Technisch advies BenW op inbreng fractie Deventer Sociaal nav Raadstafel NRD 12-2-2025
Tekst van het document
Reactie op de inbreng van de fractie Deventer Sociaal op de Notitie Reikwijdte en Detail (NRD:) Wij merken uit de reactie van Deventer Sociaal op dat op punten de samenhang wordt gemist tussen de doelen boven de tabellen en de tabellen zelf. Sommige van de doelen zijn inderdaad moeilijk meetbaar. Bij de uitwerking van de scenario's in het koersdocument worden de maatregelen concreter. Deze worden in de alternatieven in het OER doorgerekend. Deze maatregelen worden getoetst aan de indicatoren en sluiten daar beter bij aan. We kiezen daarbij de indicator die het beste bij een doel past. Dat is een nuance die niet expliciet in de NRD staat, maar er voor de uitwerking in het OER wel is. Een OER of MER moet altijd qua detailniveau aansluiten bij het plan of besluit dat het toetst. De aard van een omgevingsvisie is dat op een vrij hoog abstractieniveau vanuit de doelen en opgaven waar we voor staan, middels scenario’s toegewerkt wordt naar een gebalanceerd toekomstbeeld voor onze gemeente. Dat geldt ook voor het OER en de NRD die daar als onderzoeksplan aan ten grondslag ligt. We hebben met een OER gekozen voor een verbrede aanpak voor onze omgevingsvisie dan wat gebruikelijk is in het wettelijk vereiste plan-MER, die alleen toeziet op de meer klassieke milieuthema’s. Die verbrede aanpak is niet onuitputtelijk en suggereert geen absolute volledigheid.
Dat zou ook niet in verhouding zijn tot het doel en abstractieniveau van de omgevingsvisie. De ene indicator is meer ruimtelijk relevant dan de andere. Dat geldt bijvoorbeeld voor de meer sociale thema’s. Gezien het detailniveau wordt er in het OER daarom gewerkt met kansen op positieve effecten, dan wel risico’s op negatieve effecten. Of negatieve of positieve effecten daadwerkelijk gaan plaatsvinden is afhankelijk van verdere uitwerking van het beleid in bv omgevingsplannen. De beoordeling van kansen en risico’s is de interpretatie op basis van expert judgement door het onderzoeksbureau in het OER zelf, welke u als raad ook ter vaststelling krijgt aangeboden. De inbreng van Deventer Sociaal bevat interessante vragen, waarvan we met het onderzoeksbureau hebben afgestemd of hier elementen tussen zitten waar bij de effectbeoordeling in het OER rekening mee gehouden kan worden. Nog onderzocht moet worden wat hiervan de consequenties zijn voor capaciteit en planning: o
o o
Met betrekking tot bereikbaarheid; 30 minuten is de standaard voor de meeste bereikbaarheidsdoelen (zoals richting werk of school). Het onderzoeksbureau hanteert bij de uitwerking ook wel 10 of 15 minuten (pantoffelafstand) waarden voor bijvoorbeeld reizen naar supermarkten waar een afstand van 30 minuten te lang is voor een goede bereikbaarheid; De sociale component van een veilige leefomgeving is onderdeel van de indicator welzijn; Het meten van aantal maatschappelijke initiatieven is geen goede kwantitatieve indicator, omdat dit moeilijk te vergelijken is met een meetlat voor een beoordeling. Wel is het mogelijk om dit uit te breiden met specifiekere indicatoren die de klimaat ‘prestatie’ van individuele sectoren meegeeft, zoals die van de gebouwde omgeving of van mobiliteit;
o
o
o
Biodiversiteit wordt verder gemeten met de genoemde indicatoren op plaatselijk niveau. Meer detail hierover zal verschijnen in het OER. We kunnen in afstemming met de (gemeentelijk) ecoloog nagaan in hoeverre een indicator ‘plaagsoorten’ uitgewerkt kan worden in het OER; Met betrekking tot de opmerking over de indicator sociaal economische status (SES); Deze is inderdaad breder en zou ook betrokken kunnen worden bij andere thema’s. Welke voor de Deventer situatie het beste toepasbaar is, zal bij de uitwerking van het OER moeten blijken en zal dan eventueel verplaatst kunnen worden; Naar aan leiding van de vraag met betrekking tot de indicator leefbaarheid; We zullen nagaan of wijken benoemd kunnen worden bij het versterken van de leefbaarheid. Dit is afhankelijk of hier voldoende data beschikbaar is uit bijvoorbeeld ‘Staat van Deventer’ of de landelijke wijkmonitor. Datzelfde geldt voor een indicator over mantelzorg.