Bijlage 1-2021-09-30 Haalbaarheidsstudie verkabeling Diepenveen
Tekst van het document
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
HAALBAARHEIDSTUDIE Verkabelen bovengrondse verbinding station 110 kV DVTP tot aan mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTPDVTB110 van DVTP tot masten 3 002.612.19.S12.002 21 SEPTEMBER 2021
Versie
Auteur
Beoordelaar 1
Beoordelaar 2
Vrijgave
3.0
Movares
TenneT TSO BV
Gemeente Deventer
TenneT TSO BV
1
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
Wijzigingen Versie
Wijziging
Paragraaf
Pagina
Revisielog haalbaarheidstudie
Versie
3.0
Status
Defnitief
Documentnummer
002.612.00 0890029
Opdrachtgever
Gemeente Deventer- TenneT
Projectontwikkelaar
R
Auteur(s)
Movares, Wessel Arnold en Bart de Vet
AMN-STS
Roel Röttger
Projectnummer: MN001823
Gezien door
A
Goedgekeurd
Ja, RfA kenmerk: 002.612.00.0912051 TenneT>
AMN-STS
Teammanager
Verspreidingslijst
C
GSN-REM
Adviseur
Harry Kraus
C
AMN
Strateeg
<naam>
C
AMN-STS
Technoloog
<naam>
C
AMT-GP
Strateeg
Jonathan Mars
C
AMN-ASC
Onderhoudsengineer
<naam>
C
AMN-ASC
Installatieverantwoordelijke
<naam>
C
AMN-RPM
Cost engineer
<naam>
C
GSN-QMT
Adviseur
<naam>
I
GSN
Projectleider
Hans Theijken
C
GSN
Cost engineer
<naam>
I
SON-TS
Processpecialist
<naam>
<naam>
2
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
0 Samenvatting In het kader van het landelijke verkabelingsprogramma op basis van de elektriciteitswet artikel 22a en bijbehorende AMvB heeft de gemeente Deventer bij TenneT een verzoek ingediend, om de bestaande 110 kV bovengrondse hoogspanningslijnen in de bevolkingskern Diepenveen te Deventer, te gaan verkabelen. Het betreft een tweetal circuits (wit en geel) in de hoogspanningslijn 110 kV Station Deventer Platvoet (DVTP110) richting Olst en richting Harculo (lijncodes (DVTPOLM110 en DVTP-HCL110).
Voor deze hoogspanningslijn met een tweetal circuits is een drietal mogelijke kabeltracés getoetst op maakbaarheid en haalbaarheid en met elkaar vergeleken. Daarnaast is een verkorte versie beoordeeld waarbij uitsluitend het gedeelte tussen mast 71 en 78 wordt verkabeld. Daarnaast is de verkabeling van de lijnverbindingen vanuit DVTP110 richting Goor, Rijssen en DVTB110 beschouwd, zodat de gemeente Deventer ook weet wat de impact is van de verkabeling van die lijnen tot aan de hoekmasten 4 en de mogelijkheid heeft om te besluiten deze lijnverbindingen ook te verkabelen. Uit de toetsing van de technische, planologische en sociaal/politieke aspecten van de drie kabelalternatieven tussen DVTP110 en mast 71, zoals beschreven in tabel 4.2.1, blijkt alternatief 1 en 2, respectievelijk het tracé grotendeels parallel aan de huidige hoogspanningslijn en het tracé om de oostzijde van Diepenveen, gelijk te scoren. Het is daarmee om het even of alternatief 1 of 2 het voorkeursalternatief wordt, gezien de toetsing uit deze rapportage. Alternatief 2 scoort gunstig op met name de volgende aspecten: -
Dit alternatief raakt de minste particuliere woonpercelen;
-
Dit alternatief de minste impact heeft op overige belanghebbenden;
-
Tijdens de bouw, de impact op overige ondergrondse infra en verkeer het laagst is;
-
Het aantal verschillende grondeigenaren geringst is;
-
Er zich langs het tracé weinig tot geen kunstwerken en knelpunten voordoen.
Bij alternatief 1 gelden de volgende voordelen: -
Het tracé is korter en is financieel gunstiger;
-
De Stakeholders al bekend zijn met TenneT en ZRO stroken vanwege de hoogspanningslijn;
-
Impact van een bestemmingsplanwijziging heel gering is.
Aanvullende informatie kan worden verkregen uit een te organiseren inloopbijeenkomst voor bewoners en raadleden, zodat een onderbouwde keuze door TenneT en de gemeente Deventer kan worden gemaakt voor alternatief 1 of 2. Als gekozen wordt voor een verkorte verkabeling tussen uitsluitend de masten 78 en 71 geldt dan in principe hetzelfde voorkeurstracé, route via alternatief 1 of 2. Dit verkorte tracé heeft de voorkeur als de gemeente Deventer besluit geen gebruik te maken van de verkabeling conform alternatief 4. Immers als de lijnverbindingen langs de wijken Platvoet en Borgele richting DVTB110 in stand blijven, heeft een verkabeling van het gedeelte tussen DVTP110 en mast 78 geen toegevoegde waarde, omdat de belemmerende lijnverbinding dan blijft gehandhaafd.
3
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
Inhoud Wijzigingen
2
0
3
Samenvatting
Inhoud
4
1
Projectomschrijving
7
1.1
Van belang zijnde documenten
7
1.2
Introductie, achtergronden en historie
7
1.3
Betrokken stations/verbindingen
8
1.4
Bestaande situatie (algemeen)
9
1.5
Gewenste situatie (algemeen)
10
1.5.1
Alternatief 1 (en alternatief 5)
12
1.5.2
Alternatief 2
16
1.5.3
Alternatief 3
17
1.5.4
Alternatief 4
20
1.6
Uitgevoerd vooronderzoek
21
1.7
Raakvlakken en grenzen
21
1.7.1
Raakvlakken
21
1.7.2
Grenzen
22
1.8
Techniek
25
1.8.1
Kabelligging
26
1.8.2
Kabelkeuze en belastbaarheid van de kabels
28
1.8.3
Magneetvelden
30
1.8.4
Aansluitingen op het station en de HS lijn
32
1.8.5
Overig
34
2
Algemene eisen
35
2.1
Projectrisico's
35
2.2
Veiligheid, gezondheid en milieu
35
2.3
TenneT standaarden
35
2.4
Topeisen
36
2.5
Overige eisen en planologische- en vergunningsrandvoorwaarden
37
2.5.1
Archeologie
38
2.5.2
Cultuurhistorie
39
2.5.3
Bodem
39
2.5.4
Water
41 4
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
3
4
2.5.5
Natuur en ecologie
42
2.5.6
Bomen
46
2.5.7
Niet Gesprongen Conventionele Explosieven
46
2.5.8
Beheergebieden en grondeigendommen
46
2.5.9
Overige ondergrondse kabels en leidingen
47
2.6
Basisvoorwaarden reconstructies
48
Toetsing haalbaarheid alternatieven
49
3.1
Alternatief 1
49
3.1.1
Haalbaarheid t.a.v. Ruimtelijke Ordening en Milieu
50
3.1.2
Haalbaarheid t.a.v. techniek
58
3.1.3
Planning
60
3.1.4
Kosten
60
3.2
Alternatief 2
62
3.2.1
Haalbaarheid t.a.v. Ruimtelijke Ordening en Milieu
62
3.2.2
Haalbaarheid t.a.v. techniek
67
3.2.3
Planning
67
3.2.4
Kosten
68
3.3
Alternatief 3
69
3.3.1
Haalbaarheid t.a.v. Ruimtelijke Ordening en Milieu
69
3.3.2
Haalbaarheid t.a.v. techniek
74
3.3.3
Planning
74
3.3.4
Kosten
75
3.4
Alternatief 4
76
3.4.1
Haalbaarheid t.a.v. Ruimtelijke Ordening en Milieu
76
3.4.2
Haalbaarheid t.a.v. techniek
79
3.4.3
Planning
80
3.4.4
Kosten
81
3.5
Alternatief 5
82
3.5.1
Haalbaarheid t.a.v. Ruimtelijke Ordening en Milieu
83
3.5.2
Haalbaarheid t.a.v. techniek
85
3.5.3
Planning
86
3.5.4
Kosten
86
Afweging alternatieven
87
4.1
Inleiding
87
4.2
Scoringsmechanisme
87 5
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0 4.2.1
Toelichting op scoring alternatieven per aspect
88
4.3
Wegingsfactoren
93
4.4
Voorkeursalternatief
93
5
Conclusie en aanbeveling
95
6
Lijst met begrippen en afkortingen
96
7
Bijlagen
97
6
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
1 Projectomschrijving 1.1
Van belang zijnde documenten
In Tabel 1.1 is een overzicht opgenomen van alle voor deze haalbaarheidsstudie van belang zijnde documenten van TenneT, gemeente Deventer, Provincie Overijssel, ProRail en waterschap Drents-Overijsselse Delta, die hebben geleid tot het opstellen van deze haalbaarheidsstudie. Ref
Document
Meridiannummer
Kenmerk derden
[1]
EU-200 Vraagspec Tracé 110kV
002.612.19 S12.002
geen
Ondergrondse verbinding Deventer 110
26 juni 2020
Onderdeel
V2.0(18228851).pdf [2]
[3]
[4]
Kaarten Meekoppelkansen
Sessie
N348/Vijfhoek en Diepenveen
11 februarie 2019
Riolering Diepenveen Platvoet tbv
Uittreksel
hoogspanning.dgn
gemeente Deventer
Verlenging Bodemkwaliteitskaart regio IJsselland
[5]
[6]
Grondwaterstanden Diepenveen
Informatie niet gesprongen explosieven
bestand
Projectnummer 1272549,
d.d.
15
april 2020 20-11-2020 gemeente Deventer Omgevingsdienst IJsselland
Tabel 1.1 | Van belang zijnde documenten
1.2
Introductie, achtergronden en historie
Deze haalbaarheidsstudie is een onderzoek naar – en de analyse van – de drie meest kansrijke alternatieven voor de gedeeltelijke verkabeling van de 110kV bovengrondse verbinding, hierna te noemen als hoogspanningslijn tussen 110 kV-Station Deventer Platvoet, Olst en Harculo. De gewenste verkabeling loopt vanaf station Deventer Platvoet tot mast 071, respectievelijk het starten een eindpunt van dit project (Figuur 1.1 | Start- en eindpunt alternatieven). Een haalbaarheidsstudie leidt op basis van een integrale afweging van deze drie meest kansrijke alternatieven tot één voorkeursalternatief. Door de Minister van Economische Zaken en Klimaat zijn in artikel 22A van de Elektriciteitswet en de bijbehorende Algemene Maatregel van Bestuur voor het verkabelen en verplaatsen van hoogspanningslijnen de start- en eindpunten per 1 januari 2019 vastgelegd. Uitgaande van deze start- en eindpunten wordt door TenneT in overleg met de relevante stakeholders, de gemeente Deventer, een zoekgebied bepaald.
De wet VET stelt dat een netbeheerder op verzoek van een college van burgemeester en wethouders de technische haalbaarheid, de ruimtelijke aspecten en investeringskosten van het vervangen van een deel van het hoogspanningsnet dient te onderzoeken, tenzij het vervangen of verplaatsen van het aangewezen deel van het net technisch of ruimtelijk niet haalbaar is of strijdig is met het belang van leveringszekerheid. Aan de hand van belemmeringenkaarten, opgenomen in bijlagen B3.1.1 t/m B3.1.22, en een gedetailleerde veldinspectie, is een aantal kansrijke kabeltracéroutes tussen de bovengenoemde start- en eindpunt bepaald, rekening houdend met de afspraken tussen de gemeente Deventer en TenneT, ten aanzien van te onderzoeken varianten.
7
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
Figuur 1.1 | Vastgesteld Start (110 kV Station Deventer Platvoet) en eindpunt (mast 071) verkabelingstraject Diepenveen, alsmede vastgesteld Start (110 kV Station Deventer Platvoet) en eindpunt (mast 3) richting 110 kV station Deventer Bergweide (circuits wit en zwart) en richting Rijssen (circuit geel) en richting Goor (Circuit Zwart)
1.3
Betrokken stations/verbindingen
In Tabel 1.2 is een overzicht opgenomen van de TenneT assets die raakvlakken hebben met de eventuele verkabelingen. Asset
Spannings-
Station
Lijn
Kabel
niveau Station Deventer Platvoet (DVTP-110)
110 kV
X
Station Olst (OL-110)
110 kV
X
Station Harculo (HCL-110)
110 kV
X
Station Deventer Bergweide (DVTB-110)
110 kV
X
Station Rijssen (RS-110)
110 kV
X
Station Goor (GR-110)
110 kV
X
Deventer-platvoet-Olst-middel G (DVTP-OL110)
110 kV
X
Deventer-platvoet-Harculo Z (DVTP-HCL110)
110 kV
X
Deventer-platvoet-Rijssen G (DVTP-RS110)
110 kV
X
Deventer-platvoet-Goor Z (DVTP-GR110)
110 kV
X
Deventer-platvoet-Deventer Bergweide W (DVTP-DVTB110)
110 kV
X
Deventer-platvoet-Deventer Bergweide Z (DVTP-DVTB110)
110 kV
X
Tabel 1.2 | Betrokken stations/verbindingen
8
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
1.4
Bestaande situatie (algemeen)
In Figuur 1.2 is de bestaande situatie van de hoogspanningslijn in het dorp Diepenveen te Deventer op hoofdlijnen weergegeven, inclusief de optionele verkabelingstrajecten. De hoogspanningslijn door Diepenveen bevat twee circuits Deventer Platvoet – Olst (geel) en Deventer platvoet – Harculo (zwart), welke dwars door de bevolkingskern van Diepenveen loopt. De spoorlijn Deventer-Zwolle kruist het door ministerie EZK vastgestelde verkabelingstraject te Deventer, nabij het Sportcomplex Borgele tussen mast 78 en 79 van de betreffende lijnverbinding TenneT heeft in overleg met de gemeente Deventer bepaald dat naast de verkabeling tot mast 71, tevens verkabelingen tot de masten 3 in de lijnverbindingen naar Deventer Bergweide, Rijssen en Goor onderzocht wordt. Bij deze laatste varianten verkabelingen zou de wijk Platvoet te Deventer ook profijt hebben van de verkabeling door Diepenveen.
Figuur 1.2 | Onderzoeksgebied (oranje vlak) mogelijke verkabelingen 110 kV-hoogspanningslijn door Diepenveen te Deventer (DVPT110 tot mast 71 (rood); deel tussen mast 78 en 71 (alleen dorp Diepenveen groen), tot aan masten 4 (omdat het hoekmasten betreft (geel, richting Rijssen en Goor en lichtblauw richting DVTB.
9
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
1.5
Gewenste situatie (algemeen)
In Figuur 1.3 is de gewenste situatie nabij de hoogspanningslijn door Diepenveen te Deventer in hoofdlijnen opgenomen. De in figuur 1.3 geschetste alternatieven, zijn voorafgaand aan deze haalbaarheidsstudie als potentieel haalbare alternatieven besproken door TenneT en de gemeente Deventer en vormen het startmoment voor deze studie. Na realisatie van het voorkeursalternatief tussen het start- en gewenste eindpunt is het project afgerond. Er zijn binnen het zoekgebied uit Figuur 1.1 drie kansrijke tracéalternatieven (zie Figuur 1.3) bepaald, voor de verkabeling van het gehele door het ministerie van EZK aangewezen traject, die het mogelijk maken om de gewenste situatie te bereiken (tracés 1, 2 en 3), waarbij tevens een combinatie van alternatief 1 en 3 is bekeken. Daarnaast is gekeken of een kortere verkabeling zinvol kan zijn, door uitsluitend de lijnverbinding tussen de masten 71 en 78 te verkabelen (deel van de beschouwde alternatieven (alternatief 5). Tussen mast 78 en de masten 3 en 4 uit de lijnverbindingen richting Rijssen, Goor en DVTB en het 110 kV Station Deventer Platvoet loopt een zestal circuits middels lijnverbindingen langs de wijk Platvoet en sportcomplex Borgele. Er is tevens gekeken naar het ondergronds brengen van deze 6 circuits. Het verkabelen van dat gedeelte is als 4de alternatief opgenomen in deze haalbaarheidsstudie.
Figuur 1.3 | Mogelijke verkabeling naar aanleiding van wensen gemeente Deventer in overleg met TenneT alternatief 1 Vanaf DVTP110 tot aan mast 71 via huidige belemmerende strook = Rood alternatief 2 Vanaf DVTP110 tot aan mast 71 via oostzijde Diepenveen = groen, alternatief 3 Vanaf DVTP110 tot aan mast 71 via westzijde Diepenveen = Geel Sub alternatief via 1 en 3 =Oranje (doorsteek van alternatief 1 naar 3)
Conform AM-Req-4226 is in eerste aanleg gezocht naar een vrije aanlegstrook voor de kabelverbindingen van 2x 25 m = 50 m breedte. Tevens is voor de verkabeling van 2 circuits, 10
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0 welke in driehoekconfiguratie worden aangelegd beoordeeld of er een 2x 20 m brede vrije aanlegstrook aanwezig is langs de tracé. Deze stroken zijn geprojecteerd langs de beoogde verkabeling alternatieven op de luchtfoto, opdat direct helder is of deze strook vrij van obstakels is (zie bijlage B3.1.0). Indien dit niet het geval is wordt geopteerd voor gestuurde boringen. Aan de hand van bovenstaande mogelijke alternatieven heeft op 25 november 2020 een veldinspectie plaatsgevonden, waarbij het traject van de alternatieven eenduidiger is vastgelegd teneinde de haalbaarheid te beoordelen. De uiteindelijk te beoordelen te verkabelen trajecten zijn opgenomen in figuur 1.4. Uit de veldinspectie kwam naar voren dat vanwege de fysieke obstakels en eigendomssituaties de doorsteek volgens bovengenoemde oranje traject als onhaalbaar is beoordeeld en verder niet is beschouwd.
Figuur 1.4 | Beschouwde verkabeling alternatieven Diepenveen.
De verkabeling tussen 110 kV Station (DVTP110) en mast 78, alsmede richting de masten 3 of 4 van de lijnverbindingen richting Rijssen, Goor en 110 kV Station (DVTB110), kent één alternatief (alternatief 4 blauw). Voor de verkabeling tussen mast 71 en 78 in Diepenveen is een drietal routes verkend en van deze drie mogelijkheden wordt de haalbaarheid onderzocht. Alternatief 1 ligt grotendeels onder de huidige belemmerende strook (Groen), Alternatief 2 gaat langs de oostzijde van de bevolkingskern van Diepenveen (paars) en Alternatief 3 gaat grotendeels langs de westzijde van de bevolkingskern van Diepenveen. 11
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0 De tracéalternatieven zijn toegelicht in de paragrafen 1.5.1 t/m 1.5.5. De opnamelocaties van de foto`s zijn opgenomen in bijlage B1.5.1 en B1.5.2.
1.5.1
Alternatief 1 (en alternatief 5)
Alternatief 1 start bij mast 71 aan de noordzijde van Diepenveen. Deze steunmast wordt vervangen door een eindmast ten noorden van de huidige mast en vormt het opstijgpunt aan de noordzijde. Het eindpunt van de verkabeling ligt bij het 110 kV station Deventer Platvoet ten noordwesten van de wijk Platvoet. Dit betreft het, door het ministerie EZK, aangewezen traject om te verkabelen in het kader van de regeling 22a uit de wet VET. Er kan ook gekozen worden voor een gedeeltelijke verkabeling, waarbij uitsluitend Diepenveen wordt verkabeld tussen de masten 71 en 78 (alternatief 5). Bij alternatief 1 is gekozen om het kabeltracé zoveel mogelijk binnen de huidige belemmerende strook van de lijnverbinding te leggen. Deze strook is momenteel grotendeels in gebruik als groenstrook, maar kruist tevens een aantal tuinen van woonpercelen. Mast 71 staat aan de rand van een 5 ha groot agrarisch perceel (gemeente DVP00, sectie A, nr 7333), vanaf de openbare weg slechts te bereiken. De positie van mast 71 is weergegeven op onderstaande foto 1.1.
Foto 1.1 | Mast 71 gezien in vogelvlucht vanuit het noorden, richting bevolkingskern Diepenveen
Het beoogde kabeltracé komt te liggen vanaf een nieuw te plaatsen eindmast 71N vlak ten noorden van de huidige mast 71 in open ontgraving langs de westrand van het agrarisch perceel, waarna in de zuidhoek van het perceel een tweetal HDD-boringen worden ingezet onder de eigen weg van Schuurmansweg 5 door richting P-terrein van sportpark “De Zunnebargh” van DSC (Diepenveense Sport Club) (foto 1.3). Van daaruit wordt een tweetal HDD-boringen aangelegd naar de groenstrook langs de Schuurmansweg, ter hoogte van De Nieuwe Aanleg 1 (foto 1.4), alwaar een werkterrein nodig is voor de boringen. Langs de oostzijde van de Nieuwe Aanleg 12
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0 kunnen de kabelcircuits in open ontgraving worden aangelegd tot vlak voor de watergang tegenover “De Nieuwe Aanleg 14”. Vervolgens komen de kabelcircuits middels HDD-boringen te liggen onder De Nieuwe Aanleg tot vlak voor de T-Splitsing met de Averlose Houtweg (foto’s 1.6 en 1.7). Vanaf deze T-splitsing zijn twee HDD-boringen nodig richting de groenstrook ten westen van de Vossebeltweg en de Ten Campesingel. Daarbij ontkomt het tracé er niet aan om een zestal tuinen van woonpercelen te doorkruisen (foto’s 1.8 en 1.9), te weten: -
Averlose Houtweg 2A;
-
Aan de Bogen 1;
-
Aan de Bogen 2;
-
Averlose Houtweg 10;
-
Averlose Houtweg 6;
-
Averlose Houtweg 8.
In de groenstrook kunnen de circuits in open ontgraving worden aangelegd tot vlak voor de Gewestlaan (foto’s 1.10 en 1.11). Vanaf de noordzijde van de Gewestlaan tot achter perceel Sectie A, nr 5152 worden twee HDD-boringen gemaakt, richting agrarisch perceel (foto’s 1.12 en 1.13), waarna de circuits in open ontgraving worden aangelegd richting de bocht in de Zandwetering. Vanaf de hoek van Aspergeboerderij “De Boerkamp” worden twee HDD-boringen ingezet onder de Zandwetering, de natuurstrook waarin het Vlierspad ligt en de Spoorlijn richting Zwolle door naar het weiland ten noorden van de Vestdijkgaarde (foto`s 1.14 en 1.15). Vervolgens kunnen de circuits in een rechte lijn in open ontgraving worden aangelegd tot de omgebouwde kabelvelden op 110 kV Station Deventer Platvoet, langs de Hoornikgaarde (foto`s 1.16 en 1.17). Alternatief 5 Indien tot aan mast 78 wordt verkabeld vinden er korte HDD-boringen plaats onder de zandwetering door richting Akkerland ten noorden van de natuurstrook en worden de kabeleindsluitingen nabij mast 78 opgesteld en wordt mast 78 een eindmast in plaats van een hoekmast.
Foto 1.2 | Mast 71
Foto 1.3 | Schuurmansweg rechts DSC P-Terrein, links ontsluitingsweg
13
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
Foto 1.4 | Groenstrook Schuurmansweg “de Nieuwe Aanleg 1
Foto 1.5 | De nieuwe aanleg links strook open ontgraving langs Speelplaats de “Heemtuin”
Foto 1.6 | De Nieuwe Aanleg HDD’s
Foto 1.7 | De nieuwe Aanleg richting T-splitsing Averlose Houtweg
Foto 1.8 | Mast 74 in tuin A.Houtweg 10, vanaf T-splitsing Foto 1.9 | Mast 74 gezien vanaf groenstrook Vossebeltweg
Foto 1.10 | Mast 75 groenstrook Ten Campesingel
Foto 1.11 | Mast 76 Groenstrook richting Gewestlaan
14
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
Foto 1.12 | Mast 75 vanaf de Oranjelaan
Foto 1.13 | Mast 76 en 77 vanaf P-terrein “Cheers” Oranjelaan 37
Foto 1.14 | Mast 78 en masten 3 natuurstrook sportpark Borgele
Foto 1.16 | Weiland langs Vestdijkgaarde
Foto 1.15 | Masten 2,2 en 79 westzijde spoorlijn
Foto 1.17 | Masten 1,1 en 80 vlak voor DVTP110
Binnen dit alternatief worden in hoofdlijnen de volgende aanpassingen doorgevoerd aan de TenneT assets:
Er wordt 2.730 m aan hoogspanningslijn verkabeld en dus geamoveerd;
Er worden 11 masten verwijderd;
Er wordt 1 opstijgpunt gerealiseerd (nieuwe eindmast 71N);
Er worden twee lijnvelden op 110 kV Station DVTP110 omgebouwd naar kabelvelden;
Er worden twee kabelcircuits (elk 3 kabels) aangelegd van ca 2.870 m lengte.
Een omschrijving en detail uitwerking van dit alternatief is opgenomen in paragraaf 3.1 Bij de verkorte versie tot mast 78 betreft het de volgende aanpassingen aan de TenneT-Assets (alternatief 5):
Er wordt 2.110 m aan hoogspanningslijn verkabeld en dus geamoveerd;
Er worden 7 masten verwijderd;
Er worden 2 opstijgpunten gerealiseerd (nieuwe eindmast 71N en aangepaste mast 78);
Er worden twee kabelcircuits (elk 3 kabels) aangelegd van ca 2.290 m lengte. 15
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
1.5.2
Alternatief 2
De kabelcircuits worden bij alternatief 2 vanaf mast 71 om de woonkern van Diepenveen heen geleid langs de oostzijde van het dorp. Vanaf de P-plaats bij DSC worden 2 HDD-boringen ingezet onder de Schuurmansweg door in oostelijke richting akkerland ten oosten van de Boxbergerweg (foto 2.1 en 2.2). Vanaf dat perceel worden twee HDD-boringen gezet richting akkerland ten zuidoosten van de kruising Boxbergerweg met Averlose Houtweg, waarbij de boringen onder de Boxbergerweg komen te liggen en particuliere woonpercelen mijden (foto`s 2.3, 2.4 en 2.5). Langs de rand van dat perceel worden de circuits in zuidelijke richting in open ontgraving aangelegd tot vlak voor de inrit naar Kwekerij Het Nieuwe Veld (foto 2.6). Vandaar worden twee HDD-boringen ingezet eveneens onder de Boxbergerweg en de daarin gelegen rotonde door, richting akkerland tussen woonbebouwing en zandwetering ten westen van de Boxbergerweg (foto`s 2.7 en 2.8). Vervolgens worden de circuits in open ontgraving aangelegd langs de Zandwetering, waarbij de Oranjelaan middels korte HDD-boringen worden gekruist richting Aspergeboerderij “De Boerkamp, vervolgens conform alternatief 1 richting DVTP110.
Foto 2.1 | Schuurmansweg richting westen
Foto 2.2 | Boxbergerweg richting zuiden vanaf Schuurmansweg
Foto 2.3 | Boxbergerweg richting zuiden t.h.v. nr 85
Foto 2.4 | Boxbergerweg richting zuiden t.h.v. T-splitsing Melchior van Brielstraat
Foto 2.5 | Boxbergerweg noordelijke richting vanaf
Foto 2.6 | weiland westzijde Boxbergerweg
kruising Averlose Houtweg
ten zuiden van Averlose Houtweg
16
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
Foto 2.7 | Boxbergerweg zuidelijke richting thv nr 71
Foto 2.8 | Weiland oostzijde Boxbergeweg ten NO van nr 71
Foto 2.9 | Weiland tussen bebouwing en Zandwetering
Foto 2.10 | Weiland ten westen van Boxbergerweg
Binnen dit alternatief worden in hoofdlijnen de volgende aanpassingen doorgevoerd aan de TenneT assets:
Er wordt 2.730 m aan hoogspanningslijn verkabeld en dus geamoveerd;
Er worden 11 masten verwijderd;
Er wordt 1 opstijgpunt gerealiseerd (nieuwe eindmast 71N);
Er worden twee lijnvelden op 110 kV Station DVTP110 omgebouwd naar kabelvelden;
Er worden twee kabelcircuits (elk 3 kabels) aangelegd van ca 3.910 m lengte.
Een omschrijving en detail uitwerking van dit alternatief is opgenomen in paragraaf 3.2
1.5.3
Alternatief 3
De kabelcircuits worden bij alternatief 3 vanaf mast 71 naar de westzijde van de woonkern van Diepenveen geleid, waarbij de oude dorpskern moet worden gekruist, de Dorpstraat ter hoogte van de Molenkolk. Vanaf het P-terrein van DSC aan de Schuurmansweg worden HDD-boringen ingezet in westelijke richting onder de Schuurmansweg en de Swedera van Runenweg door richting weiland langs de Zandwetering aan de Brinckerinckbaan (Foto’s 3.1 t/m 3.4). Vanaf de boomgaard tussen Molenkolk en Zandwetering gaat het tracé middels gestuurde boringen onder de brug in de Molenstraat door (foto`s 3.5 en 3.6). Vanwege de smalle doorgang moeten de boringen verticaal boven elkaar worden uitgevoerd en komen ze uit in het weiland ten westen van de zandwetering waar de IJsvereniging haar activiteiten heeft (foto 3.7). Bij de Schapenzandweg zal het tracé via de Zandwetering onder de brug doorlopen naar de weilanden ten zuiden van de Schapenzandweg tot aan de Wetermansweg (foto`s 3.8 t/m 3.10). Daarna volgen 2 HDD-boringen onder de brug in de Wetermansweg naar het weiland ten oosten van de Zandwetering (foto`s 3.11 17
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0 en 3.12). richting de zuidhoek van Aspergeboerderij “De Boerkamp” en vervolgens conform alternatief 1 richting mast 78 of tot aan het 110 kV Station DVTP110. Vervolgens ligt het tracé grotendeels langs weerszijden van de Zandwetering richting Aspergeboerderij “De Boerkamp”.
Foto 3.1 | Schuurnansweg vanaf Molenweg
Foto 3.2 | NW-hoek Molenweg-Swedera van Runenweg
Foto 3.3 | Swedera van Runenweg vanaf Molenweg
Foto 3.4 | Weiland Brinkerinckbaan - Swedera van Runenweg
Foto 3.5 | Brug Molenstraat N-richting
Foto 3.6 | Brug Molenstraat Z-richting
18
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
Foto 3.7 | Weiland westzijde Zandwetering Richting Molenweg
Foto 3.8 | Brug Schapenzandweg Z-richting
Foto 3.9 | Weiland Westzijde Zandwetering Z Schapenzandweg
Foto 3.10 | Weiland westzijde Zandwetering richting noorden van Wetermansweg
Foto 3.11 | Wetermansweg kruising Zandwetering
Foto 3.12 | Brug Wetermansweg richting zuiden
Binnen dit alternatief worden in hoofdlijnen de volgende aanpassingen doorgevoerd aan de TenneT assets:
Er wordt 2.730 m aan hoogspanningslijn verkabeld en dus geamoveerd;
Er worden 11 masten verwijderd;
Er wordt 1 opstijgpunt gerealiseerd (nieuwe eindmast 71N);
Er worden twee lijnvelden op 110 kV Station DVTP110 omgebouwd naar kabelvelden;
Er worden twee kabelcircuits (elk 3 kabels) aangelegd van ca 3.160 m lengte.
Een omschrijving en detail uitwerking van dit alternatief is opgenomen in paragraaf 3.3.
19
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
1.5.4
Alternatief 4
Dit betreft het alternatief als de gemeente Deventer ook de lijnverbindingen richting Rijssen, Goor en Deventer Bergweide wil verkabelen, langs de woonwijk Platvoet. Beide lijnverbindingen kennen gelijke mastnummeringen. De hoekmasten 4 worden omgebouwd tot eindmasten en vandaaruit worden 2 of 4 HDD boringen ingezet onder en langs de natuurstrook door, waardoorheen het Vlierspad loopt, ten noorden van sportpark Borgele, alsmede onder de spoorbaan Deventer-Zwolle door richting weilanden ten noorden van Vestdijkgaarde en Hoornikgaarde. En vandaaruit in door de weilanden richting de omgebouwde kabelvelden op 110 kV Station Deventer Platvoet. Dit betreffen in totaal 4 circuits dus 12 kabels.
Foto 4.1 | Aanlanding lijnverbindingen DVTP110
Foto 4.2 | Weilanden langs wijk Platvoet, R Hoornikgaarde
Foto 4.3 | Kruising spoor vanaf Heldermansweg
Foto 4.4 | Idem met passerende trein
Foto 4.5 | Zicht op masten 4 Aspergeboerderij “De Boerkamp”
Foto 4.6 | Zicht op Natuurstrook met Vlierspad ten noorden van sportpark Borgele in westelijke richting
NB: Het ministerie van EZK heeft een verkabelingstraject aangewezen tussen DVTP110 en de masten 3 in de lijnverbindingen richting Rijssen, Goor en DVTB110. Deze masten 3 betreffen hoge steunmasten, die relatief dicht bij de spoorlijn staan, welke spoorlijn middels HDD-boringen gekruist dienen te worden. De uittredepunten van deze HDD-boringen komen al tussen de masten 3 en 4 uit, waardoor het effectiever is en goedkoper om de verkabelingen door te trekken naar de masten 4, wat reeds hoekmasten zijn, die middels verstevigingen waarschijnlijk kunnen voldoen als eindmasten. Om deze reden is niet verkozen om de kabels
20
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0 weer terug te trekken richting de posities van de masten 3, waar dan geheel nieuwe eindmasten gebouwd moeten worden in de natuurstrook.
Binnen dit alternatief worden in hoofdlijnen de volgende aanpassingen doorgevoerd aan de TenneT assets:
Er wordt 865 m aan hoogspanningslijn verkabeld en dus geamoveerd;
Er worden 6 masten verwijderd;
Er worden 2 opstijgpunt gerealiseerd (eindmasten 4 (2x));
Er worden vier lijnvelden op 110 kV Station DVTP110 omgebouwd naar kabelvelden;
Er worden vier kabelcircuits (elk 3 kabels) aangelegd van ca 880 m lengte.
Een omschrijving en detail uitwerking van dit alternatief is opgenomen in paragraaf 3.4
1.6
Uitgevoerd vooronderzoek
In Tabel 1.3 is een overzicht opgenomen van de reeds uitgevoerde vooronderzoeken, welke voorafgaand aan deze haalbaarheidsstudie zijn uitgevoerd door de gemeente Deventer. Ref
Document
Meridiannummer
Kenmerk derden
Onderdeel
[7]
Meekoppelkansenkaart Diepenveen en
000.000.00 0000000
Sessie 11 februari
Hoofddocument
N348/Vijfhoek
2019
Tabel 1.3 | Uitgevoerde vooronderzoeken
1.7
Raakvlakken en grenzen
1.7.1
Raakvlakken
1.7.1.1
Projecten TenneT
TenneT heeft verder geen projecten lopen die een relatie hebben met de bij deze haalbaarheidsstudie betrokken stations en lijnverbindingen. Wel is er een raakvlak met de veldvervangingen op de stations DVTP110 en DVTB110. Tabel 1.4 is dit opgenomen. Projectnr.
Impact op haalbaarheidstudie
Veldvervanging DVTP110
Voor de verkabeling moeten de velden
en DVTB110
op de stations worden omgebouwd
Consequenties
van lijnenvelden naar kabelvelden Veldvervanging DVTP110
Layout station kan als gevolg van
Verkabeling dient anders aangesloten te worden
project veldvervanging veranderen
op DVTP110
Tabel 1.4 | TenneT projecten in de omgeving
1.7.1.2 Projecten derden Ten noorden van Diepenveen vindt nieuwbouw plaats in de wijk Het Eikendal. Het westelijke deel van deze villawijk is volop in aanbouw. De planning van het oostelijke deel is onduidelijk. Projectnaam.
Impact
op
Consequenties
haalbaarheidstudie Eikendal Noord, Zuid 1 en 2
Dorpstraat 39A
Westerman 24 - 24A
Ja
Nee
Ja
Nieuwbouwproject raakt het nieuwe opstijgpunt rond mast 71 en daarmee alle alternatieven Deze herontwikkelingslocatie valt buiten de contouren van de alternmatieven Deze herontwikkelingslocatie valt in de huidige belemmerende strook en raakt met name alternatief 1
Tabel 1.5 | Projecten van derden in de omgeving 21
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0 De projecten bekend bij de gemeente Deventer binnen het projectgebied van de verkabeling zijn opgenomen in bijlage B3.1.22 1.7.1.3
Antenne sites te Amoveren Masten
In mast 2 ten westen van het spoor in de lijnverbinding DVTP-DVTB110 is een antennesite aanwezig. Het contract met de betreffende telecomprovider dient tijdig te worden opgezegd voordat de bovengrondse lijn en de masten verwijderd kunnen worden. Er dient voldoende tijd te zijn voor de telecomprovider om alternatieve locatie te zoeken, de vergunningen te regelen en de installaties te bouwen. In uitzonderlijke gevallen, indien TenneT, gemeente en telecomprovider akkoord gaan zou een mast met antennes kunnen worden overgedragen aan de telecomprovider. TenneT verwijdert de geleiders en de traversen. 1.7.1.4
Relatie capaciteitsuitbreiding netwerk TenneT
Artikel 21 van de Elektriciteitswet 1998 (hierna: E-wet) schrijft voor dat TenneT tweejaarlijks een investeringsplan (hierna: IP) dient op te stellen waarin alle noodzakelijke uitbreidings- en vervangingsinvesteringen worden beschreven en onderbouwd. Hiervan wordt een publicatie beschikbaar gesteld op de TenneT website1 Bij het opstellen van het investeringsplan is een zorgvuldige inschatting gemaakt van het toekomstige aanbod en de vraag. TenneT heeft hierbij gebruik gemaakt van informatie van haar klanten en van erkende landelijke en internationale beschikbare bronnen. Voor het huidige investeringsplan was het niet mogelijk om de Regionale Energie Strategieën (RES’en) te gebruiken, omdat deze plannen nog niet volledig gereed waren. Voor een volgend investeringsplan zullen de RES'en wel worden meegenomen. Wel is rekening gehouden met de landelijke ambities uit het Klimaatakkoord. Het is duidelijk dat alle plannen leiden tot een enorme opgave voor alle netbeheerders en dus ook voor TenneT. Vanuit de RES West-Overijssel ziet (vooralsnog) TenneT voor de verbindingen vanaf Deventer Platvoet naar Olst, Harculo, Rijssen en Goor geen toekomstige overbelastingen en zal de aan te leggen kabel gelijk zijn aan de maximale transportcapaciteit van de bestaande bovengrondse hoogspanningslijn.
Voor de verbindingen vanaf Deventer Platvoet naar Deventer Bergweide geldt dat TenneT afhankelijk is van de ontwikkelingen van Enexis. Mocht Enexis ervoor kiezen om een deel van de RES ambitie op Deventer Bergweide aan te sluiten, dan is het voor TenneT nog niet perse noodzakelijk om de bestaande verbinding tussen Platvoet en Bergweide te moeten opwaarderen. Er kan namelijk gebruik gemaakt worden van de zogenaamde "vluchtstrook".
1.7.2
Grenzen
1.7.2.1 Ruimtelijke Ordening en Milieu Voor de verkabeling is een zoekgebied gedefinieerd, waarbinnen een drietal mogelijk haalbare tracéalternatieven gevonden is op basis van de planologische traceringsuitgangspunten en locatieeisen (PVE.00.002) en publiek en private rechten (PVE.00.003) van TenneT. Dit zoekgebied voor de verkabeling is in samenspraak tussen de gemeente, TenneT en Movares vastgesteld. Binnen dit zoekgebied zijn geen tracés aanwezig die voldoen aan alle https://www.tennet.eu/nl/bedrijf/publicaties/investeringsplannen 1
22
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0 traceringsuitgangspunten en locatie-eisen van TenneT. Daar waar mogelijk haalbare tracés niet voldoen wordt dat expliciet vermeld. Bij dat tracé dient dan rekening gehouden te worden met mitigerende maatregelen, welke veelal kostenverhogend werken. Indien zich belemmeringen voordoen die niet of heel lastig te mitigeren zijn, is dat vermeld. TenneT richt zich op het beste tracé, qua laagste maatschappelijke kosten en onderhoudbaarheid c.q. toekomstvastheid, dat toch zoveel mogelijk
voldoet
aan
de traceringsprincipes
van TenneT.
In
de onderhavige
haalbaarheidsstudie is bepaald welke gebieden de minste belemmeringen geven voor de tracés en vervolgens beoordeeld wat de impact is van de beoogde 3 tracés op de in tabel 1.6 opgenomen ruimtelijke ordening- en milieuaspecten, alsmede welke aanpassingen aan het tracé kunnen worden doorgevoerd om deze impact te beperken, door bijvoorbeeld gestuurde boringen langer door te zetten of tracé iets te verleggen. In de toekomst dient rekening gehouden te worden met aangepaste ruimtelijke ordeningsprocedures, als gevolg van de op handen zijnde Omgevingswet. Alternatief 1, 2 en 3 kunnen alle ook worden verkabeld tussen mast 71 en 78, dan betreft dit slechts een gedeelte van het door ministerie van EZK aangewezen deel van de hoogspanningslijn. Het gedeelte langs Sportpark Borgele en de wijk Platvoet blijft dan een lijnverbinding. Aspect
Onderdeel
Toelichting
haalbaarheidstudie? Archeologie en cultuurhistorie
Bij de aanleg van TenneT assets dienen archeologische,
aardkundige
en/of
cultuurhistorische waarden en/of monumenten Ja
zoveel als mogelijk ongestoord te worden gelaten (AM-req-1541). Criterium: Er is per alternatief beoordeeld wat de impact van de verkabeling is op mogelijke archeologische en cultuurhistorische waarde en vice versa.
Beheerzones (water)wegen
Voor toekomstvaste tracés wordt parallelligging langs infrastructuur van RWS/ProRail en provinciale wegen als ongewenst gezien (AMreq-1542), als deze binnen de beheerszone Ja
komt te liggen. Criterium: Er is per alternatief bepaald in welke mate de tracés in infrastructurele beheergebieden van derden liggen. Dit is tevens van belang voor het aantal benodigde vergunningen.
Bodem
(verontreiniging,
zetting,
Voorkomen dient te worden dat TenneT assets
monumenten)
worden aangelegd in (ernstig) verontreinigde grond (AM-req-1543). Voorkomen dient te worden dat TenneT assets worden aangelegd in Ja
zettingsgevoelige gronden (AM-req-1544). Criteria: Beoordeeld is met welke grondsoorten er rekening gehouden dient te worden bij de verkabeling en of er vooraf bekende verontreinigde locaties zijn per alternatief
EM velden (gevoelige bestemmingen)
Ja
Door het stappenplan AM-Req 4226 te volgen worden alle mogelijke beheersmaatregelen getroffen om gevoelige objecten (scholen – woningen) niet binnen de 23
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0 magneetveldcontour van 0,4 microtesla te laten vallen. Mensen in de nabijheid van het tracé kunnen zich namelijk zorgen maken over magneetvelden, en de gemeente heeft aangegeven dit aspect daarom van belang te vinden voor de besluitvorming. Criteria: Voor elk alternatief is deze 0,4 m tesla-contour op 1 m boven maaiveld bepaald en het aantal gevoelige objecten zijn inzichtelijk gemaakt.´. Explosieven (NGE)
Ja
TenneT wil geen assets aanleggen in gebieden waar mogelijk NGCE in de bodem voorkomt (AM-req-1553). Criterium: Per alternatief is beoordeeld in hoeverre er grondroerende activiteiten noodzakelijk zijn voor de aanleg in verdachte bodemlagen.
Geluid (zones/richtafstanden)
Nee
N.v.t. kabelscircuits zijn geen geluidsbronnen
Natuur (NNN/Natura 2000/monumenten/etc.)
Ja
Bij de aanleg van TenneT netwerken dient voorkomen te worden dat er negatieve beïnvloeding plaatsvindt op natuurwaarden (AM-req-4217 en AM-req-1557). Criteria: Er is gekeken wat de impact is op natuurgebieden en beschermde soorten van elk alternatief voor de verkabeling.
Ruimtelijke beïnvloeding en veiligheid
Ja
De aanleg van TenneT assets in de nabijheid van overige ondergrondse infrastructuur en buisleidingen met gevaarlijke inhoud is ongewenst, met name parallelloop. Criterium: Voor elk alternatief is beoordeeld in welke mate de circuits binnen de invloedsfeer ligt van gevaarlijke buisleidingen. Onderlinge beïnvloeding is technisch oplosbaar en komt aan de orde in de vervolgfase Basis Ontwerp. Dit werkt wel kostenverhogend en heeft mogelijk negatieve impact op de bereikbaarheid van de assets
Water
Ja
TenneT assets in waterkeringen (AM-req-4220), waterwingebieden (AM-req-1576) moeten worden voorkomen. N.v.t. in het zoekgebied voor de verkabeling voor Diepenveen. Criterium: Er is per alternatief beoordeeld in hoeverre de kabelcircuits impact hebben op aanwezige watersystemen uit de legger van Waterschap Drentse Overijsselse Delta
Windturbines
Nee
In het zoekgebied bevinden zich geen windturbines, noch zijn er plannen voor windturbines. dus N.v.t.
Bestemmingsplannen (of vergelijkbaar)
Ja
TenneT vestigt belemmerende stroken en Zakelijk recht overeenkomsten voor nieuwe kabelverbindingen, wat beperkingen inhoud 24
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0 voor grondgebruik en grondeigenaar. Criterium: per alternatief is beoordeeld in welke mate er gebruiksbeperkingen worden opgelegd door het betreffende alternatief. Omgevingsvergunningen
Ja
Er is geinventariseerd welke publiekrechtelijke toestemmingen geregeld moeten worden voor elk van de alternatieven voor de verkabeling. Criterium: het aantal vergunningen en complexheid ervan
Planschaderisicoanalyse
Nee
In de BO-fase dient een planschade analyse uitgevoerd te worden.
Tabel 1.6 | Overzicht grenzen ROM
1.8
Techniek
Aspect
Onderdeel
Toelichting
haalbaarheidstudie? Hoogspanningstations
Ja
Hoogspanningslijnen
Aanpassen lijnenveld naar kabelveld op 110 kV Station DVPT (mogelijk 6x) Amoveren hoogspanningslijn tussen mast 71
Ja
en 78 of tot aan 110 kV Station Deventer Platvoet
Hoogspanningskabels
Aanleg nieuwe kabelcircuits vanaf 110 kV Station DVTP naar mast 71, of tussen mast Ja
78 en 71 En mogelijk tussen DVTP110 en mast 3 of 4 in de lijnverbindingen naar Rijssen, Goor en Deventer Bergweide
Tabel 1.7 | Overzicht grenzen techniek
In verband met de gedeeltelijke verkabeling verandert de impedantie van de hoogspanningslijn en dient te worden nagegaan hoe de beveiligingen hierop moeten worden aangepast aan beide zijden van de lijn. Dit is in de stations Deventer Platvoet, Olst en Harculo. In deze paragraaf worden de technische uitgangspunten op basis van de van toepassing zijnde Programma van Eisen en de Projectspecifieke Programma van Eisen vermeld ten aanzien van het tracé en de betreffende assets. In deze haalbaarheidsstudie wordt slechts een opsomming en kader aangegeven van het Projectspecifieke Programma van Eisen, hetgeen nader uitgewerkt zal worden in een eventueel vervolg (het Basisontwerp). De relevante technische uitgangspunten zijn:
Het hoogspanningskabeldeel moet voldoen aan de vigerende TenneT standaard Programma van Eisen. Voor dit werk in het bijzonder: i)
PVE.06.000 Kabels;
ii)
PVE 00.002 Planologische en tracerings-uitgangspunten en locatie-eisen;
iii) PVE 00.003 Publieke en Private rechten; iv) PVE 05.000 Lijnen.
De huidige transportcapaciteit moet gehandhaafd blijven. Het vermogen van de bestaande verbinding per circuit is ruim 306 MVA, 1610 Ampère (continu);
Aantal moffen (kabelverbindingen) in de circuits minimaal houden; 25
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
Voorziene Niet Beschikbaarheid (VNB, tijdelijke spanningsloosstelling) tijdens de uitvoering. Voor de uitvoering moeten de VNB’s beperkt worden in aantal maar ook in tijdsduur. Dit kan gevolgen hebben voor de keuze uit de alternatieven.
EMC beïnvloeding naar omliggende infrastructuur minimaliseren;
Masten, portalen en fundaties moeten voor wat betreft de mechanische belastingen voldoen aan de TenneT voorschriften en de huidige wettelijke eisen. Deze eisen zijn van belang indien er essentiële uitbreidingen of aanpassingen aan bestaande masten plaats vindt. De toets is dan volgens de vigerende constructie normen. Deze zijn over het algemeen strenger dan de historische normen ten tijde van de aanleg van de verbinding;
Bij het bepalen van de belastbaarheid van de kabel rekening houden met de thermische weerstand van de grond (g-waarden van de grond).
De maatregelen tijdens de reconstructie moeten haalbaar zijn (Denk hierbij aan bv. wegafzettingen, omleidingen, noodvoorzieningen of tijdelijke constructies).
1.8.1
Kabelligging
De kabels worden bij voorkeur gelegd in open ontgraving of indien dit niet mogelijk is met een horizontaal gestuurde boring, HDD (Horizontal Direct Drilling). In beide gevallen heeft TenneT voorwaarden voor de kabelligging (zie de genoemde PvE’s in bovengenoemde paragraaf). Om de kabelcircuits te kunnen onderhouden en hun ongestoorde ligging te bewaken, vestigt TenneT over het tracé zakelijk recht, naast de vastlegging van een belemmerende strook in het bestemmingsplan. Open ontgraving met kabels in driehoek ligging. Per circuit worden de kabels gebundeld en in driehoek gelegd. In onderstaand figuur wordt dit zichtbaar gemaakt.
Figuur 1.5 | Dwarsprofiel van kabels in driehoek ligging
Op 30 cm boven de kunststofkabels worden kunststof beschermplaten aangelegd, met twee stuks glasvezel-beschermbuizen net onder de zijkant voor de interne communicatie TenneT.
26
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
Figuur 1.6 | Dwarsprofiel van kabels in ligging in driehoek verband.
Een aanlegbreedte van minimaal 17 meter is gewenst. Ook in deze situatie is de aanlegbreedte te verkleinen, bijvoorbeeld door zandopslag op een andere locatie of door het toepassen van sleufbekisting. Conform AM-Req-4229 wordt de zakelijk recht strook minimaal 3 m plus 2,5 m plus 3 m is 8,5 m breed. Deze strook is indicatief en kan in de BO / DO fase nog wijzigen. Horizontaal gestuurde boring. Bij een gestuurde boring worden de kabels in mantelbuizen getrokken waarbij de mantelbuizen met een boring diep onder de grond worden aangebracht. Een diepte tussen 8 en 40 meter is zonder meer haalbaar tenzij in de ondergrond een ondoordringbare laag aanwezig is zoals bijvoorbeeld een grindlaag. De voorkeur voor kabelligging is een zandlaag met een goede warmteafdracht (lage thermische weerstand van de grond, de g-waarde). Voor de mantelbuizen wordt HDPE toegepast type HDPE SDR 11, Ø 200 mm of mantelbuizen met een doorsnede van 250 mm. Per circuit worden vier mantelbuizen toegepast, drie voor de kabels en één buis voor telecommunicatie doeleinden en eventueel een aardkabel. Bij een horizontaal gestuurde boring (HDD = Horizontal Directional Drilling) moet er voldoende ruimte zijn op een werkterrein voor het opstellen van de boormachine en andere machines.
Bij het uittrede punt is een werkterrein nodig voor het samenstellen van de mantelbuizen en het uitleggen van de mantelbuizen die in het boorgat worden getrokken. De mantelbuizen moeten in de volledige lengte van de boring gereed liggen zodat deze in één slag in de gemaakte boring kunnen worden ingetrokken. Dit vergt een langgerekt werkterrein voor de uitleg van de mantelbuizen. Voor het gebied boven de tracédelen met een HDD boring is geen werkterrein nodig voor de aanleg. Met een dergelijke boring kunnen (spoor)wegen en watergangen worden gekruist.
27
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
Figuur 1.7 | Kabelligging bij horizontale boringen, de diepte is locatieafhankelijk.
De onderlinge afstand tussen de boorgaten van beide circuits is vijf meter en de boringen worden bij voorkeur naast elkaar gelegd. De eis voor de breedte van de zakelijk recht strook bij gestuurde boringen met 2 circuits is derhalve 16 m breedte (5 m uit boring, 0,5 m boring, 5 m tussen de boringen is, 0,5 m boring en 5 m uit de boring) (zie AM-Req-4229). Deze strook is indicatief en kan in de BO / DO fase nog wijzigen.
1.8.2
Kabelkeuze en belastbaarheid van de kabels
Voor belastbaarheidsberekeningen van de kabels is de aardingsmethodiek van belang. De kabelverbinding
is
lang
genoeg
om
crossbonding
toe
te
kunnen
passen
om
de
kabelmantelstromen te minimaliseren. De thermische weerstand van de grond wordt uitgedrukt in K.m/W, de zogenaamde g-waarde. Omdat er geen metingen zijn verricht gaan we uit van een waarde die in de buurt ligt van 1,0 K.m/W.
Dit
is
een
gebruikelijke
thermische
weerstand.
Dit
is
gebaseerd
op
de
grondsamenstellingen die te vinden zijn in de database van het DINO-loket. Er zijn belastbaarheidsberekeningen uitgevoerd met een kabel type XLPE 110 kV met aluminium geleider. Met betrekking tot de ligging van de kabels is het uitgangspunt dat de kabels in driehoek worden gelegd. Omdat open ontgraving niet overal mogelijk is wordt een gedeelte van het tracé worden aangelegd in een horizontaal gestuurde boring. In het basisontwerp wordt de detaillering uitgevoerd met betrekking tot kabel type en kabelligging volgens de TenneT-richtlijnen. De gewenste belasting van het tracé is te zien in onderstaande figuur:
28
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
Figuur 1.8 | belastbaarheidsgegevens van de lijnen.
In onderstaande tabellen staan de resultaten van enkele belastbaarheidsberekeningen van kabels in driehoekligging en in HDD’s op 10 meter diepte, twee circuits met 5 meter tussenruimte en mantelbuizen gevuld met water.
G-waarde
0,8 K.m/W
1.0 K.m/W
1200 mm2
1081
986
1600 mm2
1254
1143
2000 mm2
1405
1278
2500 mm2
1565
1422
2500 mm2 koper geleider
1877
1705
Kabel XLPE Al (doorsnede geleider)
Tabel 1.8 | Kabels in driehoek. Continu belastbaarheid in A.
G-waarde
0,8 K.m/W
1.0 K.m/W
1610
1464
Kabel XLPE Cu (doorsnede geleider) 2500 mm2 koper geleider
Tabel 1.9 | Kabels in HDD 10 m diep. Continu belastbaarheid in A.
Met bovenstaande uitgangspunten kan op basis van deze verkennende berekeningen worden verwacht dat een kabel met een koper geleider met doorsnede van 2500 mm2 zal voldoen aan de 29
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0 gewenste transportcapaciteit van 1610 A mits de thermische weerstand van de bodem niet hoger is dan 0,8 K.m/W. In het basisontwerp wordt aan de hand van de grondonderzoeken een detaillering uitgevoerd met betrekking tot kabel type en kabelligging. Voor de overige vier circuits kan worden volstaan met een aluminiumkabel 1200 of 1600 mm2.
1.8.3
Magneetvelden
Het
beleidsadvies
magneetvelden
hoogspanningsverbindingen. ondergrondse
Andere
is
alleen
elektrische
hoogspanningsverbindingen,
van
toepassing
infrastructuur
of
hoogspanningsstations,
op
bovengrondse
voorzieningen
zoals
transformatorhuisjes,
spoorlijnen, tramwegen en dergelijke vallen niet onder het beleidsadvies. Op verzoek van het bevoegd gezag maakt TenneT deze inzichtelijk. In deze paragraaf is bepaald hoe breed de zogenaamde 0,4-microteslacontour is (in analogie met bovengrondse verbindingen), conform de Randstadnotitie ("Afspraken over de rekenmethodiek voor "magneetveldcontour" bij ondergrondse kabels en hoogspanningsstations behorende tot de Randstad 380 kV verbinding" d.d. 3 november 2011). Buiten deze zone zullen de magneetvelden lager zijn dan de genoemde waarde. Bij de aanleg van kabels in de open ontgraving is de magneetveldzone 10 meter t.o.v. de hartlijn van het tracé (zie resultaat berekening figuur 1.8). Het betreft daarmee een strook van 2x 10 m = 20 meter. (Ter indicatie: de magneetveldzone van de bestaande hoogspanningslijn is 2x 40 meter of 2x 65 m, zoals is gebleken uit onderzoek van Petersburg.)
Figuur 1.9 | 0,4 microteslazone rondom kabelverbinding door Diepenveen
Nabij het station Deventer Platvoet liggen 6 kabelcircuits naast elkaar en wordt de magneetveldzone 30 meter breed, ingeval ook alternatief 4 wordt toegepast. De berekening van deze breedte staat weergegeven in figuur 1.10.
30
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
Figuur 1.10 | 0,4 microteslazone rondom kabelverbindingen langs de wijk Platvoet en Borgele
Bij kabels in horizontaal gestuurde boring liggen de kabels zo diep dat op 1 meter boven maaiveld het magneetveld ruim onder de waarde van 0,4 µT valt. Bij een HDD-boring is er derhalve geen magneetveldcontour van 0,4 µT. De wettelijk eis geldt dat de magneetvelden op publiek toegankelijk gebied nergens boven 100 µT mogen uitstijgen Bij de opstijgpunten, daar waar de kabels uit de grond komen en naar de eindmast gaan, bestaat daar de mogelijkheid dat er binnen de 100 µT-contour gekomen kan worden. De opstijgpunten worden daarom voorzien van een hekwerk ter bescherming van deze assets en de publieke bereikbaarheid van een 100 μT contour. Hierdoor wordt tevens de 100μTzone afgeschermd. In de bijlagen B3.1.20.1 t/m B3.1.20.5 staan de 0,4 µT magneetveldcontour op 1 m boven maaiveld gearceerd weergegeven. 1.8.3.1
Toekomstverwachting magneetvelden
De minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft op 1 oktober 2019 het advies ‘Voorzorgbeleid Hoogspanning en Gezondheid’ aan de Tweede Kamer gestuurd. Hij deed dat mede namens de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) en de minister voor Medische Zorg en Sport (VWS). Het advies is op verzoek van de minister opgesteld door de heer Co Verdaas, ondersteund door een begeleidingscommissie. De heer Verdaas trekt de conclusie dat voorzorgbeleid niet noodzakelijk maar wel nuttig is, vooral om maatschappelijke onrust en disproportionele maatregelen te voorkomen. Hij adviseert om geen onderscheid meer te maken tussen nieuwe en bestaande situaties, tussen hoogspanningslijnen en andere bronnen van magneetvelden en om de advieswaarde van 0,4 microtesla (jaargemiddeld) te schrappen. Het schrappen van die advieswaarde moet bijdragen aan een bredere afweging per situatie. Hij adviseert ook om voor een nieuw voorzorgbeleid samen met betrokken stakeholders een lijst met maatregelen op te stellen. Deze maatregelen dienen ‘redelijk’ en ‘proportioneel’ te zijn uit oogpunt van onder meer gezondheidsrisico’s en kosten, waarbij de blootstelling zo laag als redelijkerwijs haalbaar is (ook wel ‘ALARA’ genoemd: As Low As Reasonably Achievable).
De minister geeft in de kabinetsreactie aan dat met dit advies gekozen wordt voor verantwoorde omgang met de mogelijke gezondheidsrisico’s van magneetvelden. 31
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0 Het rapport hoe om te gaan met magneetvelden van kabels is naar de tweede kamer gestuurd: Advies nieuw voorzorgbeleid elektriciteit en gezondheid; een nieuwe wijze van omgaan met magneetvelden bij het elektriciteitsnet, tot stand gekomen met inbreng van stakeholders en kennisinstellingen. Kenmerk Lysias A19RVO-100, 19 oktober 2020.
1.8.4
Aansluitingen op het station en de HS lijn
Bij station Deventer Platvoet komen nu 6 circuits hoogspanningslijn aan. Deze zijn afgespannen op portalen die op het station staan.
Figuur 1.11 | Station Platvoet met portalen.
Onder de portalen is voldoende ruimte om kabeleindsluitingen te plaatsen. Deze verzorgen de overgang van de kabel naar de geleiders in het station.
32
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0
Figuur 1.12 | Station Platvoet met kabeleindsluitingen, de masten en de lijnen van de masten naar het station worden geamoveerd. In het station zijn met rode stippen de posities van de kabeleindsluitingen weergegeven.
1.8.4.1
Aansluitingen op de bovengrondse hoogspanningslijn
Aan de noordelijke zijde zal de kabel beginnen bij mast 71. Deze mast is een steunmast en steunmasten zijn over het algemeen niet gemakkelijk te verstevigen zodanig dat deze de functie van een eindmast krijgen. Mede vanwege de fasering in het bouwproces is het waarschijnlijk praktisch om een nieuwe eindmast te plaatsen met opstijgpunten voor de kabel. Deze nieuwe mast wordt in de hartlijn van het bestaande tracé geplaatst, waarschijnlijk iets ten noorden van de bestaande mast 71.
Nieuwe eindmast Figuur 1.13 | Voorbeeld van een eindmast met kabelovergang (opstijgpunt voor kabel)
Een eindmast met opstijgpunt heeft kabeleindsluitingen op een constructie op maaiveld. Er vindt afscherming plaats met een hekwerk rondom de installatie. Conform AM-Req 4236 streeft naar het
33
Haalbaarheidsstudie Verkabelen bovengrondse verbinding DVTP110 tot mast 071 Diepenveen, en lijnverbindingen DVTP-RS-GO110 en DVTP-DVTB110 van DVTP tot masten 3. Projectnummer 002.612.19.S12.002 21 september 2021, versie 3.0 localiseren van een opstijgpunt op een afstand van tenminste 40 m van een gevoelig object (woning, school bv). In alternatief 4 worden ook de hoogspanningslijnen van station Deventer Platvoet richting Rijssen, Goor en Deventer Bergweide verkabeld. De kabels lopen tot de twee masten nr. 4 in de betreffende lijn. Dit zijn hoekmasten en hoekmasten zijn over het algemeen om te bouwen tot eindmasten. Ook hier zullen opstijgpunten moeten worden toegevoegd en het geheel wordt afgeschermd met een hekwerk.
Figuur 1.14 | Situatie bij mast 4 in de lijn naar Rijsen, Goor en Deventer Bergweide. De rode stippen geven de positie van de kabeleindsluitingen weer, de witte lijn is positie van het hekwerk rondom de masten en de installaties.
1.8.5
Overig
Voor het verkabelen van de hoogspanningslijn tussen 110 kV Station Deventer Platvoet en mast 71 ten noorden van Diepenveen dient een spoorlijn van ProRail gekruist te worden. In dat geval is er altijd een spoorwegwetvergunning noodzakelijk en dient tenminste voldaan te worden aan de RLN00398 en aan de OVS 00221(witte boekje) van ProRail. De EM-beïnvloeding met het spoor dient vastgesteld te worden. Aspect