Rapport ‘Een Antidiscriminatie-voorziening moet slagkracht hebben’
Tekst van het document
Movisie •
63
Vraag 3: Hoe zou het meldproces beter ingericht kunnen worden vanuit het oogpunt van de empowerment, veiligheid, gezondheid en gevoel van rechtvaardigheid van de gedupeerden? Empowerment Gediscrimineerd worden is voor veel gedupeerden geen incident maar een terugkerende ervaring in hun leven. Volgens de literatuur hebben gedupeerden van discriminatie vijf dingen nodig om zich weerbaar of empowered te kunnen voelen. Het gaat om (1) zelfvertrouwen, (2) een positieve identiteit als persoon van een minderheidsgroep, (3) reflectievermogen, (4) een gevoel van zelfcontrole of zelfregie en (5) sociale vaardigheden om met anderen en (conflict)situaties om te kunnen gaan. In de interviews en focusgroepen met gedupeerden zien we twee aspecten hiervan duidelijk terugkomen. Namelijk (2) een positieve identiteit als persoon van een minderheidsgroep en (4) een gevoel van zelfcontrole of zelfregie. Allereerst gaat het om een positieve (etnische/ seksuele etc.) identiteit (2). Om te komen tot een positieve identiteit kan contact met mensen in eenzelfde positie helpen, zo is bekend uit de literatuur. Dit is ook precies waar veel gedupeerden behoefte aan hebben. Ze willen zich graag kunnen herkennen in klachtbehandelaars en zij vinden ervaringsdeskundigheid binnen een ADV erg belangrijk.
Door de experts wordt dit minder belangrijk gevonden maar juist die ervaringsdeskundigheid is voor de gedupeerden belangrijk. Zo noemen verschillende gedupeerden dat zij zich kunnen voorstellen dat een ADV hen in contact brengt met mensen die vergelijkbare ervaringen hebben gehad als henzelf. Gedupeerden voelen zich sterker door het contact met ervaringsdeskundigen en die ervaringsdeskundigheid kan dus vorm krijgen doordat klachtbehandelaars die ervaringsdeskundigheid hebben maar ook doordat de klachtbehandelaar hen in contact brengt met andere ervaringsdeskundigen. Kortom; ADV’s zouden een sleutelrol kunnen vervullen in dat mensen uit chronisch gediscrimineerde groepen leren van elkaar hoe omgaat met discriminatie. Ten tweede gaat om een gevoel van controle en zelfregie (4). Gedupeerden benadrukken dat zij op de hoogte willen blijven van het proces bij een ADV. Ze willen duidelijk een gevoel van controle hierover ervaren. Dit inzicht in het proces zullen veel ADV’s al doen (want in het huidige protocol staat al dat dit moet gebeuren), maar vraagt dus nog wel aandacht omdat daarmee het gevoel van vertrouwen van de gedupeerde vergroot kan worden. Dit is belangrijk vanuit het oogpunt van empowerment. Gedupeerden hebben ook de wens dat drempel naar het ADV lager wordt.
Zo vinden verschillende gedupeerden - maar ook experts - dat ADV’s meer zichtbaar zouden moeten zijn in de gemeenschappen die chronisch gediscrimineerd wordt zodat de drempel lager wordt om binnen te stappen bij een ADV. Dit sluit aan bij de eerdere resultaten van de pilots over moslimdiscriminatie van het ministerie van SZW. Gedupeerden vinden daarnaast ook dat ADV’s niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk toegankelijker moeten worden; je moet makkelijk melding kunnen doen als je niet volledig Nederlands spreekt, als je dyslexie hebt, als je niet makkelijk telefoongesprekken voert etc. Gezondheid Uit de literatuur komt naar voren dat discriminatie de gezondheid van gedupeerden ernstig aantast. Een goede copingsstrategieën voor het omgaan met discriminatie is daarom belangrijk zijn. De gedupeerden die we hebben gesproken in dit onderzoek geven vaak ook aan dat zij op zoek zijn naar hulp hierbij. Ze willen bijvoorbeeld graag dat er samengewerkt wordt het sociaal werk. Dit zorgt ervoor dat zij makkelijk hulpverlening kunnen ontvangen vanuit iemand met (ervarings)kennis op het gebied van discriminatie. Een doorverwijzing naar de hulpverlening moet al onderdeel zijn van de werkwijzen van ADV’s, maar mogelijk is dat nog bij een deel van de ADV’s een verbeterpunt.
Movisie •
64
Ook willen gedupeerden graag empathie vanuit de klachtbehandelaar bij het doen van hun verhaal. In de huidige situatie staat in het protocol van de ADV’s dat behandelaars van klachten vooral ‘onpartijdig’ moeten luisteren. Gedupeerden willen vaak niet meteen in gesprek over het wel of niet te bewijzen is maar vooral eerst begrip voor hun lastige situatie. Veiligheid en bescherming Gedupeerden zijn vaak bang voor repercussies vanuit de pleger, ofwel ‘wraakacties’. Ze zijn bang dat ze bijvoorbeeld hun baan verliezen als ze een melding maken van discriminatie of dat ze een onvoldoende krijgen van hun docent als ze de discriminatie van die docent melden. De meeste experts vinden dat gedupeerden beschermd moeten worden tegen wraakacties als gevolg van het aankaarten van discriminatie. De gedupeerden zelf willen ook die bescherming. Maar uit de literatuur blijkt dat die bescherming (anders dan in bijvoorbeeld de Verenigde Staten) er nu nog niet is in Nederland en ook niet in ontwikkeling is. Uit dit onderzoek vloeit dus de logische aanbeveling voort om te onderzoeken of wetgeving ontwikkelt kan worden om mensen die gediscrimineerd zijn door een instantie beter te beschermen wanneer zij melding maken van deze de instantie. Ook lijkt het raadzaam om na te gaan of het mogelijk is het bescherming bieden tegen wraakacties.
Door dit,samen met ketenpartners, een standaard onderdeel te maken van het protocol van de ADV’s. Deze samenwerking is nodig om te zorgen dat er echt iets verandert aan de situatie van de gedupeerde. Gevoel van rechtvaardigheid Gedupeerden willen graag dat melden zorgt voor consequenties voor de pleger. Dat hoeft niet altijd in strafrechtelijke zin maar wel in de zin dat de pleger ‘er iets van merkt’. Een bindend oordeel benoemen verschillende gedupeerden als een goed plan. Ze willen graag dat als er een oordeel wordt uitgesproken, dat dit oordeel niet vrijblijvend is. Een (krappe) meerderheid van de experts dat dit bindende oordeel het beste uitgesproken door het College van de Rechten van de Mens. Omdat gedupeerden tegelijkertijd ook erg bang zijn voor represailles vanuit de pleger, is het ervoor zorgen dat de pleger wordt aangesproken maar tegelijkertijd de gedupeerden beschermen, een complexe maar belangrijke uitdaging voor de toekomst. Wat de rol zou moeten zijn van het ADV in het strafrechtelijke proces is dus nog niet helemaal duidelijk maar experts zijn het grotendeels over eens dat ADV’s standaard aan zouden moeten sluiten bij de ZSM-tafels. Deze tafels houden in dat politie, Openbaar Ministerie (OM), Reclassering, Raad voor de Kinderbescherming, Halt en Slachtofferhulp samenkomen om als ketenpartners zaken als diefstal, vandalisme of bedreiging direct af te handelen.
De ADV zou dit deel kunnen nemen aan dit overleg als het gaat om discriminatie. Vraag 4: Hoe zou het meldproces ingericht kunnen worden zodat gedupeerden, maar ook omstanders (meer) ervaren dat hun melding daadwerkelijk bijdraagt aan de aanpak van het incident of soortgelijke incidenten? Gedupeerden willen dat ADV’s slagkracht krijgen om echt hun situatie – samen met ketenpartners- te veranderen. De experts denken dat die slagkracht verbeterd kan worden door ADV’s een meer coördinerende taak te geven in de aanpak van discriminatie. De ADV zou onder meer overzicht kunnen houden op de verschillende taken in een discriminatiezaak die opgepakt moeten worden. Daarnaar kunnen zij ervoor zorgen dat de ketenpartners onderling afstemmen en dat iedere discriminatiezaak wordt opgepakt en overal de veiligheid van de gedupeerde wordt gewaarborgd. De belangrijke ketenpartners zijn volgens de experts met name het sociaal werk en zelforganisaties.
Movisie •
65
Gedupeerden willen niet alleen dat hun situatie verandert maar ook die van anderen zoals zij zelf. Dat sluit aan bij de ideeën van de experts om steviger in te zetten op preventie. Wanneer de experts mogen kiezen waar de financiële middelen naar toe gaan dan komt preventie bovenaan. In de preventie gaat het volgens de experts allereerst om een uitvoerende taak; dus ADV’s die zelf een preventieaanbod ontwikkelen. Ook willen de meeste experts dat een ADV de taak moet krijgen om een onafhankelijk onderzoek in te stellen om na te gaan of het type/de vorm van discriminatie die gemeld is voor de gedupeerde (het risico heeft) om vaker voor te komen. De ADV’s krijgen op deze manier dus een meer actieve rol; ze gaan niet alleen reageren als discriminatie voorkomt, maar ondervangen ook dat het (nog meer) voorkomt. Gedupeerden voegen hier het idee aan toe van een soort ‘keurmerk’ die uitgedeeld wordt door ADV’s aan organisaties (zoals werkgevers, scholen, zorginstellingen). Dit zijn ADV's die goed reageren op discriminatieklachten of een goede aanpak hiervoor hebben. Hierop aansluitend; zowel de experts als de gedupeerden willen dat institutionele vormen van discriminatie beter worden tegengegaan door ADV’s. Zo zou een ADV na een klacht ten aanzien van een organisatie, een preventief aanbod moeten doen aan de betreffende organisatie waar de klacht over ging.
Preventie en klachtbehandeling worden dus veel meer aan elkaar gekoppeld en zijn niet meer losstaande taken. Maar deze taak hoort volgens de experts ook bij andere partners thuis. Zo zouden diverse inspecties (bijvoorbeeld de Inspectie voor de Gezondheidszorg, de Inspectie voor het Onderwijs) hier beter op kunnen controleren. En de overheid en gelieerde organisatie en de organisaties die zij subsidiëren zouden verantwoordingmoeten afleggen hoe zij institutionele discriminatie voorkomen. Naast dat een ADV nieuwe taken op zich moet nemen, moeten daarnaast een aantal bestaande taken (nog) beter worden uitgevoerd. Het gaat dan met name om de herkenbaarheid en zichtbaarheid van deADV die verbetert kan worden zodat zo veel mogelijk gedupeerden daadwerkelijk een melding van discriminatie maken. Praktische invulling van het meldproces Vergeleken met de huidige werkwijze zoals vastgelegd in de het landelijke protocol zijn er dus concreet de volgende verbeterpunten: - Minder nadruk op het aanleveren van bewijsmateriaal; gedupeerden hebben dit immers vaak niet. Ook wanneer er duidelijk bewijsmateriaal is moet het helder zijn dat een ADV een gedupeerde kan helpen. - Niet standaard de opdracht aan klachtbehandelaars om vanuit onpartijdige positie te luisteren naar het verhaal van de melder, maar juist om een betrokken en empathisch gesprek te voeren.
Het gaat dus om de mogelijkheid dat een klachtbehandelaar aan de kant staat van de gedupeerde met die persoon meedenkt en hoe diens situatie verbeterd kan worden. Mocht er de vraag zijn om vast te stellen of er discriminatie is, dan zou eventueel een andere medewerker dit op kunnen pakken en de zaak onpartijdig in beeld kunnen brengen. -Nu is er de optie of melden of een klachtenprocedure waarbij een onderzoek is met ‘hoor en wederhoor’. Daarentegen willen veel gedupeerden de mogelijkheid voor het zoeken naar een oplossing voor hun situatie. Bijvoorbeeld door een ‘gewoon’ gesprek tussen de melder en de instantie en/ of persoon waar de melding betrekking op heeft. Bemiddeling en luisteren naar elkaars visies en zoeken naar oplossingen staat dan voorop in plaats van een onderzoek of de discriminatie wel of niet heeft plaats gevonden. - Onderdeel van het proces is een ketenoverleg met de partners om na te gaan hoe de situatie van de melder verbeterd kan worden en de veiligheid van de gedupeerde gewaarborgd kan worden. In die zin zou een ADV dan meer gaan werken als Veilig Thuis. Deze organisatie werkt onder meer aan een
Movisie •
66
veiligheidsplan om te zorgen dat gedupeerden (van in dat geval huiselijk geweld) veilig zijn (zie hier meer info over hoe Veilig Thuis werkt). Een ADV zou op vergelijkbare wijze zorg kunnen dragen voor een veiligheidsplan die zorgt dat de gedupeerde veilig is: dat deze niet wordt ontslagen, niet wordt belaagd door de buren, niet wordt gestraft door de docent etc. Een ADV zou hierin nauw kunnen samenwerken met ketenpartners. - Als er wel een onderzoek wordt gestart naar of de discriminatie wel of niet heeft plaats gevonden, dan zouden gedupeerden graag zien dat hier een bindend oordeel uit voorkomt. Experts zien hierin met name de taak voor het College van de Rechten van de Mens. - Onderdeel van het protocol zou standaard moeten zijn dat er gekeken wordt hoe soortgelijke situaties voorkomen kunnen worden; wat kan er gedaan worden aan preventie? - In het protocol zou staan dat gedupeerden worden gewezen op de diverse mogelijkheden voor hulp vanuit ervaringsdeskundigen.Eventueel zou een ADV zelf ook een aanbod hebben voor gedupeerden om met elkaar in contact te komen en elkaar te ondersteunen. - De onafhankelijkheid van het ADV van de overheid zou mogelijk standaard en explicieter gecommuniceerd kunnen worden aan de gedupeerden om te voorkomen dat gedupeerden het ADV beschouwen als een ‘verlengstuk van de overheid’.
Vraag 5: Wat hebben antidiscriminatiebureaus nodig om het meldproces in te richten op de bovenstaande manieren en hier ook brede bekendheid aan te geven? Als ADV’s dit alles zouden gaan doen wat hierboven beschreven staat dan betekent dit een grote verandering. Het landelijke protocol moet dan flink aangepast worden zoals hierboven beschreven staat. Dat betekent dat de werkwijze in de praktijk ook flink gaat veranderen. Een ‘hoor en wederhoor’ proces waarbij een ADV medewerker een onafhankelijke positie inneemt, komt minder voorop te staan. In plaats daarvan is een klachtbehandelaar iemand die juist positie kiest en naast de gedupeerde gaat staan. De klachtbehandelaar gaat met de gedupeerde mee nadenken hoe de situatie van de gedupeerde verbeterd kan worden. Met het oog op ‘empowerment’ van de gedupeerde worden hierbij ook ervaringsdeskundigen betrokken. Mocht later nog een ‘hoor en wederhoor’ proces gewenst zijn, dan kan dit mogelijk door een andere collega of zelfs andere instantie (zoals het College van de Rechten van de Mens) worden gedaan. Het ADV van de toekomst heeft ook echte slagkracht nodig. Daarvoor is een uitbreiding van hun wettelijke bevoegdheden nodig.
Nu heeft een ADV bijvoorbeeld niet de bevoegdheid om andere instanties (denk bijvoorbeeld aan sociale wijkteams, scholen, politie en jongerenwerk) te wijzen op hun taken en een coördinerende rol op zich te nemen in acute situaties van discriminatie en de veiligheid van de gedupeerde te waarborgen. Wanneer de empowerment, gezondheid, veiligheid en gevoel van rechtvaardigheid van het slachtoffer voorop komt te staan, moet een ADV dus bevoegdheid krijgen om in een ketensamenwerking hiervoor te zorgen. Ook de preventietaak is nu nog niet wettelijk verankerd. Dit lijkt wenselijk gezien de behoeften van gedupeerden om niet alleen hun eigen situatie maar ook de situatie van mensen in een vergelijkbare positie te verbeteren. Om de ADV van de toekomst te verwezenlijken zoals in deze conclusie is geschetst, zijn er verschillende randvoorwaarden nodig. Er is meer budget nodig en er zouden minder regionale verschillen moeten zijn in taken en kwaliteit van de antidiscriminatiebureaus, aldus de meeste experts. Ook zou het budget dat gemeenten krijgen voor de aanpak van discriminatie geoormerkt moeten zijn. Dat biedt mogelijk ook een oplossing voor de wens van de experts om de ADV financieel onafhankelijker te maken van de gemeente.
Movisie •
67
Nu is het immers zo dat een ADV afhankelijk is van een gemeente hoeveel budget zij krijgen en of zij bijvoorbeeld ook kunnen gaan inzetten op niet-wettelijk verplichte taken, zoals preventie. Ook zou er meer expertise nodig zijn bij een deel van de ADV’s; meer kennis over de juridische mogelijkheden, een effectieve aanpak van discriminatie en kennis omtrent hoe je kennis en vaardigheden over hoe je (samen met ketenpartners) zorgt dat een gedupeerde zich weer veilig voelt na een antidiscriminatie-incident. Uit dit onderzoek komt ook naar voren dat gedupeerden zich vaak willen herkennen in klachtbehandelaars; meer klachtbehandelaars die dus ervaringsdeskundige zijn op verschillende vormen van discriminatie. Ook meer expertise over hoe je gedupeerden in contact brengen met zelforganisaties/ ervaringsdeskundige lijkt zinvol wanneer we kijken naar de wensen van de gedupeerden. Om te zorgen dat ADV’s hun taken goed uitvoeren vinden de meeste experts monitoring en kwaliteitseisen erg belangrijk. De voornaamste manier om dat te doen is volgens de experts om een tevredenheidsonderzoek te doen onder de gedupeerden of via praktijktesten.
Om tegemoet te komen aan de empowerment, gezondheid, veiligheid en gevoel van rechtvaardigheid van gedupeerden moet er het volgende veranderd worden aan… de wet
het landelijke protocol
handelen klachtbehandelaren
• de bevoegdheid om ketenpartners te wijzen op hun taak en aanpak te coördineren • preventie als taak • deskundigheid bij klachtbehandelaren vereist over hoe je empowerment van gedupeerden kan faciliteren, hun veiligheid en gezondheid kan waarborgen en gevoel van rechtvaardigheid kan versterken
• Minder nadruk op het aanleveren van bewijsmateriaal • Niet standaard opdracht aan klachtbehandelaars om ‘onpartijdig’ te luisteren maar juist om een betrokken en empathisch gesprek te voeren • Gedupeerden worden gewezen op mogelijkheden voor hulp; in het bijzonder vanuit ervaringsdeskundigen • Meer nadruk op bemiddelingsgespreken • Ketenoverleg met de partners om na te gaan hoe de situatie van de gedupeerde verbeterd kan worden en de veiligheid van de gedupeerde gewaarborgd kan worden. Veiligheidsplan opstellen met ketenpartners. • Als er wel een onderzoek wordt gestart dan een bindend oordeel (taak mogelijk voor College van de rechten van de mens) • Standaard kijken naar hoe soortgelijke situaties voorkomen kunnen worden; wat kan er gedaan worden aan preventie? • De onafhankelijkheid van het ADV van de overheid explicieter communiceren
• Niet direct vragen naar bewijslast • Naast de gedupeerde gaan staan vanuit het uitgangspunt ‘Geloof slachtoffers’ • Empathisch luisteren naar verhaal gedupeerde; partij kiezen voor gedupeerde • Eigen ervaringsdeskundigheid inzetten indien aanwezig of doorverwijzen naar ervaringsdeskundigen • Mogelijkheden bemiddeling verkennen • Ketenpartners opzoeken en aanspreken op hun taken; gezamenlijk veiligheidsplan maken • Expliciet maken dat je geen verlengstuk bent van de overheid • Meldingen bundelen en van daaruit preventie aanbod ontwikkelen
Movisie •
68
BRONNEN Andriessen, I., Dijkhof, J. H., Van der Torre, A., & Putters, K. (2020). Ervaren discriminatie in Nederland II. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Antidiscriminatievoorziening Limburg. (2018). Onderzoek Klanttevredenheid 2017. ADV Limburg. Artikel 1 Midden-Nederland. (z.d.). Art. 1 MN Protocol Klachtbehandeling. https://cdn.goserver.nl/art1middennederland.nl/doc/ProtocolKlachtbehandeling_1925480949.pdf Barr, S. M., Budge, S. L., & Adelson, J. L. (2016). Transgender community belongingness as a mediator between strength of transgender identity and well-being. Journal of counseling psychology, 63(1), 87. Black, D. (1976). The behavior of law. Academic Press. Bodensteiner, I. E. (2011). The Risk of Complaining-Retaliation. JC & UL, 38, 1. Boeije H. & Bleijenbergh, I. (2019). Analyseren in kwalitatief onderzoek: denken en doen. Amsterdam: Uitgeverij Boom. Branscombe, N. R., Schmitt, M. T., & Harvey, R. D. (1999). Perceiving pervasive discrimination among African Americans: Implications for group identification and well-being. Journal of personality and social psychology, 77(1), 135. Broekroelofs, R. & Poerwoatmodjo, J. (2021). De stilte voorbij. Verkenning over ervaring van discriminatie tijdens de Covid-19 pandemie onder Nederlanders met een Oost-Aziatische achtergrond. Utrecht: Kennisplatform Integratie en Samenleving. Brondolo, E., Gallo, L.
C., & Myers, H. F. (2009). Race, racism and health: disparities, mechanisms, and interventions. Journal of behavioral medicine, 32(1), 1-8. Bryant-Davis, T., & Ocampo, C. (2005). Racist incident–based trauma. The Counseling Psychologist, 33(4), 479-500. Burns, M. N., Kamen, C., Lehman, K. A., & Beach, S. R. (2012). Minority stress and attributions for discriminatory events predict social anxiety in gay men. Cognitive therapy and research, 36(1), 25-35. Chaudoir, S. R., Wang, K., & Pachankis, J. E. (2017). What reduces sexual minority stress? A review of the intervention “toolkit”. Journal of Social Issues, 73(3), 586-617. De Wit, N. & Fiere, B. (2021). Openlijk Joods maar niet altijd. Een kwalitatief onderzoek naar ervaren antisemitisme en veiligheidsbeleving onder Joodse inwoners van Rotterdam en nabije omgeving. Rotterdam: IDEM Rotterdam. Eccleston, C. P., & Major, B. N. (2006). Attributions to discrimination and self-esteem: The role of group identification and appraisals. Group Processes & Intergroup Relations, 9(2), 147-162. Ens, A. (2016). Discriminatie melden bij de politie? Een onderzoek naar de meldingsbereidheid van slachtoffers van moslimdiscriminatie. Nationale Politie. Every, D., & Perry, R. (2014). The relationship between perceived religious discrimination and self‐esteem for Muslim Australians. Australian Journal of Psychology, 66(4), 241-248.
Face2face project. (2015, 10 juni). Aanbevelingen Slotbijeenkomst Face2face. Face2face. Feinstein, B. A., & Dyar, C. (2017). Bisexuality, minority stress, and health. Current sexual health reports, 9(1), 42-49. Felten, H., Schuyf, J. & Van Hoof. J. (2012). Zoenen is gevaarlijk: Onderzoek naar geweld tegen lesbische vrouwen. Utrecht: Movisie. Fredriksen-Goldsen, K. I., & Kim, H. J. (2017). The science of conducting research with LGBT older adultsan introduction to aging with pride: National health, aging, and sexuality/gender study (NHAS). The Gerontologist, 57(suppl_1), 1-14.
Movisie •
69
Goudriaan, H. (2006). Reporting crime: Effects of social context on the decision of victims to notify the police. Leiden: Universiteit Leiden. Goudriaan, H., Nieuwbeerta, P., & Wittebrood, K. (2005). Overzicht van onderzoek naar determinanten van aangifte doen bij de politie. Theorieën, empirische bevindingen, tekortkomingen en aanbevelingen. Tijdschrift Voor Veiligheid En Veiligheidszorg, 4(1), 27–48. Greenberg, M.S., & Ruback, R.B. (1992). After the crime: victim decision making. New York: Plenum Press. Hatzenbuehler, M. L., & Pachankis, J. E. (2016). Stigma and minority stress as social determinants of health among lesbian, gay, bisexual, and transgender youth: Research evidence and clinical implications. Pediatric Clinics, 63(6), 985-997. Ikram, M. U. Z. (2016). Social determinants of ethnic minority health in Europe. [Thesis, fully internal, Universiteit van Amsterdam]. Kaiser, C. R., & Major, B. (2006). A social psychological perspective on perceiving and reporting discrimination. Law & Social Inquiry, 31(4), 801-830. Kaiser, C. & Miller, C. (2001). Stop complaining! The social costs of making attributions to discrimination. Personality and Social Psychology Bulletin, 27(2), 254-263. King, N., & Horrocks, C. (2010). Interviews in qualitative research. London: Sage. Major, B., Quinton, W. J., & McCoy, S. K. (2002).
Antecedents and consequences of attributions to discrimination: Theoretical and empirical advances. In Advances in experimental social psychology, 34, 251330. McClelland, S. I., Rubin, J. D., & Bauermeister, J. A. (2016). Adapting to injustice: Young bisexual women’s interpretations of microaggressions. Psychology of Women Quarterly, 40(4), 532-550. Ménard, K.S. (2003). Sexual victimization reporting: The effects of individual and county factors on victims’ decision to report to the police. The Pennsylvania State University. Meijer, R., De Winter-Koçak, S., & Cadat-Lampe, M. (2018). Weerbaar tegen discriminatie. Utrecht: Kennisplatform Integratie en Samenleving. MiND. (z.d.). Over MiND. Meldpunt internet discriminatie. Geraadpleegd op 30 maart 2022, van MiND | meldpunt internet discriminatie (mindnederland.nl) Mohr, J. J., & Kendra, M. S. (2011). Revision and extension of a multidimensional measure of sexual minority identity: the Lesbian, Gay, and Bisexual Identity Scale. Journal of counseling psychology, 58(2), 234. 1. Movisie (2022) Handreiking lokaal antidiscriminatiebeleid voor gemeenten. Den Haag: Ministerie Binnenlandse Zaken en Koningrijkrelaties Neblett Jr., E. W., Rivas‐Drake, D., & Umaña‐Taylor, A. J. (2012). The promise of racial and ethnic protective factors in promoting ethnic minority youth development. Child development perspectives, 6(3), 295-303. Nelson, J.
K., Dunn, K. M., & Paradies, Y. (2011). Bystander anti‐racism: A review of the literature. Analyses of Social Issues and Public Policy, 11(1), 263-284. Noor, S. (2016). Van kwetsbaar naar weerbaar tegen ervaren discriminatie en uitsluiting. Wat is weerbaarheid en hoe worden jongeren met een migratieachtergrond weerbaar? Utrecht: Kennisplatform Integratie en Samenleving. NOS (2020) Slachtoffers misdrijven willen meer privacy, angst voor wraak daders Geraadpleegd op 121202-22 van https://nos.nl/artikel/2323532-slachtoffers-misdrijven-willen-meer-privacy-angst-voor-wraakdaders Omlo, J. (2014). Copingstrategieën bij ervaringen van discriminatie. Een verkennende literatuurstudie. Den Haag: Ministerie van Sociale Zaken.
Movisie •
70
Overheid.nl. (z.d.). Beleidsnotitie Invoering Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen in AlphenChaam. Overheid.nl. Geraadpleegd op 16 maart, van Beleidsnotitie Invoering Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen in Alphen-Chaam (overheid.nl) Overheid.nl. (z.d.). Besluit gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen. Overheid.nl. Geraadpleegd op 16 maart, van wetten.nl - Regeling - Besluit gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen - BWBR0026353 (overheid.nl) Overheid.nl. (z.d.). Verordening Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen. Overheid.nl. Geraadpleegd op 16 maart, van Verordening Wet Gemeentelijke Antidiscriminatievoorzieningen (overheid.nl) Pittman, D. M., Cho Kim, S., Hunter, C. D., & Obasi, E. M. (2017). The role of minority stress in secondgeneration Black emerging adult college students’ high-risk drinking behaviors. Cultural diversity and ethnic minority psychology, 23(3), 445. Riccucci, N. M., Van Ryzin, G. G., & Jackson, K. (2018). Representative bureaucracy, race, and policing: A survey experiment. Journal of Public Administration Research and Theory, 28(4), 506-518. Riggle, E. D., Whitman, J. S., Olson, A., Rostosky, S. S., & Strong, S. (2008). The positive aspects of being a lesbian or gay man. Professional psychology: Research and practice, 39(2), 210. Rijksoverheid.nl. (2020, 1 september).
Evaluatie van de normeringssystematiek Gemeente en Provinciefonds 2015-2020. Rijksoverheid. Geraadpleegd op 15 december, van Evaluatie van de normeringssystematiek Gemeentefonds en Provinciefonds 2015 – 2020 | Rapport | Rijksoverheid.nl Phinney, J. S., Romero, I., Nava, M., & Huang, D. (2001). The role of language, parents, and peers in ethnic identity among adolescents in immigrant families. Journal of youth and Adolescence, 30(2), 135-153. Ramos, M. R., Cassidy, C., Reicher, S., & Haslam, S. A. (2012). A longitudinal investigation of the rejection– identification hypothesis. British Journal of Social Psychology, 51(4), 642-660. Scott Jr., L. D., & House, L. E. (2005). Relationship of distress and perceived control to coping with perceived racial discrimination among black youth. Journal of Black Psychology, 31(3), 254-272. Seidler, Y., Van Leeuwen, R., Koster, L. A. J., Van San, M. R. P. J. R. S., Van Wensveen, P., & Jorna, P. (2020). Monitor Sociale Inclusie (meting 4). Derde vervolgmeting naar de woon- en leefomstandigheden Roma en Sinti in Nederland. Rotterdam: Risbo BV/Erasmus Universiteit Rotterdam. Singh, A. A. (2013). Transgender youth of color and resilience: Negotiating oppression and finding support. Sex Roles, 68(11-12), 690-702. Singh, A. A., & McKleroy, V. S. (2011).
“Just Getting Out of Bed Is a Revolutionary Act” The Resilience of Transgender People of Color Who Have Survived Traumatic Life Events. Traumatology, 17(2), 34-44. Skogan, W. G. (1976). Citizens reporting of crime: Some national panel data. Criminology, 13(4), 535–549. Smit, W., Klaver, J., & Krop, M. (2017). Onderzoek naar de werking van de advs in de praktijk. Amsterdam: Regioplan. Schmitt, M. T., Branscombe, N. R., Postmes, T., & Garcia, A. (2014). The consequences of perceived discrimination for psychological well-being: a meta-analytic review. Psychological bulletin, 140(4), 921. Stangor, C., Swim, J. K., Van Allen, K. L., & Sechrist, G. B. (2002). Reporting discrimination in public and private contexts. Journal of personality and social psychology, 82(1), 69. Steenssens, K., & Van Regenmortel, T. (2007). Empowerment barometer. Procesevaluatie van empowerment in buurtgebonden activeringsprojecten. Leuven: HIVA. Struik, P., Litjens, B., De Jong, J., & Rouw, M. (2012). Evaluatie van de Wga. Partners+Pröpper. Sue, D. W., Alsaidi, S., Awad, M. N., Glaeser, E., Calle, C. Z., & Mendez, N. (2019). Disarming racial microaggressions: Microintervention strategies for targets, White allies, and bystanders. American Psychologist, 74(1), 128.
Movisie •
71
Sue, D. W., Capodilupo, C. M., Torino, G. C., Bucceri, J. M., Holder, A., Nadal, K. L., & Esquilin, M. (2007). Racial microaggressions in everyday life: implications for clinical practice. American psychologist, 62(4), 271. Terhune, C. P. (2008). Coping in isolation: The experiences of Black women in White communities. Journal of Black Studies, 38(4), 547-564. Tyler, T. R., & Bies, R. J. (2015). Beyond formal procedures: The interpersonal context of procedural justice. In Applied social psychology and organizational settings, 77-98. Tweede Kamer der Staten-Generaal. (z.d.). Regels met betrekking tot voorzieningen op gemeentelijk niveau voor de behandeling en registratie van klachten over discriminatie (Wet gemeentelijke antidiscriminatievoorzieningen) [Memorie van toelichting]. Geraadpleegd van kst117959.2s.pdf (officielebekendmakingen.nl) Van Bon, S., Fiere, B., & de Wit, N. (2021). Discriminatiecijfers in 2020. Art.1. Van Hinsberg, A., Verloove, J., El Moussaoui, S., Beek, van G. (2018). Evaluatie discriminatie-meldwijzer voor jongeren. Utrecht: Kennisplatform Integratie en Samenleving. Van Husen, G., Bos, H., & Cremer, S. (2012). Minderheidsstress bij homoseksuele, lesbische en biseksuele Amsterdammers. Tijdschrift voor Seksuologie, 36(4), 250-258. Van Regenmortel, T. (2008). Zwanger van empowerment. Een uitdagend kader voor sociale inclusie en moderne zorg.
Van Regenmortel, T. (2012). Lexicon van empowerment. Vakblad Sociaal Werk, 2(13), 15-18. Vijlbrief. A., De Wit. N, & Fiere, B. (2021). Ervaren discriminatie onder moslima's op de Rotterdamse arbeidsmarkt. Rotterdam: IDEM Rotterdam. Walz, G. (2020). Hoe krijgen ADV’s een sterkere rol bij aangifte en vervolging van discriminatie? Verkenning voor het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Verwonderzoek. Walz, G., Briels, B., & Felten, H. (2017). Lokaal antidiscriminatiebeleid. Het perspectief van Nederlandse gemeenten. Utrecht: Movisie. Walz. G & Fiere, B. (2022) Discriminatiecijfers in 2021. Een rapport over registraties van discriminatieincidenten door de politie, en meldingen bij antidiscriminatievoorzieningen en andere organisaties in Nederland. Den Haag/Rotterdam: Art.1. Wei, M., Ku, T. Y., Russell, D. W., Mallinckrodt, B., & Liao, K. Y. H. (2008). Moderating effects of three coping strategies and self-esteem on perceived discrimination and depressive symptoms: A minority stress model for Asian international students. Journal of Counseling Psychology, 55(4), 451. Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. (2017). Weten is nog geen doen: Een realistisch perspectief op redzaamheid. Den Haag: WRR Wolf, M., Sandford, N., & Van Loon, D. (2022). Resultaten van de proeftuin moslimdiscriminatie melden. Amsterdam: Kennisland.
Movisie •
72