Programma ambtelijke werksessie + memo PvA RES 2 0 en windverkenning voor de gemeenteraad
Tekst van het document
Ambtelijke werksessie RES en windenergie (zaal IJsselzaal)
Woensdag 29 maart van 15.00 tot 17.00 wordt in een ambtelijke informatiesessie georganiseerd over de Regionale Energiestrategie (RES) en het vraagstuk windenergie. Het programma bestaat uit twee delen: - Terugblik op en informatie over de vastgestelde RES 1.0, de Deventer Windverkenning en het huidige RES 2.0-proces. - Een presentatie van 8 verschillende mogelijkheden om als gemeente om te gaan met het vraagstuk windenergie. Het programma is gericht op het uitwisselen van kennis en informatie. Het is niet de bedoeling om te belanden in politieke beeld- of oordeelsvorming. Het programma ziet er als volgt uit: - Terugblik op het proces van de RES 1.0 en de totstandkoming van het de Deventer bijdrage van 212 Gwh. Hierbij worden ook de consequenties van deze cijfers in beeld gebracht. Hoeveel windmolens of m2’s zonnepanelen heb je nodig om 212 Gwh op te wekken of als gemeente energieneutraal te worden? Door: Almar Otten - Terugblik op de Deventer Windverkenning. Wat is daarin uitgezocht en wat heeft dat opgeleverd? Op welke manier heeft daarover participatie plaatsgevonden en wat heeft die participatie opgeleverd? Door: Bas Noor - Toelichting op het proces van de RES 2.0 en de daarbij behorende PlanMER. Ook wordt ingegaan op de relatie met de provinciale en gemeentelijke omgevingsvisie.
Door: Mandy Lingeman - Presentatie van de 8 mogelijkheden om als gemeente om te gaan met het vraagstuk windenergie. Door: Almar Otten Elk onderdeel wordt afgesloten met zoveel mogelijk antwoorden op vragen van raadsleden. De bijeenkomst wordt geleid door de nieuwe programmamanager Energietransitie, Simon Miske De bijbehorende documentatie bestaat uit het onderstaande Plan van Aanpak. Daarin staan de links naar genomen besluiten en achterliggende stukken. Het Plan van Aanpak is een ambtelijk stuk dat weliswaar in B&W is besproken, maar niet door B&W is vastgesteld. Er kunnen daarom geen politieke oordelen over worden geveld of politieke conclusies uit worden getrokken.
Plan van Aanpak Regionale Energie Strategie 1 Inleiding: wat is er de afgelopen jaren gebeurd? 1.1 Twee sporen: RES en Windverkenning Op 18 december 2019 heeft de raad ingestemd met de Startnotitie voor de Regionale Energiestrategie (RES) West-Overijssel. Het opstellen van een RES komt voort uit het landelijke Klimaatakkoord waarin de doelstelling is opgenomen om een 35 TW duurzame stroom op te wekken op land. Hiertoe is Nederland opgedeeld in 30 regio’s. Deventer valt onder West-Overijssel. Voor meer achtergrond, zie: Hoe is de afspraak van 35TWh opwek duurzame energie op land door de 30 regio’s tot stand gekomen? - Regionale Energiestrategie (regionale-energiestrategie.nl) Op het moment dat het besluit over de Startnotitie RES werd genomen was Deventer al bezig met een verkenning naar windenergie. Op 31 mei 2017 (zie raadsbesluit met voorstelnummer 2001392) had de raad namelijk ingestemd met een initiatiefvoorstel van GroenLinks waarin het college is verzocht om een verkennend onderzoek uit te voeren naar de uitbreidingsmogelijkheden voor windenergie in Deventer inclusief een vergelijking met andere vormen van duurzame energie.
Het verkennend onderzoek is uitgevoerd is op 20 maart 2018 aangeboden aan de raad: https://deventer.raadsinformatie.nl/document/6323189/3#search=%22motie%20windverkenning%22 Dit rapport vormde de basis voor een meer gedetailleerde gemeentelijke windverkenning. In november 2020 werd het rapport Windverkenning Deventer afgerond. Daarin zijn 15 potentiële gebieden voor plaatsing van windturbines onderzocht. Uit dat onderzoek kwamen zes zoekgebieden naar voren, waarvan er twee zijn aangewezen als focusgebied. Met raadsmededeling 2020-001967 d.d. 26 november 2020 heeft het college de wensen en bedenkingen gevraagd van de gemeenteraad over de ‘Windverkenning Deventer’ en het voorgenomen besluit om de zoekgebieden 3 en 13 uit de Windverkenning aan te wijzen als focusgebieden voor de opwekking van windenergie. Op 18 maart 2021 heeft het college de raad geïnformeerd over wat er met de wensen en bedenkingen is gedaan. https://deventer.raadsinformatie.nl/document/9925147/1/2021-0318+519+Raadsmededeling+Windverkenning+Deventer Over de Windverkenning en het voorstel om zoekgebieden 3 en 13 aan te wijzen als focusgebied is meerdere keren gesproken in de raad. De laatste keer was op 16 juni 2021. Voor het gemeentehuis lieten honderden mensen blijken het niet eens te zijn met dat voorstel. De eindconclusie van de raadsvergadering was om vooralsnog niets te doen met de Windverkenning.
Wel deed de wethouder de toezegging om na de zomervakantie te komen met een plan van aanpak voor een PlanMER. https://deventer.raadsinformatie.nl/vergadering/866483#ai_6053856 Ondanks de intensieve debatten over de windverkenning heeft de raad wel ingestemd met de RES 1.0. De besluitvorming daarover heeft als volgt plaatsgevonden. Op 14 april 2020 heeft het college ingestemd met de Deventer bijdrage van 212 GWh aan het concept RES bod van West Overijssel. Op 23 september 2020 heeft de Raad wensen en bedenkingen op de concept-RES kenbaar gemaakt. Op 28 april 2021 is door de raad het Hoofdlijnenakkoord RES 1.0 vastgesteld. Tenslotte heeft de raad op 7 juli 2021 ingestemd met de RES 1.0, waarin ook de verhouding 60/40 tussen wind en zon is opgenomen. Vanwege de uitkomst van het debat over de Windverkenning heeft Deventer daarbij wel aangegeven geen zoekgebieden voor windmolens aan te wijzen. Vergadering Raadsvergadering (via MS Teams) 07-07-2021 Gemeente Deventer (raadsinformatie.nl)
1.2 Participatie
Tussen september 2020 en juni 2021 heeft een intensief participatietraject plaatsgevonden. Daarbij werden parallel twee sporen gevolgd: • Participatie over de RES 1.0 • Participatie over de Windverkenning en daarin benoemde focusgebieden. De participatie vond vooral plaats door middel van gesprekken in de verschillende dorpen en buurten. Vanwege corona vonden veel gesprekken digitaal plaats. Tijdens verschillende raadsbijeenkomsten zijn kritische vragen gesteld over het participatietraject. Het participatieproces is geëvalueerd door Bureau Buhrs. Hierover is op 15 december 2021 met de raad gesproken. https://deventer.raadsinformatie.nl/bijeenkomst/800191/Raadstafel%2015-12-2021 Op 4 mei 2022 is de eindrapportageraad hierover van Bureau Buhrs naar de raad gestuurd. https://deventer.raadsinformatie.nl/modules/8/Ontvangen%20van%20B%26W/751896 Op 27 september 2022 heeft het college aan de raad laten weten dat het, in lijn met het bestuursakkoord, voornemens is het instrument Burgerberaad in te zetten als belangrijk onderdeel van de totale maatschappelijke dialoog over de Energietransitie. Het werd gezien als een noodzakelijke stap terug om vervolgens de stappen vooruit te kunnen maken na de participatietrajecten RES en Windverkenning.
https://deventer.notubiz.nl/document/11892669/1/2022-0929+772+Raadsmededeling+Burgerberaad+Energie Over het Burgerberaad is in meerdere raadstafels gesproken. Dat heeft voor de jaarwisseling niet geleid tot een helder beeld over de uitvoering van het Burgerberaad. Twee punten zijn echter wel duidelijk geworden: - Het Burgerberaad gaat geen uitsluitsel geven over het plaatsen van windmolens binnen de gemeentegrenzen en al helemaal niet over zoekgebieden; - Als we pas starten met het RES/wind-proces na afronding van het Burgerberaad halen we termijnen die het rijk heeft gesteld aan oplevering van de RES2.0 niet. Dit Plan van Aanpak beschrijft de stappen die gezet kunnen worden in het kader van de RES2.0.
2 Van RES 1.0 naar RES 2.0 2.1 RES 1.0 De RES 1.0 is vastgesteld door colleges en raden van alle gemeenten in West-Overijssel. Het besluit in Deventer is 7 juli 2021 genomen. Vergadering Raadsvergadering (via MS Teams) 07-07-2021 Gemeente Deventer (raadsinformatie.nl) In de RES1.0 is opgenomen dat Deventer 212 Gwh gaat realiseren. Hierbij zijn door Deventer, in tegenstelling tot de meeste andere gemeenten, geen zoekgebieden aangewezen. Wel is ingestemd met de indicatieve verdeling 60% wind en 40% zon.
2.2 RES 2.0 Het college zoekt naar de juiste invulling van het RES-bod in de RES 2.0. De kern van de college-aanpak was tot nu toe de volgende: Participatie is van zeer groot belang en wij geven de participatie vorm door middel van een Burgerberaad. In afwachting van dat Burgerberaad is er door Deventer, in de beleving van onze bestuurlijke partners, niet of nauwelijks gewerkt aan het concretiseren van de vastgestelde RES-doelstelling van 212 Gwh.
In het verslag van een stand-van-zaken-overleg van de RES-regio West-Overijssel met de NPRES en het ministerie van EZK staat: ‘Na de gemeenteraadsverkiezingen zijn 7 van de 11 bestuurders nieuw, wat soms remmend is: nieuwe mensen meenemen in de afspraken van RES 1.0 en behoefte aan zekerheid die er in een transitie niet altijd is. Er zijn geen grote verschuivingen in de coalities en voorgenomen plannen in de RES. Dit betekent echter ook dat er geen verandering is in gemeenten die wel (7) en niet (4) actief bijdragen aan de gezamenlijke RES-afspraken, zoals een zon/wind balans van 40/60%. Ook de huidige geo-politieke context lijkt bij de meer passieve gemeenten nog niet tot andere gedachten te leiden.’ Uit gesprekken tussen de gemeente en de RES-regio komt naar voren dat er weinig waardering voor de passieve opstelling van Deventer. In het bestuurlijk platform van 21 december 2022 is vastgesteld dat de planning twee belangrijke oplevermomenten aan de NP RES kent: - Voortgang RES 2.0 op 1 juli 2023. - Herijking RES 2.0 januari/februari 2024. Dit is op 21 december vastgesteld in het bestuurlijk platform. Het moment van oplevering van Herijking RES 2.0 wordt in West-Overijssel vooral bepaald door het plan-MER en de te doorlopen procedures (terinzagelegging en de besluitvorming door de volksvertegenwoordigers).
2.3 PlanMER Er is landelijk besloten dat in het kader van de RES 2.0 een PlanMER wordt opgesteld. Op 10 juni jl. heeft het Bestuurlijk Platform van de RES W-O ingestemd met het opstarten van een PlanMERprocedure voor de RES 2.0. De eerste stap in het PlanMER betreft de uitwerking van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). Tijdens het bestuurlijk platform op 21 december 2022 is gesproken over de bijbehorende Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De publicatie van de NRD vormt de start van de m.e.r.-procedure. Een milieueffectrapportage (m.e.r.) brengt de milieueffecten van een plan of project in beeld. M.e.r. staat voor ‘milieueffectrapportage’ en is de procedure waarbinnen een MER wordt opgesteld. MER staat voor ‘Milieueffectrapport’ en bevat de resultaten van het onderzoek naar de (milieu)effecten binnen een m.e.r. De toevoeging ‘Plan’ (PlanMER) wil zeggen dat het om een MER voor een strategisch beleidsplan gaat, zoals een RES. Het PlanMER helpt om het milieubelang volwaardig mee te nemen in de afweging van locaties voor de opwek van duurzame energie binnen de Herijking RES 2.0 W-O. Op deze manier voedt het PlanMER de Herijking RES 2.0 W-O. Het PlanMER wordt samen met de Herijking RES 2.0 W-O ter inzage gelegd. Op 18 januari is er een extra (online) Bestuurlijk Platform geweest, gericht op de vrijgave van de NRD voor publicatie daarvan.
Ook is op 18 januari een besluit genomen de PlanMER-procedure op te starten (zie besluit over start PlanMER van 10 juni jl.). Bestuurlijke wens is om gemeenteraden tijdig te informeren over de PlanMER-procedure, en hun rol daarbinnen. De werkorganisatie RES WO ondersteunt betrokken wethouders en hun ambtenaren daarin op de volgende wijze: • Organiseren van een webinar (in de avond) voor raadsleden op 18 januari 2023. Dit webinar was tevens toegankelijk voor andere betrokken ambtenaren, leden van de adviesgroep en bestuurders (als extra optie voor het webinar van 7 december jl.). • Aanleveren van informatie over een PlanMER en verwijzing naar andere sites (bijvoorbeeld van de NPRES) waar informatie te vinden is. • Aanleveren van een bouwstenennotitie ten behoeve van de zienswijzeprocedure. • RSAB namens de verschillende raden en de staten betrekken bij het RES-proces.
3 Wat betekent de RES 2.0 voor de gemeente Deventer? De discussie met betrekking tot de RES 2.0 gaat in Deventer over de opwek van duurzame stroom door middel van zon en wind. Voor zon heeft de raad een handelingskader voor zonneparken opgesteld. Daarin staat onder meer dat een initiatiefnemer verantwoordelijk is voor participatie en het verkrijgen van draagvlak voor het initiatief. Hoe wij omgaan met zonneparken staat in essentie los van de RES. In deze notitie wordt daar verder niet op ingegaan. Het maatschappelijke en politieke debat in Deventer spitst zich toe op: - Wat gaan wij doen met wind? - Hoe geven wij de participatie daarover vorm?
3.1 Wat gaan we doen met wind? Daarvoor zijn meerdere scenario’s denkbaar. Daarin zijn twee grote variabelen te onderscheiden: - De mate waarin de gemeente locaties vastlegt; - De mate waarin de gemeente kaders stelt en processen stuurt. In de onderstaande paragrafen worden eerst de scenario’s beschreven. Voor alle scenario’s worden voor- en nadelen beschreven. Daarna wordt de samenhang tussen alle scenario’s in één grafiek weergegeven.
3.1.1 De scenario’s We zien de volgende scenario’s: 1. Uitgaan de twee focusgebieden uit de niet vastgestelde windverkenning Deze twee focusgebieden 3 en 13 kwamen naar voren uit de windverkenning om twee redenen: het past binnen de ruimtelijke kaders en de opwek vindt plaats op korte afstand van de afnemers van de opgewekte stroom, namelijk de bedrijven. De debatten over de windverkenning hebben laten zien dat de twee focusgebieden grote weerstand oproepen bij inwoners. Doorgaan met deze twee gebieden zal opnieuw een storm van protesten opleveren. Als hier toch wordt gekozen dient de gemeente daar, bij voorkeur gesteund door de provincie, zeer stevig in te staan. Het is daarbij onwaarschijnlijk dat andere vormen van participatie leiden tot meer acceptatie en instemming door de raad. De twee focusgebieden kan waarschijnlijk wel rekenen op expliciete steun van het bedrijfsleven. Er zijn bedrijven die al hebben laten weten graag een windmolen te willen bouwen om hun duurzaamheidsambities waar te maken. Bedrijven hebben daarbij aangegeven de opbrengst in de avonden en de weekenden ten goede van omwonende inwoners te laten komen. 2. Uitgaan van de zes zoekgebieden uit de windverkenning Voor de gebieden 3 en 13 geldt uiteraard hetzelfde als bij scenario 1. De vier andere gebieden liggen verder oostwaarts langs de A1.
Die gebieden vallen binnen het grotere gebied dat door de provincie in het Fundament voor de Omgevingsvisie is aangewezen als potentieel geschikt voor kleine clusters windmolens. Ontwikkelingen in deze gebieden in samenspraak met Holten-Rijssen en Lochem worden onderzocht. Om dit scenario nader te onderzoeken is lokale participatie nodig, in een andere vorm dan is toegepast tijdens de Deventer Windverkenning. Omdat er geen sprake is van dichte bebouwing in de omgeving van deze gebieden ligt het voor de hand om lokaal eigenaarschap een grote rol te laten spelen.
Het argument om de vier andere zoekgebieden in de windverkenning niet als focusgebied aan te wijzen, was de grotere afstand tot een aansluiting op het net. Dat argument zal komende jaren wellicht minder zwaar gaan wegen vanwege de investeringen in het stroomnet.
3. Uitgaan van de 15 potentiële gebieden uit de windverkenning Daarmee wordt het speelveld weer helemaal geopend. Het merendeel van deze gebieden is in de Deventer Windverkenning afgevallen omdat ze strijdig zijn met bepaald beleid, zoals het uitgangspunt dat windmolens ongewenst zijn in het ‘oude hoeven- en essenlandschap’. Het nader onderzoeken van dit scenario heeft alleen zin als bepaalde beleidsuitgangspunten moeten worden herzien. Ook passen de meeste gebieden niet bij de uitgangspunten in het Fundament van provinciale Omgevingsvisie. Net als bij scenario 2 geldt hiervoor dat dit scenario mogelijkheden biedt voor een andere vorm van participatie, zoals meer aandacht voor eerlijke verdeling van lusten en lasten, zie paragraaf Participatie. 4. Zelf geen locaties vastleggen en afwachten wat de provincie of de RES gaat doen Op dit moment heeft de provincie het gebied langs de A1 in het kader van de provinciale omgevingsvisie aangewezen als potentieel geschikt gebied voor windmolens. Daarnaast gaat de provincie in het kader van de RES een PlanMER opstellen waarin een brede afweging van belangen ten aanzien van zon en wind wordt uitgevoerd. Het is in ieder geval zo dat de provincie bevoegd gezag is voor plaatsing van meer dan 2 of 3 windmolens. Het staat een initiatiefnemer vrij om daar bij de provincie een vergunning voor aan te vragen.
Zeker als deze worden gepland in het gebied dat door de provincie als geschikt wordt bestempeld, is de kans groot dat de vergunning wordt verleend. Wij stellen zelf geen kaders en leggen de volledige verantwoordelijkheid bij de provincie. 5. Zelf geen locaties vastleggen, wel zelf kaders vaststellen voor inhoud en proces Hierbij nemen we het ruimtelijk beleid van de provincie, omgevingsvisie en PlanMER, wel als uitgangspunt. Daarbinnen stellen wij zelf (aanvullende) kaders vast voor inhoud en proces. 6. Geen locaties vastleggen, wel kaders vaststellen en uitnodigen Bij dit scenario worden duidelijke richtlijnen opgesteld waaraan initiatiefnemers moeten voldoen. Die zullen vergelijkbaar zijn aan de Uitgangspunten voor zonneparken, waarvan een van de belangrijkste is dat de initiatiefnemer zelf draagvlak bij omwonenden en andere belanghebbenden moet regelen. Gemeente hanteert actief uitnodigingsbeleid. Onderdeel daarvan is ook het lokaal eigenaarschap. Welke eisen worden daaraan gesteld? Wie gaat verdienen aan de opbrengst van windmolens? Gaat het ook over publiek eigendom? Verder moet de gemeente goed nadenken over andere uitgangpunten, zoals het bovenstaande voorbeeld over ‘oude hoeven- en essenlandschappen’. Ook moet de vraag beantwoord worden in welke mate de gemeente gebieden gaat aanwijzen waar windmolens onwenselijk zijn.
Bij dit scenario moeten college en raad zich realiseren dat ze, na het vaststellen van de kaders, niet meer zelf aan het stuur zitten. Als een initiatiefnemer voldoet aan alle eisen die de gemeente vooraf heeft gesteld, kan niet achteraf worden gesteld dat de gemeente toch een principieel bezwaar heeft tegen windmolens. Daarmee geeft de gemeente een deel van de regie uit handen. 7. Gemeente wijst zelf locaties aan en houdt zelf regie op de plaatsing
De gemeente neemt zelf het voortouw om te komen tot plaatsing van windmolens. In feite wordt de gemeente daarbij zelf, uiteraard in samenwerking met deskundige partijen, ontwikkelaar. Voordeel daarvan is dat de gemeente zelf in de hand heeft hoe de lusten en lasten van windmolens worden verdeeld. 8. Gemeente wijst het plaatsen van windmolens expliciet af. College en gemeenteraad kunnen stellen: wij willen geen nieuwe windmolens binnen de gemeentegrenzen. Het argument daarvoor kan zijn dat de nadelen van windmolens niet opwegen tegen de bijdrage van windmolens aan de duurzame energievoorziening. Met deze opstelling onttrekt de gemeente zich aan de afspraken in de RES 1.0. Ook onttrekt de gemeente zich aan het bestuurlijke commitment van gemeenten, waterschap en provincie bij aanvang van het RES-proces. Dat zal hoe dan ook stuiten om bestuurlijk onbegrip bij de NP RES, provincie en omliggende gemeenten. Bovendien kunnen we het plaatsen van windmolens niet tegenhouden in gevallen dat de provincie bevoegd gezag is.
3.1.2 De samenhang tussen de scenario’s De onderstaande figuur geeft de samenhang tussen de verschillende scenario’s weer.
In hoofdstuk 4 is beschreven hoe het college hiermee om wil gaan.
3.2 Hoe geven we participatie vorm? Het politieke proces rond de Windverkenning heeft laten zien dat de uitgevoerde participatie op geen enkele manier heeft geleid tot begrip of draagvlak voor de locatiekeuze. Het is ook duidelijk dat de meerderheid van de betrokkenen er wel van overtuigd is dat er sprake is van klimaatverandering en dat we daar met z’n allen iets aan moeten doen. Dat besef is echter niet voldoende om de negatieve gevolgen van windmolens in de eigen leefomgeving te accepteren. Meer of beter uitleggen dat het een mondiaal probleem, een landelijk klimaatakkoord of een regionale aanpak is waar we ook lokaal onze bijdrage aan moeten leveren zal lokale weerstand niet wegnemen. Waar in een eventueel nieuw participatietraject meer aandacht aan besteed zal moeten worden is de lusten die tegenover de lasten staan. Daarbij ligt de een of andere vorm van financieel voordeel het meest voor de hand. Dat kan in de vorm van financiële participatie in de molens, delen in de opbrengst van de molen, gebruik van een deel van de opgewekte energie voor eigen gebruik. Er kan ook worden gedacht aan andere voordelen, zoals extra investeringen in buurtvoorzieningen, ondersteuning bij het verbeteren van woningen of ondersteuning bij herinrichting van tuinen.
Voor al deze vormen van compensatie van negatieve effecten van windmolens op het leefgenot geldt dat het niet eenvoudig is om dit zorgvuldig, eerlijk en rechtmatig uit te voeren. Voor welke weg gekozen gaat worden, het zal geflankeerd moeten worden door een goed doordacht Participatieplan. Wat ook duidelijk moet zijn is dat participatie, hoe goed uitgevoerd ook, nooit zal zorgen voor unanieme steun voor windmolens. Er zal altijd weerstand zijn. Als er wordt gekozen om de verantwoordelijkheid voor de participatie bij initiatiefnemers neer te leggen moet de gemeente heldere richtlijnen meegeven. Onderdelen die in ieder geval in richtlijnen worden opgenomen zijn: • De initiatiefnemer is zelf verantwoordelijk voor participatie en draagvlak bij omwonenden en andere belanghebbenden. Wij maken zoveel mogelijk concreet wat onder draagvlak wordt verstaan; • Het publiek eigendom. Wij moeten concreet aangeven welke mogelijkheden wij zien voor verdelen van lusten en lasten; • Helderheid over de te doorlopen ruimtelijke en juridische procedures. Daar hoort ook duidelijkheid van de rol van de raad bij; • Helderheid over ruimtelijke kaders. Zijn er op voorhand ruimtelijke of milieutechnische beperkingen? Wat is het ruimtelijk speelveld?