646689 Masterplan Herontwikkeling Sint Jozef-locatie
Tekst van het document
Herontwikkeling Sint Jozef-locatie Masterplan
december 2011
2
Inhoud 1
Ter introductie
05
2
Kwaliteiten & kansen 2.1 3x Bijzonder 2.2 Geliefd groen decor 2.3 Het monument: inspiratiebron met allure 2.4 Icoon aan het Hanzetracé
07 07 09 11 13
3
Ontwikkelperspectief 3.1 Ruimtelijk concept 3.2 Spelregels 3.2.1. Programma 3.2.2 Monument 3.2.3 Bebouwing 3.2.4 Buitenruimte 3.2.5 Verkeer en parkeren 3.2.6 Milieu & duurzaamheid
15 15 17 17 19 21 25 27 30
4
Vervolgtraject
33
Bijlage: Benodigde milieu-onderzoeken
h
er
an
Bo
n
aa
el
v aa
rm
Plangebied
He
4
1
Ter introductie
De ‘Stichting Carino Leiboom Groep’ (de Leiboom) is voornemens om op het terrein van het voormalige Sint Jozef Ziekenhuis een woon-service initiatief te ontwikkelen. Dit is niet het eerste plan voor de herontwikkeling van de Sint Jozeflocatie. In de negentigerjaren van de vorige eeuw is de voorbereiding van de herontwikkeling gestart. In de loop van de tijd is het gewenste programma verschillende malen gewijzigd. Het recente initiatief is programmatisch nog niet volledig uitgekristalliseerd. In hoofdlijnen omvat het: vervangende nieuwbouw voor het bestaande verpleeghuis met niet zelfstandige intramurale zorgwoningen; woningen waarbij de verlening van service en zorg voorop staat; de woningen kunnen variëren van luxe koopappartementen, betaalbare huurappartementen, grondgebonden woningen tot patiobungalows; een plaza als het kloppend hart van het woon-service initiatief; hier zijn een restaurant, grand café, ontmoetingsruimte, dagopvang en een kleine winkel voor dagelijkse boodschappen voorzien; deze voorzieningen zijn primair bedoeld voor de bewoners van de Sint Jozeflocatie, maar omwonenden uit de omliggende buurt kunnen eveneens van deze voorzieningen gebruik maken. De Sint Jozeflocatie wordt ingekaderd door de Van Oldenielstraat, de Louis Pasteurstraat, de Gerard van Swietenstraat en de Robert Kochlaan.
Met uitzondering van het gezondheidscentrum is het gehele gebied in eigendom van de Leiboom. Sinds begin 2007 heeft het voormalige hoofdgebouw van het ziekenhuis met uitzondering van het zogenaamde beddenhuis een voorbescherming als rijksmonument. Op 30 augustus 2011 is deze voorbescherming omgezet in een aanwijzing tot Rijksmonument. Het beddenhuis en de later toegevoegde bebouwing rond het monument zullen ten behoeve van de herontwikkeling worden gesloopt.
De ontwikkeling van de locatie zal gefaseerd plaats vinden. De hoogste prioriteit heeft de bouw van een nieuw verpleeghuis ter plekke van het huidige beddenhuis en in samenhang daarmee de plaza in het bestaande hoofdgebouw. Het voornemen is om de nieuwbouw van het verpleeghuis binnen het huidige bestemmingsplan te realiseren. Voor de ontwikkeling van het overige deel van de locatie wordt een Wro procedure doorlopen om het bestemmingsplan te wijzigen. Het woon-service initiatief van de Leiboom en het reeds gerealiseerde gezondheidscentrum op de Sint Jozeflocatie sluiten naadloos aan bij het gemeentelijk beleid om het levensloopbestendig wonen en leven in de eigen wijk te stimuleren. Van meet af aan heeft de gemeente dan ook een dergelijke herontwikkeling ondersteund. Het ‘Masterplan Herontwikkeling Sint Jozeflocatie’ schetst in woord en beeld het ruimtelijke kader voor de herontwikkeling. Ofwel het laat de randvoorwaarden zien, waaraan de herontwikkeling van de Sint Jozeflocatie moet voldoen. Daarmee is het een sturend en richting gevend kader voor het verbinden van de publieke kwaliteiten van de wijk Keizerslanden met de private ontwikkeling van de Sint Jozeflocatie. Daarnaast biedt het masterplan een toetsingskader voor het te ontwikkelen stedenbouwkundige plan, beeldkwaliteitplan, inrichtingsplan openbare ruimte en bouwplannen.
De bestaande ruimtelijke kwaliteiten van de Sint Jozeflocatie en de kansen om met de herontwikkeling hierop in te spelen zijn in hoofdstuk 2 samengevat. Hoofdstuk 3 geeft inzicht in het ontwikkelingsperspectief van de locatie. Het bestaat uit een ruimtelijk concept en spelregels voor de ontwikkeling van de locatie. Het ruimtelijk concept schetst de hoofdlijnen voor de stedenbouwkundige ontwikkeling. Voor verschillende aspecten zijn deze hoofdlijnen vervolgens uitgewerkt in spelregels. Hoofdstuk 4 gaat in op de verdere stappen in het planproces.
5
6
3x Bijzonder
2
Kwaliteiten & Kansen
2.1
3 x Bijzonder: plek-gebouw-programma
Binnen de stedenbouwkundige opzet van de wijk Keizerslanden neemt de Sint Jozef-locatie een bijzonder positie in. Het merendeel van de bouwblokken in de wijk kenmerkt zich door een ‘stempel invulling’ met woningbouw, uiteenlopend van grondgebonden woningen tot flats. Het bouwblok Van Oldenielstraat, Louis Pasteurstraat, Gerard van Swietenlaan en Robert Kochlaan onderscheidt zich vanouds door het bovenwijkse programma van het ziekenhuis, het groene karakter en de ruimtelijke invulling met een groot en architectonisch bijzonder complex. Nu het ziekenhuis elders een plek heeft gevonden, leent de Sint Jozeflocatie zich bij uitstek voor de ontwikkeling van het woon-zorg initiatief van de Leiboom. Samen met het reeds gerealiseerde gezondheidscentrum ontstaat een bijzondere voorziening in en voor de buurt. Het programma van het woon-zorg initiatief, de vormgeving van de bebouwing en de inrichting van de buitenruimte kunnen in de toekomst de bijzondere positie van het bouwblok bestendigen. Naast het specifieke zorgprogramma vraagt dit om nieuwbouw met een eigen gezicht en een groene inbedding in de omgeving.
7
8
Het monument: inspiratiebron met allure
2.2
Het monument: inspiratiebron met allure
Het Sint Jozefziekenhuis is een zorgvuldig ontworpen complex uit de wederopbouwperiode (1953) van de architecten ir. Jan A. van der Laan, ir. J.B. Hermans, Th.M. van der Eerden en Jules H.M. Kirch. Het oorspronkelijke ontwerp is opgezet als een samenhangend complex van gebouwen rondom een serie binnenhoven. De centrale grote rechthoekige binnenhof bond de belangrijkste afdelingen van het ziekenhuis (o.a. het verpleeghuis en medisch behandelgebouw) en de kapel met klooster tot een eenheid. Het complex bevat veel stijlkenmerken van de Delftse School. Het gebouw is uitgevoerd in voor de wederopbouwperiode eigentijdse materialen (o.a. beton) met een baksteen omhulling, veel decoraties van baksteen en andere ornamenten. De meeste gevels in het complex hebben een sobere opzet, waarbij de ritmiek van de ramen het hoofdmotief vormt. De per gebouw net anders opgezette ritmiek geeft de verschillende gebouwen een onderscheidend karakter zonder de samenhang in het complex te verliezen. In samenhang met het ontwerp voor de binnentuinen en de terreinrichting geeft dit een rustieke en kloosterachtige uitstraling aan het complex.
Het monument roept door zijn vormgeving een beeld op van een organisch gegroeid complex: afzonderlijk herkenbare bouwmassa’s maar onderling wel samenhangend. Het voortborduren op deze ‘historische ontwikkelingslijn’ biedt de kans om het monument en de nieuwbouw tot een samenhangend complex te ontwikkelen, waarbij de afzonderlijke delen wel herkenbaar zijn. Bij de status van het gebouw als Rijksmonument past een zekere mate van openbaarheid. Van het door de Leiboom gewenste woon-service initiatief maken een aantal publieke functies deel uit. Het situeren van deze functies in het monument biedt bewoners van het woonzorgcomplex, buurtbewoners en bezoekers de kans om een ‘stukje’ 20e eeuwse architectuurgeschiedenis’ van Deventer te beleven. Daarnaast zal een openbaar toegankelijke buitenruimte rondom het monument een positieve bijdrage kunnen leveren aan de beleving van dit cultureel erfgoed.
Er is in de loop van de tijd een veelheid aan gebouwen en parkeervoorzieningen rondom het oorspronkelijke ziekenhuiscomplex verrezen. Dit is ten koste gegaan van de heldere ruimtelijke opzet van het complex en de architectonische uitstraling. De voorbescherming van het voormalige Sint Jozefziekenhuis (met uitzondering van het beddenhuis) als één van de 100 wederopbouwmonumenten van de lijst Plasterk biedt samen met het initiatief van de Leiboom een unieke kans om de ruimtelijke en architectonische allure van oorspronkelijke complex terug te brengen. De recente herontwikkeling van het kloostergedeelte tot gezondheidscentrum laat zien hoe met respect voor het verleden het hergebruik op een eigentijdse wijze gestalte kan krijgen, terwijl tegelijkertijd het ‘verhaal’ van het gebouw wordt bloot gelegd.
9
10
Geliefd groen decor
2.3
Geliefd groen decor
Het oorspronkelijke ontwerp van de landschapsarchitecten P.A.M. Buys en H. Warnau voor de binnenhoven en de buitenruimte stond garant voor karakteristieke binnentuinen en een prachtige groene omlijsting van het complex. De bomenrijen langs de Van Oldenielstraat en de Robert Kochlaan zijn overblijfselen van het oorspronkelijke ontwerp. Behalve een aangename omgeving voor werknemers en bezoekers van het ziekenhuis was het een groen decor voor de bewoners aan de Van Oldenielstraat, Gerard van Swietenlaan en Robert Kochlaan. In de loop van de tijd is een deel van de groene buitenruimte door bebouwing en parkeerplaatsen in beslag genomen. Ondanks deze verstening oogt het terrein aan de zijde van de van Oldenielstraat, Robert Kochlaan en deels aan de Gerard van Swietenlaan nog altijd groen. Hoewel de Sint Jozeflocatie geen openbaar toegankelijk terrein is, maakt het deel uit van de ‘groene wig’, die de buurt samen met het park langs de Herman Boerhaavelaan en de groene enclaves tussen de portiekflats met het buitengebied verbindt. De bewoners van het woonzorgcomplex zijn gebaat bij een woonomgeving, waarin direct vanuit de woning een ommetje is te maken dan wel zicht op een boeiende groene buitenruimte mogelijk is. Zowel de inrichting van de binnentuinen als van het niet bebouwde deel van de locatie zijn hierbij van belang.
Het is een uitdagende opgave om bij de herontwikkeling van locatie zowel voor de huidige als de nieuwe buurtbewoners een geliefd groen decor te realiseren.
11
12
Icoon aan het Hanzetracé
2.4
Icoon aan het Hanzetracé
De Zutphenseweg-Hanzeweg-van Oldenielstraat-Overstichtlaan (Hanzetracé) vormt vanaf de A1 één van de hoofdentrees naar de 20e eeuwse woon- en werkgebieden in de stad. De ambitie van de gemeente is om het Hanzetracé als een representatieve en voor Deventer karakteristieke stadsentree met een goede doorstroming van het verkeer te ontwikkelen. De herontwikkeling van de Sint Jozef-locatie kan bijdragen aan het verzilveren van deze ambitie door de automobilist en andere verkeersdeelnemers vanaf de van Oldenielstraat een blik te gunnen op een hoogtepunt uit de naoorlogse wederopbouwperiode. Samen met de nieuwbouw en de inrichting van de buitenruimte kan de Sint Jozeflocatie uitgroeien tot een eigentijdse icoon, die bijdraagt aan de identiteit van de het Hanzetracé. Het recent vernieuwde aanzicht van het voormalige ziekenhuis aan de Louis Pasteurstraat is vanaf de Herman Boerhaavelaan een bijzondere ‘blikvanger op de tweede rij’. Kortom vanaf het Hanzetracé en de Herman Boerhaavelaan draagt de zichtbaarheid van het monument bij aan de beleving van het 20e eeuwse Deventer.
13
Ruimtelijk concept
E
A
14
D
C
B
3
Ontwikkelperspectief
3.1
Ruimtelijk concept
Het woon-service initiatief van de Leiboom en het reeds gerealiseerde gezondheidscentrum dragen bij aan het levensloopbestendig wonen en leven in de eigen wijk. Het bijzondere zorgprogramma en het vanouds bijzondere karakter van het bouwblok maken de realisatie van het woon-service initiatief op deze plek tot een vanzelfsprekendheid. De ruimtelijke opgave is om het programma zo te situeren en vorm te geven, dat het een bijzonder bouwblok in de buurt blijft; het voormalige ziekenhuis een inbedding in haar omgeving krijgt, die recht doet aan haar status als monument; het monument zich samen met de nieuwbouw ruimtelijk als één samenhangend complex toont; het monument zich samen met de nieuwbouw als een icoon aan het Hanzetracé manifesteert; de inbedding van het complex een groen decor vormt aan de zijde van de van Oldenielstraat, Robert Kochlaan en deels de Gerard van Swietenlaan. De nieuwbouw bestaat uit een viertal samengestelde bouwblokken. Deze zijn zo gesitueerd en vormgeven, dat het monument en de nieuwbouw een compacte en vanzelfsprekende twee-eenheid vormen. Door het concentreren van de nieuwbouw rond het monument ontstaat ruimte voor een stevige groene schil, die het complex omlijst en in de buurt verankert. Het groene decor varieert van een stevige laan tot een parkstrook langs de Robert Kochlaan.
De groene enclaves tussen de bestaande portiekflats maken deel uit van de groene schil. Deze schil heeft een parkachtige inrichting en is de collectieve tuin van de bewoners van de Sint Jozef locatie. Vanuit de buurt lopen door de parkzone en tussen
de bebouwing semi-openbare routes. Deze routes verbinden de verschillende onderdelen op het terrein en vormen de scheidslijn tussen de verschillende bouwblokken. Overeenkomstig het voormalige ziekenhuis is elk blok opgebouwd uit verschillende bouwmassa’s rond één of meerdere binnenhoven. Elk blok kent een eigen programma en heeft een eigen herkenbaar gezicht, maar door de situering, massa-opbouw, materiaalgebruik, etc. vormen de blokken samen met het monument één complex. Deze samengestelde opzet van het complex sluit aan op de ‘historische ontwikkelingslijn’ van het monument en maakt een gefaseerde ontwikkeling van de Sint Jozeflocatie mogelijk. De functionele samenhang tussen plaza en verpleeghuis maakt dat het blok B letterlijk met het monument is vergroeid. De overige drie blokken zijn ‘op enige afstand’ van het monument gesitueerd. Een pleinachtige ruimte tussen het monument en de nieuwbouw (gelegen op het verhoogde deel van de locatie) vormt samen met de erfachtig in te richten Louis Pasteurstraat een ‘omgang’ rond het voormalige ziekenhuis. De bouwmassa’s - en daarmee de woningen - zijn georiënteerd op de rondgang, de binnenhoven of de parkschil. De inrichting van de buitenruimte is daarmee een essentieel onderdeel van de woonkwaliteit op de Sint Jozeflocatie.
Door het parkeren deels aan de rand en deels onder de bebouwing te concentreren zal de buitenruimte een hoge verblijfskwaliteit kunnen krijgen.
15
16
Bestaand binnenhof
3.2
Spelregels
3.2.1
Programma
De omvang van het woningbouwprogramma is nog niet volledig uitgekristalliseerd. Derhalve is een bandbreedte voor het programma aangegeven. Inclusief de niet-zelfstandige intramurale zorgeenheden (circa 140) gaat het om minimaal 270 en maximaal 310 wooneenheden. In het kader van de toetsing van het stedenbouwkundig plan zullen de omvang en samenstelling van het definitieve woningbouwprogramma zowel kwantitatief als kwalitatief worden beoordeeld. Ofwel hoe en in welke mate draagt het programma bij aan het gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid én aan het gewenste stedenbouwkundige beeld op de Sint Jozef locatie?
Aan de zorg gerelateerde voorzieningen zoals een fitness, horeca, restaurant, winkel etc. zijn toegestaan met een totale maximale oppervlakte van 1.500m2 bvo. Het gaat hierbij om een kleinschalig en gevarieerd voorzieningenaanbod, passend bij de aard en de omvang van het woon-service complex en met een beperkte functie voor de buurt. De voorzieningen worden deels vanuit de zorg gefinancierd en zijn daarmee maar ten dele als commerciële voorzieningen aan te merken.
Op basis van de Woonvisie uit maart 2009 is een woningbouwprogramma met een mix van huur en koop én van sociaal en vrije sector mogelijk. Dit programma is gebaseerd op de behoefte aan zelfstandige woonruimte. De niet zelfstandige intra-murale zorgwoningen maken derhalve geen deel uit van het woningbouwprogramma. Deze woningen zijn een aparte categorie met een eigen financieringstraject. Een uitzondering hierop vormen de 90 intramurale plekken die als 15 groepswoningen georganiseerd zullen worden. Deze 15 woningen zullen worden meegerekend in het programmaonderdeel sociale huur. Naast de niet zelfstandige intra-murale zorgwoningen zijn zelfstandige zorgwoningen met minimaal 3-kamers en een minimaal oppervlak van 60m2 mogelijk. De Woonvisie kent één gezamenlijk programma voor de drie ziekenhuislocaties, te weten de Sint Jozeflocatie, Geertruidenlocatie en de locatie IJsselstreek. Dit gezamenlijke programma brengt onder andere met zich mee dat van het totale woningbouwprogramma op de Sint Jozeflocatie 37% sociaal is vereist. Met het oog op de specifieke doelgroep van bewoners met een zorgvraag is in afwijking van het in Deventer normaal gehanteerde maximum van 30% gestapelde woningen een maximum van 65% gestapelde woningen mogelijk. 17
18
Zichtbaarheid monument + ‘omgang’
3.2.2
Monument
Ten gevolge van de aanwijzing tot Rijksmonument is voor eventuele veranderingen aan en rond het monument een monumentenvergunning nodig. Deze wordt door de gemeente verleend. De monumentenverordening voorziet in de procedure omtrent de vergunning en verplicht rekening te houden met de belangen van het functioneren, voor zover mogelijk. De Planadviesraad Monumenten en Beschermd Stadsgezicht en de rijksdienst Cultureel Erfgoed adviseert het college over deze vergunningverlening. De Planadviesraad doet dit geïntegreerd met het advies in het kader van de bouwvergunning. Vanwege deze procedure kan in dit planstadium nog niet worden geanticipeerd op het besluit omtrent de vergunningaanvraag. Spelregels betreffende het monument hebben in het kader van deze procedure dan ook nog geen formele status, maar geven wel de gemeentelijke denklijn weer. De denklijn is om het voormalige ziekenhuis een vanzelfsprekend onderdeel te laten uitmaken van het totale complex. Dit betekent niet dat de vormkenmerken en materiaalgebruik van het monument letterlijk moeten worden overgenomen, maar wel dat het nieuwe en het oude deel samen een eenheid vormen. Enerzijds moet voorkomen worden dat het monument er straks verloren bij staat als symbool van het onvermogen om cultuurerfgoed in een eigentijds ontwerp te integreren, anderzijds dat het niet meer als entiteit herkenbaar is.
Kortom een subtiele compositie tussen oud- en nieuwbouw. Hetgeen in het planproces begint met een juiste situering van de verschillende bouwblokken in een stedenbouwkundig plan en eindigt met een zorgvuldige detaillering van de afzonderlijke gebouwen in bouwtekeningen.
situeren en deels een hof (bijvoorbeeld tuin of terras) de fysieke verbinding tussen verpleeghuis en monument te laten vormen. De overige drie blokken zijn op een zodanige afstand van het monument gesitueerd, dat bestaand en nieuw los liggen maar wel samen een intieme pleinruimte (de omgang) vormen op het ten opzichte van de parkzone hoger gelegen deel van de locatie; het ketelhuis met de schoorsteen een bijzondere element op het plein vormt. De zichtbaarheid van het monument vanaf de Van Oldenielstraat en de Herman Boerhaavelaan is gewenst. Met een gerende voorgevelrooilijn op minimaal 45 meter uit de voorgevels van de tegenoverliggende woningen aan de Van Oldenielstraat en een maximale bouwhoogte van 2 lagen ontstaat vanaf deze weg een spannend zicht op monument en nieuwbouw. Door de plaza met gemeenschappelijke en deels publieke functies aan de voormalige hoofdentree aan de Van Oldenielstraat te koppelen behoudt deze ook in het nieuwe complex een functie voor het ‘grote publiek’.
Het functioneren van het nieuwe verpleeghuis maakt een fysieke verbinding met het monument nodig. De architectonische opgave is hier om ondanks deze fysieke aanhechting oud en nieuw ‘visueel los te houden’. In het concept krijgt dit o.a. haar beslag door het verpleeghuis net niet haaks op het monument te
19
Hoofdentree zorg instituut Entree woningen buitenzijde bouwblok
E
C B
20
Maximaal bebouwingsoppervlak en orientatie
D
3.2.3
Bebouwing
Gesloten bouwblokken met binnenhof De nieuwbouw bestaat uit een viertal bouwblokken (B, C, D en E). Essentieel is dat de nieuwbouw het monument en de omliggende woonbebouwing respecteert. Het gaat om het evenwichtig bijeenbrengen van volumes tot een samenhangend geheel met een goede oriëntatie en een zorgvuldige materialisering en detaillering. Kortom: elk blok heeft een eigen gezicht maar het geheel van monument en vier bouwblokken is als een samenhangend complex ervaarbaar. Elk blok heeft een eigen programma. Blok B aan de Van Oldenielstraat is het nieuwe verpleeghuis. De overige drie blokken C, D en E hebben een woningbouwprogramma. Hoe het programma ook in elkaar zit, elk blok heeft een vrijwel geheel gesloten opbouw rond een binnenhof. Aan de buitenzijde is elk blok als een eenheid herkenbaar en heeft het representatieve voorkanten met voordeuren, die op de aangrenzende buitenruimte (parkzone, ‘omgang’ of straat) zijn georiënteerd. Afhankelijk van de woningtypologie zullen de wanden van het blok geheel bestaan uit woningen dan wel woningen afgewisseld met tuinmuren, poorten etc. Een uitzondering is de wand van blok D aan de Gerard van Swietenlaan, waar woningen met tuinen het straatbeeld bepalen. In elk blok ligt minimaal één gemeenschappelijke buitenruimte: de binnenhof. Afhankelijk van de omvang van het blok, de bezonning, woningtypologieën etc.
kan een tweede schil van woningen om de binnenhof een plek krijgen. Deze woningen zijn met de voorzijde op de binnenhof georiënteerd en zijn lager dan de bebouwing aan de buitenzijde van het blok (met uitzondering van de woningen aan het straatje tussen blok C en D). Dit resulteert in een stedenbouwkundige typologie van een gesloten bouwblok met daarbinnen een woonhof. Het is een eigentijdse variant van het in Deventer alom bekende Jordenshof tussen Grote en Kleine Overstraat.
De bebouwingsdichtheid van het blok met het verpleeghuis (blok B) is 80% en van de overige drie 60%. Ofwel bij het verpleeghuis bestaat minimaal 20% uit binnenhoven en bij de drie woonblokken uit minimaal 40% binnenhoven en eventuele tuinen. Een uitzondering is de zijde van blok D langs de Gerard van Swietenstraat. Hier wordt uitgegaan van een bebouwingspercentage van 35% om overeenkomstig de overzijde een meer transparante straatwand te realiseren. In de afbeeldingen op pagina 14, 22 en 24 is een indicatieve weergave van de bebouwingswand aangegeven. Deze zal in het stedenbouwkundig plan worden uitgewerkt. Voor de gehele locatie betekent dit een gemiddeld bebouwingspercentage van circa 49%. Situering De begrenzing van de bouwblokken wordt aan de ‘buitenzijde’ van het plangebied bepaald door onderstaande ‘rooilijnen’: Aan de zijde van de Van Oldenielstraat ligt de bebouwing minimaal 45 meter uit de voorgevels van de tegenoverliggende woningen aan de Van Oldenielstraat . Randvoorwaarden hierbij zijn: Dat de bebouwing niet ten koste gaat van de aanwezige beschermingswaardige laanbomen; In de toekomst een mogelijke verbreding van de Van Oldenielstraat (fysiek mogelijk blijft naar het gewenste standaard profiel van circa 32m.; zie paragraaf 3.2.5).
Aan de zijde Gerard van Swietenlaan is een deels verspringende rooilijn geprojecteerd, die minimaal 13m uit de bestaande rijbaan van de straat is gelegen. Aan de zijde van de Robert Kochlaan varieert de rooilijn van circa 30 tot 45 m. uit de verharding van de straat, zodat een gerafelde bebouwingsrand de parkzone begrensd.
21
Hoogteligging maaiveld
Situering + Maximale bouwhoogte
Plat dak
22
Inclusief kap
.... /.... m = bouwlagen / hoogte Kappen
+ kap
Met uitzondering van het verpleeghuis en het ketelhuis is de afstand tussen het monument en de nieuwbouwblokken minimaal 14 meter. In het stedenbouwkundig plan zal de begrenzing van de omgang definitief worden bepaald. Incidenteel kan de afstand van 14m worden verkleind mits dit niet ten koste gaat van het monument, de gewenste ruimtelijke kwaliteit van de omgang etc. Eveneens zal in het kader van de uitwerking van het stedenbouwkundig plan de maatvoering van de ruimte tussen de bouwblokken B/C en C/D definitief worden bepaald.
verpleeghuis en de drie andere blokken is om door middel van de plasticiteit en de architectuur de omvang van de blokken zodanig visueel te verkleinen, dat zij niet dominant zijn ten opzichte van het monument.
Bouwhoogte De hogere bouwmassa’s zijn geconcentreerd rondom de omgang en de hoofdtoegang tot het verpleeghuis. Het is ruimtelijk als het ware de ruggengraat van het complex. De gemiddelde bouwhoogte van deze rug is circa 13,5m. (3-4 lagen) met een hoogteaccent ter hoogte van de ingang naar het verpleeghuis van maximaal 22,5m (7 lagen inclusief kap) in blok C.
In het kader van het stedenbouwkundig plan zal nader ontwerpend onderzoek moeten plaatsvinden naar de beeldkwaliteit van de gebouwen, dakvormen, de buitenruimte en de overgang tussen beide. De bebouwing en de inrichting van de buitenruimte bepalen namelijk samen de uitstraling van de parkzone, binnenhoven en de omgang. Derhalve is er één visie nodig op de beeldkwaliteit van zowel de gebouwen als de inrichting van de buitenruimte.
Dakvormen en materialisering zijn sterk bepalend voor de herkenbaarheid en uitstraling van een gebouw. Het toepassen van een traditionele dakvorm en materialen overeenkomstig het monument is mogelijk maar ook een meer modernistische benadering met deels platte daken is niet uitgesloten.
Aansluitend op de bestaande woonbebouwing langs de Gerard van Swietenstraat en Robert Kochlaan is de bebouwingshoogte van de woonblokken aan de buitenzijde van het complex 2 lagen met een kap (8,5m). Een uitzondering is het bouwblok (D) op de kop van de Gerard van Swietenlaan met 3 lagen inclusief kap (10,5m). Beeldkwaliteit Voor de architectuur is het oude ziekenhuis het belangrijkste referentiekader. Door herinterpretatie van de oorspronkelijke ontwerpuitgangspunten van het monument kan naar aanknopingspunten worden gezocht voor de architectuur van de nieuwbouw. Zo zal bijvoorbeeld het spel met de ritmiek van ramen bij het monument een eigentijdse vertaling in de gevels van het nieuwe woonzorgcomplex kunnen krijgen. De essentie van de architectonische opgave bij het
23
Parkzone Binnenhoven Omgang Amoveren / inpassen afgeslankte nutsvoorziening Handhaven bomen
openbare ruimte en te handhaven groen
Vorm en situering indicatief
24
3.2.4
Buitenruimte
De inrichting van de buitenruimte is een essentieel onderdeel van de woonkwaliteit op de Sint Jozeflocatie: er wordt gewoond aan de pleinachtige omgang of de binnenhoven of de parkzone. De bebouwing en de inrichting van de buitenruimte bepalen samen de uitstraling van deze gebieden. Het samengestelde complex van gebouwen wordt door een groene schil met een parkachtige inrichting omlijst. Het is de collectieve tuin van de bewoners van de Sint Jozeflocatie en het deels nieuwe groen decor voor de buurtbewoners. Om ruimte te maken voor de parkzone komt in vergelijking met de bestaande situatie het overgrote deel van de bestaande parkeervoorziening aan de zijde van de Peter Kochlaan te vervallen. Er kunnen maximaal 48 parkeerplaatsen worden gehandhaafd, mits ze in het ontwerp voor de parkzone kunnen worden ingepast. Tevens liggen er de toekomstige parkzone twee gebouwen met nutsvoorzieningen. De situering en de vormgeving van beide gebouwen stroken niet met het gewenste groene beeld van de parkzone. Nader onderzoek is nodig naar de mogelijkheden om beide voorzieningen elders een plek te geven dan wel ze in afgeslankte vorm in het parkontwerp in te passen.
Hoewel het eigendom van het gehele terrein privaat blijft, zijn de omgang en de parkzone semi openbare ruimten en daarmee voor het publiek toegankelijk. De binnenhoven zijn semi privaat. Voor de inrichting van het semi openbare gebied gelden de gemeentelijke inrichtingseisen, zoals geformuleerd in het ‘Handboek technische detaillering en beheer’ opgesteld door de gemeentelijke Beheergroep. Het bestaande groen is voor de beleving van de locatie van grote waarde. De bestaande laanbomen langs de Van Oldenielstraat en de Peter Kochlaan en een drietal verspreid over het terrein staande bomen worden op basis van het gemeentelijke bomenbeleid als beschermwaardig aangemerkt. Het duurzaam behouden van deze bomen heeft een hoge prioriteit. Alleen bij zeer zwaar wegende belangen kan de gemeente een vergunning voor velling van deze bomen verlenen.
Het monument is omgeven door een pleinachtige ‘omgang’. De Louis Pasteurstraat maakt deel uit van de omgang. Om voor auto’s tweerichtingsverkeer met aan de ene zijde langs parkeren en aan de andere zijde haaks parkeren mogelijk te maken is een erfachtige inrichting van deze straat nodig (zie paragraaf 3.2.5). Dit sluit aan bij het gewenste beeld van de ‘omgang’ rond het monument. De binnenhoven zijn groene oases in de bouwblokken. In vergelijking met de parkzone hebben ze een meer ‘cultuurlijke’ uitstraling. Een aantal binnenhoven ligt op het dak van de parkeergarage. Er zullen dan bijzondere bouwkundige voorzieningen nodig zijn om de gewenste groene uitstraling te garanderen.
25
26
Verkeer en parkeren
3.2.5
Verkeer
Bereikbaarheid De verkeerskundige betekenis van de Van Oldenielstraat als onderdeel van het hoofdwegennet in Deventer zal naar verwachting in de toekomst verder toenemen. Voor de herontwikkeling van de Sint Jozeflocatie betekent dit het open houden van de mogelijkheid om op termijn een capaciteitsuitbreiding van de Van Oldenielstraat naar 2x2 rijstroken (kruispunten of wegvakken) te kunnen realiseren. In vergelijking met de huidige situatie komt dit neer op een maximale verbreding van de verkeersruimte met circa 12 meter. In het ruimtelijk concept is voor deze verbreding een reservering opgenomen. De besluitvorming over de verbreding zal te zijner tijd een eigen traject doorlopen, dat onafhankelijk is van de besluitvorming over de ontwikkeling van de Sint Jozeflocatie. Het beperken van het aantal aansluitingen op het Hanzetracé zal eveneens de doorstroming van het verkeer ten goede komen. In het kader van de herontwikkeling van de Sint Jozeflocatie is derhalve het voorstel om: het merendeel van het autoverkeer naar de Sint Jozeflocatie via de Louis Pasteurstraat-Gerard van Swietenstraat-Herman Boerhavelaan af te wikkelen. de aansluiting Louis Pasteurstraat-van Oldenielstraat op termijn voor auto’s af te sluiten en alleen voor fietsers en hulpdiensten toegankelijk te maken.
Voor een dergelijke oplossing is het nodig om de Louis Pasteurstraat voor autoverkeer in twee richtingen geschikt te maken. Met het handhaven van langs en haaks parkeren is dit alleen mogelijk als de Louis Pasteurstraat een erfachtige inrichting krijgt. de hoofdtoegang van het voormalige ziekenhuis aan de Van Oldenielstraat niet meer rechtstreeks vanaf de van Oldenielstraat per auto bereikbaar te laten zijn. Vanaf de Louis Pasteurstraat kan het voorplein als kiss&ride voorziening worden ontsloten.
Het maximale programma van het woon-service initiatief van de Leiboom zal circa 2.325 verkeersbewegingen per etmaal genereren. Inclusief de verkeersgeneratie van de huidige woningen in de wijk komt de totale verkeersgeneratie uit op circa 3.025 motorvoertuigen per etmaal. In vergelijking met de situatie toen het Sint Jozefziekenhuis nog in gebruik was betekent dit een afname van de hoeveelheid verkeer met ongeveer 380 voertuigen per etmaal. In vergelijking met de situatie dat het ziekenhuis nog in gebruik was is in het masterplan de ligging van de parkeervoorzieningen verandert. Als gevolg hiervan wordt verwacht dat de Gerard van Swietenlaan en de Robert Kochlaan een verminderd verkeersaanbod krijgen. In vergelijking met de huidige situatie (dus na sluiting van het ziekenhuis) zal de Louis Pasteurstraat naar verwachting meer verkeer te verwerken krijgen. Uit studies blijkt dat het verkeersaanbod geen negatief effect zal hebben op de verkeersafwikkeling naar de Herman Boerhavelaan. De huidige capaciteit van het kruispunt Herman Boerhaavelaan – Gerard van Swietenlaan is hiervoor voldoende. De capaciteit van het kruispunt Van Oldenielstraat – Hoge Hondstraat - Van Marckeplein en Herman Boerhavelaan is met en zonder herontwikkeling van de Sint Jozeflocatie onvoldoende.
27
28
Volgens omwonenden rijdt er sluipverkeer op de Gerard van Swietenstraat en de Robert Kochlaan. Dit sluipverkeer zou vanaf de van Oldenielstraat naar de Boerhavelaan rijden en visa versa om het verkeerslicht op de kruising van genoemde wegen te kunnen vermijden. De ontwikkeling van de Sint Jozeflocatie staat echter los van dit eventuele sluipverkeer. Mocht er na realisatie van het woon-service initiatief uit onderzoek blijken dat het sluipverkeer sterk toeneemt, dan kan door het aanpassen van de inrichting van beide straten de route voor doorgaand verkeer onaantrekkelijk gemaakt worden. Parkeren Het maximaal benodigde aantal parkeerplaatsen wordt op basis van het stedenbouwkundig programma en de door de gemeente gehanteerde parkeernormen berekend (zie tabel). Afhankelijk van de mogelijkheden voor dubbelgebruik kan het aantal aan te leggen parkeerplaatsen hiervan afwijken. De gewenste voorzieningen in het woon-zorg initiatief zijn maar ten dele commercieel. Wellicht kunnen hierdoor de parkeernormen voor het commerciële programma naar beneden toe worden bijgesteld. Op het moment
dat het ‘commerciële programma’ is uitgekristalliseerd zal hierover overleg plaats vinden tussen Leiboom en de gemeente Deventer. Overeenkomstig het gemeentelijk beleid vindt het parkeren op eigen terrein plaats. De compacte opzet van het complex en de gewenste groene uitstraling vragen om parkeeroplossingen, waarbij de auto’s zo weinig mogelijk een plek in het zicht en in de openbare ruimte krijgen. De parkeerplaatsen voor bewoners en personeel zijn gesitueerd in een gebouwde voorziening onder de nieuwbouw en de omgang. In het geval er sprake is van een halfverdiepte ligging van de gebouwde parkeervoorziening mag dit niet ten koste gaan van de gewenste representatieve uitstraling van de bouwblokken en de kwaliteit van de buitenruimte. Incidenteel is een inpandige oplossing bij een woning mogelijk, mits dit ook niet ten koste gaat van de gewenste stedenbouwkundige kwaliteit. Daarnaast zijn overeenkomstig de huidige situatie bij het gezondheidscentrum parkeerplaatsen mogelijk in het ‘binnenhof’ op de kop van het monument langs de Louis Pasteurstraat. Daarnaast kan in samenhang met de herinrichting van deze straat het haaks parkeren nog worden uitgebreid. Bij een deel van de Gerard van Swietenstraat is aan de zijde van de nieuwbouw langs parkeren voor bezoekers geprojecteerd.
Het parkeren voor bezoekers van het verpleeghuis en een deel van de woningen kan een plek krijgen in de parkzone nabij de Van Oldenielstraat\Robert Kochlaan, mits het benodigde aantal parkeerplaatsen tot maximaal 48 wordt beperkt; de inrit van de bestaande parkeerplaats als toegang voor de nieuwe parkeervoorziening wordt gebruikt; de parkeervoorziening integraal onderdeel uitmaakt van het ontwerp voor de parkzone. Ofwel zonder dat dit ten koste gaat van de continuïteit van de parkzone en in samenhang met het verwijderen dan wel inpassen van de gebouwen met nutsvoorzieningen wordt opgelost. 29
3.2.6
Milieu & duurzaamheid
Wet milieubeheer Bedrijfsmatige activiteiten kunnen vergunningsplichtig zijn vanuit de wet milieubeheer. Gezien het beoogde programma waar de nadruk op wonen en zorg zal liggen, wordt vergunningsplicht niet verwacht. Voor de zorgfunctie en eventuele horeca- en detailhandel in de Plaze bestaat mogelijk wel een meldingsplicht in het kader van het Activiteitenbesluit. Dit is afhankelijk van de aard en milieubelasting van de bedrijfsactiviteiten. De om het plangebied aanwezige bedrijven behoren voor het grootste deel tot de categorie zorg, maatschappelijke dienstverlening, aan huis gebonden kantoorfuncties. Deze soorten bedrijven zijn veelal ingedeeld in milieucategorie 1 en 2, waarbij een beperkte invloed geldt voor de beoogde kwetsbare objecten (woningen, zorg) in het plangebied. Deze indeling volgt uit de VNGpublicatie Bedrijven en milieuzonering (uitgave 2009). Bepalend voor de vergunde milieuruimte van deze bedrijven zijn bestaande woningen die dichter bij de bedrijven zijn gesitueerd. Vanuit de systematiek van de ‘omgekeerde werking’ zullen de nieuwe functies op de St. Jozeflocatie de vergunde rechten van de bestaande bedrijven niet aantasten. Geluid Wegverkeerslawaai in relatie tot de ontwikkellocatie St Jozef De locatie ligt in de geluidzone van meerdere wegen. Dit betekent dat er akoestisch onderzoek uitgevoerd moet worden.
Het onderzoek richt zich op nieuwe, geluidgevoelige, bestemmingen. Geluidgevoelig zijn o.a. woon- zorg en scholingsfuncties.
30
Voor deze situatie zijn de volgende normen van toepassing: • voorkeursgrenswaarde = 48 dB, is de geluidbelasting lager dan zijn er geen belemmeringen; • hogere grenswaarde gebied = 48 tot 63 dB, hogere grenswaarde noodzakelijk (B&W bevoegdheid). Voor een hogere grenswaarde zijn een aantal criteria van toepassing, bij een geluidbelasting groter dan 53 dB moet er in principe een geluidsluwe buitenruimte aanwezig zijn; • grenswaarde = >63 dB, deze geluidbelasting is in principe niet toegestaan voor nieuwe situaties. In bijzondere situaties is er een oplossing mogelijk door het toepassen van een ‘dove’gevel (=gevel zonder te openen delen) of een Stad en Milieu benadering. Op grond van de Verkeersmilieukaart 2020 zijn de volgende geluidcontouren vastgesteld: Afhankelijk van de ruimtelijke invulling zijn er hogere grenswaarden aan de orde.
Afhankelijk van de ruimtelijke invulling zijn er hogere grenswaarden aan de orde. Door gebruik te maken van afscherming door niet geluidgevoelige bestemmingen wordt de geluidbelasting bij geluidgevoelige bestemmingen verbeterd en kan mogelijk een procedure voorkomen worden.
Bodem
Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe ‘Wet luchtkwaliteit’ geen
Op basis van het historisch bodembestand blijkt dat op de locatie een groot aantal ondergrondse tanks voor de opslag van olie/brandstof, laboratoriumafval, fixeer of ontwikkelaar zijn of hebben gelegen. De status van de meeste tanks is onbekend. Daarnaast is op de locatie een bovengrondse tank voor de opslag olie gelegen. De omvang van de activiteiten en exacte situering dient op basis van een (uitgebreid) dossieronderzoek conform de NEN5725 te worden vastgesteld.
belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als een project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Volgens de Regeling en het Besluit niet in betekenende mate is vastgesteld dat woningbouwplannen voor minder dan 500 woningen ‘niet in betekenende mate’ bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Dit besluit gaat echter niet in op de mate van blootstelling aan verontreinigende componenten in de lucht. Vanuit een goede ruimtelijke ordening en zorgvuldige besluitvorming, wil de gemeente voor dergelijke projecten inzicht in de effecten van de plannen op de lokale luchtkwaliteit. De ontwikkelaar dient dit met een luchtkwaliteitonderzoek inzichtelijk maken.
Voorafgaand aan de functiewijziging van en de nieuwbouw op de locatie, dient een verkennend bodemonderzoek conform de NEN5740 te worden uitgevoerd. Een onderdeel van het verkennend bodemonderzoek vormt het historisch vooronderzoek conform de NEN5725. Op basis van het vooronderzoek kan de strategie van het verkennend onderzoek worden vastgesteld. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de op de locatie uitgevoerde voor bodemverontreiniging verdachte activiteiten (o.a. tanks). Luchtkwaliteit De wijzigingswet van hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) werktitel ‘Wet luchtkwaliteit’ (Stb. 2007, 414) geeft aan dat bestuursorganen bij de uitoefening van bevoegdheden die gevolgen voor de luchtkwaliteit kunnen hebben, de gestelde grenswaarden in acht dienen te nemen. Het gaat hierbij onder andere over de bevoegdheid op basis van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en de Wet milieubeheer. De gemeente dient te beoordelen of medewerking aan het ruimtelijk plan nadelige gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit. Is dit het geval dan dient nagegaan te worden of de normstelling in acht genomen wordt en bij overschrijding van de normen zodanig maatregelen worden genomen dat de overschrijdingen worden weggenomen of in elk geval beperkt.
Externe veiligheid Gezien de ligging van het plangebied t.o.v. relevante objecten en/of risicovolle vervoersassen op basis van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI), de circulaire risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen en de circulaire ‘Zonering langs hogedruk aardgastransportleidingen 1984’, is externe veiligheid voor dit plan geen aandachtspunt. Ecologie Vanuit het oogpunt van natuurwetgeving is de sinds 1 april 2002 van kracht zijnde Flora- en Faunawet relevant. Deze wet voorziet in de bescherming van planten en dieren in geheel Nederland. Onbekend is momenteel welke beschermde dier- en plantensoorten momenteel voorkomen in het plangebied. Ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied dienen te allen tijde getoetst te worden aan de Flora- en faunawet. Voorafgaand aan ruimtelijke ontwikkelingen zoals het beoogde bouwplan, dient dan ook een inventarisatie van beschermde dier- en plantensoorten plaats te vinden, om duidelijkheid te verkrijgen in het voorkomen van de beschermde soorten. Voor deze locatie zijn gierzwaluw en
31
vleermuizen, in ieder geval relevante soorten waar specifieke aandacht naar uit moet gaan. Aan de hand van de uitkomsten van dit onderzoek moet worden bepaald of het mogelijk en/of noodzakelijk is dat de initiatiefnemer een ontheffingsaanvraag op grond van artikel 75 van de Flora- en Faunawet indient bij de Dienst Regelingen (voorheen LASER) van het ministerie van LNV. In de Woonvisie en de Visie Duurzaam Deventer (Koersdocument Milieubeleidsplan 2009-2014). zijn de ecologische ambities vastgelegd. Om hieraan uitvoering te geven is het van belang dat de volgende criteria in het Beeldkwaliteitsplan, of het equivalent daarvan, terechtkomen. Bij bouw, renovatie en/of nieuwbouw: • Per strekkende 3 meter gevel wordt een nestelgelegenheid voor de gierzwaluw ingebouwd. Deze nestelgelegenheid zit op minstens 3 meter vanaf de grond en zit bij voorkeur op het oosten of het noorden en de aanvliegroute van de gierzwaluw is vrij. Gebouwen waarvan (delen van) de gevel lager is dan 3 meter komen hier dus niet voor in aanmerking. Voor informatie hierover zie o.a. www.gierzwaluw.com Ten behoeve van de huismus wordt standaard de Vogelvide in plaats van vogelschroot toegepast. Voor informatie hierover zie o.a. www.vogelbescherming.nl/actieplanhuismus.
• In de groenvoorziening worden uitsluitend inheemse, streekeigen, bomen, heesters en vaste planten toegepast waarbij de nadruk op het bevorderen van vogels en vlinders ligt. Duurzaamheid In juni 2009 is de Visie Duurzaam Deventer bestuurlijk vastgesteld. Het vraagstuk rond de klimaatverandering en de eindigheid van de fossiele energievoorraad raakt ons allemaal. De gemeentelijke ambitie is dat Deventer in 2030 klimaatneutraal is.
32
De belangrijkste consequenties voor de komende jaren zijn als volgt: • Nieuwe woningbouwprojecten met meer dan 200 woningen worden vrijwel CO2 neutraal gebouwd • Bestaande woningen zijn in 2018 50% energiezuiniger • Gemeentelijke gebouwen zijn in 2015 50% energiezuiniger • Openbare verlichting en openbaar vervoer wordt CO2neutraal • Fietsverkeer wordt gefaciliteerd • Bedrijven streven naar een 4% hogere energie-efficiëntie per jaar. Vanuit ecologisch perspectief profiteert de mens van de natuurlijk omgeving met al zijn variaties. Het behouden en verbeteren van deze omgeving is een ambitie van de gemeente, waarvoor verschillende ecologieprojecten zijn ontwikkeld voor de komende jaren. Zo worden ecologische waarden in nieuwe en gewijzigde bestemmingsplannen gerespecteerd en eventueel gecompenseerd. Veel afval dat vrijkomt is eigenlijk geen afval, maar grondstof voor nieuwe producten. In het nieuwe milieubeleid worden voorstellen gedaan om de hoeveelheid restafval terug te brengen en hergebruik van afvalstromen te bevorderen. Van bedrijven en organisaties wordt verwacht dat zij de wijze van produceren, hun producten en diensten meer en meer baseren op het cradletocradle principe. Voor zover van toepassing zullen ook gebiedsontwikkelingen volgens dit principe plaatsvinden. In het voorjaar van 2011 is de Uitvoeringsagenda Duurzaamheid opgesteld.
Hierin zijn de speerpunten van beleid voor 2011-2014 vastgesteld, zijn projecten in uitvoering bepaald en is een kansenkaart voor Duurzaam Deventer gemaakt. In het beleidskader duurzaamheid zijn op basis van lopende initiatieven duurzaamheidsthema’s en maatregelen bepaald, om te komen tot de gemeentelijke klimaatdoelstelling, klimaatneutraal in 2030. Meer informatie over het nieuwe gemeentelijke milieubeleid is te vinden op de gemeentelijke website via: http://www.deventer.nl/bewoners/leefomgeving/ milieu/milieubeleid/milieubeleidsplan-2009-2014
4
Vervolgtraject
In het masterplan heeft de gemeente in hoofdlijnen het kader voor de herontwikkeling van de Sint Jozef locatie vastgelegd. De vervolgstap is dat de ontwikkelende partij de Leiboom op basis van dit plan voor de gehele Sint Jozeflocatie een definitief stedenbouwkundig plan inclusief een beeldkwaliteitplan en een voorlopig ontwerp voor de inrichting van de openbare ruimte opstelt. Deze plannen worden ter toetsing en ter vaststelling aan de gemeente voorgelegd. Na vaststelling van deze plannen en het tekenen van een exploitatieovereenkomst kan de Wro-procedure worden opgestart. Vervolgens worden in opdracht van de Leiboom per bouwblok de bouwplannen en het definitieve inrichtingsplan openbare ruimte opgesteld. De door de ontwikkelende partij aangestelde externe stedenbouwkundige maakt het stedenbouwkundig plan. Tevens zal de stedenbouwkundige in deze fase als supervisor verantwoordelijk zijn voor de bewaking en integrale afstemming van de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteit in het plangebied. De supervisor kan ook deels uitvoerend architect zijn. De resultaten zullen vervolgens aan de gemeente ter toetsing worden voorgelegd en daarna ter vaststelling aan het college van burgermeester en wethouders definitief worden voorgelegd.
Bijlage: Benodigde milieu-onderzoeken uit te voeren door projectontwikkelaar: 1. akoestisch onderzoek verkeerslawaai (incl. gevelwering) 2. luchtkwaliteitsonderzoek (te combineren met akoestisch onderzoek) 3. verkennend bodemonderzoek conform de NEN-5740 incl. vooronderzoek (dossieronderzoek) conform de NVN-5725. 4. ecologisch onderzoek 5. energievisie Milieuprocedures gemeente: 1. HGW-procedure projectontwikkelaar: 1. vergunningaanvraag c.q. melding Wet milieubeheer naar gemeente 2. afh. resultaten ecologisch onderzoek ontheffingaanvraag Flora-& faunawet naar min. LNV.
In verband met de regelgeving van het ministerie van VWS heeft de bouw van het verpleeghuis een hoge prioriteit. Het voornemen is om de nieuwbouw binnen het vigerende bestemmingsplan te realiseren. Dit maakt het mogelijk om het opstellen van het bouwplan voor het verpleeghuis (bouwblok A en B) naar voor te trekken en het in de tijd vrijwel parallel aan het opstellen van het stedenbouwkundig plan te laten lopen.
33