CConstaterende datDiemen
Koppel je AI →
Document · PDF

1D.19 Internetconsultatie Reikwijdte Jeugdwet lokale kinderombudsmannen

Gemeenteraadsvergadering 23 april 2026, gemeente DiemenBij agendapunt: Ingekomen stukken2.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport T.a.v. de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport

Betreft: Reactie internetconsultatie wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet

12 april 2026 Geachte mevrouw Sterk, Wij, de lokale kinderombudsmannen van zes grote steden, hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet. Wij begrijpen dat maatregelen nodig zijn om het stelsel van jeugdhulp uitvoerbaar en betaalbaar te houden, gezien de groei in het gebruik van jeugdhulp die de afgelopen decennia heeft plaatsgevonden. De ambitie om jeugdhulp toegankelijker, minder versnipperd en dichter bij kinderen en gezinnen te organiseren, onderschrijven wij. Tegelijkertijd roept het wetsvoorstel fundamentele vragen op vanuit burger- en kinderrechtenperspectief. Daarover gaat onze brief. Meer drempels en vergroten kansenongelijkheid van kinderen en jongeren Onze reactie is ter aanvulling op de reactie op de internetconsultatie van de nationale Kinderombudsman. Wij richten ons in onze reactie in het bijzonder op de (rechts)positie van kinderen en jongeren om wie het gaat, en hun ouders. De (soms zeer schrijnende) situaties die wij als lokale kinderombudsmannen in de dagelijkse uitvoeringspraktijk ervaren, nemen wij daarbij als uitgangspunt. Gezinnen die wij regelmatig zien en spreken en (nu al) vastlopen als zij voorzieningen willen aanvragen. Wij vrezen dat dit wetsvoorstel hier geen positieve verandering in tot stand zal brengen, integendeel.

Voorts verwachten wij dat het wetsvoorstel de reeds bestaande kansenongelijkheid onder kinderen en jongeren zal vergroten. In plaats van daadwerkelijk te investeren in wat kinderen nodig hebben om gezond en veilig op te groeien – en belemmeringen daarin weg te nemen – worden juist extra drempels opgeworpen. Het bemoeilijken van de toegang tot jeugdhulp doet achterliggende problemen immers niet verdwijnen. Ouders met voldoende financiële middelen zullen zelf hulp blijven organiseren, maar voor kinderen en jongeren van wie de ouders nauwelijks kunnen rondkomen, heeft dit ingrijpende gevolgen. Naar onze verwachting zal het wetsvoorstel er in toenemende mate toe leiden dat de kansen van kinderen en jongeren afhangen van waar hun wiegje staat.

1

Gelet op onze praktijkervaringen vrezen wij dat het wetsvoorstel in zijn huidige vorm zal leiden tot een verdere structurele verzwakking van zowel de positie van ouders en kinderen en hun kinderrechten, als van de rechtsbescherming. Aan de hand van onderstaande drie kernpunten lichten wij ons standpunt toe. 1. Wetsvoorstel is gebaseerd op onrealistische aannames Gezinnen die Wmo- en/of jeugdhulp ontvangen verkeren regelmatig in kwetsbare omstandigheden. Naast kwetsbaarheid door de persoonlijke situatie van een gezin kan kwetsbaarheid tegenover de gemeente ook ontstaan door aspecten van een bestuursrechtelijke procedure en de uitvoeringspraktijk. Het wetsvoorstel gaat uit van een burger ‘die zijn weg weet in het systeem’, actief om informatie en formele besluitvorming vraagt én in staat is om rechtsmiddelen in te zetten. Wij achten deze aanname onrealistisch. Wij verwijzen hierbij naar o.a. een recent artikel van Bas Kerssies en Annica Brummel in Ars Aequi van april 20261. Daarin wordt bevestigd dat aannames van met name overheidsinstanties over zelfredzaamheid en het juridisch doenvermogen van burgers vaak niet kloppen. Daarnaast blijkt dat overheidsinstanties hun invloed op het vermogen van de burger om (soms complexe) juridische procedures te doorlopen, beperkt onderkennen of in ieder geval onderschatten.

Burgers en zeker kinderen en jongeren beschikken niet (vanzelf) over de vaardigheden en mogelijkheden om hun rechten effectief te benutten. Zij zijn (mede) afhankelijk van hoe de gemeente haar processen inricht. Dat betekent dat de gemeente begrijpelijke en toegankelijke procedures moet bieden, actief moet informeren over rechten, onafhankelijke cliëntondersteuning /vertrouwenspersoon en rechtsbescherming proactief moet organiseren. Indien taken zijn uitbesteed aan wijkteams, zal de gemeente ook actief toezicht moeten houden op de wijze waarop taken worden uitgevoerd en hoe informatie wordt verstrekt over rechtsbescherming en (onafhankelijke) clientondersteuning. Hier voorziet het wetsvoorstel niet terwijl wij in de praktijk zien dat het hier nog (te) vaak aan ontbreekt. Deze vereisten vloeien wel voort uit o.a. de Jeugdwet, het Kinderrechtenverdrag en de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Rechtsbescherming is (ook in dit wetsvoorstel) afhankelijk (gemaakt) van onrealistische aannames waardoor hulp juist voor gezinnen in kwetsbare omstandigheden feitelijk buiten bereik blijft. Een concreet voorbeeld uit de dagelijkse kinderombudsman-praktijk illustreert bovenstaande: Anna, een alleenstaande moeder van vier kinderen, zoekt al jaren wanhopig naar passende hulp voor haar suïcidale oudste zoon van 17 jaar. Ze klopt overal aan.

Bij instanties, hulpverleners, loketten, maar telkens blijkt de zorg die ze nodig heeft niet beschikbaar of onbereikbaar. Ondertussen gaat het steeds slechter met haar zoon. Uiteindelijk komen ze terecht bij het wijkteam, maar die vindt de situatie te complex en verwijst hen door naar Veilig Thuis. Veilig Thuis verwijst vervolgens weer terug naar het wijkteam. 1

“Grip op juridisch doenvermogen vanuit een capability-benadering”, Ars Aequi april 2026, Bas Kerssies & Annica Brummel.

2

En dan escaleert het. Een vechtpartij op school waarbij ook de politie er aan te pas komt. Ondertussen wordt naarstig gezocht naar passende zorg, maar het lukt niet om iets structureels te organiseren. Ten einde raad besluit Anna dan maar om zelf hulp in te kopen, hoewel zij hier eigenlijk geen geld voor heeft. Haar is toegezegd dat de kosten gedeclareerd kunnen worden bij de gemeente. Maar als zij een declaratie bij de gemeente indient, weigert die alsnog de (hoge) kosten te betalen. Vanwege de eerdere scheiding van de vader van haar jongste kinderen, is zij ook nog eens dakloos geraakt en verblijft ze bij familie. Intussen raakt Anna door alles wat speelt in haar gezin overspannen. De situatie wordt almaar nijpender: de druk op de familie wordt te groot, de spanningen met haar ex-partners lopen op, en door de focus op haar oudste zoon dreigen de andere kinderen uit balans te raken. Daarboven stapelen de schulden zich op, terwijl passende hulp en een integrale aanpak van haar problemen uitblijft. 2

Rechtsbescherming en klachtmogelijkheden schieten tekort in de praktijk

De problemen rond rechtsbescherming beperken zich niet tot formele besluitvorming, maar zien ook op de slechte toegankelijkheid van bezwaar- en klachtprocedures. Uit o.a. het rapport “Help, hoe kom ik aan jeugdhulp?” van de Jeugdombudsman Den Haag (mei 2025) blijkt dat ouders en jeugdigen vaak niet weten wat de status is van hun aanvraag. Het is onduidelijk waar zij terecht kunnen met klachten en informatie over de bezwaarprocedures. Klachtroutes over de toegang tot Wmo en jeugdhulp zijn niet eenduidig. Uit o.a. de Zorgenbrief van de Kinderombudsman Nijmegen (november 2025) blijkt dat ouders en jeugdigen vaak ook niet altijd een klacht durven in te dienen, omdat ze afhankelijk zijn van de hulpverlener, dan wel het te ingewikkeld of tijdrovend vinden. Tijd die ze aan hun veelal zorgintensieve kinderen willen besteden. Onafhankelijke clientondersteuning is vervolgens niet overal beschikbaar en is relatief onbekend2. Informatie hierover wordt niet of nauwelijks verstrekt. Hierdoor ontstaat een situatie waarin onvrede en problemen niet worden geuit, fouten niet worden gecorrigeerd én rechtsbescherming feitelijk niet functioneert. Wij constateren dat dit geen incidenten zijn, maar structurele knelpunten.

Knelpunten die in strijd zijn met de kinderrechten uit het VNKinderrechtenverdrag en met behoorlijkheidsnormen3 fair play, het vereiste van goede informatieverstrekking en het vereiste van transparantie. In het rapport van de Adviescommissie Rechtsbescherming en rechtsstatelijkheid “Kinderen en ouders met recht goed beschermd” is de aanbeveling gedaan (p. 75) om in de wet of in andere regels vast te leggen: laagdrempelige, integrale en uniforme klachtbehandeling voor alle instanties die bij jeugdhulpverlening in het vrijwillig kader betrokken zijn. In de praktijk is dit (nog) niet goed vorm gegeven.

2

Vgl. rapport Onafhankelijke cliëntondersteuning in de praktijk, onderzoek naar onafhankelijke cliëntondersteuning met levensbrede blik (februari 2026) 3 Deze behoorlijkheidsvereisten van de Nationale ombudsman en die ook worden toegepast door de lokale (kinder)ombudsmannen, zijn gebaseerd op de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

3

Wat wij ook zien is dat gemeenten door de uitbesteding van publieke taken, waaronder de lokale wijkteams, jeugdhulp, Wmo etc. inmiddels feitelijk op grote afstand zijn komen te staan van hun inwoners. De organisatie waaraan de toegang is uitbesteed adviseert. De gemeente besluit formeel, maar vaak zonder inhoudelijk informatie over de situatie van ouders en kinderen. Dit in weerwil van het oorspronkelijke doel van de decentralisatie (2015): dienstverlening dichter bij de burger te organiseren opdat oplossingen voor problemen beter aansluiten op lokale behoeften. Ook de klachtbehandeling over uitvoering en toezicht daarop is inmiddels ondoorzichtig, niet uniform én versnipperd geraakt. Wij constateren dan ook dat inwoners in de praktijk de weg kwijt raken in deze lokettenjungle. Rechtsbescherming is verworden tot een piepsysteem. En het wetsvoorstel biedt hier geen antwoord op. Sterker nog, er wordt nauwelijks aandacht aan besteed. Nu in het wetsvoorstel wordt beoogd om de melding- en aanvraagstructuur voor jeugdhulp conform de Wmo structuur in te richten4, vrezen wij voor een toename van genoemde problemen en voor inwoners die worden vermalen in het systeem van de overheid. Met als resultaat dat inwoners afhaken, (tijdige) noodzakelijke hulp en rechtsbescherming mislopen en het wantrouwen richting de overheid toeneemt. 3.

Schaarste is geen rechtvaardiging om kinderrechten en internationale verdragen ter zijde te schuiven Het wetsvoorstel schiet daarnaast tekort in toetsing aan internationale verdragen. Opvallend is het gebrek aan toetsing aan o.a. het Kinderrechtenverdrag (IVRK) en het VN-verdrag handicap. Hoewel het belang van het kind summier wordt benoemd in het wetsvoorstel, ontbreekt een adequaat uitgevoerde kinderrechtentoets5 en transparantie over hoe kinderrechten in concrete besluiten doorwerken. Naast hetgeen de nationale Kinderombudsman in haar reactie op het wetsvoorstel naar voren heeft gebracht, wijzen wij op ons eerdere opiniestuk “Dienstverlening overheid nog niet kinderrechten-proof” (juni 2025). Hierin lichten wij onze visie toe dat gemeenten vooral druk zijn met het beheersen van een stelsel en het verdelen van schaarste als het gaat om de rechten van kinderen. Terwijl het zou moeten gaan over wat kinderen nodig hebben om gezond en veilig op te groeien en dit te borgen. Dagelijks komen wij nu al situaties tegen waarbij de rechten van kinderen onvoldoende worden verwezenlijkt. Schaarste en bestuurlijke, vaak financieel ingegeven, keuzes liggen daaraan ten grondslag.

De afbakening van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht in het wetsvoorstel kan er volgens ons toe leiden dat de toegang tot bepaalde vormen van jeugdhulp beperkt wordt, iets wat negatieve impact kan hebben op kinderen en hun rechten. Wat ons betreft moet het uitgangspunt altijd zijn dat alle kinderen recht hebben op en toegang tot passende, tijdige en kwalitatief goede zorg.

4

Het wetsvoorstel voorziet in een tweestapsmodel, waarbij een melding slechts het startpunt vormt van een gemeentelijk onderzoek en pas na een aparte aanvraag een besluit over jeugdhulp volgt. 5 Zie daarvoor ook de reactie van de Kinderombudsman op de internetconsultatie.

4

Als kinderrechten niet alsnog centraal gesteld (gaan) worden in het wetsvoorstel bestaat het risico dat systeemdoelen (zoals kostenbeheersing of instroombeperking) en stelselbeheersing prevaleren en dat dit niet zichtbaar of toetsbaar is. Dat zorgt ervoor dat kinderrechten zeker die van kinderen die opgroeien in kwetsbare situaties – onder druk komen te staan. 4. Conclusie en oproep Onze conclusie is dat het wetsvoorstel onvoldoende aansluit bij de werkelijkheid van kinderen en gezinnen. Het nu voorliggende wetsvoorstel doet een te groot beroep op het doenvermogen van inwoners, in het bijzonder van kinderen en jongeren. Daarnaast staan kinderrechten in het wetsvoorstel onvoldoende centraal staan en zijn daardoor niet goed verankerd. Ook schieten rechtsbescherming en de mogelijkheden om effectief klachten in te dienen in het wetsvoorstel tekort. Zonder aanpassing van het wetsvoorstel ontstaat het risico dat juist de kinderen die het meest afhankelijk zijn van bescherming, daar het minst toegang toe hebben. Dat achten de lokale kinderombudsmannen een zorgelijke ontwikkeling. Onze oproep is daarom: 1. Waarborg proactieve en toegankelijke rechtsbescherming. 2. Faciliteer het doenvermogen van inwoners om hun rechten te benutten. 3. Geef adequate kindvriendelijke informatie over (kinder-)rechten en (klacht-)procedures. 4.

Zorg voor een besluitvormingsproces voor jeugdhulp (en Wmo aanvragen) met een duidelijk begin en eind 5. Zorg voor een één duidelijke, laagdrempelige route voor klachten, ongeacht of deze klachten zien op handelen van de lokale teams, zorginstellingen die hulp uitvoeren dan wel de gemeente. 6. Leg vast dat kinderrechten een eerste overweging zijn in de besluitvorming. 7. Voer alsnog een adequate Kinderrechtentoets uit op dit wetsvoorstel. Mocht u behoefte hebben aan een mondelinge toelichting op bijgaande reactie dan zijn wij daartoe vanzelfsprekend bereid. Met vriendelijke groet, Annemarie Tuzgöl-Broekhoven, Kinderombudsman Metropool Amsterdam Wouter Struijk, Kinderombudsman Rotterdam Rijnmond Coby van der Kooi, Jeugdombudsman Den Haag Alma van Bommel, Kinderombudsman Utrechts Ombudsloket Yvette Nass, Kinderombudsman Nijmegen Anja Janssen, Jeugdombudsman Groningen

5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Diemen&id=2c61775f-6a27-4dfe-91d1-f096d68e10ba