Actualisatie woonvisie - Achtergrondinformatie Woonopgaven themabijeenkomst 31 oktober 2023
Tekst van het document
ACTUALISATIE WOONVISIE 2018 ‘MEER DAN GEWOON’ DEVENTER
WOONOPGAVEN Achtergronddocument ten behoeve van themabijeenkomst op 31 oktober 2023
Inhoud Inleiding ................................................................................................................................................... 3 Hoofdlijnen de opbrengst ........................................................................................................................ 5 1
Vitale stad aan de IJssel ................................................................................................................. 6
2
Ongedeeld en inclusief .................................................................................................................. 14
3
Duurzaam en toekomstbestendig ................................................................................................. 18
Volkshuisvestingsprogramma ............................................................................................................... 20
2
Inleiding Proces en status document Voor u ligt het document ‘woonopgaven’. Doel van het document is om zicht te krijgen op waar de woonvisie die nog voldoende actueel is, wat nieuw inzichten zijn en waar een nieuw kader nodig is. Dit document is tot stand gekomen op basis van analyses van actuele beleidsstukken van Rijk, provincie en gemeente en uit interviews. Deze interviews zijn gehouden met verscheidende collega’s van aanpalende beleidsvelden, bestuurders en enkele partners op het gebied van wonen in onze stad. Dit vormt de basis voor de themagesprekken op 31 oktober. Doel van de gesprekken met de woonpartners is om met elkaar richting te geven aan oplossingen voor woonopgaven in Deventer. De opbrengst hiervan wordt eind 2023 met de raad besproken. Vervolgens wordt dit uitgewerkt tot een voorlopig concept Woonvisie. Dit concept wordt nog een keer aan alle genodigden van de themabijeenkomst van 31 oktober voorgelegd. De reacties hierop worden gebruikt om te komen tot een definitief concept woonvisie, die ter vaststelling aan de raad wordt aangeboden. Ontwikkelingen sinds 2018 Sinds het vaststellen van de woonvisie door de gemeenteraad van Deventer in 2018 is er veel veranderd op de woningmarkt. De druk op de woningmarkt is verhoogd, de hypotheekrente daalde en woningprijzen stegen aanzienlijk. Ook kregen we te maken met een hoge inflatie.
Door de hoge energie- en grondstofkosten, stegen ook de bouwkosten fors. Daarnaast steeg de hypotheekrente weer, waardoor de vraag naar nieuwbouw terugliep. Hierdoor werd het voor o.a. starters nog lastiger om de woningmarkt te betreden. Er kwamen nieuwe groepen naar ons land waarvoor huisvesting moest worden gevonden. Dit zorgde er samen met de extramuralisering voor dat het aantal doelgroepen in de wijken is toegenomen. Met name in de wijken met veel sociale huurwoningen is het lastiger geworden om een goede balans te behalen tussen vragers en dragers. Daarnaast neemt het aantal senioren de komende jaren fors toe. Een steeds kleiner aandeel zal op termijn intramuraal wonen. Dit betekent dat ouderen steeds vaker in de wijk blijven wonen. Dit vraagt om aandacht op het gebied van de woning, de woonomgeving, de voorzieningen en de sociale netwerken in de wijken en buurten. Energieprijzen stegen sterk. Dit leidde voor veel inwoners tot aanzienlijk hogere woonlasten, met soms energiearmoede tot gevolg. Deze ontwikkeling zorgde ervoor dat het investeren in alternatieve bronnen een vlucht nam. In diezelfde tijd heeft de gemeente Deventer op verschillende vlakken nieuw beleid vastgesteld en nieuwe ambities geformuleerd. Deventer groeit en zet in op een sterke arbeidsmarkt en een jonge bevolking.
Om dit in goede banen te leiden, zijn in de komende 20 jaar circa 11.000 nieuwe woningen nodig, waarvan 7.000 voor de eigen behoefte (autonome groei) en 4.000 als ambitie voor arbeidsmarkt en verjonging van de bevolkingssamenstelling. Voorlopig heeft Deventer nog een grote planvoorraad voor de woningbouw. De opgave voor de komende jaren is om maximaal in te zetten op realisatie van de bestaande plannen, met daarbij aandacht voor de wensen van de doelgroepen en type woonwijken waarin ze willen wonen. Ook heeft het Rijk een sterkere rol op zich genomen als normsteller en bewaker van nationale woondoelen (Nationale woon- en bouwagenda, met daarin 6 programma’s voor het realiseren van de doelstellingen, maart 2022). Hoewel er veel aandacht (nodig) is voor woningbouw in het sociale segment is het voor Deventer belangrijk om een grote diversiteit te bieden aan woonmilieus en woningtypen en doorstroom te bevorderen.
3
De maatschappelijke en beleidsmatige ontwikkelingen hebben gevolgen voor de vigerende woonvisie, zoals die in 2018 is vastgesteld. In dit woonopgaven-document wordt per ambitie uit de woonvisie aangegeven om welke zaken dit gaat. De woonopgaven zijn geordend naar de drie ambities van de woonvisie, nl.: 1 Vitale stad aan de IJssel 2 Ongedeeld en inclusief 3 Duurzaam en toekomstbestendig Op de laatste pagina zijn enkele noties opgenomen over het Volkshuisvestingprogramma, een onderdeel dat onder de Omgevingswet (naar verwachting vanaf 2026) verplicht gaat worden. Raad en partners Gemeenteraad en externe partners worden conform het Plan van Aanpak meerdere keren en op meerdere manieren betrokken in het proces. De onderstaande tabel geeft weer op welke wijze gesproken wordt met externe partners en met de gemeenteraad. Fase 1 inventarisatie en analyse
Fase 2 visievorming
Fase 3 concept-woonvisie
Fase 4 vaststelling
Corporaties (reguliere huur, woonwagens) en Saxion, Aventus en DUWO (studentenhuisvesting) Werksessie met de raad Corporaties in kernteam Externe partners (o.a. huurdersorganisatie, maatschappelijke partners (ASDD), marktpartijen, particuliere verhuurders binnenstad, andere betrokken overheidsorganisaties): themabijeenkomsten Raadstafel Corporaties in kernteam Externe partners (o.a. huurdersorganisatie, maatschappelijke partners (ASDD), marktpartijen, particuliere verhuurders binnenstad, andere betrokken overheidsorganisaties): consultatie op concept Corporaties in kernteam Raadstafel Raad Corporaties in kernteam
4
Hoofdlijnen de opbrengst Vitale stad aan de IJssel De Deventer ambitie van 7.000 + 4.000 woningen ten behoeve van arbeidsmarkt en verjonging vraagt om verwerking en verankering in de woonvisie. Nieuwe beleidsuitspraken op de volgende punten zijn nodig: • • •
Aantallen autonoom en ambitie met tijdspad Strategie bestaande harde en zachte planvoorraad en zoekrichtingen Reflectie op de doelgroepen
Rijksbeleid en de Woondeal West-Overijssel vragen om actualisatie op de volgende punten: • • • •
Aantallen en gebieden cf. de woondeal Percentages sociaal, betaalbaar en duur, ook in relatie tot bestaande plannen en in relatie tot de doelgroeppaspoorten Flexwonen is eveneens een ontwikkeling naar aanleiding van rijksbeleid en kan een rol spelen in het sneller beschikbaar komen van woongelegenheid voor bepaalde doelgroepen Verbondenheid aan Deventer en toewijzing aan essentiële beroepsgroepen
De blijvende opgaven voor sociale huur vragen om een uitspraak over het in positie brengen van corporaties. De opgaven voor ouderen en zorg en voor ouderen in relatie tot doorstroming zijn ten opzichte van 2018 urgenter geworden en vragen om geactualiseerd beleid. Inbreiding en verdichting blijven onverkort van belang maar worden een steeds belangrijker ontwerpopgave in relatie tot de klimaatadaptatieve stad en tot openbare ruimte (breed). CPO vraagt om herijking dan wel een duidelijker onderscheid met particulier opdrachtgeverschap sec.
Ongedeeld en inclusief Voor veel doelgroepen geldt dat de teksten herzien moeten worden op de Deventer ambities (studenten-jongeren-pas afgestudeerden) en/of op nieuw beleid en toegenomen urgenties (uitstromers beschermd wonen/maatschappelijke opvang, kwetsbare jongeren, statushouders, arbeidsmigranten, woonwagenbewoners). Oekraïners zijn een nieuwe doelgroep om rekening mee te houden.
Duurzaam en toekomstbestendig Voor energietransitie/warmtetransitie zijn nieuw (rijks)-beleid en toegenomen energie-armoede aanleiding om teksten in de woonvisie te actualiseren. Circulair bouwen is het doel vanuit het Rijk om in 2030 50% minder abiotische grondstoffen te gebruiken. Het goed om dit als doel op te nemen in de woonvisie. Daarnaast wordt lokaal gewerkt aan Deventer beleid voor circulariteit. Voor deze gehele ambitie geldt dat de tekst eenduidiger gemaakt kan worden en actueel gemaakt moet worden.
5
1
Vitale stad aan de IJssel
Dit onderdeel gaat over de kwantitatieve en kwalitatieve programmering: hoeveel woningen op welk moment voor welke doelgroepen en waar. Woningbouwprogramma goedkoop, betaalbaar, duur: afspraak Rijk en provincie Het streven van het Rijk is dat alle gemeenten in Nederland naar 30% sociale huurwoningen toegroeien. Zo komen er voldoende sociale huurwoningen beschikbaar én komt er een betere verdeling over het land. Gemeenten die al ruim voldoen aan de 30% kunnen zich concentreren op de bouw van woningen voor middeninkomens (koop en huur). Deventer beschikt op dit moment over 30% sociale huurwoningen van corporaties en daarnaast nog een onbekend aantal sociale huurwoningen in de particuliere voorraad. Van alle woningen is momenteel 56% een koopwoning. In de Woondeal West-Overijssel (december 2022) zijn afspraken tussen provincie, gemeenten en Rijk gemaakt over welk programma nodig is om invulling te geven aan de woonbehoefte. Ook in de gemeentelijke Woonzorgvisie (2022) is benoemd dat er 30% sociale huur nodig is om de doelgroep van beleid te kunnen huisvesten. Dit komt neer op de volgende verdeling.
30% sociale huur 40% betaalbaar (betaalbare koop en middenhuur) 30% duur Nieuwbouw in de vrije huursector zal als zwaartepunt hebben huur tot ongeveer €1.000 per maand (aansluitend bij doelgroepenverordening). In de Woondeal zijn ook kritische succesfactoren benoemd, waar met het Rijk en de provincie aan wordt gewerkt om dit mogelijk te maken. Het gaat om de volgende zaken. 1. Voldoende en structurele rijksmiddelen voor uitvoering van de woondeals 2. Meer personele capaciteit bij gemeenten op het ruimtelijk domein 3. Vereenvoudiging planprocedures en inperking bezwaarprocedures 4. Investeren in bereikbaarheid 5. Nieuwe maatregelen stikstof 6. Investeringscapaciteit woningcorporaties 7. Monitoring en rapportage 8. Ruimte voor lokaal en regionaal maatwerk 9. Bewustwording en draagvlak De afspraken in de Woondeal hebben betrekking op de periode tot en met 2030 en gaan voor Deventer primair om het toevoegen van woningen in de Centrumschil, Keizerslanden en Bathmen. De Deventer nieuwbouwopgave: 11.000 nieuwe woningen tot 2035 Op 7 november 2018 heeft de raad de motie ‘Toekomstige uitbreiding woningaanbod Deventer’ unaniem aangenomen. Het college heeft nagedacht over mogelijke strategieën voor het woningaanbod in Deventer. Het woningbouwprogramma was vooral gericht op de opvang van de autonome bevolkingsgroei. Daarmee groeit het inwonersaantal de komende jaren licht.
Extra bevolkingsgroei geeft betere mogelijkheden om de voorzieningen, werkgelegenheid en onderwijs de komende jaren op peil te houden. De gemeenteraad heeft in december 2021 de samenvattende routekaart ‘wonen en voorzieningen ,arbeidsmarkt versterken en verjongen!’ vastgesteld. De daarin opgenomen ambitie van circa 11.000 woningen tot 2035 bestaat uit 7.000 woningen voor de lokale behoefte en 4.000 woningen voor het sociaaleconomisch versterken van Deventer door het verjongen en versterken van de arbeidsmarkt. Dit helpt ook bij het in stand houden en versterken van ons voorzieningenniveau in stad en dorpen. Van de 11.000 woningen is de ambitie om circa 1.000 woningen in de dorpen te realiseren. De Deventer nieuwbouwopgave is een grote opgave, waarbij groei geen doel op zich is: we willen onze inwoners voldoende betaalbare woningen bieden in fijne, leefbare wijken en dorpen.
6
De bestaande harde en zachte plancapaciteit is circa 6.570 woningen, waarvan zo’n 1.900 woningen inmiddels zijn vergund. De resterende opgave is ongeveer 4.850 extra woningen (inclusief 30% planuitval). De bestaande plancapaciteit is ruim voldoende voor de kortere termijn (tot 2031). Om te voorzien in de woningbehoefte kan Deventer dus voor de komende jaren maximaal inzetten op bestaande harde, semi harde en zachte plannen. Daarnaast kan begonnen worden met concrete nieuwe locaties. Naast de samenvattende routekaart “arbeidsmarkt versterken en verjongen” zijn routekaarten opgesteld en vastgesteld voor de dorpen Diepenveen, Schalkhaar, Lettele, Loo, Okkenbroek en Bathmen en een uitwerking voor het stedelijk gebied van Deventer (Wonen Ruimte Stad – Deventer Bouwt Hierin wordt onder meer dieper ingegaan op doelgroepen, tempo, plekken en de langetermijnverstedelijkingsstrategie. De routekaarten voor de dorpen Bathmen en Lettele zijn in 2023 uitgewerkt in ontwikkelperspectieven. Hierin is vastgelegd welke locaties in het dorp de komende jaren het meest geschikt zijn voor woningbouw, en hoe die woningbouw het beste kan aansluiten op het bestaande dorp. Voor Diepenveen is dit proces in gang gezet en wordt naar verwachting in 2024 ontwikkelperspectief vastgesteld. In Schalkhaar wordt in 2023 een dorpsvisie opgesteld.
Indien er aanleiding voor is, kan de routekaart voor Schalkhaar hierop vervolgens aangepast worden. Reflectie autonome behoefte (woningmarktonderzoek) Deventer gaat uit van een autonome behoefte van 7.000 woningen vanaf 2021. De behoefte van 7.000 woningen is een realistische inschatting van de woningbehoefte. Zo’n groei leidt tot bijna 52.000 huishoudens in 2035. Dit aantal neemt een middenpositie in binnen de verschillende prognosescenario’s. Daarbij houden we rekening met huishoudensgroei én inloop van het actuele woningtekort (ruim 1.500 woningen) tot 2035. Tot 2030 betekent dit: jaarlijks minimaal 500 woningen netto toevoegen, daarna ruim 400 per jaar (woningmarktonderzoek 2022). Doelgroep-paspoorten In 2022 heeft adviesbureau KAW de doelgroepen van de Deventer woningmarkt in beeld gebracht en bekeken welke woonmilieus en woonproducten zij zoeken. Hierbij is een onderscheid gemaakt tussen de lokale behoefte en (potentiële) instroom van buiten Deventer, zoals eerder bepaald. Daaruit volgden ‘doelgroep-paspoorten’. De onderstaande doelgroepen hebben een woonvraag in Deventer. • Jongeren - (studenten, afgestudeerden) Homogene groep met een klein budget. Vaak aangewezen op sociale huur en middenhuur. Focus op centrale locatie in de stad. • Sociale huurders - (jong en oud) Klein budget en relatief kleine huishoudens. Enkele gezinnen. Focus op sociale koop en sociale huur.
Focus op bestaande stad. • Opstromende gezinnen - Huishoudens die vaak al een eerste koophuis hebben. De inkomens liggen op of boven modaal. Voor velen is nu het juiste moment voor een volgende stap op de woningmarkt, een grotere woning met voldoende ruimte voor een gezin. • Stedelingen - Deze groep is gericht op de stad. Een bovenmodaal inkomen en wat kleinere huishoudens. Het betreft brede leeftijdsklasses van ongeveer 35 tot seniore huishoudens. Vaak zijn kinderen het huis uit of waren er nooit kinderen in het spel. Richten zich op een woning met gemak. Gericht op rust in de directe omgeving. • Stadse topklasse - Kleinere huishoudens, iets ouder (50+). Met een zeer ruim budget, gericht op privacy en luxe in de stad. • Ruim en groen - Ruim en groen is deels een wat oudere doelgroep gericht op de rust en ruimte buiten de stad, deels een gezinsdoelgroep met meerdere kinderen. Beide groepen hebben een bovengemiddeld budget. • Stedelijke pioniers - Jonge mensen met hun eerste baan en zodoende enig budget. Zij zijn te verleiden met unieke mogelijkheden om te ondernemen / bij nieuwe ondernemers te werken. • Jonge toestromers - Deze groep is jong en divers. Ongeveer 15-20% zoekt in de sociale huur. De andere groep is gericht op een vrij ‘regulier’ woonproduct. Het betreft instromers van andere regio’s die komen voor ruimte en meer waar voor hun geld.
Dit is een groep die nu Deventer ook weet te vinden maar zich nu vooral op de bestaande woningvoorraad richt (Deventer bouwt, toekomst van het wonen). 7
Stedelijk wonen: Wonen ruimte Stad (2022) en Deventer Bouw toekomst van het wonen (2023) In het tweede deel van 2022 heeft, voor de stedelijke opgave, vanuit het proces ‘Wonen Ruimte stad’ een uitvoerig participatieproces met ‘de stad’ plaatsgevonden. Er is met een brede vertegenwoordiging van de inwoners gesproken tijdens allerlei bijeenkomsten en werksessies. Daarnaast is een sociale mediacampagne opgestart en hebben velen een enquête ingevuld. Dit ‘gesprek met de stad’ kende een rijke oogst. De essenties hebben, samen met de ambities uit de Omgevingsvisie en het Coalitieakkoord, een plek gekregen in de aanzet tot een maatschappelijke afwegingskader. Dit kader dient om de maatschappelijke meerwaarde van toekomstige ontwikkelingen inzichtelijk te maken en is hieronder opgenomen.
Aanzet afwegingskader voor de stedelijke opgave: Ambities en thema’s die betrokken worden bij beoordeling plannen: • Wonen en samenleving 1. Sluit goed aan op de lokale en regionale woonvraag: jongeren, startende gezinnen en ouderen 2. 2/3 nieuwbouw in betaalbare segment; 30% sociale huur op totale woningvoorraad cf. rijksdoelstellingen 3. Gemengde buurten qua doelgroepen 4. Woonmilieus die aansluiten bij beoogde arbeidsmarkt: bijvoorbeeld hoger opgeleide stedeling 5. Woonaantrekkelijkheid door onderscheidende woonmilieus 6. Tijdigheid van de woningbouwproductie 7. Wonen nabij voorzieningen • Iedereen doet er toe 8. Versterkte buurtvoorzieningen en ontmoetingsruimten 9. Voldoende ruimte voor sport en bewegen • Ruimtelijke kwaliteit, stedelijkheid en landschap 10. Deventer stedelijkheid: verdicht en functiegemengd 11. Inbreiding boven uitbreiding 12. Behoud scherpe randjes van de stad 13. Ruimte voor innovatieve woonmilieus (als wonen op water; vragers-dragersconcepten; wooncorporaties, (collectief) particulier opdrachtgeverschap) 14. Versterken groene stadsstructuur 15. Vitaal en bereikbaar buitengebied • Duurzame mobiliteit 16. Fietsgebruik stimuleren 17. Benutten vervoerswaarde openbaar vervoer/nabijheid 18. Minder auto’s in de (binnen)stad, bestaande capaciteit auto-bereikbaarheid • Werkgelegenheid en economie 19.
Voldoende bedrijfslocaties, onderscheidende werkmilieus • Duurzaam toekomstgericht Deventer; biodiversiteit en klimaatadaptatie. 20. Kansen voor energietransitie 21. Bodem-water-sturend 22. Klimaatadaptief, biodivers, natuurinclusief ontwikkelen (Voor punt 7: dit betreft ook zorgvoorzieningen). Aanbevelingen uit ‘Deventer Bouwt, toekomst van het wonen’: • Inzetten op realisatie bestaande planvoorraad (hard, semi-had en zacht) mét bedienen juiste doelgroepen en realiseren juiste woonmilieus. • Maak strategische keuze voor de lange termijn (na 2028), op basis van het afwegingskader. • Werk dit verder uit en maak een integrale afweging
8
Verdiepende noties bij de extra ambitie ten behoeve van versterken arbeidsmarkt.. en verjongen! Arbeidsmarktbeleid staat niet op zichzelf. In Deventer werken we aan de realisatie van voldoende woningen met daarbij de ambitie: ‘arbeidsmarkt versterken én verjongen!!’. Door woningbouw en opwaarderen van het voorzieningenniveau voor jongeren in te zetten voor het werven van nieuw talent en het behouden van personeel wordt een bijdrage geleverd aan het oplossen van de uitdagingen op de arbeidsmarkt, nu en op termijn. Een van de opgaves is om meer mensen aan Deventer te binden. Minder dan de helft (47%) van de werkende Deventernaren werkt in Deventer zelf, en een ruime meerderheid (61%) van het totaal aantal mensen dat werkt in Deventer komt van elders. Het aantrekken van meer mensen en ondernemers om te wonen, te ondernemen en te werken in Deventer is van groot belang. Met behulp van het woonbeleid willen we werken aan het versterken van de kansen van jongeren op de woningmarkt, evenals die van mensen met (kansrijke) economisch binding aan Deventer. Dit met het oog op: -
het beter en sneller invullen van moeilijk invulbare vacatures; nu en op termijn de beroepsbevolking op peil houden / in lijn brengen met de werkgelegenheidsontwikkeling (nu: 1 baan voor 2 inwoners ; gewenst voor elke inwoner boven de 15 jaar een passende baan ) verjonging van de in Deventer woonachtige beroepsbevolking. woon/werkverkeer (pendel) verminderen bijzondere doelgroep zijn de zogenaamde “keyworkers” (maatschappelijke sleutelberoepen zoals leraren, agenten, verpleegkundigen etc).
Kansrijke en prioritaire sectoren in Deventer zijn: ICT, Techniek & Productie, Transport & Logistiek, Zorg & Welzijn en Kind & Educatie (onderwijs). Dit zijn de sectoren met de grootste werkgelegenheid in Deventer en van belang voor economische groei en de ontwikkeling van de brede welvaart in onze gemeente en regio. Voor de opgave “binden van talent” onderscheiden we de volgende doelgroepen: 1. Mensen die reeds in Deventer wonen en die we willen blijven binden aan (omgeving) Deventer zodat ze beschikbaar blijven om bij bedrijven in Deventer aan de slag te blijven/gaan. We onderscheiden de volgende doelgroepen: inwonende jongeren die op zoek zijn naar een zelfstandige en betaalbare woonruimte; studenten die zich na hun studie willen vestigen in Deventer; starters op de woningmarkt wooncarrière perspectief bieden in Deventer en/of omgeving; mensen in/na scheiding. 2. Mensen die wat verder weg wonen (> 30 minuten reistijd) van Deventer en in Deventer willen blijven/gaan werken, mits ze hier ook kunnen wonen: al werkend in Deventer, maar nog elders wonend (reeds economische binding); hoger opgeleiden en bovenmodale inkomens weten zich wel aardig zelfstandige op de woningmarkt te redden; jongeren en mensen met minimum tot modaal inkomen hebben het lastiger op de woningmarkt en zijn veelal op de huurmarkt aangewezen.
Deze groep van potentiële economische binding is een belangrijke groep voor de arbeidsmarkt gezien de vergrijzende beroepsbevolking en de toenemende vraag naar MBO nivo 3 en 4; bijzondere doelgroep zijn de zogenaamde “keyworkers”, maatschappelijke sleutelberoepen zoals leraren, agenten, verpleegkundigen etc. Voorrang is te overwegen en kan i.s.m. het sectorteam “Kind & educatie, dan wel Zorg& Welzijn nader verkend worden. De vraag naar toekomstig werk bestaat voor een belangrijk deel uit middelbaar opgeleiden. Streven naar gemengde wijken Er is aandacht nodig voor de leefbaarheid en balans in onze wijken en dorpen, onder andere met diversiteit in soorten woningen en sociaaleconomische menging. We blijven ons dan ook richten op gemengde, ongedeelde wijken en dorpen. Zo is in de Woonzorgvisie opgenomen dat we oog hebben 9
voor de spreiding van de (sociale) huurwoningen in de gemeente. Bij het bouwen van nieuwe woningen hanteren we steeds het gemeentebrede streefpercentage van 30% sociale huurwoningen als uitgangspunt. Daarbij kijken we ook naar gemengde en inclusieve wijken waar verschillende typen woningen beschikbaar zijn. Een spreiding van huur- en koopwoningen zorgt voor een goede verdeling van draagkracht en -last in de wijken en dorpen. Nieuwbouw in of bij de bestaande woongebieden biedt kansen om meer diversiteit aan te brengen. In wijken waar bijvoorbeeld al veel sociale huur aanwezig is kunnen andere woningtypen worden toegevoegd of andersom. Hierdoor komt de 30%norm in enkele wijken mogelijk dichterbij en gaat het hoge percentage in andere wijken wellicht naar beneden (Woonzorgvisie). Vereisten huurwoningen vastleggen In het Rijksprogramma Betaalbaar wonen wordt gewerkt aan onder andere een betere bescherming van huurders (en kopers). De Wet Goed Verhuurderschap is inmiddels wetgeving.
Vanuit de gesprekken komt onder andere naar voren: • Echte sociale huur Om ervoor te zorgen dat de sociale huurwoningen die in het kader van onze woningbouwopgave worden gerealiseerd ook daadwerkelijk bijdragen aan het oplossen van de problemen die in het sociale huursegment spelen, is het raadzaam om wat op te nemen over het belang dat de sociale huurwoningen worden gerealiseerd door de woningcorporaties. Immers woningcorporaties hebben een wettelijke taak om sociale huurwoningen aan te bieden aan een specifieke doelgroep. Daarnaast hebben corporaties een brede maatschappelijke taak in het bieden van kwalitatief goede woningen in een prettige omgeving. Bovendien zijn zij voor lange tijd betrokken bij de gemeente Deventer. Lukt het de corporatie niet om deze woningen op een locatie te realiseren, dan kan worden verwezen naar de nieuwe omschrijving van sociale huur die in het Besluit kwaliteit leefomgeving zal worden vastgelegd (instandhouding regelen door verankering bestemmingsplan/ omgevingsplan/ doelgroepenverordening). • Minimale oppervlakte woningen Overwegen van het hanteren van een minimale oppervlakte woningen (40 m2 gvo= gebruiksvloeroppervlak), tenzij voor studenten, flexwoningen, powerhouses, tiny houses en innovaties. Flexwonen De druk op de woningmarkt is hoog, er zijn veel mensen op zoek naar een woning.
Inzet naast het realiseren van nieuwbouw is het op korte termijn mogelijk maken van flexwonen. Onder flexwonen verstaan we flexibele, kleine woningen die bedoeld zijn voor mensen die snel huisvesting nodig hebben. Bepaalde groepen inwoners hebben er baat bij om snel een start te maken met een nieuwe wooncarrière. Voor andere groepen is het juist belangrijk dat er een vaste oplossing komt in de woonvraag. We werken aan de realisatie van flexwoningen voor de duur van 10-15 jaar om spoedzoekers te helpen aan een woning. Veel doorloop is echter niet goed voor de leefbaarheid. De voorkeur is daarom wel permanent als het kan, flex als het moet. Er zijn afspraken gemaakt met de corporaties waarbij we uitgaan van het op korte termijn toevoegen van 300 flexwoningen. Out of the box denken “Voor de komende jaren is het cruciaal om meer oog te hebben voor nieuwe concepten, om te voldoen aan de uitdagingen van passend en betaalbaar huisvesten. Hierbij is het zaak om creatief en pragmatisch naar mogelijk nieuwe concepten te kijken, zowel vanuit nieuwbouw als vanuit de transformatie van bestaand vastgoed.” Belangrijk dat concepten zo breed mogelijk toepasbaar zijn. (Woonzorgvisie) Een benadering vanuit de gebiedsontwikkeling in plaats van gebouw kan vernieuwende ideeën opleveren. Nieuwe woonvormen toevoegen en daarbij slim en creatief omgaan met de ruimte.
Denk hierbij aan het mixen van woningtypes, functies en dergelijke en gemeenschappelijk gebruik van voorzieningen. Bijvoorbeeld 1 lift voor 4 gebouwen. Dit vraagt ook wat van corporaties, bijvoorbeeld omdat zij dan onderdeel worden van een VVE. Functiemenging vraagt soms om hogere begane grondhoogte.
10
(Collectief) Particulier Opdrachtgeverschap ((C)PO) Er moet duidelijker worden geformuleerd wat we precies verstaan onder PO en CPO en welke ambitie hierbij aansluit. Het huidige percentage (15%) wordt als niet reëel beoordeeld. Er zijn voorbeelden van andere gemeenten (bijvoorbeeld Raalte) over hoe CPO-projecten worden aangevlogen. Er moet daarom een concrete en passende doelstelling worden geformuleerd.
11
Senioren en doorstroming Er is een grote groep senioren (65+) die nu relatief groot woont. Zo zijn er senioren die alleen of als huishouden zonder kinderen wonen in een relatief grote eengezinswoning. Deze woningen zijn niet altijd passend voor de (toekomstige) behoefte van de senioren (te groot, trap). Het is daarom zaak om met name oudere inwoners te laten doorstromen naar passende, levensloopbestendige woningen, waarin met zoveel mogelijk eigen regie langer thuis gewoond kan worden. Daarbij is het belangrijk om oog te hebben voor de wensen van senioren om doorstroom te bevorderen. Het is namelijk bekend dat senioren meer bereid zijn om te verhuizen wanneer de woning zich bevindt in of nabij de wijk waar zij nu wonen. Goede voorzieningen en/of mogelijkheid om te verplaatsen naar voorzieningen (mobiliteit) vormen hierbij ook belangrijke speerpunten. (Woonzorgvisie en Rijksprogramma Wonen en zorg voor ouderen) We starten met de inzet van een wooncoach. De wooncoach richt zich op het bevorderen van verhuizingen en op succesvolle nieuwe matches van specifieke doelgroepen in een wijk, ten behoeve van doorstroming. In samenspraak met corporaties brengen we focus aan en maken we hierover afspraken. (Woonzorgvisie) Inbreiding/verdichting Bij de woningbouwopgave kiezen we in principe voor inbreiding boven uitbreiding.
Inbreiding biedt een belangrijke kans voor het toevoegen van aantrekkelijke woningtypen voor meerdere doelgroepen, zeker ook voor senioren. Denk aan geclusterd bouwen in nabijheid van intramurale complexen. Hierdoor kunnen de senioren in hun eigen wijk blijven wonen en daarmee hun bestaande netwerk behouden. Dit zorgt voor doorstroming in buurten en wijken. Verdichting wordt dus steeds belangrijker, maar er is wel creativiteit en eventueel maatwerk (bijvoorbeeld parkeernorm, groen, woningoppervlakte) voor nodig. Inbreiden legt extra druk op de bestaande openbare ruimte. Die niet is vaak niet afgestemd op meer woningen. Denk hierbij aan spelen, groen-blauwe waarden, verkeer/parkeren en riolering. Het is daarom van belang om de leefomgeving aan de voorkant betrekken bij inbreiding en verdichting, zodat de impact op de openbare ruimte goed in kaart kan worden gebracht en hier in ontwerp en beslissingen rekening mee kan worden gehouden. Het bouwen in de hoogte kan helpen om efficiënt met de beperkte ruimte om te gaan. Deventer onderzoekt daarom het draagvlak en de mogelijkheden voor hoogbouw. In de visie komt te staan wat we in Deventer onder hoogbouw verstaan, waar hoogbouw wel en niet mogelijk is en aan welke criteria moet worden voldaan. Deze visie is straks een leidraad bij het maken van plannen voor hoogbouw. De compacte bouw matcht niet volledig met de geraamde behoefte.
Er is relatief heel veel vraag naar grondgebonden en naar groenere milieus, met name naar ‘dorps’ (wat niet persé in de dorpen hoeft, kan ook groen stedelijk wonen zijn). Verbonden aan Deventer In Deventer kopen, betekent in Deventer wonen. We gebruiken instrumentarium, zoals zelfbewoningsplicht en opkoopbescherming, om speculatie en prijsopdrijving tegen te gaan. Met behulp van het woonbeleid willen we werken aan het versterken van de kansen van jongeren op de woningmarkt, evenals die van mensen met (kansrijke) economisch binding aan Deventer. Wel staat dit op gespannen voet met de groeiambitie van Deventer en het daarmee willen aantrekken van nieuwe inwoners. Sociale huur: behoefte en afspraken Ongeveer 30% van de woningvoorraad in Deventer is sociale huur. Als we kijken naar ‘Deventer bouwt, toekomst van het wonen’ (2023) dan is de behoefteraming sociale huur géén 30%, zoals afgesproken in de woondeal, maar autonoom 22% en vanuit de ambitie nihil. Kijken we naar de planning (MPG23) dan zit in de harde en semi-harde capaciteit wel 30%. De corporaties signaleren in dat licht dat de daadwerkelijke behoefte aan sociale woningen in de praktijk vaak hoger is dan de berekende behoefteraming.
12
Sociale en betaalbare woningbouw : toekomstige realisatie Realisatie sociale en betaalbare woningbouw passend bij behoefte en afspraken is de afgelopen jaren lastiger geworden vanuit het oogpunt van de betaalbaarheid van woningbouwontwikkelingen. Hierover wordt (ook) in en met het Platform gesproken (zoals bijvoorbeeld met de raad op 21 juni 2023). Gezocht wordt naar het inzetten van aanvullende middelen voor het dekken van maatschappelijke kosten (denk aan WBI, kritische succesfactoren) en maatregelen als Start Bouwimpuls, wellicht ook grondbeleid in relatie tot goedkope voorraad etc. De afgelopen jaren zien we ook dat de financierbaarheid van sociale woningen steeds lastiger wordt.
13
2
Ongedeeld en inclusief
Dit onderdeel gaat primair over de verschillende doelgroepen en het principe van ongedeelde wijken. Doelgroepen algemeen Van de gemeente zal verlangd worden dat zij in het volkshuisvestingsprogramma de randvoorwaarden opneemt die zij nodig acht voor het goed kunnen wonen van inwoners die zorg en ondersteuning behoeven (Toelichting wetsvoorstel Wvrv). Het volkshuisvestingsprogramma wordt naar verwachting vanaf 2026 een verplicht onderdeel van de Omgevingswet. Studenten en jongeren In Deventer wordt zowel MBO- als HBO-onderwijs gegeven. Saxion (HBO) kent met haar ligging nabij het station een uitstekende bereikbaarheid. Dit zorgt ervoor dat veel studenten uit de regio thuis blijven wonen. Aventus (MBO) is een opleider voor de regio. Hun studenten zijn jonger dan de HBOstudenten als ze hun opleiding starten en zij wonen voor het overgrote deel thuis. Woningcorporatie DUWO is in de stad de belangrijkste partij als het gaat om studentenhuisvesting. Daarnaast zijn er particuliere verhuurders die woningen of kamers verhuren aan studenten. DUWO zal in de aankomende periode woningen realiseren aan de Kop Handelskade. Voor het kwantificeren van de behoefte worden normaliter cijfers van de landelijke monitor studentenhuisvesting (LMS) op basis van het Apollo-model gebruikt. Echter, er zijn geen actuele cijfers beschikbaar doordat er afgelopen jaar onvoldoende respons was.
De onderwijsinstellingen en DUWO beoordelen de extra behoefte naar studentenhuisvesting momenteel als beperkt. De herinvoering van de basisbeurs kan wel zorgen voor een lichte toename. De onderwijsinstellingen, DUWO en de gemeente overleggen de komende jaren tweemaal per jaar over de studentenhuisvestingssituatie. Internationale studenten en coschappers Wel constateren de partijen dat het voor internationale studenten en stagiairs lastig is om zelf woonruimte in Deventer te vinden. Saxion biedt internationale studenten huisvesting in hun pand aan de Diepenveenseweg, waar ruimte is voor 120 studenten. Als studenten hier geen gebruik meer van kunnen of willen maken, hebben zij moeite om ‘er tussen’ te komen. DUWO heeft dit ook geconstateerd en kijkt daarom naar haar hospiteerbeleid. Daarnaast zijn er nog studenten die hun coschappen lopen in het Deventer Ziekenhuis. Dat zijn er per jaar ongeveer 200. Daarin wordt deels voorzien door de Stichting Studenten Huisvesting (SSH) Deventer. Dit is een stichting met als doel het huisvesten van coschappers. Onder andere 30 plekken aan de Rielerweg. Wel overstijgt de vraag het aanbod. Pas afgestudeerden Het behoud van de studenten na hun studie is een punt van aandacht. De onderwijsinstellingen constateren dat veel studenten weer uit de regio vertrekken.
Terwijl Deventer juist aantrekkelijker wil worden voor jongeren en stevig wil inzetten op de campusontwikkeling om (jonge) high potentials etc. aan te trekken (wonen, werken, stad, Deventer bouwt). Het is belangrijk dat er voldoende kansen zijn voor door- en instroom van jongeren op de woningmarkt. Hiervoor moeten voldoende woningen beschikbaar zijn om de jongeren, na hun studie, te behouden voor Deventer. Er moeten daarom voldoende kansen zijn voor door- en instroom van jongeren op de woningmarkt. Denk hierbij ook aan inwoning en woningsplitsing en andere concepten. Ontwikkeling nieuwe concepten voor kwetsbare doelgroepen ‘Specifiek voor jeugdigen tussen de 6 en 12 jaar is er behoefte aan passende woonvoorzieningen. Deze jeugdigen willen we zoveel mogelijk regulier in een wijk laten wonen, met bijvoorbeeld een gezinsouder. Voor de ontwikkeling van concepten als gezinshuizen of leefgroepen is het nodig om goede afspraken te maken met de woningbouwcorporaties, om zo passende locaties te vinden’ (Woonzorgvisie). Zorg en ouderen Er moet zowel kwantitatief als kwalitatief sturing worden gegeven aan de opgave voor woningbouw voor senioren. Vanuit het Programma Wonen en zorg voor ouderen heeft het Rijk aangegeven dat zij ervoor wil zorgen dat ouderen in een voor hen geschikte woning kunnen wonen en deze ook beschikbaar is als zij willen verhuizen.
Doelstelling is daarom om van de 900.000 woningen die tot 14
2030 worden gebouwd, minsten 290.000 woningen (32%) geschikt zijn voor ouderen. Ook de leefomgeving moet passend zijn voor ouderen. Er moet een koppeling worden gemaakt met de voorzieningen, woonomgeving en zorg. Als invulling kan worden gegeven aan deze opgave kan doorstroming (in de wijk) worden gerealiseerd. Daarbij kan ook gedacht worden aan het aanbieden van een concept als ‘vakantie in de eigen wijk/stad. Ook in Deventer krijgen we te maken met een sterke groei van het aantal ouderen. Er is sprake van een dubbele vergrijzing. Dit heeft gevolgen voor het wonen en leven in de wijken en buurten. Nieuwbouw voor senioren richt zich bij voorkeur op doorstroming in de eigen wijk, zodat het netwerk behouden blijft en de mantelzorg overeind kan blijven. Daarnaast biedt het meerwaarde om geclusterd te bouwen voor ouderen in nabijheid van intramurale complexen. De zorg aan huis kan vanuit deze instanties efficiënter geleverd worden. We willen nieuwe concepten van wonen ontwikkelen, waarbij meer woningen voor kwetsbare inwoners ontstaan. Het is belangrijk om te zoeken naar woonconcepten waarbij “omzien naar elkaar" en sociale samenhang inherent is aan het type woonvorm.
Voorbeelden hiervan zijn hofjes voor senioren, kanswoningen, collectief particulier opdrachtgeverschap en voorzorgcirckels waarbij noaberschap wordt aangewakkerd en omzien naar elkaar wordt gestimuleerd (Woonzorgvisie). Het is van meerwaarde als ontwikkelingen plaatsvinden met lokale zorgpartijen, die oog hebben voor toekomstbestendige wijken. Zodat langer zelfstandig thuis wonen (met behulp van VPT/MPT) mogelijk wordt gemaakt. Bij nieuwe wijken zijn voldoende maatschappelijke voorzieningen nodig (huisartsen etc.), ook voor de ouder wordende bewoners (woonzorgcirkels). Uitstromers berschermd wonen of maatschappelijke opvang Voor deze groep geldt dat ook zij in toenemende mate zelfstandig wonen in de wijk, mogelijk met begeleiding (op afstand). Dit vergroot de behoefte aan beschikbaarheid van betaalbare woningen. Het is een gegeven dat mensen die uitstromen uit beschermd wonen of vanuit de maatschappelijke opvang meestal alleen een uitkering hebben en alleenstaand zijn. Voor deze groep is het belangrijk dat er voldoende woningen beschikbaar zijn onder de lage aftoppingsgrens (€633,25). Voor 25% van deze groep zijn woningen nodig die vallen onder de kwaliteitskortingsgrens (€422,46), dit betreffen de jongeren tot en met 23 jaar oud (Woonzorgvisie). Housing First De Regiovisie beschermd wonen wordt in het najaar vastgesteld. Housing First is hierin opgenomen.
Housing First is een aanpak gericht op dak- en thuislozen die een zelfstandig bestaan willen opbouwen. Dit gebeurt vanuit het principe: eerst een huis, dan de zorg. Kwetsbare jongeren Iedere jongere verdient een kans om iets van zijn of haar leven te maken. De doelstelling van de gemeente is om geen dak- en thuisloze jongere meer te hebben in 2024 (Plan van Aanpak Jongeren in Kwetsbare positie, juli 2023). In de aanpak kwetsbare jongeren zijn vijf onderwerpen benoemd die belangrijk zijn voor jongeren om een bestaan op te bouwen. Een zeker inkomen, werk, school of een andere activiteit die zorgt voor een vaste indeling van de dag, toegang tot zorg, mensen dichtbij waar de jongere op terug kan vallen en een passende woning. Het is daarom van belang dat er voldoende betaalbare woningen voor jongeren beschikbaar zijn. Statushouders Een specifieke groep betreft de statushouders die in de gemeente Deventer (gaan) wonen. Hier hebben wij en onze partners nadrukkelijk aandacht voor, zowel voor wonen (huisvesting) als voor participatie. Een groot deel van de statushouders is alleenstaand. Een deel van hen vraagt ook weer gezinshereniging aan. Idealiter spreiden we deze doelgroep over de stad, wijken en dorpen om zo participatie en integratie te bevorderen.
Daarbij is de verwachting dat de taakstelling voor het bieden van huisvesting in onze gemeente aan statushouders de aankomende jaren fors zal stijgen (Woonzorgvisie). Daarbij is er ook behoefte aan woonruimte voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV). Zij maken sinds 2023 deel uit van de taakstelling. 15
Oekraïners In 2022 kregen we te maken met een nieuwe groep waarvoor onderdak moest worden gevonden. Vluchtelingen uit Oekraïne kunnen tijdelijk bescherming krijgen in Nederland door de Richtlijn Tijdelijke Bescherming van de Europese Unie (2001/55 EG). Hierdoor hebben zij recht op opvang en medische zorg, maar ook op onderwijs voor kinderen onder de 18 jaar en de mogelijkheid om te werken. De gemeente Deventer heeft nu ruim 500 Oekraïners opvangen. De richtlijn loopt tot 4 maart 2024 en kan nog een keer met één jaar worden verlengd. Het is niet uit te sluiten is dat een deel hiervan ook in Nederland/Deventer wil blijven. Arbeidsmigranten In juli 2023 is het Plan van Aanpak Arbeidsmigranten vastgesteld. Het Plan van Aanpak is een integraal en gebiedsgericht plan. Het biedt een visie op het huisvesten van arbeidsmigranten en de aanpak van malafide uitzendbureaus. Het heeft de volgende doelstellingen: • • •
Realiseren van legale shortstay huisvesting, in samenspraak met marktpartijen. Overlast ontstaat mede door schaarste aan geschikte shortstay-mogelijkheden. Excessen kamerverhuur en daarmee ook overlast tegengaan door juridisch stevig aanpakken malafide uitzendbureaus en pandeigenaren. Beter zicht krijgen op arbeidsmigranten (en hun kinderen), nauwer contact met hen en betere voorlichting, en meer zicht op wat arbeidsmigranten nodig hebben qua zorg en welzijn.
Voor de coördinatie en handhaving heeft de raad middelen ter beschikking gesteld. Woonwagenbewoners In 2018 is door de gemeente Woonwagenbeleid vastgesteld. Op basis hiervan is de afgelopen jaren samen met Stichting Woonwagenbeheer Deventer (SWD) en woonstichting De Marken de nieuwe koers in het huisvesten van woonwagenbewoners uitgevoerd. Belangrijke opgaven waren daarbij het op orde brengen en overdragen van het gemeentelijke woonwagen- en standplaatsenbezit aan de corporaties en het inlopen van het tekort aan woonwagenstandplaatsen. In 2023 is het beleid gezamenlijk geëvalueerd op hoofdlijnen (omschrijving doelgroep, behoefte, e.d.). Onder andere kwam naar voren dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen kermisexploitanten en woonwagenbewoners. Kermisexploitanten zijn een aparte doelgroep en vallen onder economie. Corporaties (SWD en De Marken) zijn verantwoordelijk voor de verdeling van de woonwagens/standplaatsen en zullen dit gezamenlijk actualiseren. Maatwerkwoningen/Skaeve Huse Voor mensen met onaangepast gedrag blijft de behoefte aan zogenaamde maatwerkwoningen (in woonvisie 2018 ‘Skaeve Huse’). Deze mensen kunnen of willen zicht niet aanpassen, waardoor zij niet goed gedijen in een reguliere woonomgeving. Dit gaat gepaard met aanzienlijke maatschappelijke kosten en overlast voor omwonenden.
De inschatting is dat er 20 tot 30 personen zijn waarvoor een dergelijke woonplek een passende oplossing is. Leefbaarheid van wijken en buurten De grote inspanning voor nieuwbouw mag niet ten koste gaan van aandacht en inzet voor de leefbaarheid van onze bestaande wijken. We willen ontmoeting versterken. We willen niet alleen gezondere inwoners, maar ook een gezondere gemeenschap zijn. Daarin staan netwerk en ontmoeting centraal. Een inwoner die makkelijker in contact staat met andere inwoners en organisaties vindt sneller de weg, ziet een zorgbehoefte eerder gesignaleerd worden en voelt zich meer een onderdeel van onze samenleving. Dat netwerk en die ontmoetingsmogelijkheden zijn dus belangrijk om te versterken. Punten van aandacht zijn: • Verdichting is praktijk, maar heeft wel effecten op groen, klimaat, leefbaarheid, parkeren, riolering. Daarnaast moet worden heroverwogen of het maatschappelijke voorzieningenniveau nog voldoende is. • Toename aantal senioren, minder validen, dementie: geeft een extra noodzaak voor het bewust daar op richten van de openbare ruimte, denk aan inrichting/oriëntatie/veiligheid,
16
• •
leesbaarheid/herkenbaarheid, bereikbaarheid. Openbare ruimte moet stimuleren tot bewegen en ontmoeten. Ruimtelijke inrichting en schaalgrootte openbare ruimte hebben effect op het veiligheidsgevoel. Rekening houden met wensen, beleving en gebruik van bewoners. Coproductie tussen stedenbouwkundig ontwerp en inrichting openbare ruimte, zodat je een prettige woon- en leefomgeving realiseert.
Voorzieningenniveau Bij (her)ontwikkeling van wijken en dorpen rekening houden met toegankelijkheid van de wijk/het dorp en de aanwezigheid van zorg. Bepalen minimale voorzieningenniveau per wijk (woonzorgvisie). Meer aandacht voor aandacht voor sociaal domein en buurtvoorzieningen, leefbaarheid, toekomstbestendigheid: zeg maar een woon- en leefvisie.
17
3
Duurzaam en toekomstbestendig
Bij een kwalitatief goed woonmilieu horen ook thema’s als energetische verduurzaming van de bestaande woningvoorraad, klimaatadaptie, circulair en natuurinclusief bouwen, en voldoende groen. Om duidelijk te maken welke opgaves spelen, is ten opzichte van de Woonvisie 2018 een duidelijker onderscheid gemaakt in energie-/warmtetransitie, klimaatadaptatie, ecologie/natuurinclusief, en circulair/biobased bouwen. Het sluit daarmee ook aan op het in ontwikkeling zijnde duurzaamheidskader (vaststelling voorzien begin 2024). Energietransitie/Warmtetransitie Conform het klimaatakkoord moeten in 2050 alle gebouwen van het aardgas af zijn. In 2030 is dit 20% van die doelstelling (dus in Deventer ca 10.000 woningen). De Transitievisie Warmte (2021) geeft op hoofdlijnen en op wijkniveau aan wat het beste alternatief voor aardgas is en is daarmee de basis voor verdere uitwerking en concretisering in een Wijkuitvoerings plan (WUP, op buurt- of wijkniveau). Samen met bewoners, vastgoedeigenaren en andere stakeholders wil de gemeente in een participatief proces een gedragen plan tot stand brengen over hoe de wijk van het aardgas af gaat. Een groot deel van de uitvoering van de transitie ligt in handen van de woningcorporaties en particuliere woningeigenaren.
Het samenwerkingsverband Fossielvrij en Betaalbaar wonen (FBW, gemeente, woningcorporaties, netbeheerder en provincie) is dan ook belangrijk project waarin wordt onderzocht hoe bestaande sociale huurwoningen kunnen worden voorzien van andere warmte- en energiebronnen dan aardgas. Uitgangspunt is dat de veranderingen voor iedereen betaalbaar moeten blijven. Daarnaast is particuliere woningeigenaren zo goed mogelijk faciliteren een belangrijke gemeentelijke rol. De gemeente en de overheid onderzoeken financieringsmogelijkheden om de omschakeling voor iedereen betaalbaar te maken. Circulair / biobased bouwen Het kabinet werkt toe naar een circulaire economie in 2050 met als richtinggevend doel: in 2030 gebruikt Nederland 50% minder primaire abiotische grondstoffen (mineralen, metalen en fossiel). Circulair bouwen is gericht op het minimaliseren van de negatieve milieu-impact van bouwprojecten en het maximaliseren van de efficiëntie van hulpbronnen door hergebruik, recycling en het verminderen van afval. Door circulariteit bij projecten vanaf het begin als onderligger in het ontwikkel- en ontwerpproces te hanteren en de restwaarde mee te nemen in de businesscase hoeft circulair ontwikkelen niet te leiden tot hogere kosten. Zodra de CO2 kosten (embodied carbon) worden meegenomen in de prijs zal circulair bouwen economisch interessanter worden.
Het heeft het potentieel om op de lange termijn kosten te besparen en positieve milieu-impact te hebben. Het is belangrijk om bij de kostenbatenanalyse rekening te houden met langetermijnvoordelen en milieuoverwegingen. Omdat circulair/biobased vaak al in de fabriek voorbereid wordt kan deze manier van bouwen voor versnelling zorgen. In de regio is een pilot gaande waarbij agrariërs materialen telen die in de bouw gebruikt kunnen worden. Klimaatadaptatie In 2050 moet Deventer Klimaatadaptief zijn (Rijksbeleid). Kern van de Deventer aanpak is dat klimaatadaptatie de norm is. Voorstel is een tekst op te nemen die de volgende acties/doelen etc. voor Deventer benoemt: • • • • • •
Water en bodem sturend bij locatiekeuzes. Meegeven klimaatadaptieve normen en uitgangspunten bij nieuwbouw. Inzetten op passieve koelte door overstekken, oriëntatie ramen en zonwering. Stimuleren afkoppeling, ontstenen/vergroenen etc. Hemelwater indien mogelijk op eigen terrein bergen. Volgen norm Tojuli Bouwbesluit voor tegengaan hitte in de woning.
18
• • • •
Duurzaamheidskader en (onderzoek naar toepassen van) gezamenlijk toetsingskader ecologie – energietransitie – duurzaamheid (basis: landelijke meetlat voor een groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving). Werk met werk maken door bij ingrepen direct klimaatadaptieve maatregelen mee te nemen/ontwerpen. Openbare/buitenruimtes qua klimaatadaptatie op elkaar aan laten sluiten. Aanwezigheid groen en water in de woonomgeving: schaduw en verkoeling, natuurontwikkeling, positief gezondheidseffect.
Natuurinclusief bouwen In 2019 is de motie Natuurinclusief Bouwen door de raad aangenomen. Op basis hiervan is een werkwijze ontwikkeld, die in meerdere projecten getoetst wordt en is. Kern is dat een aantal punten behaald moet worden door het nemen van NIB-maatregelen. Het puntensysteem is in de praktijk uitvoerbaar gebleken. Hier in de nieuwe woonvisie een korte beschrijving plus verwijzing van geven.
19
Volkshuisvestingsprogramma Kerninstrument in de Wet versterking regie volkshuisvesting is het volkshuisvestingsprogramma. Dit programma vervangt de woonvisie en krijgt een plek in de beleidscyclus van de Omgevingswet. Elke gemeente stelt een omgevingsvisie op. De gemeenteraad stelt die visie vast. Vervolgens werkt de gemeente deze visie verplicht uit in het volkshuisvestingsprogramma. Het college van B&W stelt het volkshuisvestingsprogramma vast. Deze verplichting geldt volgens het wetsvoorstel vanaf 2026. Onderdelen t.b.v. overgang naar volkshuisvestingsprogramma - Onderzoek en monitoring a. Woningbouw en woningbouwprogrammering b. Balans in de woningvoorraad; regie op voldoende betaalbare woningen c. Twee derde betaalbare woningen in de nieuwbouwopgave a. Voldoende nieuwe woningen voor huishoudens met een middeninkomen b. Een evenwichtige verdeling van de sociale huurvoorraad d. Flexwoningen e. Woonbehoefte van aandachtsgroepen en ouderen f. Doorstroming g. Zorg- en ondersteuning in relatie tot wonen h. Leefbaarheid i. Verduurzaming
20