Toelichting praktijkvoorbeelden inhoudelijk beperken reclame bij RM maart 2025
Tekst van het document
Notitie: Praktijk voorbeelden regulering / beperking inhoud reclame-uitingen Algemeen Ten aanzien van buitenreclame heeft de gemeente twee verschillende rollen: een publiekrechtelijke en een privaatrechtelijke rol. In dit stuk beschrijven we allereerst deze twee rollen en mogelijkheden daarbinnen om te sturen op inhoud van reclameboodschappen door een “verbod” in te stellen ten aanzien van bepaalde thema’s. Vervolgens gaan we in op een aantal verschillende voorbeelden van de wijze waarop vanuit die verschillende rollen op de inhoud van reclame-uitingen gestuurd wordt. De beschreven voorbeelden zijn de gemeentes Utrecht, Den Haag, Haarlem en Zwolle. Onderstaande teksten zijn grotendeels afkomstig uit de juridische notitie “Het weren van fossiele reclame uit de openbare ruimte in Utrecht” (EIFFEL, 2023) Document Viewer - U-reka Gemeente Utrecht en “Verbod APV fossiele reclame” Document Zwolle - Raadsvoorstel Uitwerking motie - verbod op reclame voor fossiele brandstoffen - iBabs Publieksportaal
Landelijke wetgeving over beperking reclame-uitingen. Landelijke wetgeving met een beperkende werking voor specifieke reclameuitingen komt nog niet veel voor. In de Tabakswet staat een verbod op het maken van reclame voor tabak. In de Alcoholwet en de Wet op de Kansspelen staat wanneer en op welke manier reclame mag worden gemaakt. Op 1 juli 2023 is een verbod op ongerichte reclame voor online gokken ingegaan. Daarnaast geldt in algemene zin dat reclame-uitingen moeten voldoen aan de Nederlandse Reclame Code. De basis hiervan is dat een reclame niet misleidend mag zijn, niet in strijd met de waarheid, niet nodeloos kwetsend en niet in strijd met de goede smaak en het fatsoen. De commissie toetst hierop als een klacht over een reclame-uiting wordt ingediend. Landelijk speelt het vraagstuk van een verbod op fossiele reclame nog. De Minister van Klimaat en Groene Groei heeft onlangs een brief aan de 2 e kamer gestuurd waarin zij aangeeft dat het eventueel instellen van een verbod op fossiele reclame juridisch gezien niet onmogelijk is, maar dat de uitdaging zit in het in lijn met verdragsrechtelijke verplichtingen proportioneel, robuust en effectief toespitsen, afbakenen en onderbouwen hiervan. Het begrip fossiele reclame kent geen vastomlijnde definitie en dat maakt het debat, maar ook het onderzoek naar de juridische haalbaarheid van een verbod, ingewikkeld.
Behalve deze definitiekwestie maakt het ontbreken van jurisprudentie op dit thema het ook lastig om nauwgezet aan te geven onder welke voorwaarden een nationaal verbod juridisch houdbaar is. Het EHRM en het EU-Hof hebben nog geen uitspraken gedaan over een fossiel reclameverbod. Behalve juridische overwegingen zijn er ook beleidsinhoudelijke redenen die maken dat de invoering van een nationaal verbod op dit moment niet voor de hand ligt. Uit eerder op verzoek van de minister opgesteld wetenschappelijk advies “Een verbod op fossiele reclame essentieel, maar niet voldoende” wordt
betoogd dat een verbod een belangrijke bouwsteen kan zijn in een aanpak gericht op het bevorderen van klimaatvriendelijke keuzes. Tegelijk laat het advies zien dat een reclameverbod op zichzelf niet voldoende is om die transitie te bewerkstelligen. Parallel aan een eventueel verbod moet ook aanvullend beleid in gang gezet worden dat ervoor zorgt dat het totale aanbod richting consument mee verandert.
Duurzame keuzes moeten voor consumenten ook goedkoper, makkelijker en comfortabeler worden ten opzichte van niet duurzame (fossiele) keuzes. Dergelijk flankerend beleid is echter nog niet voldoende ontwikkeld. In het nieuwe Klimaatplan kondigt het kabinet daarom de start van een aanpak duurzaam leven aan. In deze aanpak wordt door middel van gedragsinzichten verder onderzocht wat nodig is om, gefaciliteerd door overheid en bedrijven, duurzame keuzes voor de consument mogelijk te maken. De verwachting is dat het kabinet dit Klimaatplan 2025–2035 aan de Kamer zal aanbieden. Link naar kamerstuk:
Kabinetsaanpak Klimaatbeleid | Tweede Kamer der Staten-Generaal Publiekrechtelijke rol / APV als instrument / Relatie met vrijheid van meningsuiting Vanuit de publiekrechtelijke rol is het college verantwoordelijk voor de ruimtelijke kwaliteit, het besluiten op een aanvraag om een vergunning, het uiterlijk aanzien van de gemeente, de welstand van de buitenruimte, de (verkeers-)veiligheid en overlast. Daarnaast houdt de gemeente toezicht op het naleven van de regelgeving. In de Algemene Plaatselijke Verordening kunnen (publiekrechtelijk) kaders worden gesteld, mits dit goed is gemotiveerd en past binnen de reikwijdte van de APV (de openbare orde, veiligheid en bescherming van de gezondheid van personen en het milieu binnen de gemeentelijke grenzen). Binnen de reikwijdte van de APV zou de motivering van het weren van bijvoorbeeld fossiele reclame dan gebaseerd moeten zijn op de bescherming van de gezondheid van personen en het milieu. Het maken van reclame valt onder de vrijheid van meningsuiting. De vrijheid van meningsuiting wordt beschermd door de Grondwet, maar de Grondwet maakt een uitzondering voor handelsreclame. Reclame valt echter wel onder de bescherming van artikel 10 van het Europees verdrag voor de rechten van de mens (EVRM). Het artikel EVRM luidt als volgt: Artikel 10. Vrijheid van meningsuiting 1. Een ieder heeft recht op vrijheid van meningsuiting.
Dit recht omvat de vrijheid een mening te koesteren en de vrijheid om inlichtingen of denkbeelden te ontvangen of te verstrekken, zonder inmenging van enig openbaar gezag en ongeacht grenzen. 2. Daar de uitoefening van deze vrijheden plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt, kan zij worden onderworpen aan bepaalde formaliteiten, voorwaarden, beperkingen of sancties, die bij de wet zijn voorzien en die in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen. Het recht op een vrije meningsuiting mag van overheidswege worden beperkt. De beperking moet echter voldoen aan de criteria die in artikel 10 lid 2 EVRM worden
genoemd: “De beperking moet voorzien zijn bij wet, moet een in het tweede lid genoemd legitiem doel dienen en moet noodzakelijk zijn in een democratische samenleving”. Dat wil zeggen dat er een dringende maatschappelijke behoefte is voor de beperking, dat de beperking proportioneel is ten opzichte van het doel en dat de redenen “relevant and sufficient” zijn. Proportionaliteit en noodzakelijkheid worden door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (het Hof) eerder aangenomen wanneer de beperkende maatregel zorgvuldig is voorbereid. Verder wordt de beperking van vrije meningsuiting sneller geaccepteerd als er nog voldoende andere mogelijkheden zijn om de meningsuiting te verspreiden. Het belang van een vrije meningsuiting is bij commerciële reclame minder zwaarwegend dan bijvoorbeeld bij politieke boodschappen. Ook dat wordt meegewogen bij het stellen van beperkingen aan die meningsuiting. Het tonen van reclame valt onder de vrijheid van meningsuiting uit het EVRM. Deze vrijheid kan in een gemeentelijke reclameverordening worden beperkt, maar alleen maar ten behoeve van belangen die in het EVRM worden genoemd. Een van de belangen die worden genoemd, en hier relevant, is de bescherming van de gezondheid. De beperking van de vrijheid van meningsuiting moet noodzakelijk zijn en proportioneel.
Er moeten nog voldoende alternatieve mogelijkheden zijn om de betreffende mening te uiten en voor de beperking moet een zorgvuldige procedure worden gevoerd. Het vaststellen van verordeningen, zoals de APV, is een raadsbevoegdheid ingevolge artikel 149 van de Gemeentewet: de raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt. De omvang van deze bevoegdheid strekt zich uit tot het belang van de gemeente (art 149 Gemeentewet) en de huishouding van de gemeente (art. 108 Gemeentewet). Daaronder vallen in elk geval de openbare orde, veiligheid en de bescherming van de gezondheid van personen. Aan de verordenende bevoegdheid van de raad is een bovengrens en een ondergrens. De bovengrens wordt gevormd door hogere wetgeving; in een gemeentelijke verordening mogen geen regels worden gesteld over zaken die al zijn geregeld in provinciale verordeningen, landelijke wetgeving of internationale verdragen. De ondergrens wordt gevormd door het feit dat het moet gaan om een door de gemeente te behartigen -openbaarbelang en de verordening dus niet in de persoonlijke levenssfeer van de inwoners van de gemeente mag treden. Een verordening mag geen regels stellen over zaken die tot de privésfeer behoren. Verder moet de verordening evenredig zijn in relatie tot het doel waarvoor de verordening wordt vastgesteld.
Het moet duidelijk zijn dat het doel niet door een minder beperkende maatregel kan worden bereikt. Een eerste vraag is of het belang van de gemeente en de huishouding van de gemeente gemoeid zijn met bijvoorbeeld een verbod op fossiele reclame. Een verbod op fossiele reclame ziet in eerste instantie op een hoger doel, namelijk het verder voorkomen en beperken van klimaatschade. Echter, er is ook een lokaal belang namelijk het belang van een gezonde leefomgeving. In tegenstelling tot regels over reclame voor tabak (Tabakswet) of alcohol (Mediawet) is er geen hogere regelgeving die ziet op fossiele reclame. Als de beperking in het reclamebeleid voor bijvoorbeeld fossiele reclame slechts betrekking heeft op reclame in de openbare ruimte grijpt deze niet in op de persoonlijke levenssfeer van de inwoners.
De gemeente Den Haag is op dit moment de eerste en enige gemeente die via de APV een verbod / regulering van fossiele reclame instelt. Er dus nog geen jurisprudentie opgebouwd. Tegen de reclameverordening zelf kan geen bezwaar of beroep worden ingesteld. Aan de hand van een procedure tegen een besluit op grond van de reclameverordening (bijvoorbeeld het afwijzen van een vergunning) kan de rechter toetsen of het verbod rechtmatig is. Juridisch advies aan de gemeente Zwolle geeft aan dat het voor de gemeente lastig te motiveren is dat een lokaal verbod op fossiele reclame noodzakelijk is voor het gewenste doel, namelijk bescherming van de gezondheid en het klimaat. Ook omdat in een wetenschappelijk rapport “Een verbod op fossiele reclame” dat in 2023 in opdracht van de toenmalige minister Jetten is opgesteld, aangeeft dat een verbod op fossiele reclame alleen niet voldoende zal zijn om een duurzame transitie te versnellen en bewerkstelligen. Verder blijkt uit de rechtspraak van het EHRM dat een beperking eerder toelaatbaar (en dus noodzakelijk en proportioneel) wordt geacht, indien een beperking procedureel zorgvuldig voorbereid en overwogen is. Hierbij moeten ook overwegingen betrokken worden zoals de belangen van derden (bijvoorbeeld van adverteerders en exploitanten van abri’s) of op de proportionaliteit en subsidiariteit van het verbod.
Daarnaast moet bij een motivering van een publiekrechtelijk verbod ook aangegeven worden of de gemeenteraad heeft gekeken naar effectieve, alternatieve mogelijkheden om fossiele reclame te beperken. Bijvoorbeeld minder vergaande maatregelen zoals een ‘disclaimer’ op de reclame die wijst op de nadelige gevolgen van het aangeboden product voor het milieu (zoals nu ook bij tabaksproducten wordt gewezen op nadelige gevolgen voor de gezondheid). Een goede motivering/voorbereiding van de gemeenteraad zou volgens juridisch advies aan de gemeente Zwolle blijk van moeten geven dat er alternatieve maatregelen zijn overwogen, maar waarom deze niet (voldoende) effectief werden bevonden.
Privaatrechtelijke rol De privaatrechtelijke verantwoordelijkheid heeft betrekking op de exploitatie van de openbare ruimte en de positie van de gemeente als grondeigenaar. De gemeente gaat hiervoor een privaatrechtelijke overeenkomst aan met een reclame-exploitant (concessiehouder). In deze overeenkomst, waarin de gemeente reclame in de buitenruimte toestaat tegen een vergoeding, kunnen diverse voorwaarden worden opgenomen. De gemeente sluit concessieovereenkomsten met reclame-exploitanten. Dit nadat daartoe eerst een openbare aanbestedingsprocedure is doorlopen. Om iedere ondernemer en reclame-exploitant een aanbod te kunnen laten doen om reclame te voeren, wordt vaak in verschillende segmenten uitgevraagd waar behoefte is om reclame te voeren in de openbare ruimte. De exploitanten betalen een afdracht aan de gemeente en/of verlenen diensten in ruil voor deze reclameuitingen. Vaak worden abri’s geplaatst die voor OV-reizigers een functie hebben, en daarnaast ruimte bieden aan een reclame-uiting. Met deze concessies wordt ook het maken van reclame in de openbare ruimte gereguleerd. Alleen de
winnaar van een aanbesteding krijgt de concessie en heeft het recht om reclame te kunnen voeren in de openbare ruimte voor het desbetreffende segment (bijvoorbeeld abri’s, billboards en verlichte bakken die aan straatverlichting zijn gemonteerd). Het weren van reclame via de bestaande reclameconcessies kan niet tussentijds eenzijdig worden doorgevoerd. Het tussentijds doorvoeren van restricties wordt gezien als een wezenlijke wijziging van een bestaande (concessie)overeenkomst. Een dergelijke, eenzijdige aanpassing van de overeenkomst, is (hoogstwaarschijnlijk) niet mogelijk zonder juridische en financiële consequenties.
Gemeente Utrecht Aanleiding / Politiek besluit: Verschillende raadsinitiatieven, onder andere initiatiefraadsvoorstel “Weer fossiele reclame uit de openbare ruimte – november 2021” Gewenst verbod / beperking reclame: Verbod op fossiele reclame en gokreclame. Een motie om een verbod op vleesen visreclames toe te voegen aan de concessie voor A0-reclame is door de raad verworpen. Definitie fossiele reclame: reclame door bedrijven uit de kolensector, de olieen gassector en de luchtvaartsector met de producten en diensten fossiele brandstoffen, vliegvakanties/ vliegtickets, grijze stroom- en gascontracten, cruisereizen en auto’s met een fossiele of hybride brandstofmotor. Definitie gokreclame: Met het verbod op gokreclame wordt aangesloten bij de ambitie in het coalitieakkoord om in te zetten op verminderen van problematisch gokken. Landelijk is er een verbod op reclame voor online gokken, Utrecht vult dit aan met een verbod op reclames voor alle vormen van gokken. Wijze van inperking: In Utrecht worden de inhoudelijke beperkingen van de reclames via de nieuwe aanbestedingen / contracten van consessies die verlopen vastgelegd. Dat betekent dat de inhoudelijke beperking dus in stappen wordt doorgevoerd.
In september 2024 heeft de Utrechtse gemeenteraad nav de voorgenomen aanpassing van de APV in de gemeente Den Haag vragen aan het college gesteld over de mogelijkheden om ook aanpassingen in de APV van Utrecht te doen tbv een verbod op bepaalde reclames. Hierop heeft het college geantwoord dat een verbod via de APV risicovol is, zoals het college van Den Haag zelf ook aangeeft. Preadvies college DenHaag fossiele reclame-mei2024. Het college geeft ook aan dat het risico op claims van de concessiehouder bij een verbod op fossiele reclame via de APV reëel is. Hoewel een exploitant moet voldoen aan wet- en regelgeving, heeft deze exploitant ook contracten met zijn klanten.
Gemeente Den Haag (eerste en vooralsnog enige gemeente die verbod fossiele reclame middels APV oplegt) Aanleiding / Politiek besluit: Aanleiding vormde het initiatiefvoorstel van de PvdD voor een verbod op fossieleen vleesreclame in de openbare ruimte, en dit op te nemen in de APV. Gewenst verbod / beperking reclame: Uiteindelijk is besloten tot alleen een verbod op fossiele reclame in APV, een verbod op reclame voor vlees in de APV werd juridisch niet haalbaar geacht en is uit het initiatiefvoorstel gehaald. Een totaalverbod voor alle reclame in de vleessector is juridisch moeilijker te onderbouwen, bijvoorbeeld reclame voor een vegetarisch product vanuit een slachterij en een minder direct verband tussen het consumeren van vlees en de volksgezondheid dan bij fossiele uitlaatgassen.
Op basis van input van andere fracties en een pre-advies van het college de definitie van fossiele reclame aangescherpt - zodat issue- en imagereclame en reispakketten waar geen vliegreis zit inbegrepen erbuiten vallen. Daarnaast is vleesreclame uit het voorstel gehaald, vanwege de lastige definitie. Definitie fossiele reclame: zie onderstaand. Wijze van inperking: In de APV is per 1 januari 2025 een verbod voor fossiele reclame opgenomen: Fossiele reclame, die zichtbaar is vanaf een voor het publiek toegankelijke plaats, is verboden, tenzij het gaat om: a. Bedrijfsnamen, bedrijfslogo’s en reclames aan of in de directe nabijheid van het pand waar de activiteiten plaatsvinden waar de reclame betrekking op heeft; b. Wegwijzers op bedrijventerreinen. Hierbij is de volgende juridische definitie voor Fossiele reclame in de APV opgenomen: “reclame over de producten en diensten fossiele brandstoffen, vliegvakanties, vliegtickets, grijze stroomcontracten, gascontracten, cruisereizen of auto’s met een fossiele of hybride brandstofmotor”. Het college van Den Haag heeft juridisch advies ingewonnen over de vraag of en hoe dit in de APV opgenomen kan worden. In dit (vertrouwelijke) advies is aangegeven dat het weren van bepaalde reclameboodschappen goed gemotiveerd moet zijn.
Aangegeven is dat onderbouwd moet worden dat het verbod geschikt is om het doel te bereiken, noodzakelijk is en niet onredelijk bezwarend is voor belanghebbenden. Hierover is nog geen jurisprudentie beschikbaar en dit vormt daarmee een juridisch risico. Omdat de gemeente Den Haag pioniert met het verbod op reclame via de APV kunnen civiele zaken aangespannen en schadeclaims ingediend worden door de contractpartners / concessiehouders, dan wel door bedrijven die reclame maken. Voor vleesreclame lijkt het risico wat groter dan voor fossiele reclame. Het verband tussen het consumeren van vlees en de (volks)gezondheid lijkt namelijk minder direct dan het verband tussen de uitstoot van fossiele brandstoffen en de (volks)gezondheid. Uit memo aan gemeente Amsterdam van advocaat Tjarda van der Vijver, advocaat Ecolytico Legal: “Hoe zit het (bijv. bij beperkingen ten aanzien van vleesreclames) met de argumentatie over gezonde voeding, ofwel duurzaamheid. Wat is juridisch sterker? Duurzaamheid (waaronder impact op het klimaat en milieu) lijkt het sterkste argument, omdat elke verlaging van vleesconsumptie bijdraagt aan dat doel. Voor gezonde voeding (en de ondersteuning van de bredere eiwit transitie) ligt dat genuanceerder, omdat het daarbij primair gaat om het verminderen van de overconsumptie van vlees (met name rood vlees).
Zo adviseert het Voedingscentrum nog steeds consumptie van een bepaalde hoeveelheid vlees. Reclamebeperkingen kunnen bijdragen aan het verminderen van overconsumptie, maar het is in algemene zin niet te zeggen dat elke vermindering van vleesconsumptie per se bijdraagt aan de volksgezondheid”. Het college heeft aangegeven dat bij het weren van reclame via de APV rekening gehouden zal moeten worden gehouden met een overgangstermijn. Door een
overgangstermijn aan te houden, hoeven reclamebureaus reeds verkochte reclameruimte niet terug te draaien en kunnen contractpartners reeds ingekochte reclamecampagnes nog tonen. Het verlies aan inkomsten wordt daarmee beperkt.
Inmiddels (februari ’25) hebben de ANVR en TUI gezamenlijk aangegeven een kort geding aangekondigd waarmee zij het verbod van de gemeente Den Haag op buitenreclame voor vliegvakanties wil aanvechten. De ANVR spreekt van een aantasting van de vrijheid van meningsuiting en een bedreiging voor de reisbranche.
Gemeente Haarlem Aanleiding / Politiek besluit: Raadsmotie GroenLinks 2021 Gewenst verbod / beperking reclame: Verbod op reclame voor fossiel en vlees uit de bio-industrie, en uitsluitend betrekking hebbend op de reclame uitingen in de openbare ruimte in abri’s, billboards, reclame gekoppeld aan straatverlichting die door middel van aanbestedingen aan marktpartijen worden gegund. Wijze van inperking: Ter uitvoering van de omschreven motie, heeft het college van B&W Haarlem voorgesteld om bij contractverlengingen reclames te verbieden voor producten die bovenmatig bijdragen aan het uitstoten van CO2, zoals vliegreizen, vervoermiddelen die voornamelijk gebruik maken van fossiele brandstoffen en producten uit de bio-industrie. De inperking wordt dus geregeld via de aanbesteding van nieuwe contracten / consessies voor buitenreclames. Het gaat om het geleidelijk invoeren van het verbod, door steeds bij nieuwe aanbestedingen beperkingen op te leggen tav de inhoud. Wanneer een bestaand contract met een reclame-exploitant in Haarlem afloopt, komt in het nieuwe contract te staan dat er geen fossiele en vleesreclame meer vertoond mag worden. De gemeente Haarlem heeft vijf verschillende contracten met exploitanten van reclame-uitingen, zoals in bushokjes. Vier van de vijf liepen in 2024 en 2025 af.
Bij de aanbesteding van de driehoeksborden om lantaarnpalen was al vanaf 1 januari 2024 een verbod op vlees en fossiele reclames opgenomen. Vanaf 1 januari 2025 is dat ook het geval door een verbod voor de abri’s (reclames in bushokjes) en mupi’s (losstaande reclameborden van hetzelfde formaat), de meest in het oog springende buitenreclame. Het reclamebeleid zoals vastgelegd in het “Reclame en uitstallingenbeleid 2013” en de APV zijn niet aangepast naar aanleiding van de raadsmotie. Definities producten die voornamelijk gebruik maken van Fossiele brandstof Fossiele brandstof voor vervoer (bijvoorbeeld benzine, diesel, gas) Fossiel opgewekte elektriciteit en warmte Alle vlieg- en bootreizen op fossiele brandstof, ongeacht de afzender van de advertentie Pakketreizen naar bestemmingen buiten Europa waar de vliegreis of bootreis niet bij inbegrepen is Vervoermiddelen en lease-vervoermiddelen met een fossiele verbrandingsmotor en hybride vervoersmiddelen
Fossiele reclame laat zich hiermee beschrijven als reclame voor fossiele brandstoffen, vliegvakanties en vliegtickets, grijze stroom- en gascontracten, en voer- of vaartuigen met een fossiele of hybride brandstofmotor en reizen met voer- en vaartuigen met een fossiele of hybride brandstofmotor. Definitie Vlees- en visproducten en maaltijden waar vlees of vis in verwerkt is: Onder vleesproducten worden verstaan voedingsmiddelen die gemaakt zijn van dierlijk vlees, zoals rundvlees, varkensvlees, kip, etc. Dit kan verschillende vormen hebben zoals vers vlees of verwerkt vlees zoals worstjes, ham, bacon, shoarma en gehakt en bereide vleesgerechten zoals gehaktballen en vleesstoofschotels. Dit alles moet geschikt zijn voor menselijke consumptie. Onder visproducten verstaan we voedingsmiddelen die gemaakt zijn van verschillende soorten vis en zeevruchten gevangen door visserij of gekweekt. Dit kan verschillende vormen hebben zoals vers of verwerkt en omvatten onder andere hele vis en zeevruchten, filets, gepaneerde vis en zeevruchten etc. Dit alles moet geschikt zijn voor menselijk consumptie.
Gemeente Zwolle Aanleiding / Politiek besluit: Raadsmotie GroenLinks, Partij voor de Dieren, Volt, CU, PvdA, SP mei 2023 Gewenste verbod / beperking reclame: Verbod op fossiele reclame, door de gemeenteraad in de motie gedefinieerd als: “Reclame voor fossiele producten en diensten: fossiele brandstoffen, vliegvakanties inclusief pakketreizen waarvan een vliegticket onderdeel is, vliegtickets, grijze stroomcontracten, gascontracten, cruisereizen en voertuigen met een verbrandingsmotor”. Wijze van inperking: De gemeenteraad van Zwolle heeft in de motie gevraagd de inperking van de reclame-uitingen te borgen in de APV. Het college van de gemeente Zwolle heeft hier in juli 2024 een reactie op gegeven middels een raadsvoorstel. Hierin wordt de raad voorgesteld geen verbod in de APV op te nemen, onder meer omdat het college concludeert dat landelijk en lokaal een sluitende, juridisch houdbare definitie ontbreekt van fossiele reclames en dat het verbod ook complex en risicovol is om in te richten. Dat maakt een lokaal Zwols verbod via de APV volgens het college kwetsbaar, op zijn minst voor verschillende (langlopende) juridische procedures. Het college adviseert de raad om hierin niet voorop te gaan lopen, gezien de benodigde inzet om om te gaan met de juridische complexiteit, mogelijke gerechtelijke procedures en handhaving.
Het college geeft aan het belang van zorg voor klimaat, milieu en gezondheid te zien. Vanwege de nog vele onduidelijkheden rond houdbaarheid van definities en onderbouwing, risico’s en kosten van procedures en handhaafbaarheid, acht het college een lokaal reclameverbod niet doelmatig. Gegeven de beperkte financiële ruimte, schaarse ambtelijke capaciteit en de beperkte impact van het verbod, stelt het college voor om op dit moment geen reclameverbod in de APV op te nemen.
De gemeenteraad van Zwolle heeft naar aanleiding hiervan (in september) gevraagd een technische sessie / rondetafelgesprek te organiseren om daarin informatie uit te wisselen met experts om de nieuwe informatie uit andere steden te duiden. Na contact met de gemeente Zwolle bleek dat deze sessie nog niet georganiseerd is door de griffie. Vermoedelijk wordt eerst de rechterlijke uitspraak afgewacht die door reisorganisaties is aangespannen tegen het verbod op fossiele reclame in de APV van Den Haag. Vooralsnog gaat het college van de gemeente Zwolle aan de raad voorstellen om bij de aanstaande aanbesteding van de reclameconcessies voor masten een verbod op fossiele reclames op te nemen.