Bijlage 2 Uitspraak bezwaarschriftencommissie verleende omgevingsvergunning kap 11 bomen Lebuinuspleinen
Tekst van het document
ALGEMENE BEZWAARSCHRIFTENCOMMISSIE
Betreft: bezwaarschriften inzake de verleende omgevingsvergunning voor de kap van 11 bomen op het Grote Kerkhof, de Kleine Poot en de Stromarkt, alhier Aan burgemeester en wethouders van DEVENTER.
No. 227689-/232722-2021
Deventer,13 december 2021.
Kamer 1 van de Algemene Bezwaarschriftencommissie heeft in haar zitting van 3 november 2021 behandeld het op 1 augustus 2021 ingekomen bezwaarschrift, aangevuld bij schrijven van 23 oktober 2021 en 27 november 2021 van mevrouw Muskee en het op 5 augustus 2021 ingekomen bezwaarschrift, aangevuld bij schrijven op 23 november 2021, van de Deventer Bomenstichting (hierna: DBS). De bezwaren zijn gericht tegen het besluit van het college van 28 juni 2021, kenmerk Z2021-00006755. Hierin is aan de gemeente Deventer (hierna: vergunninghouder) de gevraagde omgevingsvergunning voor het kappen van 11 bomen aan het Grote Kerkhof, de Kleine Poot en de Stromarkt te Deventer verleend. SAMENVATTING BEZWAAR De bezwaarschriften bevatten, samengevat, de hierna genoemde argumenten: Mevrouw Muskee geeft in haar bezwaarschrift aan dat het onnodig en zonde is om elf bomen te kappen voor de herinrichting van de Lebuinuspleinen. In de bomen huizen duiven, vogels en andere dieren. Daarnaast biedt specifiek de boom aan de Stromarkt haar schaduw op warme, zomerse dagen, dragen de bomen bij aan een prettig woon- en leefklimaat en zorgen ze voor privacy voor de binnenstad inwoners. De boom aan de Stromarkt beschermt tegen de inkijk vanuit de eerste verdieping van de Bibliotheek in de woning van mevrouw Muskee.
Ook vraagt ze zich af waarom deze bomen gekapt worden en waarom ze vervangen worden voor de bloesembomen die qua grootte niet in de buurt komen van de bestaande bomen. In een aanvullend bezwaarschrift d.d. 23 oktober 2021 is mevrouw Muskee ingegaan op het scoreformulier, op de onderdelen beeldbepalende waarde, stads- en dorpsschoon, recreatie- en leefbaarheid en toekomstverwachting. DBS maakt specifiek bezwaar tegen de kap van de kastanje op de Nieuwe Markt, de kap van de linde op de Nieuwe Markt, de kap van de leilindes voor St. Maxime, de kap van de middelste linde voor huis Vermeer en de kap van de plataan aan Grote Poot – Hofstraat. Wat hen betreft mogen in de stedelijke omgeving überhaupt geen volwassen en grote bomen gekapt worden. De bijdrage van grote bomen aan de reductie van CO2; de productie van zuurstof; temperatuurdaling bij hitte en het afvangen van fijnstof zijn van groot belang voor de leefbaarheid van de stad. Op korte termijn kunnen deze bijdragen nooit vervangen worden door de herplant van jonge bomen, waarbij men ervan uitgaat dat de nieuwe aanplant succesvol aanslaat en groeit, hetgeen lang niet zeker is. Zij stelt voor dat de bomen pas gekapt kunnen worden als hun bijdragen gecompenseerd worden door de nieuwe aanplanten. Dit betekent dat de plannen van Bosch&Slabers, voor wat betreft het groen gefaseerd uitgevoerd moeten worden.
DBS heeft ingestemd met de kap van ca. 5 lindes en 4 platanen, die op korte termijn niet gecompenseerd worden. Ten slotte geeft DBS aan dat het planten van Christusdoorns een onzalig idee is, omdat deze bomen ongeschikt zijn als pleinbomen, vanwege de habitus en de scherpe stekels.
SCHRIFTELIJKE REACTIE OP BEZWAAR Naar aanleiding van het bezwaarschrift heeft het Team Ondernemen en Vergunningen op 15 oktober 2021 namens het college een schriftelijke reactie op bezwaar uitgebracht dat de voorgeschiedenis beschrijft en het juridische kader schetst. Verder gaat de schriftelijke reactie op bezwaar in op het ingediende bezwaar. Geconcludeerd wordt dat het besluit terecht en op goede gronden is besloten en 1
het bezwaar ongegrond dient te worden verklaard. In de beslissing op bezwaar zal het college een beperkend voorschrift aan de omgevingsvergunning verbinden, waarin staat dat boom nr. 37, zoals aangegeven op de situatietekening behorende bij de omgevingsvergunning, niet gekapt mag worden. HOORZITTING Op de zitting zijn mevrouw S. Muskee en haar partner, de heer C. Remmelts verschenen. Ook zijn namens de DBS verschenen, de heer B. Zielhuis (voorzitter), de heer B. Maks (deskundige) en mevrouw mr. M.J.G. de Jager-Stegeman (secretaris van de DBS). Namens het college is, de heer R. Boomkamp (hierna: vergunninghouder), verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mevrouw ing. M.G.M. Wolbrink-Meijerink. De samenstelling van de Kamer was als volgt: mevrouw mr. P. Weggemans, voorzitter en de leden mevrouw I. Brandwacht-Kampman en de heer mr. B. Rolloos. Daarnaast was bij de zitting aanwezig mevrouw mr. J.M. van den Bosch - Hup als ambtelijk secretaris, ondersteund door een stagiaire, mevrouw E. Roosink. Van de zitting is een geluidsopname gemaakt, welke beschikbaar is gesteld in het digitale bezwaardossier. Het schriftelijke verslag is daarom een korte samenvatting. Voor het volledig verhandelde ter zitting wordt verwezen naar de geluidsopname.
De heer Remmelts verwijst namens mevrouw Muskee naar de schriftelijk ingediende bezwaren en voert verder aan dat hij van mening is dat de communicatie over de kap van de boom aan de Stromarkt niet goed is verlopen. Bij navraag blijkt, dat 80% van degenen die zicht hebben op de plataan aan de Stromarkt, er geen weet van had dat deze plataan gekapt gaat worden. Daardoor zijn deze belangen niet goed meegewogen in de omgevingsvergunning, aldus de heer Remmelts. De heer Zielhuis verwijst naar de schriftelijk ingediende bezwaren en voert verder aan dat er recent alarmerende rapporten zijn verschenen dat om opwarming van de aarde te voorkomen, er drastische maatregelen genomen moeten worden. Argumenten als ruimtelijk karakter, functionele werking en stedenbouwkundige uitgangspunten om bomen te kappen, hebben daarom hun geldigheid verloren, volgens de heer Zielhuis. Mevrouw de Jager vult aan dat bij de bouw van de bibliotheek door de raad in 2013 een voorontwerp is aangenomen, waarin uitdrukkelijk besloten is om de bomen aan de Stromarkt te laten staan. In 2018 is de bibliotheek geopend, dat is nog maar drie jaar geleden. DBS verbaast het dat in het huidige plan geen rekening is gehouden met de uitgangspunten van de bouw van de bibliotheek om de bomen te laten staan. Daardoor is de DBS van mening dat er geen sprake is van consistent beleid voor de Stromarkt.
De vertegenwoordiger van het college verwijst naar de schriftelijke reactie op bezwaar en legt verder uit hoe een aanvraag omgevingsvergunning, in deze voor de activiteit kap, wordt beoordeeld door het college. De vertegenwoordiger van het college wil voorts nog reageren op het nagestuurde schrijven van mevrouw Muskee d.d. 23 oktober 2021, dat ingaat op de puntenscore die plaats heeft gevonden. De vertegenwoordiger van het college licht per score uit het aanvullend bezwaarschrift van mevrouw Muskee toe: Punt 3 Beeldbepalende waarde: Op het scoreformulier staat een aanvulling bij 16 punten. Namelijk dat de boom 16 punten krijgt, als deze onmisbaar is voor het karakter van de omgeving. De boomadviseur van het college heeft aangegeven dat de plataan aan de Stromarkt niet onmisbaar is voor het karakter van de omgeving. Vandaar geen 16 punten maar 8 punten. De vertegenwoordiger van het college voegt toe,dat het college aan een advies van de boomadviseur doorslaggevende waarde toekent, tenzij er een tegenadvies is gekomen van een andere boomexpert. Mevrouw Muskee en haar partner zijn geen boomexperts en er is ook geen tegenadvies overgelegd, aldus de vertegenwoordiger van het college.
De voorzitter vraagt daarop aan de vertegenwoordiger van het college waarom de bomen geen 16 punten hebben gekregen omdat alle bomen uit het besluit 100% zichtbaar zijn vanaf de weg en daarmee ook niet passen binnen het criterium “25%-65% zichtbaar vanaf de weg”. De vertegenwoordiger van het college legt uit dat bij de uitleg van de beeldbepalende waarde staat dat bij de score van16 punten meer nodig is dan alleen zichtbaarheid vanaf de weg. Dat bij een boom die 100% zichtbaar is vanaf de weg, de boom ook onmisbaar moet zijn voor het karakter van de omgeving om 16 punten te scoren. De plataan is niet onmisbaar voor de omgeving. Daarom past deze niet in de 16 punten categorie. 2
Punt 5 Stads-en dorpsschoon: Het college is van mening dat de platanen een beperkte rol spelen in relatie tot de gebouwen en de omgeving. De Stromarkt was oorspronkelijk een plein vrij van bomen. In de jaren 60 van de vorige eeuw zijn de bomen pas aangeplant en daarom vindt het college dat de bomen geen 16 punten, maar 8 punten moeten krijgen. Punt 6 recreatie- en leefbaarheid. Toegelicht wordt, dat er geen 16 punten zijn toegekend aan de plataan op de Stromarkt, omdat de boom ook de leefbaarheid negatief beïnvloed door de opdruk van de verharding. Dat is een toetsingspunt dat onder recreatie- en leefbaarheid valt. Punt 11 Toekomstverwachting. Toegelicht wordt, dat de 16 punten niet worden toegekend omdat de groeiplaats niet optimaal is. Ook hier moet de hele toelichting meegenomen worden om punten toe te kunnen kennen. De heer Remmelts merkt op, dat na 2018 de architect van de bibliotheek in een artikel van een architectuur magazine aangegeven heeft dat hij blij is dat de hoge platanen aan de Stromarkt bewaard zijn gebleven. Dat nu dan alsnog de bomen gekapt gaan worden is volgens de heer Remmelts onbegrijpelijk. De voorzitter vraagt aan de vergunninghouder om dit uit te leggen. De vergunninghouder antwoordt dat het om oude plannen en oude toezeggingen gaat.
Daarbij was de architect van de bibliotheek een bouwkundige en de huidige architect is een landschapsarchitect, die anders naar de openbare ruimte kijkt. Ook geeft de vergunninghouder aan dat het huidige beeld bij de bibliotheek een straat is en door de bomen te verwijderen ontstaat er een plein, zodat het in de visie past. Daarnaast heeft de vergunninghouder ook met de directeur van de bibliotheek over de plannen gesproken en de directeur is blij dat de entree van de bibliotheek meer zichtbaar wordt en het rommelige beeld - door fietsen en rommel bij de entree - tegen wordt gegaan. De voorzitter vraagt aan de vertegenwoordiger van het college waarom er niet per boom een aparte scorelijst is gemaakt? De bomen staan immers op zeer diverse plekken en locaties. Het is niet één rij bomen. De vertegenwoordiger van het college legt uit, dat dit de gebruikelijke werkwijze van de bomenexpert is bij een groep bomen. Naar aanleiding van het aanvullende bezwaarschrift van mevrouw Muskee heeft de bomenexpert nogmaals expliciet gekeken naar de plataan aan de Stromarkt en daarvan aangegeven dat deze boom 58 punten scoort, wat lager is dan het gemiddelde van 61 gescoorde punten, aldus de vertegenwoordiger van het college.
Mevrouw de Jager vraagt aan de commissie of zij wil adviseren over deze specifieke situatie van de plataan aan de Stromarkt, zodat door deze uitspraak geen precedentwerking ontstaat voor alle platanen in de stad en deze niet hetzelfde lot wacht. Niets meer aan de orde zijnde, sluit de voorzitter de openbare vergadering. Na afloop van de hoorzitting is in een nadere reactie op bezwaar d.d. 12 november 2021 een aparte puntenscore per boom gegeven. Daarnaast wordt nogmaals de werkwijze en beoordeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning kap weergegeven en worden de vragen van de commissie beantwoord. Op 23 november 2021 heeft de DBS en op 29 november 2021 heeft mevrouw Muskee hun reactie op deze nadere reactie op bezwaar gegeven. De DBS benadrukt onder andere dat de puntentelling niet meer correspondeert met de huidige tijd waarin klimaatadaptatie een rol speelt. Mevrouw Muskee trekt de objectiviteit van de scorelijst in twijfel en vindt onder andere ook dat vanuit het oogpunt van klimaatadaptatie de scorelijst ingevuld zou moeten worden.
RELEVANTE RECHTSREGELS De Kamer onderscheidt in deze zaak de navolgende, haars inziens relevante, rechtsregels: van toepassing is artikel 2.2., eerste lid, onder g, jo artikel 2.18 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.1.1, eerste lid, onder a, jo artikel 5.1.2. van de Verordening fysieke leefomgeving. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) Artikel 2.2, eerste lid Voor zover ingevolge een bepaling in een provinciale of gemeentelijke verordening een vergunning of ontheffing is vereist om: a. ...... g. houtopstand te vellen of te doen vellen, h. …….
3
Artikel 2.18 Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2 kan de omgevingsvergunning slechts worden verleend of geweigerd op de gronden die zijn aangegeven in de betrokken verordening. Verordening Fysieke Leefomgeving gemeente Deventer Artikel 5.1.1 Verbod en omgevingsvergunning 1. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: a. een houtopstand te vellen met een stamomtrek van 75 cm of meer, gemeten op 130 cm boven het maaiveld; b……. Artikel 5.1.2 Criteria Vergunning voor het vellen van een houtopstand als bedoeld in Artikel 5.1.1, eerste lid, wordt geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van de volgende waarden: a. natuur-, milieu- en ecologische waarden; b. landschappelijke waarden; c. beeldbepalende waarden; d. cultuurhistorische waarden; e. stads- en dorpsschoon; f. recreatie en leefbaarheid; g. leeftijd; h. verschijningsvorm; i. zeldzaamheid en dendrologie; j. beplantingsvorm/structuur; k. toekomstverwachting. Om dit te toetsen wordt gebruik gemaakt van een scorelijst, waarin elke waarde apart wordt beoordeeld en gewaardeerd met een aantal punten (-4, 1, 4, 8 of 16). De behaalde scores worden vervolgens bij elkaar opgeteld, hetgeen resulteert in een totaalscore.
Bij een score vanaf 68 punten wordt gesproken van een waardevolle houtopstand en wordt de vergunning alleen bij uitzondering verleend. Vanaf 88 punten is er sprake van een bijzonder beschermwaardige houtopstand en vanaf 120 punten wordt de houtopstand als monumentaal aangemerkt.
BEOORDELING BEZWAAR De Kamer gaat op basis van het overgelegde dossier en dat wat op de hoorzitting naar voren is gebracht uit van de volgende relevante feiten en omstandigheden. Feiten en omstandigheden Op 28 juni 2021 is door het college aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van elf bomen, te weten acht Tilia europaea en drie Platanus hispanic op het Grote Kerkhof, Kleine Poot en de Stromarkt. De bomen zijn genummerd met nummers 18, 19, 27, 28, 29, 31, 34, 37, 38, 46 en 49 op de overzichtstekening in de bijlage van de verleende omgevingsvergunning. Tegen dit besluit richten de bezwaarschriften van mevrouw Muskee en de DBS zich. De Kamer dient te vraag te beantwoorden of het college terecht en op goede gronden heeft kunnen besluiten om de omgevingsvergunning voor het kappen van elf bomen aan het Grote Kerkhof, Kleine Poot en Stromarkt te verlenen. Zij overweegt daartoe het volgende. Inhoudelijke beoordeling Allereerst stelt de Kamer vast, dat haar uit de schriftelijke reactie op bezwaar, d.d. 15 oktober 2021, is gebleken dat het college voornemens is om in de beslissing op bezwaar een beperkend voorschrift op te nemen. Dit beperkende voorschrift houdt in dat boom nummer 37, de Platanus hispanic op de hoek Kleine Poot – Hofstraat, niet gekapt mag worden.
De commissie adviseert het college dan ook dit beperkende voorschrift op te nemen in het besluit op bezwaar zodat boom nummer 37 niet gekapt zal worden. Vervolgens stelt de Kamer vast, dat een aantal bomen genoemd in het bezwaarschrift van de DBS, te weten de kastanje aan de Nieuwe Markt, de linde op de Nieuwe Markt, de leilindes voor St. Maxime geen deel uitmaken van het onderhavige besluit. Om die reden kan de Kamer deze bezwaren niet behandelen en zij zal hier dan ook niet verder op ingaan. 4
Verder stelt de Kamer vast, dat in zijn algemeenheid tegen alle genoemde bomen uit de verleende omgevingsvergunning bezwaar is aangetekend. Echter, specifiek zijn boom nummer 46 (de plataan op de Stromarkt naast de bibliotheek) en boom nummer 29 (de linde op het Grote Kerkhof voor Huis Vermeer), door partijen genoemd. De Kamer merkt op, dat bij de beoordeling van de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de activiteit kap een afweging wordt gemaakt tussen het belang van de individuele belanghebbenden en het algemeen belang. In artikel 5.1.2. van de verordening Fysieke Leefomgeving zijn criteria opgenomen waaraan het algemeen belang wordt getoetst. Zoals aangegeven wordt per criterium een score gegeven conform een scoresysteem, waaruit een totaalscore komt. Bij een score vanaf 68 punten wordt gesproken van een waardevolle houtopstand en wordt de vergunning alleen bij uitzondering verleend. In het onderhavige geval is er in eerste instantie een gemiddelde score voor alle bomen genoteerd van 61 punten. In de nadere reactie op bezwaar heeft het college een aparte score per boom opgemaakt..
De score per boom is als volgt: - boom nummer 18 61 punten; boom nummer 19 54 punten; - boom nummer 27 54 punten; - boom nummer 28 49 punten; - boom nummer 29 61 punten; - boom nummer 31 61 punten; - boom nummer 34 54 punten; - boom nummer 38 54 punten; - boom nummer 46 58 punten; - boom nummer 48 58 punten. Omdat al deze scores lager zijn dan de minimale score van 68 punten, is de houtopstand naar de mening van het college niet van waardevolle betekenis. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 17 juni 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1423), dat het college aan de score zoals die is opgesteld door de groenadviseur, gelet op zijn ervaring en deskundigheid, doorslaggevende betekenis toe mag kennen. Het overnemen van de score behoeft in de regel geen nadere toelichting, tenzij er een onderbouwde contra-expertise wordt overgelegd van een ander deskundig te achten persoon of instantie. Dit is slechts anders indien de scorelijst naar inhoud of wijze van totstandkoming gebreken vertoont. De Kamer stelt vast, dat in de onderhavige procedure geen contra-expertise is ingebracht en evenmin is de Kamer gebleken dat er redenen zijn om aan te nemen dat de scorelijst gebrekkig tot stand zou zijn gekomen, nadat er alsnog een scorelijst per boom is opgemaakt.
Met betrekking tot de inhoud van de scorelijsten merkt de Kamer het volgende op. Mevrouw Muskee bestrijdt in haar bezwaarschrift vier onderdelen van de scorelijst zoals deze bij het primaire besluit is opgemaakt. Zo betwist zij het onderdeel beeldbepalende waarden (score 8 punten) , evenals “stads-en dorpsschoon” (score 8 punten), “recreatie en leefbaarheid” (8 punten) en de toekomstverwachting” (score 8 punten). Mevrouw Muskee geeft weliswaar aan waarom zij van mening is dat op deze onderdelen de hoogste score zou moeten worden toegekend (16 punten), maar onderbouwt dit niet met een contra-expertise. De DBS heeft voor het eerst in haar reactie d.d. 23 november 2021 naar aanleiding van de nadere reactie van het college twee scores bestreden. De DBS betwist de “beeldbepalende waarden” en “recreatie- en leefbaarheid”. De DBS is van mening dat op deze onderdelen de hoogste score moeten worden toegekend. De Kamer heeft echter geen nadere motivering van het college gevraagd op het onderdeel “recreatie- en leefbaarheid”. De reactie op de waarde “recreatie- en leefbaarheid” door de DBS is daarom een nieuw argument dat na de hoorzitting is aangevoerd, waarop het college niet heeft kunnen reageren en wordt vanwege een goede procesorde buiten beschouwing gelaten. Verder stelt de Kamer vast, dat de DBS haar mening niet onderbouwt met een contra-expertise. 5
Gelet op het vorenstaande is de Kamer dan ook van mening, dat het college de besluitvorming mocht baseren op de scorelijsten. In aanvulling merkt de Kamer het volgende op. Leidend voor het criterium “beeldbepalende waarden“ is, of de houtopstand met zijn voorkomen een beeldbepalend karakter heeft voor de omgeving. Met de waardering van 8 punten wordt aangegeven dat de houtopstand door de vorm, de omvang en de standplaats weliswaar opvallend is en qua schoonheid c.q. in het oog springt, maar niet onvervangbaar is voor het karakter van de omgeving. Dat de houtopstand ook voor 100% zichtbaar is vanaf de openbare weg, zoals zowel mevrouw Muskee als de DBS in de bezwaarschriften aangeven, is juist en meegewogen. Echter, zoals het college opmerkt, is voor het criterium “beeldbepalende waarden”, niet alleen het percentage zichtbaarheid vanaf de openbare weg bepalend, maar ook de vorm, omvang en standplaats van de boom, zoals ook in de toelichting op het scoreformulier staat vermeld.
Alhoewel de Kamer van mening is dat de bomen ook niet geheel passen in het criterium opvallend, waarbij de boom 25% - 65% zichtbaar is vanaf de openbare weg, onderschrijft de Kamer het standpunt van het college dat, omdat er geen sprake is van bomen die onvervangbaar zijn voor het karakter van de omgeving, deze bomen daarom niet in de maximum score bij “zeer opvallend” passen, en daarom in de score “opvallend” ingepast worden. De Kamer merkt hierbij op, dat de twee verschillende punten die onderzocht worden om te komen tot inzicht in de beeldbepalende waarde een aparte combinatie vormen, waarvan de vraag is of dit niet twee aparte onderdelen moeten zijn om te kunnen komen tot een goede inzichtelijke score. Voor wat betreft het criterium “stads- en dorpsschoon” merkt de Kamer op, dat de houtopstand door het college ‘beperkt waardevol’ wordt geacht (8 punten), omdat de houtopstand de leefomgeving weliswaar verfraait in esthetische zin, maar geen van de bomen een belangrijke rol speelt in relatie tot de geschiedenis van de aanwezige gebouwen, specifiek de bibliotheek, de panden langs het grote Kerkhof of de Lebuinuskerk. Mevrouw Muskee heeft op dit punt haar bezwaar specifiek toegespitst op de plataan aan de Stromarkt (nummer 46). Het college heeft daarbij opgemerkt, dat de Stromarkt oorspronkelijk een plein vrij van bomen was.
In de jaren 60 van de vorige eeuw zijn de bomen pas aangeplant en daarom vindt het college dat de plataan “beperkt waardevol” (score 8 punten) is en niet “zeer waardevol’. De Kamer volgt deze motivering en maakt hem tot de hare. Ten aanzien van het criterium “recreatie en leefbaarheid” heeft mevrouw Muskee zich ook specifiek toespitst op de plataan aan de Stromarkt. Voor deze boom acht het college de houtopstand een “positieve bijdrage” (score 8 punten) aan de leefbaarheid van de omgeving. Doordat de boom de leefbaarheid van de omgeving ook negatief beïnvloed, door de opdruk van de verharding, is aan deze boom niet de maximale score toegekend. De Kamer volgt deze redenering van het college en maakt deze tot de hare. Voor wat betreft het criterium “toekomstverwachting” heeft mevrouw Muskee met betrekking tot de plataan aan de Stromarkt (boom nummer 46) aangegeven dat in de Bomen Effect Analyse, d.d. 20 januari 2020 een andere waarde wordt genoemd. Het college heeft de houtopstand een toekomstverwachting” van 10-15 jaar toegekend. Dit mede gezien de conditie van de boom. Daarnaast staat de boom kort op de gevel, laat wortelopdruk zien en is in het verleden gekandelaberd. Hierdoor is de groeiplaatsomstandigheid van deze boom niet optimaal. De Kamer constateert echter een discrepantie met de Bomen Effect Analyse in de bijlage van de aanvraag.
Hierin wordt op pagina 13 aangegeven dat de plataan aan de Stromarkt (nummer: 46) een toekomstverwachting van meer dan 15 jaar heeft. De Kamer is dan ook van mening dat op dit onderdeel een score van 16 punten zou moeten worden toegekend aan boom nummer 46 (de plantaan aan de Stromarkt) waarmee het totaal voor deze boom op een score van 64 punten komt. Samengevat stelt de Kamer vast, dat er bij alle bomen sprake is van een totale score van minder dan 68 punten, waarmee ze strikt genomen niet behoren tot de waardevolle houtopstand.
Communicatie Het is de Kamer gebleken, dat voor de plataan aan de Stromarkt in het bouwplan van de bibliotheek uit 2013 is afgesproken dat deze plataan in dit bouwplan behouden moest blijven. Ook is de Kamer duidelijk geworden dat er vanaf 2019 een project is gestart voor het herinrichten van de Lebuinus6
pleinen, waar ook de plataan aan de Stromarkt onderdeel van uit maakt. In oktober 2019 is een ieder in dat kader door het college uitgenodigd om ideeën en wensen aan te geven. In december 2019 zijn deze ideeën en wensen uitgewerkt door het college samen met bewoners en ondernemers. Dit heeft geleid tot een programma van eisen als leidraad voor de architect. Het schetsontwerp voor de inrichting van de Lebuinuspleinen is in mei 2021 door het college vastgesteld en op 1 juli 2021 heeft de gemeenteraad het definitieve schetsontwerp vastgesteld. In dit definitieve schetsontwerp wordt een prominente plek ingenomen door de entrees van de publieke gebouwen aan de Lebuinuspleinen. Deze prominente plek wordt benadruk door het creëren van een bordes voor de entrees en een accent in de vorm van bloeiende meerstammige bomen, zo ook bij de bibliotheek. Nu het definitieve schetsontwerp voor de herinrichting van de Lebuinuspleinen is vastgesteld na een uitgebreid draagvlak- en communicatietraject, kan de Kamer de argumenten van bezwaarden niet volgen dat er sprake zou zijn van toezeggingen om de plataan te behouden of dat er geen sprake zou zijn van consistent beleid. Mevrouw Muskee en de DBS hadden hun wensen hierover kenbaar kunnen maken in het gevolgde traject voor het project herinrichten van de Lebuinuspleinen.
Dat zij dit niet hebben gedaan, kan naar de mening van de Kamer niet aan het college tegengeworpen worden. Mevrouw Muskee heeft voorts aangevoerd, dat de communicatie over de herinrichting van de Lebuinuspleinen, specifiek met betrekking tot de plataan aan de Stromarkt, onvoldoende is geweest. Er is eerst door het college gesproken over het plan Grote Kerkhof en de invulling daarvan. Pas later is het plan omgezet naar het plan inrichting Lebuinuspleinen, waar ook de Stromarkt onder valt. Dit is veel omwonenden van het plein Stromarkt ontgaan. Het is de Kamer gebleken dat vergunninghouder inspraakavonden heeft gehouden over de plannen, als ook dat diverse informatie via andere kanalen is verstrekt aan inwoners van de gemeente Deventer. Dat mevrouw Muskee deze informatie gemist heeft, kan daarom volgens de Kamer niet het college verweten worden. Klimaatadaptatie De Kamer stelt vast dat de DBS aangeeft dat er recent alarmerende rapporten zijn verschenen dat om opwarming van de aarde te voorkomen, we als maatschappij drastische maatregelen moeten nemen. Daar behoort onder andere toe het terugdringen van CO2 uitstoot en het compenseren van de CO2 uitstoot door planten en bomen. Dat betekent, volgens de DBS, actie op rijks, provinciaal en gemeentelijk niveau. Op gemeentelijk niveau impliceert dit dat het kappen van grote gezonde bomen moet worden voorkomen, aldus de DBS.
Ook is het volgens de DBS nodig om bestaande plannen aan te passen. Argumenten als ruimtelijk karakter, functionele werking en stedenbouwkundige uitgangspunten als motief om bomen te kappen, hebben hun geldigheid, volgens de DBS, verloren. Ook mevrouw Muskee volgt hierin de DBS. De Kamer is van mening dat zij begrip heeft voor de stellingen van de DBS maar dat deze (nu) geen deel uitmaken van de inhoudelijke, juridische beoordeling van de verleende omgevingsvergunning. Immers, op grond van artikel 2.18, van de Wabo kan een aanvraag die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2 van de Wabo (in casu het geval),slechts worden verleend of geweigerd op de gronden die zijn aangegeven in de betrokken verordening. In artikel 5.1.2. van de verordening Fysieke Leefomgeving zijn de gronden om te weigeren genoemd. Zoals aangegeven wordt per criterium een score gegeven conform een scoresysteem. Het college heeft aangegeven dat de overwegingen van klimaatadaptatie (nog) geen deel uitmaken van het scoresysteem. Het college is voornemens om dit wel in de toekomst op het scoreformulier aan te passen. Belangenafweging Zoals eerder aangegeven wordt bij de beoordeling van een aanvraag om een kapvergunning een afweging gemaakt tussen de betrokken belangen (het algemeen belang, het belang van de aanvrager en het belang van andere belanghebbenden).
Het algemeen belang is hiervoor besproken en daarbij heeft de Kamer vastgesteld dat er geen sprake is van een waardevolle houtopstand. Daartegenover staat het belang van bezwaarden (belanghebbenden) en het belang van de aanvrager. Het belang van bezwaarden is met name gelegen in het woongenot (verlies aan privacy en schaduw) en het behoud van de bomen in de binnenstad. Het belang van de aanvrager is, dat er uitvoering wordt gegeven aan een breed gedragen definitief ontwerpplan voor de inrichting van de Lebuinuspleinen. De Kamer volgt hierin het college dat het belang van de aanvrager – vanwege een breed gedragen ontwerpplan - zwaarder weegt dan het belang van bezwaarden hierin. Nu ook anderszins geen redenen zijn gesteld of is gebleken waardoor de kapaanvraag voor de bomen uit het onderhavige besluit alsnog zou moeten worden geweigerd, is de Kamer met het 7