LINK: 2022-01-12 Adviesraad Sociaal Domein - Advies beleidskader buurtvoorzieningen
Tekst van het document
Aan het College van B&W van de gemeente Deventer Postbus 5000 7400 GC Deventer Onderwerp:
Reactie op het Beleidskader Goede voorziening in de buurt 2022 - 2030
Behandeld door:
Cluster Jeugd & Onderwijs: dhr. H. Slats en Th. Oorthuis
Deventer,
12 januari 2022
Geacht College, Mede vanwege het door de griffie naar voren halen van de behandeling van bovengenoemd Beleidskader naar de Raad van januari 2022, zag het Cluster Jeugd en Onderwijs van de Adviesraad zich te elfder ure genoodzaakt middels een extra vergadering bijgaande reactie, onder tijdsdruk, te concipiëren. Jammer dat we niet in de gelegenheid gesteld zijn pro-actief mee te denken. Alvorens over te gaan tot een puntsgewijze behandeling van het stuk moet ons van het hart dat de nota niet het predicaat beleidskader verdient. Daarvoor zijn de geschetste kaders niet duidelijk en komt de sociale infrastructuur nauwelijks uit de verf. Veelal incompleet en ten dele zelfs selectief beschreven (wensdenken). Ook hier speelt een reeds eerder door ons gememoreerd euvel een rol, nl. het ontbreken van een kader waarin de verschillende beschreven voorzieningen (algemeen/voorliggend/maat/buurt) zich tot elkaar verhouden alsmede de (gewenste) verhouding professional – vrijwilliger. 1. Er ontbreekt kortom een visie op de (gewenste) sociale infrastructuur en de rol van buurtvoorzieningen om die te versterken 2. Uit het kader wordt duidelijk dat het hier gaat om een beperkt aantal buurtvoorzieningen, namelijk die met een gebouw en met de juridische structuur van verenigingen. Dat laatste kennelijk met het oogmerk dat de verantwoordelijkheid bij bewoners in de buurt ligt.
Het is wel een gemiste kans om ook andersoortige voorzieningen te betrekken, want die maken ook deel uit van de sociale infrastructuur. 3. Bij buurtvoorzieningen kun je bv. in het kader van ontmoeting ook denken aan parkjes met een bankje voor sociaal contact, aan een trapveldje voor de jeugd om te voetballen, een rondhangplek voor de tieners. 4. Of als het om zorg gaat, de functies van het centrum voor Jeugd en Gezin, de consultatiebureaus, de wijkagent, de kinderdagverblijven, de thuiszorg, de ggd, de maatschappelijke opvang en de specialistische 2e lijnszorg. 5. Dan is er in het beleidskader ook nog de gekozen beperking tot het terrein van (regionale) zorg en welzijn. De sportverenigingen (in de buurt met een gebouw en met vrijwilligers en een verenigingsstructuur) komen niet aan bod. Weer een gemiste kans want ook zij maken deel
uit van de sociale infrastructuur. 6. Wat te denken van de inzet van veel vrijwilligers die zich vanuit de kerken en moskeeën inzetten voor de buurt. En de vrijwilligers die zich via de school in de buurt inzetten. Ook zij maken deel uit van de sociale infrastructuur. 7. Het beleidskader mist eveneens de aansluiting tussen de buurt en de stedelijke voorzieningen. Denk bijvoorbeeld aan scouting met zijn vele vrijwilligers. Datzelfde geldt voor de supportersvereniging van Go Ahead Eagles, de begeleiding vanuit Humanitas aan de buurt/steungezinnen, Carinova met het Mantelzorgsteunpunt en de activiteiten op buurtniveau van de Stichting Present. 8. Het beleidskader legt wel een verband met enkele regionale ontwikkelingen en ook wel met sommige landelijke. Deze selectie wordt niet met argumenten onderbouwd. Impliciete prioriteit ligt bij de relatie tussen buurtvoorzieningen en de (regionale) zorg. Overigens lijkt het accent op deze ontwikkeling van bovenaf ingegeven en op zekere gespannen voet met het principe van dat de regie over buurtvoorzieningen bij de inwoners in de buurt ligt. 9. Even los van de opmerkingen hiervoor is wel duidelijk dat de gemeente een rol heeft ten aanzien van genoemde voorzieningen. Zeker als het gaat voor de basis op orde. Die basis is met name gelegen in een sluitende en zinvolle exploitatie van buurthuis en speeltuin.
Dat is in toenemende mate een zorgenkindje gebleken. In het uitvoeringsplan “Basis op Orde” zal moeten blijken of er in het kader van de maatschappelijke functie van buurtvoorzieningen het beloofde maatwerk zal worden geleverd i.p.v. de nu geldende kostendekkende huur voor het gemeentelijke vastgoed. In hoofdlijnen zal die gemeentelijke aandacht ook voor de aandachtspunten beheer, bestuur en vrijwilligers moeten gelden. 10. Speciale aandacht moet er zijn voor groepen die (nog) niet in staat zijn om de eigen regie over wijkvoorzieningen op te brengen. Tieners hebben behoefte aan ontmoeten van elkaar (dat is ons tijdens deze pandemie nog eens duidelijk gemaakt), maar hebben nog niet het organiserend vermogen. Er is zeker een pedagogische taak weggelegd in voorzieningen op wijkniveau. Dat verdient dus ondersteuning. In de nota wordt daarvoor een mogelijkheid geopperd: “een buurtvoorziening kan onderdeel (gaan) uitmaken van een algemene voorziening in het kader van de Wmo of Jeugdwet, bijvoorbeeld als voorliggende voorziening voor dagbesteding voor ouderen of jongeren” 11. Het is een investering in de sociale infrastructuur om jongeren met vallen en opstaan te leren hoe ze met zelfbestuur hun leven kunnen invullen. 12. Er mogen niet te hoge verwachtingen zijn als het erom gaat steeds maar zorg te voorkomen.
In de buurtvoorzieningen zijn lang niet altijd mensen die voldoende diagnostiek beheersen of met lichte steun, zware behandeling kunnen voorkomen. 13. Het fysiek onderbrengen en aanhaken van een team van opbouwwerkers, maatschappelijk werkenden, sociaal raadslieden (ST) zou derhalve een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan de door de gemeente noodzakelijke opdrachten in het Sociale Domein. Ook handig in het kader van de exploitatie en de gewenste laagdrempeligheid van de buurtvoorziening.
Ondanks bovengenoemde kanttekeningen bij de Nota kan de ASDD (pragmatisch) de aandachtspunten van de gemeente voor vitale buurtvoorzieningen wel omarmen. Wij worden graag op de hoogte gehouden van de voortgang in de uitvoeringsplannen, het monitoringsinstrument en de jaarlijks op te stellen uitvoeringsagenda. Met vriendelijke groet,
Mw. A. Mittendorp, voorzitter
Dhr. Th. Oorthuis, secretaris