Technische+vraag+VVD+-Bezuinigingsmogelijkheden+onderwijsachterstandbeleid+subsidies geanonimiseerd
Tekst van het document
Bezuinigingsmogelijkheden OAB-subsidies per 2026
1
Inleiding De gemeente Deventer ontvangt, net als iedere andere gemeente in Nederland, een doeluitkering Onderwijsachterstandenbeleid (verder genoemd OAB). De besteding van deze doeluitkering is vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs artikelen 158 t/m 163. De wet legt de gemeente de volgende verantwoordelijkheden op: •
Er zijn voldoende voorzieningen in aantal en spreiding waar kinderen met een risico op een achterstand in de Nederlandse taal de voorschoolse educatie volgen. Tussen 2,5 en 4 jaar en minimaal 960 uur.
•
Maak afspraken over voor- en vroegschoolse educatie met bevoegde gezagsorganen van scholen, houders van kindcentra en peuterspeelzalen.
•
Besteed de middelen aan overige activiteiten (naast VVE) voor leerlingen met een grote achterstand in de Nederlandse taal.
Vanuit deze doeluitkering ontvangen een aantal organisaties een subsidie: aanbieders van Kinderopvang, samenwerkingsverband Passend Onderwijs Sine Limite, taalschool De TiNtaan, VVE-toeleiders van Raster Welzijn. Het kabinet heeft besloten het Rijksbudget voor OAB te korten met 10%. Op dit moment is nog niet bekend gemaakt hoe deze bezuiniging wordt vertaald naar de OAB-budgetten van de gemeenten. Ook is niet bekend op welk moment het Rijk dit bekend maakt. Mogelijk pas in de beschikking na Prinsjesdag. Juridisch gezien is het noodzakelijk om uiterlijk 30 juni het besluit te communiceren welke organisaties minder of geen subsidie krijgen per 1 januari 2026. Wordt er een kortere termijn dan een half jaar gehanteerd, dan moet de bestaande subsidie een jaar langer doorlopen en daarmee de uitgaven. Een half jaar wordt gezien als een redelijke termijn omdat de aankondiging is gedaan in de beschikkingen 2025 en de gesubsidieerde partijen in diverse gesprekken zijn meegenomen. We gaan daarom in dit document vanuit dat het huidige OAB-budget met ingang van 1 januari 2026 wordt gekort met 10%. Dat is € 400.000. De gemeente Deventer gaat deze 10% korting in principe niet vanuit algemene middelen aanvullen wat betekent dat er gezocht wordt naar veerkracht op de subsidies die vanuit deze doeluitkering worden verstrekt. Het proces tot aan het besluit ziet er als volgt uit: • 2
Tot 18 april: elke organisatie die nu subsidie ontvangt heeft een gesprek met Albert over de bezuinigingsmogelijkheden binnen zijn subsidie.
•
Tussen 5 mei en 28 mei: interne bespreking van de verschillende bezuinigingsmogelijkheden.
•
28 mei bespreken verschillende bezuinigingsmogelijkheden, opstellen collegevoorstel.
•
Tussen 28 en 5 juni: gelegenheid voor organisaties die nu subsidie ontvangen op het collegevoorstel te reageren, perspectieven worden meegenomen in het collegevoorstel.
•
11 juni: ter informatie naar het LEA.
•
16 juni PHO.
•
25 juni college.
Dit document is het resultaat van gesprekken met de organisaties die subsidie ontvangen. Van elke subsidie is eerst de inhoud beschreven en zijn daarna de mogelijkheden voor bezuiniging op een rij gezet. Per mogelijkheid zijn de volgende zaken beschreven: het bespaarde bedrag, per wanneer de besparing te realiseren is, welke risico’s worden gezien, wat de betreffende organisatie van deze bezuiniging vindt en als laatste wat het programma Jeugd & Onderwijs van deze bezuiniging vindt. De volgende tabel is een samenvatting van de mogelijkheden.
3
Mogelijkheden voor bezuiniging
Bedrag
Sine Limite De basistraining Vier VVE Overig scholingsaanbod Voorschoolse IB-inzet Tegemoetkoming adviestrajecten Tegemoetkoming kwaliteitsdialoog Top Academie Deventer Extra inzet kwaliteitsdialoog
€ 70.000 € 25.300 € 56.250 € 32.300 € 25.540 € 95.000 € 28.500
Kinderopvang Tarieven niet te indexeren Minder uren VVE aanbieden Versmalling doelgroepdefinitie
€ 100.000 € 615.500 € 666.500
TiNtaan Gehele subsidie stoppen Klassendeler ophogen Minder leraarondersteuners Geen inzet op ziektevervanging en kwaliteit verhogende werkzaamheden Alle kleuters naar het reguliere onderwijs Taakstelling VVE-toeleiding VVE-toeleiders Raster
€ 410.000 € 277.000 € 205.000 € 90.000 € 309.000 € 235.000
€ 129.000
Totale voorstel: 165.000 + 235.000 = € 400.000.
4
Standpunt organisatie
Standpunt J&O
Subsidies Sine Limite Samenwerkingsverband Sine Limite ontvangt twee subsidies: een subsidie voor Kwaliteitsinvestering VVE en een subsidie voor het Kenniscentrum VVE. Beide subsidies zijn niet wettelijk verplicht en vallen onder de overige activiteiten.
Subsidie Kwaliteitsinvestering Als eerste de subsidie Kwaliteitsinvestering VVE. In 2025 is € 275.000 subsidie afgegeven voor het versterken van de kwaliteit van onderwijs en opvang en de doorgaande lijn van opvang naar onderwijs door middel van trainingen voor professionals. Deze subsidie is gekoppeld aan het beleidsplan Jonge Kind & VVE. De inzet wordt elk jaar bepaald in samenspraak met de stuurgroep en op basis van de uitkomsten van de kwaliteitsdialoog. Met deze subsidie levert Sine Limite een bijdrage aan de uitvoering van de speerpunten van het beleidsplan Jonge Kind & VVE door: •
Het scholingsaanbod Jonge Kind & VVE.
•
Een stevig netwerk met professionals voor -en vroegschools.
• Met tegemoetkomingen kwaliteitsdialoog en inzet van Intern Begeleiders (IB) op de voorschool geven we een impuls aan kinderopvang en onderwijs om de doorgaande lijn en de samenwerking te versterken. • Met het adviestraject Jonge kind-tegemoetkoming wordt aan kinderopvangorganisaties de ruimte geboden om een passend aanbod te organiseren voor die kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. In 2025 is er ten opzichte van 2024 al een reductie van € 45.000 in de subsidie kwaliteitsinvestering gerealiseerd. Wanneer kinderopvang en onderwijs geen gebruik maakt van de scholingen en/of tegemoetkomingen wordt dat bedrag terugbetaald. De onderbesteding zag er de afgelopen jaren als volgt uit: Jaar
Onderbesteding
2024
€ 126.000
2023
€ 83.000
2022
€ 80.000
2021
€ 70.000
5
In 2025 is deze subsidie ingezet voor: •
Basistraining Vier VVE voor pedagogisch medewerkers, € 30.000.
•
Basistraining VVE voor leerkrachten € 40.000.
•
Training Met woorden in de weer / LOGO3000 voor pedagogisch medewerkers en leerkrachten, € 4.500.
•
Training ‘bewegend leren begin met leren bewegen’, € 5.200.
•
Training Jonge Kind voor Intern begeleiders en pedagogisch coaches, € 6.000.
•
Twee intervisiebijeenkomsten aandachtsfunctionarissen meldcode in kinderopvang en basisonderwijs, € 6.600.
•
Workshop cultureel competent werken, € 1.500.
•
Lerend netwerk VVE, 4 scholen en 1 kinderopvangaanbieder, € 1.500.
•
90 adviestrajecten jonge kind – tegemoetkoming, voor 8 uur extra personeelsinzet van kinderopvang per traject voor gesprekken met externen, uitvoeren van handelingsadviezen, invullen volgdocument, € 32.400.
•
Ontwikkelen inclusievere kinderopvang, € 25.000.
•
Ontwikkelen kwaliteitskader en handreiking jonge kind, € 7.000.
•
AVG-proof delen overdrachtsformulier, € 4.000.
•
Tegemoetkoming voorschoolse IB-inzet voor 32 scholen, € 540 per school, € 56.250.
•
Tegemoetkoming voeren van de kwaliteitsdialoog, € 540 per locatie kinderopvang en school. Kinderopvang € 27.540, scholen € 17.280.
•
Werkgroep pedagogisch beleidsmedewerkers VE, € 1.000.
•
Netwerk jonge kind voor managers kinderopvang, € 1.500.
•
Netwerk jonge kind voor pedagogisch coaches en intern begeleiders, € 2.750.
Mogelijkheden voor bezuiniging subsidie kwaliteitsinvestering Op basis van de beschikbare informatie worden de volgende mogelijkheden voor bezuinigen gezien. 1. De basistraining Vier VVE voor pedagogisch medewerkers en leerkrachten. Besparing: € 70.000. 6
Wanneer te realiseren: per 1 januari 2026 kan 59.300 bezuinigd worden. Per 2027 nog 10.700 extra. De in maart 2025 gestarte training loopt door tot maart 2026. Afspraak kan gemaakt worden om de 10.700 te financieren uit niet besteedde middelen 2025. Risico’s zijn gering. Met deze training is de afgelopen jaren een basis gelegd voor VVE in Deventer. Je kan daarbij stellen dat deze basis van scholing een verantwoordelijkheid is van kinderopvang en onderwijs. Of men dat via deze scholing organiseert is een keuze van kinderopvang en onderwijs (aanbod bestaat uit een training voor kinderopvang en een training voor onderwijs). Standpunt Sine Limite over deze bezuiniging: een reële mogelijkheid. Het is een mooie doorontwikkeling als vanaf 2026 de verantwoordelijkheid voor scholing tot ‘startbekwaam VVE’ bij de kinderopvang en het onderwijs zelf ligt. Voor deze keuze is bij scholen en kinderopvang draagvlak. Indien er bij kinderopvang/scholen behoefte is aan een gezamenlijke scholing hierin, dan kan het Kennis en Diensten Centrum-Jonge Kind (KDC-JK) dat alsnog faciliteren met de kosten voor rekening van de scholen en kinderopvangorganisaties. Standpunt Jeugd en Onderwijs over deze bezuiniging: basistraining VVE is verantwoordelijkheid kinderopvang en onderwijs. Doen.
2. Overig scholingsaanbod Besparing: €25.300 Wanneer te realiseren: per 1 augustus 2026. Voor het scholingsaanbod schooljaar 20252026 zijn de afspraken al gemaakt. De uitvoeringskosten van 1 januari t/m 1 augustus 2026 zijn € 23.500. Risico’s: Als bezuinigd wordt op het scholingsbudget kwaliteitsinvestering, heeft dat direct gevolgen voor de kwaliteit van het aanbod voor het jonge kind en de inhoudelijke doorgaande lijn daarin. Een bepaald aantal VVE kinderen stroomt met een grotere achterstand het basisonderwijs in. Mogelijk uitval als gevolg. Standpunt Sine Limite over deze bezuiniging: niet doen, deze scholingen zijn niet wettelijk verplicht maar volgens ons en de kinderopvangorganisaties en scholen wel noodzakelijk voor de kwaliteit die we met elkaar in Deventer willen bieden. Het scholingsaanbod wordt per schooljaar vastgesteld, op basis van analyse van de vragen aan KDC-JK en signalen vanuit de gevoerde kwaliteitsdialogen en het aanbod sluit aan bij het Deventer 7
Kwaliteitskader Jonge Kind. Het blijft van belang om middelen beschikbaar te hebben voor de organisatie van bovenstaande, waarmee we stedelijk blijven investeren in ‘Deventer kwaliteit’ van het aanbod en daarmee het vergroten van kansen voor jonge kinderen. Juist nu we, samen met scholen en kinderopvang, een ‘Deventer kwaliteitskader jonge kind’ aan het ontwikkelen zijn. Standpunt Jeugd & Onderwijs over deze bezuiniging: met het beëindigen van deze subsidie gaat de kwaliteit van het aanbod achteruit. De kans is zeer groot dat kinderopvang en onderwijs deze scholingen niet over neemt. Niet doen.
3. Voorschoolse IB-inzet laten overnemen door pedagogisch coach/beleidsmedewerker. Besparing: € 56.250. Wanneer te realiseren: per 1 januari 2026. Risico’s: De inspectie geeft aan dat scholen geen uren mogen inzetten op de voorschool. Kinderopvang kan deze rol niet overnemen. Bij het wegvallen van de voorschoolse IB’inzet is er geen mogelijkheid geweest om een goede doorgaande lijn te creëren tussen voorschool en basisschool voor de zorgleerling. Te laat verdiept de school zich in wat de leerling nodig heeft. Voorschoolse IB-inzet is cruciaal in het creëren van een goede doorgaande lijn (speerpunt beleidsplan) en inclusiever onderwijs. Standpunt Sine Limite over deze bezuiniging: niet doen. In Deventer wordt de inhoudelijke doorgaande lijn tussen school en kinderopvang op verschillende manieren, passend bij de samenwerkingsvorm vormgegeven. Scholen kunnen deze tegemoetkoming alleen in overleg en in samenwerking met de kinderopvang aanvragen. Op deze wijze sluit de tegemoetkoming aan bij de vorm van samenwerking. In de Stuurgroep worden jaarlijks de criteria en eisen die ten grondslag liggen aan deze tegemoetkoming geactualiseerd. Standpunt Jeugd en Onderwijs over deze bezuiniging: niet doen. 4. Stoppen met de tegemoetkoming 90 adviestrajecten jonge kind (8 uur per traject). Besparing: € 32.400. Wanneer te realiseren: 1 januari 2026.
8
Risico’s: kinderopvang trekt minder vaak aan de bel bij het Kennis en Diensten Centrum VVE omdat de inspanning die het adviestraject van hen vraagt niet waargemaakt kan worden. Wanneer er wel aan de bel getrokken wordt is het risico dat kinderopvang niet alle inzet doet die nodig is. Standpunt Sine Limite over deze bezuiniging: niet doen. Via de tegemoetkoming stelt Sine Limite eisen aan wat de kinderopvang doet in het adviestraject (plan opstellen, handelingsadviezen uitvoeren, extra overleggen met ouders, collega’s, externen). Door deze tegemoetkoming en de eisen die gesteld worden aan de toekenning daarvan, wordt gewerkt aan hogere kwaliteit. Zonder de tegemoetkoming is de kans groot dat de kinderopvang deze verantwoordelijkheid niet kan nemen. Dit gaat ten koste van de ontwikkelkansen van jonge kinderen met extra ondersteuningsbehoeften. Standpunt Jeugd & Onderwijs over deze bezuiniging: niet doen.
5. Stoppen met tegemoetkoming voeren kwaliteitsdialoog. Besparing: € 25.540. Wanneer te realiseren: 1 januari 2026. Risico’s: er wordt geen dialoog gevoerd over de kwaliteit van de uitvoering waardoor deze kwaliteit niet naar een hoger niveau komt. Standpunt Sine Limite over deze bezuiniging: niet doen want de kwaliteitsdialoog staat nog in de kinderschoenen en het is nu nog te vroeg om deze verantwoordelijkheid over te dragen aan kinderopvang en onderwijs. Standpunt Jeugd & Onderwijs: niet doen.
9
Subsidie Kenniscentrum VVE De tweede subsidie die Sine Limite ontvangt is voor het Kennis en Diensten Centrum VVE. Deze subsidie is gekoppeld aan het beleidsplan Jonge Kind & VVE en wordt ingezet voor het geven van invulling aan de uitvoeringsregie op VVE. Met de inzet subsidie kenniscentrum VVE levert Sine Limite: •
Uitvoeringsregie VVE.
•
Kennis- en dienstencentrum Jonge Kind & VVE.
•
Preventieve logopedie.
•
Top Academie Deventer.
De opdracht voor het Kennis en Dienstencentrum Jonge Kind in 2025 is: 1. Sine Limite is een aanjager in het versterken van de kwaliteit en de samenwerking in de keten jonge kind. Hiervoor is nodig dat: a. Er betrokkenheid is bij de uitvoering d.m.v. de vragen die aan het loket worden gesteld. b. KDC-JK betrokken is bij het vormgeven van de kwaliteitsdialogen. c. KDC-JK geeft de ervaren grenzen van invloed aan per aanbieder of locatie en neemt dit mee in de kwaliteitsdialogen en dit komt terug in de rapportage. 2. Analyseert en evalueert de PAC-jonge kindvragen en geeft een terugkoppeling aan de betrokken pedagogisch coaches en brengt vervolgens de pedagogisch coach in stelling om de kwaliteit van het aanbod te verhogen. 3. Levert een bijdrage aan gelijke kansen, inclusievere kinderopvang en doorstroom naar thuisnabij onderwijs in de wijk voor élk kind. KDC- JK gaat, in nauwe samenwerking met de pedagogisch beleidsmedewerkers VE en op basis van signalen vanuit de kinderopvang én de analyses van de PAC-jonge kindvragen per wijk aan de slag met het organiseren van pilots inclusievere kinderopvang. Voor 2025 is € 605.000 subsidie afgegeven voor de volgende onderdelen: -
Uren voor eindverantwoordelijkheid en aansluiting KDC-JK, € 3.300.
-
Uren voor coördinatie, € 122.320.
-
Uren voor KDC-JK, € 284.000, met daarin de volgende onderdelen: o Loketfunctie voor vragen vanuit de kinderopvang. o Adviestrajecten jonge kind. o Scholing en Maatwerktrajecten jonge kind voor teams (rijke speelleeromgeving). o Aanspreekpunt per wijk voor kinderopvangorganisaties.
10
-
o Begeleiding kleuters die vanuit jeugdhulp onderwijs instromen. o Werkt samen met Sam&ko en Pactum in peuterplus groep Kikkers op Sam&ko Pebbles. Uren voor inzet kwaliteitsdialoog voor locaties die tot nu toe geen kwaliteitsdialoog hebben gevoerd, €28.500
-
Uren voor inzet preventief logopedist, €81.593
-
Top Academie Deventer, € 95.000.
Mogelijkheden voor bezuiniging subsidie Kenniscentrum VVE Op basis van de beschikbare informatie ziet Albert de volgende mogelijkheden voor bezuinigen:
1. Top Academie Deventer (TAD). Besparing: € 95.000. Wanneer te realiseren: per 1 januari 2026 € 45.000 korting, per 1 augustus 2026 subsidie stopzetten. Risico’s: de doelgroep TAD krijgt geen verlengde onderwijstijd meer terwijl dit wel nodig is om deze leerlingen zich te laten ontwikkelen naar hun mogelijkheden (begrijpend lezen). Standpunt Sine Limite over deze bezuiniging: is een mogelijkheid. TAD levert een belangrijke bijdrage aan het vergroten van onderwijskansen van kinderen die opgroeien een taalarme omgeving. TAD biedt voor deze kinderen extra ontwikkeltijd en een goede voorbereiding op het voortgezet onderwijs. Een dergelijke voorziening blijft nodig voor de doelgroep. Met schoolbesturen in gesprek of TAD een verantwoordelijkheid van onderwijs kan worden. Middelen gefaseerd afbouwen zodat doorontwikkeling TAD geborgd is. Standpunt Jeugd & Onderwijs over deze bezuiniging: doen omdat het een verantwoordelijkheid is van het onderwijs om deze voorziening voort te zetten.
2. Geen inzet meer medewerkers SL voor het voeren van de kwaliteitsdialoog. Besparing: €28.500. Wanneer te realiseren: 1 januari 2026. 11
Risico’s: groot want deze inzet is er juist voor de locaties die nog niet zelfstandig de kwaliteitsdialoog niet uit zichzelf voeren. De vraag is of eenmalig aanjagen genoeg is om de locaties daarna zelfstandig de dialoog te laten voeren. Kanttekening: op de locaties waar deze subsidie niet land wordt de kwaliteitsdialoog zonder subsidie gevoerd. Standpunt Sine Limite over deze bezuiniging: niet doen. De kwaliteitsdialoog is een waardevol instrument binnen de kwaliteitscyclus Jonge Kind en VVE. Het stelt scholen en kinderopvangorganisaties in staat om gezamenlijk te reflecteren op de kwaliteit van het aanbod en de samenwerking. Bovendien leveren deze dialogen waardevolle informatie op voor het evalueren en bijstellen van het stedelijk beleid. We streven ernaar dat alle kinderopvanglocaties en scholen deelnemen aan de (gezamenlijke) kwaliteitsdialoog. Standpunt Jeugd & Onderwijs over deze bezuiniging: niet doen.
12
Subsidie kinderopvang De kinderopvangaanbieders in Deventer ontvangen subsidie per kind op basis van het werkelijk geboden aanbod op basis van de verordening Kindregelingen. Hierin zijn een aantal tarieven opgenomen, te weten: •
Regulier kindcentrum € 10,71, gelijk aan het landelijk tarief voor kinderopvangtoeslag.
•
VVE kindcentrum € 13,11 gebaseerd op het MO-expert model en jaarlijks verhoogd met de gemeentelijke indexatie.
•
Pedagogisch beleidsmedewerker € 54,24 per uur, jaarlijks verhoogd met de gemeentelijke indexatie.
De tarieven hebben zich de afgelopen jaren als volgt ontwikkeld: Soort
2019
VVE VVE regulier en peuterspelen KOT landelijk
2020
2021
2022
2023
2024
2025
10,30 10,88 +5,6% 8,18 8,18 + 0%
10,88 + 0% 8,46 + 3,3%
11,12 + 2,2% 8,50 + 0,5%
11,73 + 5,5% 8,97 + 5,5%
12,69 + 8,2% 10,25 +14,3%
13,11 + 3,3% 10,71 + 4,5%
8,02
8,46 + 3,5%
8,50 + 0,5%
8,97 + 5,5%
10,25 + 14,3%
10,71 + 4,5%
8,17 + 1,9%
Toelichting: In 2020, 2022, 2023, 2024 en 2025 is gemeentelijke indexatie toegepast op VVE. Vanaf 2021 is besloten VVE regulier en peuterspelen gelijk te laten lopen met KOT landelijk. In 2021 is VVE niet geïndexeerd. De loonontwikkeling in de CAO kinderopvang tussen 1-1-2020 en 31-12-2024 is cumulatief + 20,9%. Uitgaande daarvan zou het VVE tarief 2025 volgens de CAO stijging moeten uitkomen op €13,50 (gemeente hanteert €13,11 en blijft daarmee dus achter). Dit zijn de CAO stijgingen die in die periode zijn doorgevoerd: 1-1-2020 tot 1 juli 2021 +5,5%. 1-7-2021 tot 31-12-2022 +2%. 1-1-2023 tot 30-6-2024 +11,9%. 1-7-2024 tot 31-12-2024 +1,5% 13
2025 n.n.b. De aanbieders ontvangen ook scholing en tegemoetkomingen vanuit de subsidie kwaliteitsinvestering VVE. De mogelijkheden voor bezuiniging zijn beschreven bij de subsidies aan Sine Limite. Mogelijkheden voor bezuiniging Op basis van de beschikbare informatie worden de volgende mogelijkheden voor bezuinigen gezien.
1. Tarieven VVE en PB-VE in 2026 niet te indexeren. Besparing: uitgaande van 4% indexatie bespaart dit op een subsidiebedrag van €2,5 miljoen € 100.000 structureel. Wanneer te realiseren: per 1 januari 2026. Risico’s: de kostprijs van VVE wordt niet gedekt waardoor aanbieders genoodzaakt zijn keuzes te maken. Deze keuzes kunnen het volgende inhouden: stoppen met het aanbieden van VVE, van ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag wordt een bijdrage gevraagd waardoor de drempel om deel te nemen wordt verhoogd. Het indexeren van de tarieven is een bevoegdheid van het college. Standpunt kinderopvang over deze bezuiniging: niet doen. Standpunt Jeugd & Onderwijs over deze bezuiniging: niet doen.
14
2. Minder uren VVE aanbieden. Besparing: € 615.500. Wettelijk verplicht is om 960 uur VVE aan te bieden tussen 2,5 en 4 jaar. Deventer beleid is dat VVE peuters tussen 2 en 4 jaar gedurende maximaal 46 weken maximaal 14 uur per week VVE mogen volgen. Dat is totaal 1288 uur. Bij een start op 2 jaar en 3 maanden wordt hier maximaal 161 uur per VVE kind op bespaart. In de praktijk start niet elk VVE kind op 2 jaar en niet voor 14 uur per week. Ook wordt met twee VVE groepen gerekend: met recht op Kinderopvangtoeslag (KOT) en zonder KOT. Meest recente cijfers zeggen 367 VVE peuters in aanbod met de volgende uren afname: ➢ 96 voor 14 uur per week met KOT x € 10,71. 3 maanden korter betekend een besparing van 161 uur x € 10,71 x 96 = € 165.000. ➢ 153 voor 14 uur per week zonder KOT x € 13,11. 161 uur x 13,11 x 153 = € 323.000. ➢ 51 voor 10,5 uur per week met KOT x € 10,71. 120,75 uur x 10,71 x 51 = € 66.000. ➢ 12 voor 10,5 uur per week zonder KOT x € 13,11. 120,75 uur x 13,11 x 12 = € 19.000. ➢ 1 voor 7 uur per week met KOT x € 10,71. 80,5 uur x 10,71 = € 1000. ➢ 27 voor 7 uur per week zonder KOT x € 13,11. 80,5 uur x 13,11 x 27 = € 28.500. ➢ 6 voor 3,5 uur per week met KOT x € 10,71. 40,25 uur x 10,71 x 6 = € 2.500. ➢ 20 voor 3,5 uur per week zonder KOT x € 13,11. 40,25 uur x 13,11 x 20 = € 10.500.
Wanneer te realiseren: per 1 januari 2026. Risico’s: VVE peuters hebben minder tijd om achterstanden in te lopen. Het aanpassen van het aantal uren VVE is vastgelegd in de verordening en vraagt een raadsbesluit voor aanpassing. Standpunt kinderopvang over deze bezuiniging: niet doen want kinderen met achterstanden krijgen minder tijd deze in te lopen. Standpunt Jeugd & Onderwijs over deze bezuiniging: niet doen omdat peuters dan minder tijd krijgen om achterstanden in de halen.
15
3. Versmalling doelgroepdefinitie door enkel te richten op een risico op taalachterstanden. Besparing: € 666.500. Op dit moment valt 19% van de peuters onder de VVE doelgroep. We hanteren een brede doelgroepdefinitie met achterstanden op taal, sociaal-medisch, sociaal-economisch, sociaal-cultureel, sociaal-emotioneel. Op basis van landelijke cijfers is de doelgroep taalachterstanden circa 15%. De overige doelgroep is naar schatting 4%. Wanneer te realiseren: per 1 januari 2026. Risico’s: minder kinderen met achterstanden of risico op achterstanden ontvangen VVE. Doelgroepdefinitie ligt vast de verordening en vraagt een raadsbesluit voor aanpassing. Standpunt kinderopvang over deze bezuiniging: niet doen want minder kinderen met achterstanden krijgen de kans deze in te lopen. Standpunt Jeugd & Onderwijs over deze bezuiniging: niet doen.
16
Subsidie TiNtaan Taalschool TiNtaan biedt een intensief taalonderwijs aan nieuwkomers in de leeftijd van 4 t/m 12 jaar, die de Nederlandse taal niet of nauwelijks beheersen en wonen in de gemeente Deventer. Kinderen volgen in de regel 1 jaar dit type onderwijs, eventueel kan de periode verlengd worden met een half jaar. Doel is dat elke leerling minimaal taalstadium 3 bereikt: taalgebruik om handelingen en activiteiten te verwoorden (de taalstadia staan verderop beschreven). In 2025 maken minimaal 180 leerlingen gebruik van de TiNtaan. 180 leerlingen is een minimum. Afgelopen jaren zijn de volgende leerlingaantallen gerealiseerd. Door voortdurende in- en uitstroom bezoeken meer dan 180 leerlingen TiNtaan. Jaar
Instroom
2020 2021 2022 2022 OEK
131 159 204 93
2023 2023 OEK
144 22
2024 2025 t/m 1 april
126
Uitstroom Totaal aantal leerlingen dat TiNtaan bezoekt/heeft bezocht 113 241 149 285 182 339 27 93 432 151 301 48 88 389 157 316
43
55
203
De doelgroep bestaat voor een 1/3 deel uit kinderen die wonen op het AZC Schalkhaar. Het is niet zeker dat deze kinderen in Nederland blijven. Dit geldt ook voor de Oekraïense leerlingen en de kinderen van arbeidsmigranten die niet op het AZC Schalkhaar wonen. Taalscholen komen niet in aanmerking om een eigen brinnummer toegekend te krijgen van het ministerie, omdat OCW ze ziet als een project. Dit ‘project’ loopt in Deventer al zo’n 30 jaar. De leerlingen van TiNtaan staan ingeschreven bij de Kleine Planeet (Stichting Zinder voor openbaar onderwijs). Het personeel dat bij TiNtaan werkt heeft een aanstelling bij Stichting Orthopedagogisch Instituut (SOI). In de praktijk functioneren TiNtaan en de Kleine Planeet als aparte scholen met eigen begrotingen. Er ligt een uitvoeringsovereenkomst aan ten grondslag uit 2011. Deze is herzien in 2019. Hierin is opgenomen dat de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor TiNtaan ligt bij het bestuur van Stichting Orthopedagogisch Instituut (SOI). 17
Op TiNtaan krijgen leerlingen les in groepen van gemiddeld 15 kinderen onder leiding van een leerkracht en een ondersteuner. TiNtaan ontvangt per leerling bekostiging van het Rijk. Daarnaast ontvangt TiNtaan aanvullende bekostiging van het Rijk voor ‘eerste opvang asielzoekerskinderen en overige vreemdelingen basisscholen’ en ‘aanvullende bekostiging onderwijs aan asielzoekers na het eerste jaar’. In totaal zijn de inkomsten van het Rijk in 2025 begroot op € 2.270.000. Daarnaast heeft de TiNtaan in 2025 € 719.000 projectsubsidie uit OAB ontvangen. Deze subsidie wordt ingezet als voorschot en bij de verantwoording van het jaar wordt de subsidie afgerekend (april 2026). Uitgaande van het organiseren van onderwijs voor 10 groepen vraagt dit gemiddeld jaarlijks € 500.000 budget uit OAB. Dit bedrag fluctueert echter enorm omdat de bekostiging van het Rijk gebaseerd wordt op de leerlingenaantallen van het jaar ervoor. In de verantwoording worden totale inkomsten en uitgaven naast elkaar gelegd. Het overschot wordt terugbetaald aan de gemeente. In het OAB-budget 2025 is rekening gehouden met € 410.000 netto subsidie aan de TiNtaan (dus dat er € 309.000 wordt terugbetaald). Het is nog onduidelijk of dat resultaat in 2025 wordt gehaald. Ter illustratie: in 2024 is er netto € 0 gefinancierd uit OAB, in 2023 is er netto € 631.252 gefinancierd uit OAB.
De OAB-subsidie wordt aangevraagd voor de onderdelen: -
Personeelskosten van de leraarondersteuners (10).
-
Huur en energiekosten van de helft van de lokalen (5 stuks).
-
Accountantskosten.
Personeelskosten van leraarondersteuners worden meegenomen in de subsidieaanvraag, omdat de leerlingen van TiNtaan een intensieve begeleiding nodig hebben om in relatief korte tijd (1 jaar) de basis van de Nederlandse taal en rekenen te leren, naast een stevige sociaal emotionele begeleiding. De helft van de lokalen wordt meegenomen in de subsidieaanvraag, omdat het Rijk financiert op basis van de basisschool met een gemiddelde klassendeler van 25 leerlingen. Omdat TiNtaan gemiddeld 15 leerlingen per groep heeft (vanwege de intensieve begeleiding), zijn er meer lokalen nodig. In overleg met de gemeente heeft TiNtaan geen reserves en worden ook geen reserves opgebouwd. Afspraak is dat er maximaal €250.000 reserves mogen zijn om kleine tegenvallers te kunnen opvangen. De rest wordt terugbetaald aan de gemeente, zoals hierboven beschreven.
18
Mogelijkheden voor bezuiniging Op basis van de beschikbare informatie worden de volgende mogelijkheden voor bezuinigen gezien. a. Geheel stoppen met de subsidie TiNtaan. Besparing: € 410.000. Wanneer te realiseren: per 1 januari 2026. Risico’s: het is vervolgens aan de TiNtaan en het basisonderwijs om keuzes te maken hoe het onderwijs in te richten met de beschikbare Rijksmiddelen en eventueel onderwijsgelden. Risico’s zijn dat de groepen groter worden en dat er minder begeleiding beschikbaar is. Standpunt TiNtaan over deze bezuiniging: niet doen want dit doet afbreuk aan de kwaliteit van onderwijs dat geleverd kan worden. Standpunt Jeugd & Onderwijs over deze bezuiniging: niet doen. Het Rijk is verantwoordelijk voor de financiering van het nieuwkomersonderwijs echter kan de TiNtaan daarvoor niet de gewenste kwaliteit leveren. Het financieren van onderwijspersoneel is geen verantwoordelijkheid van Onderwijsachterstandenbeleid maar met deze subsidie Dat met die financiering niet de gewenste kwaliteit geboden kan worden die de TiNtaan nastreeft en dat de bekostigingssystematiek een zeker risico met zich meebrengt (voorfinanciering) hoort niet bij de wettelijke verantwoordelijkheden van Onderwijsachterstandenbeleid.
b. De subsidie continueren en aanpassen op de volgende wijzen: a. Per groep met 2 leerlingen meer gaan werken, dus met een gemiddelde klassendeler van 15 naar 17 leerlingen per groep. Besparing: uitgaande van op jaarbasis een begroting van € 2.770.000 kost 1 groep € 277.000. Met deze bezuiniging is het maximaal mogelijk € 277.000 te besparen. Wanneer te realiseren: afscheid nemen van een leraar en een ondersteuner is alleen mogelijk zonder extra kosten, wanneer er sprake is van natuurlijk verloop. Indien er afscheid genomen moet worden van een personeelslid middels ontslag, dan kost dit minimaal de transitievergoeding en het betalen van de WW-uitkering, als die wordt aangevraagd door betrokken personeelslid. Alle personeelsleden van TiNtaan, Panta Rhei en Kennis-en Dienstencentrum van Sine Limite staan op de loonlijst van Stichting Orthopedagogisch 19
Instituut. Indien er sprake is van gedwongen ontslag zal er DGO gevoerd moeten worden, omdat SOI geen afvloeiingslijst heeft. Op TiNtaan wordt altijd al gewerkt met meer leerlingen in een groep, als dat gezien plaatsing noodzakelijk is. TiNtaan werkt niet met een wachtlijst, dus als er kinderen worden aangemeld worden ze geplaatst, ook als dat betekent dat het boven de gemiddelde klassendeler uitkomt. Zie bijgevoegd staatje met leerlingaantallen per groep. Het ophogen van de klassendeler gebeurt dus eigenlijk al voortdurend en is afhankelijk van de leeftijd van de leerlingen die instromen. Leerlingenaantallen per groep op verschillende data (rood is boven de 15 leerlingen): OB=onderbouw; MB=middenbouw; BB=bovenbouw Groep
1-4-2024
1-7-2024
1-10-2024
1-1-2025
1-4-2025
OB rood
19
18
13
17
14
OB blauw
18
17
13
15
13
OB geel
18
16
13
15
11
OB grijs
17
18
13
18
13
OB -MB bruin
15
16
12
12
14
MB Groen
17
16
13
19
16
MB Oranje
16
12
13
18
15
MB Zilver
14
14
11
12
16
BB Paars
16
14
12
18
16
BB Roze
15
10
14
12
14
Het is altijd afhankelijk van de leeftijd van de kinderen, in welke groep ze moeten instromen. Het is dus niet per definitie zo dat een hogere klassendeler ook een groep uitspaart. Als er structureel veel kinderen zijn boven het gemiddelde van 15 per groep dan wordt niet direct uitgebreid met een extra groep, maar vangt men het op met een tijdelijke extra leerkracht of ondersteuner. Dit is al een besparing op zich. Risico’s: Bij een nog hogere klassendeler krijgen de individuele leerlingen minder aandacht van de professional, hetgeen gevolgen kan hebben voor het taalniveau van de leerling. Daarnaast wordt de (administratieve) druk voor de leerkracht hoger. Standpunt TiNtaan over deze bezuiniging: Niet doen want dit levert geen besparing op, omdat er al op veel momenten met een hogere klassendeler wordt gewerkt, waardoor TiNtaan al zelf besparingen realiseert en dus geen 20
extra beroep hoeft te doen op de subsidie. Bij deze ingreep is de bezuiniging voor de gemeente enkel gebaseerd op de kosten van een leraarondersteuner. De subsidie wordt immers aangevraagd op leraarondersteuners en niet op leerkrachten. Bewust spreiden is niet mogelijk, omdat je voor de groepsindeling afhankelijk bent van de instroom in relatie tot de leeftijd, zie hierboven. Gezien bovenstaand staatje is het niet mogelijk om met een groep minder te werken, omdat de klassendeler dan veel te hoog wordt, tenzij TiNtaan met een wachtlijst gaat werken en de klassendeler op maximaal 17 kinderen zet. Een wachtlijst betekent in de meeste gevallen dat een kind pas geplaatst kan worden als er een tussentijds uitstroom moment is voor de leeftijd van het kind. In het gunstigste geval is dan plaatsing mogelijk na 13 weken (TiNtaan werkt met inhoudelijke perioden van 13 weken), of op moment dat een kind van betreffende leeftijd verhuist. Standpunt Jeugd & Onderwijs over deze bezuiniging: niet doen omdat het geen zekerheid is dat hiermee elk jaar minder leraarondersteuners ingezet worden.
c. Minder leraarondersteuners. Bijv. 1 per 2 groepen in plaats van 1 per groep. Besparing: circa € 205.000. Lokaalkosten worden niet bespaard, omdat het aantal groepen gelijk blijft. Wanneer te realiseren: per 1 januari 2026. Risico’s:
21
-
1 leraarondersteuner per 2 groepen betekent dat kinderen minder intensief onderwijs krijgen op het gebied van taal en rekenen en minder ondersteuning krijgen op sociaal-emotioneel gebied. De kans is zeer aannemelijk dat de kinderen langer dan 1 jaar moeten blijven op TiNtaan om aan de vereiste uitstroomtaalstadia te voldoen of met een lager taalniveau uitstromen naar de basisschool.
-
Op het moment dat kinderen niet langer op TiNtaan blijven dan 1 jaar, is het risico dat ze minder taalvaardig doorstromen naar het regulier basisonderwijs, hetgeen problemen gaat geven binnen het regulier basisonderwijs. Momenteel ervaren we in sommige gevallen de plaatsing op het regulier basisonderwijs al als moeizaam.
-
Verzwaring van werkdruk voor de overgebleven personeelsleden.
-
Als er minder ondersteuners zijn, kan er niet meer gewerkt worden in niveaugroepen op het niveau van de verschillende leerlingen. Dit betekent een forse
kwaliteitsvermindering en verzwaring van de taken van de leerkracht. Er zijn namelijk zeer grote niveauverschillen tussen de leerlingen. Sommige leerlingen zijn nog nooit of nauwelijks naar school geweest, bijvoorbeeld als gevolg van oorlogssituaties.
Standpunt TiNtaan over deze bezuiniging: Halveren van het aantal ondersteuners veronderstelt dat er nu sprake is van een luxe situatie en dat is, met deze kinderen, hun achtergrond en bagage en de opgave waar TiNtaan voor staat niet het geval. Deze optie heeft te grote gevolgen voor de kwaliteit van het onderwijs en voor wat het reguliere onderwijs daarna op te lossen heeft. Met minder leraarondersteuners kan er minder goed ingespeeld worden op de grote niveauverschillen tussen de leerlingen. Zo moet bijvoorbeeld een leerling die qua leeftijd in groep 7 hoort te zitten en nooit onderwijs heeft gehad, beginnen met het aanleren van schoolse vaardigheden en het voorbereidend lezen en rekenen. Dit vraagt extra begeleiding. Het kan ook tot gevolg hebben dat meer kinderen een verlenging op TiNtaan nodig hebben, waardoor weer langere wachttijden ontstaan OF leerlingen gaan (veel) minder taalvaardig of sociaal emotioneel zwakker naar een vervolgschool. Dit rijmt niet met het streven naar kansengelijkheid voor ieder kind. Voor wat betreft de onderbouw komt daar nog bij dat de 4-jarigen die op TiNtaan komen steeds minder zelfredzaam zijn en qua niveau vaak nog een peuter zijn. Dit vraagt meer begeleiding. Door deze bezuiniging komt de druk voor ruim 80% bij TiNtaan te liggen. Dat is een zeer onwenselijke en onevenredig zware bezuiniging.
Standpunt Jeugd & Onderwijs over deze bezuiniging: niet doen.
d. Afscheid nemen van personeel dat wordt ingezet voor ziektevervanging en kwaliteit verhogende werkzaamheden. TiNtaan is eigenrisicodrager voor ziektevervanging. Derhalve is er binnen de formatie rekening gehouden met personeel dat ziektevervanging doet. Deze medewerkers hebben andere taken voor de momenten dat er geen ziektevervanging nodig is. Deze taken betreffen o.a. kwaliteitsverhoging voor TiNtaan en expertisedeling voor reguliere basisscholen. De vergoeding hiervoor wordt op dit moment gedekt door de subsidie basisvaardigheden van 22
het Rijk. Op het moment dat deze subsidie stopt en er geen reguliere bekostiging voor terugkomt, zullen deze medewerkers weer als leerkracht voor de groep gaan. Met ingang van schooljaar 25-26 is als gevolg van natuurlijk verloop een besparing op inzet ziektevervanging: 1 ondersteuner voor 1 dag. Besparing 11.000 1 leerkracht voor 1 dag. Besparing 19.000 1 leerkracht voor 3 dagen. Besparing: 60.000 Besparing: totaal 90.000. Dit is al opgenomen in de meerjarenbegroting van 2025. Dit betekent dat de begroting 2026 met dit bedrag daalt.
Risico’s: Op het moment dat er geen personeel is om zieke personeelsleden te vervangen, betekent dit dat de kinderen thuis moeten blijven als de leerkracht ziek is of dat de leraarondersteuner de groep alleen draait, hetgeen kwaliteitsverlies betekent. Bij langdurige ziekte van een leerkracht of ondersteuner moet er personeel ingehuurd worden op tijdelijke basis, hetgeen duurder is en er is daardoor kwaliteitsverlies vanwege gebrek aan specifieke expertise.
Standpunt TiNtaan over deze bezuiniging: Op het moment dat alle mensen boven de formatie wegbezuinigd worden kan er geen ziektevervanging of vervanging voor studieverlof of kort verlof meer worden geboden, daardoor komen kinderen ongewenst vaker thuis te zitten voor 1 of enkele dagen. Doordat TiNtaan de leerlingen binnen 1 jaar klaar moet stomen voor doorstroming naar het regulier basisonderwijs is het zeer onwenselijk dat zij dagen onderwijs moeten missen als er ziekte is bij personeel. De inzet van expertisedeling binnen het regulier basisonderwijs is op dit moment harder nodig dan ooit. Basisscholen geven steeds vaker aan dat doorstroming naar regulier onderwijs een probleem is voor de basisscholen. Zij doen meer en meer een beroep op ondersteuning vanuit TiNtaan.
23
Standpunt Jeugd & Onderwijs over deze bezuiniging: niet doen.
e. Het kleuteronderwijs voor nieuwkomers in het reguliere onderwijs organiseren. Besparing: 4 kleutergroepen minder betekent: 4 fte leerkracht minder. Besparing 4x gemiddeld 98.431 = 393.724 4 fte leraarondersteuner minder. Besparing 4x gemiddeld 66.000 = 264.000 4 lokalen minder. Besparing 4x 8405 + 1625 = 40.120 Bruto besparing: 697.844 Uiteraard betekent deze bezuiniging ook dat er minder Rijksbijdragen zijn als er minder leerlingen zijn. Volgens de 1e regeling bekostiging 2025 is het bedrag per leerling voor BAO: € 6.471,39. Hetzelfde bedrag geldt voor 2026. Voor 60 leerlingen betekent dat 60 x €6.471,39= € 388.283,40 Netto besparing: € 309.000. Wanneer te realiseren: in overleg met het regulier basisonderwijs en afhankelijk van termijn dat afscheid of overgang van personeel. Op het moment dat de zittende kleuters uitfaseren en er geen nieuwe kleuters meer worden aangenomen bij TiNtaan, zijn er met ingang van zomer 2026 geen kleuters meer bij TiNtaan. Voor afvloeiing van personeel betekent bovenstaande dat er in anderhalf jaar afscheid genomen moet worden van personeel in vaste dient. Hiertoe moet DGO gevoerd worden met de vakbonden. In geval van onmiddellijk afscheid van alle kleuters en bijbehorend personeel zal ook met de vakbonden DGO gevoerd moeten worden.
En zal intensief overleg met het regulier basisonderwijs nodig zijn om alle kleuters op een basisschool te kunnen plaatsen. Risico’s: Dit betreft een forse ingreep met grote gevolgen voor het hele primair onderwijs. Basisscholen zijn op dit moment waarschijnlijk niet klaar om deze hoeveelheid kleuters binnen hun reguliere scholen op te vangen. Met het regulier onderwijs is hier nog niet over gesproken. Risico’s voor de kinderen zijn dat ze in grotere groepen geplaatst worden, waarbij minder specifieke aandacht is voor de ontwikkeling van de Nederlandse taal. De 24
reguliere basisschool biedt echter een rijkere taal-leeromgeving die een grote positieve invloed kan hebben op de ontwikkeling van deze kinderen. Zie ook Kleuters - LOWAN Standpunt TiNtaan over deze bezuiniging: scholen zijn nog niet klaar om deze hoeveelheid kleuters op te vangen. Standpunt Jeugd & Onderwijs over deze bezuiniging: doen en hiervoor met het regulier onderwijs en de TiNtaan afspraken maken. Op het moment dat de gemeente geen subsidie meer verleent aan de TiNtaan is er ook geen sturingsinstrument meer. Het onderwijs beslist dan hoe ze het nieuwkomersonderwijs inrichten.
f. Taakstelling en de TiNtaan een plan laten uitwerken. Besparing: € 235.000. Wanneer te realiseren: per 1 januari 2026. Risico’s: grotere groepen en/of minder begeleiding in het onderwijs aan nieuwkomers. Standpunt TiNtaan over deze bezuiniging: niet doen want dit doet afbreuk aan de kwaliteit van onderwijs dat geleverd kan worden. Standpunt Jeugd & Onderwijs over deze bezuiniging: een goede mogelijkheid omdat daarmee de TiNtaan zelf gaat over hoe men met minder budget het onderwijs inricht.
25
Subsidie VVE toeleiders Afspraken over VVE doelgroep en toeleiding In het convenant Jonge Kind & VVE 2023-2026 liggen de volgende afspraken vast: VVE In Deventer bieden partijen jonge kinderen tussen 2 en 13 jaar met een risico op (taal)achterstanden kansen om zich tijdens de kinderopvangperiode en de gehele schoolloopbaan optimaal te kunnen ontwikkelen. Risico op achterstand kan op één of meer van de volgende gebieden optreden: •
Taalachterstand.
•
Sociaal-medisch.
•
Sociaal-economisch.
•
Sociaal-cultureel.
•
Sociaal-emotioneel.
Signalering en afgifte VVE-toekenning • Jeugdgezondheidszorg GGD volgt groei- en (taalspraak)ontwikkeling van alle kinderen in Deventer en heeft hierbij oog voor dreigende taal- en ontwikkelingsachterstanden. • De VVE-toekenning wordt door de jeugdgezondheidszorg GGD geïndiceerd en afgegeven aan ouders. • Kinderopvang bespreekt signalen (mogelijke risico’s op dreigende taal- en ontwikkelingsachterstanden en risicofactoren) met ouders en verwijst ouders door of neemt zelf, met toestemming van ouders, contact op met de jeugdgezondheidszorg (bijlage GGD). • De GGD (jeugdgezondheidszorg) zet – indien nodig en met toestemming van ouders – VVE-toeleiders van Raster welzijn in om kinderen en hun ouders naar de kinderopvangorganisatie van hun keuze toe te leiden. • Indien nodig organiseert GGD voorafgaand aan plaatsing en in overleg met ouders een warme overdracht gesprek met ouders en kinderopvang. • Naar aanleiding van een VVE-toekenning, worden in het kader van de wederkerigheid afspraken gemaakt met ouders over hun inzet en betrokkenheid (van ouders) die gericht is op het voorkomen of verminderen van achterstanden bij het kind (bv. deelname aan een ouderprogramma of cursus). 26
• Kinderopvangorganisaties en/of VVE-toeleiders ondersteunen, indien nodig, ouders bij invulling van de wederkerigheid. • Indien nodig organiseert jeugdgezondheidszorg GGD voorafgaand aan plaatsing en in overleg met ouders een kennismakingsgesprek met ouders en kinderopvang om samen te zorgen voor een succesvolle start op de kinderopvang.
Subsidies aan GGD en Raster Welzijn Voor de hierboven genoemde taken ontvangt de GGD subsidie vanuit de inwonersbijdrage. Vanuit OAB ontvangt Raster Welzijn € 129.000 subsidie voor de VVE toeleiders.
Mogelijkheden voor bezuiniging
1. Stoppen met de toeleiders VVE. Besparing: 129.000. Wanneer te realiseren: per 1 januari 2026. Er zijn een aantal risico’s: -
De toeleiders zien de meest kwetsbare gezinnen. De deelname aan VVE zakt van circa 90% naar circa 50% waardoor 40% van de VVE kinderen pas op de basisschool gaat werken aan het inlopen van de achterstanden.
-
Bij 220 gezinnen met kinderen in de leeftijd van 0-4 jaar komt geen welzijsmedewerker meer thuis. Deze ‘blik achter de voordeur’ levert veel op: ingewikkeldheden in het opgroeien van kinderen worden gezien en belegd bij partijen die de gezinnen kunnen ondersteunen o.a. rond armoedeproblematieken, netwerk versterken van deze gezinnen.
-
Lagere participatie en grotere ongelijkheid.
-
Wederkerigheid bij deze gezinnen, waar van toepassing wordt niet besproken waardoor minder ouders aan wederkerigheid gaan doen.
Standpunt GGD en Raster Welzijn: JGZ en toeleiders vanuit welzijn functioneren vanuit hun eigen expertise. Het beleggen van indiceren en toeleiden bij één partij om daarmee budget te besparen gaat niet werken. Om het doel (alle VVE kinderen laten deelnemen aan VVE) te bereiken is samenwerking tussen JGZ en welzijn essentieel. 27
Standpunt Jeugd & Onderwijs: niet doen.
28
Bijlage 1: stadia taalontwikkeling Voor Stadia taalontwikkeling: n.a.v. LOWAN, aangevuld vanuit diverse bronnen. Stadium
Kenmerken
1 Veilig voelen, sociale plek in de groep, wennen aan de 2e taal. Deze fase wordt meestal ingeleid door de stille periode. Deze periode (die enkele dagen tot maanden kan duren) is het kind bezig met luisteren naar en het in zich opnemen van klanken, intonatie, woorden en zinspatronen. Het is belangrijk dat het kind hier tijd voor krijgt en niet te snel gedwongen wordt om de 2e taal te spreken. Het gaat in deze fase om wennen, routines leren kennen en receptief taalgebruik van het kind.
2 Taalgebruik om situaties aan te kunnen.
3 Taalgebruik om handelingen en activiteiten te verwoorden (Minimumdoel voor doorstroom naar reguliere school)
29
Stadium 1: De gewenningsfase In dit stadium leert het kind wennen aan de (Nederlandse) school en aan de klanken van onze taal. In dit stadium moet een kind de kans krijgen om zich veilig en beschermd te voelen, zodat het kan openstaan voor alles wat op hem of haar afkomt. De volgende signalen geven aan dat het kind gaat wennen aan de school: Signalen voor aangepast gedrag: • Kijkt met belangstelling naar wat andere kinderen doen; • Gezichtsuitdrukking verraadt, dat het met anderen meeleeft; • Doet, wat andere kinderen doen, eventueel nog op zichzelf; • Praat in zichzelf in eerste taal ter begeleiding van activiteiten; • Accepteert routines en regels van de groep, volgt voorbeeld van andere kinderen op, bijvoorbeeld bij opruimen, naar buiten gaan, etc. Signalen voor ontvankelijkheid voor tweede taal: • Het kind begrijpt misschien een paar woorden Nederlands. • Gebruikt gebaren tegen de leerkracht; • Begint te reageren op eenvoudige aanwijzingen in het Nederlands: “Kom eens hier”, “Ga eens zitten”. • Zegt dingen na, als “Hallo”, “Dank je wel”; • Begint “nee” te zeggen om zich te verweren. • De actieve woordenschat is: 0 Stadium 2: De redzaamheidfase Van passief luisteraar wordt het kind nu iemand die zelf ook contacten wil kunnen leggen. Het kind heeft nu taal nodig om zichzelf te redden in de situatie van de groep. Het moet kunnen vragen om dingen die het nodig heeft.
Het moet weten, hoe je via taal aandacht van anderen kunt krijgen. Voor al deze doeleinden zal het kind een minimum aan woordenschat en taalvormen moeten hebben. Signalen voor zelfredzaamheidstaal: • Kan mensen, dieren, dingen en activiteiten om hem heen benoemen; •
Vraagt om namen van dingen en mensen als die het niet weet;
•
Maakt behoeften door middel van taal kenbaar;
•
Gebruikt ook taal om zich te beschermen en te verdedigen;
•
Kan eenvoudige beschrijvingen in concrete situaties geven.
•
Het kind maakt zinnen van ongeveer drie woorden, met fouten. Bijvoorbeeld: Man komen. Meisje bal. Man banaan weggooien. Meisje vallen. Bal weg.
•
De actieve woordenschat is: 1-1000.
Stadium 3: De omgangstaalfase Meedoen vraagt, dat het kind zelf een bijdrage kan leveren tot het gebeuren en het gesprek daarover. Daarvoor moet je kunnen inspelen op de situatie en kunnen reageren op nieuwe ontwikkelingen in de spel- of leersituatie. Dat vraagt meer dan je kunnen redden. Signalen voor omgangstaal: • Kan activiteiten van zichzelf en anderen benoemen;
• • • • • • •
4 Taalgebruik voor veelzijdige communicatie (Streefdoel)
Kan activiteiten van andere kinderen sturen en reageren op aanwijzingen van andere kinderen; Kan voorkeur en afkeur uitdrukken; Kan vooruitlopen op eigen of andermans handelingen; Kan praten over dingen die in het onmiddellijke verleden gebeurd zijn. Het kind kan zinnen maken tot zes woorden, met fouten in de woordvolgorde. Bijvoorbeeld: Ik ziek. Ga naar ziekenhuis. Dokter geven pillen. De pillen is goed voor mij. Maar ik maandag nog naar ziekenhuis gaan. Het kind maakt iets meer gebruik van lidwoorden, voorzetsels, werkwoordvervoegingen, e.d., maar nog niet foutloos. De actieve woordenschat is: 1000-1500.
Aan het eind van stadium 3 is het kind meestal zover dat het mee kan doen aan allerlei activiteiten in de groep. Stadium 4: De leertaalperiode Het Nederlands dat het meertalige kind nu verworven heeft is de taal die vooral geschikt is voor het deelnemen aan omgangssituaties in het dagelijks leven. Deze taal is niet hetzelfde als de taal die gebruikt wordt voor het afstand nemen van de concreetheid, voor het praten over dingen uit het verleden of de toekomst, voor redeneren, voorspellen en voorstellen. Voor deze functies is leertaal nodig. Signalen voor leertaal: • Kan hoeveelheidaspecten in situaties beschrijven; • Kan kwalitatieve aspecten, o.a. kleuren, in situaties beschrijven; • Kan vergelijkingen onder woorden brengen; • Kan volgorde in een procesverloop beschrijven; • Kan oorzaak-gevolgrelaties onder woorden brengen; • Kan gebeurtenissen in de toekomst onder woorden brengen. • Het kind maakt langere zinnen, met fouten. Bijvoorbeeld: Het man gaat lopen. En dan het meisje loopt met het ballen. En dan hij gaat weggooien bananending. Hij gaat vallen op banaan. Het ballon vliegt weg de lucht. • Lidwoorden, voorzetsels en werkwoordvervoegingen komen steeds meer voor. • Woordvorming (enkelvoud/meervoud eindigend op -en, werkwoord tijden) wordt gebruikt, maar veel fouten. • De actieve woordenschat is: 1500-2500.
Aan het einde van stadium 4 zullen ook de vormaspecten van de taal verder ontwikkeld zijn. De taal van de tweede-taalverwerver zal nu veel meer lijken op Standaardnederlands, hoewel er nog veel afwijkingen zullen bestaan. Signalen hiervoor zijn: • Het kind kan lange zinnen maken en maakt hierin weinig fouten. Bijvoorbeeld: Een man loopt op straat. En dan ging-ie een banaan eten, om dikker te worden. En toen gooide-ie de schil op straat. En toen valde dat meisje toen ze op de banaan stapte. Het ballon vliegde weg de lucht in. • Woordvorming blijft moeilijk en gaat gepaard met veel fouten. • De actieve woordenschat is: 2500-3500.
30
Bijlage 2: ingezonden brief TiNtaan Slotpleidooi TiNtaan vindt de landelijke bezuinigingen op onderwijsachterstandenbeleid een enorme aderlating in het kader van kansengelijkheid en het belang van goed onderwijs voor deze doelgroep. TiNtaan heeft dit onderwerp op 21 maart jl. aangekaart in een gesprek met staatssecretaris Marielle Paul en aandacht gevraagd om dit wederom in politiek den Haag onder de aandacht te brengen. TiNtaan heeft lichtelijk begrip voor het feit dat de gemeente Deventer deze bezuinigingen door moet voeren, geen begrip voor het feit dat de gemeente Deventer deze bezuinigingen door wil voeren bij deze kwetsbare groep kinderen en TiNtaan heeft er geen begrip voor wanneer deze bezuinigingen totaal ten koste gaan van de subsidie voor TiNtaan. TiNtaan is al ruim 30 jaar een begrip in Deventer voor de opvang van kinderen die niet of nauwelijks Nederlands spreken. TiNtaan is al die tijd de betrouwbare partner geweest in het onderwijs aan deze kinderen. TiNtaan staat altijd klaar als de gemeente Deventer een beroep doet op TiNtaan om op korte termijn voor een grote groep kinderen onderwijs te realiseren (denk aan de Syrische kinderen in het recente verleden en de Oekraïense kinderen 3 jaar geleden). De gemeente Deventer heeft in samenspraak met de schoolbesturen in Deventer het onderwijs aan nieuwkomers belegd bij TiNtaan.
Wij geven met hart en ziel kwalitatief goed onderwijs aan deze specifieke en kwetsbare doelgroep leerlingen. TiNtaan is een landelijk voorbeeld van nieuwkomersonderwijs. Bezuinigingen op de subsidie aan TiNtaan treft de meest kwetsbare leerlingen. Deze leerlingen hebben juist extra ondersteuning nodig om gelijke kansen te krijgen in het onderwijs. Bezuinigingen zouden kunnen leiden tot grotere kansenongelijkheid, wat de onderwijsresultaten op middellange termijn verder zou kunnen verslechteren. Nieuwkomers hebben specifiek taalonderwijs nodig om in het kader van kansengelijkheid en goede integratie in de maatschappij op een goede manier binnen het regulier basisonderwijs hun schoolcarrière te kunnen vervolgen. In de beleidsstukken van de gemeente (Deventer Veilige Haven) wordt juist taal genoemd als een van de meest belangrijke pijlers voor goede integratie.
31
TiNtaan heeft veel expertise op het gebied van onderwijs aan nieuwkomers, zowel op het gebied van taalonderwijs als op het gebied van sociaal emotionele ontwikkeling voor deze doelgroep. Aangezien inclusief onderwijs nog in de kinderschoenen staat, zijn reguliere basisscholen nog niet zover om deze kinderen te bieden wat zij nodig hebben op het gebied van taalonderwijs en sociaal- emotionele ontwikkeling. Hierin hebben ze nog veel expertise van TiNtaan nodig. Juist voor jonge (basisschool)kinderen is het nodig om in een kleine setting en in veiligheid de basis van de Nederlandse taal te leren en te leren hoe het is om in Nederland te zijn. Slechtere onderwijskansen voor kinderen met een achterstand kunnen leiden tot lagere prestaties, hogere uitval, en een grotere kans op werkloosheid of armoede op volwassen leeftijd. Dit kan op lange termijn de kosten voor de samenleving (bijvoorbeeld voor de ondersteuning of uitval in onderwijs) verhogen. TiNtaan pleit derhalve voor de landelijke bezuinigingen in Deventer niet door te voeren bij deze kwetsbare groep leerlingen. Indien er toch wordt gekozen om de bezuinigingen door te zetten dan pleiten wij voor een evenredige verdeling van de bezuiniging over alle partners die subsidie ontvangen vanuit onderwijsachterstandenbeleid.
Uit de Staat van het onderwijs 2025 hieronder 2 citaten: Uitdagingen voor onderwijs aan nieuwkomers Rond nieuwkomersonderwijs constateert de inspectie veel uitdagingen. De instroom van nieuwkomers in het gespecialiseerd onderwijs groeit, en de doorstroom en toenemende verhuisbewegingen zijn punten van zorg. LOWAN en de PO-Raad delen deze zorgen: het risico bestaat dat deze kwetsbare kinderen buiten beeld dreigen te raken. Ook steunen wij de oproep om het onderwijs aan nieuwkomers op duurzame en kwalitatieve wijze vorm te geven. Hierbij is regionale samenwerking noodzakelijk. “Het is goed dat de inspectie hier zoveel aandacht voor vraagt. Er gaan nu onnodig veel tijd, expertise en financiële middelen verloren. In de praktijk zien we locaties gesloten worden om vervolgens weer te heropenen. Nieuwkomersvoorzieningen moeten zo ingericht worden dat er makkelijk op- en afgeschaald kan worden mét behoud van expertise.” aldus Weima.”
32
33