LINK: Afdoening toezegging 21 april -Beantwoording raadsvragen RES en MER
Tekst van het document
Beantwoording raadsvragen over de m.e.r. in het kader van de RES Tijdens de raadstafel van 21 april 2021 zijn meerdere vragen gesteld over een m.e.r. (milieueffectrapportage) in relatie tot de RES. Het beantwoorden van die vragen is niet zo eenvoudig omdat de regelgeving rond m.e.r.-procedures tamelijk complex is. In dit geval is het vraagstuk rond de m.e.r. extra ingewikkeld omdat er een aantal processen parallel lopen: - De Provinciale OmgevingsVisie (POV); - De RES 1.0 - De Deventer Windverkenning. Dit stuk is als volgt opgebouwd: 1. Een korte beschrijving van verschillende m.e.r.-procedures 2. Een beschrijving van de verschillende processen en hun samenhang 3. Een voorstel voor de Deventer situatie. 1. Beschrijving van de verschillende m.e.r.-procedures Er zijn verschillende soorten m.e.r. (milieueffectrapportage) procedures: plan-m.e.r.; (recent toegevoegd) een plan-m.e.r.- beoordeling; m.e.r.-plicht = verplicht opstellen van een m.e.r.-rapport; m.e.r.-beoordeling; vorm-vrije m.e.r.-beoordeling = beoordelen of opstellen m.e.r.-rapport noodzakelijk is onder de drempelwaarden als genoemd in Besluit m.e.r. vrijwillige m.e.r./milieurapport dat ter advisering aan de Commissie voor de m.e.r. wordt voorgelegd.
Bij een (plan)-m.e.r.-beoordeling wordt op grond van onderzoek naar milieueffecten bepaald of er sprake is van een m.e.r.-plicht en of er een m.e.r.-rapport moet worden opgesteld. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen een plan-m.e.r. en project-m.e.r. In juridische zin is het onderscheid beperkt tot kleine procedurele verschillen. In de praktijk gaat een plan-m.e.r. vooraf aan de project-m.e.r. De plan-m.e.r. heeft betrekking op de beoordeling van plannen en programma’s op een abstracter niveau en indien er sprake is van een passende beoordeling in de zin van de Wet natuurbescherming. In de project-m.e.r. wordt gedetailleerder gekeken naar milieueffecten. Ook zonder plan-m.e.r. kan er een project-m.e.r. plaatsvinden. De vraag of een m.e.r. kan dienen als instrument voor participatie wordt bevestigend beantwoord. Een m.e.r. is bij uitstek geschikt voor participatie. Volgens de handleiding m.e.r. van het rijk spelen deze zes thema's een belangrijke rol bij de totstandkoming van een m.e.r.: Alternatieven Reikwijdte en detailniveau Participatie Kwaliteit Procesregie Passende scheiding van functies bij projecten 2 Beschrijving van de verschillende processen en hun samenhang Provinciale Omgevingsvisie De provinciale omgevingsvisie (POV) wordt voor het eind van het jaar vastgesteld. Onderdeel daarvan is een plan-m.e.r..
Hiervoor heeft net een consultatie plaatsgevonden voor de onderzoeksvragen. Daarmee wordt vastgesteld welke elementen/thema’s worden onderzocht in het kader van de m.e.r. en in welke mate van concreetheid. De onderzoeksagenda wordt in september vastgesteld. Het m.e.r.-onderzoek is voor einde jaar afgerond.
Over de relatie tussen de POV en de RES wordt het volgende gesteld: In het kader van de POV worden geen ruimtelijke keuzes gemaakt zonder afstemming met de RES-partners; In de POV worden geen keuzes gemaakt die direct te maken hebben met de RES. Het kan echter wel gebeuren dat keuzes op andere thema’s worden gemaakt die effect hebben op de RES en evt overlappen met de RES-zoekgebieden; Het ambitieniveau van de RES is uitgangspunt voor de POV. De participatie in het kader van de POV is opgedeeld in: Over inhoudelijke keuzes wordt alleen met vertegenwoordigers van betrokken partijen gesproken Participatie met inwoners vindt wel plaats, maar zal op wat hoger abstractieniveau gericht zijn op algemene waarden en wensen. RES en m.e.r. In het Hoofdlijnenakkoord is het volgende gesteld: ‘Hoewel de RES niet m.e.r.-plichtig is, is het verstandig om de strategisch samenhangende afweging (in de geest van de m.e.r.) goed mee te nemen. Deze informatie en onderbouwing kan dan te zijner tijd goed worden gebruikt bij de doorvertaling van de RES 1.0 in het (lokale) omgevingsbeleid.’ Wij vinden het om twee redenen belangrijk om een regionale of sub-regionale plan-m.e.r. op te stellen: Een plan-m.e.r. helpt heel erg in de processen van individuele projecten, ook al is voor die projecten op zich strikt genomen geen m.e.r. nodig.
Ook voor individuele projecten is onderzoek nodig naar de cumulatieve effecten van energieopwekking, bijvoorbeeld op de ecologie. Dit vraagt hoe dan ook om een bovenregionale onderzoeksopgave. Binnen de RES is gesteld dat het onmogelijk is om op dit moment een plan-m.e.r. voor heel WestOverijssel uit te voeren, simpelweg omdat bijvoorbeeld in Deventer nog geen zoekgebieden zijn vastgesteld. Er wordt nu voorgesteld om te kiezen voor enkele subregionale plan-m.e.r.’en. De plan-m.e.r.’en voor de RES lopen waarschijnlijk achter de POV aan. Daarom vindt er bij het opstellen van de POV constant afstemming plaats met de RES (zie boven). Als de m.e.r. voor de POV eerder gereed is dan de m.e.r. voor de RES kan op bepaalde onderdelen gebruik gemaakt worden van de onderzoeken die in het kader van de POV zijn uitgevoerd. In het kader van de RES is nu nog geen keuze gemaakt over de vorm en gebiedsbegrenzing van de m.e.r.’en. Vandaar dat in het Hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat er een verkenning wordt uitgevoerd. Situatie Deventer Gezien de maximale aantallen windmolens die er mogelijk in Deventer geplaatst worden is er in Deventer geen sprake van een directe m.e.r.-plicht. Deze geldt pas bij een plan met meer dan 20 windturbines. Volgens het Besluit m.e.r. is er sprake van een windplan bij 3 of meer turbines.
Er is een plicht tot een m.e.r.-beoordeling bij meer dan 10 molens of een gezamenlijk vermogen groter dan 15 mW. We weten nu niet of dit het geval zal zijn. Voor kleinere windplannen tussen 3 en 10 turbines zal in ieder geval een vorm-vrije m.e.r.-beoordeling noodzakelijk zijn. Bij de twee bestaande turbines is ervoor gekozen om wel een vrijwillige m.e.r./milieurapport uit te voeren. Deze is ter beoordeling neergelegd bij de Commissie m.e.r.. Deze onafhankelijke toetsing was behulpzaam bij de procedures bij de Raad van State. Wij konden aantonen dat er een goede integrale afweging was gemaakt. Wij weten nu nog niet in welke vorm wij een m.e.r. gaan uitvoeren.
Het lijkt ons in ieder geval wijs om een bovenregionale plan-mer te maken. Dit biedt een goede mogelijkheid om effecten van energie-opwek integraal in beeld te brengen. De grens van het plangebied dient nader bepaald te worden. Daarbij zullen we ook de mogelijkheid overwegen om Lochem erbij te betrekken. Op projectniveau is het ook wijs om milieueffecten integraal in beeld te brengen door middel van een vrijwillige m.e.r., die ter toetsing voorgelegd zal worden aan de Commissie m.e.r.. Dat wordt ook vastgelegd in de spelregels die nu worden opgesteld voor eventuele initiatiefnemers van windmolens. Bij al die m.e.r.’en, in welke vorm dan ook, kan gebruik worden gemaakt van de onderzoeken in het kader van de plan-m.e.r. die voor de POV wordt opgesteld. 3. Samengevat voorstel voor Deventer
Wij steunen het plan om een regionale of subregionale plan-m.e.r. op te stellen. Dat biedt de mogelijkheid om de effecten van de energie-opwek integraal te onderzoeken. Wanneer wij dat gaan doen zal waarschijnlijk worden bepaald tijdens de Verkenning die in het Hoofdlijnenakkoord (par 3.4) is beschreven; De begrenzing van de regio moeten we nog nader invullen, waarbij het voor de hand lijkt te liggen om daar ook Lochem bij te betrekken. Wij hebben het voornemen om in de spelregels voor individuele projecten voor te schrijven dat een vrijwillig m.e.r.-onderzoek moet worden uitgevoerd en dat dit ter beoordeling moet worden voorgelegd aan de Commissie m.e.r..
Meer informatie over m.e.r. is te vinden via: Procedurehandleiding - Kenniscentrum InfoMil De commissie voor de mer heeft een factsheet opgesteld m.b.t. windparken op land: Windparken op land en milieueffectrapportage (commissiemer.nl)