2026-388-bijlage-Bijlage Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG) 2026
Tekst van het document
MPG 2026 Meerjaren Perspectief Grondzaken Gemeente Deventer April 2026
1
Inhoudsopgave 1
2
3
4
5
Inleiding
3
Aanleiding en doelstelling
3
Status van het MPG
3
Aanpak en uitgangspunten MPG
3
Kaders & ontwikkelingen
5
Beleidsmatige context (rol grondbeleid)
5
Maatschappelijke context
5
Ontwikkelingen en parameters
6
Risicomanagement
7
Programmering woningbouw
8
Inleiding
8
Behoefteprognose wonen
8
Realisatie wonen
9
Prognose Kwantitatief + kwalitatief
11
Programmering bedrijven en voorzieningen
16
Inleiding
16
Realisatie bedrijventerrein en voorzieningen
16
Behoefteprognose bedrijven en voorzieningen
16
Prognose bedrijven en voorzieningen
16
Financieel Meerjaren Perspectief
18
Financiële analyse meerjaren perspectief
18
Verdeling kosten en opbrengsten
19
Ontwikkeling boekwaarde
21
BIJLAGEN 23 Bijlage I
Compensatieafspraken (vertrouwelijk)
23
2
1
Inleiding Aanleiding en doelstelling
Het Meerjaren Perspectief grondzaken, hierna te noemen MPG biedt een jaarlijks overzicht en inzicht in het verloop van de grondexploitaties en de “grondportefeuille” van de gemeente Deventer. In dit MPG geven we een beeld van de situatie per 1-1-2026, we kijken vooruit naar de verwachtingen voor de komende jaren. Voor een terugblik verwijzen we u naar het jaarverslag 2025 waar in de paragraaf Grondbeleid toelichting gegeven wordt op actualisatie van de grondexploitaties. Het MPG dient als jaarlijks terugkerend instrument waarin de samenhang van alle ontwikkelingen en keuzes in beeld worden gebracht. De volgende doelen worden met dit MPG nagestreefd: 1. Presentatie van een integraal beeld, dat de verschillende beleidsvelden overstijgt. 2. Het verstrekken van informatie over programmatische en plantechnische uitgangspunten.
Status van het MPG Informatie en sturing Met het MPG wordt onder andere inzicht gegeven in de huidige positie van grondexploitatie complexen. Met het MPG wordt vooral de informatievoorziening verbeterd door deze in samenhang te laten zien met andere aspecten die samenhangen met grondexploitaties. Het gaat hierbij dan om de aspecten programmatische uitgangspunten, planning, financiën en risico’s. Daarnaast wordt op basis van actuele inzichten een prognose gegeven van de te verwachten financiële resultaten van de lopende grondexploitaties. In het MPG worden ontwikkelingen en risico’s gesignaleerd. Wanneer deze daadwerkelijk aanleiding zijn voor bestuurlijk handelen, worden deze separaat aan de raad voorgelegd ter beoordeling en besluitvorming. Status en doel van de grondexploitatieberekening De actualisatie van grondexploitatieberekeningen, die aan dit MPG ten grondslag ligt, zijn in beginsel financieeltechnisch van aard. Hierbij kan gedacht worden aan actualisatie van eenheidsprijzen, al dan niet een bijstelling in de fasering van investeringen en opbrengsten en aanpassing van parameters met financiële consequenties voor het uiteindelijk grondexploitatieresultaat. Planinhoudelijke wijzigingen, herziening van bestaande uitgangspunten, worden altijd separaat ter besluitvorming voorgelegd.
Dit MPG geeft de financiële resultaten van de concrete uitvoering van het huidige grondbeleid weer. Naast de eerder genoemde doelen onder 1.1. “Aanleiding en doelstelling” die met het MPG worden nagestreefd, zijn ook de volgende doelen van belang: • Transparant en begrijpelijk inzicht geven ten aanzien van de: − méérjarige ontwikkelingen in de verschillende complexen; − ontwikkeling van de financieringsbehoefte van de complexen; • Input leveren voor evaluatie, actualisatie (grond)beleid en actualisatie van parameters welke worden toegepast in de te actualiseren grondexploitatieberekeningen; • Input leveren voor monitoren en sturen van de programma’s wonen, bedrijventerreinen en kantoren.
Aanpak en uitgangspunten MPG Het MPG wordt één keer per jaar in april opgesteld als onderlegger bij de jaarrekening van voorgaand verslagjaar. De financiële basis voor het MPG wordt gevormd door de: • Jaarrekening (boekwaarde 31-12 van voorgaand jaar voorafgaand aan opmaak exploitatieberekening) en; • De geactualiseerde meerjarenbegroting van de diverse grondexploitaties in het nieuwe verslagjaar.
3
Leeswijzer • In de hoofdstukken 2 tot en met 4 wordt een beschrijving gegeven van de context relevant voor grondexploitaties. Deels bestaat dit uit gemeentelijke algemene kaders (hoofdstuk 2) en deels over ontwikkelingen ten aanzien van de beleidsvelden wonen (hoofdstuk 3) en economie (hoofdstuk 4). • De doorrekening van de nieuwste BIE grondexploitaties (Bouwgrond in Exploitatie) heeft effect op het financieel meerjarenperspectief van de grondexploitaties en de algemene reserve grondexploitatie (ARG). Dit staat beschreven in hoofdstuk 5. Tot slot is aan dit MPG de volgende vertrouwelijke bijlage toegevoegd: •
Bouwclaims (vertrouwelijk);
4
2
Kaders & ontwikkelingen Beleidsmatige context (rol grondbeleid)
Grondbeleid Deventer heeft de ambitie om te groeien. Een deel daarvan betreft binnenstedelijke herontwikkeling en een deel van de opgave moet op een andere plek plaatsvinden zoals in uitleggebieden rondom stad en dorpen. Daarnaast is er behoefte aan nieuw bedrijventerrein om ook naar de toekomst toe bedrijven te kunnen blijven faciliteren. Ook spelen er nog tal van andere ontwikkelingen op het gebied van o.a. energietransitie, netcongestie, duurzaamheid en natuur. Al deze ruimtelijke ontwikkelingen vragen om een visie en houding van de gemeente. Gaat de gemeente zelf actief een rol pakken om een ontwikkeling tot stand te laten komen of is het beter marktpartijen aan zet te laten? Welke grondposities heeft gemeente om haar ambities te realiseren, of zijn er samenwerkende partners die grondpositie hebben? Welke instrumenten kunnen ingezet worden en wat is de rol van de raad? De basis onder deze afwegingen is vastgelegd in de nota grondbeleid 2024. Het grondbeleid biedt een duidelijk kader dat past bij de huidige ambities en ontwikkeling van de gemeente. Deventer gaat uit van dynamisch Grondbeleid dat is gebaseerd op maatwerk waarbij de gemeente bij elke nieuwe ontwikkeling of initiatief een keuze maakt over de eigen rol en bijdrage, afhankelijk van onze opgaven en ambities.
Daarmee is het grondbeleid geen doel op zich, maar een middel dat ingezet kan worden om de gemeentelijke doelstellingen op het gebied van wonen, economie, voorzieningen e.d. te bereiken. In de Omgevingsvisie, Omgevingsprogramma's en in beleidsnota’s legt de gemeente haar beleid en ambities vast. Vervolgens biedt het grondbeleid diverse instrumenten (een gereedschapskist), die ingezet kunnen worden om bij te dragen aan het realiseren ervan. Deventer benadert de opgaven voor stad en dorpen integraal vanuit onder meer het vastgestelde Omgevingsbeleid (omgevingsvisie, programma's en -plan). Het grondbeleid is onderdeel van deze integrale afweging en gaat over de rol en instrumenten die Deventer inzet bij ruimtelijke ontwikkelingen. De maatschappelijke ambities en opgaven voor de fysieke leefomgeving, die zijn opgenomen in de (ontwerp) Omgevingsvisie, worden met het grondbeleid omgezet in een concrete ontwikkelstrategie. Het dynamische karakter van het grondbeleid zorgt dat per ruimtelijke ontwikkeling of initiatief wordt afgewogen welke rol past. De gemeente maakt op basis van de drie principes 'Ambitie', 'Prioriteit' en 'Sturing' de afweging tussen actief grondbeleid, een vorm van samenwerking of een facilitaire rol. De Nota Grondbeleid biedt duidelijke kaders voor de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de ambtelijke organisatie.
Maatschappelijke context Wonen en grond Landelijk staat de woningmarkt onder druk als gevolg van stijgende prijzen, tekort aan personeel, netcongestie en de stikstofproblematiek. Maar relatief gezien is de markt voor woningbouw in Deventer goed te noemen. De gemeente zet in op het realiseren van een aanzienlijk bouwprogramma. Gemeente en marktpartijen kunnen dit alleen realiseren indien zij hierin samen optrekken. Nog steeds is de netcongestie een zorgwekkende ontwikkeling en heeft aanzienlijke invloed op de wijze waarop woningbouwplannen worden vormgegeven. De gemeente is actief betrokken bij verschillende locaties zoals het Havenkwartier, Sluiskwartier, Tuinen van Zandweerd, Steenbrugge, Eikendal, Shitalocatie en van Heetenstraat. Maar ook faciliteert de gemeente marktpartijen bij de ontwikkeling van diverse locaties zoals het Senzora terrein, Kop Handelskade en Roto Smeets. De gemeente heeft op een aantal locaties het instrument van voorkeursrecht ingezet. Het betreft de locaties Wechelerhoek, Haveneiland en Piekfijnplein. Voor Wechelerhoek is in december 2025 het Masterplan vastgsteld en krediet verstrekt voor het opstellen van een Stedebouwkundigplan, inrichtingsplan en Omgevingsplan.
5
Bedrijventreinen en grond Het westelijk deel van A1 Bedrijvenpark is grotendeels bouwrijp opgeleverd. In 2025 zijn er verschillende kavels verkocht en zijn er opnieuw 2 kavels in de verkoop gegaan. Er is momenteel veel vraag naar grotere kavels maar de netcongestie is belemmering geweest voor de uitgifte. Om deze inpasse te doorbreken is in 2025 de Smart Energy Hub opgericht. Over een aantal jaar is A1 Bedrijvenpark uitverkocht. Inmiddels is duidelijk geworden dat, in aanvulling op de ruimte die ontstaat door transformatie van de bestaande terreinen, er een stevige behoefte is aan een nieuw bedrijventerrein. Hiervoor loopt een locatiestudie naar een geschikte plek voor een nieuw bedrijventerrein. Informatie over alle gemeentelijke projecten war grond wordt verkocht is te vinden op de site www.deventerverkoopt.nl . Deze site wordt goed gevonden en bezocht. Dat komt ook doordat meerdere particuliere ontwikkelaars van deze site gebruik maken.
Ontwikkelingen en parameters In deze paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op taxatie en actualisatie van grondprijzen van de vrije (sector) kavels woningbouw, bedrijfskavels en de grondprijsbepaling van projectbouw. Daarnaast worden conclusies getrokken met betrekking tot de te hanteren meerjarige indexcijfers voor de grondopbrengsten. Taxaties/ grondprijzen De gemeente hanteert de werkwijze dat de verkoopprijzen van de vrije kavels woningbouw en bedrijfskavels jaarlijks door een externe taxateur worden getaxeerd. De taxaties vormen, samen met de meerjarige indexering van de verkoopprijzen, input voor de berekening van de grondexploitatiebegrotingen bij de jaarrekening 2025 en het MPG 2026. De grondprijzen voor projectmatige bouw worden residueel berekend. Deze berekeningswijze bepaalt de verkoopprijs van de grond door de vrij op naam prijs (VON- prijs excl. btw.) van de woning te verminderen met de te verwachten stichtingskosten (bouwtechnische en overige stichtingskosten excl. grondwaarde en btw.) c.a. Dit betekent dat de grondprijsontwikkeling voor woningbouw in hoofdlijn bepaald wordt door de ontwikkeling van de stichtingskosten (excl. btw) en de ontwikkeling van de VON- prijs (excl. btw.) van de woning.
Voor de op dit moment grootste in ontwikkeling zijnde woningbouwlocatie Steenbrugge is op basis van een residuele grondwaarde berekening een tabel met grondquotes opgesteld. Deze quotes volgen de ontwikkeling van de vrij op naam prijzen van de uiteindelijk te realiseren woningen. Parameters In het MPG 2025 (vorig jaar), tabel 1, is onderstaand overzicht met betrekking tot de parameters per 1-1-2025 opgenomen. In het MPG 2026, tabel 2, zijn de parameters aangegeven die per 1-1-2026 zijn toegepast in de grondexploitaties. Tabel 1. Overzicht parameters per 1-1-2025 in de MPG 2025 (dit hanteerden wij vorig jaar) 2025 Kostenstijging Kostenstijging plankosten Opbrengststijging woningbouw Opbrengststijging bedrijfskavels Discontovoet
2026
2027
2028 2029 e.v.
4,00%
3,00%
2,00%
2,00%
2,00%
5,30%
3,80%
4,80%
4,00%
4,00%
4,00%
2,50%
2,50%
2,00%
2,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
2,00%
2,00%
2,00%
2,00%
2,00%
Tabel 2. Overzicht parameters per 1-1-2026 in de MPG 2026 (dit hanteren wij nu) 2026 Kostenstijging Kostenstijging plankosten Opbrengststijging woningbouw Opbrengststijging bedrijfskavels Discontovoet
2027
2028
2029
2030
3,50%
3,00%
3,00%
2,00%
2,00%
3,14%
4,38%
4,20%
4,50%
4,50%
4,00%
3,00%
3,00%
2,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
1,00%
2,00%
2,00%
2,00%
2,00%
2,00%
Samenvatting opbrengsten- en kostenstijging, discontovoet: • Basis voor bepaling van de te hanteren grondprijzen in de grondexploitaties zijn de recente taxaties gebruikt. • Voor woningbouw is de opbrengstenstijging in 2026 4% gebleven.
6
• Voor bedrijventerreinen blijft de opbrengstenstijging meerjarig 1%. Een verwachte stijging van de opbrengsten past bij de schaarste aan bedrijfskavels en de ontwikkeling van de grondprijzen. • De discontovoet percentage van 2% is voorgeschreven in de BBV-notitie “Grondbeleid in begroting en jaarstukken (2019)” om de netto contante waarde per 1-1-2025 te bepalen. Overige bijzonderheden: • De kostenstijging wordt niet berekend over de afdracht fondsen en opbrengstenstijging wordt niet berekend over de te ontvangen subsidies. • Het komt voor dat er in projecten afspraken zijn gemaakt over grondverkoop maar dat de overdracht daarvan in een later jaar plaatsvindt, zonder dat daarbij rekening wordt gehouden met een indexering. De gehanteerde grondprijs die is besproken met de afnemer van de grond is dan van toepassing en indexatie is niet aan de orde.
Risicomanagement Risicomanagement is een integraal onderdeel van werkzaamheden rondom de grondexploitaties. In de loop van de jaren is hier aan gewerkt, zowel op projectniveau, programmaniveau als ook op het niveau van de planning & control cyclus. Projectmatig werken is een belangrijke beheermaatregel om risico’s te identificeren, te kwantificeren en te beheersen. Regelmatig wordt een risicosessie georganiseerd binnen projecten, waarin alle te benoemen risico’s in beeld worden gebracht. Voor de risico’s met een financiële impact wordt als volgt gehandeld: • Het bruto risicobedrag moet worden omgezet in een netto risicobedrag. Feitelijk is dat een vertaling van het brutobedrag keer de kans dat dit risico zich zal voordoen (bedrag x kans). • De berekeningswijze is voor alle projecten uniform, echter de bepaling van de risico’s en het brutobedrag verschilt per project. • De bepaling van de risico’s gebeurt door de planeconoom in afstemming met projectmanager en projectensecretaris. • Risico’s waarvan geconstateerd wordt, dat deze enige importantie hebben, worden opgenomen in Lias. Binnen Lias worden oorspronkelijk gesignaleerde bruto risico’s opgenomen. • Vervolgens wordt een kans van optreden bepaald. • De kans inschatting bestaat uit een optelsom van meerdere factoren, maar is natuurlijk altijd een professioneel intuïtieve.
Te noemen zijn mogelijke beheermaatregelen, de tijd, inschatting van de markt et cetera. • Aldus ontstaan de netto gesignaleerde risico’s. Vervolgens wordt bepaald of voor de gesignaleerde risico’s een beroep wordt gedaan op het gemeentelijke weerstandvermogen. Voor de grondexploitaties met een negatief planresultaat worden de gesignaleerde risico’s ten laste gebracht van het weerstandsvermogen.
7
3
Programmering woningbouw
Inleiding In 2025 werden 562 woningen opgeleverd. Qua oplevering was 2025 het jaar van de opleveringen Steenbrugge, Hobbemastraat fase 1, St. Jozef, Geertruidentuin en de Karweilocatie. Op basis van prognoses moet de woningbouwproductie van Deventer flink worden opgehoogd. Op basis van de eigen behoefte en de ambitie ‘verjongen en versterken arbeidsmarkt’ werken we de komende jaren toe naar een ruime verdubbeling van de productie in vergelijking met voorheen.
Behoefteprognose wonen In de meest actuele Woonvisie (2024) is het volgende opgenomen: “De vraag naar woningen is groot. De urgentie op het toevoegen van woningen is hoog. In de periode van 2021 tot 2035 heeft Deventer 7.000 woningen nodig om te kunnen blijven voorzien in de lokale behoefte. Om ook de voorzieningen, werkgelegenheid en onderwijs in stad en de dorpen de komende jaren op peil te houden, is naast de autonome bevolkingsontwikkeling ook een extra groei van 4.000 woningen wenselijk” In totaal zullen bij deze voorkeursvariant tussen 2021 en 2035 11.000 woningen nodig zijn. Daarvan willen we graag 1.000 woningen in de dorpen realiseren. Dat komt neer op een toevoeging van gemiddeld 733 woningen per jaar. In het kader van betaalbaar bouwen en om doorstroom te bevorderen geldt voor alle te bouwen woningen als norm: 30% sociale huurwoningen, 40% middenhuur- en betaalbare koopwoningen (tezamen aangeduid als: ‘betaalbare woningen') en 30% dure huur-en koopwoningen. In de ontwerp Omgevingsvisie is opgenomen dat we ook voor de toekomst ruimte willen bieden aan vernieuwing. Enerzijds om de vitale woonwerkstad te blijven en in werk en inkomen te voorzien voor onze inwoners. Anderzijds om werk te maken van de grote transities, zoals energie, verduurzaming, circulariteit en landbouw. Om de maatschappelijke uitdagingen het hoofd te kunnen bieden is er veel innovatiekracht nodig.
Daarvoor is het belangrijk om goed geschoolde (theoretisch hoog- én praktisch opgeleide) arbeidskrachten vast te houden en aan te trekken. Groei van het aantal inwoners vraagt ook om groei in voorzieningen (de verzorgende economie). Ook daarvoor zijn mensen, middelen en ruimte nodig. We richten ons daarom op het aantrekken van meerdere doelgroepen, met een mix aan woningen, voorzieningen en ruimte voor werken. We groeien als stad, maar ook als regio (Stedendriehoek en Salland). Daarvoor zullen we ook moeten bijdragen in ruimte voor wonen én werken. Bij een groeiopgave met circa 13.000 woningen in de periode van 2021 tot 2040 (waarvan er inmiddels ongeveer 2300 zijn gerealiseerd in de periode 2021-2025) is het mogelijk om onze gemeente door te ontwikkelen en sociaaleconomisch vitaler te maken en verder te bouwen aan brede welvaart. Daarmee kunnen we ons voorzieningenniveau verbeteren en de arbeidsmarkt versterken. Bij een aantrekkelijk vestigingsklimaat hoort ook een passend aanbod van woningen. We willen wonen en werken in elkaars nabijheid ontwikkelen, om afstanden voor woon-werkverkeer te verkorten. Uiteraard is het niet volledig te sturen dat inwoners en ondernemers in dezelfde gemeente wonen en werken, maar we willen wel oog houden voor die balans. In het volgende schema wordt in stappen toegelicht hoe aan deze opgave uitvoering wordt gegeven.
Bij dit overzicht is 30% planuitval verwerkt in de aantallen (dat wil zeggen 5.400 plancapaciteit van de 7.000 woningen aan plannen) Samengevat zien autonome groei, ambitie en uitvoering tot 2040 er zo uit:
8
Vanuit de ruimtelijke verkenning Wonen, Ruimte, Stad is op basis van de afzonderlijke ruimtelijke analyses geconcludeerd dat voor de periode tot 2035 Baarlerhoek het meest geschikt (in haalbaarheid en randvoorwaarden) is als woningbouwlocatie. Bergweide 3 en Stadsland zijn locaties die vanwege onzekerheden op de korte en middellange termijn (reservering ruimte voor de bypass, ontwikkelingen rond bescherming hoge milieucategorieën) aan de orde zijn voor verdere uitwerking van woningbouw op de lange termijn.
Realisatie wonen Het volgende aantal woningen is de voorgaande jaren toegevoegd aan de woningvoorraad (zie ook tabel 3.2 hierna op de volgende bladzijde): Tabel 3.1. Toevoeging woningvoorraad 2016 t/m 2025
Bruto
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024
2025
326
285
418
697
326
258
460
497
590
562
Sl oop
67
30
10
10
10
10
10
20
20
10
Netto
259
255
408
687
316
248
450
477
570
552
Figuur 1. Realisatie woningbouw 2016-2025
9
Realisatie ten opzichte van het beleid Kwantitatief en kwalitatief In 2025 werden 562 woningen bruto toegevoegd. Deze zijn als volgt onderverdeeld: • 303 koopwoningen, • 31 sociale huurwoningen • 146 middeldure huurwoningen en 82 dure huurwoningen In de volgende tabel, tabel 3.2 “Realisatie woningbouw 2025 naar segmenten”, is één en ander weergegeven.
Tabel 3.2. Realisatie woningbouw 2025 naar segmenten Toevoeging in 2025
Totaal percentage
sociale koop (<€250.000)
39
7%
betaalbare koop (€250.000-€405.000)
93
17%
dure koop (> €405.000)
171
30%
totaal koop
303
54%
sociale huur (tot €900,07,)
31
6%
middenhuur (€900,07 tot €1184,82)
146
26%
dure huur (>€1184,82)
82
14%
totaal huur
259
46%
Totaal
562
100%
Realisatie 2025
Koopwoningen
Huurwoningen
Doel
Realisatie
sociale huur
30%
7%
betaalbare woningen
40%
49%
dure woningen
30%
44%
10
Conclusies realisatie woningbouw: • Sociale huur: Het aandeel sociale huur is in 2025 laag. De conclusie per jaar is echter minder relevant. Het aandeel moet over meerdere jaren beschouwd worden.: Jaar
Toevoeging sociale huur
Percentage
123
26%
2023
Toevoeging totaal 477
2024
590
175
30%
2025
562
31
7%
Totaal
1629
329
20%
Voor de harde en semi-harde toekomstige plannen (zie verderop) ligt het aandeel sociale huur op 35%. Dit netto aandeel past qua realisatie binnen de bandbreedte van de woonvisie 2024 en ontwerp Omgevingsvisie. In de Woonvisie 2024 en ontwerp Omgevingsvisie wordt geconcludeerd dat de gemeente samen met de corporaties de sociale huurvoorraad op peil wil houden en dat ingezet wordt op een goede spreiding over de gemeente. • Betaalbare woningen/dure woningen In het afgelopen jaar zijn de percentages uit de woonvisie gehaald. Het is echter zaak dit over meerdere jaren te gaan monitoren. De wet regie stelt: minimaal 67% betaalbare woningen (sociale huur, middenhuur en betaalbare koop). Voor Deventer geldt daarbij minimaal 40% middenhuur en betaalbare koop. Deze verdeling moet gerealiseerd worden door de gemeenten in de woningbouwregio. De Deventer Woonvisie stelt: 30-40-30. Deze verdeling is ook afgesproken in de Woondeal West Overijssel.
Prognose Kwantitatief + kwalitatief Tabel 4 “Plancapaciteit woningbouw 2026 -2035”, geeft de Deventer plancapaciteit en woningbouwprogramma van de inmiddels bekende plannen voor de periode 2026-2035 weer. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in (semi) harde en zachte plannen.
Tabel 4. Plancapaciteit woningbouw 2026–2035 in aantallen Soort woni ng
ha rd/s emi -ha%rd
za cht
Totaa l
%
Huur Soci a l e huur
1026
35
962
1988
26%
Mi ddenhuur
329
11
351
680
9%
Dure huur
51
2
166
217
3%
Subtotaa l
1406
47
1479
2885
37%
952
32
1007
1959
25%
Dure koop (>420000)
552
19
755
1307
17%
Subtotaa l Koop
1504
51
1762
3266
42%
Koop Betaa l ba re koop (tot 420000)
nog ni et bekend
52
2
1555
1607
21%
Pl a nca pa ci tei t
2962
100
4796
7758
100%
Za cht
Totaa l
%
78
2522
4836
62%
(s emi )ha rd Inbrei di ng/hers tructureri ng
2314
Ui tbrei di ng
648
22
2274
2922
38%
Pl a nca pa ci tei t
2962
100
4796
7758
100%
We willen met de woningbouwpartners (verenigd in Platform Wonen) komen tot een continue bouwstroom. Dit betekent dat we samen inzetten op versnelde realisatie van de harde plannen voor de korte termijn, het omzetten van zachte naar harde plancapaciteit voor de middellange termijn en het toevoegen van nieuwe plannen voor de langere termijn.
11
Voor de periode tot 2035 bouwen we rekening houdend met 30% planuitval ca 7.750 woningen (waarvan circa 2.300 gerealiseerd is in de periode 2021-2025). Hiermee kan de autonome groei en een kwart van onze ambitie tot 2035 worden bediend. Haveneiland en Wechelerhoek worden qua aantallen meegenomen in dit aantal woningen. De koers (opgave) voor 2040 is gericht op 13.000 woningen: 9.000 voor de autonome groei en 4.000 voor het sociaaleconomisch versterken van Deventer. Gemeentelijke grondexploitaties Een deel van de afgesproken productie wordt gerealiseerd via de gemeentelijke grondexploitaties. Van de kleine 8000 reeds geprognosticeerde woningen (harde en zachte plannen) voor de komende 10 jaar, zijn ongeveer 3000 woningen geprogrammeerd via de gemeentelijke grondexploitaties of potentieel toekomstige grondexploitaties. Dit betreft met name Steenbrugge (nog ongeveer 400) Van Hetenstraat (ongeveer 100), Sluiskwartier (ongeveer 50), Wechelerhoek (ongeveer 1550), Bathmen (600) en het programma in de andere dorpen (Diepenveen, Schalkhaar, Lettele en Loo komt op totaal 190). In tabel 5 op de volgende pagina is de plancapaciteit aangegeven die is opgenomen in de vigerende grondexploitatiebegrotingen.
In deze tabel is de plancapaciteit van de woningbouw in aantallen aangegeven, waarmee in de gemeentelijke grondexploitaties in de periode 2026 tot en met 2035 rekening wordt gehouden en als zodanig over de jaren zijn gefaseerd. Tabel 5. Plancapaciteit woningbouw gemeentelijke grondexploitaties 2026 – 2035 in categorie en aantal Soort woning
Huur Soci a l e huur
673
Mi dden huur
43
Vri je s ector huur
14
Subtotaal
730
Inbreiding
950
Uitbreiding
2190
Plancapaciteit
3140
Koop Beta a l ba re koop (tot 420.000)
1301
Duur>420.000)
718
Subtotaal Koop
2019
Onbekend
391
Plancapaciteit
3140
Categorie Sociale huur Betaalbaar Vrije sector Onbekend Totaal
Aantal 673 1344 732 391 3140
Percentage 22% 43% 23% 12% 100%
Een deel van de programmering is nog onbekend. In figuur 2 is het meerjarig verloop van het totale woningbouwprogramma (hard, semi-hard en zacht) weergegeven (uitgaande van jaar van oplevering)[1]):
12
Figuur 2. Totale woningbouwprogramma van de inmiddels bekende plannen/initiatieven (hard, semi-hard en zacht)
De gemeentelijke woningbouwprojecten leveren in de huidige bekende plannen ongeveer 40% van de totale woningbouwproductie. Dit geeft een indicatie over de verhouding actief – faciliterend en daarmee over onze directe sturing op de voortgang. Prognose kwalitatief alle plannen Als je de kwalitatieve woningbehoefte confronteerd met programmering in alle (hard, semi-hard en zacht) woningbouwplannen, kom je tot de volgende tabel: doel
progra mmeri ng
s oci a l e huur
30%
26%
Mi ddenhuur en beta a l ba re koopwoni ngen
40%
34%
Dure huur en koopr woni ngen
30%
20%
0
20%
Onbekend
Wat opvalt is dat de drie segmenten vooralsnog in de programmering achter blijven. Hierbij dient opgemerkt dat 20% van de programmering nog onbekend is. Om meer inzicht te krijgen voor de korte termijn is het belangrijk om in te zoomen op de harde en semi-harde projecten: doel
progra mmering
s ocia le huur
30%
35%
Middenhuur en beta a lba re koopwoningen
40%
43%
Dure huur en koop woningen
30%
21%
0
1%
onbekend
Wat dan opvalt is dat de sociale huur en betaalbaar niet meer in de programmering achter blijven. 1% dient nog nader ingevuld te worden.
13
Sociale huur Als er ingezoomd wordt op de verschillende wijken en het het percentage sociale huur, geeft dat het volgende beeld: % s h i n bes t. voorra a d
tot. a a nt. woni ngen
tot. a a nt. s oc. huur
tot. gepl a nde a a nt. s h i n %s h na toev. toevoegi ng pl a nvormi ng pl a nvormi ng
30%
totaal
29%
wijken Bi nnens tad
29%
5321
1543
760
49
26%
De Hoven
12%
978
117
0
0
12%
Za ndweerd
30%
6176
1853
417
-18
28%
Voors tad
33%
4962
1637
566
131
32%
Borgel e/Pl a tvoet
58%
2605
1511
46
0
57%
Kei zers l a nden
53%
6091
3228
1663
686
50%
Ri vi erenwi jk/Bergwei de
30%
2404
721
1677
450
29%
Col ms cha te-Noord
17%
2497
424
39
0
17%
Col ms cha te-Vi jfhoek
12%
4672
561
115
100
14%
Col ms cha te-Zui d
19%
4146
788
70
0
19%
Di epenveen
19%
2144
407
213
47
19%
Scha l kha a r
19%
2232
424
1997
346
18%
Okkenbroek
0%
139
0
7
0
0%
Lettel e
4%
661
26
65
12
5%
Ba thmen
11%
2488
274
685
40
10%
47516
13515
totaal
% sh in bes t. voorra a d
tot. a a nt. woni ngen
1843
tot. a a nt. tot. a a nt. toev 2025 woni ngen s oc. huur
toev 2025 s ochuur
% sh in bes t. voorra a d
tot. a a nt. s oc. huur
tot. gepl a nde a a nt. s h i n %s h na toev. toevoegi ng pl a nvormi ng pl a nvormi ng
30%
totaal
28%
wijken Bi nnens tad
29%
5321
De Hoven
12%
978
Za ndweerd
30%
6176
Voors tad
33%
4962
Borgel e/Pl a tvoet
58%
2605
Kei zers l a nden
53%
6091
Ri vi erenwi jk/Bergwei de
30%
Col ms cha te-Noord
5391
1543
1543
29%
763
34
26%
978
117
117
12%
0
0
12%
79
6255
1853
1853
30%
98
-12
29%
62
5024
1637
1637
33%
581
180
32%
2605
1511
1511
58%
16
0
58%
6417
3228
3259
51%
1614
682
49%
2404
2404
721
721
30%
2322
483
25%
17%
2497
2497
424
424
17%
39
0
17%
Col ms cha te-Vi jfhoek
12%
4672
4672
561
561
12%
15
15
12%
Col ms cha te-Zui d
19%
4146
2
4148
788
788
19%
135
55
20%
Di epenveen
19%
2144
16
2160
407
407
19%
177
27
19%
Scha l kha a r
19%
2232
4
2236
424
424
19%
1747
472
22%
Okkenbroek
0%
139
139
0
0
0%
6
0
0%
Lettel e
4%
661
1
662
26
26
4%
65
12
5%
Ba thmen
11%
2488
2
2490
274
274
11%
696
52
10%
47516
562
48078
13515
8274
2000
totaa l
70
326
31
31
13545
Na de geplande toevoeging per wijk, kun je concluderen dat de percentages sociale huur in die wijken niet drastisch wijzigen. Conclusies prognose: Kwantitatief • Totale plancapaciteit: Totale plancapaciteit van ongeveer 8000 woningen, waarvan er ongeveer 3000 semi-hard en hard zijn (Tabel 4: Plancapaciteit woningbouw 2026 – 2035) ligt onder het beoogde programma om onze ambitie te halen. Het is dus noodzakelijk om zachte plannen op te pakken. De beoogde opgave tot 2035 is namelijk 11.000 woningen (autonome groei + ambitie). Bij maximale invulling van het totale woningbouwprogramma op basis van de bestaande planvoorraad en de verkenningen die vanuit de gemeente worden uitgevoerd (Wonen, Ruimte, Stad en verdichtingsscan) ontstaat er in 2040 een verschil met de beoogde opgave van 1.000 woningen. Bij een minimale invulling van het totale woningbouwprogramma is dit verschil 3.000 woningen.
14
Dit betekent dat er verder verkend moet worden naar locaties met extra woningbouwprogrammering. Het gaat hierbij om het benutten van de laatste kansen in de stadsrandzone. Maar op termijn zal het met name gaan om verdere verdichting van Deventer dan wel het vergroten van de nabijheidsgraad rondoem de binnenstad van Deventer. De mate van verstedelijking van Deventer moet omhoog. De eerste contouren van Ontwikkelperspectief Stedendriehoek geeft hiervoor de eerste aanzet. Dit zal wel geborgd moeten gaan worden in de Omgevingsvisie. De mogelijk aanwijzing van Deventer als grootschalige woningbouwlocatie met extra ondersteuning vanuit het Rijk kan hierbij helpen. Naast aantallen zullen we als Deventer ook verder moeten versnellen. Ten opzichte van het verleden is onze woningbouwproductie structureel omhoog gegaan. Echter, om onze ambitie te halen zal de productie nog verder omhoog moeten richting 1.000 woningen per jaar. Dit is een enorme opgave. Voor de stad en omgeving zelf, voor het bestuur en voor de ambtelijke organisatie. Het versnellen willen we bereiken door 3 sporen te volgen: C) Het vergroten van de planvoorraad -> meer plannen marktgereed hebben C) Versnellen van het planproces -> parallel werken C) Wijzigen van manier van werken -> meer geo- en datagedreven
Kwalitatief • Sociale huur: Met de corporaties en marktpartijen onderzoeken we hoe we de sociale huuropgave de komende jaren kunnen borgen; [1]) Opgemerkt dient te worden dat de komende jaren weer een piek in de programmering (de zogenaamde “boeggolf”) te zien is. In de praktijk
echter zal een deel van deze plannen doorschuiven in de tijd.
15
4 Programmering bedrijven en voorzieningen Inleiding De verkoop van bedrijventerreinen is sinds 2017 weer aangetrokken. Dit heeft in 2025 geleid tot de volgende verkopen: - Bedrijvenpark A1: In 2025 is 1,6 hectare uitgegeven (gepasseerd bij de notaris). Er is veel interesse voor het westelijke deel. -Gasfabrieksterrein De grondexploitatie gasfabrieksterrein is eind 2024 administratief afgesloten. Reden voor de afsluiting is dat de laatste CT-werkzaamheden in 2024 zijn afgerond. De verkoop van de kavels 1, 5 en 7 wordt in 2026 ev. verwacht. Kavel 5 wordt in 2026 opnieuw in verkoop gebracht. De verkoop van de laatste twee bedrijfkavels hangt sttrategisch af van het ontwikkelperspectief Poort van Deventer - Overige bedrijventerreinen: naast het Bedrijvenpark A1 en Gasfabrieksterrein zijn er nog twee andere bedrijventerreinen. Dit zijn Westfalenstraat en Hanzeweg.
Realisatie bedrijventerrein en voorzieningen Bedrijvenpark A1 Er is nog circa 6,5 ha. te koop van de in totaal uitgeefbare 35,5 ha.
Behoefteprognose bedrijven en voorzieningen Er is door Buck Consultants International in november 2022 een rapport opgesteld met als titel “Perspectief ruimte voor in Deventer. Deventer heeft groeiambities met 11.000 extra woningen, waarvan 7.000 voor de autonome bevolkingsgroei. Met de 4.000 andere woningen wil Deventer de arbeidsmarkt versterken en verjongen. De ambitie is om de werkgelegenheidsfunctie van de stad te versterken. De groei van het aantal inwoners is geen doel zich. Door te kiezen voor het type groei dat bijdraagt het economisch profiel kan de potentie van Deventer optimaal worden benut. Er worden in het Buck rapport verschillende ruimtelijk-economische keuzes geadviseerd: -
Beter benutten van de bestaande bedrijventerreinen Zoeken naar ruimte voor een nieuw bedrijventerrein
Om de verwachte ruimtevraag voor bedrijventerreinen in Deventer op te kunnen vangen kan niet volstaan worden met herontwikkeling. Voor Deventer is er een behoefte aangetoond (vraag minus hard planaanbod) in een hoog scenario van 50 tot 60 hectare extra tot 2040. Er zal gezocht moeten worden naar nieuwe ruimte om in ieder geval de vraag vanuit het lokale bedrijfsleven op te kunnen vangen en om economisch waardevolle bedrijven door te laten groeien op een nieuwe locatie. Dat betekent zorgvuldig omgaan met de resterende beschikbare kavels en kijken naar economische waarde op de lange termijn (lokale en regionale meerwaarde). De mogelijkheid voor ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein aan de rand van de stad wordt momenteel nader verkend d.m.v. een locatie-onderzoek. Hierbij kan ook de verbinding gezocht worden met de buurgemeenten om de verwachte regionaal economische ontwikkeling gezamenlijk ruimtelijk te kunnen faciliteren.
Prognose bedrijven en voorzieningen In de tabellen op deze en de volgende pagina, gerangschikt onder tabel 8, allen gerangschikt onder één tabelnummer vanuit praktisch oogpunt, is het beschikbare oppervlak bedrijventerrein en voorzieningen weergegeven. Tabel 8. Beschikbare oppervlakten bedrijventerreinen en voorzieningen conform de grondexploitatie per 1-1-2026:
16
Loca ti e bedri jventerrei n Deventer
Gemeentel i jk progra mma Tota a l bes chi kba a r Bes temmi ng
Gerea l i s eerde ui tgi fte
i n ha .
Res ta nt bes chi kba a r
i n ha .
i n ha .
Bergwei de Vui l s tort Wes tfa l ens tra a t
Bedrijventerrein
16,39
13,54
2,85
Bedri jvenpa rk A1
Bedrijventerrein
59,58
53,03
6,55
75,97
66,57
9,4
Totaal
Gemeentel i jk progra mma Gerea l i s eerde Bes temmi ng ui tgi fte
Res ta nt bes chi kba a r i n ha .
i n ha . Ga s fa bri ek
voorziening
Totaal
0
0,17
0
0,17
Hieronder treft u een samenvatting aan van het méérjarig programma voor bedrijventerreinen en voorzieningen conform de grondexploitatiebegrotingen per 1-1-2026. Voor bedrijventerreinen (Tabel 9 Méérjarig programma bedrijventerreinen 2026 – 2031) zijn de hoeveelheden uitgedrukt in m² en ondergebracht in een tabelvorm. Samengevat ziet het meerjarig programma bedrijventerreinen er als volgt uit conform de grondexploitatiebegroting: Tabel 9. Méérjarige programma bedrijventerreinen 2026 - 2031 (in m²) Projecten bedri jventerrei nen Tota a l en voorzi eni ngen a a nta l m2
2026
2027
2028
2029
2030
2031
16.530
31.900
9.439
-
-
9.439
-
-
Bedri jvenpa rk A1 Bergwei de wes tfa l ens tra a t
65.519
7.650
28.518
17.326
Ha nzeweg
12.482 1.748 108.267
5.326 1.748 32.050
Ga s fa bri ek Totalen
11.192 7.156 23.686
43.092
17
5
Financieel Meerjaren Perspectief
Vanuit de geactualiseerde meerjarenbegrotingen (Mjb’s) van de diverse grondexploitaties per 1-1-2026 ontstaat inzicht in het meerjaren perspectief. Dit wordt in onderstaande paragrafen inzichtelijk gemaakt.
Financiële analyse meerjaren perspectief De grondslag voor het financieel meerjaren perspectief zijn de geactualiseerde grondexploitatiebegrotingen op peildatum 1-1-2026. Voor een volledig overzicht wordt uitgegaan van in exploitatie genomen gronden (BIE). Het gepresenteerde beeld gaat uit van de stand per 1-1-2026 van het aantal aanwezige grondexploitaties. Dit betekent dat in de beschouwde periode, waarover de huidige grondexploitaties lopen, geen nieuwe projecten worden opgestart. Is dit wel het geval, dan worden deze projecten in de volgende MPG opgenomen. Dit jaar zijn de nieuwe grondexploitaties van ’t Nijland (Diepenveen), Hagenvoorde Oost (Schalkhaar), Lettelo en Loo toegevoegd. De komende jaren worden mogelijk grondexploitaties voor de Marke Noord en Wechelerhoek en mogelijk geopend. Het meerjarenperspectief ziet er op hoofdlijnen als volgt uit:
Onderdelen kosten opbrengsten rente kasstroom
Overzicht investeringen en opbrengsten (x €1 miljoen) nog te realiseren 2026 2027 2028 41,92 13,83 13,60 9,72 65,08 29,77 14,08 18,81 -0,77 -0,39 -0,38 15,17 0,09 8,71
2029 3,29 2,41 -0,18 -1,06
2030 1,48 0,00 -0,23 -1,70
Uit bovenstaande tabel valt het volgende op te maken: • De kosten In 2026 en 2027 worden nog investeringen verwacht met een omvang van bijna € 14 mln. en daarna neemt het investeringsniveau verder af. Met name in 2029 en 2030 dalen de investering flink. • De opbrengsten In 2026, 2027 en 2028 worden nog forse opbrengsten verwacht (in totaal ca. 62,4 mln.). Deze opbrengsten worden met name gerealiseerd binnen de woningbouwlocaties Steenbrugge, Tuinen van Zandweerd, het Sluiskwartier en daarnaast het Bedrijvenpark A1. Ook aan de opbrengstenkant is vanaf 2028 een forse daling van de opbrengten te zien. Figuur 3. Ontwikkeling nog te maken kosten en opbrengsten
Wat opvalt in de vorige grafiek, figuur 3 “Ontwikkeling nog te maken kosten en opbrengsten”, is dat de kosten vanaf 2027 en de opbrengsten vanaf 2028 naar verwachting fors afnemen. Dit komt met name doordat veel grondexploitates ver in de realisatie zitten en de komende jaren worden afgerond. In de jaren tot en met 2028 zal de gemeentelijke boekwaarde van de grondexploitaties verder afnemen doordat er minder kosten worden gemaakt en er meer opbrengsten worden gerealiseerd uit verkopen en exploitatiebijdragen. Hierbij is uitgegaan van de per 1-1-2026 bestaande gemeentelijke grondexploitatiebegrotingen en geen nieuw te openen grondexploitaties.
18
Verdeling kosten en opbrengsten In onderstaande tabel worden de nog te verwachten kosten over de periode 2026 tot en met 2030 weergegeven uitgesplitst in de hoofd kostensoorten.
Soort kosten Verwerving Sloop en milieu Hoofdstructuur Civiele techniek Plankosten Bijdragen Onvoorzien Totaal
Nog te realiseren nominale kosten per jaar Totaal in € 2026 2027 2028 809.501 411.201 250.201 83.735 708.927 282.188 394.661 32.079 1.899.823 432.967 754.613 712.243 26.205.665 7.725.785 8.543.332 6.482.813 8.539.450 3.715.945 2.457.308 1.528.086 450.106 155.000 0 57.874 3.306.091 1.103.486 1.204.200 821.073 41.919.563 13.826.572 13.604.315 9.717.903
2029 64.363 0 0 2.036.077 816.270 237.232 140.872 3.294.814
2030 0 0 0 1.417.659 21.840 0 36.460 1.475.959
Tabel 11. Opbouw nog te realiseren geïndexeerde kosten per jaar (bedragen x € 1 miljoen)
Figuur 4. Opbouw nog te realiseren geïndexeerde kosten (% is afgerond ) In bovenstaande figuur 4 wordt inzicht gegeven in de opbouw van de geïndexeerde kosten (dus inclusief inflatieinvloeden) per kostensoort. Deze nog te maken kosten per 1-1-2026 worden nog gerealiseerd in de resterende looptijd van de lopende plannengrondexploitaties. Uit de grafiek is af te leiden dat de verwachte civiele kosten (sloop en milieu, hoofdstructuur en civiel) circa 69% van de totaal nog te maken kosten uitmaakt. Zichtbaar is dat er nog zeer beperkt verwervingen nodig zijn en dat dit aandeel onder de 2% van de totaal nog te maken kosten uitmaakt. De verwervingskosten hebben betrekking op de overdracht van gronden binnen het cluster Havenkwartier (verplaatsen woonboot en lighthouse) en de overdracht van gronden binnen het cluster Westfalenstraat. De overige kosten die onder verwerving zijn opgenomen zijn kosten voor het tijdelijk beheer. De plankosten maken circa 20% van de totaal nog te maken kosten uit en er wordt rekening gehouden met ca 8% onvoorziene kosten. De samenstelling van de kosten over de resterende looptijd van de projecten laten zien dat deze zich vooral in de uitvoeringsfase begeven. Het aantal projecten met een geopenbde grondexploitatie, zeker van enige omvang, in de voorbereidingsfase is gering.
De volgende grafiek, figuur 5 Opbouw nog te realiseren kosten per jaar 2026-2030, is een weergave van alle te verwachten kosten over de verschillende jaren.
19
Figuur 5. Opbouw nog te realiseren kosten per jaar 2026-2030 In bovenstaande grafiek valt op dat de omvang van de kosten vanaf 2026 t/m 2030 na 2027 sterk afneemt van 14 mln. in 2026 naar minder dan 4 mln. in 2029. Plankosten
De plankosten zijn globaal onder te verdelen in de kosten voor: • Planontwikkelingskosten, • Planvoorbereidingskosten. De plankosten kunnen als volgt worden toegelicht: Planontwikkelingskosten Dit zijn investeringen die worden gemaakt in het vóór-proces om te komen tot een plan dat in uitvoering kan worden genomen. Deze investeringen bestaan hoofdzakelijk uit kosten voor stedenbouwkundige uitwerking, wijziging Omgevingsplan, financiële verkenningen, opstellen grondexploitaties, projectmanagement, projectondersteuning, publiek- en privaatjuridische werkzaamheden, et cetera. Planvoorbereidingskosten Deze investeringen hangen samen met uitvoering en benodigde werken en kosten van een project. Dit zijn ambtelijke en andere externe kosten die betrekking hebben op de uitvoering van civieltechnische kosten als sloop, sanering, bouwrijpmaken, woonrijpmaken inclusief groenvoorziening, aanleg nutsvoorzieningen et cetera. In de meerjarenbegroting (MJB) en de grondexploitatiebegrotingen wordt een raming opgenomen van de verwachte plankosten voor de verschillende projecten.
Figuur 6. Geraamde plankosten per jaar 2026-2030 Figuur 6 laat zien dat de plankosten in flinke stappen afneemt vanaf 2026. De afname doet zich voor in zowel de planontwikkelingskosten en planvoorbereidingskosten.
De opbrengsten In figuur 7 wordt inzicht gegeven in de opbouw van de geïndexeerde opbrengsten op totaal niveau en hieronder in figuur 8 op jaarniveau. Zichtbaar is dat 68% van de geïndexeerde opbrengsten voortkomt uit de verkoop van grond
20
voor woningbouw, 29% komt voort uit de uitgifte van bedrijventerreinen. Dat is ook een afspiegeling van de projectenportefeuille zoals gepresenteerd in hoofdstuk 5. Het overige deel wordt gevormd door exploitatiebijdragen en overige opbrengsten.
Figuur 7. Opbouw nog te realiseren opbrengsten per uitgiftecategorie
In de volgende tabel, tabel 12, zijn de opbrengsten gesplitst per soort opbrengst, aangegeven in % en in € (afgerond). Nog te realiseren nominale opbrengsten per jaar (x €1 miljoen) Soort opbrengst Totaal in % Totaal in € 2026 2027 2028 Woningbouw 67% 39,54 23,07 8,62 7,38 Niet woningbouw 29% 17,30 5,43 9,93 1,94 Bijdragen 0% 0,00 0,00 0,00 0,00 Overige opbrengsten 3% 2,00 0,47 0,04 1,50
2029 0,47 0,00 0,00 0,00
2030 0,00 0,00 0,00 0,00
Totaal
0,47
0,00
100%
58,84
28,96
18,58
10,82
Tabel 12. Opbouw nog te realiseren geïndexeerde opbrengsten per jaar (x € 1 miljoen) In figuur 8 “Opbouw nog te realiseren opbrengsten” per jaar 2026-2030, zijn de in de tabel 22 aangegeven opbrengsten in een grafiek weergegeven.
Figuur 8. Opbouw nog te realiseren opbrengsten per jaar 2026-2030 In bovenstaande figuur is te zien dat in 2026 een opbrengst wordt verwacht van in totaal circa € 28,7 mln. en in 2027 totaal circa 18,6 mln. Daarna zullen de opbrengsten afnemen met de laatste verkopen in 2029.
Ontwikkeling boekwaarde In de volgende tabel en figuur is het verloop van de boekwaarde over de periode tot en met 2030 weergegeven. Het gaat hier om het verloop van de bruto boekwaarde. Dat is de boekwaarde waarop de verliesvoorzieningen nog niet in mindering zijn gebracht. De boekwaarde loopt af van circa 38,4 mln. naar 33,1 mln. in 2030. Dit komt enerzijds omdat er meer opbrengsten dan kosten worden verwacht, anderzijds worden exploitaties afgesloten waarmee de verliezen
21
worden genomen ten laste van de verliesvoorziening bij jaarrekening. Zichtbaar is dat de laatste jaren de boekwaarde weer toeneemt doordat er nog kosten worden gemaakt voor de oplevering van de projecten nadat de laaste grondeverkopen hebben plaatsgevonden.
Jaar Boekwaarde
Verloop boekwaarde grondexploitaties (x €1 miljoen) 2026 2027 2028 40,0 40,0 31,5
2029 32,8
2030 34,7
Tabel 13. Overzicht verloop boekwaarde grondexploitaties. In figuur 9 “Ontwikkeling boekwaarde c.q. verliesvoorziening verlieslatende BIE- complexen” per jaar 2026-2030, is het in de tabel 23 aangegeven cumulatieve verloop van de boekwaarden in een grafiek weergegeven.
Figuur 9. Ontwikkeling boekwaarde c.q. verliesvoorziening verlieslatende BIE- complexen
22
BIJLAGEN Bijlage I
Compensatieafspraken (vertrouwelijk)
Overzicht compensatieafspraken
23