CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

nipv nl wp content uploads 2024 06 20240105 NIPV Visiedocument Weerbaarheid en Veerkracht pdf

Informatieve bijeenkomst 14 mei 2025, gemeente Deventer7.943 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verkenning naar het versterken van maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht in tijden van crises

Colofon © Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), Mei 2024 Deze weergave is een publieksversie van het brondocument “Verkenning naar het versterken van maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht in tijden van crises”. Auteur:

Paul Gelton Strategisch adviseur

Opdrachtgever: IJle Stelstra Algemeen Directeur NIPV Foto’s:

ANP

Wij hechten veel belang aan kennisdeling. Delen uit deze publicatie mogen dan ook worden overgenomen op voorwaarde van bronvermelding

Nederlands Instituut Publieke Veiligheid Postbus 7010 6801 HA Arnhem Kemperbergerweg 783, Arnhem www.nipv.nl info@nipv.nl 088 274 74 00 Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid is bij wet vastgelegd onder de naam Instituut Fysieke Veiligheid.

Inhoud Onderweg naar 18 miljoen hulpverleners

7

Het landschap in beeld

11

Aanbevelingen voor meer resilience

23

1. Netwerkvorming

24

2. Inzicht

28

3. Slagkracht

29

4. Bewustwording

36

5. Kaderstelling

38

Een vervolgaanpak

43

1. Netwerkvorming

44

2. Inzicht

44

3. Slagkracht

45

4. Bewustwording

45

5. Kaderstelling

45

1 Onderweg naar 18 miljoen hulpverleners

6

7

Oplopende spanningen in de wereld en een oorlog in Europa. Een toenemende

Terwijl de samenleving als geheel veel kan bijdragen

kans op natuurrampen. Nieuwe soorten calamiteiten en verstoringen van onze

De rol van de hele maatschappij in tijden van crisis is niet te onderschatten.

infrastructuur, aangewakkerd door de klimaatverandering, energietransitie en

Een weerbare en veerkrachtige samenleving blijft op zulke momenten ondanks

datarevolutie. De overheid is niet alleen in staat om al deze 21e-eeuwse dreigingen

alles overeind – dat is de weerbare component. Vervolgens is ze in staat om

het hoofd te bieden. Als we toekomstige rampen en crises goed voorbereid

terug te veren naar het oude normaal of een gewenste nieuwe situatie – dat is

tegemoet willen treden, is de volledige kracht van de samenleving nodig.

het vermogen tot veerkracht.

Dat vraagt om een maatschappij die zich weerbaar en veerkrachtig kan opstellen.

Daar moeten we dan wel samen iets voor doen De coronacrisis en de vluchtelingenstromen uit Syrië en Oekraïne hebben ons

Zo’n samenleving bestaat uit een netwerk van relevante partijen die

duidelijk gemaakt hoe groot ons zelforganiserend vermogen is. Tegelijk hebben

samen een crisis te lijf gaan: van overheid tot bedrijfsleven, aanbieders van

we in die kritieke perioden geleerd dat de samenwerking tussen overheid,

nutsvoorzieningen, non-gouvernementele organisaties en burgers die als

bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en individuele burgers op vele

vrijwilligers inspringen als de nood aan de man komt. Een goed functionerend

punten beter kan.

en geoefend maatschappelijk netwerk deelt kennis, expertise en informatie, zorgt voor monitoring en beeldopbouw, verhoogt de publieke paraatheid en

De wil is er

bewustwording via risicocommunicatie, houdt strategische voorraden en

Burgers en organisaties willen graag helpen, hand in hand met de traditionele

capaciteiten bij en draagt zorg voor een gecoördineerde inzet en effectief

hulpverleners. Dat is de afgelopen jaren duidelijk gebleken. Daarbij wachten

herstel. Daarvoor doorlopen alle partijen een cyclus van opleiden, trainen,

ze niet op de overheid, ze nemen zelf het initiatief. Toch is er nog altijd weinig

oefenen, testen, evalueren en leren. Ook houdt zo’n netwerk de banden met

aandacht voor de structurele inzet van deze niet-traditionele partners in de

vergelijkbare buitenlandse netwerken warm.

veiligheidsketen. Hun inzet staat dan ook in de kinderschoenen. Waar ligt dat aan?

Op vijf fronten meer bekendheid en duidelijkheid creëren Maar het blijft een zoektocht

Om zo’n eigentijdse vorm van civiele bescherming in Nederland vorm te geven,

Een rondgang langs de reguliere hulpverleners in het netwerk laat zien dat

is het zaak om de huidige onduidelijkheid en onbekendheid weg te nemen.

zij onvoldoende kennis hebben van het handelend vermogen (in het Engels

Daar kunnen netwerkpartners voor zorgen als ze samen maatschappelijke

capabilities genoemd) van deze nieuwe partijen. Onbekend maakt vervolgens

behoeftescenario’s uitwerken en die vastleggen in maatschappelijke

onbemind. Daarnaast leeft er vrees om buiten bestaande kaders te treden, ook

netwerkkaarten. Zo krijgen we in de veiligheidsketen zicht op de beschikbaarheid

doordat de verantwoordelijkheden niet duidelijk zijn afgebakend. Daardoor

van ieders capabilities en kunnen we de inzet daarvan beter coördineren.

blijft het voor traditionele netwerkpartners een zoektocht om hun netwerk uit te

Daarnaast moeten we werken aan een passend regelgevend kader, om zo

breiden en een constructieve samenwerking met nieuwe partijen aan te gaan.

helderheid te creëren over de onderlinge verantwoordelijkheden. Verder zijn de weerbaarheid en veerkracht in de samenleving (in het Engels samen resilience

Nederlandse burgerbescherming is versnipperd georganiseerd

genoemd) gebaat bij een gerichte risico- en crisis­communicatie die dicht bij de

Deels heeft dat een historische oorzaak. In tegenstelling tot in de landen om

belevingswereld van de burger staat en uitnodigt tot actie. Daarvoor is het nodig

ons heen is de burgerbescherming in Nederland versnipperd georganiseerd.

dat ministeries, veiligheidsregio’s, waterschappen, gemeenten en hun nieuwe

De gebrekkige zichtbaarheid die daarvan het gevolg is, zorgt ervoor dat het

veiligheidspartners gezamenlijk aan de slag gaan met een programma langs

onduidelijk of onbekend is wat van een netwerkpartner wordt verwacht, wat een

vijf programmalijnen: netwerkvorming, inzicht, slagkracht, bewustwording en

partij in welke scenario’s kan leveren, en hoe die inzet vervolgens in een breder

kaderstelling.

verband kan worden gecoördineerd.

8

9

2 Het landschap in beeld

10

11

Om goed in beeld te krijgen wie er kan bijdragen aan het versterken van de

Een eerste inventarisatie leert dat ons land beschikt over een breed scala

resilience in Nederland, is het van belang om het huidige landschap in kaart

aan landelijke crisisplannen en draaiboeken. Die hebben betrekking op:

te brengen.

> klimaat (natuurbranden, hoog water en overstromingen, waterverdeling en droogte, extreem weer)

Wat is er al? Wat ontbreekt er nog? Hoe kan de samenleving hulp bieden? Wie kunnen er helpen? Wat houdt de samenwerking momenteel nog tegen? En aan welke knoppen kunnen we draaien om die samenwerking te verbeteren?

> continuïteit van vitale processen (elektriciteit, olie en gas, digitaal en communicatie) > extreem geweld en terrorisme > infectieziekten

Daarnaast verdient het aanbeveling om de Nederlandse situatie in internationaal

> straling

perspectief te plaatsen: hoe komt het dat maatschappelijke weerbaarheid en

> militaire dreiging (i.o.).

veerkracht in Nederland minder hoog op de agenda staat dan in ons omliggende landen?

Wat ontbreekt er nog? Voor het grootste deel dekken de huidige crisisplannen het lijstje van de EU af,

Wat is er al?

toch zijn er enkele lacunes waarneembaar.

Binnen de EU bestaat brede consensus over de soorten crises waar de maatschappij zich op moet voorbereiden. Zo moet elk land over crisisplannen

Zo is de aanpak bij CBRN-rampen beperkt uitgewerkt. Alleen voor een pandemie

beschikken ten aanzien van klimaatverandering en extreem weer, natuurbranden,

beschikt Nederland over een volwaardig crisisplan. Overige CBRN-incidenten

overstromingen, watertekorten en hitte, uitval van vitale processen, energie,

komen wel voor in de plannen voor extreem geweld/terrorisme en straling, maar

communicatie, drinkwater en voedsel, grootschalige infecties en pandemieën,

zijn onvoldoende operationeel uitgewerkt voor een landelijk dekkende aanpak.

militaire conflicten en cyberdreigingen. Daarnaast beschouwt Nederland de continuïteit van de voedselvoorziening niet Daarnaast stelt de EU dat elk land op het vlak van CBRN (chemische, biologische,

als vitaal proces. Misschien is dat begrijpelijk, want de voedselproductie lijkt

radiologische of nucleaire dreigingen) over responscapaciteiten dient te

een robuust proces dat niet snel verstoord zal raken. Toch laat die optiek buiten

beschikken. In aanvulling daarop legt de NAVO nadruk op de continuïteit van

beschouwing dat de voedselvoorziening voor de distributie sterk afhankelijk

transportvoorzieningen en een functionerende overheid, de civiele ondersteuning

is van logistiek en transport. Die sector is kwetsbaar geworden doordat die

van militaire processen en het vermogen om massale mensenstromen in goede

in de afgelopen decennia volledig op efficiency en just-in-time is ingericht.

banen te leiden.

Personeelstekorten en gebrek aan materieel hebben ervoor gezorgd dat er momenteel weinig vlees op de botten zit bij een plotselinge crisissituatie. Daarom verdienen logistiek en transport meer aandacht in crisisscenario’s.

12

13

Hoe kan de samenleving hulp bieden? Bijna elke ramp of crisis leidt tot de volgende maatschappelijke behoeften of

Structuur

Reguliere taken

Niet-reguliere taken

Bestaand

1. Gevestigde organisatie > brandweer, politie, ziekenhuizen etc.

2. Uitbreidende organisatie > transportsector, levensmiddelenindustrie etc.

Aangepast

3. Expanderende organisatie > Rode Kruis, Leger des Heils, Reddingsbrigade etc.

4. Emergente organisatie > spontaan georganiseerde vrijwillige netwerken

hulpvragen: > evacueren en schuilen > basisbehoeften > opgeschaalde geneeskundige zorg > nafase en herstel.

Deze partijen kunnen helpen Als de samenleving op deze kritieke momenten aan deze behoeften kan voldoen,

Op grond van bovenstaand kwadrantenmodel hebben we hieronder op een rij gezet

maakt dat het incasserings- en herstelvermogen van de gemeenschap aanzienlijk

welke organisaties in welke fase van een crisis of ramp een bijdrage leveren

sterker.

of kunnen leveren. Let wel: dit is bij lange na geen volledige inventarisatie. Organisaties buiten het traditionele veiligheidsdomein zullen wellicht verrast

Bij een eerste inventarisatie onder mogelijke netwerkpartners bleek dat deze

zijn om hun naam bij een onderdeel terug te vinden. Aan de andere kant

behoeften meteen tot de verbeelding spreken. Dat hoeft geen verbazing te

kunnen ze juist vinden dat hun naam ten onrechte ontbreekt. Het verdient dan

wekken, want veel van deze organisaties en netwerken zijn ooit ontstaan om

ook aanbeveling om gezamenlijk met alle netwerkpartners deze netwerken

invulling te geven aan deze behoeften. Aan de hand van deze behoeften werd

nauwkeurig in kaart te brengen.

het eenvoudiger om op een rij te zetten welke maatschappelijke organisaties en bedrijven in tijden van nood kunnen bijspringen.

Wie kunnen er helpen? Bij elke crisis of calamiteit komen doorgaans meteen de traditionele partners in het veiligheidsdomein in actie. Denk daarbij aan de meldkamer, de politie, de brandweer, de ambulancezorg, de veiligheidsregio in de hele breedte (met taken als crisisbeheersing, GHOR en risicocommunicatie) en de gemeente (met taken als bevolkingszorg en crisiscommunicatie). Deze organisaties zijn bij elkaar de

Evacuatie en schuilen Professionele hulpverleners Ministerie van JenV Ministerie van Defensie Ministerie van IenW Ministerie van OCenW Rijkswaterstaat Waterschappen LTO Internationale bijstand (o.a. THW)

Personenvervoerbedrijven: Bus Taxi’s Spoor Watertaxi’s Goederenvervoerbedrijven: Veetransport Aannemers Offshore Duikbedrijven Helikopter operators

Rode Kruis Leger des Heils Reddingsbrigade-NRV KNRM Dierenbescherming Musea

Ready2help Veterans Search Team Dierenambulance Watersportverenigingen Duikverenigingen

‘professionele hulpverleners’ te noemen. Los van deze gebruikelijke partners in de veiligheidsketen zijn er nog drie andere groepen van netwerkpartners die in verschillende fasen van een crisis of ramp een rol kunnen spelen. Daarin kunnen we niet alleen onderscheid maken tussen reguliere en niet-reguliere partners. Het maakt ook verschil of organisaties in de bestaande structuur een bijdrage kunnen leveren of dat via een aangepaste structuur moeten doen:

14

15

Acute medische en psychosociale zorg

Onderdak, persoonlijke verzorging en hygiëne

Professionele hulpverleners Ministerie van JenV Ministerie van VWS Ministerie van Defensie Ziekenhuizen ROAZ/LNAZ Huisartsenposten GGD GGZ GHZ VVT RIVM (cGM) LFI Apotheken Internationale bijstand

Gespecialiseerd personenvervoer Thuiszorg Laboratoria Sanquin Bloedbanken Leveranciers van: PBM Ziekenhuismiddelen Steriele middelen Medicijnen Apparatuur Private klinieken Quarantainelocaties (bijv. hotels) Uitvaartbranche Koelbedrijven Ontsmettingslocaties (sporthallen, zwembaden)

Rode Kruis Leger des Heils Slachtofferhulp Nederland Arq Monuta Oranje Kruis EHBO-verenigingen

Nationale zorgreserve

Drinkwater en voeding

16

Professionele hulpverleners Ministerie van JenV Ministerie van Defensie Ministerie van BZK Internationale bijstand

Stichting Salvage (verzekeraars) Hotel en pension accommodaties Woningcorporaties en verhuurders Vakantieparken Publieke locaties: Scholen Bibliotheken Kazernes Evenementenorganisaties Terreineigenaren Afvalstoffenbedrijven Leveranciers van: Tenten Mobiele units Noodwoningen Tijdelijke woningen Overgangshuizen Persoonlijke verzorgingsmiddelen Tijdelijke sanitaire voorzieningen

Rode Kruis Leger des Heils Ngo’s actief in hulpverlening

Particuliere huisvesting en verzorging Vrijwilligersnetwerken Geloofsgemeenschappen Sportverenigingen Ad hoc

Communicatie en verwantencontact

Professionele hulpverleners Ministerie van JenV Ministerie van IenM VEWIN

Transportbedrijven Supermarkten

Rode Kruis Leger des Heils Ridderlijke Orden Ngo’s actief in hulpverlening

Ready2help Vrijwilligersnetwerken Geloofsgemeenschappen Sportverenigingen Ad hoc

Professionele hulpverleners Ministerie van JenV Ministerie van EZK Ministerie van Defensie Publieke (nood)communicatienetwerken

Telecombedrijven Netwerkbeheerders Koeriersdiensten Grote sociale netwerken (Meta, Google) Leveranciers van: Generatoren WiFi-oplossingen

Rode Kruis Dares

Ready2help Vrijwilligersnetwerken Geloofsgemeenschappen Sportverenigingen Ad hoc

17

Nafase en herstel (medisch, psychisch, financieel, sociaal)

Wat houdt de samenwerking momenteel tegen?

Professionele hulpverleners Ministerie van JenV (WTS, nazorgproces) Ministerie van Financiën Ministerie van EZK Ministerie van LNV Ministerie van VWS GGD GGZ RIVM (cGM) Revalidatiecentra Gemeenten: Jeugd en Welzijn Maatschappelijk werk

Verzekeraars Grote sociale netwerken (Meta, Google) Banken (gelddistributie)

Rode Kruis Leger des Heils Ngo’s actief in hulpverlening Ridderlijke orden Slachtofferhulp Nederland Arq Rampenfonds

Vrijwilligersnetwerken Geloofsgemeenschappen Sportverenigingen Ad hoc Privénetwerken

Veel van deze netwerkpartners buiten de traditionele kring van professionele hulpverleners willen graag een bijdrage leveren. Daarvoor brengen ze de nodige capaciteiten met zich mee. Helaas stuiten zij op een gebrek aan houvast in de huidige landelijke crisisplannen en draaiboeken. Die bieden momenteel weinig concrete aansluitpunten voor het aanhaken van hun eigen processen, mensen en middelen. De reden daarvoor is dat de huidige landelijke crisisplannen en draaiboeken zijn ontwikkeld als antwoord op specifieke dreigingen en rampen, zoals natuurbranden, overstromingen of aanslagen. Daarin zijn ze nog volledig ingestoken op de samenwerking tussen traditionele crisispartners. Het ontbreekt aan gedetailleerde scenario’s die duidelijk maken welke capabilities andere partijen leveren en hoe die operationeel kunnen worden ingepast.

Ter aanvulling kunnen ngo’s inspringen die actief zijn in noodhulp en humanitaire

Waarom staat resilience in Nederland minder op de agenda?

hulpverlening:

Vrijwel alle Europese landen beschikken over specifieke organisaties die beleid ontwikkelen op het gebied van burgerbescherming en daaraan vervolgens

Leden Dutch Relief Alliance > CARE Nederland > Cordaid > Dorcas > Oxfam Novib > Plan International > Red Een Kind > Save the Children > SOS Kinderdorpen > Stichting Vluchteling > Tearfund > Terre des Hommes > War Child > World Vision > ZOA

Leden Partos (* = zijn geen Ridderlijke orden lid van Dutch Relief Alliance)

uitvoering geven. Die organisaties vallen onder de centrale aansturing van een

> CARE Nederland > Cordaid > Dorcas > Habitat for Humanity * > Healthnet TPO * > Kerk In Actie * > World Coaches * > Leger des Heils * > Leprazending * > Mercy Corps * > Mondiaal FNV * > Vereniging NEDWORC * > Oxfam Novib > Plan International > Prisma * > Red een Kind > Right To Play* > Rode Kruis * > Save the Children > Tearfund > Terre des Hommes > Unicef * > Vastenactie * > Woord en Daad * > World Vision > ZOA

geval bestaat er zelfs een eigen ministerie van Civiele Defensie. Deze organisaties

> Soevereine Militaire Hospitaal Orde van Malta > Johanniter Orde > Ridderorde van het Heilig Graf van Jeruzalem > Ridderlijke Duitse Orde, Balije van Utrecht

ministerie – doorgaans Defensie, Binnenlandse Zaken of Justitie. In een enkel kennen vaak al een zekere mate van structurele samenwerking in een netwerk van publieke en private partners, ngo’s en burgers. In veel van deze stelsels in omliggende landen zijn de taken en rollen van al deze partijen formeel en soms zelfs wettelijk omschreven. Sinds de opheffing van de Bescherming Bevolking (BB) in de jaren tachtig is het begrip ‘civiele bescherming’ in Nederland echter langzaam buiten beeld geraakt. Sindsdien zijn de taken en rollen van de civiele bescherming verdeeld over de bestaande hulpverleningsorganisaties. In ons land is evenmin sprake van een verregaande bevoegdheid van de overheid om niet-traditionele netwerkpartners aan het doel van de burgerbescherming te binden. In de landen waar daarvan wél sprake is, zijn doorgaans ook aansprakelijkheid en compensatie voor netwerkpartners geregeld. Bovendien is daar vastgelegd welke informatie mag worden gedeeld terwijl de privacy wordt gewaarborgd. In Nederland bestaan zulke vormen van samenwerking en bijbehorende afspraken niet.

18

19

Aan welke knoppen kunnen we draaien?

Ook ter versterking van de veerkracht kunnen netwerkpartners tal van concrete

Ons land kan zijn weerbaarheid op vele terreinen verbeteren: institutioneel,

activiteiten ontplooien. Die kunnen reiken van het agenderen van veerkracht als

sociaal en individueel, infrastructureel, economisch en via de leefomgeving. Op

een wenselijk fenomeen in de samenleving tot het creëren van nieuwe netwerken,

deze terreinen hebben we tal van afspraken gemaakt en systemen ingericht die op

het aangaan van samenwerkingsverbanden met bestaande netwerken en het

het moment van een calamiteit bijdragen aan het opvangen en oplossen van een

meten van de veerkracht in de samenleving op verschillende momenten in de tijd.

ramp of crisis – of daarin momenteel nog tekortschieten.

Veiligheidsregio’s kunnen hierin het voortouw nemen. Denk daarbij aan: > expliciete aandacht voor veerkracht

Van het rechtssysteem tot de zelfredzaamheid van de burger, van drinkwater­

> detectie en monitoring van de ‘gevoelstemperatuur’ van de samenleving

voorziening tot afvalverwerking: op al deze gebieden kunnen netwerkpartners in

> training en oefening van bestuurders en operationeel leiders

kaart brengen hoe deze zijn ingeregeld op het voorkomen van, voorbereid zijn op,

> netwerkanalyse, afspraken tussen partners en strategie voor netwerkonderhoud

bestrijden van en herstellen na een crisis. Daarbij is het van groot belang om deze

> inventarisatie vrijwilligersnetwerken en creëren nieuwe structuren

gebieden in hun samenhang te bekijken. De volgende systemen en grootheden

> programmaplan versterking veerkracht, na een ‘nulmeting veerkracht’.

verdienen daarbij onze aandacht: > rechtssysteem > openbaar bestuur > hulporganisaties > instituties en bedrijfsleven > maatschappelijke competenties van de burger > zelfredzaamheid van de burger > natuurlijke leefomgeving > voedselvoorziening > drinkwatervoorziening > betalingsverkeer > afvalverwerking > energievoorziening > informatie en communicatie > gezondheidsvoorzieningen > transportinfrastructuur > voorraad noodgoederen en opvang > beheer fysieke leefomgeving > ruimtelijke inrichting > economisch systeem.

20

21

3 Aanbevelingen voor meer resilience 1

1 Resilience is in deze context de Engelse term voor maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht in tijden van crises. 22

23

In alle onderzoeken naar meer resilience in de samenleving is al snel een rode

van (nieuwe) netwerkpartners, is het beter om de planvorming toe te snijden

draad terug te vinden. Begrijpelijk, want de beheersing van elke crisis vraagt

op generieke hulpverleningsvragen zoals evacuatie, acute medische en

om grofweg dezelfde inspanningen. Deze strategieën staan daarbij voorop:

psychosociale zorg, basisbehoeften (zoals onderdak, persoonlijke verzorging,

> intensief samenwerken in een netwerk met alle relevante spelers in de

drinkwater, voeding, communicatie en verwantencontact) en nafase en herstel.

maatschappij > netwerk blijvend in stand houden en de samenwerking blijven oefenen

Aanbeveling

> delen van kennis, expertise en informatie

Ontwikkel maatschappelijke behoeftescenario’s die gezamenlijke planvorming

> zorgdragen voor monitoring en beeldopbouw

kunnen ondersteunen. Laat deze scenario’s de verbinding vormen tussen de

> publieke paraatheid en bewustwording verhogen door risicocommunicatie

landelijke crisisplannen en de processen van netwerkpartners.

> zorgdragen voor gecoördineerde inzet en operaties > zorgdragen voor effectieve nafase en herstel

Werk behoeftescenario’s op operationeel detailniveau uit

> zorgdragen voor strategische (nood)voorraden en capaciteiten

Er bestaat bij netwerkpartners een grote bereidheid om bij te dragen aan de

> opleiden, trainen, oefenen, testen, evalueren en leren

maatschappelijke opgave. Vervolgens komen al snel hoe-vragen aan de orde.

> versterken van de internationale samenwerking.

Hoeveel capaciteit is er nodig? Welke expertise? Hoelang kan het duren? Welke middelen zijn er nodig? Hebben onze mensen extra training nodig?

Deze strategische thema’s zijn leidend geweest voor de onderstaande aanbevelingen. Ze zijn tot stand gekomen na verkennende gesprekken met tal van

Die vragen zijn nog niet goed te beantwoorden. Daarom blijft de volgende stap

netwerkpartners. Logisch gegroepeerd vallen de aanbevelingen in vijf groepen

in de samenwerking uit. Dat komt doordat er geen uitgewerkte operationele

uiteen:

scenario’s bestaan van landelijke of bovenregionale crises. De huidige

> Netwerkvorming (‘verbinden en richten’)

landelijke crisisplannen gaan in op verantwoordelijkheden, bevoegdheden en

> Inzicht (‘zien en begrijpen’)

sleutelbesluiten, maar beschrijven alleen op hoofdlijnen de uitvoering. Daarbij

> Slagkracht (‘inrichten en verrichten’)

ligt de focus sterk op de rol van overheden, traditionele hulpdiensten en vitale

> Bewustwording (‘voelen en bewegen’)

processen. Om maatschappelijke organisaties in hun netwerk beter op elkaar

> Kaderstelling (‘afbakenen en besturen’).

te laten aansluiten, is het zaak om maatschappelijke behoeftescenario’s tot op uitvoeringsniveau concreet te maken.

1. Netwerkvorming

Aanbeveling

Snijd planvorming toe op generieke hulpverleningsvragen

Werk samen met netwerkpartners maatschappelijke behoeftescenario’s uit tot op

Netwerkpartners die een bijdrage kunnen leveren aan maatschappelijke weer­

detailniveau, zodat ze beter aansluiten op de werkprocessen van deze partners.

baarheid en veerkracht, hebben vaak een taak of doelstelling op het gebied van hulpverlening en zorg – of hun doelstelling grenst daaraan. Hun primaire aandacht

Breng onbekende maar relevante partners in beeld

gaat bijvoorbeeld uit naar het vervullen van concrete persoonlijke behoeften, zoals

Diverse netwerkpartners spelen nu al een rol in het beheersen en bestrijden

huisvesting, drinkwater, voeding, energievoorziening en zorg.

van rampen en crises. Daarnaast zijn tal van partners potentieel relevant, maar desondanks onbekend of minder bekend. Denk daarbij met name aan

24

De huidige landelijke rampen- en crisisplannen zijn doorgaans opgebouwd

netwerkpartners uit het bedrijfsleven. Traditioneel heeft de overheid er

vanuit een dreiging, ramp, uitval of aanval, en minder vanuit de maatschappelijke

moeite mee om bedrijven te zien als hulpverleningspartner. Dat komt door het

behoeften die het gevolg daarvan zijn. Om een brug te slaan naar de wereld

hardnekkige beeld dat bedrijven commercieel gedreven zijn en het onderste uit

25

de kan willen halen. Ook speelt de angst mee dat de overheid aanbestedingsregels

Aanbevelingen

overtreedt door het aangaan van relaties met bedrijven.

Onderzoek hoe partners het beste kunnen samenwerken aan de totstandkoming van lokale resilience-platforms. Stimuleer en ondersteun lokale initiatieven tot

Er bestaan al bestuurlijke netwerkkaarten en bevoegdhedenschema’s voor

vorming daarvan en maak gebruik van de ervaringen die elders opgedaan zijn.

crisisbeheersing, maar die bieden onvoldoende zicht op het bredere netwerk van partners. Door deze bestuurlijke netwerkkaarten uit te breiden met

Zet brandweerposten als lokale verbindingspunten in

maatschappelijke netwerkkaarten, komen ook de verantwoordelijkheden

In deze lokale resilience-platforms kunnen brandweerkazernes een bijzondere rol

en mogelijkheden van overige netwerkpartners beter in beeld.

innemen als vooruitgeschoven posten van de veiligheidsregio. Die waarde bewezen ze eerder toen het alarmnummer 112 niet bereikbaar was vanwege een grote KPN-

Aanbeveling

storing. De posten waren toen open voor informatie en spoedmeldingen.

Maak samen met netwerkpartners maatschappelijke netwerkkaarten die zo veel mogelijk partners in kaart brengen, samen met hun bevoegdheden en capabilities

Deze rol als lokaal verbindingspunt kunnen brandweerposten evenzeer

bij rampen en crises.

spelen buiten een ramp of crisis. Ze staan immers dicht bij de burger, zowel fysiek als in de beleving van burgers. Vrijwillige brandweermensen komen

Richt lokale resilience-platforms op

uit de eigen gemeenschap voort. Als posten deze rol willen innemen, dienen

Lokale netwerken kunnen de weerbaarheid en veerkracht in de samenleving

zij wel toegankelijker te zijn voor de burger. Dat gebeurt nu al op 112- of

versterken, zo vinden de EU en de VN. Dat blijkt uit ervaring in het buitenland,

brandveiligheidsdagen. Met vaker geopende deuren kunnen de bijna duizend

maar ook in Caribisch Nederland, waar het hechte sociale weefsel van ieder

brandweerkazernes van Nederland zich ontwikkelen tot een burgerplatform

eiland bijna een resilience-platform op zichzelf vormt. In Nederland heeft het VN-

voor persoonlijke veiligheid.

initiatief Resilient Cities navolging gekregen in bijvoorbeeld Resilient Rotterdam, Amsterdam Smart City en Resilient The Hague.

Aanbeveling Onderzoek een nieuwe rol en taak van brandweerposten als burgerplatform,

In Nederland komt de gemiddelde burger weinig in aanraking met rampen en

in zowel de koude als de warme fase van een ramp of crisis.

crises. De vraag is dus of er voor zulke platforms voldoende animo bestaat. Meestal nemen veiligheidsregio’s en gemeenten daarom het voortouw zodra

Geef een rol aan post-actieven in de veiligheidsregio’s

er een crisis uitbreekt. Toch zijn de processen van bevolkingszorg, nafase

De capaciteit die nodig is om brandweerposten te transformeren tot steunpunten

en herstel dicht op de burger georganiseerd. De hulp en ondersteuning moet

van een burgerplatform hoeft niet ten koste te gaan van de inzet van het schaarse

immers aansluiten op de behoeften die lokaal leven. Die lokale organisatie kan

repressieve brandweerpersoneel. Niet-repressief personeel kan daarin een

de basis vormen voor de platforms die de EU en de VN bepleiten. Deze platforms

rol spelen, maar ook post-actieven in de veiligheidsregio kunnen dat. Dat

vervolgens in stand houden vraagt om voortdurende aandacht, een sterke

kunnen oud-brandweermensen zijn, maar ook voormalig politiepersoneel

visie, leiderschap en voldoende middelen. De koppeling van maatschappelijke

en ambulanceverpleegkundigen met ervaring in crisissituaties.

weerbaarheid en veerkracht aan bredere sociaal-maatschappelijke onderwerpen kan daarbij een voedingsbodem voor succes zijn. Een eerder ervaren crisis kan de

Deze toch al maatschappelijk actieve mensen, die vaak een rol spelen in lokale

betrokkenheid eveneens verhogen – kijk bijvoorbeeld naar Groningen en Limburg.

sportverenigingen, bij het Rode Kruis of bij een reddingsbrigade, kunnen zo een logische brug slaan met andere netwerkpartners. Ook het veteranenbeleid van het ministerie van Defensie en de Nationale Zorgreserve in de zorgsector kunnen daarbij als inspiratie dienen.

26

27

Aanbeveling

Daarnaast ontstaan er vanzelf vragen ten aanzien van opslag en rechten. Waar

Onderzoek nut en noodzaak van een post-actievenbeleid in de veiligheidsregio’s,

is de informatie fysiek opgeslagen? Wie krijgt er toegang toe? Met wie wordt die

om zo een netwerk van vrijwilligers op te bouwen.

gedeeld? Wie mag wijzigingen doorvoeren? Wie wordt of blijft eigenaar van de informatie? Het is daarom zaak om niet te snel te veel partijen aan te sluiten en

2. Inzicht

hier eerst goede afspraken over te maken.

Sluit meer netwerkpartners aan in KCR2, via LVCB

Aanbeveling

Tijdens recente rampen en crises – van de overstromingen in Limburg tot de

Onderzoek de wensen, eisen en mogelijkheden die netwerkpartners inbrengen bij

coronacrisis en de vluchtelingencrisis – werd eens te meer duidelijk hoe belangrijk

gezamenlijke beeldopbouw. Draag daarbij zorg voor passend informatiemanagement.

een gezamenlijke beeldopbouw is. Voor reguliere hulpverleningsorganisaties is inmiddels het Knooppunt Coördinatie Rijk-Regio (KCR2) in ontwikkeling. Het is

Maak uitwisseling mogelijk van kennis en expertise op landelijk niveau

de bedoeling om meer netwerkpartners op dit samenwerkingsverband aan te

Bovenregionaal of landelijk georganiseerde netwerkpartners stemmen graag op

sluiten. Steeds meer netwerkpartners tonen al belangstelling om aan te haken

dat niveau af om hun kennis over rampenbestrijding en crisisbeheersing onderling

op de Landelijke Voorziening Crisisbeheersing (LVCB), waarvan de hulpdiensten

en met de overheid uit te wisselen. Toch ontbreekt het vaak aan overleg op

en enkele vitale partners in crisissituaties gebruikmaken. Daarin werken partners

landelijk niveau.

‘netcentrisch’ met elkaar aan een gezamenlijk operationeel beeld. Deze aanpak heeft zijn succes inmiddels bewezen. Nederland loopt er zelfs in voorop ten

Een gezamenlijke digitale omgeving kan helpen om kennis landelijk vast te leggen,

opzichte van andere landen.

te delen en te verrijken. Op basis daarvan kunnen partners bovendien makkelijker nieuwe ideeën ontwikkelen.

Door deze gezamenlijke beeldopbouw houden de partners in de koude fase de vinger aan de pols van de samenleving. In de warme fase kunnen zij deze

Aanbeveling

monitoring opschalen naar een eenduidig gezamenlijk crisisbeeld. Met meer

Ontwikkel een landelijk netwerk waarop landelijk opererende netwerkpartners

netwerkpartners krijgt de informatie in KCR2 – daarbij gebruikmakend van LVCB –

kennis en ervaringen kunnen delen en innovatie tot stand kunnen brengen.

extra waarde. Elke individuele organisatie voelt zich daarnaast meer betrokken bij haar rol ten aanzien van de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht.

3. Slagkracht

Aanbeveling

Sluit zo veel mogelijk aan bij bestaande werkprocessen

Onderzoek en bepaal welke netwerkpartners een rol kunnen spelen bij

Het is te gemakkelijk om ervan uit te gaan dat elke netwerkpartner zomaar

gezamenlijke beeldopbouw in KCR2 en welke netwerkpartners netcentrisch

kan samenwerken binnen de structuur van reguliere hulpverleningsdiensten.

kunnen en willen samenwerken in LVCB.

Netwerkpartners hebben hun eigen taken en processen. Die verhouden zich niet altijd eenvoudig tot de commandostructuren en hulpverleningsprocessen in de

Maak goede afspraken over informatiemanagement

traditionele veiligheidsketen. Door beter gebruik te maken van de bestaande

Hoe meer partijen betrokken raken bij de gezamenlijke beeldopbouw, des te groter

structuren en processen van netwerkpartners, zal de inzet soepeler verlopen.

het belang van informatiemanagement. Hoe wordt informatie ingezet? Voor wie is de informatie nuttig? En wie mag de informatie duiden?

Het is daarom nuttig om deze processen vooraf in kaart te brengen en niet pas op het moment dat ze nodig zijn. Dat geldt evenzeer voor de bijbehorende mandaten. Wie is bevoegd om over welk onderwerp iets te zeggen? Hoe lopen

28

29

de sturingslijnen? Hoe vindt de onderlinge coördinatie plaats? Deze vragen gaan

Het is belangrijk dat reguliere hulpverleners hiermee leren omgaan. Een aanzet

des te meer op voor netwerkpartners met een lage organisatiegraad of weinig

hiertoe biedt bijvoorbeeld de handreiking Omgaan met spontane burgerinitiatieven

commandostructuur, zoals vrijwilligersorganisaties.

van Veiligheidsregio Fryslân. Daarnaast heeft TNO samen met Veiligheidsregio Groningen in 2023 het Handboek burgerhulp voor hulpdiensten tijdens een crisis

Aanbevelingen

gepubliceerd. Deze initiatieven verdienen een landelijke aanpak, niet alleen

Breng gezamenlijk in kaart welke (commando)structuren en werkprocessen er bij

binnen alle veiligheidsregio’s, maar ook bij de landelijke overheid.

netwerkpartners bestaan en welke bevoegdheden en mandaten iedere partner heeft. Ontwikkel op basis daarvan operationele inzetkaders die zo veel mogelijk

Aanbeveling

aansluiten op elkaars werkprocessen. Oefen deze inzet en maak daarbij zo veel

Stel een landelijk kader vast voor de omgang met spontane burgerinitiatieven.

mogelijk gebruik van elkaars sterke punten.

Maak daarbij gebruik van de ervaringen, aanpak en bestaande handreikingen van veiligheidsregio’s.

Werk specifiek militair-civiele samenwerkingsscenario’s uit Van oudsher heeft de krijgsmacht een formele bijstandstaak aan civiele

Regel aanvullende landelijke operationele coördinatie

autoriteiten. Omgekeerd wordt steeds vaker duidelijk dat er behoefte bestaat aan

De inzet van hulpdiensten wordt in Nederland gecoördineerd via de veiligheids­

de ondersteuning van militaire operaties met civiele capaciteiten. Tegelijk kennen

regio’s en opgeschaald via de GRIP-procedure. Bij een grotere ramp of crisis vindt

beide werelden eigen commandostructuren en specifieke bevoegdheden.

de aansturing vanuit de ‘bronregio’ plaats. Politie (via NSGBO), defensie (via DOPS) en brandweer (via COLS) kennen elk hun eigen vorm van landelijke coördinatie,

Een militair conflict is intussen minder denkbeeldig geworden. Daardoor komen

maar die blijft binnen de eigen kolom. Bovenregionaal en landelijk is er geen

scenario’s in beeld waarin de territoriale integriteit van ons land in het geding

multidisciplinaire coördinatie ingeregeld. Zowel het Nationaal Crisiscentrum

is. Ter bescherming van de samenleving is daarom behoefte aan zowel militaire

(NCC) als het Landelijk Operationeel Coördinatiecentrum heeft die rol niet.

slagkracht als voortzettingsvermogen vanuit de civiele wereld. Verschillende netwerkpartners werken al met Defensie samen aan een landelijk crisisplan

Dat is typisch voor de decentrale crisisstructuur van ons land. In landen met meer

militaire dreiging. Daarbij is het van belang dat beide zijden elkaars werkprocessen

centraal gezag is vaak wel een landelijk (crisis)centrum aanwezig waarvandaan

kennen en op zoek gaan naar een goede balans in hun wederzijdse ondersteuning.

de operationele coördinatie en sturing plaatsvindt. Het Nederlandse gebrek aan landelijke multidisciplinaire coördinatie wordt alleen maar nijpender als er nog

Aanbeveling

meer landelijke netwerkpartners willen meewerken. Denk daarbij aan het Rode

Werk naast de eerdergenoemde maatschappelijke behoeftescenario’s specifiek

Kruis, de Reddingsbrigade, de KNRM, het KNMI, het RIVM en de waterschappen.

militair-civiele scenario’s uit voor netwerkpartners die daarin een rol kunnen

Daarom is het zaak om de behoefte aan deze landelijke coördinatie verder in kaart

spelen.

te brengen.

Formuleer een landelijke aanpak voor burgerinitiatieven

Aanbeveling

Burgerinitiatieven kunnen spontaan ontstaan en zijn doorgaans van grote waarde

Onderzoek en bepaal de behoefte aan bovenregionale en landelijke operationele

voor het beheersen van de crisis. Denk aan de opruimactiviteiten na de ramp met

coördinatie met betrekking tot de operationele inzet van netwerkpartners.

de MSC Zoë in de Waddenzee of het opvangen van onderkoelde of oververhitte wandelaars tijdens de Vierdaagse. Daarnaast kunnen vrijwilligers zich organiseren in min of meer gestructureerde samenwerkingsverbanden zoals het Veterans Search Team of Ready2Help van het Rode Kruis.

30

31

Creëer meer landelijke samenhang tussen crisisbeheersing enerzijds en bevolkingszorg, nafase en herstel anderzijds

Aanbevelingen

Dankzij vlot en effectief verlopende processen voor onder meer (nood)huisvesting,

die ze nodig hebben en zorg voor landelijke regie op deze processen. Onderken

drinkwatervoorziening, medische zorg en psychosociale zorg kunnen burgers

het belang van samenhang tussen de processen van crisisbeheersing enerzijds en

en bedrijven weer snel hun leven of hun bedrijfsvoering oppakken. Daarbij is

bevolkingszorg, nafase en herstel anderzijds. Onderzoek welke samenwerking en

het essentieel om de lokale aanpak in stand te houden en te ondersteunen,

sturing op landelijk niveau noodzakelijk zijn om het gewenste effect te bereiken.

want meer landelijke regie en sturing kan inbreken op de bestaande lokale

Verbind netwerkpartners in bevolkingszorg, nafase en herstel door gebruik te

oplossingen. Het is de kunst om de processen van bevolkingszorg, nafase en

maken van maatschappelijke behoeftescenario’s.

Geef de processen van bevolkingszorg, nafase en herstel de landelijke aandacht

herstel dicht bij de burger te blijven organiseren, binnen heldere kaders en met duidelijke taakomschrijvingen. Bij landelijke opschaling moet de kwaliteit van

Zorg voor een effectieve schadeafhandeling

de hulp geborgd blijven en gecoördineerd kunnen worden ingezet. Daarbij is

Hoe eerder mensen na een calamiteit hun eigen woning kunnen betrekken of

de verwevenheid groot van taken op het gebied van crisisbeheersing enerzijds

hun bedrijf kunnen laten draaien, des te sneller pakken ze het normale leven

en bevolkingszorg, nafase en herstel anderzijds. Dat vraagt om intensieve

weer op. Daar is wel een effectieve schadeafhandeling voor nodig. Uit de op

samenwerking tussen de betrokken ministeries (in ieder geval JenV, BZK, VWS

zichzelf goed verlopen schadeafhandeling van de overstromingen in Limburg en

en EZK), het Veiligheidsberaad en de Vereniging Nederlandse Gemeenten.

Noord-Brabant zijn diverse lessen te trekken. Een effectief proces is geholpen met reële verwachtingen, heldere uitleg, indien nodig bevoorschotting, een vlot

Momenteel is de bevolkingszorg bij de gemeenten belegd. Daardoor bestond

afhandelingsproces en geen verrassingen over de dekking van de polis. Daarnaast

er van oudsher een wisselend kwaliteitsniveau, maar er is vooruitgang geboekt

blijkt zakendoen met twee partijen – de verzekeraar en de overheid – lastig voor

sinds het Veiligheidsberaad in 2023 een uniform kwaliteitskader bevolkingszorg

de gedupeerden. Eén loket heeft de voorkeur.

heeft vastgesteld. Toch ontbreekt het volgens de commissie Muller aan duidelijke wettelijke taakomschrijvingen en landelijke regie op de uitvoering.

Snelle eerste financiële hulp draagt bij aan de veerkracht van burgers en

Netwerkpartners laten weten dat zij daaraan behoefte hebben. Ook missen zij

bedrijven. Die financiële spoedhulp wordt ook wel ‘eerste beredding’ genoemd.

landelijke of bovenregionale aanspreekpunten. Een duidelijke positionering van

Daarvoor hebben verzekeraars de stichting Salvage opgericht. Deze stichting

de bevolkingszorgtaken onder regie van veiligheidsregio’s (en onder landelijke

verleent eerste hulp bij schade door brand, blikseminslag, explosie, water, storm

regie voor landelijke crises) is om die reden wenselijk. Dat geldt ook voor het

en/of aanrijding en fungeert als loket voor gedupeerden. Na de eerste beredding

proces van nafase en herstel, dat naadloos moet aansluiten op de bevolkingszorg.

draagt Salvage de dossiers over aan de individuele verzekeraars. Salvage heeft

De reguliere instanties werken daar nu aan vanuit hun eigen specifiek omschreven

hiermee een duidelijke rol, maar die rol is niet overal bekend. Zo kon Salvage

taakgebied. Toch is er geen zekerheid over een goede afstemming tussen partijen.

tijdens de overstromingen in Limburg haar rol niet goed oppakken.

Voorbeelden van een gecoördineerde aanpak zijn er gelukkig genoeg. Zo kregen familierechercheurs na de MH17-ramp een spilfunctie in een gecoördineerd

Aanbevelingen

programma van verbinding, rouwverwerking en psychologische hulp voor

Zorg bij schade voor snelle afhandeling via één loket voor gedupeerden. Creëer

nabestaanden.

daarbij voor Salvage een rol, positie en inzetprotocol die landelijk uniform zijn. Informeer gedupeerden tijdig en besteed in de risico- en crisiscommunicatie aandacht aan de rol van Salvage bij de eerste beredding.

32

33

34

35

4. Bewustwording

In onze nog altijd veilige maatschappij is voorbereid zijn op rampen en crises

Sluit met risicocommunicatie meer aan op brede gevaren voor de samen­leving

nauwelijks een thema. Het is daarom het overwegen waard om dit thema te

Goed geïnformeerd zijn over risico’s ligt aan de basis van maatschappelijk

bij het individu staan. Denk daarbij aan onderwerpen zoals sociale veiligheid en

bewustzijn en handelingsbereidheid. Daarom is risicocommunicatie essentieel

persoonlijke weerbaarheid.

koppelen aan actuele onderwerpen die meer tot de verbeelding spreken en dichter

voor het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid. De boodschap luistert daarbij nauw: die moet bewustwording creëren zonder onnodige onrust

Aanbevelingen

te veroorzaken. Zeker in de Nederlandse samenleving is dat van belang. Onze

Gebruik voor risicocommunicatie lokale netwerken die dicht bij het individu staan.

samenleving bestaat immers uit mondige burgers die zijn gesteld op hun

Koppel het thema van maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht aan actuele

autonomie en individuele vrijheid. Bovendien waant de gemiddelde burger in

onderwerpen die bij iedereen tot de verbeelding spreken.

Nederland zich sinds het einde van de Koude Oorlog in een veilige wereld. Dit is anders in landen die van oudsher een hogere mate van dreiging kennen, zoals Finland en Zweden.

Neem handelingsperspectieven voor meer veerkracht in de risicocommunicatie op De huidige risicocommunicatie is erop gericht om dreigingen, effecten en risico’s

De Nederlandse risicocommunicatie is tot nu toe gericht geweest op bekende

van een ramp of crisis te beschrijven en een handelingsperspectief te geven

rampen en crises zoals (natuur)branden, overstromingen en ongelukken. De aard

op het moment van het incident zelf. De landelijke campagne ‘Denk Vooruit’ zet

van crises en dreigingen is echter aan verandering onderhevig: we zullen meer

mensen bijvoorbeeld aan om noodpakketten in huis te hebben. Daarmee ligt de

aandacht moeten besteden aan langdurige verstoringen en uitval, maar ook aan

focus op de weerbaarheid in de eerste uren en dagen.

militaire dreiging en internationale conflicten. Daarvoor hebben we een grote stap te zetten. Om die reden is er een beleidsmatige en maatschappijbrede benadering

Daardoor komt de veerkracht die nodig is voor het vervolg relatief weinig ter

van netwerkpartners nodig. Zo kunnen we de boodschap juist formuleren en

sprake, terwijl er ook op dat vlak handelingsperspectieven te geven zijn. Denk

vervolgens goed laten landen.

daarbij aan het opvangen van financiële risico’s en de dekking van verzekeringen, het in huis hebben van een zekere hoeveelheid contant geld, een overzicht van de

Aanbeveling

organisaties die kunnen helpen, het netwerk waarop mensen kunnen terugvallen

Bepaal gezamenlijk met netwerkpartners de risicoboodschap en op welke manier

en een opsomming van wat burgers nu al kunnen doen om dat netwerk zo nodig te

de maatschappij zich op deze risico’s moet voorbereiden.

versterken.

Breng risicocommunicatie dichter bij de burger

Aanbeveling

De gemiddelde mens komt pas in actie als de nood hoog is. Generieke en passieve

Maak in de risicocommunicatie ruimte voor handelingsperspectieven die helpen

risicocommunicatie via landelijke campagnes zet het grote publiek dan ook

om zo snel mogelijk terug te keren naar het normale leven.

maar beperkt aan tot handelen. Daarom is het zaak om deze communicatie lokale netwerken zoals de lokale sportvereniging, de geloofsgemeenschap,

Creëer meer samenhang tussen risicocommunicatie en crisiscommunicatie

jongerennetwerken, scholen of het werk.

Handelingsperspectieven in de koude fase horen logisch en naadloos aan te

zo dicht mogelijk bij de burger te brengen. Dat kan door gebruik te maken van

sluiten op handelingsperspectieven in de warme fase. Goede risicocommunicatie vergemakkelijkt kortom de crisiscommunicatie, omdat mensen feitelijk al weten hoe ze adequaat voorbereid moeten zijn op een crisis. Momenteel is

36

37

crisiscommunicatie echter een gemeentelijke verantwoordelijkheid, terwijl

Positioneer (nieuwe) netwerkpartners duidelijk in hun rol

de taak van risicocommunicatie bij de veiligheidsregio’s ligt.

Als netwerkpartners een nieuwe rol op zich nemen ter bevordering van de weerbaarheid en veerkracht in de samenleving, is het belangrijk dat zij duidelijk

Daarom is het van belang om meer samenhang aan te brengen in beide processen,

in die rol worden gepositioneerd. Op dit moment zijn alleen het Rode Kruis en

zowel inhoudelijk als in de uitvoering. De nafase begint immers al terwijl de

de waterschappen bij wet genoemd. Het Rode Kruis heeft zijn eigen besluit, de

crisis nog gaande is. Zo helpt goede crisiscommunicatie bij het vergroten van

waterschappen zijn genoemd in de Wet Veiligheidsregio’s. De Reddingsbrigade

weerbaarheid en veerkracht. Dat kan bijvoorbeeld door handelingsperspectieven

en de Nationale Reddingvloot zijn bijvoorbeeld niet genoemd. Dat kan leiden tot

te bieden die gericht zijn op hulp die partijen in en na de warme fase kunnen

onduidelijkheid ten aanzien van hun rol, positie, mandaat, inzet en de financiële

bieden en wat burgers zelf kunnen doen om anderen effectief te helpen. Daarbij is

afhandeling daarvan.

het zaak om een balans te vinden tussen het benoemen van mogelijkheden en het scheppen van verwachtingen die mogelijk niet kunnen worden waargemaakt.

In andere landen zijn organisaties die een cruciale rol spelen in de civiele bescherming vaak wel in de wet of onderliggende regelgeving genoemd. Denk

Aanbeveling

daarbij aan reddingsdiensten, medische en psychosociale hulpdiensten en

Maak in de crisiscommunicatie meer ruimte voor handelingsperspectieven die zijn

leveranciers van vitale voorzieningen, maar ook aan georganiseerde verbanden

gericht op het adequaat opstarten van de processen nafase en herstel. Bewaak

van vrijwilligers.

daarin de balans tussen verwachtingen en wat redelijkerwijs mogelijk is.

Aanbeveling

5. Kaderstelling

Benoem in het regelgevende kader de netwerkpartners die een cruciale rol vervullen (of kunnen vervullen) bij crisisbeheersing.

Formuleer doelgebonden regelgeving voor informatiedeling De wetgever stelt hoge eisen aan informatiedeling – zie de strenge regels

Leg de veranderende rol van het Rode Kruis wettelijk vast

in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Voor veel van de

Het Rode Kruis heeft in vele landen een wettelijk opgedragen taak in de rampen­

semipublieke en private netwerkpartners is het daarom niet eenvoudig om te

bestrijding en crisisbeheersing. In Nederland is dat niet anders met het Besluit

bepalen of ze informatie mogen delen en zo ja, onder welke voorwaarden.

Rode Kruis van 1988. De taakomschrijving in dit besluit is echter gedateerd: het

Vanwege de AVG spelen partijen in toenemende mate op zeker.

beschrijft alleen de rol van het Rode Kruis in oorlogs- en conflictsituaties.

Daarom zijn we gebaat bij specifieke doelgebonden regelgeving voor informatiedeling

De recente crises hebben eens te meer duidelijk gemaakt dat het takenpakket

tussen netwerkpartners. Zonder die informatiedeling kunnen zij immers niet komen

van het Nederlandse Rode Kruis inmiddels breder is. Als bijstandsverlener

tot effectieve monitoring en beeldopbouw. Aan de andere kant is het zaak om kaders

in hulpverlening en crisisbeheersing neemt het Rode Kruis steeds vaker

te scheppen voor het opeisen van informatie in situaties van verhoogde spanning.

een coördinerende rol in. Die rol past de organisatie goed en wordt door netwerkpartners hogelijk gewaardeerd. Daarnaast heeft het Rode Kruis het

Aanbevelingen

initiatief genomen voor een netwerk van vrijwilligers (Ready2Help) dat bij rampen

Maak het voor netwerkpartners wettelijk mogelijk om in koude, lauwe en warme

en crises in stelling kan worden gebracht. De bredere taakopvatting van het Rode

fasen samen te beschikken over informatie voor het voorkomen, bestrijden

Kruis draagt bij aan het vergroten van de maatschappelijke weerbaarheid en

en beperken van de gevolgen van rampen en crises. Onderzoek daarnaast de

verdient daarom wettelijke inkadering.

behoefte en mogelijkheden om informatie verplicht te laten aanleveren in tijden van verhoogde spanning.

38

39

Aanbeveling

Aanbeveling

Actualiseer de taken van het Rode Kruis in het kader van zich ontwikkelende

Benoem in het regelgevende kader verplichtingen en rechten van netwerkpartners

rampen en crises en geef deze een passende plek in het regelgevende kader.

in hun bijdrage aan het cyclische proces van crisisbeheersing.

Creëer regelgeving voor aansprakelijkheid, schade en compensatie van niet-beroepsmatige hulpverleners

Tot slot

Professionele hulpverleners kunnen tijdens een inzet gewond raken of schade

landelijke crisisbeheersing: van het landelijk bestuur, de regionale besturen van

aan anderen toebrengen. De aansprakelijkheid daarvoor is geregeld via de

de veiligheidsregio’s en de gemeenten tot verenigingsbesturen, stichtingen en

arbeidsvoorwaarden. Dat is minder duidelijk voor mensen of organisaties die

bestuurders van private bedrijven. Het zal daardoor niet eenvoudig worden om

vrijwillig – gevraagd of ongevraagd – een bijdrage leveren aan de hulpverlening.

een gezamenlijke beweging tot stand te brengen.

In 2018 adviseerde het toenmalige IFV aan gemeenten om richtlijnen op te

De overheid zal daarom het voortouw moeten nemen. Het is aan gemeenten,

stellen voor de inzet van burgers en de daarmee gepaard gaande financiële

veiligheidsregio’s en ministeries om de handen ineen te slaan en een passend

regelingen en juridische bijstand. Die aanbeveling is nog steeds actueel,

regelgevend kader te ontwikkelen. Bestaande regelingen zullen niet altijd

maar de verantwoordelijkheid blijft zo wel op het niveau van de gemeente of

voldoende zijn. Ook is het zaak om doublures te voorkomen: wat bijvoorbeeld

veiligheidsregio. Aansprakelijkheid en compensatie voor burgerinzet bij rampen

gemeentelijk geregeld is, moet niet ook nog een plek krijgen in de Wet

op landelijke schaal zijn daarmee nog altijd niet geregeld.

Veiligheidsregio’s.

Meerdere vormen van bestuur zijn betrokken bij de netwerksamenwerking in onze

Aanbeveling Ontwikkel landelijke regelgeving ten aanzien van aansprakelijkheid, schade en

De situatie in Caribisch Nederland

compensatie bij het inzetten van niet-beroepsmatig aangestelde hulpverleners

Deze aanbevelingen hebben in algemene zin ook betrekking op Caribisch

en vrijwilligers.

Nederland, al verschillen hun risico’s en context aanzienlijk met Nederland. Caribisch Nederland is zich meer bewust van rampen en crises zoals orkanen en

Leg ieders taken en verantwoordelijkheden in de crisisbeheersing vast in de regelgeving

overvloedige regenval of uitval van elektriciteit – en is daar ook op voorbereid.

Crisisbeheersing is een cyclisch proces dat voortdurend moet worden geoefend.

aangewezen: de samenleving is hechter dan in Nederland, resilience zit meer in

Daarvoor investeert de overheid in kennisontwikkeling, opleiding en training. Nieuwe

het DNA van de bewoners.

Door de kleine schaal van de eilanden is de bevolking van nature sterk op elkaar

netwerkpartners moeten een plek krijgen in dit proces, maar dat vraagt veel van hen. Ze hebben vaak andere procedures dan de hulpdiensten. Daarnaast beschikken

Het is daarom wenselijk om een specifieke vertaalslag te maken naar

hun medewerkers over andere kennis en vaardigheden dan die van professionele

de situatie op de eilanden, maar deze aanbevelingen gaan zeker op voor

hulpverleners. De aanvullende kennis van nieuwe netwerkpartners is van waarde,

het normeren van scenario’s, het inzichtelijk maken van capabilities, het

maar tegelijk moeten zij zich het proces van crisisbeheersing eigen maken.

versterken van opleidingen, trainingen en oefeningen, het ondersteunen van de zelfredzaamheid, het verbinden van netwerken en het operationeel versterken

Meedoen in dit cyclische proces kan alleen slagen als duidelijk is wat er van

van de samenwerking.

de netwerkpartners wordt verwacht en hoe hun inspanningen worden gedekt. Partners kunnen daarop gericht investeren in kennisuitwisseling, opleiding en training van de juiste vaardigheden.

40

41

4 Een vervolgaanpak

42

43

Voor een concreet vervolg passen vijf programmalijnen die aansluiten op de

3. Slagkracht

aanbevelingen die in vijf logische groepen zijn gerangschikt:

Door alle vaardigheden van netwerkpartners op elkaar aan te sluiten en

1. Netwerkvorming (‘verbinden en richten’)

vervolgens daarop te trainen, kunnen we de operationele slagkracht verbeteren.

2. Inzicht (‘zien en begrijpen’)

Dat brengen we tot stand via de volgende activiteiten:

3. Slagkracht (‘inrichten en verrichten’)

> gereed stellen en inzetbaar maken van capabilities

4. Bewustwording (‘voelen en bewegen’)

> werken aan inzetprocedures

5. Kaderstelling (‘afbakenen en besturen’).

> zorgen voor effectieve en passende coördinatie en sturing > opleiden, trainen en oefenen.

Samengevat komen de taken van elke programmalijn neer op de volgende punten:

1. Netwerkvorming

4. Bewustwording Via risico- en crisiscommunicatie creëren we voldoende urgentie in de

Door netwerken te vormen, verbinden we maatschappelijke crisispartners in een

samenleving, bieden we handelingsperspectieven en zetten we maatschappelijke

netwerk dat we vervolgens gezamenlijk dienen te onderhouden. Dat doen we via

beweging in gang. Dat bereiken we via de volgende activiteiten:

de volgende activiteiten:

> werken aan een heldere en op maat gesneden boodschap

> behoeftescenario’s beschrijven en uitwerken

> bepalen hoe deze boodschap te brengen, zodat deze leidt tot actie

> netwerkpartners in kaart brengen en benaderen

> een landelijke aanpak kiezen waarin risicocommunicatie een plek krijgt

> netwerkpartners aan het doel verbinden

> in crisiscommunicatie aandacht besteden aan nafase en herstel.

> netwerken in maatschappelijke netwerkkaarten beschrijven > rollen, mandaten en taken beschrijven > kennis en ervaringen in een landelijk resilience-netwerk delen > het netwerk levend houden.

5. Kaderstelling Door passende wettelijke en regelgevende kaders te bieden, voeren we straks een stimulerend beleid dat is gericht op de vorming en instandhouding van

2. Inzicht

een effectief stelsel van crisisbeheersing. Zo’n stelsel kan bogen op voldoende

Door een gezamenlijk beeld te creëren, kunnen netwerkpartners effectief

leggen we daarvoor de volgende zaken vast:

samenwerken. Zo’n gezamenlijk beeld komt tot stand via de volgende activiteiten:

> rollen en taken

> benodigde en beschikbare capabilities inventariseren

> verplichtingen

> zicht hebben en houden op deze capabilities

> mandaten

> actuele maatschappelijke ontwikkelingen bijhouden

> aansprakelijkheid

> bovenregionaal en landelijk operationeel beeld tot stand brengen

> compensatie.

bestuurlijke, financiële en organisatorische mogelijkheden. Binnen die kaders

> netcentrisch werken.

44

45

Naar een ‘whole of society’-aanpak Deze vijf programmalijnen kunnen de aanzet vormen tot een landelijke aanpak die onder verschillende namen bekendstaat: ‘all hazard’, ‘whole of government’ of ‘whole of society’. De gedachte erachter is hetzelfde: in al hun variaties bedreigen risico’s onze samenleving vaak op dezelfde manier. Daarin vraagt de beteugeling van die risico’s doorgaans om een multisectorale en multidisciplinaire aanpak, volgens één vaststaand en beproefd model. De Scandinavische landen zijn vergevorderd met deze ‘whole of society’-aanpak. Hun hele beleid voor burgerbescherming en crisisbeheersing is eromheen opgebouwd. Deels heeft dat te maken met de toenemende en zeer nabije dreiging vanuit het oosten. Maar toch beschikten onder meer Zweden en Finland ook vóór die tijd al over een brede maatschappelijke organisatie die tot doel had om de weerbaarheid en veerkracht van de samenleving te vergroten. Het zou verstandig zijn als Nederland met datzelfde doel toewerkt naar een eigentijdse vorm van civiele bescherming.

46

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://nipv.nl/wp-content/uploads/2024/06/20240105-NIPV-Visiedocument-Weerbaarheid-en-Veerkracht.pdf