CConstaterende datDeventer
Koppel je AI →
Document · PDF

NIEUW 2025-787-bijlage-Was-wordt tabel wijziging Apv 2025

Raadsvergadering 26 november 2025, gemeente DeventerBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening tot wijziging Algemene plaatselijke verordening Deventer3.324 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt-tabel Wijziging Algemene plaatselijke verordening 2025 Artikel 2:24 lid 1 onder b wordt als volgt gewijzigd (artikel 1, onderdeel A van het wijzigingsbesluit): Bestaande tekst Artikel 2:24 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;

Nieuwe tekst Artikel 2:24 Begripsbepaling 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder g, van de Gemeentewet

Artikel 2:34b wordt als volgt gewijizgd (artikel 1 onderdeel B van het wijzigingsbesluit): Bestaande tekst Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen 1.Een paracommerciële rechtspersoon kan onverminderd het bepaalde in artikel 2:29 alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de aanvang en tot uiterlijk één uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon. 2.Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn.

Nieuwe tekst Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen 1. Het is een paracommerciële rechtspersoon die zich voornamelijk richt op sociaal-culturele activiteiten uitsluitend toegestaan om zwakalcoholhoudende drank te verstrekken binnen de volgende tijden: a. maandag tot en met donderdag van 17.00 uur tot uiterlijk 23.00 uur, en; b. vrijdag van 17.00 uur tot uiterlijk 00.00 uur, en; c. zaterdag van 13.00 uur tot uiterlijk 00.00 uur, en; d. zondag van 13.00 uur tot uiterlijk 23.00 uur. 2. Een paracommerciële rechtspersoon, die zich voornamelijk richt op het organiseren van sportieve, recreatieve activiteiten en andere dan in lid 1genoemde paracommerciële rechtspersonen, kunnen zwakalcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf twee uur voor de aanvang en tot uiterlijk twee uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon met inachtneming van de in lid 3 en 4 genoemde tijden. 3. Het is een paracommerciële rechtspersoon als genoemd in lid 2, uitsluitend toegestaan om zwakalcoholhoudende drank te verstrekken binnen de volgende tijden:

a. maandag tot en met donderdag van 17.00 uur tot uiterlijk 23.00 uur, en; b. vrijdag van 17.00 uur tot uiterlijk 00.00 uur, en; c. zaterdag van 13.00 uur tot uiterlijk 00.00 uur, en; d. zondag van 13.00 uur tot uiterlijk 23.00 uur. 4. In afwijking van lid 3 sub a en b zijn de schenktijden bij welzijnsinstellingen gericht op ouderenzorg van maandag tot en met vrijdag van 13.00 uur tot uiterlijk 23.00 uur. 5. Een paracommerciële rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. 6. De burgemeester kan nadere regels stellen ten aanzien van het bepaalde in dit artikel.

Artikel 2:34d wordt als volgt gewijzigd (artikel 1 onderdeel C van het wijzigingsbesluit): Bestaande tekst Artikel 2:34d Ontheffing 1.De burgemeester kan ontheffing verlenen van het bepaalde in de artikelen 2:34b en 2:34c 2.Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht betreffende de positieve beschikking bij niet tijdig beslissen is niet van toepassing.

Nieuwe tekst . Artikel 2:34d Ontheffing 1. De burgemeester kan een ontheffing verlenen: a. van het bepaalde in de artikelen 2:34b lid 1 tot en met 4 en 2:34c; b. van het bepaalde in artikel 2:34b lid 5 voor maximaal 10 maal per kalenderjaar; 2. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht betreffende de positieve beschikking bij niet tijdig beslissen is niet van toepassing.

Artikel 2:34 e Proeverijen in slijtlokaliteiten, wordt vernummerd naar artikel 2:34g (artikel 1 onderdeel D van het wijzigingsbesluit): Bestaande tekst Artikel 2:34e Proeverijen in slijtlokaliteiten

Nieuwe tekst Artikel 2:34g Proeverijen in slijtlokaliteiten

1.Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit. 2.De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.

1.Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid, van de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit. 2.De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.

Na artikel 2:34 d worden artikelen ingevoegd (artikel 1 onderdeel E van het wijzigingsbesluit): Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 2:34e Weigeringsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 van de APV kan de burgemeester een ontheffing op grond van artikel 2:34d APV weigeren als: 1. de bijeenkomst zich hoofdzakelijk richt op jongeren onder de 18 jaar; 2. de ontheffing leidt tot oneerlijke concurrentie met reguliere horeca in de omgeving; 3. overtredingen van de APV, Alcoholwet of ontheffingsvoorwaarden zijn geconstateerd binnen een periode van twee jaar voorafgaand aan de aanvraag; 4. de bijeenkomst plaats vindt buiten de toegestane tijden zoals bepaald in artikel 2:34b APV; 5. de bijeenkomst niet is toegestaan op grond van de nadere regels; 6. het verstrekken van alcoholhoudende drank tijdens de bijeenkomst een op zichzelf staand doel is; 7. de paracommerciële rechtspersoon geen reglement heeft vastgesteld als bedoeld in artikel 9 van de Alcoholwet; 8. als er bij gebruik van eerdere ontheffingen of bij regulier gebruik sprake is geweest van (geluids)overlast. Artikel 2:34f Intrekkingsgronden Onverminderd het bepaalde in artikel 1:6 van de APV kan de burgemeester een verleende ontheffing op grond van artikel 2:34d APV intrekken als: 1. de ontheffing wordt gebruikt voor commerciële doeleinden die niet passen binnen de doelstelling van de paracommerciële instelling; 2. de alcoholhoudende drank niet wordt verstrekt door en onder verantwoording van een houder van een

Alcoholwetvergunning (artikel 3 Alcoholwet).

Artikel 2:51 wordt als volgt gewijzigd (artikel 1 onderdeel F van het wijzigingsbesluit): Bestaande tekst Artikel 2:51 Hinderlijk (brom) fietsparkeren Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te plaatsen of te laten staan: a. op zodanige wijze voor of tegen een gebouw, dat daardoor voor een bewoner of gebruiker van dat gebouw de toegang of het uitzicht wordt belemmerd; b. op zodanige wijze op een voetpad of trottoir, dat daardoor de doorgang wordt gehinderd of belemmerd; c. op geleidelijnen die op de weg zijn aangebracht ten behoeve van visueel gehandicapten; d. op zodanige wijze dat daardoor het in- en uitstappen bij bus, taxi of gehandicaptenplaats gehinderd of belemmerd wordt; e. op zodanige wijze dat daardoor de functie van straatmeubilair gehinderd of belemmerd wordt; of f. tegen monumenten of gedenktekens.

Nieuwe tekst Artikel 2:51 Parkeren van fietsen, bromfietsen of vergelijkbaar vervoermiddel 1. Het is verboden een fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel, al of niet voor onmiddellijk gebruik geschikt, te plaatsen of laten staan: a. als daardoor op een voetpad of trottoir de doorgang wordt gehinderd of belemmerd; b. als daardoor de veiligheid of de doorstroming van of het uitzicht voor het verkeer wordt gehinderd; c. als daardoor op of aan een openbare plaats hinder, overlast of schade ontstaat of d. als daardoor voor een bewoner of gebruiker van het gebouw waartegen of waarvoor de fiets, bromfiets of vergelijkbaar vervoermiddel is geplaatst de doorgang of het uitzicht wordt belemmerd; e. tegen een monument of gedenkteken. 2. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde periode onafgebroken te laten staan. 3. Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen ter voorkoming of beëindiging van hinder, overlast of gevaar fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde fietsparkeervoorzieningen te laten staan. 4. Het is verboden fietsen of bromfietsen die rij technisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren, op of aan de weg of in een parkeerfietsvoorziening te laten staan.

Artikel 2:52 wordt als volgt gewijzigd (artikel 1 onderdeel G van het wijzigingsbesluit): Bestaande tekst Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d. 1.Het is verboden op een gemotoriseerd voertuig te rijden, te fietsen of zich op een ander vervoermiddel voort te bewegen op een terrein waar een markt, kermis, uitvoering, evenement, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt welke publiek

Nieuwe tekst Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op kermis, evenemententerrein e.d. 1.Het is verboden op een gemotoriseerd voertuig te rijden, te fietsen of zich op een ander vervoermiddel voort te bewegen op een terrein waar een kermis, uitvoering, evenement, bijeenkomst of plechtigheid gehouden wordt welke publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.

trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van het terrein. 2.Dit verbod is niet van toepassing voor zover de bestuurder van het gebruik van dit vervoermiddel lichamelijk afhankelijk is (scootmobiels e.d.).

2.Dit verbod is niet van toepassing voor zover de bestuurder van het gebruik van dit vervoermiddel lichamelijk afhankelijk is (scootmobiels e.d.).

Artikel 2:74 wordt als volgt gewijzigd (artikel 1 onderdeel H van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst Artikel 2:74 Verbod begeven op de weg om drugs te verhandelen Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op of aan de weg post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat dit gebeurt met het doel om middelen als bedoeld in de artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

Nieuwe tekst Artikel 2:74 Drugshandel op straat Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden en/of zich daar heen en weer te bewegen met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in de artikelen 2, 2a en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling en al dan niet vanuit een voertuig, af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.

Artikel 2:74d wordt als volgt gewijzigd (artikel 1 onderdeel I van het wijzigingsbesluit) Bestaande tekst Artikel 2:74d Openlijk drugsgebruik [Vervallen]

Nieuwe tekst Artikel 2:74d Openlijk drugsgebruik Het is in de door het college aangewezen gebieden verboden op of aan de weg, op een andere openbare plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw middelen als bedoeld in de artikelen 2 of 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende waar te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen voorhanden te hebben.

Artikel 5:9 wordt als volgt gewijzigd (artikel 1 onderdeel J van het wijzigingsbesluit): Bestaande tekst Nieuwe tekst Artikel 5:9 Parkeren van uitzicht Artikel 5:9 Parkeren van uitzicht belemmerende voertuigen belemmerende voertuigen 1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2.40 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze

1.Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2.40 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op

dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. 2.Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. 3.Dit artikel is niet van toepassing op de bebouwde kom van Deventer (stad).

hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of overlast wordt aangedaan. 2. Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.

Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets, vervalt (artikel 1 onderdeel K van het wijzigingsbesluit): Bestaande tekst Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

Nieuwe tekst [vervallen]

Toelichting Artikelsgewijs Artikel 2:24 Begripsbepaling evenementen lid 1 onder b Dit artikel gaat over de begripsbepalingen voor evenementen. Lid 1 onder b bevatte een verkeerde verwijzing. De Gemeentewet is verletterd, dus waar eerder verwezen werd naar artikel 160, eerste lid, onder h van de Gemeentewet moet er nu eerste lid onder g komen te staan. De verwijzing naar artikel 5:22 Apv is achterhaald, want dit artikel is vervallen.

Artikel 2:34b Regulering paracommerciële rechtspersonen Dit artikel geeft regels voor niet-commerciële ‘rechtspersonen’ zoals stichtingen of verenigingen die zich in de eerste plaats richten op het stimuleren van activiteiten van recreatieve, sportieve, sociaalculturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. Horeca-activiteiten behoren dus niet tot de corebusiness. Dat is wel het geval bij commerciële instellingen, zoals restaurants en cafés. Er is bij zowel de paracommerciële als bij de commerciële instellingen behoefte aan meer duidelijkheid over de regels rondom schenken van alcohol bij activiteiten die worden georganiseerd door de

paracommerciële instellingen. Meer duidelijkheid vooraf kan voorkomen dat belanghebbenden in onwetendheid worden gelaten. Voorliggende wijziging biedt meer duidelijkheid over de schenktijden voor de verschillende paracommerciële instellingen. Daarnaast is de mogelijkheid om nadere regels te stellen opgenomen. Bij de uitwerking van deze nadere regels geeft de gemeente duidelijkheid over de manier waarop ze omgaat met de ontheffingsmogelijkheid van artikel 2:34d APV Artikel 2:34d Ontheffing Bij dit artikel wordt vastgehouden aan het uitgangspunt dat voor feesten van persoonlijke aard geen ontheffing wordt verleend. Artikel 2:34 g Proeverijen in slijtlokaliteiten Dit artikel verandert inhoudelijk niet, maar krijgt een ander nummer, zodat het niet tussen de mogelijkheid voor ontheffing en de weigerings- en intrekkingsgronden in komt te staan. Artikel 2:34e Weigeringsgronden Dit artikel spreekt voor zich Artikel 2:34f Intrekkingsgronden Dit artikel spreekt voor zich Artikel 2:51 parkeren van fietsen, bromfietsen of een verglijkbaar vervoermiddel Dit artikel regelt het verbod om een fiets of bromfiets hinderlijk te plaatsen of te laten staan in de openbare ruimte.

Omdat het plaatsen van voertuigen op verschillende plaatsen geregeld is, steeds met een wisselende bedoeling: de instandhouding van het plantsoen, het tegengaan van hinder of verkeersbelangen wordt een nieuwe artikel voorgesteld. In het nieuwe artikel gaat het om de voorkoming van overlast en het toegankelijk houden van de openbare ruimte. Voetgangers en fietsers moeten comfortabel en veilig gebruik kunnen maken van de openbare ruimte. Het neerzetten van fietsen en bromfietsen op plaatsen waar deze voertuigen hinder of schade kunnen veroorzaken, geeft vaak aanleiding tot klachten. Artikel 2:51 geeft de mogelijkheid hiertegen op te treden. Het college kan middels een aanwijzingsbesluit plaatsen en termijnen bepalen voor het stallen van fietsen en bromfietsen. Dit kan per locatie verschillen. Op locaties waar de stallingscapaciteit voldoende is en de druk op de openbare ruimte beperkt is, kan langer gestald worden in de openbare ruimte. Op deze wijze wordt rekening gehouden met de werkelijke beschikbare stallingscapaciteit per gebied. Dat betekent dat er gedifferentieerder, effectiever en sneller kan worden ingespeeld op behoefte en noodzaak, zodat handhaving ook effectief ingezet kan worden, waardoor weesfietsen en fietswrakken verwijderd kunnen worden. Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op kermis, evenemententerrein e.d.

In dit artikel is het verboden op een gemotoriseerd voertuig te rijden, te fietsen of zich op een ander vervoermiddel voort te bewegen op een terrein waar een markt gehouden wordt welke publiek trekt. De uitvoering van dit verbod waar een markt gehouden wordt is onuitvoerbaar. Alle toegangswegen tot de locatie van de markt zou dan voorzien moeten worden met vaste bebording. Het woord markt vervalt dan ook. Artikel 2:74 Drugshandel op straat De formulering van het artikel wordt aangepast om de handhaafbaarheid te vereenvoudigen. Er bestond vooral onduidelijkheid over situaties waarin sprake was van voertuigen die in beweging zijn, maar waarvan wel wordt aangenomen dat ze zich daar bevinden met het vermoedelijke doel om drugs te verhandelen. Daarnaast is het artikel zo meer in lijn gebracht met de modelverordening van de VNG (zomer 2024). Artikel 2:74d Openlijk drugsgebruik Dit artikel wordt toegevoegd om handhavers een gerichte mogelijkheid te geven op te treden tegen (overlast door) gebruik van verdovende middelen. Dat dit artikel nu wordt toegevoegd heeft primair te maken met een ervaren ernstige toename van overlast door het gebruik van ‘nieuwe’ middelen zoals flakka. Deze middelen hebben een andere uitwerking op gebruikers dan eerder bekende middelen,

waardoor gedrag onvoorspelbaar en soms agressief wordt. Dit heeft negatieve gevolgen voor de openbare orde in de stad. Afbakening met de Opiumwet (toelichting Model-APV van de VNG) Op sommige plaatsen in de publieke ruimte ervaren mensen hinder, overlast en gevoelens van onveiligheid doordat op die plaatsen drugs worden gebruikt. Een aantal gemeenten heeft daarom al enkele jaren een bepaling in de APV opgenomen waarbij openlijk drugsgebruik wordt verboden. De rechtspraak is een aantal jaren wisselend geweest, waarbij in een aantal gevallen zo’n bepaling onverbindend werd geacht omdat de rechter van oordeel was dat door de overlap met de Opiumwet (men kan immers verboden substanties niet gebruiken zonder deze – in strijd met de Opiumwet – voorhanden te hebben) de bovengrens van de gemeentelijke regelgevende bevoegdheid werd geschonden. Maar inmiddels is er een rechterlijke consensus ontstaan waarbij zo’n bepaling, omwille van de openbare orde, dus met een ander motief dan de Opiumwet, toelaatbaar wordt geacht. Artikel 5:9 parkeren uitzicht belemmerende voertuigen Artikel 5:8a APV staat het parkeren van bestelbussen binnen de bebouwde kom toe. In de praktijk blijkt dat veel moderne bestel- en werkbussen hoger zijn dan 2,40 meter en soms langer dan zes meter.

Omdat deze voertuigen vaak door medewerkers mee naar huis worden genomen, leidt dit ertoe dat zij structureel worden geparkeerd in woonstraten en met regelmaat voor de woningen van omwonenden. Dit veroorzaakt in toenemende mate hinder en leidt tot klachten van bewoners. Artikel 5:9 APV verbiedt het parkeren van grote voertuigen voor een woning als dit hinder of overlast veroorzaakt maar dit verbod geldt niet voor de bebouwde kom. Er kon dus niet worden opgetreden tegen grote bestelbussen die hinder of overlast veroorzaken als ze voor een woning staan geparkeerd binnen de bebouwde kom. Met deze aanpassing (verwijderen van het voorheen geldende derde lid), blijft het toegestaan om bestelbussen binnen de bebouwde kom te parkeren (volgens artikel 5:8a lid 2g APV), maar niet voor een woning op een wijze die hinder of overlast veroorzaakt. Er is een uitzondering voor werkzaamheden waarbij de bestelbus noodzakelijk is (zie lid 2). Handhaving Overtreding van dit artikel kan leiden tot een boete van €100,- (feitcode: R414C), exclusief €9,administratiekosten. De boete wordt afhankelijk van de omstandigheden opgelegd. Als mogelijk krijgt de eigenaar de gelegenheid om het voertuig te verplaatsen. Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets Zoals bij artikel 2:51 is overwogen wordt de inhoud van dit artikel verwerkt in het nieuwe artikel 2:51, waardoor dit artikel kan vervallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16231379/1