CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-6-13 beantw aanv technische vragen OPD inzake krediet geluidswering VSDZ.docx

Informatieve raadsvergadering 2 juni 2022, gemeente DiemenBij agendapunt: Aanvraag krediet gevelisolatie vanwege aanpassing verkeersstructuur Diemen-Zuid1.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderwerp:

Beantwoording aanvullende technische vragen Ouderenpartij Diemen inzake Aanvraag krediet gevelisolatie vanwege aanpassing verkeersstructuur Diemen Zuid.

Datum:

10 juni 2022

Naar aanleiding van uw beantwoording van onze technische vragen van 24 mei, waarvoor dank, en de nazending van enkele bijlagen, willen we u de volgende aanvullende technische vragen stellen. In de bijlage Deskundigenverslag zijn een aantal opmerkingen gemaakt: 4.3.3. Afweging maatregelen pag. 25-26: ‘In de notitie (van 6 februari 2020) staat dat bij de afweging van de maatregelen niet alleen van belang is of het technisch mogelijk is om dergelijke maatregelen te treffen, maar ook dat het kostenaspect van belang is. Hierover staat in de notitie dat het verstandig is een zorgvuldige afweging te maken tussen de te verwachten akoestische opbrengst en de feitelijke kosten die ook periodiek kunnen terugkomen op de gemeentelijke begroting.’ Vraag1: Op welke periodiek terugkerende kosten op de begroting wordt hier gedoeld? Antwoord: Er zijn in de basis 3 soorten mogelijke maatregelen die genomen kunnen worden om geluidseffecten te beperken: 1. Bronmaatregelen (toegestane snelheid op de weg, keuze voor soort wegdek). 2. Overdrachtsmaatregelen (geluidsschermen- of wallen). 3. Maatregelen aan de gevel. Vooral de keuze voor het soort wegdek heeft potentiële gevolgen voor gemeentelijke begroting. Uit onderzoek blijkt dat een keuze voor een stiller wegdek bij een 30 km/h zone slechts zeer beperkt effectief is terwijl de onderhoudskosten significant hoger zullen uitvallen.

Uit uw antwoord op onze vraag waaruit de gevelisolatiemaatregelen bestaan, noemt u als eerste het aanbrengen van dakisolatie. Het aanbrengen van dakisolatie gebeurt destructief, óf van buitenaf, waarbij het dak er grotendeels af moet, of van binnenuit, waarbij de bestaande isolatie wordt vervangen door een dikkere. Dit is technisch wel mogelijk, maar zeer arbeidsintensief, en daardoor duur, en ook voor de bewoners bezwaarlijk door de overlast. Vraag 2: Waarom kiest u voor deze destructieve, arbeidsintensieve en daardoor dure maatregel? Antwoord: Isolatie van het dak is een van de mogelijke maatregelen die wij kunnen treffen om geluid te verminderen. De keuze van maatregelen is afhankelijk van de resultaten van het onderzoek en is dus ook nog niet gemaakt. Hetzelfde geldt voor de wijze van uitvoering. Dit komt op een later tijdstip aan de orde in overleg met de bewoner/eigenaar. 1

4.3.3. Bronmaatregelen pag. 26-27: Hier wordt ingegaan op drie verschillende wegdekverharding die geluidsreductie kunnen opleveren. SMA-nl8G+ zou de meeste reductie (2 dB) opleveren voor álle woningen, maar is wel het duurst (kortere levensduur). ‘Verweerder heeft verder niet onderbouwd wat deze extra kosten dan zijn en deze niet afgewogen tegenover de te behalen winst.’ Hieruit concluderen wij dat een keuze voor een bepaald soort stiller wegdek de door het college voorgestelde maatregelen geheel of gedeeltelijk, of voor een aantal woningen, overbodig kan maken. Vraag 3: Waarom heeft u deze afweging niet gemaakt en niet voorgelegd aan de raad als alternatief voor uw huidige voorstel? Kunt u die kostenafweging alsnog aan de raad aanbieden, zodat die een meer weloverwogen keuze kan maken? Antwoord: De keuze voor een bepaalde asfalt is weloverwogen gemaakt. De alternatieven leveren zeer weinig tot geen geluidreductie op en hebben aanzienlijke nadelen (waaronder fors hogere onderhoudskosten).

4.3.4 Binnenwaarde pag. 28-29: ‘Ik merk op dat de binnenwaarde van 33 dB niet is geborgd in de planregels. Uit het vaststellingsbesluit, de notitie van februari 2020 en de mondelinge toelichting van verweerder had ik begrepen dat verweerder een binnenniveau van 33 dB nodig acht voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat met het vaststellingsbesluit dit niveau ook bedoeld was vast te leggen. Uit de reactie van verweerder op het conceptverslag maak ik op dat het niet de bedoeling is om deze waarde van 33 dB vast te leggen. Verweerder geeft namelijk aan dat onder omstandigheden ook sprake kan zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat met een hoger binnenniveau. Deze omstandigheden zijn niet gespecificeerd en verweerder heeft niet gemotiveerd hoe hoog deze binnenwaarde dan zou mogen zijn. Mijns inziens is het garanderen van een concreet binnenniveau wel nodig voor een aanvaardbaar leef- en woonklimaat.’ Vraag 4: Kunt u alsnog nader specificeren wat deze omstandigheden zijn en kunt u nader motiveren hoe hoog die binnenwaarde dan zou mogen zijn? Antwoord: Binnen het stelsel van de Wet geluidhinder zijn er in ieder geval twee omstandigheden die maken dat het terugbrengen naar een binnenwaarde naar max 33 dB geen taak is die bij de gemeente komt te liggen: 1.

In het geval een gebouweigenaar ervoor kiest om geen gebruik te maken van de mogelijkheid om geluidreducerende maatregelen te laten treffen in en aan de woning. 2. Indien de huidige geluidswering lager uitvalt dan op basis van bureauonderzoek (bouwtekeningen) verwacht kon worden en dit de oorzaak is dat extra voorzieningen moeten worden getroffen. De kosten voor deze maatregelen liggen in het stelsel van de Wet geluidhinder in beginsel bij de eigenaren.

Naar aanleiding van uw antwoord op onze vraag 4 hebben wij ook de bijgevoegde lijst met Gevelisolatiewoningen bekeken en in kaart gebracht. Wij hebben daarbij de volgende vragen: 2

Speenkruid: Waarom wel maatregelen bij de woningen nr. 38 en 40, en niet bij 42 tot en met 56 (in dezelfde rij)? Waarom wel maatregelen bij de woningen nr. 58 tot en met 66, en niet bij 68 (in dezelfde rij)? Waarom wel maatregelen bij de woning nr. 36, en niet bij 34 en verder (in dezelfde rij)? Waarom geen maatregelen bij nr. 2 en verder (in dezelfde rij)? Vingerhoedskruid: Waarom wel maatregelen bij de woningen nr. 26, 30, 34, 36, 38, 40, 42, 44 en 46, en niet bij 28 en 32 (in hetzelfde trappenhuis)? Havikskruid: Waarom wel maatregelen bij de woning nr. 53, en niet bij 41 tot en met 51 en 55 tot en met 57 (in hetzelfde trappenhuis)? Waarom wel maatregelen bij de woningen nr. 61 tot en met 79, m.u.v. 59 en 73 (in hetzelfde trappenhuis)? Waarom wel maatregelen bij de woningen nr. 81, 85, 91 en 97, en niet bij 83, 87, 89, 93, 95, 99 en 101 (in hetzelfde trappenhuis)? Waarom wel maatregelen bij de woningen nr. 183 en 189, en niet bij 169 tot en met 181 en 185 tot en met 187 (in hetzelfde trappenhuis)? Waarom geen maatregelen bij de woningen nr. 103-125 (trappenhuis) en 145-167 (trappenhuis)? Polderland: Waarom wel maatregelen bij woning nr. 2, en niet bij nummer 4 en verder (in dezelfde rij)? Binnenpolder: Waarom wel maatregelen bij woning nr.

50, en niet bij nummer 48 en verder (in dezelfde rij)? Antwoord: De keuze voor de betreffende woningen heeft te maken met de woningen waarop in de geest van de Wet geluidhinder sprake is van een reconstructie effect (tussen afgerond 2 en 5 dB).

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=7f3a7c7c-e720-42f9-ad9c-a60b60377eab