op grond van de Wet geluidhinder een maximale ontheffingswaarde van 53 dB. Dat is inclusief de wettelijk toegestane aftrek in verband met het stiller worden van voertuigen. Voor de andere wegen in de directe omgeving zoals de Bergwijkdreef geldt een maximale ontheffingswaarde van 63 dB (inclusief aftrek). Onder de Wet geluidhinder wordt getoetst per bron (weg). Onder de Omgevingswet die per 1 januari 2024 in werking is getreden worden alle gemeentelijke wegen samen (cumulatief) getoetst en geldt een grenswaarde van 70 dB. Onder de Omgevingswet wordt niet langer een aftrek toegepast vanwege het stiller worden van voertuigen. Omdat de Gooiseweg weliswaar een autoweg is, maar wel in gemeentelijk beheer, leidt het in werking treden van de Omgevingswet voor deze weg tot een verruiming van de normering. Dat betekent voor nieuwe ruimtelijke besluiten binnen het geluidsaandachtsgebied van de Gooiseweg dat in veel gevallen geen dove gevels, vliesgevels of vergelijkbare voorzieningen noodzakelijk zijn. Dat geldt in ieder geval voor situaties waarin de nieuwe woningen zoals binnen fase 3 op ruimte afstand van de Gooiseweg zijn gesitueerd.

Wel blijft het ook onder de Omgevingswet belangrijk om waar mogelijk maatregelen te treffen die de geluidbelasting op de gevels beperken en er voor te worden dat zo veel mogelijk woningen beschikken over minimaal één geluidluwe gevel. Het ontwerp Stap 3-besluit is voor het in werking treden van de Omgevingswet gepubliceerd. Dat betekent dat op het Stap 3-besluit voor de woningen binnen fase 3 het ‘oude’ regime van toepassing is (Wet geluidhinder / Interimwet Stad-en-milieubenadering).

2.4 De Interimwet stad-en-milieubenadering Sinds 1 februari 2006 is de Interimwet stad-en-milieubenadering van kracht. Op basis van deze wet mogen gemeenten, na zorgvuldig onderzoek en onder bepaalde voorwaarden, afwijken van de wettelijke milieunormen voor bodem, geluid en/of luchtkwaliteit. Doel hiervan is een grotere beleidsvrijheid voor gemeenten waardoor lokaal meer maatwerk mogelijk is, uitgaande van een integrale benadering van alle aspecten van leefomgevingskwaliteit. Volgens de Handreiking Stad & Milieubenadering bestaat leefomgevingskwaliteit uit een samenspel van economische, sociale, ruimtelijke en milieuhygiënische aspecten, zoals bereikbaarheid, veiligheid, schoonheid en rust. De samenhang tussen deze aspecten bepaalt uiteindelijk de waardering voor de omgeving. Milieubelaste locaties kunnen bijzondere kwaliteiten herbergen, waarvan met behulp van de stad & milieubenadering meer mensen kunnen genieten. Inhoud Stap 3-besluit en onderliggende motivering In de Interimwet stad-en-milieubenadering zijn de inhoudelijke vereisten voor een Stap 3-besluit en de bijbehorende motivering vastgelegd.

8/46

Inhoudsvereisten stap 3-besluit Volgens de wet bevat een stap 3-besluit inzake geluid ten minste de volgende informatie (artikel 5 Interimwet): een omschrijving van het projectgebied en een of meerdere kadastrale kaarten waarop de begrenzing van dat gebied is aangegeven; de milieukwaliteitsnorm of het andere wettelijke voorschrift ten aanzien waarvan het besluit een afwijking bevat; de norm met betrekking tot de kwaliteit van het milieu of het andere wettelijke voorschrift, welke geldt ter vervanging van de milieukwaliteitsnorm of het andere wettelijke voorschrift waarvan wordt afgeweken; de wijze waarop nadelige gevolgen voor het milieu van een besluit als bedoeld in de artikelen 2 en 3 worden beperkt en voor zover nodig gecompenseerd; en de termijn waarvoor de afwijking geldt. Onder verwijzing naar de bijgevoegde kadastrale kaart bevat het besluit tevens: een beschrijving van de onroerende zaken waarop dat besluit betrekking heeft; de kadastrale aanduiding van die onroerende zaken; de grootte van elk van de desbetreffende percelen volgens de kadastrale registratie; en indien een in de beschrijving opgenomen onroerende zaak een gedeelte van een perceel uitmaakt, de grootte van dat gedeelte. Wettelijk vereiste motivering De voorliggende rapportage stap 3-besluit vormt de motivering van het te nemen Stap 3-besluit.

Volgens de wet moet de motivering ten minste bevatten (artikel 6 van de Interimwet): a. de visie van de gemeenteraad op de gewenste leefomgevingskwaliteit van het projectgebied, mede in relatie tot het ruimtegebruik en de leefomgevingskwaliteit in het gebied waarbinnen het projectgebied is gelegen; b. de wijze waarop getracht of overwogen is, door rekening te houden met milieukwaliteit in de ruimtelijke planvorming, brongerelateerde maatregelen en optimale benutting van wettelijke voorschriften zuinig en doelmatig ruimtegebruik en optimale leefomgevingskwaliteit te bereiken; c. de daarbij ondervonden of te voorziene beperkingen ten aanzien van een milieukwaliteitsnorm of ander wettelijk voorschrift en een uiteenzetting over de meerwaarde die de afwijking daarvan met zich brengt met het oog op het bereiken van zuinig en doelmatig ruimtegebruik en optimale leefomgevingskwaliteit; d. de gevolgen die de uitvoering van het besluit met zich brengt voor de onderscheiden onderdelen van het milieu, de volksgezondheid en de objecten binnen het projectgebied; e. de overwegingen met betrekking tot het beperken en voor zover nodig compenseren van de nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt door de afwijking van een milieukwaliteitsnorm of een ander wettelijk voorschrift; f.

de wijze waarop bij de voorbereiding van het besluit belanghebbenden en bestuursorganen die het aangaat, zijn betrokken; g. de naar voren gebrachte zienswijzen en uitgebrachte adviezen en de overwegingen van de gemeenteraad omtrent de naar voren gebrachte zienswijzen en uitgebrachte adviezen; h. indien het besluit een bepaalde termijn bevat, de overwegingen die hebben geleid tot de in het besluit aangegeven termijn waarvoor de afwijking geldt en de maatregelen die zullen worden getroffen teneinde die termijn niet te overschrijden. In artikel 7 van de Interimwet is verder vastgelegd dat voor zover nadelige gevolgen door het Stap 3-besluit niet kunnen worden voorkomen of beperkt, deze nadelige gevolgen dienen te worden gecompenseerd in of in de directe omgeving van het projectgebied. Deze compenserende maatregelen moeten een positieve bijdrage leveren aan het realiseren van een optimale leefomgevingskwaliteit. In artikel 8 is vervolgens vastgelegd dat indien het Stap 3 besluit leidt tot onvoorziene en ontoelaatbare effecten op het milieu of de volksgezondheid, de gemeenteraad noodzakelijke maatregelen neemt teneinde die effecten tot een toelaatbaar niveau terug te brengen.

9/46

3. VISIE OP GEWENSTE LEEFOMGEVINGSKWALITEIT EN BEOOGD RUIMTEGEBRUIK 3.1

Waar ligt het projectgebied en hoe is dit begrensd?

Holland Park ligt in het zuiden van Diemen, tegen de grens van Amsterdam. Holland Park is de afgelopen jaren getransformeerd van monofunctioneel kantoorgebied naar woongebied. Holland Park bestaat uit diverse deelgebieden. Centraal is een park gerealiseerd. Het projectgebied is onderdeel van Holland Park West waarvoor in 2020 een bestemmingsplan is vastgesteld.

Figuur 3.1 Deelgebieden Holland Park (links) en bestemmingsplangebied Holland Park West (rechts) De ontwikkeling bestaat uit 4 fases (zie figuur 3.2). Het Stap 3-besluit ziet uitsluitend op fase 3 en de daarbinnen gelegen woonblokken (K en M) die aan de zijde van de Gooiseweg worden gerealiseerd. Figuur geeft 3.2 laat de ligging van de betreffende bouwblokken binnen fase 3 zien. Deze bouwblokken zijn gelegen op het kadastraal perceel met nummer 3342 (figuur 3.3).

Figuur 3.2 Ligging fase 3 (links) en de bouwblokken daarbinnen (rechts)

10/46

Figuur 3.3 Kadastrale percelen, met situering fase 3

3.2

Wat zijn het gewenste ruimtegebruik en de beoogde leefomgevingskwaliteit?

Het gebied Holland Park was in het verleden een monofunctioneel kantorengebied, aansluitend op de werkgebieden in Amsterdam-Zuidoost. Tijdens de crisis kreeg het gebied echter te maken met grote leegstand. Omdat duidelijk werd dat de vraag naar kantoren laag zou blijven, maar de behoefte aan woningen in de regio Amsterdam zou gaan toenemen, heeft de gemeente besloten om het gebied te transformeren naar een woongebied. De locatie is daar ook uitstekend geschikt voor, gezien de goede bereikbaarheid met trein en metro en de bereikbaarheid van voorzieningen. Holland Park bestaat uit verschillende deelgebieden. Voor Holland Park West is het uitgangspunt om kwaliteiten toe te voegen die in de andere plandelen onderbelicht zijn gebleven. Daarmee wordt het gehele gebied op een hoger ruimtelijk en sociaal kwaliteitsniveau gebracht. Dat betekent concreet meer ruimte voor gezinnen met kinderen, meer ruimte voor lagere inkomensgroepen, extra aandacht voor groen en extra aandacht voor duurzaamheid. Naast de woonfunctie wordt in het gebied ruimte geboden aan andere functies. Het bestemmingsplan biedt in de plinten mogelijkheden voor kleinschalige commerciële en maatschappelijke functies. Deze zorgen voor levendigheid en werkgelegenheid in het gebied. Verder is binnen fase 1 een brede school gerealiseerd (zie figuur 3.4). Holland Park West wordt ontworpen als parkbuurt.

Het wordt een groene buurt met een autoluw karakter. Het parkeren voor bewoners wordt opgelost in ondergrondse, gebouwde parkeervoorzieningen. De openbare ruimte stimuleert de bewoners om te bewegen.

11/46

Figuur 3.4 Ruimtelijke opzet Holland Park West (bron: Schetsontwerp Holland Park West, Xplore) De woningen waar het Stap 3-besluit op ziet zijn gesitueerd binnen de bouwblokken K en M (zie figuur 3.2). Binnen bouwblok K worden 93 woningen gerealiseerd en binnen bouwblok M 117 woningen. De maximale geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de Gooiseweg bedraagt ter plaatse van deze bouwblokken 58 dB (inclusief aftrek, 60 dB zonder aftrek). Niet voor alle woningen is een Stap 3-besluit op grond van de Interimwet Stad-en-milieubenadering nodig. Voor een deel van de woningen volstaat de reeds vastgestelde hogere waarde op grond van de West geluidhinder (geluidbelasting tussen de 48 en 53 dB, inclusief aftrek) en ter plaatse van een ander deel van de woningen is de geluidbelasting niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde (≤ 48 dB). In paragraaf 4.4.2 en bijlage 1 zijn de optredende geluidbelastingen en woningaantallen nader gespecificeerd. De bouwblokken L en N zijn geen onderdeel van het Stap 3-besluit omdat de geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de Gooiseweg en andere wegen ter plaatse van de woningen binnen deze bouwblokken niet hoger is dan de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder.

Voor de woningen waarvoor een Stap 3-besluit wordt genomen dienen met het oog op de leefomgevingskwaliteit compenserende maatregelen te worden getroffen die verder gaan dan de minimale wettelijke eisen en de voorwaarden uit het gemeentelijke geluidbeleid. Hierop wordt ingegaan in hoofdstuk 4. Bij de afweging van de gevolgen van het afwijken van wettelijke geluidnormen dienen ook de andere relevante omgevingsaspecten en de daarmee samenhangende gezondheidseffecten te worden meegewogen. Er dient sprake te zijn van aanvaardbare concentraties luchtverontreinigende stoffen en een acceptabele risicosituatie. De bodemkwaliteit en waterkwaliteit dienen geschikt te zijn voor de beoogde (woon)functies. Verder dient het openbaar gebied zo te worden ingericht dat de kwaliteit van leven in de wijk wordt bevorderd en dient de leefomgeving uit te nodigen tot gezond gedrag. Deze aspecten komen aan de orde in hoofdstuk 5.

12/46

4. RESULTATEN ONDERZOEK STAD-EN-MILIEU BENADERING 4.1

Inleiding

De stad-en-milieubenadering gaat uit van de volgende drie stappen: 1. vroegtijdig integreren van milieu in het ruimtelijk plan en werken aan brongerichte maatregelen (stap 1); 2. zoeken naar oplossingen binnen de bestaande wet- en regelgeving (stap 2); 3. als milieunormen of wettelijke procedures de gewenste stedelijke leefkwaliteit in de weg staan, kunnen gemeenten via een afzonderlijk besluit van de gemeenteraad afwijken van bestaande regels (stap 3). De bedoeling is om optredende knelpunten zoveel mogelijk binnen de algemeen geldende regelgeving (stappen 1 en 2) op te lossen. In de navolgende paragrafen worden eerst de binnen deze stappen getroffen maatregelen en bereikte resultaten per stap beschreven (paragrafen 4.2 en 4.3). Daarbij wordt ingegaan op de overwegingen die aanleiding geven voor het toepassen van Stap 3. In paragraaf 4.4 wordt vervolgens beschreven welk bouwplan mogelijk is door gebruik te maken van de mogelijkheden die de Interimwet Stad-en-milieubenadering biedt en de daarmee samenhangende gevolgen voor de leefomgevingskwaliteit Ook is in paragraaf 4.4 een overzicht opgenomen van de woningen waarvoor een stap 3-besluit wordt vastgesteld en van de (aanvullende) compenserende maatregelen die in dat kader worden getroffen.

4.2

Stap 1: integratie milieu in het ruimtelijke plan

4.2.1 Vroegtijdig integreren van milieu in het ruimtelijk plan De akoestische situatie binnen het gebied is vanaf de start van de planvorming meegewogen bij het bepalen van de uitgangspunten voor de inrichting van Holland Park West. Het stedenbouwkundig plan is akoestisch gezien gunstig vormgegeven, waarbij wordt uitgegaan van een afschermende bebouwing langs de randen van het gebied. Hierdoor ontstaat een akoestisch afgeschermd middengebied. Daarnaast is geen sprake van geïsoleerde hoogte accenten. Hierdoor beschikt een groot deel van de woningen over een geluidluwe zijde. Er is sprake van een groene buffer tussen de beoogde woningen en de Gooiseweg, waardoor de minimale afstand tussen de bouwblokken binnen fase 3 en de weg ruim 80 meter bedraagt. Het aanpassen van de stedenbouwkundige opzet door het aanhouden van een grotere afstand tot de Gooiseweg (zodanig dat wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder) is geen reële optie. Zoals toegelicht in de inleiding dient voor de Gooiseweg te worden uitgegaan van een buitenstedelijke ligging waardoor sprake is van een maximale ontheffingswaarde van 53 dB. De 53 dB-contour van de Gooiseweg ligt over een groot deel van het projectgebied.

Met een andere indeling van de bouwblokken zouden woningen kunnen worden gerealiseerd met een tweezijdige oriëntatie (geen op minder woningen die eenzijdig zijn georiënteerd op de geluidbelaste zijde). Daarmee kan echter geen invulling worden gegeven aan de gewenste woningdifferentiatie en beoogde woningaantallen. Daarnaast leidt de keuze voor tweezijdig georiënteerde woningen tot bouwkundige en ontwerptechnische uitdagingen (mede in relatie tot de beoogde ruimtelijke kwaliteit en beeldkwaliteit).

13/46

Figuur 4.1 Schetsontwerp Holland Park West (Xplore) 4.2.2 Optredende geluidbelastingen In het kader van het bestemmingsplan Holland Park West en de in dat kader vastgestelde hogere waarden is akoestisch onderzoek uitgevoerd 1. In deze paragraaf wordt ingegaan op de optredende geluidbelastingen binnen fase 3 in algemene zin en in het bijzonder ter plaatse van de woningen binnen de bouwblokken K en M waarvoor een Stap 3-besluit wordt vastgesteld. Wegverkeer Gooiseweg In bijlage 1 bij dit rapport is op basis van het ontwerp voor de bouwblokken K en M een overzicht opgenomen van de geluidbelasting ter plaatse van de beoogde woningen. De maximale ontheffingswaarde van 53 dB wordt bij alle woningen met een gevel parallel aan de Gooise‐ weg overschreden, met uitzondering van de woningen op de begane grond. Ook bij de zuidgevel van blok M wordt de maximale ontheffingswaarde overschreden (vanaf de derde verdieping). De maximaal berekende geluidbelasting ten gevolge van het verkeer op de Gooiseweg bedraagt op de meest belaste gevels 58 dB (inclusief 2 dB aftrek). Voor de woningen op de begane grond aan de zijde van de Gooiseweg ligt de geluidbelasting tussen de 48 en 53 dB, wat betekent dat kan worden volstaan met de reeds vastgestelde hogere waarde op grond van de Wet geluidhinder. Dat geldt ook voor de overige woningen aan de noordzijde van blok K en de zuidzijde van blok M.

Ter plaatse van de woningen aan de ‘binnenzijde’ van de bouwblokken, ter hoogte van groene binnentuin, is geluidbelasting door afscherming lager dan de voorkeursgrenswaarde en is geen hogere waarde nodig. Voor een overzicht van de situatie per woning wordt verwezen naar het overzicht in bijlage 1. Wegverkeer overige wegen Het verkeer op de Bergwijkdreef en de Dalsteindreef leidt op de gevels van de woningen binnen fase 3 niet tot een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder.

1 Rho adviseurs, Akoestisch onderzoek Holland Park West, projectnummer: 20180968.001, 18 mei 2020.

14/46

Ten zuiden van fase 3 is het Zilvermeeuwpad gelegen. Op deze weg geldt een maximumsnelheid van 30 km/h. Omdat geen sprake is van een wettelijk gezoneerde weg, wordt niet getoetst aan de normen uit de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijk ordening is in het akoestisch onderzoek toch inzicht gegeven in de optredende geluidbelastingen. De maximale geluidbelasting ter plaatse van de zuidelijke woningen binnen bouwblok K bedraagt 51 dB (inclusief aftrek). Luchtvaart Het projectgebied is binnen het beperkingengebied voor bebouwing gelegen zoals dat is vastgelegd in het Luchthavenindeling‐ besluit Schiphol. Uit figuur 4.2 blijkt dat fase 3 tussen de 53 dB contour en de 54 dB contour is gelegen.

Figuur 4.2 LIB contouren Schiphol Brede school Ten oosten van fase 3 is (binnen fase 1) een brede school gerealiseerd. Het stemgeluid dat samenhangt met het gebruik van het schoolplein is maatgevend voor de optredende geluidbelastingen. Het stemgeluid wordt bij de toetsing aan de regels uit het Activiteitenbesluit buiten beschouwing gelaten, maar in het kader van een goede ruimtelijke ordening dient het stemgeluid wel bij de afweging van de akoestische situatie en eventueel benodigde maatregelen ter worden betrokken.

15/46

Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat op de meest oostelijk gevels van de bouwblokken K en L de geluidbelasting (langtijdgemiddelde) hoger is dan de richtwaarde van 50 dB(A). De woningen ter plaatse van deze gevels zijn geen onderdeel van het Stap 3-besluit omdat de geluidbelasting door het verkeer op de Gooiseweg de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder niet overschrijdt. In het akoestisch onderzoek zijn ook de maximale geluidniveaus (geluidpieken) door de brede school in beeld gebracht. Op de gevels binnen fase 3 is de berekende geluidbelasting in alle gevallen lager dan de in het kader van een goede ruimtelijke ordening geformuleerde richtwaarde.

Figuur 4.3 Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau brede school Lar,LT (> 50 dB(A)) ter hoogte van fase 3 Railverkeer De geluidbelasting ten gevolge van het railverkeer is lager dan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder (55 dB). Cumulatie Binnen fase 3 is name ter plaatse van de gevels aan de zijde van de Gooiseweg sprake van cumulatie van wegverkeerslawaai en luchtvaartlawaai. De maximale cumulatieve geluidbelasting door alle bronnen samen bedraagt ter plaatse van de gevels aan deze zijde van het bouwplan circa 62, dB. Om een beeld te geven van de variatie in de optredende cumulatieve geluidbelastingen zijn in tabel 4.1 de geluidbelastingen gepresenteerd op een tweetal punten (en toetshoogtes) aan de zijde van de Gooiseweg en aan de akoestisch afgeschermde zijde. Figuur 4.4 laat de situering van de toetspunten zien. In paragraaf 4.3 wordt gemotiveerd op welke wijze bij het bepalen van de geluidwering van de gevels wordt omgegaan met de optredende cumulatieve geluidbelasting.

16/46

Tabel 4.1 Cumulatieve geluidbelasting op representatieve toetspunten Toetspunt Hoogte (m) Zuid 5 (1/5) 26,5 Zuid 5 (1/3) 1,5 Zuid 5 (3/5) 26,5 Zuid 5 (2/3) 1,5

Lcum (dB) 62,0 60,3 55,6 54,1

Figuur 4.4 Toetspunten akoestisch onderzoek bestemmingsplan 4.2.3 Bron- en overdrachtsmaatregelen In het kader van het in 2020 vastgestelde hogere waarden-besluit heeft een afweging van de mogelijke bronmaatregelen en overdrachtsmaatregelen plaatsgevonden (zoals het verlagen van de maximum snelheid, het terugdringen van het verkeersaanbod, het toepassen van geluidreducerend asfalt of het plaatsen van schermen). Deze bron- en overdrachtsmaatregelen zijn als niet doelmatig beoordeeld of stuiten op andere bezwaren (bijvoorbeeld verkeerskundig of stedenbouwkundig). Voor de Gooiseweg kan met het toepassen van stil asfalt in de vorm van een dunne deklaag of 2‐ laags ZOAB in theorie een geluidreductie worden bereikt van 3 tot 5 dB ten opzichte van referentieweg‐ dek. Echter, op de Gooiseweg ligt in de huidige situatie SMA 0/5, waardoor met een stiller wegdek slechts een geluidreductie van maximaal 3 dB kan worden behaald. In de praktijk is deze reductie veelal nog lager. Bij op‐ en afritten en bochten wordt de slijtage van de wegdekverharding vanwege optrekkend en afremmend verkeer dermate versneld, dat de onderhoudskosten aan de weg te hoog worden. Op de door‐ gaande rijstroken is deze maatregel mogelijk wel toepasbaar. Dit is ter beoordeling van de wegbeheerder.

Er is voor de Gooiseweg een berekening gemaakt, waarbij voor de hoofdrijbanen (dus exclusief op‐ en afritten) het wegdektype dunne deklagen B is toegepast. Uit deze berekening blijkt dat de geluidreductie maximaal 2,5 dB bedraagt ten opzichte van

17/46

het huidige wegdek. Het gevolg is dat voor de woningen parallel aan de Gooiseweg, nu niet alleen op de begane grond wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB, maar ook op de woningen op de eerste verdieping. Er blijven na deze maat‐ regel echter nog steeds veel woningen over waarbij niet wordt voldaan aan de maximale ontheffingswaarde. Het toepassen van dunne deklagen B op de Gooiseweg wordt daarom niet gezien als een doelmatige maatregel. Maatregelen in het overdrachtsgebied in de vorm van geluidafschermende voorzieningen kunnen bestaan uit een scherm of wal. Een geluidscherm of wal langs de Gooiseweg zal onvoldoende effect hebben op de hoger gelegen woningen en is daarom in het akoestisch onderzoek als niet doelmatig beoordeeld. Om deze conclusie nader te onderbouwen is een tweetal schermvarianten doorgerekend (een scherm van 2,5 meter hoog en een scherm van 5 meter hoog). Figuur 4.5 laat de berekeningsresultaten zien ter plaatse van de woningen aan de zijde van de Gooiseweg. In de eerste variant wordt ter plaatse van de gevels van de woningen op de begane grond en de eerste verdieping de maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder (53 dB, inclusief de wettelijk toegestane aftrek) niet overschreden. Een scherm met een hoogte van 2,5 meter leidt daarmee tot slechts een kleine beperking van het aantal woningen waarvoor een Stap 3-besluit nodig is.

In de tweede variant wordt (op één toetspunt na) op de eerste vijf bouwlagen voldaan aan de maximale ontheffingswaarde. Met een scherm van 5 meter hoog zou het aantal woningen waarvoor een Stap 3-besluit nodig is fors worden gereduceerd. Wanneer een dergelijk scherm wordt gecombineerd met geluidreducerend asfalt (dunnen deklagen B) is afhankelijk van de exacte uitwerking van de maatregelen hooguit een Stap 3-besluit nodig voor de woningen op de 8ste en 9e bouwlaag van bouwblok M. Een scherm van 5 meter hoog langs de Gooiseweg wordt om ruimtelijke redenen echter als ongewenst beschouwd.

Figuur 4.5 Geluidbelasting Gooiseweg in dB (inclusief aftrek) met geluidscherm 2,5 m hoog (links) en 5 m hoog (rechts) 4.2.4 Vastgestelde hogere waarden (2020) In het kader van het bestemmingsplan Holland Park West zijn in 2020 hogere waarden vastgesteld. Tabel 4.2 en figuur 4.6 geven inzicht in de vastgestelde hogere waarden voor de bouwblokken binnen fase 3.

18/46

Tabel 4.2 Vastgestelde hogere waarden bouwblokken fase 3 Locatie Aantal woningen Ontheffingswaarde Bouwblok K 87 53 dB Bouwblok M 98 53 dB Bouwblok N 23 53 dB

Bron Gooiseweg Gooiseweg Gooiseweg

Figuur 4.6 Vastgestelde hogere waarden (2020)

4.3

Stap 2: uitwerking binnen de wettelijke kaders

Zoals blijkt uit de voorgaande paragraaf is voor alle bouwblokken binnen het westelijk deel van het plangebied een hogere waarde van 53 dB ten gevolge van het verkeer op de Gooiseweg vastgesteld. De daadwerkelijk optredende geluidbelasting is zonder maatregelen aanzienlijk hoger. Ter plaatse van de bouwblokken K en M gaat op de meest belaste gevels om een geluidbelasting van 58 dB (inclusief aftrek). In het kader van het hogere waardenbesluit heeft een globale toetsing aan het hogere waardenbeleid plaatsgevonden omdat de exacte uitwerking van de gebouwgebonden maatregelen op dat moment nog niet bekend was. In de regels van het bestemmingsplan is vastgelegd dat de gedetailleerde toetsing plaatsvindt in het kader van de omgevingsvergunningaanvraag. Om de beoogde woningen binnen fase 3 te realiseren binnen de geldende wettelijke kaders en de eerder vastgestelde hogere waarden dienen op grote schaal maatregelen te getroffen, in de vorm van dove gevels, geluidloggia’s, coulissenschermen of vliesgevels. Dat geldt voor alle woningen aan de zijde van de Gooiseweg, met uitzondering van de woningen op de begane grond (waar de maximale ontheffingswaarde niet wordt overschreden). Figuur 4.7 geeft een indicatie van het gevelbeeld met toepassing van dergelijke maatregelen en voorzieningen.

19/46

Figuur 4.7 Indicatie ontwerp binnen kaders Wet geluidhinder (stap 1 en 2), bron: Buro Bouwfysica Concrete voorbeelden van gebouwen met dergelijke voorzieningen zijn op verschillende locaties in de directe omgeving van Holland Park West terug te vinden. Figuur 4.8 laat een voorbeeld zien met volledig verglaasde buitenruimtes (aan het Kees van Dongenpad) en een gebouw met inpandige geluidsboxen (Bergwijkdreef).

Figuur 4.8 Bestaande situatie met glasschermen (links) en met inpandige ‘comfortbox’ (rechts), bron: Google Streetview Optredende geluidsniveaus In het eerste voorbeeld wordt door de volledig afgeschermde buitenruimtes de geluidbelasting op de achterliggende gevel gereduceerd tot onder voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder (voor de Gooiseweg ten hoogste 48 dB, inclusief aftrek). Achter de schermen is ter plaatse van de buitenruimte is sprake van buitenluchtcondities. Door de te openen ramen van de aangrenzende kamers te situeren in de gevels ter hoogte van de buitenruimte is het mogelijk om geluidluw te spuien en te ventileren. Door slaapkamers zo veel mogelijk te situeren aan de afgeschermde buitenruimte wordt de kans op slaapverstoring beperkt wanneer met geopend raam wordt geslapen. Consequentie van deze uitwerking is wel, dat alle delen van de gevel die niet worden afgeschermd door de buitenruimte geen te openen delen mogen bevatten. Een alternatieve is om de volledige gevel af te schermen door een vliesgevel zodat de geluidbelasting voldoet aan de voorkeursgrenswaarde.

20/46

In het tweede voorbeeld is een zogenaamde ‘comfortbox’ toegepast. Dit is een voorziening die bestaat uit een geluidwerend lamellenrooster (louvre) met aan de binnenzijde een afsluitbaar ventilatieluik. Met deze afscherming wordt het invallend geluidniveau op de achtergelegen feitelijke gevel van de verblijfsruimte gereduceerd tot de voorkeursgrenswaarde. Wanneer voor de woningen binnen fase 3 aan de zijde van de Gooiseweg wordt gekozen voor deze variant, dan betekent dit dat buiten de geluidbox, de gevels van de woningen in principe geen te openen delen mogen bevatten. Te openen delen zijn alleen mogelijk als deze worden gecombineerd met afschermende voorzieningen, bijvoorbeeld in de vorm van harbour fensters of gevelschermen). Met dergelijke voorzieningen kunnen afhankelijk van de exacte uitwerking forse geluidreducties worden bereikt (> 10 dB), zodat de geluidbelasting kan worden teruggebracht tot onder de maximale ontheffingswaarde (of zelfs tot onder de voorkeursgrenswaarde).

Figuur 4.9 Principe comfortbox, bron: Buro Bouwfysica Onafhankelijk van de gekozen uitwerking en de daarmee samenhangende voorzieningen mag het binnenniveau ten hoogste 33 dB bedragen en dient op grond van het gemeentelijk beleid bij het bepalen van de karakteristieke geluidwering van de gevels altijd rekening te worden gehouden met de samenloop van verschillende geluidbronnen. Die eis gaat verder dan de minimale eisen op grond van het Bouwbesluit waarbij toetsing per bronsoort plaatsvindt. Voor de woningen binnen fase 3 betekent dat, dat naast de geluidbelasting door het verkeer op de Gooiseweg, met name het luchtvaartlawaai bepalend is voor de vereiste geluidwering van de gevels. Concreet betekent dit dat ter plaatse van de hoogst belaste gevels zwaardere beglazing en dubbele kierdichting noodzakelijk zijn om te voldoen aan een binnenniveau van ten hoogste 33 dB. Woonkwaliteit, gebruikskwaliteit en kwaliteit buitenruime Het op natuurlijke wijze kunnen ventileren van een woning door indien gewenst een raam of deur open te zetten wordt gezien als comfortabel en gezond. Bij toepassing van dove gevels, vliesgevels of anderszins afgeschermde geveldelen/vensters hebben de bewoners aan de zijde van de Gooiseweg die keuzevrijheid niet of in beperkte mate.

Afhankelijk van de voorzieningen kan ook sprake zijn van verminderde daglichttoetreding en ongewenste opwarming van de woningen op warme dagen. Daarnaast is met de toepassing van volledig of vrijwel volledig verglaasde balkons geen sprake van een opti-

21/46

male buitenruimte. Het contact met de omgeving is beperkt en het weer (zon en wind) hebben geen vrij spel. Tot slot leiden de verschillende uitwerkingen binnen de kaders van de Wet geluidhinder vanwege de afgeschermde geveldelen en niet of beperkt te openen delen ook tot beperkingen waar het gaat om bewassing en onderhoud. De hiervoor beschreven consequenties die samenhangen met realiseren van geluidbeperkende maatregelen passend binnen de wettelijke kaders worden als onwenselijk beschouwd. Compensatie in het kader van het hogere waardenbesluit / toets aan gemeentelijk geluidbeleid Bij de vaststelling van het bestemmingsplan en hogere waardenbesluit in 2020 was (ondanks het ontbreken van een concreet uitgewerkt ontwerp/bouwplan) reeds duidelijk dat niet alle woningen kunnen voldoen aan de standaardvoorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid (minimaal één geluidluwe gevel en één geluidluwe verblijfsruimte). Het gemeentelijke geluidbeleid geeft ruimte om gemotiveerd af te wijken van deze standaardvoorwaarden. De onderbouwing van het bestemmingsplan en hogere waardenbesluit bevat om die reden verschillende compenserende maatregelen in de vorm van gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimtes en een kwalitatief hoogwaardig (geluidluw) en groen openbaar gebied. Binnen fase 3 is een drietal daktuinen / collectieve buitenruimtes voorzien.

De daktuin ter plaatsevan bouwblok K (op de 4e verdieping, oppervlakte circa 340 m2) is semi-publiek toegankelijk. Dat geldt ook voor de daktuin ter plaatse van bouwblok N (maar voor de woningen binnen dit bouwblok wordt geen Stap 3-besluit vastgesteld). Op de 8ste verdieping van blok M wordt een gezamenlijk dak gerealiseerd (met een oppervlakte van circa 63 m2). De duiktuinen krijgen een groene uitstraling. De kwaliteit van de gemeenschappelijke buitenruimtes en het openbaar gebied is hoog met veel mogelijkheden om daar op een aangename manier te verblijven en andere mensen te ontmoeten en te bewegen. De navolgende beelden geven een beeld van de beoogde inrichting (bron: De Dakdokters, Bovendaken fase 3, d.d. 18-07-23). Bijlage 2 geeft inzicht in de geluidbelasting ter plaatse van de daktuin op bouwblok K en het gezamenlijke dak van bouwblok M. Hieruit blijkt dat de gemeenschappelijke buitenruimtes grotendeels geluidluw zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=0f87d50e-fa2c-463e-8c57-532ea47f4ec5