Raadsmededeling Herijking reclamebeleid 10-07-2025
Tekst van het document
RAADSMEDEDELING Onderwerp Nummer Team
Herijking Reclamebeleid – vervolgstappen na consulterende raadstafel 2025-314 Wethouder Wijnhoud, Portefeuillehouder DEV-RE-RO 8-07-2025 Datum
Inleiding Op 12 februari jl. besprak uw raad tijdens een consulterende raadstafel de gewenste aanpassing en herijking van het reclame- en uitstallingenbeleid. Aanleiding hiervoor was uw motie van 27 maart 2024. Het college heeft aan de hand van deze motie een aantal vragen en adviezen geformuleerd die uw raad tijdens de raadstafel heeft besproken. In de voorliggende raadsmededeling geeft het college aan hoe we uw inbreng en reacties vertalen in de herijking van het reclame- en uitstallingenbeleid en eventuele andere (beleid- en regelgevende-) instrumenten. Het college heeft de uitkomsten van de recente uitspraak van de voorzieningenrechter over het verbod op fossiele reclame in de gemeente Den Haag afgewacht en betrokken in deze raadsmededeling.
Kader • Reclame- en uitstallingenbeleid (raadsbesluit 18 november 2015) • Motie “Herijking reclame- en uitstallingenbeleid” (27 maart 2024) • Motie “Alcoholmarketing” (24 januari 2024) • Raadsmededeling “Aanbesteding reclameconcessies” (20 februari 2024) • Raadsmededeling “Consultatie van de gemeenteraad over de herijking van het reclame- en uitstallingenbeleid, nummer 2024-1042 • Algemeen plaatselijke verordening Deventer / verordening fysieke leefomgeving • Welstandsnota • Omgevingsplan • Raadsbesluit uitvoering adviezen burgerberaad klimaat 2024, advies 5.4 (26 februari 2025) Kern van de boodschap Uw raad heeft tijdens de consulterende raadstafel richtingen meegegeven aan het college voor de door u gewenste herijking van het reclamebeleid. U heeft dat gedaan aan de hand van adviezen van het college. We hebben over het algemeen breed draagvlak geconstateerd voor de adviezen van het college. Het college wil u met deze raadsmededeling graag nader toelichten op welke wijze dit vertaald wordt in de herijking van het reclame- en uitstallingenbeleid. Nadere toelichting Onderstaand gaan we aan de hand van de door uw raad gegeven reactie op de raadsmededeling in op de wijze waarop het college het reclame- en uitstallingenbeleid wil herijken / herzien: •
Vraag 1a: Ligt de focus voor uw raad met name op reclame-uitingen in de openbare ruimte? We hebben tijdens de consultatie geconstateerd dat uw raad de nadruk legt op de reclameuitingen in de openbare ruimte: Op abri’s, billboards en lichtbakken / verwijzingsborden aan lichtmasten en reclamemasten in de openbare ruimte. Hiervoor worden nu met name middels privaatrechtelijke overeenkomsten met concessiehouders randvoorwaarden voor geformuleerd. Daarnaast zal de herijking ook betrekking hebben op de ‘private’ beeldschermen, zoals geformuleerd bij vragen 2a en 2b. Tijdens de consultatie werd ook aandacht gevraagd voor uitstallingen in de openbare ruimte. Het college ziet vooralsnog geen aanleiding om de regels ten aanzien van uitstallingen zoals die geformuleerd zijn in het omgevingsplan, stringenter te maken. Dit omdat de regels hiervoor al stringent zijn geformuleerd en toe zien op de uitstraling, (beperkte) omvang en toegankelijkheid / vrije doorgang van de openbare ruimte. Het college vindt het ook belangrijk dat ondernemers de mogelijkheid hebben om uiting te kunnen geven aan hun activiteiten, dit belang is door meerdere fracties uitgesproken tijdens de raadstafel.
•
Vraag 1b: Kunt u zich vinden in het advies van het college om striktere regels voor toepassing van beeldschermen (onder andere met betrekking tot lichtsterkte en hoeveelheid schermen binnen een gebied)? We hebben breed draagvlak geconstateerd voor het advies van het college om de striktere regels te hanteren voor schermen, onder andere op basis van de richtlijnen van de NSVV (Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde, richtlijnen Lichthinder 2020). Dit wordt opgenomen in het reclame- en uitstallingenbeleid. •
Vraag 2a: Kunt u zich vinden in het advies van het college om de gebieden waar ‘private’ beeldschermen (aan gebouwen) onder voorwaarden zijn toegestaan in te perken en/of striktere voorwaarden voor de toepassing van schermen te formuleren? Het college heeft geadviseerd om transformatiegebieden zoals het Havenkwartier en het ROTO gebied uit te sluiten van de gebieden waar nu op basis van het huidige beleid (op of aan gebouwen op bedrijventerreinen) schermen mogelijk zijn. Hiervoor hebben we breed draagvlak geconstateerd. Ook willen we de vraag vanuit uw raad hierbij betrekken om de omvang van dergelijke schermen te beperken en kaders voor lichtsterkte en effecten op (verkeers)veiligheid opnemen. •
Vraag 2b: Kunt u zich vinden in het formuleren van stringentere regels voor inpandige beeldschermen in (winkel)panden? We willen op basis van de consultatie een goede balans zoeken tussen het voorkomen van hinder voor de omgeving en het bieden van ruimte voor ondernemers, vanuit uw raad werd dit belang ook benadrukt. In de praktijk blijken dergelijke schermen met name in het zogenaamde kernwinkelgebied voor te komen, bij een beperkt aantal winkels / ondernemingen. We willen vanuit het principe ‘het voorkomen van hinder’ en ‘het bieden van ruimte voor ondernemerschap’ de beleidsregels voor TV-schermen aanvullen met een verwijzing naar de richtlijnen van de NSVV. Daarmee ontstaat de mogelijkheid om indien nodig te kunnen handhaven wanneer bijvoorbeeld overlast ontstaat voor omwonenden. Binnen de APV blijft de mogelijkheid bestaan om onder voorwaarden inpandig vergunningvrij beeldschermreclame te plaatsen. •
Vraag 3a: Kunt u zich vinden in het advies van het college om het onderzoeken van beperkende kaders voor reclame-uitingen te beperken tot de onderwerpen zoals de klimaatraad (klimaatneutrale buitenreclame) deze aandraagt? We willen uw raad voorstellen het door u gewenste verbod voor wat betreft fossiele reclame via publiekrechtelijke weg te regelen in de APV. Het college geeft hiermee uitvoering aan het raadsbesluit ‘uitvoering adviezen burgerraad klimaat’ (26 februari 2025) volgens het principe ‘denk in mogelijkheden en zoek creatieve oplossingen’. Voor de onderbouwing van dit verbod zullen we voortbouwen op het advies van de klimaatraad en gebruik maken van andere voorbeelden in den lande. Met betrekking tot de juridische haalbaarheid heeft het college actuele ontwikkelingen zoals de rechtelijke uitspraak in het kort geding tussen de ANVR en de gemeente Den Haag betrokken. Het college heeft niet gekozen voor een verbod via privaatrechtelijke weg, aangezien dit door de looptijd van de huidige concessies niet op korte termijn te realiseren is.\De gemeente Den Haag is tot nu toe de enige gemeente die een verbod op fossiele reclame in de APV (vanaf 1 januari 2025) heeft opgenomen. Andere gemeentes zoals Utrecht, Delft en Nijmegen zijn inmiddels ook voornemens een publiekrechtelijk verbod in te stellen.
De reissector (onder aanvoering van de ANVR) heeft het verbod in Den Haag juridisch aangevochten in een kort geding. Inmiddels heeft de voorzieningenrechter (op 25 april jl.) de uitspraak gedaan dat het verbod op fossiele reclame zoals de gemeente Den Haag dat in de APV heeft opgenomen gerechtvaardigd is. De rechter heeft in de uitspraak betrokken dat de gemeente een grote mate van (beleids-)vrijheid heeft bij het nemen van maatregelen ten behoeve van haar inwoners. Volgens de voorzieningenrechter zijn de democratische besluiten die de gemeente in dit kader neemt onderwerp van debat binnen de gemeenteraad en is het bij uitstek de taak van de gemeenteraad om alle in het geding zijnde argumenten en belangen tegen elkaar af te wegen. De ANVR heeft geen hoger beroep aangetekend tegen deze uitspraak. Een hoger beroep was volgens de ANVR niet zinvol, aangezien de rechter in een hoger beroep vanuit dezelfde context naar de dezelfde zaak kijkt. De ANVR is voornemens een bodemprocedure (een reguliere rechtszaak) te starten. Het doel van een bodemprocedure is om daarmee wel een “volle” toetsing van het reclameverbod te bewerkstelligen.
Het college zal een verordening tot wijziging van de verordening in de eerste helft (april / mei) van 2026 aan uw raad voorleggen. Door deze planning kunnen concessiehouders tijdig op de hoogte gesteld kunnen worden van het aanstaande verbod en hebben zij de tijd om eventuele lopende contracten met adverteerders ‘af te ronden’ en alternatieve adverteerders te werven. Volgens het college is het qua planning (het tijdig informeren van de concessiehouders) en door de inhoudelijke impact niet passend om het verbod op fossiele reclame mee te nemen in de jaarlijkse reguliere wijzigingsronde van de APV. Een publiekrechtelijk verbod betekent voor de concessiehouders een inperking van de mogelijkheden zoals die in de concessieovereenkomsten met de gemeente zijn vastgelegd. Aangezien in de huidige overeenkomsten alleen beperkingen voor alcoholreclame zijn opgenomen is de verwachting dat de concessiehouders een schadeclaim zullen indienen. De omvang van die claim is op voorhand niet te bepalen. Consequentie van dit publiekrechtelijke verbod is dat de gemeente zal moeten handhaven. Hieraan zijn kosten voor ambtelijke inzet verbonden, en mogelijke kosten in het geval van juridische procedures indien de concessiehouder bezwaar maakt tegen handhaving. Het college vindt een verbod op reclame voor vlees- en zuivelproducten te vergaand.
Weliswaar is er een relatie tussen vlees- en zuivelproducten en klimaatverandering, maar de link met gezondheid is juridisch minder duidelijk, er zijn immers ook positieve effecten van het consumeren van vlees- en zuivel. Ook in de gemeente Den Haag is niet voor een verbod op vlees- en zuivelreclame gekozen. Voor meer informatie over het instellen van een inhoudelijk reclameverbod verwijzen we u naar de beschrijving van voorbeelden van andere gemeentes (opgesteld naar aanleiding van de consulterende bespreking): https://deventer.raadsinformatie.nl/document/15257303/2?connection_type=17&connection_id=11 638713 •
Vraag 4a: Kan uw raad zich vinden in de voorstellen van het college ten aanzien van reclamemasten en grotere beeldschermen, en dit mee te nemen in een eerstvolgende aanpassing van de door uw raad vast te lijst categorieën waarvoor bindend advies van uw raad nodig is? Hiervoor lijkt zich op basis van de consultatie geen duidelijke meerderheid af te tekenen, ook omdat een aantal fracties zich hierover niet hebben uitgesproken. Het college legt deze keuze aan u voor bij de eerstvolgende evaluatie en herziening van de lijst waarvoor bindend advies van uw raad nodig is. Vervolgstappen: De aanpassingen van het reclame- en uitstallingenbeleid worden in het derde kwartaal van 2025 aan uw raad aangeboden. De verordening tot wijziging van de APV wordt in april of mei 2026 aan uw raad aangeboden.